BIJLAGE 2 - Ontwerp omgevingsvisie Laren versie 15 mei 2025
Tekst van het document
47
de afkoppeling van regenwater. Verder willen we initiatiefnemers stimuleren om in verband met de netcongestie, netbewust te bouwen en gebruik te maken van lokale opwek. We beschermen dieren die in gebouwen verblijven (o.a. vleermuizen en huismussen). Ook werken we toe naar een circulaire economie waarbij de hoeveelheid restafval wordt beperkt en de recycling van grondstoffen wordt gestimuleerd. Inwoners worden gefaciliteerd in het scheiden van hun huishoudelijk afval. Uitgangspunt hierbij is een evenwichtige balans tussen kostenefficiëntie en gemak voor de inwoner.
48
Mogelijkheden voor zonne-energie Voor de opwek van duurzame energie zetten we in op zonnepanelen op daken van woningen, bedrijven, stallen, publieke gebouwen en boven parkeerplaatsen. Ook kijken we in regionaal verband naar de mogelijkheden voor de opwek van zonne-energie langs snelwegen. Voor zonnevelden en windturbines zien we in onze gemeente geen ruimte in verband met het aantrekkelijke landschap, de cultuurhistorische waarde ervan en de natuur. We stimuleren zon op dak in combinatie met opslag en kijken steeds naar mogelijkheden om dat zo goed mogelijk in te passen in de beeldkwaliteit. Route naar aardgasvrij Om van het gas af te gaan, hanteren we een buurtgerichte aanpak waarin we samen met inwoners en belanghebbenden de mogelijkheden voor
duurzame warmte gaan verkennen. Net als bij alle ontwikkelingen is bij de warmtetransitie behoud van het karakter van de woningen en de omgeving het uitgangspunt. Ook voeren we regie op de ordening van de ondergrond. De ruimte in de bodem is schaars en met de duurzaamheidsdoelen stijgt de vraag naar ruimte voor kabels en leidingen. Dit vraagt een goede afstemming en regie.
49
Afbeelding 8. We stimuleren en ondersteunen onze inwoners bij het verduurzamen en vergroenen van hun woning en tuin.
Visie op thema’s
4.6. Gezonde en veilige leefomgeving Wat we willen bereiken en waarom
We streven naar een gezonde en veilige omgeving voor alle (toekomstige) generaties en de flora en fauna. De gemeente stelt in het omgevingsplan regels en normen op voor milieu aspecten (lucht, geluid, trillingen, geur, licht, bodem en omgevingsveiligheid). We nemen de landelijke normen over en kijken bij het opstellen van het omgevingsplan waar mogelijke aanscherping van de normen en het bieden van maatwerk gewenst en/of nodig is. Daarbij vragen vooral luchtkwaliteit, verkeersgeluid en omgevingsveiligheid om extra aandacht.
50
We zijn aangesloten bij het Schone Luchtakkoord. Daarmee doen we mee aan de landelijke ambitie om door schonere lucht in 2030 50% gezondheidswinst te boeken ten opzichte van 2016. Voor een betere luchtkwaliteit zijn we deels afhankelijk van bronnen buiten de gemeente zoals industrie in de randstad en snelwegen die de gemeente doorkruisen. De verwachting is dat de luchtkwaliteit wat kan verbeteren door elektrisch rijden. Belangrijke lokale bron van slechte luchtkwaliteit is houtstook. Daarom zetten we ons lokaal in voor vermindering van luchtvervuiling door houtstook. Wat betreft geluid zorgt vooral het verkeer op snelwegen en lokale wegen voor overlast. We streven ernaar om waar mogelijk de geluidsbelasting terug te brengen door middel van bronmaatregelen bij lokale wegen en pleiten ervoor om waar
mogelijk overdrachtsmaatregelen (voor het tegenhouden van geluid) te nemen bij de snelwegen. Specifieke aandacht hebben we voor onze verantwoordelijkheid om samen met partners te zorgen voor een veilige leefomgeving. We streven naar het voorkomen en beperken van veiligheidsrisico’s. We bestrijden branden, rampen en crises en vergroten de zelfredzaamheid van mensen die aan deze veiligheidsrisico’s zijn blootgesteld. Het gaat dan om de volgende risico’s: natuurbranden, hittestress, hoogwater/wateroverlast, de opwek, opslag, transport en gebruik van energie, het gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, uitval van vitale infrastructuur zoals elektriciteit, telecommunicatie en ICT, evenementen, bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid voor hulpdiensten. Vitale en kwetsbare functies zoals de energie-infrastructuur en de drinkwatervoorziening zijn essentieel voor de samenleving en moeten bestand zijn tegen klimaatrisico’s.
Ruimtelijke keuzes
Tot 2040 zetten we in op de volgende keuzes om bij te dragen aan een gezonde en veilige omgeving: · Afname overlast houtstook · Beperken geluidsbelasting snelwegen · Beperken geluidsbelasting lokale wegen · Beperking kans op natuurbranden · Aanpak ondermijnende criminaliteit Afname overlast houtstook We zetten in op de beperking van de overlast van
houtstook door middel van bewustwording en gedragswijziging. De stookwijzer is daarbij een goed communicatiemiddel. Bijvoorbeeld in het bewustmaken van wanneer het geen goed moment is om te stoken. Als gemeente blijven we op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen op dit gebied en onderzoeken we of in de toekomst een stookverbod bij code rood van de Stookwijzer mogelijk en gewenst is. We willen ook graag de luchtkwaliteit monitoren, bijvoorbeeld in samenwerking met burgerinitiatieven. Wat betreft de landbouw zetten we in op verduurzaming van boerenbedrijven waardoor eventuele geurhinder en luchtvervuiling gaat afnemen. Beperken geluidsbelasting snelwegen Onze ambitie is om de geluidsbelasting van de snelwegen niet te laten toenemen en waar mogelijk te verminderen. In overleg met onze partners (o.a. Rijkswaterstaat, provincie) gaan we op zoek naar mogelijkheden voor extra geluidswerende maatregelen zoals geluidsschermen en deze tegelijk te benutten voor de opwek van zonne-energie. Beperken geluidsbelasting lokale wegen Om geluidsoverlast van lokale wegen te beperken streven we op lange termijn naar een maximale snelheid van 30 km/h binnen de bebouwde kom en een inrichting die daarbij past. Een lagere snelheid leidt tot minder geluid en minder geluidsoverlast op aanliggende woningen.
Met deze snelheidsreductie is het wellicht mogelijk om klinkers als bestrating te behouden en tegelijk Visie op thema’s
te zorgen voor een afname tot een acceptabele geluidsbelasting. Voor verdere geluidsreductie kunnen daarbij eventueel ook geluidsarme klinkers worden toegepast. Dat zal steeds per situatie bekeken moeten worden. Beperking kans op natuurbranden In de bossen en heidegebieden streven we naar een beperking van de kansen op branden. Dat doen we samen met onze partners zoals natuurorganisaties. Dit kan door een grotere bewustwording bij de bevolking over de verhoogde kans op bosbranden en de effecten daarvan. Daarnaast leidt een gevarieerder bos met meerdere soorten (loof)bomen tot een afname van de kans op bosbranden. Ook kunnen we nadenken over het indelen van het bos in compartimenten. Aanpak ondermijnende criminaliteit Ondermijnende criminaliteit leidt tot het verweven van de onder en bovenwereld en heeft nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld door brandgevaar in een hennepkwekerij, overlast bij illegale kamerverhuur of drugsafval in de natuur. Omdat we een dorp zijn met de winkelomzet een stad, zijn we in Laren extra gevoelig voor witwassen. Samen met onze inwoners, ondernemers en veiligheidspartners zoals politie en openbaar ministerie werken we aan het tijdig signaleren, voorkomen en aanpakken van ondermijnende criminaliteit. Door deze aanpak werken we aan een veilige gemeente en een eerlijke concurrentie positie voor ondernemers.
51
52
5. Visie op gebieden
53
Visie op gebieden
5.1. Kloppend dorpshart Wat willen we bereiken en waarom
54
Laren heeft een bruisend dorpscentrum met een uitzonderlijk hoog voorzieningenniveau en grote aantrekkingskracht. Het is niet vanzelfsprekend dat dit voor de toekomst behouden blijft. Daar moeten we samen aan blijven werken. We zetten in op behoud en doorontwikkeling van het dorpscentrum tot kloppend multifunctioneel dorpshart van onze gemeente met behoud van de aantrekkingskracht op bezoekers van buiten die op het bijzondere aanbod en de sprookjesachtige sfeer afkomen. Daarbij hebben we de volgende doelen en ambities: · Het dorpscentrum is de plek waar elke generatie zich thuis voelt, kan voorzien in basisbehoeften en waar veel ruimte is voor onderlinge ontmoeting binnen en tussen generaties. · Het is de centrale plek waar alle benodigde (betaalbare) basisvoorzieningen bij elkaar gevestigd zijn voor alle inwoners van Laren. Niet alleen detailhandel maar ook horeca, diensten, maatschappelijke functies en andere publieke voorzieningen. Clustering van voorzieningen zorgt voor onderlinge kruisbestuiving en draagt bij aan onderlinge (toevallige of geplande) ontmoeting. · Het dorpshart is en blijft ook een aantrekkelijke plek voor bezoekers vanuit de regio en het hele land die op het bijzondere winkel-, cultuur- en horeca-aanbod afkomen. Dat betekent behoud van een goede bereikbaarheid en parkeren, en tegelijk een aantrekkelijke, hoogwaardige groene omgeving om te verblijven.
· Voldoende mogelijkheden voor (startende) ondernemers in publieke sectoren zoals detailhandel, horeca, diensten etc. We vinden het belangrijk om ruimte te bieden voor ondernemerschap en het dorpshart is een van de aantrekkelijke vestigingsmilieus. · Een veilige en aangename openbare ruimte voor alle generaties met voldoende ruimte voor wandelen, fietsers en klein elektrisch vervoer. Het moet veilig en aangenaam zijnvoor iedereen om het dorpshart te bezoeken en er te verblijven. · Een goede bereikbaarheid vanuit alle delen van de gemeente en omgeving met zowel de auto, fiets als te voet. Een goede bereikbaarheid (ook van verder weg) is een belangrijk onderdeel van een gunstig vestigingsklimaat voor ondernemers en bedrijven. · De identiteit en historie van het dorp is er voelbaar, in bebouwing en in de openbare ruimte. Waardevolle gebouwen blijven behouden en worden hergebruikt. De Brink en het Brinkhuis blijven belangrijke, centrale en iconische ontmoetingsplekken.
Ruimtelijke keuzes
Om dit te bereiken zetten we in op de volgende ruimtelijke keuzes voor het dorpshart: · Duidelijke afbakening centrumgebied · Behoud winkel- en bedrijfsbestemmingen · Inrichting voor verblijven, wandelen, fietsen · Meer parkeren aan randen dorpshart · Dorpshart voor evenementen · Versterken (kwaliteit) van het groen
Duidelijke afbakening centrumgebied Het dorpshartgebied heeft een duidelijke afbakening met de historische linten, publiekstrekkers en historische gebouwen als ankers. Het dorpshart bestaat uit de Naarderstraat tot Singer, de Torenlaan tot de splitsing met Mauvezand, de Brink en Zevenend tot Plein 1945 en Jordaan, een klein deel Eemnesserweg, Nieuweweg en
de van Nispen van Sevenaerstraat tot aan het Hertenkamp. Dit is het primaire vestigingsgebied voor publieksgerichte voorzieningen zoals detailhandel, horeca en maatschappelijke voorzieningen. In dit gebied streven we naar een divers en uitgebalanceerd aanbod aan voorzieningen. Dat bestaat uit breed toegankelijk (betaalbaar) aanbod voor de hele bevolking van Laren en uit winkelaanbod in
55
Afbeelding 9. Afbakening en hoofdstructuur dorpshart Laren
Visie op gebieden
het hogere segment die ook door veel bezoekers van buiten trekken.
56
We zorgen voor een goede balans tussen deze functies. We gaan zeer terughoudend om met de nieuwvestiging van bijvoorbeeld een supermarkt buiten dit gebied. Toevoeging van horeca is gewenst als het een vernieuwende aanvulling. Het horeca-aanbod in het centrum is al behoorlijk uitgebreid en we willen overaanbod en matige kwaliteit horeca voorkomen. We staan open voor toevoeging van horeca die het centrum en met name de omgeving van de Brink versterkt. Dit kan zijn vanwege de geschikte locatie met ruimte voor terras, maar ook vanwege het kwaliteitsniveau dat past bij Laren en/of vernieuwend en een echte toevoeging is aan het bestaande aanbod. Behoud winkel- en bedrijfsbestemmingen We gaan terughoudend om met de ombouw van commerciële ruimte naar wonen omdat we het belangrijk vinden dat er voldoende (betaalbare) ruimten beschikbaar blijven voor voorzieningen en (startende) ondernemers. We staan alleen gecontroleerd transformatie van bedrijfspanden naar wonen toe als deze slecht verhuurbaar zijn en/of qua functie niet goed passen in de omgeving. Wonen boven winkels stimuleren we. Inrichting voor verblijven, wandelen en fietsen In en rond de dorpshartgebieden streven we naar een inrichting van de openbare ruimte die bezoekers voldoende ruimte biedt om aangenaam rond te kunnen lopen en verblijven in een kwali-
tatief hoogwaardige omgeving die past bij (de identiteit van) Laren. De toekomstige verkeerssituatie speelt daarbij een belangrijke rol. Het doorgaande verkeer in en rond het dorpshart wordt vertraagd door een (her)inrichting die past bij 30 km/h. Dit biedt mogelijkheden voor meer (ruimte voor) (bak)fietsstallingen en voor wandelaars en fietsers om zich veilig en aangenaam te kunnen verplaatsen en te verblijven. Daarmee kunnen we de balans verbeteren tussen een groene, aangename en aantrekkelijke verblijfsomgeving én behoud van een goede bereikbaarheid. Doel is dat er voor bezoekers voldoende ruimte is om aangenaam te kunnen ‘flaneren’ in het dorpshart zonder steeds te moeten oppassen voor autoverkeer. We bekijken per locatie hoe de openbare ruimte slimmer en aangenamer ingericht kan worden. Met de snelheidsreductie is het ook mogelijk om klinkers als bestrating te behouden en tegelijk te zorgen voor een afname de geluidsoverlast. Eventueel kunnen daarbij ook geluidsarme klinkers worden toegepast. Dat zal steeds per situatie bekeken moeten worden. Om de verkeersdruk verder te laten dalen, kijken we ook naar het vrachtverkeer. We doen onderzoek naar de hoeveelheid en (ervaren) overlast ervan in verblijfsgebieden. Indien nodig nemen we (in overleg met buurgemeenten) maatregelen om het vrachtverkeer in het centrum te verminderen.
Meer parkeren aan randen dorpshart De parkeerdruk is hoog en neemt toe. Geparkeerde auto’s nemen veel ruimte is beslag in het dorpshart en werken op sommige plekken verstorend in
het fraaie straatbeeld. Tegelijkertijd is een goede autobereikbaarheid en parkeren op korte afstand cruciaal voor de concurrentiepositie en levensvatbaarheid van winkels, horeca en andere bedrijven en daarmee voor het hoge unieke voorzieningenniveau en de aantrekkelijkheid van ons dorp als geheel. Om zowel de bereikbaarheid te behouden als de levendigheid en aantrekkelijkheid van het dorpshart te vergroten en meer ruimte te creëren voor verblijf in een kwalitatief hoogwaardige omgeving, onderzoeken we op gerichte locaties de mogelijkheden voor het verplaatsen van een klein deel van het parkeren naar de randen. Denk aan een deel van het Hertenkamp. Daar verhogen we de parkeercapaciteit zodat er per saldo in het dorpshart meer parkeerplaatsen komen. Specifiek kijken we naar de Brink en het Brinkhuis als iconische plek voor Laren (minder blik en meer verblijfskwaliteit), waarbij de autobereikbaarheid van het Brinkhuis hoe dan ook gegarandeerd blijft.
Daarnaast zou het goed zijn dat personeel van bedrijven en organisaties meer aan de randen van het centrum en bij de hubs parkeert en/of gebruik maakt van de fiets en openbaar vervoer. Dit kan leiden tot een behoorlijke toename van parkeercapaciteit voor bezoekers en daarmee ook tot minder zoekverkeer.
Singer Laren neemt een belangrijk en unieke positie in binnen het dorpshart. Het heeft een grote aantrekkingskracht op bezoekers van buiten en daar profiteren ondernemers van, maar het leidt ook tot hoge verkeers- en parkeerdruk op piekmomenten. We verkennen de mogelijkheden om extra parkeercapaciteit voor het Singer en het centrumgebied als geheel, te realiseren bij Stichtse Hof, en de HOV-hubs Crailo en P+R Laren/Eemnes met een buslijn richting het centrum. Binnen en rond het dorpshart blijven we ons inzetten voor het behoud van de buslijnen en comfortabele bushaltes.
Versterken (kwaliteit) van het groen Waar het kan versterken we de kwaliteit van het groen in de openbare ruimte met mogelijkheden voor verblijf en creëren we extra ruimte voor het vasthouden en infiltreren van (schoon) water. Het dorpshart wordt waar dat nodig is verder aangepast aan klimaatverandering met voldoende ruimte voor waterberging en schaduw (voor koelte en bescherming tegen UV-straling). Waar het kan doen we dat door verhard oppervlak te vergroenen. Verbetering van de kwaliteit van het groen draagt ook bij aan de uitstraling van het dorpshart van Laren als geheel.
Visie op gebieden
Dorpshart voor evenementen In het dorpshart is en blijft ruimte voor evenementen die kwaliteit toevoegen (o.a. markten) waarbij we rekening houden met omwonenden en eventuele overlast. Evenementen dragen in belangrijke mate bij aan ontmoeting tussen groepen en dat vinden we belangrijk. We stimuleren generatieoverstijgende en verbindende evenementen. Specifiek zoeken we voor jongeren naar mogelijkheden om ontmoeting en activiteiten te vergroten, waar mogelijk als onderdeel van het Brinkhuis. We betrekken jongeren meer bij kunst en cultuur.
57
5.2. Aangename woonwijken Wat willen we bereiken en waarom
58
In de woonwijken staat het aangenaam wonen als hoofdfunctie vanzelfsprekend centraal. Onze ambitie is om met respect voor bestaande kwaliteiten zorgvuldig te zoeken naar mogelijkheden om woningen toe te voegen, zodat het bevolkingsaantal minimaal op peil kan blijven. Dat doen we met behoud en waar mogelijk versterking van het woon- en leefklimaat in alle woonwijken. Daarbij hanteren we de volgende doelen en ambities: · Woningen van goede kwaliteit voor elke generatie en portemonnee die bijdragen aan een aangename, gezonde en duurzame woonsituatie en dienen als goede thuisbasis vanwaar je jezelf kunt zijn en jezelf ontplooien. · Een woonomgeving waar mensen elkaar kennen, waar ruimte is voor ontmoeting in een groene, aangename en veilige omgeving en waar het buitengebied nooit ver weg is. · Een woonomgeving waar je makkelijk kunt komen maar die ook bewegen en een gezonde levensstijl stimuleert en een veilige verkeerssituatie biedt voor elke verkeersdeelnemer.
Ruimtelijke keuzes
Om dit te bereiken zetten we in op de volgende ruimtelijke keuzes voor de woonwijken: · Ontwikkelprincipes inbreiding en splitsing · Groene, veilige en sociale openbare ruimte · Mogelijkheden voor bedrijf aan huis · Verduurzamen woningen en vergroenen tuinen
Ontwikkelprincipes inbreiding en splitsing In de woonwijken is eventueel op kleine schaal en in een gepast tempo woningbouw mogelijk op inbreidings- en transformatielocaties. Daarnaast zijn er mogelijkheden voor het beter benutten van de bestaande woningvoorraad. Dat kan door woningdelen, woningsplitsen, bijwoning plaatsen, kavelsplitsen of een woongebouw optoppen. We zien dat het aantal bewoners per woning afneemt en dat veel woonruimte onbenut blijft. Het beter benutten van bestaande woningen biedt mogelijkheden om vooral voor jongeren en/of senioren woningen toe te voegen. Bij zowel inbreiding als splitsing willen we dat de toename van woningen gecontroleerd plaats vindt. Een te grote toename in korte tijd is niet wenselijk. We monitoren het aantal splitsingen en kijken steeds naar de gevolgen voor het dorp als geheel. Voor zowel inbreiding als splitsing van kavels en woningen, hanteren we de volgende principes waarop wordt getoetst: · Behoud en waar mogelijk versterking van het groene straatbeeld en behoud van zoveel mogelijk kwalitatief en waardevol groen zoals waardevolle bomen, parken, engen, akkers en andere bijzondere groene plekken. · Bijdragen aan een toename van betaalbare woningen. · Het (ver)binden van generaties door woningen te realiseren voor jongeren en/of senioren en mogelijkheden te bieden voor gezamenlijke woonvormen.
Manieren voor het beter benutten van de bestaande woningvoorraad
Mogelijkheden per type woning
Woning delen
Vrijstaande woning
Twee onder één kapwoning
Rijwoning
Woning splitsen
Bijwoning toevoegen
Kavel splitsen
Mogelijk, mits wordt bijgedragen aan: • • • • • • • • • •
Behoud van zoveel mogelijk waardevol groen Toevoegen van betaalbare woningen Toevoegen van woningen voor jongeren en/of senioren Eventueel het creëren van gezamenlijke woonvormen Geen onevenredige aantasting privacy en woongenot buren Energieneutraal en zoveel mogelijk natuurinclusief en circulair (ver)bouwen Aansluiten op en bijdragen aan de (groene) beeldkwaliteit Voorkomen van aantasting van waardevol erfgoed Stimuleren wandelen, fietsen en deelmobiliteit Parkeren op eigen terrein
Appartement
Afbeelding 10. Schematische en indicatieve weergave van de mogelijkheden en voorwaarden voor het beter benutten van de bestaande woningvoorraad.
Visie op gebieden
59
60
· Geen onevenredige aantasting van de privacy en het woongenot van buren. · Er wordt energieneuraal en zoveel mogelijk op circulaire en natuurinclusieve wijze gebouwd. · Aansluiten op en bijdragen aan de typische Larense beeldkwaliteit. Dat betekent dat nieuwbouw past bij de aard, schaal en basisprincipes van de architectuur in het dorp. · Het voorkomen van aantasting van waardevol erfgoed zoals karakteristieke bebouwing en/of oorspronkelijke verkavelingsstructuren. · Wandelen, fietsen en OV-gebruik wordt bevorderd, deelmobiliteit wordt in samenwerking met de initiatiefnemer gestimuleerd en/of de parkeerbehoefte wordt op eigen terrein opgelost. Zo voorkomen we een te grote toename van parkeerdruk in de straat. Als parkeren op eigen terrein niet mogelijk is, dragen initiatiefnemers bij aan het aantrekkelijker maken van deelautogebruik. Deze ontwikkelprincipes gebruiken we bij de uitwerking en weging van initiatieven. Het blijft altijd maatwerk waarbij gemeentelijke medewerking steeds per initiatief wordt bepaald. Openbare ruimte: groen, gezond, veilig en sociaal Rondom gevoelige locaties zoals scholen, sportlocaties en het centrum kijken we steeds naar mogelijkheden om de openbare ruimte veiliger te maken voor alle (kwetsbare) weggebruikers en zorgen we voor voldoende ruimte voor fietsen,
wandelen en (bak)fietsstallen. In de woonbuurten biedt de openbare ruimte voldoende ruimte en mogelijkheden om te spelen, bewegen en ontmoeten. Liefst zijn ontmoetingsplekken geschikt voor meerdere generaties en voor minder validen. Ook zorgen we voor voldoende kwalitatief goed groen. Dat is cruciaal voor een aantrekkelijke, klimaatbestendige, biodiverse en gezonde leefomgeving. Groen draagt bij aan de (fysieke en mentale) gezondheid doordat het zorgt voor koelte en het aantrekkelijker wordt om te bewegen, te spelen en elkaar te ontmoeten. Ook vinden we het belangrijk dat er voor bewoners voldoende en passende gezondheids- en zorgvoorzieningen (o.a. huisarts, fysio) dichtbij aanwezig zijn. Mogelijkheden bedrijf aan huis We bieden mogelijkheden om als bewoner een eigen bedrijf aan huis te beginnen, mits dat geen onevenredige verstoring van het woongenot en afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van de buurt. Werken in de wijk levert een bijdrage aan ontplooiing en levendigheid maar moet in balans en ondergeschikt blijven aan het aangenaam wonen. Verduurzaming woningen en vergroenen tuinen We stimuleren circulair, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en het vergroenen van tuinen. Dit doen we door deze aspecten mee te nemen bij de behandeling van bouwaanvragen en we informeren inwoners en andere partijen actief over de mogelijkheden. Het verduurzamen en vergroenen
van woningen en tuinen draagt ook bij aan aangename woonwijken. De woningen zelf worden aangenamer en het straatbeeld en leefklimaat in de straten is gebaat bij groene tuinen. We vinden het belangrijk dat installaties voor verduurzaming zoveel mogelijk aan het zicht vanaf de straat onttrokken worden of geïntegreerd/meeontworpen worden met de woning. Inwoners worden zo goed mogelijk gefaciliteerd in het scheiden van hun huishoudelijk afval.
61
Visie op gebieden
5.3. Vitale bedrijventerreinen Wat willen we bereiken en waarom
Ondanks dat we vooral een woongemeente zijn, vinden we het belangrijk om ook ruimte te bieden voor werk en ondernemen en zo bij te dragen aan werk- en ontplooiingskansen van inwoners, en jonge generaties in het bijzonder.
62
In regionaal verband zetten we in op minimaal behoud van het aantal hectaren bedrijvigheid en arbeidsplaatsen. Van oudsher heeft Laren geen grote bedrijventerreinen binnen haar gemeentegrenzen. We werken, samen met de buurgemeenten Hilversum en Gooise Meren aan de ontwikkeling van buurtschap Crailo waar ook ruimte is voor bedrijvigheid.
Ruimtelijke keuzes
Voor het bieden van locaties voor bedrijven zetten we in op de volgende ruimtelijke keuze: · Ontwikkeling bedrijventerrein in Crailo Ontwikkeling bedrijventerrein in buurtschap Crailo Onderdeel van Crailo is 3,4 hectare bedrijvigheid op ons grondgebied dat goed aansluit bij de duurzame speerpunten van Crailo en geen grote verkeersaantrekkende werking hebben. De ambitie is om een aantal grotere toonaangevende bedrijven aan te trekken die met elkaar een campus vormen en een diversiteit aan werkgelegenheid bieden. Ook is er ruimte voor MKB bedrijven.
We ontwikkelen dit terrein tot een bijzondere en aangename werkomgeving met een hoge ruimtelijke kwaliteit en goede bereikbaarheid met zowel de auto als fiets en openbaar vervoer. We zien graag dat dit bedrijventerrein zich ontwikkelt in een duurzame richting met een hoge ruimtelijke kwaliteit. Om dat te bereiken zetten we in op: · Duurzame bouw. Voor het behalen van onze duurzaamheidsdoelstellingen is ook veel winst te halen door het verduurzamen van bedrijfspanden, besparen van energie en minder (drink)watergebruik. · Een klimaatbestendige inrichting van het terrein met voldoende groen en het tegengaan van onnodige verharding. · We vinden het belangrijk dat er voor werknemers een gezonde werkomgeving is. Dat betekent voldoende groen, voorkomen van geluidsoverlast en mogelijkeden om even een ommetje te maken tijdens de pauze. · Een goede bereikbaarheid voor zowel auto’s en vrachtverkeer als voor de fiets en het openbaar vervoer.
63
Visie op gebieden
5.4. Balans in het buitengebied Wat willen we bereiken en waarom
64
Om ons unieke buitengebied op lange termijn aantrekkelijk en gezond te houden, zetten we in op verbetering van de balans tussen natuurwaarden, belevingswaarden en gebruikswaarden van het landschap. De nadruk ligt op behoud van het buitengebied met de natuur, stilte, afwisseling en open en gesloten bosgebied, en wandel- en fietsroutes als belangrijke kenmerken. Verder streven we in het buitengebied naar: · Een flexibel watersysteem van goede waterkwaliteit en met de capaciteit om droogte en hevige regenval op te vangen. · Verhogen van de biodiversiteit en kwaliteit van natuur, een afname van de verzuring en verrijking van de bodem door stikstof en andere schadelijke stoffen en het versterken van agrarisch natuurbeheer. · Duurzame natuurinclusieve landbouw met voldoende toekomstperspectief door nieuwe verdienmodellen en beheervergoedingen. · Ruimte voor extensieve recreatie, passend bij de aard van het landschap (rust, ruimte, openheid).
Ruimtelijke keuzes
Binnen onze samenwerking met de gemeenten Laren en Eemnes (BEL-gemeenten) onderscheiden we de volgende type buitengebieden: · Buitengebied type 1: beschermde natuur · Buitengebied type 2: gemengde kernrandzone · Buitengebied type 3: open landbouwpolder
Bossen, heiden, polder: beschermde natuur Het buitengebied in onze gemeente is type 1 en bestaat uit de bossen en heidegebieden die onderdeel zijn van het Goois Natuurreservaat en/of Natuurnetwerk Nederland (o.a. Postiljon, Westerheide, Zuiderheide, Laarder Eng). In deze buitengebieden staat bescherming, ontwikkeling en verdere verbinding van natuurgebieden centraal zodat de biodiversiteit verhoogd kan worden. Water wordt vastgehouden en krijgt de kans om te infiltreren. Agrarische activiteiten zijn ook mogelijk maar wel ondergeschikt, natuurinclusief en dragen bij aan beheer van natuur en landschap. Recreatie is extensief, stil, kleinschalig en moet altijd in balans zijn met de natuur. Voor bescherming, verbetering en beheer van natuur blijven we deelnemen in het bestuur van Goois Natuurreservaat. Om de klimaatbestendigheid van de natuurgebieden te vergroten, zetten we in op een robuust en veerkrachtig landschap dat bestand is tegen droogte, hitte en wateroverlast. Dit kan door aanpassingen in vegetatie- en natuurbeheer, de keuze van beplanting die beter tegen weersextremen bestand is, en door waterbergingsmaatregelen te integreren in natuurbeheer. Dit draagt bij aan de ruimtelijke samenhang en hydrologische balans. We stimuleren ook ondernemers (in de recreatieve sector) in het buitengebied om maatregelen te nemen tegen droogte, hitte en wateroverlast.
Dit kan onder andere door het creëren van schaduwrijke recreatievoorzieningen,
voldoende ruimte voor waterberging en de keuze van beplanting. Om natuur met elkaar te verbinden en een groot en divers leefgebied voor dieren zoals hagedissen, marters, hazelwormen, herten, reeën en dassen te maken, werken we op initiatief van de provincie Noord-Holland aan een natuurverbinding over de N525 die nu een barrière vormt tussen de Bussummer- en Westerheide en de Zuiderheide en het Laarder Wasmeer. Deze natuurverbinding is daarmee de laatste schakel in een netwerk van zes natuurverbindingen in het Gooi. De bos- en heiderijke gebieden van het Gooi en de Utrechtse Heuvelrug worden verbonden met de laagveennatuur van de Vechtstreek. Dieren krijgen daarmee een groot aaneengesloten leefgebied waar zij makkelijker voedsel en soortgenoten vinden, waardoor hun overlevingskans wordt vergroot. Gooiergrachtzone: gemengde kernrandzone Het gebied rondom de Gooiergracht is buitengebied type 2. Dit type ligt net buiten onze gemeentegrenzen op het grondgebied van Eemnes, maar is wel van invloed op de leefomgeving in de aangrenzende woongebieden. In de omgevingsvisie van Eemnes wordt de Gooiergrachtzone getypeerd als gemengde kernrandzone met een gemengder en dynamischer karakter dan andere buitengebieden. Hier zijn naast natuur en landbouw ook recreatieve voorzieningen aanwezig. Ingezet wordt op de ontwikkeling tot aantrekkelijk en levendig groen
Visie op gebieden
buitengebied met een wat hogere dynamiek en de Gooiergracht als aantrekkelijke route waar recreatieve functies aangelegen zijn. Samen met onze partners (waterschap en buurgemeenten Eemnes en Blaricum) denken we graag mee over de gewenste inrichting en beheer van de gehele gracht en omgeving. Mits het bijdraagt aan een aantrekkelijke ruimtelijke kwaliteit is er wat Laren betreft naast landbouw en natuur mogelijk ook ruimte voor: · Belevingsgroen zoals een voedselbos en buurtmoestuinen om de verbinding tussen bewoners en hun omgeving te versterken. · Kleinschalige recreatieve voorzieningen zoals een kinderboerderij, theetuin gekoppeld aan wandel- en fietsroutes. · Ander gebruik van gronden zoals een paardenhouderij of andere dieren voor recreatief gebruik.
65
6. Uitwerkingsagenda
6.1. Werken in de beleidscyclus Met de invoering van de omgevingswet op 1 januari 2024 werken we als gemeente Laren steeds meer volgens de beleidscyclus. Dat betekent dat we in een continu proces beleid maken, uitwerken, uitvoeren, monitoren, evalueren en waar nodig aanpassen. Zo kunnen we adequaat reageren op de snel veranderende wereld om ons heen. Als we merken dat beleid onvoldoende resultaten oplevert of niet meer aansluit op de praktijk, kunnen we het
beleid daarop aanpassen. Daarnaast werken we ook integraler. Dat betekent dat we niet elk thema zoals wonen of verkeer apart benaderen maar dat doen vanuit een samenhangende omgevingsvisie en in nauw overleg met onze partners zoals GGD, veiligheidsregio, provincie. De omgevingsvisie is de eerste stap in het werken in de beleidscyclus. In dit hoofdstuk bespreken we wat de volgende stappen zijn en hoe we elk onderdeel van de beleidscyclus verder invullen.
67
Afbeelding 11. Onderdelen van het werken in de beleidscyclus
Uitwerkingsagenda
68
6.2. Samenwerking en regie
6.3. Omgevingsprogramma’s
Het realiseren van de doelen en ambities in deze omgevingsvisie kunnen we als gemeente niet alleen. Daarvoor is continue samenwerking nodig met een breed scala aan (regionale) partners. Denk aan woningcorporaties, provincie, regio, buurgemeenten, waterschap, drinkwaterbedrijf, veiligheidsregio, omgevingsdienst en GGD. Waar nodig en gewenst zullen we die samenwerking ook steeds actief opzoeken. Als gemeente nemen we een regierol waarbij we ook inzetten op het verbinden van partijen om de doelen te bereiken.
Na de omgevingsvisie is de volgende stap in de beleidscyclus het opstellen van omgevingsprogramma’s voor bepaalde thema’s en/of deelgebieden. Voor de gemeente is dit een belangrijk beleidsinstrument in de Omgevingswet om zelf aan de slag te gaan met het realiseren de doelen en ambities uit de omgevingsvisie. Het biedt de mogelijkheid om op een programmatische wijze te werken aan het realiseren van de doelen op de middellange termijn. Programma’s bestaan uit de volgende onderdelen: · Het uitwerken van de doelen en ambities in beleid voor een specifiek thema (of combinatie ervan) of deelgebied. · Het bepalen van meetbare doelen (indicatoren) met tijdshorizon zodat daar later op gemonitord kan worden. · Het vertalen van dit beleid naar een set van maatregelen en projecten om de doelen te realiseren.
Specifieke aandacht hebben we voor onze verantwoordelijkheid om samen met partners te zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving. Dat betekent het zoveel mogelijk voorkomen en beperken van veiligheidsrisico’s, het bestrijden van rampen en crises en het vergroten van de zelfredzaamheid van onze bevolking in tijden van crisis. Samen met onze partners zorgen we voor borging hiervan in ons beleid. Bij de uitwerking van de omgevingsvisie in de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan en ingediende initiatieven draagt de gemeente zorg voor een proces waarin in een vroegtijdig stadium in samenwerking met partners de gezondheids- en veiligheidsaspecten goed worden meegewogen.
De doelen en ambities uit de omgevingsvisie vormen het startpunt voor het opstellen van een programma. Tussentijds evalueren we in hoeverre het programma en de maatregelen die daarin zijn genoemd, bijdragen aan het realiseren van de doelen en ambities uit de omgevingsvisie. Zo nodig passen we de uitvoering aan. Ook kijken we op basis daarvan of eventuele herijking van de omgevingsvisie gewenst is.
Voor een aantal thema’s zijn gemeenten verplicht om een programma op te stellen (o.a. volkshuisvesting, geluid en warmtetransitie). Verder zijn gemeenten vrij om programma’s in te zetten. Na vaststelling van deze omgevingsvisie wordt bepaald of en voor welke thema’s en/of deelgebieden we een programma gaan opstellen. Daarna kan het college in elke raadsperiode en in overleg met de raad en de ambtelijke organisatie nieuwe programma’s aandragen.
aspecten altijd integraal meegewogen. Zo zorgen we voor een gezonde en veilige omgeving voor huidige en toekomstige generaties.
6.4. Projecten en initiatieven
Naast projecten die volgen uit gemeentelijk beleid zijn we ook afhankelijk van de samenleving om doelen en ambities te realiseren. We verwachten dat inwoners, ondernemers en organisaties ook een bijdrage leveren. De omgevingsvisie is mede bedoeld als inspiratie- en toetsinginstrument voor ruimtelijke initiatieven en ontwikkelingen. Het is een uitnodiging aan de samenleving om met plannen te komen die rekening houden met onze kernkwaliteiten (hoofdstuk 3) en bijdragen aan de ambities en doelen (hoofdstuk 4 en 5). De omgevingsvisie kan als inspiratie en kader gebruikt worden. Niet elke kernkwaliteit of doelstelling is relevant voor elk plan, we nodigen initiatiefnemers uit om te motiveren hoe ermee rekening wordt gehouden en hoe zij denken een bijdrage te kunnen leveren. Hoe beter het plan hierop scoort, hoe meer de gemeente open staat voor het verlenen van medewerking.
Het behalen van de doelen en ambities werken we als gemeente via programma’s uit in projecten in de leefomgeving. Denk aan woningbouw of (her) inrichting van straten. De projecten worden onder andere benoemd in programma’s voor bepaalde thema’s en deelgebieden die na de omgevingsvisie worden opgesteld. Bij de uitwerking van doelen en ambities in projecten worden milieu en veiligheids-
We gebruiken de omgevingsvisie bij het begeleiden en beoordelen van initiatieven. Duidelijk is dat niet alles overal kan, soms moeten keuzes gemaakt worden. We gebruiken de omgevingsvisie dan om de gewenste ontwikkelrichting te bepalen. Daarnaast ondersteunt, faciliteert en regisseert de gemeente waar nodig en zorgt voor de juiste randvoorwaarden. Denk aan een goede ruimtelijke
Voor diverse thema’s hebben we al actueel beleid dat mede aan de basis heeft gestaan van deze omgevingsvisie. Denk bijvoorbeeld aan de woonvisie, het groenbeleidsplan en duurzaamheidsprogramma. Dit bestaande beleid blijven we de komende tijd gebruiken. Op het moment van actualisatie zijn het potentiele programma’s, waarbij we eventueel kunnen kiezen voor een bredere of andere reikwijdte.
Uitwerkingsagenda
69
ordening, onderhoud van groen, straten en wegen, afvalverwerking, zorgen voor woningen, voorzieningen, een goed ondernemersklimaat, etc. Voor initiatiefnemers en de gemeente is het belangrijk om bij elke ontwikkeling in contact te komen met betrokkenen zoals omwonenden en ondernemers. Door een goed vroegtijdig participatieproces ontstaan betere plannen, voorkomen we dat betrokkenen worden verrast en koppelkansen onbenut blijven. We verwachten van elke initiatiefnemer dat deze in gesprek gaat met iedereen die gevolgen kan ondervinden van de ontwikkeling. Dit is geen garantie voor draagvlak maar vergroot wel de kans op een goed en haalbaar plan. 70
Verder is de omgevingsvisie van belang bij het bepalen van de kosten voor een initiatiefnemer om een initiatief mogelijk te kunnen maken. Denk aan planbegeleiding, binnenplanse of bovenwijkse voorzieningen. Dergelijke kosten moeten evenredig door een initiatiefnemer worden bijgedragen. We zetten daarvoor verschillende instrumenten in, zoals een vereveningsfonds voor betaalbare woningen. Naast het al bestaande kostenverhaal is de ‘financiële bijdrage’ een nieuw financieel instrument in de omgevingswet. Het is bedoeld om aan initiatiefnemers een bijdrage te vragen aan maatschappelijk relevante ontwikkelingen in de leefomgeving. Denk aan de ontwikkeling van natuur, landschap of een evenwichtige woningvoorraad. Bij de uitwerking van deze visie
gaan we als gemeente bepalen hoe we met de financiële bijdrage om willen gaan. Daarbij hanteren we in ieder geval behoud en versterking van de kernkwaliteiten (hoofdstuk 3) en de gewenste ontwikkelingen (hoofdstuk 4 en 5) zoals in deze omgevingsvisie zijn benoemd.
6.5. Omgevingsplan Iedere gemeente heeft onder de Omgevingswet één omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat algemene regels voor bescherming en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Sinds de invoering van de omgevingswet (1 januari 2024) hebben we automatisch een omgevingsplan dat bestaat uit alle (voormalige) bestemmingsplannen en verordeningen. Dit tijdelijke omgevingsplan zetten we stapsgewijs om tot een volledig omgevingsplan. Daarvoor hebben we de tijd tot 2032. De basis voor het omgevingsplan zijn de bestaande regels die we nu hebben. Daarnaast verwerken we de ambities en doelen waar nodig uit in nieuwe regels. Het omgevingsplan biedt de mogelijkheid om doelen en ambities juridisch te borgen. Dat doen we door voor elk deelgebied de te behouden kernkwaliteiten en de ontwikkeldoelen en ambities indien nodig te vertalen naar regels. Daarnaast worden projecten en initiatieven waar nodig juridisch verankerd in regels in het omgevingsplan.
6.6. Monitoring en evaluatie Om de beleidscyclus op een goede manier te kunnen sluiten gaan we aan de slag met een structurele monitoring en evaluatie van het beleid. Dat doen we op twee manieren: · Brede monitoring van de gezondheid en veiligheid in onze leefomgeving · Specifieke monitoring op het realiseren van doelen en ambities. Ten eerste gaan we structureel meten hoe de gezondheid en veiligheid in onze leefomgeving ervoor staat. Daarvoor hanteren we de Leefomgevingsfoto. Daar hebben we bij het opstellen van de omgevingsvisie al gebruik van gemaakt. De leefomgevingsfoto beschrijft de situatie van de leefomgeving in onze gemeente op een groot aantal thema’s (denk aan milieu aspecten zoals geluid, luchtkwaliteit) en laat zien hoe dit zich verhoudt tot landelijke normen en trends. We blijven de Leefomgevingsfoto gebruiken voor monitoring van de feitelijke situatie in de leefomgeving en doen dit om de vier jaar. Aan de hand van de resultaten bepalen we of aanpassing van maatregelen of beleid nodig is. Samen met onze partners (o.a. de provincie, GGD, omgevingsdienst) werken we continu aan verbetering van de indicatoren als het gaat om een gezonde en veilige leefomgeving.
Uitwerkingsagenda
Ten tweede gebruiken we het instrument omgevingsprogramma’s om doelen en ambities uit de omgevingsvisie uit te werken naar concrete, meetbare doelen. Vervolgens gaan we specifieke daarop monitoren om te bepalen in hoeverre de doelen en ambities ook bepaald worden. Afhankelijk van de resultaten worden de omgevingsvisie en/of het betreffende programma bijgesteld. Met de ontwikkeling van deze laatste stap in de beleidscyclus gaan we actief werken aan de uitwerking en realisatie van de doelen en ambities die in deze omgevingsvisie zijn benoemd.
71