CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 2 - Financiële risicoparagraaf

Commissie Maatschappij en Financiën 4 juni 2025, gemeente larenBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan Onderwijs2.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 Financiële risicoparagraaf Met de risicoparagraaf geven wij inzicht in de mogelijke risico’s en welke beheersmaatregelen wij toepassen. Legenda risicoclassificatie Laag = < EUR 2 mln Midden= EUR 2 - 5 mln Hoog = > 5 mln

Algemene risico’s Nr.

Risico

Impact

Classificatie risico

Beheersmaatregel

Restrisico

Classificatie restrisico

1.

Leerlingenprognose wijkt af

Het voorliggende IHP met de daarin genoemde maatregelen baseren wij op de leerlingenprognoses van 2024. Leerlingenprognoses zijn een verwachting van de toekomst en fluctueren per jaar. Het blijft daarmee lastig om vraag en aanbod exact op elkaar af te stemmen.

Midden

Elke 2 jaar wordt de leerlingenprognose geactualiseerd. In de per project uit te werken businesscase bepalen we de definitieve leerlingaantallen aan de hand van de actuele prognose. Aan de hand van de definitieve leerlingaantallen wordt het uiteindelijke budget bepaald.

Insteek is om eventuele meerkosten te dekken met te verkrijgen opbrengsten. Er is een mogelijkheid dat de opbrengsten onvoldoende zijn om tegenvallers op te vangen. Ter indicatie, 100 leerlingen V.O. extra leidt tot meerkosten van ca. 1,5 miljoen euro.

Laag

Onverwachte stijging van het leerlingenaantal kan leiden tot overschrijding van richtbedragen. Bij het Voortgezet Onderwijs (Laar & Berg) is het risico groter dan bij het Primair Onderwijs.

2.

Veranderende wetgeving

Veranderende regelgeving kan extra kosten voor de (vervangende) nieuwbouw of renovatie van schoolgebouwen met zich mee brengen. De verwachting is dat dit eerder positief dan negatief zal zijn, gelet op de intensivering van de lobby van de VNG richting het Rijk om te komen tot een structurele verhoging van de middelen voor onderwijshuisvesting.

Laag

Bij veranderende regelgeving met financiële gevolgen zijn wij genoodzaakt de regelgeving te volgen. Wij maken hierbij inzichtelijk wat de gevolgen zijn voor het investeringsprogramma en welke eventuele keuzes daarin gemaakt kunnen worden. Wij volgen de ontwikkelingen nauwgezet.

Als we minder inkomsten in het gemeentefonds ontvangen of extra investeringen moeten realiseren is de insteek is om meerkosten te dekken met te verkrijgen opbrengsten.

Laag

Classificatie risico Hoog

Beheersmaatregel

Restrisico

Voor de gehele investeringsperiode is een gemaximeerd bedrag aan middelen beschikbaar. Hierbij houden we rekening met kosten van inflatie (3% op jaarbasis). In dit bedrag is een post onvoorzien van 5% opgenomen.

Er is een mogelijkheid dat de post onvoorzien onvoldoende is om tegenvallers op te vangen. Niet alleen kan de aanbesteding duurder uitvallen, maar ook kan er sprake zijn van gewijzigde wet- of regelgeving. Ter indicatie, een overschrijding van 5% op de totale investering bedraagt ca. 1,7 miljoen euro.

Classificatie restrisico Midden

Financiële risico’s Nr.

Risico

Impact

3.

Overschrijdingen

De in het IHP genoemde bedragen betreffen ‘richtbedragen’. De uitkomst van de aanbesteding zal uiteindelijk bepalen welk bedrag definitief nodig is om de voorziening te realiseren. Er kunnen gerechtvaardigde redenen zijn voor overschrijdingen van de richtbedragen. Bijvoorbeeld als bij de aanbesteding blijkt dat het project duurder uitvalt of door een gebrek aan arbeidskrachten in de bouw of bouwmaterialen. De bouwkosten op hun beurt kunnen weer worden beïnvloed door vertragingen tijdens de implementatie van het IHP.

Insteek is om meerkosten (meer dan 5%) te dekken met te verkrijgen opbrengsten uit subsidies en woningbouw.

4.

Afschrijving boekwaarden

In de financiële administratie van de gemeente zijn schoolgebouwen nog niet helemaal afgeschreven op het moment dat in het IHP een investering staat gepland.

laag

5.

Tijdelijke huisvesting P.O.

Voor het P.O. is in de ramingen geen bedrag opgenomen voor tijdelijke huisvesting in noodlokalen. Uitgangspunt is dat alles in het oude gebouw van de Ploeg, de Scheper en in College de Brink wordt opgevangen.

Midden

6.

Financiële uitsluitingen

Nog niet alle kosten zijn in beeld. In de investeringskostenramingen zijn een aantal algemene, financiële en specifieke uitsluitingen opgenomen.

Midden

Op het moment dat de concrete maatregelen voor een schoolgebouw worden uitgevoerd, zal de nog resterende boekwaarde worden afgeschreven. Dit is alleen van toepassing bij vervangende nieuwbouw (de Ploeg en een deel van de LMS). In geval van renovatie wordt geen boekwaarde afgeschreven. We zijn in nauw overleg met College de Brink over gebruik van lokalen voor de huisvesting. Hieraan gekoppeld werken we in regionaal verband aan de verplaatsing van de ISK. De kosten om ruimte in College de Brink gereed te maken voor het primair onderwijs (verhuizing, aanpassingen pand e.d.) worden begroot op 0,5 miljoen euro. Dit is betrokken in het totaal aan te vragen krediet. Verder is in het aan te vragen krediet rekening gehouden met verhuiskosten. Deze kosten worden in totaal geraamd op 250 k.

In de ontwerpfase van een project wordt in een businesscase verkend welke onvoorziene kosten van toepassing zijn. In de beschikbaar te stellen investeringsbedragen wordt een post onvoorzien opgenomen van 5%. Dit moet voldoende zijn om eventuele extra kosten te dekken.

De af te schrijven boekwaarden op de schoolgebouwen de Ploeg en LMS is per 1 januari 2025 in totaal ca. 250 k.

laag

Het is mogelijk dat we onverhoopt toch geen gebruik kunnen maken van de ruimte in College de Brink. In dat geval hebben we te maken met kosten voor noodlokalen.

Laag

Insteek is dan om deze kosten te dekken met te verkrijgen opbrengsten. Er is een mogelijkheid dat de opbrengsten onvoldoende zijn om tegenvallers op te vangen. De mogelijkheid bestaat dat de onvoorziene kosten hoger uitpakken dan de verwachte 5%. Ter indicatie, een overschrijding van 5% op de totale investering bedraagt ca. 1,7 miljoen euro. Insteek is dan om deze kosten te dekken met te verkrijgen opbrengsten. Er is een mogelijkheid dat de

Laag

7.

Geraamde opbrengsten grondverkoop

Mogelijke opbrengsten kunnen voortkomen uit woningbouw bij Laar & Berg en de bestaande locaties van OBS de Ploeg en de Scheper. Het is echter nog onzeker of deze plannen daadwerkelijk doorgang kunnen vinden en wat de opbrengsten zullen zijn.

Hoog

Het is uiteindelijk aan van de raad om de afweging te maken tussen meeropbrengsten en sociale woningbouw. Mogelijke opbrengsten worden niet begroot, maar zullen worden ingezet om eventuele tegenvallers op te vangen.

Voor woningbouw op de locaties van de Ploeg en de Scheper is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk, wat mogelijk tot vertragingen kan leiden. Hiernaast is onzeker wat de opbrengsten zullen zijn, aangezien dit in sterke mate afhankelijk is in hoeverre de woningbouw sociaal zal zijn.

8.

Mogelijke opbrengsten subsidie

Onderdeel van de planvorming bij Laar & Berg is het realiseren van een aantal villa’s op een stuk bosperceel. Hiervoor is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk, wat mogelijk tot vertragingen kan leiden. Van omwonenden is verder bezwaar te verwachten In het kader van DUMAVA (renovatieprojecten tot 30% subsidie) zullen aanvragen worden gedaan, maar hier is uiteraard geen zekerheid. De subsidie dient dan ook als mogelijke dekkingsbijdrage te worden

Over de planvorming van woningbouw zal goed overleg worden gevoerd met de omwonenden, om het draagvlak zo groot mogelijk te maken.

Hoog

Mogelijke subsidie-inkomsten worden niet begroot. Om de kans op toekenning van subsidie (DUMAVA) zo groot mogelijk te maken zal specialistische kennis worden ingehuurd.

opbrengsten onvoldoende zijn om tegenvallers op te vangen. De opbrengsten uit woningbouw worden (conservatief) geraamd op 6,4 miljoen euro. Er wordt voorgesteld om eventuele meerkosten en opbrengsten tegen elkaar weg te strepen, maar het risico bestaat dat dit negatief uitvalt. In dat geval zal aan de gemeenteraad worden voorgelegd om aanvullend krediet beschikbaar te stellen. Het risico bestaat dan dat de gemeenteraad niet akkoord gaat, wat tot gevolg kan hebben dat er geen uitvoering aan het plan kan worden gegeven, uitvoering vertraagt of gezamenlijke ambities niet gerealiseerd kunnen worden.

De te verkrijgen subsidie bedraagt maximaal 5 miljoen euro.

Laag

Laag

beschouwd en niet als zekere dekkingsbijdrage. Procesrisico’s Nr.

Risico

Impact

Classificatie risico Laag

Beheersmaatregel

Restrisico

9.

De bijdrage van de schoolbesturen aan extra kwaliteit is niet zeker.

Gemeente staat aan de lat voor de basiskwaliteit (voldoen aan eisen bouwbesluit). Aanvullende kwaliteit kan worden gerealiseerd door een bijdrage van het schoolbestuur. In de ontwerpfase van een project wordt in een businesscase verkend welke aanvullende kwaliteit (duurzaamheid en functionaliteit) kan worden gefinancierd door het schoolbestuur. Hierin is een keuze voor het schoolbestuur.

In het kwaliteitskader (2021) hebben schoolbesturen en gemeente de gezamenlijke ambities afgesproken. De ambities op het vlak van duurzaamheid en functionaliteit gaan verder dan de basiskwaliteit. Samen met de schoolbesturen zal in de ontwerpfase van het project worden verkend hoe het schoolgebouw zo toekomstbestendig mogelijk kan worden gemaakt. De bijdrage van de schoolbesturen aan aanvullende kwaliteit is in de haalbaarheidsonderzoeken becijferd op € 175,per m2 BVO (renovatie) tot € 250 per m2 BVO (nieuwbouw) In de DVO 2026 zal de benodigde capaciteit vanuit de verschillende teams worden meegenomen.

De uiteindelijke bijdrage van het schoolbestuur aan extra kwaliteit is een keuze van het schoolbestuur.

10.

Capaciteit BEL

Voor het uitvoeren van de verschillende projecten is ambtelijke capaciteit vanuit de verschillende teams binnen de BEL nodig.

Midden

11.

Inhuur

Voor het uitvoeren van de verschillende projecten is de inhuur van een externe adviseur (projectleiding en specialistische kennis) noodzakelijk.

Midden

De financiële consequenties van externe inhuur (geraamd op 75k per jaar) worden meegenomen in de beschikbaar te stellen middelen.

12.

Dekking investeringen

In een aantal schoolgebouwen (de Ploeg, Binckhorst en LMS) zijn

Midden

Voorafgaand aan de uitwerking van een project worden hierover afspraken gemaakt met de

Mogelijk kan de capaciteit vanuit de teams onverhoopt toch niet worden geleverd (ziekte, verloop, e.d.). Dit kan leiden tot vertraging of minder toezicht op kwaliteitsbewaking. Mogelijk kunnen de kosten van inhuur hoger uitpakken dan verwacht. Overschrijding zal naar verwachting niet meer dan 25-50 k per jaar bedragen. In veel gevallen zal er sprake zijn van een verhoging van

Classificatie restrisico Laag

Laag

Laag

Laag

Ruimtes kinderopvang

kinderopvang functies aanwezig. Uitgangspunt is dat ook deze gebouwdelen worden meegenomen in de renovatie of nieuwbouw plannen. Daarbij geldt dat de investeringen die voor deze gebouwdelen worden gedaan gedekt moeten worden uit huurinkomsten. Overleg met de betrokken kinderopvanginstellingen moet echter nog plaatsvinden.

13.

Gymzaal Standelkruid

14.

Eigendomsscholen

Onderdeel van het project Gooische School is de renovatie van gymzaal Standelkruid. Niet het schoolbestuur, maar de gemeente is bouwheer bij dit project en hiernaast wordt de gymzaal beheerd door de Stichting Binnensportaccommodaties Laren. Het risico bestaat dat de renovatie van de gymzaal niet goed aansluit op de projectorganisatie voor de renovatie van de school. Voor AT Scholen geldt dat het gebouw Binckhorst St. Jan 1.0 (hoofdgebouw) volledig eigendom is van het schoolbestuur. Dat positioneert een gemeentelijke investering in het gebouw in een ander perspectief. AT Scholen maakt

hurende partij, waarbij langjarige zekerheid voor de gemeente over de dekking van deze kosten moet worden gewaarborgd. De investeringen in ruimtes t.b.v. kinderopvang moeten door huurprijsverhoging minimaal kostendekkend zijn. Ook voor de kinderopvang komt er langjarige zekerheid. In de bestaande situatie is dit niet het geval, aangezien bij een groei van de school de kans bestaat dat kinderopvang voor onderwijs moet wijken.

Midden

In het project Gooische School moeten vroegtijdig team Vastgoed van de BELCombinatie en Stichting Binnensportaccommodaties Laren worden betrokken. In het DVO 2026 wordt met inzet rekening gehouden.

Midden

Voorafgaande aan de uitwerking van de projecten zullen met AT-scholen afspraken worden gemaakt over de financiële uitwerking (d.w.z. een eenmalige bekostiging of een jaarlijkse vergoeding).

de huur ten opzichte van de bestaande situatie. Mogelijk is een kinderopvanginstelling niet bereid de nieuwe huurprijs te accepteren of wordt onderhandeld over een kleiner te huren oppervlak. De benodigde investeringen in ruimte voor kinderopvang bedragen in totaal ca. 1,1 miljoen euro. De precieze berekeningen moeten nog plaatsvinden, maar grofweg zal een kostendekkende netto huurprijs minimaal 120 euro per m2 bedragen. Mogelijk kan de capaciteit vanuit het team Vastgoed onverhoopt toch niet worden geleverd (ziekte, verloop, e.d.). Dit kan leiden tot vertraging of minder toezicht op kwaliteitsbewaking.

In het geval van een eenmalige vergoeding moeten we rekening houden met ca. 2,53 miljoen euro voor Binckhorst St. jan 1.0.

Laag

Laag

graag met de gemeente afspraken over hoe zij zelf de financiering voor de investering kan verzorgen, waarbij de gemeente jaarlijks een bedrag per leerling gebaseerd op de vergoeding (niet geoormerkt) vanuit het Rijk dat in het gemeentefonds wordt uitgekeerd.

15.

Risico’s tijdens projectfase

Over de nieuwbouw van het IGVO gebouw op de campus van Laar & Berg is AT Scholen ook in gesprek met de gemeente. Ook dit gebouw zal volledig eigendom worden van het schoolbestuur. Voor dit gebouw kan een soortgelijke afspraak worden gemaakt. De opgave voor de komende jaren is groot. Er zijn maatregelen nodig op verschillende vlakken als (vervangende) nieuwbouw en renovatie. Dit vraagt wat van de schoolbesturen en van de gemeente. Het risico bestaat dat de uitvoering van de projecten vertraging oploopt als gevolg van onvoorziene omstandigheden. Ook is er het risico dat de sturing en governance tekort schiet, waardoor de gemeente zijn grip op het programma verliest en het college niet meer tijdig kan bijsturen.

Hoog

De benodigde bedragen voor de investeringen in de betreffende schoolgebouwen zullen worden meegenomen in het beschikbaar te stellen krediet.

Voor de nieuwbouw IGO bij Laar & Berg gaat het om 4 miljoen euro. Als we uitgaan van een jaarlijkse vergoeding aan het schoolbestuur moeten we rekening houden met minimaal € 75,- euro per m2 per jaar.

Wij delen de opgaven uit het IHP met de schoolbesturen. Schoolbesturen en gemeente werken samen aan de uitvoering van het plan. Hiervoor zal een adequate projectorganisatie worden ingericht. Het schoolbestuur heeft hierbij een uitvoerende rol en de gemeente en toetsende/adviserende rol. Weliswaar ligt het bouwheerschap bij de scholen, maar de gemeente is nauw betrokken bij de projecten.

Mogelijk is dat gemeente en/of schoolbestuur onverhoopt onvoldoende capaciteit beschikbaar kunnen stellen. Dit kan leiden tot vertraging of minder toezicht op kwaliteitsbewaking. Zelfs met een adequate projectorganisatie kunnen er vertragingen optreden door onvoorziene omstandigheden.

Vooraf maken de gemeente en de scholen (de bouwheer) concrete afspraken over hoe mogelijke vertragingen en overschrijdingen kunnen worden afgedekt en met name door wie. Schoolbesturen en gemeente ondertekenen per project een afsprakenbrief (bouwrealisatieovereenkomst) met daarin de risico’s op het gebied van de te realiseren vierkante meters, budget, randvoorwaarden op het vlak van woningbouw, verkeer, planning en

Midden

plantoetsing als ook de toekomstige eigendomsverhoudingen en oplevering. Hiernaast worden concrete afspraken gemaakt over tussenrapportages, mijlpalen en ijkmomenten. In de projectorganisatie is risicobeheersing een vast punt van overleg. Tijdens de implementatie zullen gemeente en scholen periodiek overleg voeren over de voortgang en om mogelijke knelpunten te constateren en weg te nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15633891/1