Bijlage 2 2 - Financiële afspraken behorende bij DVO
Tekst van het document
Bijlage 2 behorende bij de DVO Individuele voorzieningen Sociaal Domein HBEL 2026 Deze bijlage betreft een nadere uitwerking van de Dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeenten Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren, vastgesteld op …………. 2026. In deze bijlage zijn de financiële afspraken verder uitgewerkt. Pilots en projecten(kosten) vallen buiten deze dienstverleningsovereenkomst; hier worden separate afspraken over gemaakt. Artikel 1. Planning & Control Cyclus 1. Jaarlijks worden afspraken over de planning en controlcyclus (financieel en beleidsmatig) vastgelegd in een werkagenda die integraal onderdeel uitmaakt van de dienstverleningsovereenkomst. De werkagenda en de daarin opgenomen werkafspraken vormen samen een onlosmakelijk onderdeel van deze overeenkomst. 2. De voorbereiding en ter beschikking stellen van de werkagenda: a. De werkagenda wordt jaarlijks vóór aanvang van het nieuwe begrotingsjaar in het overleg van het MT HBEL vastgesteld. b. De voorbereiding geschiedt in overleg tussen de public controllers en adviseurs bedrijfsvoering centrumgemeente en de accounthouder BEL-gemeenten. 3. De werkagenda omvat tenminste de volgende vaste onderdelen: a. de adviseurs bedrijfsvoering van centrumgemeente verstrekt viermaal per jaar managementinformatie aan de gastgemeenten over het gebruik van de individuele voorzieningen binnen het sociaal domein; b.
de gastgemeenten worden elk kwartaal geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen de individuele voorzieningen aan de hand van een dashboard; c. de centrumgemeente is uitdrukkelijk niet verantwoordelijk voor de verwerking van de managementinformatie en prognoses in de begrotingen van de gastgemeenten. De gastgemeenten verklaren zelf de verschillen tussen hun primaire begroting en de jaarrekening; d. de centrumgemeente levert tijdig de benodigde informatie aan opdat de gastgemeente haar verantwoordingsplicht kan uitvoeren in de jaarrekening en zij ter zake kan verklaren dat de uitgaven rechtmatig en getrouw zijn gedaan. Artikel 2. Verdeelsleutel kosten dienstverlening 1. De kosten voor de dienstverlening (apparaatskosten) worden verdeeld aan de hand van de volgende verdeelsleutels. Voor Eemnes zijn verdeelsleutel c Lokale Begeleiding 18- en d Jeugd niet van toepassing, omdat Eemnes Jeugdhulp en begeleiding belegd heeft in de regio Amersfoort dan wel zelf uitvoert: a.
Participatiewet: De totale hoeveelheid bijstandsuitkeringen, waaronder de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), wordt vastgesteld op basis van het totaal aantal verstrekte uitkeringen in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar. b. Lokale Begeleiding 18+: Het totaal aantal unieke cliënten dat ondersteuning ontvangt in het kader van lokale begeleiding voor personen van 18 jaar en ouder wordt vastgesteld op basis van het aantal unieke cliënten in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar. c. Lokale Begeleiding 18-: Het aantal unieke cliënten onder de 18 jaar dat ondersteuning ontvangt in het kader van lokale begeleiding wordt vastgesteld op basis van het aantal cliënten in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar. d. Jeugd: Overige Voorzieningen: Het totaal aantal verleende voorzieningen in het kader van jeugdhulp, zowel ZIN als PGB, wordt vastgesteld op basis van de verstrekte voorzieningen in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar. Dit omvat jeugdreclassering, jeugdbescherming, drangmaatregelen, jeugdhulp met verblijf en jeugdhulp zonder verblijf.
e. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo): Overige Voorzieningen: a. Het totaal aantal verstrekte Wmo-voorzieningen, zowel Zorg in Natura (ZIN) als Persoonsgebonden Budgetten .(PGB), in de categorieën rolstoelen, wonen, vervoer en Beschermd Wonen, wordt berekend op basis van de cijfers van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar. b. Het totaal aantal lopende voorzieningen per 31 december in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar wordt vastgesteld voor Huishoudelijke Hulp en Wmo-begeleiding. 2. De integrale kostprijs van de dienstverlening (apparaatskosten) wordt berekend op basis van: a. De directe salariskosten van bij Centrumgemeente in dienst ten gunste van de uitvoering van de GR en bijbehorende dienstverleningsovereenkomst. b. Voor berekening van de overhead is de Notitie Overhead van de Commissie Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en provincies (BBV) uitgangspunt. De overhead bestaat uit de kosten van de PIOFACH functies: personeel, informatisering en automatisering, organisatie, financiën, archivering, communicatie en huisvesting, zoals vermeld in art. 3.3.1 BBV. 3. De kosten van dienstverlening (apparaatskosten) worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de door de Centrumgemeente vastgestelde Nota van Uitgangspunten. 4.
Jaarlijks worden de apparaatskosten vastgesteld in het overleg van de gemeentesecretarissen. Artikel 3. Budgetafwijkingen 1. In gevallen waarin een individuele voorziening voor een inwoner een bedrag van €100.000 of meer op jaarbasis bedraagt, worden de verantwoordelijke bestuurders van de Gastgemeenten vooraf geïnformeerd. 2. Indien afwijkingen leiden tot een bijstelling van de begroting door de gemeenteraad, ligt de verantwoordelijkheid voor deze bijstelling bij de Gastgemeenten. Pas nadat de besluitvorming over de bijstelling heeft plaatsgevonden, kan de Centrumgemeente deze wijziging verwerken in de eigen begroting. 3. Eventuele (financiële) gevolgen van het niet, niet volledig, of te laat overnemen en verwerken van door Centrumgemeente voorgestelde begrotingswijzigingen door één van de Gastgemeenten, komen voor rekening van de betreffende Gastgemeente. 4. Toevoegingen aan het gemeentefonds zijn in principe zonder specifieke besteding, maar worden vaak wel gekoppeld aan een bestedingsbestemming. Bij ontvangst van middelen die betrekking hebben op de taken binnen de individuele voorzieningen sociaal domein, worden deze, op verzoek van de Centrumgemeente, door de Gastgemeenten gereserveerd voor gebruik door de Centrumgemeente.
Bij nieuwe taken, zal de Centrumgemeente, zo spoedig mogelijk na ontvangst van deze middelen, een voorstel doen voor het gebruik van deze middelen en in hoeverre ze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken. Artikel 4. Financiën en facturering apparaatskosten 1. De Centrumgemeente berekent de integrale apparaatskosten die voortvloeien uit de werkzaamheden op basis van deze regeling. Onder apparaatskosten verstaan we de totale kosten voor de uitvoering van de werkzaamheden, zoals nader uitgewerkt in artikel 2 lid 2 van deze bijlage. 2. Aan het einde van het boekjaar vindt door Centrumgemeente de daadwerkelijke afrekening plaats van de kosten voor het gebruik van de voorzieningen. 3. De vaststelling van de in lid 1 genoemde apparaatskosten vindt jaarlijks plaats, voorafgaande aan het lopende boekjaar, op basis van een begroting die vóór 1 mei wordt opgesteld. Deze begroting wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeentesecretarissen. 4. Er wordt geen nacalculatie uitgevoerd op basis van de daadwerkelijk gemaakte apparaatskosten; de vooraf vastgestelde begroting. De verdeling van de apparaatskosten tussen de Gastgemeenten en de Centrumgemeente, zoals genoemd in lid 1, wordt gespecificeerd in de bijlage 2 van deze dienstverleningsovereenkomst. 5. Indien over de apparaatskosten BTW verschuldigd is, zal de Centrumgemeente deze belasting doorberekenen aan de Gastgemeenten.
De Centrumgemeente factureert jaarlijks de apparaatskosten, welke door de Gastgemeenten in kwartaaltermijnen voldaan dienen te worden.
Artikel 4a. Financiën en facturering voorzieningen 1. De Centrumgemeente factureert daarnaast per kwartaal op basis van de verwachte kosten voor voorzieningen, die door de Gastgemeenten per kwartaal voldaan dienen te worden. 2. Aan het einde van het boekjaar verzorgt de Centrumgemeente de definitieve afrekening voor de daadwerkelijke kosten van het gebruik van de voorzieningen.