BIJLAGE 2 1 - HBEL ontwikkelagenda
Tekst van het document
Bijlage 1: HBEL ontwikkelagenda sociaal domein 2023-2024 HBEL-stappen om de visie op de samenwerking te realiseren Basisprincipe 1: Met preventie zetten we in op het vergroten van kansen en versterken van individuen en de samenleving als geheel. Zo willen we zwaardere problemen en ondersteuning voorkomen. En Basisprincipe 2: we versterken de sociale basis, waarbij mensen oog hebben voor elkaar en er ruimte is voor diversiteit Preventie en de sociale basis worden grotendeels door de individuele gemeenten vormgegeven. Onder meer via de lokale beleidsplannen, lokale sport- en preventieakkoorden die samen met lokale partijen zijn opgesteld en buurtsportcoachregelingen. In 2023 zal dit door de gemeenten verder worden uitgewerkt via gemeentelijke plannen van aanpak die gemeenten gaan opstellen in het kader van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en de bijbehorende subsidieregeling, de brede SPUK. Deze lokale inzet past bij de verschillende karakters van de gemeenten en hun eigen lokale netwerken en initiatieven.
De visie beschrijft een aantal zaken waarop de HBEL uitvoeringsdienst kan inzetten in het kader van preventie. Deze inzet heeft nu al grotendeels een plek in de HBEL uitvoeringsdienst. Er wordt wel extra ingezet op preventie in relatie tot schulden. Dit wordt op HBEL-niveau uitgewerkt via een nieuw beleidsplan schuldhulpverlening. Vervolgtrajecten Wat 1. Preventie in relatie tot schulden
Hoe uitwerking Beleidsplan schuldhulpverlening
Wanneer 4e kwartaal 2023
Raadsbesluit Ja
Basisprincipe 3: Mensen die het niet zelfstandig redden, krijgen passende ondersteuning gericht op het (weer) binnen hun mogelijkheden zelfstandig oppakken van hun leven. Wat gaan we in HBEL-verband doen: Vervolgtrajecten Wat 1. Waar nodig, de in de visie benoemde kaders borgen. We kijken ook naar mogelijkheden om de verordening sociaal domein in meer eenvoudige taal op te schrijven. 2. Afhankelijk van inhoud van nieuwe Jeugdwet, reikwijdte van jeugdhulp duidelijker afkaderen. 3. Bij de uitwerking van het lokale team (zie principe vier) besteden we aandacht aan de zichtbaarheid en bereikbaarheid van de uitvoeringsdienst, zowel digitaal als fysiek.
Hoe uitwerking
Wanneer
Indien nodig, aanpassing van de verordening sociaal domen, beleidsregels en dienstverleningsmodel van de HBEL uitvoeringsdienst (voor dienstverleningsmodel geen raadsbesluit nodig). Indien nodig, aanpassing van de verordening sociaal domen en beleidsregels. Uitwerking volgt met het ontwikkeltraject naar het lokale team. Zie principe 4.
p.m.
Raadsbesluit Ja
p.m.
Ja
p.m.
Nee
1
4. We onderzoeken de verschillende mogelijkheden voor nazorg. Dit wordt, waar nodig en mogelijk, nadrukkelijker ingebed in het werk van consulenten en gemeentelijke begeleiders.
Werkwijze borgen in het dienstverleningsmodel van de HBEL uitvoeringsdienst. Indien dit gevolgen heeft voor de benodigde capaciteit, volgt hiervoor een voorstel.
2024
Nee
n.n.b.
Ad 2: We houden de landelijke ontwikkelingen om de jeugdhulp te begrenzen, in de gaten. Nadat duidelijk is wat de nieuwe Jeugdwet aan afkadering biedt en welke ruimte deze laat voor lokale invulling, kunnen we bekijken welke aanpassingen in de verordening en beleidsregels nodig en mogelijk zijn. Hierbij kijken we onder meer naar: - Afkadering van de verantwoordelijkheid van de gemeente. - Welke ondersteuning normaal gezien past bij de taak van een opvoeder en wat de rol van de gemeente is (gebruikelijke en boven gebruikelijke hulp). - Aanscherpen dat onze inzet primair is gericht op het versterken van de opvoedingsvaardigheden van de ouders, zodat zij zelf problemen kunnen oppakken, en onze inzet daarmee niet direct gericht is op de ontwikkeling van de jeugdigen. Ad 3: Zichtbaarheid en toegankelijkheid zijn belangrijke ontwikkelpunten. Met de doorontwikkeling van het lokaal team van de HBEL-gemeenten, wordt ook bekeken wat de beste manier is om de dienstverlening van de uitvoeringsdienst zichtbaar en bereikbaar te maken. Zowel fysiek als digitaal.
Basisprincipe 4: Passende basisondersteuning is lokaal en laagdrempelig beschikbaar. Dit omvat het grootste deel van de professionele inzet. En Basisprincipe 5: Voor de meest kwetsbare mensen is passende specialistische ondersteuning beschikbaar.
Wat we gaan doen om deze principes te realiseren: 1. We versterken de basisondersteuning. Dat doen we om het grootste deel van de mensen via de basisondersteuning te helpen, om de groeiende vraag naar ondersteuning op te vangen en om meer complexe problematiek lokaal te kunnen ondersteunen. De versterking bestaat onder meer uit: o het opschalen en doorontwikkelen van de inzet van onder meer de lokale begeleiders en POH-er jeugd ggz naar het lokale team nodig; o het integreren van de rollen van vraagverheldering, hulpverlening en opschalen in het team; o het zelf bieden van lichte ondersteuning centraal stellen in plaats van fungeren als toegang en doorverwijzen naar hulp; o het doorlopend onderhouden van de samenwerking in lokale netwerken. Waar nodig aanpassen van (werk)afspraken met andere partijen die basisondersteuning leveren aan inwoners, zoals Versa en Jeugd en Gezin. Afspraken zijn gericht op het gezamenlijk zo goed mogelijk ondersteunen van inwoners, hiervoor gezamenlijk een passend aanbod van diensten hebben en het voorkomen van dubbelingen in de dienstverlening. De subsidie- en/of prestatieafspraken met de diverse partijen in deze netwerken zijn een verantwoordelijkheid van de individuele gemeentel. Dit wordt niet vanuit de HBEL-uitvoeringsdienst uitgevoerd.
Hiermee hebben de individuele gemeenten een belangrijke rol in het faciliteren van de samenwerking van partijen in deze netwerken. 2
2. De huidige criteria om geïndiceerde begeleiding in te zetten, zijn gebaseerd op kenmerken van de client. Bijvoorbeeld: het niet in staat zijn om zonder hulp zelfstandig te wonen. Vanuit het uitgangspunt dat mensen zoveel mogelijk door basisondersteuning geholpen worden, is het passender om een vraag voor indicatie te toetsen aan de benodigde ondersteuning. Geïndiceerde, specialistische ondersteuning is dan beschikbaar wanneer de kennis en kunde van de basisondersteuning onvoldoende is. Mogelijke criteria hiervoor zijn het risico van agressie, of specifieke kennis van probleemgedrag/somatische/psychische stoornissen wanneer deze kennis essentieel is voor ondersteuning. Samen met aanbieders van gespecialiseerde begeleiding onderzoeken we de gewenste criteria. 3. De visie beschrijft dat basisondersteuning een groot deel van de totale professionele ondersteuning omvat. Het beoogde aandeel van geïndiceerde, specialistische ondersteuning is kleiner dan nu het geval is. Hierbij beogen we ook dat geïndiceerde ondersteuning geleverd wordt door een overzichtelijk aantal aanbieders, en dat (prestatie)afspraken zijn gericht op samenwerking tussen de partijen die specialistische - en basisondersteuning bieden.
Dit alles betekent dat het wenselijk is om de huidige regionale inkoop-afspraken te herzien.1 Hierbij is zorgvuldigheid belangrijk, waarbij rekening wordt gehouden met de gevolgen voor cliënten, de huidige aanbieders en de gemaakte afspraken en regels over het tussentijds aanpassen of opzeggen van afspraken. 4. De HBEL-focus van de transformatie lag tot nu toe op de Wmo- en Jeugd-begeleiding. Met de aanpassingen in de Jeugdwet komt ook de opdracht om lichte (ggz) jeugdhulp vanuit het lokale team te bieden. De al ingezette koers van poh-er jeugd ggz en de onderwijs-zorgarrangementen passen in deze nieuwe ontwikkeling. Ook bij de jeugdhulp is de visie dat geïndiceerde ondersteuning op de basisondersteuning aansluit, zoals hierboven omschreven. Dat betekent dat het ook hier wenselijk is om de regionale inkoopafspraken te herzien. Daarnaast is een gevolg van de aangepaste Jeugdwet dat de samenwerking tussen het lokale team en regionale veiligheidsteams uitgewerkt moet worden. 5. Er zijn diverse regionale initiatieven om de samenwerking tussen het gemeentelijke domein en andere domeinen te versterken. De samenwerkingsagenda’s met scholen, huisartsen, Zilveren Kruis en de Regionale Zorgvisie zijn hier voorbeelden van. Praktijkondersteuners bij huisartsen (POH-ers) zijn een belangrijke schakel in de lokale samenwerking tussen gemeenten en huisartsen.
We sluiten aan bij deze ontwikkelingen. Op deze manieren streven we naar het versterken van een integrale aanpak op casusniveau. Vervolgtrajecten Wat
Hoe uitwerking
1. Doorontwikkelen van de HBEL Onder meer via een uitvoeringsplan uitvoeringsdienst naar het werken voor de uitvoeringsdienst en de vanuit het lokale team en samenwerking met (lokale) partijen, doorontwikkeling van de en via het dienstverleningsconcept samenwerking met lokale partijen. van de uitvoeringsdienst. 2 + 3. Doorontwikkeling van de - Plan van aanpak inzet diverse (regionaal) ingekochte individuele vormen van begeleiding: voorzieningen. Om te beginnen met beschrijving proces en eindsituatie. de ingekochte Wmo-begeleiding, Daaruit waarschijnlijk volgend: - Opzeggen lopende afspraken hierop hebben we als HBEL al in 2020 de beoogde ontwikkeling - Nieuwe afspraken met aanbieders ingezet. specialistische ondersteuning
Wanneer 20232024
20232025
Raadsbesluit Nee
Niet noodz akelijk
1 Voor meer informatie over hoe een inkooprelatie is vorm te geven, zie onder meer: Drie
uitvoeringsvarianten · Ketenbureau i-Sociaal Domein 3
4. Transformatie van de Jeugdhulp die deels regionaal wordt opgepakt, onder meer via het ontwikkelen van Regionale veiligheidsteams en verplichte regionale inkoop van gespecialiseerde ondersteuning. 5. Samenwerking versterken met onder meer huisartsen, zorgverzekeraar, scholen
- Nieuwe afbakening inzet lokaal team en specialistische ondersteuning Regionale trajecten
Diverse samenwerkingsafspraken en bijbehorende uitvoeringsagenda’s
Nog niet bekend
Nog niet beken d
Lopend
Nee
Basisprincipe 6: We doen een stapje extra voor specifieke doelgroepen.
Niet iedereen heeft ondersteuning vanuit de overheid nodig voor een goede uitgangspositie in de samenleving. Het uitgangspunt van ondersteuning blijft het bieden van individueel maatwerk in de dienstverlening, met name bij de basis- en aanvullende ondersteuning. Hierbij valt niemand buiten de boot. Bij benoemen van groepen is het niet altijd mogelijk ver vooruit te kijken. Economische of maatschappelijke ontwikkelingen die niet te voorspellen zijn, kunnen grote gevolgen hebben. Zo bleek ook de afgelopen jaren. Op dit moment zien we de volgende groepen die extra aandacht vragen: Wie
Specifieke aandacht voor Jeugd en gezinnen
Jongeren met mentale problemen (toename van deze groep)
Mogelijkheden preventie/vergroten mentale weerbaarheid
Jongeren/gezinnen met meervoudige problemen
Doen wat nodig is, voorbij de bureaucratie, integrale domein-overstijgende aanpak.
Groepen waarvoor nu vooral gespecialiseerde ondersteuning ingezet wordt (onder meer hoogbegaafde jongeren, jongeren met autisme, gezinnen/jongeren in situatie van echtscheidingen)
Verkennen meer mogelijkheden in basisondersteuning en/of groepsgewijze inzet, in plaats van gespecialiseerde individuele ondersteuning
volwassenen: werk, inkomen, armoede, schulden Gezinnen met een laag inkomen/bijstand Signaleren/bereiken van de gezinnen en passende ondersteuning bieden, in belang van goede start kind. Nieuwe groepen met risico op schulden of Inzetten op preventie en signaleren/bereiken van armoede: zzp-ers, jongeren met schulden deze mensen. Mensen die behoefte hebben aan Voor deze mensen voldoende passende werkplekken met begeleiding en werk(ervarings)plekken, zoals plekken bij sociaal statushouders die behoefte hebben aan ontwikkelbedrijven, beschut werk en/of plekken werkplekken waar taalontwikkeling mogelijk met mogelijkheden voor taalontwikkeling. is.
4
Volwassenen: participatie/zinvol deelnemen aan samenleving Mensen die moeilijk mee komen in de Vergroten van de lokale basisondersteuning in (steeds complexere) samenleving, met name plaats van aanvullende/specialistische mensen met psychosociale, ggz of lvbondersteuning. problemen, steeds meer jongvolwassenen. Volwassenen: mensen die te maken hebben met een stapeling/combinatie van problemen Mensen met een hoog risico op stapeling Preventie, met aandacht voor diverse leefgebieden van problemen zoals lage SES-groepen zoals inkomen, gezondheid, onderwijs, huisvesting Mensen/gezinnen waar problemen stapelen Doen wat nodig is, voorbij de bureaucratie, op een combi van terreinen zoals integrale domein-overstijgende aanpak. werk/opleiding/mentale problemen/lichamelijke gezondheid/huisvesting/financiën-armoede. Volwassenen met ondersteuning vanuit Versterken samenwerking met verzekeraars, gemeentelijk domein en verzekerde en huisartsen, 1e lijn. langdurige zorg. Senioren: participatie Ouderen met fysieke problemen, ouderen Vergroten van de lokale basisondersteuning in psychogeriatrische/ geheugen/dementie plaats van aanvullende/specialistische ondersteuning. Ouderen met combinatie gemeentelijke Versterken samenwerking met verzekeraars, zorg/mantelzorg/verzekerde zorg/langdurige huisartsen, 1e lijn.
zorg/chronische ziekte/thuiswonend Alle leeftijden Mantelzorgers, eenzaamheid, laaggeletterden
Inzetten op bereiken/signaleren van mensen.
De concrete uitwerking van deze punten is onderdeel van de HBEL-trajecten die bij eerdere principes zijn benoemd, zoals het beleidsplan schuldhulp, doorontwikkeling van het lokale team, samenwerkingsafspraken met externen. Daarnaast gaat het deels om inzet op preventie en de sociale basis wat lokale taken zijn.
Basisprincipe 7: Lokaal wat kan, regionaal wat moet of specifieke voordelen biedt.
Wat gaan we doen: een verkenning van verdere HBEL-samenwerking: - Het opschalen van het lokale begeleidingsteam en de doorontwikkeling naar het lokale team pakken we als HBEL op vanuit de uitvoeringsdienst. Het versterken van daaraan nauw verbonden basisondersteuning, zoals inzet van Versa of de JGZ, pakken we nu niet als HBEL op. Een gezamenlijke opdracht en sturing op deze onderdelen kan zorgen voor een goede aansluiting en efficiënte inzet. - Inzet op preventie en de sociale basis pakken gemeenten nu afzonderlijk op. In 2023 moeten gemeenten een plan maken voor inzet op deze onderdelen (plan van aanpak in het kader van het GALA en de brede SPUK). Dat is een logisch moment om te kijken of de HBEL op onderdelen dezelfde inzet voor ogen hebben en of samenwerking hierop meerwaarde heeft. - In de Regio Gooi en Vecht werken gemeenten samen in programma’s die op het niveau van de regio of het niveau van uitvoeringsorganisaties een zelfde implementatie hebben. In de uitwerking is er dan voor Huizen en de BEL gemeenten geen verschil. Bij de p-wet hebben we één ambtelijk deelnemer vanuit de HBEL (in regieteam Participatiewet). Levert het winst op door bij Wmo en Jeugd (ambtelijk beleidsmatig) vanuit de HBEL vanuit 1 opdracht deel te nemen, waaruit 1 HBEL-uitvoering volgt?
5
Vervolgtrajecten Wat 1. Ambtelijke HBEL verkenning van kansen voor verdere HBEL-samenwerking: nieuwe thema’s waarop we vanuit 1 HBEL-opdracht en 1 HBELuitwerking werken.
Hoe uitwerking Verkenning
Wanneer 2e kwartaal 2023
Raadsbesluit Nee
Basisprincipe 8: Sturen op resultaten. Zicht en grip op aantallen, kosten, kwaliteit en tevredenheid, op basis van monitoring en evaluatie.
Wat is nodig om de voortgang op de visie te kunnen monitoren en te sturen? - Inzicht in de ontwikkeling van de opgaves: • Hiervoor zijn indicatoren benoemd in de visie. Een deel van de indicatoren en streefwaarden moet nog ontwikkeld worden. Indicatoren en streefwaarden moeten inzicht leveren in de aard, omvang en ontwikkeling van de opgaves. • We maken zoveel mogelijk gebruik maken van al beschikbare data, zoals waarstaatjegemeente.nl en het CBS. - Inzicht is nodig in de mate waarin we onze principes hebben gerealiseerd. Ook hiervoor zijn in de visie indicatoren benoemd. Een deel van de indicatoren moet nog ontwikkeld of geïmplementeerd worden. Streefwaarden moeten nog ontwikkeld worden. - Voor meer inzicht in de kwaliteit van, en tevredenheid over, de ondersteuning moeten niet alleen indicatoren, maar ook een werkwijze worden ontwikkeld voor het verzamelen van de gegevens. - Inzicht ontsluiten we via het dashboard sociaal domein, jaarrapportages en prognoses. De beoogde verschuiving naar meer inzet van basisondersteuning zonder indicatie, vraagt om een doorontwikkeling van het dashboard (en de systemen en werkprocessen er achter). - Voor zicht op verwachte inzet en kosten in de toekomst, is een inschatting wenselijk van de benodigde inzet en kosten in de toekomst. Hiervoor is relevant: • Een verdere ontwikkeling van beschikbare tools.
• Inzicht in autonome effecten (zoals de bevolkingstoename of -afname, vergrijzing) en deze betrekken bij de verwachtte inzet en kosten. - Gegevens moeten niet alleen beschikbaar zijn. De organisatie moet deze data structureel gebruiken. Met het ontwikkelen van de data wordt het datagedreven werken verder ingebed in de planning en conctrolcyclus. - Met capaciteit van bedrijfsvoering is nu bepekt. Om de beschreven punten op te pakken, wordt een voorstel gemaakt met de planning en benodigde capaciteit, kennis en kunde. Vervolgtrajecten Wat Inzicht in de ontwikkeling van de opgaves en van de transformatie op stelsel-niveau.
Hoe uitwerking Verdere ontwikkeling van het dashboard, rapportages en prognoses. Voorstel voor benodigde inzet en ontwikkelacties.
Wanneer Raadsbesluit 2023nee 2025
6