CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 1b - Toelichting

Commissie Ruimte en Infrastructuur 13 november 2024, gemeente larenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan en woningbouwproject Eemnesserweg19.854 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN DIACONAAL WOONPROJECT LAREN vastgesteld

ruimte voor ideeën

Diaconaal woonproject Laren

Inhoudsopgave Bijlage Toelichting

3

Bijlage 1

Archeologisch onderzoek

4

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

49

Bijlage 3

Flora en Fauna

87

Bijlage 4

Memo Stikstofdepositie

98

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek

118

Bijlage 6

Waterparagraaf

151

(vastgesteld) Diaconaal woonproject Laren NL.IMRO.0417.BPdiaconaalwoonprj-Va01

2 - 169

Bijlage Toelichting

(vastgesteld) Diaconaal woonproject Laren NL.IMRO.0417.BPdiaconaalwoonprj-Va01

3 - 169

Bijlage 1

Archeologisch onderzoek

(vastgesteld) Diaconaal woonproject Laren NL.IMRO.0417.BPdiaconaalwoonprj-Va01

4 - 169

Transect-rapport 4074 Laren, Eemnesserweg (ong.) Gemeente Laren (NH) Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

Auteur Versie Projectcode Transect Projectcode Stantec Datum Opdrachtgever

T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl

Onderzoeksmelding Bevoegde overheid Adviseur bevoegde overheid

A.I. ten Have-Gareman Versie 1.1 22020027 20220089/04.0 18-05-2022 Stantec b.v. Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout Transect Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein 5269467100 Gemeente Laren NMF Erfgoedadvies

Status Beheer documentatie

Nog te beoordelen door de bevoegde overheid Transect, Nieuwegein

Voorblad

Foto van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (25-05-2022)

Uitvoerder

Autorisatie Naam Drs. T. Nales Senior KNA-prospector

Datum

Paraaf

10-06-2022

ISSN: 2211-7067

© Transect, Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Samenvatting In opdracht van Stantec b.v. heeft Transect in mei 2022 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Eemnesserweg in Laren (gemeente Laren). Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken is het specificeren van de archeologische verwachting van het plangebied en het toetsen en aanvullen van deze verwachting door middel van waarnemingen in het veld. Op basis van het archeologisch vooronderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: • Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op de flank van een stuwwal ligt, in een gebied met gordeldekzandwelvingen die zijn afgedekt met een oud landbouwdek. Op grond van de ouderdom en karakteristieken van de verwachte afzettingen in het gebied, kunnen in het plangebied theoretisch gezien vindplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum – Late Middeleeuwen aanwezig zijn. In de nabije omgeving van het plangebied zijn vondsten bekend uit het Mesolithicum, Neolithicum, Bronstijd, de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Op basis van historische kaarten kan worden gesteld dat het plangebied niet bebouwd is geweest vanaf 1811, waarmee de verwachting op archeologische resten uit de Nieuwe Tijd laag is.

• Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is de hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek naar laag bij te stellen. Het blijkt namelijk dat de stuwwalafzettingen in het plangebied waarschijnlijk afgegraven zijn. Dit valt af te leiden aan de abrupte overgang tussen de humeuze bovengrond en de oorspronkelijke afzettingen, het ontbreken van sporen van bodemvorming in de top van de stuwwalafzettingen en de losse pakking van de humeuze bovengrond, die de indruk wekt dat de laag teruggestort is. De afgraving verklaart ook de lage ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving, zoals in Hoofdstuk 6 is besproken. De afgraving heeft in ieder geval geleid tot een diepe verstoring van de ondergrond, waarmee archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Late Middeleeuwen niet meer te verwachten zullen zijn Advies In het plangebied bestaat het voornemen nieuwe woningen te realiseren. Op basis van het archeologisch onderzoek geldt een lage archeologische verwachting. Vanwege de hoge mate van verstoring zullen als gevolg van de realisatie van de plannen geen archeologische waarden in het gebied worden verstoord. Er bestaan dus vanuit archeologisch opzicht geen belemmeringen, daarom adviseren wij het plangebied ten behoeve van de nieuwbouw vrij te geven.

Wel geldt dat op het moment tijdens de werkzaamheden toch waardevolle archeologische vondsten (toevalsvondsten) worden gedaan, deze op grond van de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de gemeente moeten worden gemeld. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Laren) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

Inhoud 1.

Aanleiding

1

2.

Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek

2

3.

Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied

3

4.

Planvorming en consequenties toekomstig gebruik

5

5.

Beleidskader

6

6.

Landschap, geomorfologie en bodem

7

7.

Beschrijving bekende archeologische kenmerken

9

8.

Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen

11

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting

16

10.

Resultaten veldonderzoek

18

11.

Beantwoording onderzoeksvragen

20

12.

Conclusie en Advies

21

13.

Geraadpleegde bronnen

22

Bijlage 1.

Archeologische periode-indeling voor Nederland (conform ABR)

24

Bijlage 2.

Archeologische verwachtingskaart van de gemeente Laren

25

Bijlage 3.

Geomorfologische kaart

27

Bijlage 4.

Maaiveldhoogte

28

Bijlage 5.

Maaiveldhoogte detail

29

Bijlage 6.

Geologische kaart

30

Bijlage 7.

Bodemkaart

31

Bijlage 8.

Archeologische waarden en informatie

32

Bijlage 9.

Boorpuntenkaart

33

Bijlage 10.

Foto’s van boringen

34

Bijlage 11.

Boorbeschrijvingen

35

1. Aanleiding In opdracht van Stantec b.v. heeft Transect1 in mei 2022 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Eemnesserweg in Laren (gemeente Laren). De aanleiding voor het onderzoek vormt de wijziging van het bestemmingsplan ten behoeve van de nieuwbouw van zeven woningen in het plangebied. In het plangebied geldt in het bestemmingsplan Centrum Laren (2018) een Waarde – Archeologie 3. Vanwege deze aanduiding is een archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen die groter zijn dan 200 m2 en die dieper reiken dan 30 cm -Mv. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen ingrepen in het plangebied (meer dan 200 m2 en dieper dan 30 cm -Mv) archeologisch vooronderzoek nodig is. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 en het Plan van Aanpak (Ten Have-Gareman, 2022).

1 Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door

middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.

1

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit diverse voorhanden historische kaarten. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbare geologische en geomorfologische kaarten geraadpleegd. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied.

Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens (verkennende fase). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O). Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen: • Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? • Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? • In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? • Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegd gezag een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure.

Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.1 (KNA 4.1).

2

3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Gemeente

Laren

Plaats

Laren

Toponiem

Eemnesserweg (ong.)

Kaartblad

32A

Centrumcoördinaat

144.216 / 474.170

Binnen het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische, (cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat een straal van circa 500 meter rond het plangebied. Het plangebied ligt aan de Eemnesserweg in Laren (gemeente Laren). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Kadastraal omvat het plangebied het grootste deel van perceel LRN01 Sectie G nummer 3681 en een klein deel van nummer 1502. Het plangebied wordt aan de noordzijde en westzijde begrensd door de Eemnesserweg, aan de zuidkant door de perceelsgrens van het pand aan de Barbiersweg 23, en aan de oostkant door de Barbiersweg. De oppervlakte van het plangebied is circa 950 m2 en het is op het moment van onderzoek in gebruik als groenstrook.

3

Figuur 1. De ligging van het plangebied op een topografische kaart (bron: www.opentopo.nl).

4

4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader

Wijziging bestemmingsplan

Oppervlakte plangebied

Circa 950 m2

Planvorming

Nieuwbouw woningen, parkeerplaatsen en tuinen.

Omvang verstoringen

Circa 450 m2

Bodemverstorende werkzaamheden

Graafwerkzaamheden

Diepte verstoring

Onbekend

In het plangebied bestaat het voornemen om zeven nieuwe woningen te realiseren. Deze woningen zullen elk een oppervlakte hebben van circa 63 m2. Bij de woningen zullen tuinen aangelegd worden, met opritten. Ook komt er in het noordwestelijke deel van het plangebied een parkeerplaats. De precieze ontgravingsdiepte is nog niet bekend. Het is echter wel de verwachting dat dit de vrijstellingsgrens van 30 cm -Mv zal overschrijden. In figuur 2 is een tekening weergegeven van de nieuwe situatie in het plangebied.

Figuur 2. Een situatietekening van de plannen in het plangebied (bron: Stantec b.v.).

5

5. Beleidskader Onderzoekskader

Wijziging bestemmingsplan

Beleidskader

Bestemmingsplan Centrum Laren (2018)

Onderzoeksgrens

200 m2 en dieper dan 30 cm –Mv

In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2023 in werking zal treden. In het bestemmingsplan Centrum Laren (2018) heeft het plangebied een Waarde – Archeologie 3. Deze waarde is gebaseerd op de gemeentelijke beleidskaart (bijlage 2). Hierop heeft het plangebied deels een waarde ‘Gebied 3 – Hoge archeologische verwachting’. In het bestemmingsplan geldt voor dergelijke terreinen een onderzoeksplicht bij bodemingrepen die groter zijn dan 200 m2 en die dieper reiken dan 30 cm -Mv. De voorgenomen werkzaamheden overschrijden deze grenzen, waardoor een archeologisch onderzoek noodzakelijk is.

In het kader van de bestemmingsplanwijziging dient de aanvrager een archeologisch onderzoekrapport aan de gemeente te overleggen, waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Laren in voldoende mate is vastgesteld. Afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch (voor-)onderzoek dat hiervoor nodig is, kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan uit technische aanpassingen of een veiligstellende opgraving. Het archeologisch vooronderzoek kan hiertoe worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek, zodat op basis van de KNAwaarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1.

6

6. Landschap, geomorfologie en bodem Archeoregio

Midden-Nederlands zandgebied

Geomorfologie

Bebouwd gebied

Maaiveld

4,2 – 4,6 m NAP

Bodem

Bebouwd gebied

Grondwatertrap

Onbekend

Landschap Het plangebied ligt in het Midden-Nederlandse zandgebied, een gebied dat gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van hoge stuwwallen, die zich gedurende de voorlaatste ijstijd hebben kunnen vormen (de stuwwallen van ’t Gooi, Berendsen, 2000). In die voorlaatste ijstijd (het Saalien, circa 370.000 tot 130.000 jaar geleden) lag er tot in Midden-Nederland landijs, dat de daar eerder gelegen oudere grofzandige rivierafzettingen van de Rijn en Maas voor zich uit heeft gestuwd. Hierdoor zijn stuwwallen ontstaan. Aan de randen van de stuwwallen komt lokaal verspoeld sediment voor dat is afgezet als gevolg van smeltwater dat van het landijs afkomstig is (zogenaamde sandr-afzettingen). In de laatste ijstijd (het Weichselien, circa 120.000 – 10.000 jaar geleden) was er geen sprake van de aanwezigheid van landijs, maar kende Nederland wel een zeer koud en droog klimaat. Hierdoor werden vanuit drooggevallen rivierbeddingen en de Noordzeebodem als gevolg van het ontbreken van vegetatie grote hoeveelheden zand weggeblazen om verder afgezet te worden als dekzand. Dekzand is ook tegen de westrand van de stuwwal afgezet en in de dalen die de stuwwal hebben doorsneden. Met het opwarmen van het klimaat aan het eind van het Weichselien, raakte het dekzand begroeid en werd het dekzandreliëf gedurende het Holoceen (de huidige geologische periode) als het ware ‘vastgelegd’.

Geomorfologie Op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd door de ligging in een bebouwd gebied. Het is echter de verwachting dat er in het plangebied gordeldekzandwelvingen voorkomen, aangezien het dichtstbijzijnde gekarteerde gebied met die waarde staat aangegeven (bijlage 3). Dergelijke gordels van dekzand bevinden zich rondom stuwwallen, in dit geval ten oosten van de stuwwallen van ’t Gooi. Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4; bijlage 4) is de ligging van het plangebied op de oostelijke flank van de stuwwal goed te zien. Binnen het plangebied is het maaiveld lastig af te lezen door de dichte beplanting met bomen (bijlage 5). Het lijkt echter redelijk vlak te zijn, met maaiveldhoogtes tussen de 4,2 en 4,6 m +NAP. Er is één greppel te zien in het oosten van het plangebied, waar het maaiveld 3,5 m +NAP is. Het is onbekend hoe deze greppel eruitziet en hoe deze ontstaan is. Op het Actueel Hoogtebestand (bijlage 5) is ook te zien dat het plangebied lager ligt dan het omliggende gebied. Het gebied rondom het plangebied heeft een hoogte van tussen 4,6m en 4,8m +NAP. Dit betekent dat het gebied gemiddeld tussen de 40 tot 60 cm lager ligt dan het omliggende gebied. Dit zou kunnen betekenen dat het plangebied gedeeltelijk is afgegraven.

Geologie en lithologie Volgens de geologische kaart van Nederland bestaat de bodem in het plangebied uit dekzand en overige periglaciale afzettingen (bijlage 6). Een booronderzoek dat circa 380 meter ten zuidoosten van het plangebied is uitgevoerd verschaft meer inzicht in de bodemopbouw (B32A1703; 144.580/474.020 (RD); www.dinoloket.nl). Volgens deze boring ligt er tot 0,95 m -Mv (2,95 m +NAP) matig fijn zand. 7

Daaronder wordt het zand matig grof en grindig. Het matig fijne zand hoort tot de Formatie van Boxtel, het Laagpakket van Wierden. Het matig grove zand hoort tot de Formatie van Drenthe. 265 meter ten westen van het plangebied is ook een booronderzoek geregistreerd in Dinoloket (B32A1684; 143.931/474.140 (RD)). Ook hier is matig fijn zand te vinden tot 1 m -Mv (5 m +NAP). Daaronder ligt grof grindig zand dat waarschijnlijk is gestuwd. Bodem Volgens de bodemkaart ligt het plangebied in bebouwd gebied (bijlage 7). Het oorspronkelijk bodemtype is niet gekarteerd. Direct ten oosten van de bebouwde zone, waar het plangebied in ligt, liggen laarpodzolgronden (kaartcode cHn21). Direct ten zuiden van de bebouwde zone, zijn duinvaaggronden gekarteerd (kaartcode Zd21). Laarpodzolgronden hebben een mestdek van 30-50 cm dikte. Duinvaaggronden in het binnenland zijn meestal stuifzandgronden waarin weinig bodemvorming is opgetreden (De Bakker, 1966). Ter hoogte van de laarpodzolgronden is een grondwatertrap III gekarteerd. Dit betekent over het algemeen dat er sprake is van relatief natte gronden, waarbij de gemiddeld hoogste grondwaterstand binnen 40 cm –Mv wordt aangetroffen en de gemiddeld laagste grondwaterstand tussen 80 en 120 cm -Mv ligt.

Vanuit archeologisch oogpunt betekenen dergelijke grondwaterstanden dat zowel organische (zaken als leer, hout) als anorganische resten goed in de bodem geconserveerd kunnen zijn gebleven. Voor wat betreft (onverbrande) organische resten moet wel het voorbehoud worden gemaakt, dat door schommelingen in de grondwaterstand en door oxidatie (als gevolg van de relatief hoge grondwaterstand) deze enigszins kunnen zijn gedegradeerd. Ter hoogte van de duinvaaggronden is een grondwatertrap VII gekarteerd. Dit betekent over het algemeen dat er sprake is van relatief droge gronden, waarbij de gemiddeld hoogste grondwaterstand beneden 80 cm –Mv wordt aangetroffen. Bij dergelijke grondwaterstanden worden binnen 80 cm -Mv geen onverbrande organische resten verwacht.

8

7. Beschrijving bekende archeologische kenmerken Wettelijk beschermd monument

Nee

AMK terrein

Nee

Verwachting gemeentelijke kaart

Hoog/onbekend

Archeologische waarden en/of informatie

In de omgeving

Archeologische verwachting Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status. Het plangebied is ook niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK). Op de archeologische beleidskaart van de gemeente valt het plangebied deels binnen een zone met een hoge archeologische verwachting, en deels binnen een zone met een onbekende archeologische verwachting. 100 meter ten westen ligt een AMK-terrein met nummer 13734. Dit terrein omvat de historische kern van Laren. De begrenzing van het terrein is gebaseerd op de historische kaart uit 1849-1859. Bekende archeologische waarden In het plangebied zijn voor zover bekend in het verleden geen archeologische waarnemingen gedaan en heeft in het verleden niet eerder onderzoek plaatsgevonden (bron: Archis3, bijlage 8). In de omgeving van het plangebied hebben diverse onderzoeken plaatsgevonden en zijn vondsten gedaan: •

•

•

•

•

•

115 meter ten westen van het plangebied is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (onderzoekmelding 2329400100; Nales en Nuijten, 2011). Tijdens dit onderzoek is geconcludeerd dat er een hoge archeologische verwachting is op vindplaatsen uit het Laat-Neolithicum tot en met de IJzertijd en de Nieuwe Tijd. Tijdens het booronderzoek zijn ook scherven uit de Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd aangetroffen. 135 meter ten oosten van het plangebied is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (onderzoekmelding 3300777100; Koekkelkoren en Wilbers, 2015). Tijdens dit onderzoek werden twee archeologisch relevante niveaus aangewezen. De eerste daarvan is een humeus dek, dat tijdens de Middeleeuwen door de landbouw is ontstaan. Sporen uit de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd kunnen in dit dek gevonden worden, dat zich tot een diepte van 1,3 m -Mv bevindt. Onder dit humeuze dek kunnen sporen gevonden worden van vóór de Middeleeuwen. 155 meter ten noordwesten van het plangebied is een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (onderzoekmelding 2231374100; Leijnse, 2009). Tijdens dit onderzoek werden er sporen verwacht uit het Mesolithicum tot en met de IJzertijd, en funderingen van eerdere fasen van de naastgelegen kerk. Geen van deze verwachte sporen zijn tijdens het veldonderzoek gevonden. Er waren enkel recente sporen in de proefsleuven aanwezig.

170 meter ten zuiden van het plangebied is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (onderzoekmelding 4892225100; Weerheijm e.a., 2021). Tijdens dit onderzoek werd geconcludeerd dat de bodem in het gebied tot ver in de natuurlijke ondergrond verstoord was. 175 meter ten noordwesten van het plangebied is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (onderzoekmelding 2159966100; Kappel en Van Lil, 2007). Tijdens dit onderzoek werd geconcludeerd dat de bodem in het gebied verstoord was. 180 meter ten zuidwesten van het plangebied is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (onderzoekmelding 4738893100; Satijn en Van Puijenbroek, 2019). Ook hier werd geconcludeerd dat de bodem tot een diepte van minimaal 160 cm -Mv verstoord was.

9

•

•

•

•

•

•

•

•

200 meter ten westen van het plangebied is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (onderzoekmelding 2386839100; Koekkelkoren en Moerman, 2014). Tijdens dit onderzoek werden resten van bebouwing uit de Nieuwe Tijd gevonden. 240 meter ten zuiden van het plangebied is een (illegale) archeologische opgraving uitgevoerd in 1960 waarbij huisplaatsen uit het Mesolithicum en Neolithicum zijn gevonden (vondstmelding 2898484100). 245 meter ten zuidwesten van het plangebied zijn tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden verschillende scherven drakenstein-aardewerk uit de Bronstijd gevonden (vondstmelding 2898524100). 250 meter ten zuidwesten van het plangebied is een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (onderzoekmelding 4569538100; Koekkelkoren, 2017). Tijdens dit onderzoek zijn verschillende grondsporen uit het Neolithicum en de Bronstijd gevonden. Ook zijn er paalkuilen uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd gevonden in het gebied. 340 meter ten noordwesten van het plangebied is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (onderzoekmelding 2330891100; Tulp, 2011). Tijdens het onderzoek werd geconcludeerd dat de bodem hier verstoord was. 365 meter ten oosten van het plangebied is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (onderzoekmelding 4772118100; Van der Kuijl, 2020). Tijdens het onderzoek werd geconcludeerd dat de bodem hier verstoord was.

365 meter ten westen van het plangebied is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (onderzoekmelding 2316732100; Lutz e.a., 2011). Tijdens het onderzoek werd geconcludeerd dat de bodem hier verstoord was. 430 meter ten noordwesten van het plangebied is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (onderzoekmelding 4556472100; Ten Broeke, 2019). Tijdens het onderzoek werd geconcludeerd dat de bodem hier verstoord was.

Samengevat zijn in de omgeving van het plangebied verschillende onderzoeken uitgevoerd. Hierbij zijn archeologische resten uit het Mesolithicum, Neolithicum, de Bronstijd, Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd aangetroffen. Het betreft in alle gevallen losse vondsten of grondsporen die niet tot een structuur toegewezen konden worden. Er zijn dan ook in de nabije omgeving van het plangebied nog geen behoudenswaardige vindplaatsen uit deze perioden. Complexen die in bredere zin te relateren zijn aan de stuwwallen van het Gooi zijn nederzettingen, grafheuvels en akkercomplexen (zogenaamde Celtic Fields) uit de periode Neolithicum- IJzertijd. Vindplaatsen (nederzettingen) uit andere perioden (Romeinse tijd, Middeleeuwen -buiten de dorpskernen en het Paleolithicum-Mesolithicum) zijn minder bekend, maar zijn theoretisch gezien hier ook niet uit te sluiten. De Gooise stuwwallen liggen immers al sinds het Laat-Paleolithicum hoog en droog in het landschap en zijn in principe sindsdien voor bewoning en bewoningsactiviteiten geschikt geweest.

10

8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Historisch gebruik

Weiland, groenstrook

Huidig gebruik

Groenstrook

Bekende verstoringen

Boomgroei

Historische situatie Het plangebied ligt ten oosten van de historische kern van Laren. Het dorp Laren is het oudste uit het Gooi en is rond 400 na Chr. ontstaan (historischekringlaren.nl). Op de oudst geraadpleegde kaart van het gebied, de Kadastrale Minuut uit 1811-1832 is het plangebied onbebouwd (figuur 3). Volgens de bijbehorende Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels (OAT) is het plangebied in gebruik als weiland. Deze situatie blijft onveranderd tot op heden (figuren 4-9). De aangrenzende bebouwing, het pand met het adres Barbiersweg 23, stamt uit 1900 (www.bagviewer.kadaster.nl). Het aan het plangebied grenzende bijgebouw dat hierbij hoort verschijnt in 1984. Militair Erfgoed Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) is het plangebied niet aangeduid als aandachtsgebied. Ook zijn er geen verwachtingen op militaire objecten, raketinslagen of aan de Wereldoorlogen gerelateerde verschijnselen (bronnen: www.ikme.nl; www.vergeltungswaffe.nl, www.bunkerinfo.nl; www.tracesofwar.com, www.explosievenopsporing.nl). Huidig gebruik en bodemverstoringen Op het moment van onderzoek is het plangebied onbebouwd en in gebruik als groenstrook. Er staan meerdere bomen in het plangebied, het is onbekend hoe lang deze er al staan en hoe diep de wortels reiken. Er zijn geen gegevens bekend in het bodemloket over bodemonderzoek en saneringen in het plangebied (www.bodemloket.nl).

11

Figuur 3. De ligging van het plangebied op de Kadastrale Minuut uit 18111832 (bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

Figuur 4. De ligging van het plangebied op een historische kaart uit 1850 (bron: www.oldmapsonline.org).

12

Figuur 5. De ligging van het plangebied op een topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl).

Figuur 6. De ligging van het plangebied op een topografische kaart uit 1931 (bron: www.topotijdreis.nl).

13

Figuur 7. De ligging van het plangebied op een topografische kaart uit 1975 (bron: www.topotijdreis.nl).

Figuur 8. De ligging van het plangebied op een topografische kaart uit 2015 (bron: www.topotijdreis.nl).

14

Figuur 9. De ligging van het plangebied op een actuele luchtfoto (bron: www.pdok.nl).

15

9. Gespecificeerde archeologische verwachting Kans op archeologische waarden

Hoog

Periode

Laat-Paleolithicum – Late Middeleeuwen

Complextypen

Nederzettingen, sporen van landgebruik, grafvelden In de top het dekzand, in een bouwlanddek

Stratigrafische positie

Aanwezigheid en dichtheid Het plangebied ligt op de flank van een stuwwal, in een gebied met gordeldekzandwelvingen die zijn afgedekt met een oud landbouwdek. Op grond van de ouderdom en karakteristieken van de verwachte afzettingen in het gebied, kunnen in het plangebied theoretisch gezien vindplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum – Late Middeleeuwen aanwezig zijn. In de nabije omgeving van het plangebied zijn vondsten bekend uit het Mesolithicum, Neolithicum, Bronstijd, de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Op basis van historische kaarten kan worden gesteld dat het plangebied niet bebouwd is geweest vanaf 1811, waarmee de verwachting op archeologische resten uit de Nieuwe Tijd laag is. Stratigrafische positie Het archeologisch relevante niveau ligt in de top van het dekzand, dat naar verwachting gelegen is onder een oud bouwlanddek. Verploegd vondstmateriaal uit de Late Middeleeuwen kunnen in het bouwlanddek zelf ook al aanwezig zijn. In de top van beide afzettingen kunnen sporen van bodemvorming aanwezig zijn, die indicatief zijn voor zowel de diepteligging van archeologische resten als de mate van intactheid ervan. Complextypen In het plangebied worden nederzettingsterreinen, grafvelden en sporen van infrastructuur en landgebruik verwacht.

Nederzettingscomplexen zouden zich kunnen kenmerken door een vondstlaag of dichte vondstenconcentratie, afhankelijk van de langdurigheid van eventuele bewoning op die plek. Daarentegen zullen relatief kortstondige bewoning, grafvelden en infrastructuur en sporen van landgebruik zich juist kenmerken door grondsporen en verkleuringen in de bodem en in veel mindere mate door de aanwezigheid van vondstmateriaal. Daarom kan over de aanwezigheid van laatstgenoemde complexen enkel uitspraken gedaan worden op basis van de mate van intactheid van de bodem. Deze is naar verwachting in delen van het plangebied door bioturbatie aangetast, maar in hoeverre daardoor eventueel aanwezige archeologische resten verdwenen zijn, is niet bekend.

16

Tabel 1: Gespecificeerde archeologische verwachtingstabel

1

Archeologische verwachting Datering

2 3 4 5

Complextype Omvang Diepteligging Gaafheid en conservering

6 7

Locatie Uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren) Mogelijke verstoringen

8

Reden Hoog Laat-Paleolithicum-Late Vanwege de ligging op de flank van een stuwwal kunnen theoretisch gezien Middeleeuwen archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Late Middeleeuwen aanwezig zijn. Het landschap heeft immers altijd hoog en droog gelegen. Op enkele losse vondsten uit het Mesolithicum, Neolithicum, Bronstijd en de Late Middeleeuwen na zijn in de omgeving echter geen aanwijzingen voor vindplaatsen bekend. Laag Nieuwe Tijd In het plangebied heeft op basis van historische kaarten vanaf de vroege 19e eeuw geen bebouwing gestaan. Zodoende is de verwachting dat in deze periode behoudenswaardige resten aanwezig zijn, laag. Nederzettingscomplexen, sporen van landgebruik (grafheuvels) 200-1000 m2 Top van het dekzand, in het bouwlanddek +/Het plangebied is dichtbegroeid door bomen, waarvan niet bekend is hoe diep de wortels reiken. Deze zouden voor verstoringen kunnen hebben gezorgd Onbekend, op dit moment het hele plangebied. Een vindplaats in het plangebied zich door een vondstconcentratie van onder andere aardewerk, vuursteen, al dan niet verbrand bot en/of houtskool of door de aanwezigheid van grondsporen. Zie Gaafheid en conservering

17

10. Resultaten veldonderzoek Onderzoekstrategie

Verkennend en karterend booronderzoek

Aantal boringen

6

Type boor

Edelmanboor

Boordiameter

7 cm

Maximale boordiepte

210 cm -Mv

Onderzoeksmethodiek In navolging van het bureauonderzoek heeft een archeologisch booronderzoek plaatsgevonden. Het doel van het booronderzoek is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting in het plangebied, zoals deze is opgesteld in Hoofdstuk 9 (conform het opgestelde Plan van Aanpak; Van Cruchten, 2022). De boringen zijn daarbij gebruikt om zowel de mate van intactheid van de bodem als de bodemopbouw zelf te bepalen. In totaal zijn in het plangebied zes boringen gezet (boringen 1-6). De boringen hebben een diepte tot maximaal 210 cm –Mv en zijn handmatig gezet met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn beschreven volgens de NEN5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). Deze beschrijvingen zijn terug te vinden in bijlage 9. Foto’s van de boringen zijn opgenomen in bijlage 8. De boringen zijn gelijkmatig in het plangebied uitgezet. De ligging van de boringen is opgenomen in bijlage 7. De coördinaten van de boorpunten zijn met een meetlint uitgezet en de hoogte is aan de hand van het AHN bepaald. Veldwaarnemingen Het plangebied is ten tijde van het veldonderzoek in gebruik als een bos of plantsoen dat sterk overwoekerd is. Het is bereikbaar via een oprit en afgesloten met een hek. Verder loopt het maaiveld in zuidelijke richting af en ligt het relatief lager dan de omliggende wegen.

Een deel is verhard met klinkers, die eveneens overgroeid zijn geraakt. Foto’s van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek zijn weergegeven in figuur 11.

Figuur 11: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (25-05-2022).

18

Lithologie en bodemopbouw Onder in de boringen bevindt zich matig siltig, matig grof zand, dat matig tot slecht gesorteerd is. Het is over het algemeen geel tot lichtgrijs van kleur en zwak tot matig grindig. Dit zand is geïnterpreteerd als stuwwalafzettingen, hetgeen gebaseerd is op de slechte sortering van het sediment. De top waarop dit zand is aangetroffen, ligt tussen 75-200 cm -Mv. Op het stuwwalzand ligt een humeuze zandlaag die zich kenmerkt door brokken ´schoon´ zand. Ook zijn op verschillende dieptes stukken wortel aanwezig. Ook is de laag los qua pakking. Het betreft een ophooglaag, die als gevolg van verstoring is ontstaan. De laag ligt abrupt op de stuwwalafzettingen. Archeologische indicatoren Er zijn in de opgeboorde grondmonsters geen archeologische indicatoren gevonden. Archeologische interpretatie Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is de hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek naar laag bij te stellen. Het blijkt namelijk dat de stuwwalafzettingen in het plangebied waarschijnlijk afgegraven zijn. Dit valt af te leiden aan de abrupte overgang tussen de humeuze bovengrond en de oorspronkelijke afzettingen, het ontbreken van sporen van bodemvorming in de top van de stuwwalafzettingen en de losse pakking van de humeuze bovengrond, die de indruk wekt dat de laag teruggestort is.

De afgraving verklaart ook de lage ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving, zoals in Hoofdstuk 6 is besproken. De afgraving heeft in ieder geval geleid tot een diepe verstoring van de ondergrond, waarmee archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Late Middeleeuwen niet meer te verwachten zullen zijn.

19

11. Beantwoording onderzoeksvragen 1.

Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Het plangebied heeft oorspronkelijk op de flank van een stuwwal gelegen met daarop waarschijnlijk gordeldekzandafzettingen. Het gebied is echter afgegraven.

2.

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? Er zijn geen archeologische niveaus meer in het plangebied aanwezig. De top van de stuwwalafzettingen is afgegraven met eventueel aanwezig dekzand.

3.

In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? Zie antwoord op vraag 2. Het plangebied is volledig afgegraven geweest

4.

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Op basis van het archeologisch vooronderzoek is voor het plangebied sprake van een lage archeologische verwachting voor alle archeologische perioden.

20

12. Conclusie en Advies Conclusie Op basis van het archeologisch vooronderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: • Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op de flank van een stuwwal ligt, in een gebied met gordeldekzandwelvingen die zijn afgedekt met een oud landbouwdek. Op grond van de ouderdom en karakteristieken van de verwachte afzettingen in het gebied, kunnen in het plangebied theoretisch gezien vindplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum – Late Middeleeuwen aanwezig zijn. In de nabije omgeving van het plangebied zijn vondsten bekend uit het Mesolithicum, Neolithicum, Bronstijd, de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Op basis van historische kaarten kan worden gesteld dat het plangebied niet bebouwd is geweest vanaf 1811, waarmee de verwachting op archeologische resten uit de Nieuwe Tijd laag is. • Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is de hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek naar laag bij te stellen. Het blijkt namelijk dat de stuwwalafzettingen in het plangebied waarschijnlijk afgegraven zijn. Dit valt af te leiden aan de abrupte overgang tussen de humeuze bovengrond en de oorspronkelijke afzettingen, het ontbreken van sporen van bodemvorming in de top van de stuwwalafzettingen en de losse pakking van de humeuze bovengrond, die de indruk wekt dat de laag teruggestort is.

De afgraving verklaart ook de lage ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving, zoals in Hoofdstuk 6 is besproken. De afgraving heeft in ieder geval geleid tot een diepe verstoring van de ondergrond, waarmee archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Late Middeleeuwen niet meer te verwachten zullen zijn Advies In het plangebied bestaat het voornemen nieuwe woningen te realiseren. Op basis van het archeologisch onderzoek geldt een lage archeologische verwachting. Vanwege de hoge mate van verstoring zullen als gevolg van de realisatie van de plannen geen archeologische waarden in het gebied worden verstoord. Er bestaan dus vanuit archeologisch opzicht geen belemmeringen, daarom adviseren wij het plangebied ten behoeve van de nieuwbouw vrij te geven. Wel geldt dat op het moment tijdens de werkzaamheden toch waardevolle archeologische vondsten (toevalsvondsten) worden gedaan, deze op grond van de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de gemeente moeten worden gemeld. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Laren) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

21

13. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2016. • Archeologische beleids- en verwachtingskaart van de gemeente Laren (BEL) • www.ruimtelijkeplannen.nl • archis.cultureelerfgoed.nl • www.kadastralekaart.com • www.pdok.nl • www.ahn.nl • Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (Stiboka) • Geomorfologische kaart van Nederland • www.bodemloket.nl • bagviewer.kadaster.nl • www.kadaster.nl • www.dinoloket.nl • beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.topotijdreis.nl • www.ikme.nl • www.tracesofwar.com Lijst met afbeeldingen Figuur 1. De ligging van het plangebied op een topografische kaart (bron: www.opentopo.nl). ............. 4 Figuur 2. Een situatietekening van de plannen in het plangebied (bron: Stantec b.v.). ........................... 5 Figuur 3. De ligging van het plangebied op de Kadastrale Minuut uit 1811-1832 (bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl). ................................................................................................ 12 Figuur 4. De ligging van het plangebied op een historische kaart uit 1850 (bron: www.oldmapsonline.org).

.................................................................................................................. 12 Figuur 5. De ligging van het plangebied op een topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl). ......................................................................................................................... 13 Figuur 6. De ligging van het plangebied op een topografische kaart uit 1931 (bron: www.topotijdreis.nl). ......................................................................................................................... 13 Figuur 7. De ligging van het plangebied op een topografische kaart uit 1975 (bron: www.topotijdreis.nl). ......................................................................................................................... 14 Figuur 8. De ligging van het plangebied op een topografische kaart uit 2015 (bron: www.topotijdreis.nl). ......................................................................................................................... 14 Figuur 9. De ligging van het plangebied op een actuele luchtfoto (bron: www.pdok.nl). ...................... 15

22

Literatuur • Alterra, 2005. De geomorfologische kaart van Nederland, Wageningen • Bakker, H. de, 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade. • Bakker, H. de en J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus. Wageningen. • Berendsen, H.J.A., 2000. Landschappelijk Nederland. Assen (Fysische Geografie van Nederland). 2e druk. • Berendsen, H.J.A., 2004. De vorming van het land. Assen (Fysische geografie van Nederland). Vierde, geheel herziene druk. • Broeke, E.M. ten, 2019. Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (4185.002) Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 te Laren. Econsultancy rapport 4185.002. • Kappel, K. van en R. van Lil, 2007. Laren, Kerklaan. Ge. Laren ((NH). Een bureauonderzoek en karterend veldonderzoek. ADC rapport 1040. • Koekkelkoren, A.M.H.C. en S. Moerman, 2014. Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase Nieuweweg 11, Laren Gemeente Laren. IDDS Archeologie rapport 1470. • Koekkelkoren, A.M.H.C. en A.W.E. Wilbers, 2015. Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase Pastoor Hendrikspark 51, Laren Gemeente Laren. IDDS Archeologie rapport 1806. • Koekkelkoren, A.M.H.C., 2017. Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven Zijtak (Houtzagerij), Laren Gemeente Laren. IDDS Archeologie rapport 2038.

• Kuijl, E.E.A. van der, 2020. Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Dokter Holtmannweg 3 te Laren, gemeente Laren (NH). Hamaland rapport 192587. • Leijnse, K., 2009. De Warrekam gemeente Laren. RAAP rapport 1891. • Lutz, A., S. Malda en W.J. Weerheim, 2011. Herinrichting Klaaskampen 54-60 te Laren, gemeente Laren. Ruimtelijk advies op basis van archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek. Vestigia rapport 866. • Mulder, E.F.J., M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland. Houten. • Nales, T. en I. Nuijten, 2011. Plangebied Brink 37, Laren, gemeente Laren; Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). RAAP rapport 3832. • Satijn, O.P.N. en F.P.J. Puijenbroek, 2019. Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van nieuwbouw aan de Zevenend 4 te Laren, gemeente Laren. Vestigia rapport 1862. • Tulp, C., 2011. Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek Laren, C. Bakkerlaan 2. Steekproef rapport 2011-05-05. • Van Doesburg, M. de Boer, J. Deeben, B.J. Groenewoud en T. de Groot (red.), 2007. Essen inzicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. NAR 34, RACM, Amersfoort. • Weerheijm, W.J., O.P.N. Satijn, F.P.J. Puijenbroek, 2021. Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van nieuwbouw van een kantoorgebouw aan het Plein 1945 nr.

35 te Laren, gemeente Laren Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (verkennende en karterende fase). Vestigia rapport 1989.

23

Bijlage 1. Periode

Archeologische periode-indeling voor Nederland (conform ABR) Deel-/subperiode

Recent

Van

Tot

1945 na Chr.

2050 na Chr.

Nieuwe Tijd

Late Nieuwe tijd Midden Nieuwe tijd Vroege Nieuwe tijd

1850 na Chr. 1650 na Chr. 1500 na Chr.

1945 na Chr. 1850 na Chr. 1650 na Chr.

Middeleeuwen

Late-Middeleeuwen B Late-Middeleeuwen A Vroege-Middeleeuwen D Vroege-Middeleeuwen C Vroege-Middeleeuwen B Vroege-Middeleeuwen A

1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr. 450 na Chr.

1500 na Chr. 1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr.

Romeinse Tijd

Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A

350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr. 12 voor Chr.

450 na Chr. 350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr.

IJzertijd

Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd

250 voor Chr. 500 voor Chr. 800 voor Chr.

12 voor Chr. 250 voor Chr. 500 voor Chr.

Bronstijd

Late-Bronstijd Midden-Bronstijd B Midden-Bronstijd A Vroege-Bronstijd

1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr. 2000 voor Chr.

800 voor Chr. 1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr.

Neolithicum

Laat-Neolithicum B Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B Vroeg-Neolithicum A

2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr. 5300 voor Chr.

2000 voor Chr. 2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr.

Mesolithicum

Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Vroeg-Mesolithicum

6450 voor Chr. 7100 voor Chr. 8800 voor Chr.

4900 voor Chr. 6450 voor Chr. 7100 voor Chr.

Paleolithicum

Laat-Paleolithicum B Laat-Paleolithicum A Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum

18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP -

8.800 voor Chr. 18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP

24

Bijlage 2.

Archeologische verwachtingskaart van de gemeente Laren

25

26

Bijlage 3.

Geomorfologische kaart

27

Bijlage 4.

Maaiveldhoogte

28

Bijlage 5.

Maaiveldhoogte detail

29

Bijlage 6.

Geologische kaart

30

Bijlage 7.

Bodemkaart

31

Bijlage 8.

Archeologische waarden en informatie

32

Bijlage 9.

Boorpuntenkaart

33

Bijlage 10.

Foto’s van boringen

Hieronder volgen opnames van boring 1 en 4. De boorkernen op onderstaande foto’s zijn van rechts naar links uitgelegd, waarbij de onderkanten van de boringen naar boven wijzen (per 50 cm).

Boring 2

Boring 6

34

Bijlage 11.

Boorbeschrijvingen

35

boring: 22227-1 beschrijver: PS, datum: 25-5-2022, X: 144.189, Y: 474.173, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 32A, hoogte: 4,50, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Holland, gemeente: Laren, plaatsnaam: Laren, opdrachtgever: Stantec, uitvoerder: Transect b.v.

0 cm -Mv / 4,50 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, zandbrokken, matig fijn, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: gesorteerd

20 cm -Mv / 4,30 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: gesorteerd

60 cm -Mv / 3,90 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: gesorteerd

85 cm -Mv / 3,65 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, zandbrokken, matig fijn, weinig wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: gesorteerd

130 cm -Mv / 3,20 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: glacio-fluviaal (sandrs, eskers, kames) Bodemkundig: C-horizont Opmerking: gesorteerd

140 cm -Mv / 3,10 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, matig grof, kalkloos, interpretatie: glacio-fluviaal (sandrs, eskers, kames) Opmerking: slecht gesorteerd

Einde boring op 170 cm -Mv / 2,80 m +NAP

boring: 22227-2 beschrijver: PS, datum: 25-5-2022, X: 144.198, Y: 474.163, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 32A, hoogte: 4,10, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Holland, gemeente: Laren, plaatsnaam: Laren, opdrachtgever: Stantec, uitvoerder: Transect b.v.

0 cm -Mv / 4,10 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, spoor wortelresten, kalkloos Opmerking: matig gesorteerd

15 cm -Mv / 3,95 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, weinig wortelresten, kalkloos Opmerking: matig gesorteerd

70 cm -Mv / 3,40 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, spoor wortelresten, kalkloos Opmerking: matig gesorteerd

80 cm -Mv / 3,30 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs, matig fijn, kalkloos Opmerking: matig gesorteerd

100 cm -Mv / 3,10 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, grijs, matig fijn, kalkloos Opmerking: matig gesorteerd

125 cm -Mv / 2,85 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, grijs, matig fijn, kalkloos Opmerking: matig gesorteerd

142 cm -Mv / 2,68 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin, matig fijn, kalkloos Opmerking: matig gesorteerd

155 cm -Mv / 2,55 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, bruingrijs, zandbrokken, matig fijn, kalkloos Opmerking: matig gesorteerd

200 cm -Mv / 2,10 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtbruingrijs, matig grof, kalkloos, interpretatie: glacio-fluviaal (sandrs, eskers, kames) Opmerking: matig gesorteerd

Einde boring op 210 cm -Mv / 2,00 m +NAP

1

boring: 22227-3 beschrijver: PS, datum: 25-5-2022, X: 144.206, Y: 474.173, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 32A, hoogte: 4,30, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Holland, gemeente: Laren, plaatsnaam: Laren, opdrachtgever: Stantec, uitvoerder: Transect b.v.

0 cm -Mv / 4,30 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: matig gesorteerd

15 cm -Mv / 4,15 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, weinig wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: matig gesorteerd

130 cm -Mv / 3,00 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geel, matig fijn, spoor wortelresten, kalkloos, interpretatie: glacio-fluviaal (sandrs, eskers, kames) Bodemkundig: C-horizont Opmerking: matig gesorteerd

140 cm -Mv / 2,90 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, donkergeel, matig fijn, kalkloos, interpretatie: glacio-fluviaal (sandrs, eskers, kames) Bodemkundig: C-horizont met roestvlekken Opmerking: slecht gesorteerd, roestvlekken

Einde boring op 150 cm -Mv / 2,80 m +NAP

boring: 22227-4 beschrijver: PS, datum: 25-5-2022, X: 144.216, Y: 474.164, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 32A, hoogte: 4,10, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Holland, gemeente: Laren, plaatsnaam: Laren, opdrachtgever: Stantec, uitvoerder: Transect b.v.

0 cm -Mv / 4,10 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: matig gesorteerd

35 cm -Mv / 3,75 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, geel, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: matig gesorteerd

45 cm -Mv / 3,65 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, grijs, zandbrokken, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: matig gesorteerd

50 cm -Mv / 3,60 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: matig gesorteerd

90 cm -Mv / 3,20 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, geel, matig grof, kalkloos, interpretatie: glacio-fluviaal (sandrs, eskers, kames) Bodemkundig: C-horizont Opmerking: matig gesorteerd

Einde boring op 130 cm -Mv / 2,80 m +NAP

2

boring: 22227-5 beschrijver: PS, datum: 25-5-2022, X: 144.225, Y: 474.174, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 32A, hoogte: 4,10, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Holland, gemeente: Laren, plaatsnaam: Laren, opdrachtgever: Stantec, uitvoerder: Transect b.v.

0 cm -Mv / 4,10 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: matig gesorteerd

20 cm -Mv / 3,90 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: matig gesorteerd

60 cm -Mv / 3,50 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: matig gesorteerd

65 cm -Mv / 3,45 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geel, matig fijn, kalkloos, interpretatie: glacio-fluviaal (sandrs, eskers, kames) Bodemkundig: C-horizont Opmerking: matig gesorteerd

75 cm -Mv / 3,35 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeel, matig fijn, kalkloos, interpretatie: glacio-fluviaal (sandrs, eskers, kames) Opmerking: matig gesorteerd

Einde boring op 100 cm -Mv / 3,10 m +NAP

3

boring: 22227-6 beschrijver: PS, datum: 25-5-2022, X: 144.234, Y: 474.164, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 32A, hoogte: 4,00, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Holland, gemeente: Laren, plaatsnaam: Laren, opdrachtgever: Stantec, uitvoerder: Transect b.v.

0 cm -Mv / 4,00 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: matig gesorteerd

15 cm -Mv / 3,85 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: matig gesorteerd

25 cm -Mv / 3,75 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: matig gesorteerd, gevlekt

45 cm -Mv / 3,55 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, grijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: matig gesorteerd, gevlekt

50 cm -Mv / 3,50 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: matig gesorteerd

60 cm -Mv / 3,40 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geel, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: matig gesorteerd

80 cm -Mv / 3,20 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: matig gesorteerd, gevlekt

105 cm -Mv / 2,95 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: matig gesorteerd, homogeen

135 cm -Mv / 2,65 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, kleibrokken, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: matig gesorteerd

145 cm -Mv / 2,55 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geelgrijs, matig grof, kalkloos, interpretatie: glacio-fluviaal (sandrs, eskers, kames) Bodemkundig: C-horizont Opmerking: slecht gesorteerd

Einde boring op 200 cm -Mv / 2,00 m +NAP

4

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

(vastgesteld) Diaconaal woonproject Laren NL.IMRO.0417.BPdiaconaalwoonprj-Va01

49 - 169

Verkennend bodemonderzoek Eemnesserweg bij 17 te Laren (NH)

Opdrachtgever

:

Gemeente Laren Eemnesserweg 19 1251 NA LAREN (NH)

Contactpersoon : Tel :

De heer H. de Jong 14 035

Projectnummer Datum

BO422269 11 juli 2022

: :

Milieutechniek ZVS Eemnes BV Noordersingel 22 | 3755 EZ EEMNES | 035-5387986 | info@zvs.nl | www.zvs.nl

BO422269

Milieutechniek ZVS Eemnes BV

VERKENNEND BODEMONDERZOEK

Projectnummer

:

BO422269

Locatie

:

Eemnesserweg bij 17 1251 NC LAREN (NH)

Opgesteld door :

Milieutechniek ZVS Eemnes BV Noordersingel 22 3755 EZ EEMNES Naam

Functie

Opgesteld

Ing. J.M. Heus

Projectleider

11-07-2022

Gecontroleerd

Ing. P.R. van Wieringen

Projectleider

11-07-2022

Vrijgegeven

Drs. A.G. Focke

Bedrijfsleider

11-07-2022

11 juli 2022

Handtekening

Datum

2

BO422269

Milieutechniek ZVS Eemnes BV

INHOUD

bladzijde

1

INLEIDING

4

2

VOORONDERZOEK 2.1 Algemeen 2.2 Locatiebeschrijving 2.3 Bodeminformatie 2.4 Geohydrologische situatie 2.5 Conclusie vooronderzoek

5 5 5 5 6 6

3

ONDERZOEKSOPZET

7

4

ONDERZOEKSMETHODE 4.1 Veldwerk 4.2 Laboratoriumonderzoek

8 8 8

5

RESULTATEN BODEMONDERZOEK 5.1 Toetsingswaarden algemene stoffen 5.2 Toetsingswaarden PFAS 5.3 Zintuiglijk 5.4 Grond 5.5 Grondwater

9 9 9 9 10 10

6

BESPREKING RESULTATEN

11

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

12

BIJLAGEN 1 2 3 4 5

Onderzoekslocatie Bodemprofielen Toetsingen Analysecertificaten Meetpunten

11 juli 2022

3

BO422269

1

Milieutechniek ZVS Eemnes BV

INLEIDING In opdracht van de gemeente Laren heeft Milieutechniek ZVS Eemnes BV in de periode juni - juli 2022 zorggedragen voor de uitvoering van een verkennend bodemonderzoek aan de Eemnesserweg bij 17 te Laren (NH). Dit onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen ontwikkeling van de locatie en de aanvraag van een omgevingsvergunning hiervoor. Doel van het onderzoek is de grond- en grondwaterkwaliteit op de onderzoekslocatie vast te leggen, teneinde inzicht te verkrijgen of er sprake is van bodemverontreiniging en zo ja, met welke parameters grond en grondwater zijn verontreinigd en of dit een belemmering vormt voor de bouw van een zevental woningen. In tabel 1 is aangegeven welk bedrijf heeft zorggedragen voor de opzet en uitvoering van het onderzoek conform de normen. Tabel 1:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14800769/1