BIJLAGE 1 - Startnotitie regionaal beleidsplan
Tekst van het document
Gelet op de bredere oriëntatie op bovengemeentelijke ketenpartners van de aanpak van verward gedrag, MDA++ 24 (Multi Disciplinaire Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling) en het Zorg en Veiligheidshuis, pakken gemeenten de sturing op beide maatregelen samen op. Dit doen zij onder andere door de werking regelmatig te evalueren en aan de hand daarvan verbeteringen aan te brengen. Er zijn korte lijnen tussen alle ketenpartners. De samenwerking met de verschillende gemeenten wordt als positief ervaren. De gezamenlijke sturing door gemeenten op de juiste randvoorwaarden van deze programmalijn kan worden verbeterd. Het ontbreekt aan periodieke evaluaties waardoor doorontwikkeling bemoeilijkt wordt. Niet elke gemeente kan de sluitende aanpak voor kwetsbare inwoners van dezelfde borging, capaciteit en prioriteit voorzien.
24.
Doorontwikkelen aanpak kwetsbare inwoners (a. t/m d) Wat gaat goed: Het voordeel van de schaalgrootte van onze regio is dat er korte lijnen tussen alle ketenpartners zijn. Men is positief over de samenwerking en regionale doenersmentaliteit. Ook worden de eerste positieve resultaten uit het vastgestelde voorstel Een integrale benadering vanuit Zorg en Veiligheid zichtbaar. De inzet van extra beleidscapaciteit vanuit De Regio en doorstart van de ambtelijke werkgroep Zorg & Veiligheid leiden ertoe dat de gemeentelijke betrokkenheid en samenwerking op verschillende thema’s is versterkt. Wat kan beter: In het algemeen wordt ervaren dat de doelen in de programmalijn Een integrale benadering vanuit Zorg en Veiligheid te abstract geformuleerd zijn. Dat geldt eveneens voor deze maatregel. In het volgende beleidsplan zou de integrale benadering concreter verankerd
24 Met de Multi Disciplinaire Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling (MDA++) werken organisaties op het gebied van
zorg, hulpverlening, politie en justitie samen om huiselijk geweld en mishandeling van kinderen en volwassenen te voorkomen en te stoppen. De plustekens staan voor: specialistisch en intersectoraal. 16
kunnen/moeten worden. Ook dient de verbinding tussen het beleids- en uitvoeringsplan te worden verstevigd. De gezamenlijke sturing door gemeenten op de juiste randvoorwaarden van deze programmalijn kan worden versterkt. Daarnaast kan de regievoering op diverse onderwerpen worden verstevigd. Voor verschillende thema’s is regionale borging gewenst. Zoals onder andere detentie en terugkeer, nazorg voor uitstappende sekswerkers en de Persoonsgerichte Aanpak (PGA). De pilot MDA++ is in 2021 gerealiseerd. Hierbij is de uitvoering regionaal bij Veilig Thuis belegd en lokaal bij de gemeentelijke uitvoeringsdiensten. Dit is echter niet in uitvoering genomen. Aan de MDA++- doelgroep wordt binnen de Toekomsttuinen van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (0-100) (hierna TKS) een plek gegeven. De doelgroep MDA++ daargelaten, valt het TKS buiten de scope van het nieuwe beleidsplan Bescherming en Opvang. 25.
Continueren OGGz verslavings-/bemoeizorg, methadon, sociaal medische zorg Dit is gecontinueerd middels de nieuwe inkoop (per 2023) en verloopt volgens de daaraan gekoppelde contractafspraken. Toch doen zich ook wel nieuwe knelpunten voor op het bredere thema van middelengebruik en verslaving, waarvoor geen beleid bestaat (wat hiermee te doen, komt terug bij het volgende hoofdstuk).
26.
Doorontwikkelen Zorg en Veiligheidshuis G&V (a. t/m c.) Wat gaat goed: De basis is ruimschoots op orde. In zowel positionering als professionalisering zijn grote vorderingen gemaakt. Er worden mooie stappen gezet in het concretiseren van de plustaken.25 Wat kan beter: Bij casuïstiek kan de inzet van ervaringsdeskundigen van toegevoegde waarde zijn. Sturing op huiselijk geweld, seksueel geweld, ouderen- en kindermishandeling Gemeenten sturen lokaal op het voorkomen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Zij voeren programma’s uit om de draagkracht en draaglast van inwoners te versterken, zorgen ervoor dat inwoners die hulp nodig hebben kunnen rekenen op tijdige en adequate steun. Gemeenten zetten – samen met Veilig Thuis - interventies en hulp in. Deze interventies en hulp kopen gemeenten gezamenlijk in via Regio Gooi en Vechtstreek. Ook het beheer doen gemeenten gezamenlijk. Professionals in de zorg zijn verplicht de Meldcode en het afwegingskader van de eigen sector te hanteren en signalen en vermoedens van huiselijk geweld te melden. Veilig Thuis stimuleert het gebruik van de Meldcode. De samenwerking tussen de gemeentelijke uitvoeringsdiensten en Veilig Thuis wordt over het algemeen als goed ervaren.
Om tijdig adequate hulp te kunnen inzetten, dient expertise over het thema huiselijk geweld bij de gemeentelijke uitvoeringsdiensten te worden vergroot, zodat de problematiek in een vroeger stadium gesignaleerd kan worden.
25
Basistaken van alle Zorg- en Veiligheidshuizen in Nederland: − Faciliteren en regisseren van casus overleggen waar complexe, domein overstijgende casuïstiek wordt besproken en verder opgepakt; − Functioneren als vraagbaak en expertisenetwerk voor multidisciplinaire zorg- en veiligheidsproblematiek voor ketenpartners en professionals;
−
Signaleren van relevante knelpunten, trends en ontwikkelingen en hierover aan bestuurders en sleutelpartners adviseren Plustaken Zorg- en Veiligheidshuis Gooi en Vechtstreek: − Radicalisering; − Procescoördinatie Detentie en Terugkeer 17
27.
Doorontwikkelen Veilig Thuis (a. t/m d.) Wat gaat goed: De werkwijze Samen op in Acuut wordt in onze regio succesvol uitgevoerd. Situaties van onveiligheid komen hierdoor eerder in beeld. Het gelijktijdig samenwerken tussen politie en Veilig Thuis (VT) zorgt voor meer snelheid en efficiency in het werk. Ook neemt de kans op escalatie van geweld af, doordat er goede afstemming tussen politie en hulpverlening is. In geval van ernstig bedreigende en hoog- risico situaties van geweld in afhankelijkheidsrelaties, hebben alle inwoners voor wie dit noodzakelijk is, toegang tot een AWARE26-traject inclusief snelle inzet van begeleiding. De samenwerking tussen de gemeentelijke uitvoeringsdiensten en VT wordt over het algemeen als goed ervaren. Wat kan beter: In de gehele keten zijn wachtlijsten. Hierdoor kan casuïstiek door Veilig Thuis (VT) niet naar het lokale veld worden overgedragen. Samen met gemeenten en netwerkpartners dienen we tot verbeteringen in regie, uitstroom en overdracht te komen. Er zou meer gebruik van ervaringsdeskundigen kunnen worden gemaakt. Dit geldt zowel voor advies, in het kader van preventie en nazorg. Voor de verdere inbedding van het actieplan ‘Geweld hoort nergens thuis’ (GHNT) geldt dat borging van de verschillende ingezette actielijnen steviger had gekund nadat tijdelijke financiering vanuit het Rijk eindigde.
Hierdoor worden geen resultaten meer behaald op de tijdens GHNT gestarte initiatieven zoals de Lokale Alliantie Financieel Veilig Ouder Worden en het project Traumasensitief Werken. Ook is de aandacht voor specifieke doelgroepen verminderd. Dit beperkt zich niet enkel tot verschillende vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Andere factoren zoals culturele achtergrond kunnen eveneens van invloed op een gezins- en geweldsdynamiek zijn. Bewustwording en expertise hierover dienen te worden versterkt. Kansen liggen bij: Ontschotten binnen het sociaal domein. Het verstevigen van de samenwerking tussen VT en consulenten in de uitvoering. Het standaard inzetten van een procesregisseur wanneer het HGKM betreft en er kinderen betrokken zijn. Mogelijkheid voor gemeenten om intern beter informatie met elkaar te kunnen delen. En ook extern met VT. Expertisebevordering bij alle actoren in de keten.
28.
Verdere uitrol Handle with care Wat gaat goed: In het kader van perspectief en preventie biedt Handle with Care (HwC) een mooie mogelijkheid om kinderen te steunen. Met HwC kan tegenwicht voor de generationele overdracht van geweld worden geboden. Er wordt veel potentie in de maatregel gezien. Dankzij enkele aanpassingen in het werkproces van Veilig Thuis worden er nu meer signalen aan scholen afgegeven. Wat kan beter: Het afgeven van het signaal aan school vergt een grote tijdsinspanning van Veilig Thuis. Ook is er onvoldoende zicht op uitvoering van het werkproces HwC door scholen. Dit leidt ertoe dat resultaten van deze werkwijze in de praktijk weinig zichtbaar zijn. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de verdere implementatie. Gevolg van deze decentralisatie is dat HwC niet goed meer op het netvlies staat, waardoor de beoogde doelen van het beleidsplan 20222025 niet volledig behaald zijn. Daardoor behoeft de beoogde verdere implementatie van HwC extra aandacht/strakkere regievoering.
26 AWARE (Abused Women’s Active Response Emergency) is een betrouwbaar alarmsysteem voor slachtoffers van geweld in
afhankelijkheidsrelaties die ernstig worden bedreigd. Het alarmsysteem biedt directe toegang tot de politie met één druk op de knop. Daarnaast krijgen deelnemers intensieve begeleiding om gedrags- en relationele patronen te doorbreken en structurele oplossingen te vinden 18
29.
Signaleren risico jeugd (verwijsindex) organiseren scholing In afwachting van het schrappen van de verwijsindex uit de Jeugdwet, wordt in het kader van scholing een pas op de plaats gemaakt.
30.
Continueren Centrum voor Seksueel Geweld (CSG) Het Centrum Seksueel Geweld biedt professionele hulp aan inwoners die een nare seksuele ervaring hebben gehad. Dit voorziet in een behoefte en wordt middels inkoop gecontinueerd.
31.
Structureel inbedden aanpak mensenhandel (a. t/m c.) Wat gaat goed: De inzet van de zorgcoördinator mensenhandel wordt als zeer succesvol ervaren. Er wordt goed ingezet op bewustwording, signalering en de meldroute. Wat kan beter: De sturing op randvoorwaarden om mensenhandel te voorkomen kan worden verstevigd. Er is een verschil tussen gemeenten ten aanzien van borging, capaciteit en prioriteit aangaande het thema mensenhandel. De uitvoering van de lokale plannen en actielijnen loopt hierdoor vertraging op. Ook wordt informatiedeling tussen verschillende schakels in de keten als knelpunt ervaren. In het nieuwe beleidsplan dient hiervoor extra aandacht te zijn. Sturing op de aanpak uitbuiting en mensenhandel Gemeenten sturen samen op de aanpak van uitbuiting en mensenhandel. Dit doen zij via Regio Gooi en Vechtstreek. Het Zorg en Veiligheidshuis is verantwoordelijk voor de operationele aansturing van de ketenregisseur en de zorg coördinator. Op lokaal niveau borgen gemeenten randvoorwaarden om uitbuiting en mensenhandel te voorkomen en aan te pakken. Er is sprake van beleid en een effectieve aanpak. Gemeenten versterken de infrastructuur van signalering, zorgen ervoor dat mensen weten waar zij terecht kunnen met signalen van en ervaringen over mensenhandel én gemeenten zorgen ervoor dat slachtoffers van mensenhandel kunnen rekenen op adequate hulp.
De resultaten van de gemeentelijke sturing tijdens de afgelopen beleidsperiode zijn bij maatregel 31 opgenomen.
19