CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 1 - Beleidsplan Bestaanszekerheid 2024-2028

Gemeenteraad 26 juni 2024, gemeente larenBij agendapunt: Beleidsplan Bestaanszekerheid 2024-202813.471 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidsplan Bestaanszekerheid 2024-2028

‘Werken aan bestaanszekerheid’

januari 2024 Daphne Aartsen, team Maatschappelijk Beleid Opgesteld in samenwerking met Louisetta Eisses, Marieke Haak, Radi Elbelghiti en Suze Schreijer

Inhoudsopgave INLEIDING

3

HOOFDSTUK 1. LANDELIJKE ONTWIKKELINGEN

5

1.1 Kabinetsplannen aangekondigd met Prinsjesdag

5

1.2 Koopkracht- en armoedemaatregelen

5

1.3 Mensen lopen te lang door met schulden voor zij aan de bel trekken

6

1.4 Saneringskredieten

6

1.5 Belang van preventie

6

1.6 Landelijke knelpunten bij de aanpak van de schuldenproblematiek

6

1.7 Conclusie

7

HOOFDSTUK 2. LOKALE ONTWIKKELINGEN IN HBEL

8

2.1 Aanbevelingen Rekenkamercommissie

8

2.2 Dashboard Sociaal Domein gebruik regelingen

9

2.3 Gebruik Kredietbank

10

2.4 Motie saneringskredieten

11

2.5 De toegang tot de schuldhulpverlening

13

2.6 Vrijwilligersorganisaties

14

2.7 Budgetcoach

16

HOOFDSTUK 3 MISSIE, VISIE EN STRATEGIE

17

HOOFDSTUK 4 HUIDIGE INSTRUMENTEN

19

4.1 Schuldhulpverlening

19

a.

Stabilisatietraject schulden

19

b.

Schuldregeling

20

c.

Het versterken van de werkwijze rond beschermingsbewind

21

d.

Bijzondere doelgroepen

22

4.2 Bijzondere bijstand en minimaregelingen

24

HOOFDSTUK 5 OPGAVEN VOOR DE KOMENDE JAREN

26

5.1 Preventie

26

5.2 Doelmatige aanpak

27

HOOFDSTUK 6 TOEGANKELIJKHEID

30 1

6.1. Toeleiding

30

6.2 Stress-sensitieve dienstverlening

30

6.3 Laagdrempelige toegang inwoners

30

6.4 Laagdrempelige toegang ondernemers

31

HOOFDSTUK 7 FINANCIEEL KADER

32

HOOFDSTUK 8 SAMENVATTING

32

2

INLEIDING De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (hierna te noemen: Wgs) verplicht gemeenten elke vier jaar een beleidskader vast te stellen. Dit beleidskader biedt handvatten aan de uitvoering van schuldhulpverlening. Aangezien schuldhulpverlening één van de speerpunten is in het voorkomen en bestrijden van armoedeproblematiek, hebben wij een breder beleidskader geschreven dat bijdraagt aan de bestaanszekerheid van onze inwoners. Voor u ligt dan ook het Beleidsplan Bestaanszekerheid 2024-2028 gemeenten HBEL. Wat verstaan wij onder bestaanszekerheid? Bestaanszekerheid verwijst naar de mate van stabiliteit en toegang tot basisbehoeften. Armoede daarentegen beschrijft de toestand waarin mensen onvoldoende middelen hebben om in die basisbehoeften te voorzien. Ze zijn gerelateerd, maar niet hetzelfde. Bestaanszekerheid, armoede en schulden zijn onderling verbonden kwesties die van invloed zijn op het welzijn van individuen en gemeenschappen. Het vergroten van bestaanszekerheid en het verminderen van armoede zijn belangrijke stappen om de schuldenlast van mensen te verlichten en de financiële stabiliteit te verbeteren. Maar ook het hebben van werk, inkomen en een dak boven je hoofd, zijn basisbehoeften. De VNG benoemt vier pijlers: 1. Inkomenszekerheid: inwoners hebben zekerheid op voldoende en voorspelbaar inkomen om in hun levensonderhoud te voorzien; 2.

Werkzekerheid: inwoners hebben de zekerheid om door betekenisvol werk en zinvolle dagbesteding mee te kunnen doen in de maatschappij; 3. Menselijke maat: overheid benadert burgers vanuit vertrouwen en empathie en sluit aan bij de situatie van inwoners. Hiermee geven we inwoners de zekerheid dat ze gesteund worden door de overheid wanneer dat nodig is; 4. Basisvoorzieningen wonen en zorg: het hebben van een plek om te wonen en goede zorg zijn basale zekerheden om te kunnen werken en leven. In dit plan beperken we ons vooral tot pijler 1: het minimabeleid en schuldhulpverlening. Waarom doorontwikkelen? De beleidsdoelstellingen, zoals hier beschreven in dit plan, passen bij de ingezette koers in de HBELvisie. Wij zijn in de uitvoering al aan de slag gegaan om deze koers in de praktijk te implementeren. Dit beleidsplan is het bestuurlijke commitment aan het voortzetten en het doorontwikkelen op het gebied van bestaanszekerheid voor de komende vier jaren. We vinden deze doorontwikkeling nodig omdat: - De ontwikkelingen in het sociaal domein na de Coronacrisis, de energiecrisis en de prijsstijgingen in een stroomversnelling zijn geraakt. Het Centraal Plan Bureau (CPB) verwacht een stijging in armoede. De CPB-ramingen laten zien dat er dit jaar bijna een miljoen mensen onder de armoedegrens komt te zitten als er geen nieuw beleid komt.

Een toename van ongeveer 165.000 mensen ten opzichte van afgelopen jaar; - De economische crisis (mede als gevolg van de inflatie) voor veel mensen nog nadreunt, maar óók vanwege de constatering dat het huidige herstel van de economie niet voor iedereen voelbaar is, en zonder maatregelen ook niet voelbaar wordt; - Op lokaal niveau het ‘speelveld’ de afgelopen tijd behoorlijk veranderd is met de realisatie van het nieuwe uitvoerende team Schuldhulpverlening en Vroegsignalering en Preventie, het lokaal begeleidingsteam en de rol van de budgetcoach in de BEL gemeenten; - Er nieuwe wetenschappelijke inzichten zijn, onder andere binnen de gedragswetenschappen, over de gevolgen van stress door financiële problematiek voor de zelfredzaamheid van mensen; - We bij de uitvoering van de schuldhulpverlening in de praktijk veel geleerd hebben de afgelopen jaren en mogelijkheden zien voor innovatie en versterking. 3

Tussentijds evalueren we de effectiviteit aan de hand van de in dit plan beschreven beleidsdoelstellingen en indicatoren. Het college en de raad worden meegenomen in het monitoringsproces. Integrale schuldhulpverlening Schuldhulpverlening draagt bij aan de bestrijding van armoede en geeft mensen meer mogelijkheden om mee te doen in de samenleving. De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening geeft een ruim kader waarbinnen gemeenten de schuldhulpverlening zelf kunnen vormgeven. Desondanks blijft dit een uitdaging. Schulden hangen vaak samen met problemen op andere levensdomeinen. Het oplossen van financiële problemen gaat vaak gepaard met aandacht voor psychosociale problemen of problemen rond de woonsituatie, gezondheid, verslaving of de gezinssituatie. Daarvoor is integrale dienstverlening en samenwerking met andere partijen nodig. Daarnaast is het belangrijk aan te sluiten bij de lokale situatie binnen de HBEL. Dit beleidsplan gaat voor een groot deel over integrale schuldhulpverlening. Daarmee doelen we op alle activiteiten die gericht zijn op het voorkomen en oplossen van schulden.

Bij het voorkomen van schulden gaat het onder andere om voorlichting en advies maar ook om het zorgen voor plekken waar mensen met hun financiële vragen en problemen terecht kunnen, zodat voorkomen kan worden dat in aanleg eenvoudige financiële problematiek uiteindelijk leidt tot problematische schulden. Preventie behelst alles voorafgaand aan schulden, zoals aandacht voor weerbaarheid, veerkracht, kennis, levensgebeurtenissen en vroegsignalering. Het daadwerkelijk oplossen van schuldenproblematiek varieert van het realiseren van een betalingsregeling tot een langdurig traject van schuldsanering. De speerpunten in dit beleidsplan met betrekking tot schuldhulpverlening worden verder uitgewerkt in het Uitvoeringsplan Schuldhulpverlening en Vroegsignalering en Preventie. Dit uitvoeringsplan wordt als bijlage aangeboden aan het college. Het uitvoeringsplan bevat concrete acties die handen en voeten geven aan de doorontwikkeling van schuldhulpverlening. Daarnaast worden gelijktijdig de Beleidsregels Schuldhulpverlening opgesteld aan de hand van de nieuwe beleidsuitgangspunten en de uitvoeringspraktijk. Jaarlijks zal er een evaluatie van het beleid worden aangeboden1. Leeswijzer In dit beleidsplan geven we eerst een overzicht van landelijke ontwikkelingen op het gebied van schuldhulpverlening en de opgaven die op gemeenten afkomen (hoofdstuk 1).

Daarna schetsen we in hoofdstuk 2 de ontwikkelingen op dit terrein in de HBEL-gemeenten. Vervolgens plaatsen we in hoofdstuk 3 het beleidsterrein van de schuldhulpverlening in het perspectief van het beleidskader sociaal domein en het bredere minimabeleid. In hoofdstuk 4 werken we het huidige instrumentarium uit. Vervolgens formuleren we in hoofdstuk 5 de lokale opgaven voor de komende vier jaar. In hoofdstuk 6 besteden we aandacht aan de toegankelijkheid. Hoofdstuk 7 geven we u een financieel overzicht. We sluiten af in hoofdstuk 8 met een samenvatting. Bijlagen 1. Uitvoeringsplan Schuldhulpverlening en Vroegsignalering en Preventie 2. Doorontwikkelplan Schuldhulpverlening en Vroegsignalering en Preventie 3. Processchema nieuwe werkwijze 4. Beleidsregels Schuldhulpverlening 5. Aangepaste Beleidsregel bijzondere bijstand 6. Planning

1 De criteria 6a en 6b van de kwaliteitseisen van de Rekenkamer geven aan dat de raad regelmatig geïnformeerd moet worden over: wat willen we

bereiken, wat hebben we daarvoor gedaan, wat heeft het gekost en wat hebben we bereikt.

4

HOOFDSTUK 1. LANDELIJKE ONTWIKKELINGEN De oorlog in Oekraïne heeft grote gevolgen (gehad), ook financieel. De prijzen stegen hard en dat bracht mensen in de problemen. Tegelijkertijd is de werkloosheid laag. Veel werkgevers hebben moeite om personeel te vinden. Hoe de Nederlandse economie zich volgend jaar zal ontwikkelen, is onzeker. Jarenlang was de inflatie in Nederland heel laag, maar dat is sinds eind 2021 anders. De inflatie is niet eerder zo hoog geweest. Vooral de prijzen van energie en boodschappen stegen hard. In 2022 was er sprake van een prijsstijging in de energielasten van 88,5% en een prijsstijging van 10,8% als het gaat om boodschappen. In 2023 bleven de prijzen stijgen. De economie groeide in 2023 met 0,7% en groeit in 2024 met 1,4%. De koopkracht herstelt na eerdere forse daling dankzij stijgende lonen met 1,9% in 2024. Het aantal mensen in armoede stijgt zonder aanvullend beleid tot 5,7% van de bevolking en 7% van de kinderen in 2024. Dat blijkt uit de concept-Macro Economische Verkenning 2024, van het Centraal Planbureau. Daarom kondigde het kabinet plannen aan om mensen met lage en middeninkomens te helpen. Niet alleen volgend jaar, ook in de jaren daarna. 1.1 Kabinetsplannen aangekondigd met Prinsjesdag Het kabinet heeft aangegeven dat inwoners met problematische schulden altijd terecht moeten kunnen bij de gemeentelijke schuldhulpverlening.

Het kabinet maakt vanaf 2024 structureel € 2 miljard extra per jaar vrij om financieel kwetsbare huishoudens te ondersteunen. Hierdoor stijgt het aantal mensen in armoede niet en daalt het aantal kinderen dat in armoede opgroeit. Dit wordt voor het grootste gedeelte betaald uit herverdeling, waarbij mensen met een hoger inkomen iets meer belasting betalen. Minister Kaag: “Door de demissionaire status past het kabinet terughoudendheid. Dat neemt niet weg dat we een verantwoordelijkheid hebben om te streven naar een goed bestaan voor iedereen. Nu en in de toekomst. Totdat er een nieuw kabinet aantreedt, nemen we de maatregelen die noodzakelijk zijn. Daarom hebben we een evenwichtig pakket samengesteld met oog voor de kwetsbare mensen in de samenleving.” Staatssecretaris Van Rij: “Belastinggeld innen is noodzakelijk, zodat we als overheid uitgaven kunnen doen. Voor onderwijs, voor infrastructuur en voor veiligheid. Ook gaan we door met het beter en eenvoudiger maken van het belastingstelsel voor burgers, ondernemers en de uitvoerende instanties.” Staatssecretaris De Vries: “Het kabinet blijft doorwerken aan oplossingen voor problemen waar mensen tegenaan lopen. Ik ben blij dat, ook al zijn we demissionair, dit kabinet een gericht pakket aan inkomensondersteunende maatregelen presenteert.

We blijven daarnaast knelpunten oplossen in het toeslagenstelsel, maar ook bij de Douane voor ondernemers die handeldrijven over de grens.” 1.2 Koopkracht- en armoedemaatregelen Het kabinet heeft aandacht voor de ontwikkeling van de koopkracht van lagere inkomens. De koopkracht stijgt komend jaar voor de meeste mensen. De gemiddelde Nederlander gaat er 1,7% op vooruit. Wel zijn er verschillen in koopkrachtontwikkeling tussen groepen. Eén van de manieren om dat via de belastingen te voorkomen, is het verhogen van de arbeidskorting met € 115. Hierdoor houden werkenden met een inkomen tussen het minimumloon en een modaal inkomen netto meer geld over. Ook gezinnen met kinderen gaan erop vooruit. Het kindgebonden budget gaat omhoog. Vanaf 2025 past het kabinet het toeslagpartnerbegrip aan. Dat zorgt er bijvoorbeeld voor dat grootouders die bij hun kind gaan wonen in een mantelzorgsituatie, niet meer gekort worden op hun toeslagen. Verder stijgen de uitkeringen volledig mee met het minimumloon, doordat de dubbele 5

heffingskorting in de bijstand in 2024 niet wordt afgebouwd. En ook komend jaar is er een gratis schoolontbijt op scholen met veel kinderen uit financieel kwetsbare huishoudens. Hiervoor komt € 165 miljoen vrij. De huurtoeslag gaat omhoog en mensen die hun energierekening niet kunnen betalen, kunnen een beroep doen op het Tijdelijk Noodfonds Energie. Door deze maatregelen blijft het aantal Nederlanders dat in armoede leeft gelijk op 4,8% van de bevolking. Dat is 1,3% lager dan bij de start van het kabinet. Het aantal kinderen dat opgroeit in armoede daalt naar 5,1%. Dat is 2,1% minder dan bij de start van het kabinet. 1.3 Mensen lopen te lang door met schulden voor zij aan de bel trekken Mensen lopen lang door met hun schulden voordat zij aan de bel trekken. In het verleden duurde het nog drie jaar voordat zij een schuldhulptraject hadden doorlopen en weer vooruit konden kijken. Tijdens deze periode moesten zij lange tijd van het absolute minimum zien rond te komen. Dat trok een zware wissel op mensen, waardoor velen het traject niet volhielden en de financiële problemen juist groter werden. Minister Schouten (Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen) heeft daarom de duur van schuldhulpverleningstrajecten bij gemeenten verkort tot anderhalf jaar en de drempel naar de gemeentelijke hulp verlaagd.

Op die manier wil de minister bereiken dat meer mensen hulp krijgen en dat zij sneller van hun schulden af zijn. 1.4 Saneringskredieten Schouten wil een snellere aflossing van schulden onder meer bereiken door meer saneringskredieten te laten inzetten in plaats van schuldbemiddelingen. Hierbij neemt de gemeente of de kredietbank de schulden over van schuldeisers waarmee de totale schuld wordt afgelost tegen finale kwijting. Huishoudens lossen dan nog maar af bij één schuldeiser, namelijk de gemeente of de kredietbank. Dit geeft rust. Het kabinet heeft in 2021 een Waarborgfonds ingesteld dat het risico voor gemeenten bij het afgeven van deze kredieten afdekt. 1.5 Belang van preventie Het is belangrijk ervoor te zorgen dat huishoudens met beginnende geldzorgen eerder in beeld komen bij hulpverleners, om te voorkomen dat de schulden hoog oplopen. Hiervoor is structureel geld vrijgemaakt voor onder meer betere vroegsignalering van schulden door gemeenten. Gemeenten kunnen met deze extra middelen meer inwoners met geldzorgen persoonlijke hulp aanbieden. In het kader van vroegsignalering krijgen gemeenten van energieleveranciers, zorgverzekeraars, woningverhuurders2 en drinkwaterbedrijven informatie over betalingsachterstanden van hun klanten. Gemeenten bieden vervolgens deze inwoners hulp aan.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is eind vorig jaar met Geldfit een offensief gestart om mensen met geldzorgen te wijzen op de beschikbare ondersteuning en aan te moedigen de stap naar hulp te zetten. Mensen kunnen anoniem bellen met de hulplijn van Geldfit, wat de drempel om hulp te zoeken verlaagt. 1.6 Landelijke knelpunten bij de aanpak van de schuldenproblematiek Nederland heeft een lage werkloosheid, maar vergeleken met andere Europese landen is het aantal zelfstandigen en mensen zonder vast dienstverband groot. Een flexibel dienstverband of zelfstandigheid in combinatie met een laag inkomen leidt tot een onzekere positie. Een aanzienlijk deel van deze onzekere werkenden blijft langdurig in deze situatie en is op meerdere terreinen kwetsbaar. 2 De Rekenkamer benadrukt in kwaliteitscriterium 4h het belang van afspraken met woningbouwverenigingen over het tijdig signaleren van slecht

betalingsgedrag en/of achterstanden.

6

Een gebrek aan baanzekerheid heeft invloed op de kansen op de woningmarkt en het mentaal welbevinden. De energieprijzen stegen de afgelopen jaren fors. De verwachting is dat huishoudens dit nog enige tijd terugzien in een hogere energierekening. Vooral voor de laagste inkomens is dit zo’n hoog aandeel van hun inkomen dat zij risico lopen hun energierekening niet te kunnen betalen. Een deel van de huishoudens kan hun woning niet ingrijpend verduurzamen omdat ze huurder zijn of omdat ze de middelen niet hebben. Het is daarom belangrijk om ook als gemeenten een aantal maatregelen te nemen. Belangrijke uitgangspunten zijn dan ook: 1. Verklein de afstand tot de arbeidsmarkt voor mensen die kunnen werken, maar geen baan hebben en 2. Bied ondersteuning bij het verduurzamen van de woning bij de meest kwetsbare huishoudens, bijvoorbeeld door het inzetten van Fix-teams. 1.7 Conclusie Bij de aanpak van de schuldenproblematiek staan gemeenten dus voor een flinke opgave. In de context van economische groei en een –naar het zich laat aanzien- afnemende schuldenproblematiek, hebben zij te maken met een forse groep huishoudens met complexe financiële problematiek.

Mede op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening verwacht het Rijk van gemeenten dat zij een belangrijke rol nemen in het terugdringen van de schuldenproblematiek en dat zij ervoor zorgen dat de effectiviteit van de aanpak toeneemt. Dat er een aanzienlijke groep huishoudens is die de weg naar de schuldhulpverlening niet vindt, is in dat licht een belangrijk aandachtspunt. Om de ambities om het aantal huishoudens met problematische schulden terug te dringen te realiseren en meer mensen sneller en effectiever te helpen is men het er landelijk over eens dat gemeenten voor de volgende vier opgaven staan: 1. Voorzien in effectieve schuldpreventie en vroegsignalering door middel van een integrale benadering; 2. Het vergroten van de toegankelijkheid en effectiviteit van de schuldhulpverlening; 3. Het vinden van een passende balans in gebruik van schuldhulpverlening en beschermingsbewind; 4. Het inrichten van nazorg zodat duurzame uitstroom wordt gerealiseerd.

7

HOOFDSTUK 2. LOKALE ONTWIKKELINGEN IN HBEL Vanwege de verwachting dat er meer inwoners in de schulden terecht komen, en ook dat er meer mensen gebruik gaan maken van schuldhulpverlening, wordt het beleidsplan Schuldhulpverlening geactualiseerd, met daarbij ook speciale aandacht voor jongeren, ondernemers, statushouders en gezinnen met kinderen. Als uitgangspunten bij de actualisatie gelden: - belangrijk is een vaste consulent en indien nodig een vast ‘schuldhulpmaatje’ (dit kan bijvoorbeeld een budgetcoach, een vrijwilliger van Humanitas of Schuldhulpmaatje, mentor of bewindvoerder zijn) waarbij realistische afspraken worden gemaakt met de inwoner én de schuldeisers; - een integrale aanpak, waarbij gekeken wordt naar de gehele leefsituatie; - gekeken wordt niet naar oplossingen op korte termijn, maar juist naar de beste oplossing op de lange termijn, waarbij ook ‘out of the box’ wordt gedacht; - er wordt extra aandacht gegeven aan voorlichting ter voorkoming van schulden bij jongeren. (Collegeprogramma Huizen 2022-2026.) We zien zowel in de HBEL-gemeenten als landelijk een toename van de zorgvraag op het gebied van bestaanszekerheid. Er is sprake van toename van armoede en schulden. Daarbij is extra aandacht nodig voor nieuwe groepen waarbij dit (kan) optreden en nieuwe oorzaken (inflatie, energieprijzen, etc.).

In de HBEL-visie sociaal domein 2023-2030 beschrijven wij waar wij voor staan. ‘We willen mensen die ons terecht om hulp vragen, zo volwaardig mogelijk in de samenleving laten meedoen. Dat is onze grootste drijfveer bij alles wat we doen. Daarbij onderzoeken we de barrières die volwaardige participatie in de weg staan. Door deze zo goed en volledig mogelijk weg te nemen met en -waar nodig- passende ondersteuning te bieden, dragen we bij aan een samenleving waar iedereen een plek heeft. Een samenleving waar iedereen kan meedoen.’ 2.1 Aanbevelingen Rekenkamercommissie In 2014 heeft de rekenkamercommissie Huizen een onderzoek uitgevoerd naar schuldhulpverlening. Doel van het onderzoek was om bij te dragen aan de kwaliteit van de gemeentelijke schuldhulpverlening. Op basis van het onderzoek zijn destijds diverse aanbevelingen gedaan en overgenomen door de raad. In 2022 heeft de rekenkamercommissie een nieuw onderzoek uitgevoerd om te monitoren wat er is gedaan met de aanbevelingen die door de gemeenteraad zijn overgenomen. Het onderzoek heeft tot doel om inzicht te geven in de wijze waarop, de mate waarin en de redenen waarom de aanbevelingen uit het onderzoek schuldhulpverlening (2014) wel of niet zijn opgevolgd.

De centrale vraag in dit onderzoek luidde: In welke mate en op welke wijze zijn de aanbevelingen geïmplementeerd en geëffectueerd? Uitkomst onderzoek Uit de interviews blijkt dat zowel respondenten binnen de gemeente als respondenten van verschillende ketenpartners tevreden zijn over de uitvoering van schuldhulpverlening op casusniveau. Cliënten hebben een vast aanspreekpunt en in de beleidsplannen zijn diverse acties m.b.t. preventie opgenomen die volgens respondenten ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. De rekenkamer stelt vast dat een aantal aanbevelingen uit 2015 deels, later of niet zijn uitgevoerd. Zij komt daarom met de volgende aanbevelingen: 1. stel beleidsdoelstellingen meetbaar (SMART) op en vertaal ze vervolgens in managementinformatie (inclusief toelichting en duiding); 8

2. versterk de regiefunctie van de gemeente op het gebied van schuldhulpverlening; 3. formaliseer waar nodig afspraken met ketenpartners en maak deze inzichtelijk; 4. stel een concrete planning op voor het uitvoeren van de aanbevelingen en rapporteer hierover regelmatig aan de gemeenteraad tot alle aanbevelingen zijn geïmplementeerd. In deze beleidsnotitie vindt u in de voetnoten de verwijzingen naar de aanbevelingen aan de hand van de kwaliteitscriteria van de Rekenkamer. 2.2 Dashboard Sociaal Domein gebruik regelingen Van alle inwoners die nu en/of in het verleden gebruik hebben gemaakt van de gemeentelijke schuldhulpverlening ontving ongeveer 46% ook ondersteuning op andere domeinen. Hierbij kunnen we denken aan een uitkering vanuit de Participatiewet, maar ook ondersteuning vanuit de Wmo. In onderstaande figuur staat het aantal cliënten dat gebruikmaakt van bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten. HBEL breed waren dat er op 1 januari 244 en op 1 november 2023 222. Er is dus sprake van een relatief recent ingezette daling.

Door de energietoeslag zijn er in 2022 en 2023 veel meer unieke cliënten bekend binnen de bijzondere bijstand dan in voorgaande jaren. De energietoeslag buiten beschouwing latende lijkt er HBEL breed sprake te zijn van een lichte daling. In 2021 waren er 990 unieke cliënten, in 2022 981 en in november 2023 959.

De kosten voor bijzondere bijstand zijn afgelopen jaren flink gestegen vanwege de energietoeslag. In onderstaande visual is te zien dat wanneer de energietoeslag buiten beschouwing wordt gelaten (middelblauw) de kosten ongeveer gelijk blijven (stand november 2023).

9

Actiepunt t.b.v. uitvoering Dashboard doorontwikkelen op het terrein van schuldhulpverlening en minimabeleid. 2.3 Gebruik Kredietbank De Kredietbank voert in opdracht en onder mandaat van de HBEL-gemeenten de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening uit. Uit hun data blijkt dat de grootste groep mensen die van hen schuldhulpverlening ontvangt, in de leeftijdscategorie 51-65 jaar valt. De groep die valt binnen de leeftijdscategorie 41-50 jaar is duidelijk de minst grote groep. Leeftijd

16,67%

18,06%

3. >= 31 en <= 40 6. > 65

9,72%

5. >= 51 en <= 65

16,67%

4. >= 41 en <= 50 2. >= 21 en <= 30

38,89%

Uit onderstaand overzicht dat het grootste percentage van de mensen die schuldhulpverlening ontvangen van de Kredietbank alleenstaand is. Burgerlijke staat 4,17%

1,39% Alleenstaand

8,33%

Gehuwd

8,33% Gescheiden 18,06%

59,72%

Samenwonend Weduwe of weduwenaar

We zien dat bijna 85% van de mensen die in beeld zijn bij de Kredietbank geen kinderen heeft.

10

Kinderen 0

2,78% 2,78% 9,72%

1

2

84,72% 3

Tenslotte zien we dat bijna de helft van de mensen een inkomen heeft dat net boven het wettelijke minimumloon zit. Inkomen 4,17%

2,78%

Tussen 1200 en 1400

16,67% 19,44%

Tussen 800 en 1000 Tussen 1000 en 1200

9,72% Meer dan 1400

47,22%

Minder dan 600 Tussen 600 en 800

In overleg met de Kredietbank gaan wij de data die zij aanleveren uitbreiden en deze worden onderdeel van het dashboard Sociaal Domein3. 2.4 Motie saneringskredieten In de raadsvergadering van 6 juli 2023 heeft de gemeenteraad van Huizen de motie aangenomen, waarin het college wordt opgedragen onderzoek te doen naar de mogelijkheid om als gemeente zelf saneringskredieten in te zetten, de benodigde omvang en de dekking en daarover uiterlijk in het 1e kwartaal 2024 te rapporteren. Aanpak van het onderzoek Bij dit onderzoek hebben wij gekeken naar de huidige situatie. Op dit moment worden saneringskredieten verstrekt door de Kredietbank. Wij hebben de recente ontwikkelingen met betrekking tot saneringskredieten hierbij betrokken. Vervolgens hebben wij onderzocht wat het zelf verstrekken van saneringskredieten betekent voor de inwoner en aan welke regels wij dan moeten voldoen. Tenslotte hebben we de benodigde capaciteit berekend aan de hand van de huidige aantallen en de verwachte ontwikkelingen Huidige situatie, dienstverlening door Kredietbank Kredietbanken verstrekken saneringskredieten; dit zijn leningen om schulden af te lossen. Ook in de HBEL-gemeenten is dit zo geregeld. De aanvraag daarvan verloopt via de gemeentelijk schuldhulpverlening. Met saneringskredieten worden alle schuldeisers in één keer aan het begin van het traject afgelost.

Het incassocircus valt definitief stil. De schuldeisers krijgen allemaal binnen korte tijd een deel van hun vordering uitgekeerd en hoeven daarna geen contact meer te onderhouden over de schuld. Om de schulden te betalen, sluit de cliënt via de gemeente een krediet af dat in 1,5 jaar moet worden afgelost.

3 De criteria 1a tot en met 1k en 2b, 2c en 2g van de kwaliteitseisen van de Rekenkamer zullen onderdeel uitmaken van de afspraken met de

Kredietbank.

11

Lopende sanerings kredieten Huizen Blaricum Eemnes Laren

21 2 0 2

Dit jaar gestarte saneringskredieten 4 1 0 0

Dit jaar gestarte schuldbemiddelingen 5 0 0 0

(Informatie 28 september 2023)

Relevante ontwikkeling Sinds 1 juni 2023 is het beleid van de Kredietbanken om in principe saneringskredieten in te zetten in plaats van schuldbemiddelingen. Uiteraard kan hier in individuele gevallen van worden afgeweken. Vergeleken met een schuldbemiddeling heeft een saneringskrediet verschillende voordelen. Voor mensen met schulden biedt het rust en overzicht zodat ze weer kunnen meedoen in de maatschappij (bijvoorbeeld een opleiding volgen of werken). Voor schuldhulpverleners verkort het saneringskrediet het minnelijke traject, en vermindert het de administratieve belasting. Voor schuldeisers is het aantrekkelijk omdat ze het dossier snel kunnen sluiten. Ze krijgen binnen enkele weken het afgesproken bedrag in plaats van een 18 maanden durend administratief bewerkelijk schuldbemiddelingstraject. Het voorkomt ook incassokosten en kosten van (loon)beslagen. Wat betekent het zelf uitvoeren voor cliënten? Eén van de overwegingen voor het aannemen van deze motie, is dat ‘door het hanteren van een lager rentepercentage cliënten hun schuld tegen lagere lasten en daardoor sneller kunnen aflossen, wat gunstig is voor henzelf en de samenleving.’ Deze overweging is niet juist. De hoogte van het rentepercentage beïnvloedt wel de hoogte van de totale schuld, maar is niet bepalend voor de hoogte van het aflossingsbedrag.

Dit betekent dat de cliënt eenzelfde bedrag aflost ongeacht van wie hij de lening ontvangt, van de gemeente of van de Kredietbank. Ook het totaalbedrag dat de cliënt aflost, is in beide situaties hetzelfde. De klant hoeft dus niet zelf de rente te betalen. De rente wordt betaald uit het deel van de schuldeisers. Aan welke regels moeten we voldoen bij het zelf uitvoeren van saneringskredieten? Kredietbanken werken in opdracht van het bestuur van de gemeente of regio waar ze zijn gevestigd. Dat bestuur ziet toe op hun werkzaamheden. Ze moeten voldoen aan wet- en regelgeving voor financiële instellingen, waaronder de Wet financiering decentrale overheden, de Wet op het consumentenkrediet en de Wet op het financieel toezicht. Alle kredietbanken zijn lid van de NVVK en conformeren zich aan de regels van de NVVK, zoals de Gedragscode Sociale Kredietverlening en het Bankreglement. Als je als gemeente besluit zelf saneringskredieten te gaan vertrekken, dan moet je ook aan deze wettelijke voorwaarden voldoen. Welke formatie is benodigd bij het zelf uitvoeren van saneringskredieten? Zoals gezegd is er sprake van een verschuiving in de richting van het meer verstrekken van saneringskredieten. Daarnaast is de periode van het aflossen gehalveerd naar 18 maanden. Dit leidt ertoe dat wij meer aanvragen verwachten de komende jaren.

Als we nu uitgaan van een gemiddelde van 10 gestarte saneringen per jaar én dat we er gemiddeld 25 onderhouden per jaar én dat er misschien wegens voorgenoemde omstandigheden vijf per jaar bijkomen, dan is er minimaal 24 uur nodig in de uitvoering om dit allemaal in goede banen te leiden. 12

Wanneer wij de saneringskredieten zelf zouden gaan verstrekken, kost ons dat jaarlijks alleen aan uitvoering € 55.000, --. Daarnaast vergt het van ons inzet vanuit beleid en bedrijfsvoering om te voldoen aan wet- en regelgeving. Onze kosten voor saneringskredieten uitgevoerd door de Kredietbank bedragen ongeveer € 10.000,--. Overwegingen en advies 1. Het verstrekken van saneringskredieten door de Kredietbank verloopt goed. 2. De aantallen zijn van beperkte omvang, waardoor het moeilijk is om zelf voldoende expertise en ervaring op te bouwen en te onderhouden bij meerdere personen. 3. De gemeente zal aan wettelijke verplichtingen moeten voldoen als zij zelf saneringskredieten zou gaan verstrekken. 4. Het aflossingsbedrag blijft voor cliënten gelijk ongeacht of het krediet verstrekt wordt door de Kredietbank of de gemeente. 5. Voor de uitvoering betekent dit een extra taak en extra expertise, waarvoor naar schatting (aan de hand van de huidige aantallen en verwachte ontwikkelingen) minimaal 24 uur extra nodig is voor de uitvoering. Dit is veel duurder dan de huidige kosten. Dit is voor Huizen voldoende reden om de saneringskredieten door de Kredietbank te laten blijven verstrekken.

2.5 De toegang tot de schuldhulpverlening Eén van de uitgangspunten in onze dienstverlening is dat wij inzetten op een laagdrempelige4, breed toegankelijke, bereikbare en integrale dienstverlening aan de inwoners. Wij hebben een Doorontwikkelplan Schuldhulpverlening en Vroegsignalering en Preventie opgesteld om een doorontwikkeling en kwaliteitsslag te realiseren. In dit plan is de positionering van het team Schuldhulpverlening en Vroegsignalering en Preventie (hierna te noemen: team SHV en VS&P) weergegeven. In het kader van die laagdrempeligheid kan een inwoner direct contact opnemen met het team SHV en VS&P via een eigen telefoonnummer en mailadres. Uiteraard is het ook van belang dat inwoners via andere kanalen (denk hierbij bijvoorbeeld aan het Informatiepunt of het Leefstijlpunt) direct aangemeld kunnen worden bij het team SHV en VS&P dat zelf de hulpvraag van de inwoner beoordeelt (triage). Het team voert regie op het traject van de inwoner. Het team SHV en VS&P is belast met de aanmelding, de intakefase (fase 1), de werkzaamheden in het kader van de stabilisatiefase (fase 2), het voeren van regie en de nazorg van de schuldhulpverlening voor de HBEL-gemeenten. Daarnaast voeren zij werkzaamheden uit voortvloeiend uit de vroegsignalering. De schuldregelingsfase (fase 2) wordt uitbesteed aan de Kredietbank Nederland.

Voor de uitvoering wordt een nieuw systeem aangeschaft, waardoor beter op resultaten gestuurd kan worden. Het sturen op resultaten is ook één van de basisprincipes (basisprincipe 8) van de visie op het Sociaal Domein. Het team SHV en VS&P is een zelfstandig team dat over de nodige expertise en ervaring beschikt om de schuldhulpverlening op een adequate wijze uit te voeren. De consulenten uit het team voeren regie op het traject dat de inwoner volgt. Zij doen dit ook als de klant is doorverwezen naar een hulpverleningsinstantie5. De toegang is breed toegankelijk en laagdrempelig. Het team is in staat om 4 Dit komt overeen met kwaliteitscriterium 2a van de Rekenkamer. 5 Dit komt ook overeen met aanbeveling 7 van de Rekenkamercommissie in het rapport ‘Doorwerkingsonderzoek aanbevelingen uit rapport De

schuldhulpverlening in Huizen (2014)” van oktober 2022. Deze werkwijze blijkt ook uit het processchema nieuwe werkwijze schuldhulpverlening.

13

de triage te maken van de hulpvragen die binnenkomen. De aanmeldroute is zo breed mogelijk. Inwoners kunnen zich rechtstreeks melden bij tem SHV en VS&P. Aanmelding kan ook via de gemeentelijke website, interne disciplines en externe partners. Zoals gezegd is de curatieve schuldhulpverlening in de HBEL-gemeenten een taak van de Kredietbank. Dit betreft een specialistische functie. We vinden het belangrijk dat we nauwer gaan samenwerken met de Kredietbank6, zodat ook hun dienstverlening onderdeel uitmaakt van een integraal plan. Dit draagt bij aan het beter voeren van regie. De volgende uitgangspunten zijn leidend: 1. Het realiseren van een laagdrempelige toegang voor inwoners met geldzorgen of schulden. 2. Het opzetten van adequate dienstverlening voor jongeren tussen de 18 en 27 jaar, die niet in aanmerking komen voor de reguliere schuldhulpverlening. 3. Het opzetten van adequate dienstverlening voor ondernemers met geldzorgen of schulden. Actiepunt uitvoering: 1. Het vastleggen van een efficiënt en werkbaar proces en werkwijze conform de NVVK7. 2. Investeren in het leggen van verbindingen met de sociale basisinfrastructuur. 3. Nauwer samenwerken met de Kredietbank.

2.6 Vrijwilligersorganisaties In HBEL-gemeenten zijn er meerdere organisaties die zich vanuit vrijwillig oogpunt bezighouden met het helpen van mensen met financiële problemen. Met name vanuit organisaties als Schuldhulpmaatje en Humanitas zetten inwoners uit de HBEL-gemeenten zich belangeloos voor hun medemens met problemen in. Deze vorm van laagdrempelige hulpverlening is uitermate belangrijk8. Naast het feit dat vrijwilligers als maatje vaak dichter bij een hulpvrager kunnen staan, zijn deze organisaties door hun plek in de lokale samenleving in staat om (dreigende) schuldenproblematiek vroegtijdig te signaleren en daarop te acteren. Het is daarbij belangrijk dat vrijwilligers vooral in de rol van coach en begeleider optreden en dat het bevorderen van gedragsverandering en het onderhandelen met schuldeisers bij problematische schulden aan de professionals wordt overgelaten. Als er geen sprake is van problematische schulden worden verzoeken om vrijwillige ondersteuning door de professionals in principe doorverwezen naar Schuldhulpmaatje en Humanitas.9 Humanitas Humanitas is sinds 2021 actief met een project ter versterking van de vrijwillige inzet bij Thuisadministratie.

Het beoogde resultaat van dit project is dat de ondersteuning door vrijwilligers van huishoudens met problemen op het gebied van Thuisadministratie en schulden op de kaart staat en er voldoende vrijwilligers zijn getraind om deze ondersteuning verantwoord te bieden. De inzet van Thuisadministratie met vrijwilligers past in een preventief beleid om te voorkomen dat de inwoners in grote (financiële) problemen raken, waarvoor duurdere, professionele inzet noodzakelijk is. 6 Dit komt overeen met aanbeveling 9 van de Rekenkamercommissie in het rapport ‘Doorwerkingsonderzoek aanbevelingen uit rapport De

schuldhulpverlening in Huizen (2014)” van oktober 2022. 7 De Rekenkamer toetst aan de hand van kwaliteitscriterium 2i of de gemeente werkt volgens de gedragscodes van de NVVK. 8 Dit komt ook overeen met aanbeveling 10 van de Rekenkamercommissie in het rapport ‘Doorwerkingsonderzoek aanbevelingen uit rapport De

schuldhulpverlening in Huizen (2014)” van oktober 2022. 9 Criteria 2e en 4f van de kwaliteitseisen van de Rekenkamer benadrukt ook dat vrijwilligers worden ingezet.

14

Het project verloopt goed. Gedurende 2022 heeft Humanitas 47 inwoners van Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren geholpen bij hun financiële administratie en/of schuldenproblematiek. Daarnaast hebben de vrijwilligers 376 inwoners van Huizen geholpen tijdens de formulieren inloopspreekuren. Er zijn op dit moment voldoende getrainde vrijwilligers en coördinatoren. Het aantal trajecten met inwoners was in 2022 boven verwachting en het inloopspreekuur in de bibliotheek wordt druk bezocht. Stichting Schuldhulpmaatje In 2019 is de Stichting Schuldhulp opgericht door de Hervormde Gemeente en de Protestantse Gemeente Huizen met als doel het voorkomen en oplossen van financiële schuldenproblematiek van particulieren. De stichting heeft een samenwerkingsovereenkomst met de landelijke vereniging SchuldHulpMaatje. De stichting stelt zich ten doel de hulpvrager te helpen zelfstandig te zijn en weer in staat te stellen de financiën zelf te leren beheren. Zij richt zich vooral op hulpvragers die nog oplosbare schulden hebben en die met advies en begeleiding door een maatje erin slagen om deze schulden af te lossen. Is vrijwillige afwikkeling van de schulden niet mogelijk, dan verwijzen zij de hulpvrager door naar de gemeente. Een schuldhulpmaatje werkt gedurende een periode van maximaal twee jaar aan het verbeteren van de financiële situatie om zo een einde te maken aan de schuldenlast.

Alle maatjes zijn gecertificeerd. In 2022 zijn er voor Huizen en Eemnes 30 nieuwe hulptrajecten gestart waarvan er tien zijn afgerond. Schuldhulpmaatje Huizen en Schuldhulpmaatje Eemnes onderzoeken of zij hun werkgebied kunnen uitbreiden naar Blaricum en Laren. Voedselbank De Voedselbank Gooi & Omstreken geeft voedselpakketten uit in zes gemeenten in de regio Gooi & Omstreken, waaronder Huizen en de BEL. De Voedselbank helpt inwoners door hen van voldoende eten te voorzien wanneer zij het financieel niet redden. In 2022 is het aantal ingeschreven huishoudens sterk gestegen. De Voedselbank heeft mede als gevolg van corona in 2022 de toelatingscriteria verruimd10. De aantallen zijn verder toegenomen als gevolg van de inflatie en gestegen energieprijzen. Ontwikkeling aantal huishoudens dat gebruik maakt van de Voedselbank Gemeente 2020 2021 Huizen 77 48 BEL 22 14

2022 85 37

In onderstaande visual is het percentage verwijzingen per verwijzer te zien op regionaal niveau.

Actiepunt beleid: In gesprek gaan met Schuldhulpmaatje voor uitbreiding naar de gemeenten Blaricum en Laren.

10 Dit is conform kwaliteitscriterium 4g van de Rekenkamer.

15

2.7 Budgetcoach Jongerenbudgetcoach De doelgroep jongeren is tot 2019 onderbelicht gebleven. Daarom is destijds besloten een budgetcoach voor jongeren tot 21 jaar in te zetten voor HBEL. Het doel is een bijdrage te leveren aan een sterkere positie voor financieel kwetsbare jongeren. De jongeren budgetcoach is ondergebracht bij Versa. Daarmee is een laagdrempelige toegang tot een budgetcoach voor jongeren gerealiseerd. De budgetcoach heeft als taak: - het stimuleren van financiële bewustwording en advies; - het bieden van ondersteuning bij de weg wijzen, formulieren invullen en doorgeleiden naar professionele schuldhulp; - het begeleiden bij het oplossen van schulden; - het beantwoorden van vragen tijdens het inloopspreekuur en via WhatsApp. Samenwerking door het team SHV en VS&P met de jongerenbudgetcoach is nodig om meer regie te kunnen voeren. BEL Aan de hand van de bevindingen van de budgetcoach voor de BEL gemeenten, gaan wij verder met het doorontwikkelen van wat er lokaal nodig is. Een aantal aandachtspunten zijn: meer zichtbaarheid in de dorpen, nabijheid en ook meer hulpverlening aan huis. Deze onderwerpen krijgen een plek in 2024 en 2025 en daarvan zullen op een later moment resultaten gedeeld worden. Actiepunt uitvoering: Meer inzetten op samenwerking met de jongerenbudgetcoach. Actiepunt beleid: Budgetcoaching in de BEL doorontwikkelen.

16

HOOFDSTUK 3 MISSIE, VISIE EN STRATEGIE Schuldhulpverlening maakt, als onderdeel van het bevorderen van bestaanszekerheid, beleidsmatig deel uit van het brede Sociaal Domein. In dit hoofdstuk worden de visie en uitgangspunten voor schuldhulpverlening en minimabeleid beschreven en verbonden aan de bredere doelstellingen van de HBEL-visie. Missie De gemeente is het sociaal vangnet voor haar inwoners binnen zowel de kaders van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening als de Participatiewet. Onze missie is om onze inwoners en ondernemers met financiële problemen vroegtijdig en adequaat te helpen waardoor zij in staat is zijn financiën op orde te krijgen en te houden. Visie Bij het bepalen van de visie op bestaanszekerheid is de HBEL-visie op het Sociaal Domein het uitgangspunt. Bij bestaanszekerheid en het hebben van toegang tot de basisbehoeften, spelen de volgende aspecten een rol bij het bepalen van de visie.

De visie: • is inclusief, we streven naar bestaanszekerheid voor alle mensen; • is gericht op het waarborgen van de toegang tot basisbehoeften; • is duurzaam en zorgt dus ook voor toekomstige generaties; • is sociale rechtvaardig: wij streven naar het verminderen van ongelijkheid en het bevorderen van sociale rechtvaardigheid; • biedt veiligheid, bescherming tegen armoede en werkloosheid (economische veiligheid); • investeert in onderwijs en het ontwikkelen van vaardigheden; • legt de nadruk op gezondheid en welzijn: • bevordert sociale cohesie, hetgeen leidt tot het hebben van een ondersteunend sociaal netwerk; • benut innovatie en technologie; • vereist samenwerking tussen gemeenten, maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers. Wij formuleren de visie op bestaanszekerheid dan ook als volgt: 1. Wij streven naar volwaardige participatie We streven naar het ondersteunen van mensen die hulp nodig hebben in de samenleving, zodat ze volledig kunnen deelnemen aan alle aspecten van het leven. 2. Wij identificeren barrières en verwijderen deze HBEL is toegewijd aan het identificeren van obstakels die de volwaardige participatie van mensen belemmeren en streeft ernaar deze obstakels zoveel mogelijk weg te nemen. Dit omvat ook het bieden van passende ondersteuning wanneer dat nodig is. 3.

Wij streven naar een inclusieve samenleving We streven naar het creëren van een samenleving waarin iedereen een plaats heeft en kan deelnemen, ongeacht achtergrond, situatie of uitdagingen. 4. Wij werken vanuit de bedoeling van de wetten

17

Wij laten ons leiden door de geest en de bedoeling van de wetten in het sociaal domein in plaats van strikt de wettelijke kaders of procedures te volgen. De wetten worden gezien als ondersteunend voor het bereiken van de doelen, niet als het primaire uitgangspunt. 5. Wij hebben een mensgerichte benadering Wij leggen de nadruk op het denken vanuit de mens en zijn of haar leefomgeving bij het vinden van oplossingen voor problemen. Dit impliceert dat de behoeften en omstandigheden van individuen centraal staan in het besluitvormingsproces. 6. Wij hanteren een integrale aanpak Wij streven naar een integrale aanpak van problemen op persoonlijk, gezins- en systeemniveau, wat betekent dat we problemen benaderen met een gecoördineerde en samenhangende aanpak. Samengevat leggen wij de nadruk op inclusie, het wegnemen van barrières en het werken vanuit de bedoeling van wetten, allemaal met als doel mensen die hulp nodig hebben te ondersteunen en volwaardige deelname aan de samenleving te bevorderen. Het beleidsplan schetst strategieën en acties die steunen op de visie, maar gebaseerd zijn op de trends en ontwikkelingen die op dit moment spelen op het gebied van bestaanszekerheid. De strategieën werken wij nu uit en daarmee komen ook nieuwe thema’s aan bod waarvoor bestuurlijke commitment nodig is.

Strategie Deze visie op bestaanszekerheid streven wij na door ons te focussen op een aantal strategische, maatschappelijke beleidsdoelstellingen, die zijn afgeleid van de HBEL-visie Sociaal Domein. Om de visie te kunnen verwezenlijken, zullen wij: • actief inzetten op preventieve maatregelen (inclusief nazorg) en vroegsignalering; • inwoners en ondernemers actiever en laagdrempeliger bekend maken met het schuldhulpverleningsaanbod en het aanbod op grond van het minimabeleid; • schuldhulpverlening en ondersteuning waar mogelijk op maat aanbieden en integraal onderdeel laten uitmaken van het bredere sociale ondersteuningsaanbod., hiermee rekening houdend met andere leefdomeinen en gedrag; • het schuldhulpverleningsaanbod voor alle inwoners, dus ook ondernemers, snel beschikbaar maken en de toegang laagdrempelig maken; • ondersteuning in beginsel tijdelijk aanbieden; • het aanbod van onze maatschappelijke ketenpartners en uitvoerders aan laten sluiten op het gemeentelijk aanbod waarbij lichtere vormen van ondersteuning gaan vóór zwaardere vormen; • vrijwilligers een belangrijke rol in de aanpak van schuldenproblematiek blijven geven. Een nadere uitwerking van deze doelstellingen vindt plaats in het uitvoeringsplan schuldhulpverlening.

Gelijktijdig met de vaststelling van dit plan worden de Beleidsregels Schuldhulpverlening HBEL en de aangepaste Richtlijn bijzondere bijstand ter vaststelling voorgelegd om aan te sluiten op de nieuwe visie en uitvoering van schuldhulpverlening.

18

HOOFDSTUK 4 HUIDIGE INSTRUMENTEN 4.1 Schuldhulpverlening Bij de beoordeling van het in te zetten traject spelen de volgende zaken een belangrijke rol. •

•

•

•

•

•

Regelbaarheid van de schulden: het gaat hierbij om de vraag in hoeverre de aard van de schulden, bijvoorbeeld fraudevorderingen, een belemmering vormen voor het behalen van een akkoord in de minnelijke schuldregeling of het toelaten tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (hierna te noemen: WSNP). Saneringsrijpheid van de hulpvrager: bij deze dimensie is het van belang dat psychische, lichamelijke of verstandelijke beperkingen de schuldregeling niet in de weg staan. Ook verslavingen beïnvloeden de regelbaarheid van de hulpvraag. Bestedingsgedrag van de hulpvrager: wanneer de verhouding tussen inkomen en uitgaven uit balans is, gaat de hulpvrager hier eerst, samen met de schuldhulpverlener en de budgetcoach, aan werken. Leerbaarheid van de hulpvrager: dit onderdeel is vooral van belang om te kunnen inschatten welk type stabilisatietraject nodig is om uiteindelijk een totaaloplossing voor de schulden mogelijk te maken. Houding van de hulpvrager: de houding van de hulpvrager ten opzichte van de schuldensituatie bepaalt in hoeverre hij bereid is aan de voorwaarden van een schuldregeling te voldoen. Sociale participatie: een hulpvrager die participeert in de samenleving is in de regel veel beter in staat een zwaar schuldregeltraject vol te houden.

Een stevig sociaal netwerk voorkomt niet alleen eenzaamheid, maar zorgt vaak ook voor een solide vangnet wanneer het gedurende een schuldregeltraject tegenzit.

Voor de uitvoering van schuldhulpverlening is het belangrijk dat de ‘spelregels’ worden vastgelegd in beleidsregels. De werkwijze is vastgelegd in een processchema (bijlage 3). In dit schema is onder andere vastgelegd dat crisismeldingen binnen drie dagen worden opgepakt met als doel de crisis af te wenden.11 Besluit college: Vaststellen beleidsregels Gemeentelijke Schuldhulpverlening. In de beleidsregels worden de volgende instrumenten opgenomen. a. Stabilisatietraject schulden Bij een stabilisatietraject richt de hulpverlening zich op het stabiliseren van de financiële situatie en daarmee op het zo mogelijk wegnemen van factoren die een schuldregeling belemmeren. Hierbij wordt rekening gehouden met het feit dat een schuldregeling een zwaar traject is dat de hulpvrager 1,5 jaar moet volhouden wil hij een schone lei krijgen. Een stabilisatietraject kan zich richten op het aanleren van vaardigheden rondom de financiën (leertraject) of richt zich op het direct wegnemen van risico’s op verergering van de problematiek (beheertraject). De schuldhulpverlener start in die laatste gevallen budgetbeheer op of adviseert de hulpvrager om beschermingsbewind te verzoeken 11 De Rekenkamer toetst bij criterium 2d van het toetsingskader dat bij bedreigende schulden een wachttijd geldt van maximaal drie dagen.

19

(beheertraject). Tijdens het stabilisatietraject, met name het leertraject, formuleren de schuldhulpverlener en de hulpvrager doelen waaraan de hulpvrager wil werken. Er worden verschillende instrumenten ingezet om deze doelen te bereiken. Veel ingezette instrumenten zijn: budgetcursus, opstellen van een budgetplan, advies- en begeleidingsgesprekken, doorverwijzing naar ketenpartners, aanpassen van de beslagvrije voet, casemanagement en informatie en advies over omgang met schuldeisers. Budgetbeheer Budgetbeheer wordt ingezet bij hulpvragers die in principe in staat worden geacht om het eigen budget te (leren) beheren maar door omstandigheden tijdelijk niet in staat zijn zelf het budget te beheren. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om hulpvragers die het als gevolg van hun persoonlijke situatie emotioneel zwaar hebben, waarbij het budgetbeheer de zorgen rondom de financiën tijdelijk wegneemt zodat er ruimte in het hoofd ontstaat om aan de andere problemen te werken. Het is belangrijk dat – indien nodig – budgetbeheer snel wordt ingezet en dat wij als gemeente vinger aan de pols houden12. b. Schuldregeling Een schuldregelingstraject is gericht op het duurzaam oplossen van de schuldensituatie. Wanneer blijkt dat de schulden met de beschikbare afloscapaciteit volledig kunnen worden afgelost, ondersteunt de schuldhulpverlener de klant met het voorstellen van betalingsregelingen.

In de praktijk blijkt deze optie echter maar beperkt inzetbaar. De schulden zijn vaak zo problematisch dat een minnelijke schuldregeling noodzakelijk is. Minnelijke schuldregeling Bij een minnelijke schuldregeling probeert de schuldhulpverlener met alle schuldeisers tot een akkoord te komen, zonder dat de rechter eraan te pas moet komen. Het betreft hier een akkoord tegen finale kwijting, hetgeen betekent dat de hulpvrager gedurende anderhalf jaar lang maximaal aflost waarna het restant van de schulden wordt kwijtgescholden. Wanneer met alle schuldeisers een akkoord is bereikt is het minnelijk traject geslaagd. Gedurende de looptijd van de regeling vinden hercontroles plaats. De schuldhulpverlener stelt vast of de hulpvrager zich de voorliggende periode aan de voorwaarden van de schuldregeling heeft gehouden en maakt de gespaarde aflossing over aan de schuldeisers. Tijdens de gehele schuldregeling wordt de cliënt begeleid door een budgetcoach. Hiernaast wordt financieel beheer uitgevoerd waarbij op een beheerrekening de inkomsten worden ontvangen. De schuldhulpverlening maakt maandelijks het vrij te laten bedrag over. De afloscapaciteit blijft op de rekening staan en wordt gespaard ten behoeve van de schuldeisers.

Op het moment dat een klein deel van de schuldeisers, die gezamenlijk ook een beperkt deel van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, niet akkoord gaat met het voorstel van de schuldhulpverlener kan deze een verzoek indienen bij de rechtbank om een dwangakkoord op te leggen. In dat geval verplicht de rechter de schuldeisers die weigeren mee te werken alsnog akkoord te gaan. Als de rechter een dwangakkoord oplegt is het minnelijke traject geslaagd en wordt het traject zoals hierboven omschreven vervolgd. Het verzoek wordt op een zitting behandeld. De schuldhulpverlener gaat altijd met de cliënt mee naar de zitting. Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) Wanneer een groter deel van de schuldeisers weigert akkoord te gaan met het voorstel van de schuldhulpverlener is het minnelijk traject mislukt en kan er alleen nog een beroep gedaan worden op de WSNP. De hulpvrager dient zelf bij de rechtbank het verzoek in voor toelating tot de WSNP. De 12 Dit komt ook overeen met aanbeveling 9 van de Rekenkamercommissie in het rapport ‘Doorwerkingsonderzoek aanbevelingen uit rapport De

schuldhulpverlening in Huizen (2014)” van oktober 2022.

20

schuldhulpverlener ondersteunt hem hierbij en maakt een verklaring op. In de verklaring staan gegevens over de persoonlijke en de financiële omstandigheden van de hulpvrager, de aard en oorzaak van de schulden en het mislukken van het minnelijke traject. Het verzoek wordt op een zitting behandeld. In principe gaat de schuldhulpverlener niet mee naar de zitting. Als de hulpvrager wordt toegelaten tot de WSNP krijgt hij een externe bewindvoerder toegewezen. Deze bewindvoerder houdt in de gaten of de cliënt zich houdt aan de voorwaarden van de WSNP. Als alles goed gaat krijgt de cliënt na anderhalf jaar een schone lei. Gedurende de looptijd van de WSNP blijft de WSNPbewindvoerder de voortgang monitoren. Nazorg Nazorg komt in beeld na afloop van een traject schuldregeling, herfinanciering, betalingsregeling, budgetbeheer, beschermingsbewind en WSNP. We sluiten al deze trajecten af met nazorg. De schuldhulpverlener en de hulpvrager hebben een viertal contactmomenten binnen één jaar na afsluiting van een traject. Afhankelijk van de situatie kan andere hulp geboden worden als het niet goed gaat met de (ex-)hulpvrager. Nazorg richten wij in conform het processchema nieuwe werkwijzen. Dit processchema is toegevoegd als bijlage 3. 13 c. Het versterken van de werkwijze rond beschermingsbewind Veel gemeenten worstelen met het beschermingsbewind.

Binnen de vernieuwde werkwijze SHV wordt integraal gekeken naar de situatie van de hulpvrager. In dat kader wordt een integraal intakegesprek gevoerd waarin o.a. aandacht wordt besteed aan de mate van zelfredzaamheid van de hulpvrager. In het plan van aanpak wordt duidelijk aangegeven welke instrumenten nodig zijn om aan deze zelfredzaamheid te werken. De inzet van een bepaald instrument (budgetcoaching etc.) moet een duurzame oplossing zijn. Beschermingsbewind is over het algemeen geen instrument om financiële redzaamheid te bereiken, maar eerder een instrument om rust in de situatie te brengen en de schade maximaal te beperken. Het is een ingrijpend instrument en wordt pas ingezet als andere instrumenten zoals budgetbeheer en inhoudingen via de uitkering niet werken of wanneer de hulpvrager simpelweg niet meer in staat om zijn eigen zaken te regelen. Ervaring leert dat klanten in beschermingsbewind zonder budgetcoaching en andere instrumenten het minst zelfredzaam worden. Zij zijn eerder geneigd om alle verantwoordelijkheden los te laten en over te laten aan de beschermingsbewindvoerder. Des te belangrijker dus dat we een integrale afweging maken. Bewindvoerders bieden waardevolle ondersteuning aan kwetsbare burgers.

Zij voeren de regie op de administratie door onder meer de vaste lasten te betalen, toeslagen aan te vragen, beslagen door deurwaarders waar nodig te corrigeren, belastingaangiftes te verzorgen en waar mogelijk kwijtscheldingen van belastingen aan te vragen. Beschermingsbewind is zoals gezegd bedoeld voor mensen die niet in staat zijn om zelfstandig hun financiën op orde te houden. De rechter toetst de noodzaak van deze voorziening en als deze wordt vastgesteld dan kan de schuldenaar -als deze een laag inkomen heeft- bijzondere bijstand krijgen om de kosten te compenseren. De nieuwe werkwijze draagt bij aan het meer in beeld krijgen van de financiële redzaamheid en stabiliteit van de klant en de noodzaak van het inzetten van beschermingsbewind of andere instrumenten om de financiële stabiliteit en redzaamheid van de klant te waarborgen. ingezet kan worden om de financiële stabiliteit van de cliënt te waarborgen. Tegelijkertijd ontwikkelen we ‘lichtere’ instrumenten die, als alternatief voor bewindvoering, kunnen worden ingezet. Denk bijvoorbeeld aan het zelf uitvoeren door het team van een lichte vorm van inkomensbeheer (vaste lasten beheer).

13

Hiermee voldoen we aan de toetsingscriteria 1j en 4e van de toetsingscriteria van de Rekenkamer.

21

Bij bewindvoering is er ook sprake is van vrije keuze van een bewindvoerder. Daarom moeten er vanuit kwaliteitsoogpunt en monitoring, nauwe contacten worden opgebouwd met alle bewindvoerders die actief zijn in de HBEL-gemeenten. Gemeenten hebben nu een adviesrecht gekregen in de aanvraagprocedure van schuldenbewinden. Daarbij zullen nauwe contacten zeker kunnen helpen. De kantonrechter heeft een sleutelpositie in het hele proces rond bewindvoering. Het is daarom raadzaam dat we regionaal naar goede contacten en afspraken met de Rechtbank Midden Nederland streven. Rechters zien tijdens zittingen regelmatig mensen met problematische schulden. De rechter doet uitspraak in een zaak en daar blijft het bij. Maar de ervaring leert dat mensen met schulden regelmatig terugkomen naar de rechtbank. De rechtspraak wil dan ook een beter antwoord kunnen bieden aan de maatschappelijke problematiek van mensen met schulden en binnen hun eigen bevoegdheid bijdragen aan het structureel oplossen van schulden. Bij meerdere rechtbanken, zo ook bij de Rechtbank Midden Nederland, is inmiddels een schuldenfunctionaris geïntroduceerd, en met succes. De schuldenfunctionaris is een medewerker van de rechtbank die aanwezig is, dan wel op afroep beschikbaar is, bij alle soorten zittingen.

Als de rechter of griffier constateert dat een rechtzoekende problematische schulden heeft, waarbij hulp gewenst is, brengt de rechter de betrokkene in contact met de schuldenfunctionaris. De schuldenfunctionaris gaat, als de rechtzoekende wil, direct na de zitting in gesprek met betrokkene en regelt een directe doorverwijzing naar de schuldhulpverlening van de eigen gemeente van de rechtzoekende. Vervolgens legt de schuldenfunctionaris contact met deze gemeente. De ‘warme’ overdracht tussen de rechtbank en de gemeente is laagdrempelig en zorgt voor een goede doorgeleiding van de rechtzoekende. Hier wordt in de HBEL in april 2024 mee gestart. Actiepunt uitvoering: 1. Ontwikkelen/ inzetten lichtere instrumenten als alternatief voor bewindvoering. 2. Investeren in contacten met de Kredietbank. 3. Opbouwen nauwe contacten met bewindvoerders in de HBEL-gemeenten. 4. Regionaal streven naar goede contacten en afspraken met de Rechtbank, door samenwerking te realiseren met de schuldenfunctionaris van de Rechtbank. d.

Bijzondere doelgroepen

In de visie op het Sociaal Domein hebben wij in basisprincipe 6 aangegeven dat wij een stapje extra doen voor specifieke doelgroepen. Eén van die doelgroepen waar wij al meer voor doen is de doelgroep pensioengerechtigden. Inwoners die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken ontvangen een brief van de gemeente waarin zij op de hoogte worden gebracht van de financiële gevolgen van het bereiken van deze leeftijd. Zij worden op de hoogte gebracht van de voorzieningen waar zij een beroep op kunnen doen. Er is een aantal doelgroepen dat op het gebied van schuldhulpverlening de komende jaren extra inzet vereist14. • Jongeren Eén van de risicogroepen zijn jongeren. Zij zijn de afgelopen jaren een nieuwe risicogroep geworden. Met name hun inkomenspositie, de kostendelersnorm, studiefinanciering of het geheel ontbreken van een inkomen, maakt hen kwetsbaar. We willen daarom een pilot starten bedoeld voor jongeren tussen de 18 en 27 jaar die niet in aanmerking komen voor de reguliere SHV maar wel schulden hebben in

14 Dit komt ook overeen met aanbeveling 8 van de Rekenkamercommissie in het rapport ‘Doorwerkingsonderzoek aanbevelingen uit rapport De

schuldhulpverlening in Huizen (2014)” van oktober 2022.

22

combinatie met problemen op andere leefgebieden zoals: werk, wonen, opleiding, psychosociaal en/of criminaliteit. Aangezien deze jongeren vaak geen startkwalificatie hebben en/of geen inkomen, krijgen ze een saneringskrediet vanuit de gemeente (in samenwerking met de kredietbank en jongerenhulp) in ruil voor een tegenprestatie en de verplichting om mee te werken aan begeleiding. De tegenprestatie kan een sociale stage zijn, het afmaken van een bepaalde opleiding of een saneringskrediet terugbetalen als zij een baan hebben. Daarnaast willen we de komende jaren meer gaan inzetten op preventie door jongeren al op jonge leeftijd te informeren over hoe om te gaan met geld. Jongeren die 18 jaar worden, krijgen van de gemeente een brief waarin zij geïnformeerd worden over de (financiële) gevolgen vanaf hun 18e jaar. Daarnaast kunnen jongeren al gebruik maken van de jongerenbudgetcoach. Wij gaan nog meer de samenwerking opzoeken met scholen in het kader van preventie. • Statushouders Ook statushouders zijn financieel kwetsbaar. Zij hebben de afgelopen jaren een asielstatus gekregen en beginnen hun bestaan in Nederland veelal met schulden. Het niet beheersen van de Nederlandse taal maakt hen bovendien extra kwetsbaar, met name wanneer het gaat om het kunnen doorgronden van reclame en aanbiedingen. Statushouders krijgen in de eerste zes maanden een cursus ‘omgaan met geld’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14333792/1