CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

B23 00828 BIJLAGE 3 - voorlopige jaarstukken 2022

Gemeenteraad 28 juni 2023, gemeente larenBij agendapunt: Zienswijze begroting 2024 en resultaatbestemming 2022 van de Regio Gooi en Vechtstreek41.416 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Jaarstukken 2022 Voor inwoners, met gemeenten

Ons kenmerk

23.0000535

Datum

29 juni 2023

Contactpersoon

Sabien von dem Borne

E-mail

s.vondemborne@regiogv.nl

INHOUD AANBIEDINGSBRIEF

4

ALGEMENE EN FINANCIËLE BESCHOUWINGEN

5

Algemene beschouwingen

5

Financiële beschouwingen

6

Jaarrekening in een oogopslag

12

Verantwoording meerkosten COVID-19 2022

13

Balans Regio Gooi en Vechtstreek 2022

14

Toelichting op de balans per 31 december 2022

15

Waarderingsgrondslagen

18

Grondslagen voor bepaling van het resultaat

20

VOOR INWONERS

21

Grondstoffen- en Afvalstoffendienst (GAD)

22

Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD)

26

Jeugd en Gezin

29

Maatschappelijke Dienstverlening Veilig Thuis

32

Regionale Ambulance Voorziening en Meldkamer (RAV)

35

Regionaal Bureau Leerlingzaken

38

Urgentiebureau

41

Regionaal Expertteam (RET) voorheen Consultatie en Adviesteam

44

Zorg en Veiligheidshuis

46

Werkgeversservicepunt

48

Vervoer Gooi en Vechtstreek

51

Visit Gooi en Vechtstreek

54

MET GEMEENTEN

56

Sturing

57

Inkoop en Contractbeheer

61

Centrumgemeentetaken

64

Subsidies

67

PARAGRAFEN

69

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

70

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen

79

Paragraaf financiering

81

Paragraaf bedrijfsvoering

88

Paragraaf verbonden partijen

94

Paragraaf COVID-19

98

Paragraaf openbaarheid

100 Pagina 2 van 115

BIJLAGEN

101

Bijlage 1 Kerngegevens

102

Bijlage 2 Staat van reserves en voorzieningen

103

Bijlage 3 Langlopende leningen

107

Bijlage 4 Afschrijvingsoverzicht 2022

108

Bijlage 5 Tarieventabel

109

Bijlage 6 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector

110

Bijlage 7 SISA verantwoordingsinformatie 2022

112

Bijlage 8 Lijst afkortingen

114

Bijlage 9 Controleverklaring

115

3

AANBIEDINGSBRIEF Voor u ligt de jaarrekening 2022 van de Regio Gooi en Vechtstreek die volgens de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) is opgesteld. Het algemeen bestuur van de Regio heeft op 8 juli 2021 de Regiobegroting 2022-2025 met inachtneming van de reactie op de zienswijzen en de vertaling daarvan naar de begroting 2022 vastgesteld. Door het vaststellen van deze begroting zijn de afspraken die gemaakt zijn met de deelnemende gemeenten over wat de Regio in 2022 wil bereiken, wat voor diensten er geleverd worden en wat het mag kosten definitief geworden. In de jaarstukken 2022 wordt verantwoording afgelegd of de doelstellingen gerealiseerd zijn, of de diensten geleverd zijn en wat het gekost heeft. In de jaarstukken van de Regio Gooi en Vechtstreek zijn de activiteiten en de overige samenwerkingstaken verwerkt over de verschillende programma’s, waarbij de aandacht is uitgegaan naar de activiteiten binnen de verschillende programmaonderdelen, de doelstellingen per programmaonderdeel en de financiële onderbouwing daarvan. De jaarstukken 2022 bevatten op grond van het BBV het volgende:  Het jaarverslag, met daarin de programmaverantwoording en paragrafen  De jaarrekening, met de balans, het overzicht van baten en lasten en de toelichtingen Naast deze aanbiedingsbrief is de verdere indeling op hoofdlijnen als volgt: 1.

Algemene en Financiële beschouwingen Naast de algemene en financiële beschouwingen is onder dit hoofdstuk opgenomen: a. Een overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2022 (jaarrekening in één oogopslag) b. De verantwoording meerkosten COVID-19 c. Balans Regio Gooi en Vechtstreek 2022 en de toelichting erop per 31 december 2022 d. Grondslagen inzake de waardering en de bepaling van het resultaat 2. Programma’s a. Voor inwoners b. Met gemeenten 3. Paragrafen 4. Bijlagen Ook dit jaar is, overeenkomstig de jaarstukken 2020 en 2021, in aanvulling op de programmabegroting 2022, een paragraaf toegevoegd, waarin een dwarsdoorsnede wordt gepresenteerd ten aanzien van de lasten en baten gerelateerd aan COVID-19. In de bijlagen gaan we onder andere nader in op de kerngegevens, het verloop van de reserves en voorzieningen en de langlopende geldleningen. Hiernaast is een paragraaf toegevoegd in het kader van de Wet openbaarheid overheid (Woo). De jaarstukken als geheel bieden u inzicht in datgene wat er inhoudelijk is gerealiseerd, wat dat heeft gekost en in de financiële positie van de Regio als geheel. Bussum, juni 2023 Het dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek, de secretaris,

de voorzitter,

M. van der Linden

dr. ir. G.M. van der Top

4

ALGEMENE EN FINANCIËLE BESCHOUWINGEN Algemene beschouwingen Algemeen De jaarstukken van de gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek (verder aangeduid als Regio) zijn opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten. Dat houdt in dat de specifieke inrichtingseisen uit dat besluit zijn gevolgd. Voor zover het BBV niet anders voorschrijft zijn baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. De prijsgrondslag is historische kosten. Een verdere uitwerking van onze waarderingsgrondslagen vindt u vanaf pagina 18. Verder is in de jaarstukken de verantwoording van de meerkosten COVID-19 conform de verantwoordingsinstructie 2022 opgesteld. Specifiek is in overeenstemming met deze instructie in het jaarverslag een aparte paragraaf COVID-19 opgenomen en is het format meerkosten COVID-19 in de jaarrekening verantwoord. Regio Gooi en Vechtstreek in 2022 In 2022 heeft de Regio Gooi en Vechtstreek gedaan wat zij moest doen in opdracht van haar gemeenten: het leveren van (publieke) dienstverlening aan de inwoners van de deelnemende gemeenten en het ondersteunen van de gemeenten bij gezamenlijke (strategische) opgaven. In dit jaarverslag over 2022 worden de resultaten van deze inspanningen beschreven. Onderdeel van dit jaarverslag is ook de jaarrekening.

De Regio Gooi en Vechtstreek streeft er ieder jaar naar om binnen de financiële kaders van de begroting haar taken uit te voeren. Dat is ook dit jaar gelukt. Uiteraard zijn er ook financiële afwijkingen te melden, zowel voor- als nadelige effecten. De totale optelsom geeft, ondanks deze afwijkingen, een gezond financieel beeld over 2022. Maatschappelijke ontwikkelingen De buitenwereld was en is nog steeds onrustig. De (stille) aanwezigheid van COVID-19, de gevolgen van de oorlog in Oekraïne en de opvang van vluchtelingen in Nederland domineerden niet alleen de landelijke politieke agenda, maar hadden ook directe invloed op onze organisatie. Zeker in de eerst helft van 2022 heeft onze organisatie hard gewerkt aan de opgaves rond COVID-19 en de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Naast de directe betrokkenheid van de GGD, Jeugd en Gezin en het RBL bij de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne, heeft de Regio ook een rol gespeeld bij de coördinatie van het effectueren van de Europese maatregelen tegen Rusland. De gemeenten in Gooi en Vechtstreek (Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Wijdemeren) en Regio Gooi en Vechtstreek hebben op 21 juni 2022 de contracten opgezegd voor de levering van aardgas met Gazprom Energy.

Na de zomer is de Regio Gooi en Vechtstreek door de burgemeesters gevraagd een coördinerende rol te spelen binnen het verbeteren van de asielketen binnen onze Regio. Nieuwe taken en verantwoordelijkheden die wij graag oppakken voor onze gemeenten. Voor inwoners In deze algemene inleiding past aandacht voor een aantal van onze eenheden die in 2022 iets meer in de belangstelling stonden. Tegelijkertijd is al onze dienstverlening aan onze inwoners van belang. In dit jaarverslag worden alle relevante resultaten en prestaties van onze eenheden beschreven. Met gepaste trots presenteren wij deze resultaten. Veel collega’s werken iedere dag aan een goede dienstverlening. De prestaties en resultaten over 2022 laten zien dat dit weer gelukt is. Voor inwoners, met gemeenten en elkaar. GGD en Jeugd en Gezin Helder is geworden dat leefstijl een steeds belangrijker element wordt binnen de publieke gezondheidsbevordering. Na de boostercampagnes in januari en februari werd in maart meteen ingezet op de actie 30dagengezonder. Deelnemers kiezen zelf een gezonde uitdaging om 30 dagen vol te houden. Het blijvend investeren in (preventieve) gezondheid zal ook de komende jaren van belang zijn. De GGD Gooi en Vechtstreek blijft zich hiervoor inzetten. In samenwerking met de collega’s van Jeugd en Gezin is gewerkt aan de publieke gezondheidszorg.

Met het samengaan van de GGD en Jeugd en Gezin bouwen de gemeenten aan een steviger speler binnen het preventieve gezondheidsdomein. Hiervoor zijn in 2022 de eerste bouwstenen neergelegd. GAD De GAD heeft de afgelopen jaren voor een aantal grote uitdagingen gestaan. De financiële positie was er daarvan één van. Er is ingezet op een stevig pakket aan maatregelen. Deze maatregelen waren nodig om een geprognotiseerd tekort op te vangen en tijdig te anticiperen op de vele veranderende marktomstandigheden. Het was een pakket aan maatregelen (van wijzigingen in de dienstverlening tot financiële maatregelen). Bij deze veranderingen is het altijd het streven geweest om voor de inwoner een pakket aan maatregelen te presenteren waarbij de dienstverlening zoveel als mogelijk gelijk bleef en waarbij de stijging van de afvalstoffenheffing beperkt

5

was. In 2022 is een start gemaakt met het inregelen van deze maatregelen. Hieraan is in heel 2022 gewerkt. Een belangrijk doel was om een zo’n vlak mogelijke planning te organiseren. Dit betekent dat iedere week met een gelijk aantal auto’s en met een zelfde ploeg het werk in de wijken wordt verricht. Met enkele verfijningen per 1 januari 2023 kan worden vastgesteld dat deze operatie is gelukt. Voor de komende jaren is een goede basis neergelegd. Met gemeenten Het zijn de gemeenteraden die in onze regio de (financiële) kaders vaststellen waarbinnen de Regio Gooi en Vechtstreek haar taken uitvoert. Met de verkiezingen in maart 2022 zijn de gemeenteraden van start gegaan met een nieuwe ploeg raadsleden. Door middel van een introductieprogramma in samenwerking met de griffiers en een werkbezoek aan onze organisatie zijn de nieuwe raadsleden bekend gemaakt met ons werk. Daarnaast kent de Regio Gooi en Vechtstreek met de heer Gerhard van den Top een nieuwe onafhankelijke voorzitter en is een nieuw Algemeen Bestuur geformeerd. Met de regionale samenwerkingsagenda hebben de gemeenteraden een instrument in handen waarmee zij de inhoudelijke agenda voor dit gebied en onze organisatie vullen. Er is dan ook een start gemaakt met het opstellen van een nieuwe regionale samenwerkingsagenda voor deze zittingsperiode.

Hiervoor is een startnotitie opgesteld die door de bestuurlijk trekker, de heer Mol, is besproken met de raden. In 2023 zal deze ‘agenda-tool’ in alle raden worden vastgesteld. Hiermee kunnen de raden optimaal sturen op de gezamenlijke agenda van de gemeenten in onze regio. Met de P&C-producten geven zij meer richting aan onze uitvoerende diensten.

Financiële beschouwingen Daar waar de primaire programmabegroting 2022-2025 een lasten- en batentotaal liet zien van € 92,930 miljoen, is door een aantal begrotingswijzigingen het totaal van de begroting uiteindelijk op € 114,595 miljoen inclusief mutatie reserves (zie ook tabel met begrotingswijzigingen) gekomen. In deze jaarstukken presenteert de Regio een gerealiseerd totaal aan lasten ter hoogte van € 111,611 miljoen. Begrotingswijzigingen In 2021 en 2022 zijn door het algemeen bestuur de volgende begrotingswijzigingen voor 2022 (incidenteel en structureel) vastgesteld. Bedragen x € 1.000

2021-01 2021-03 2021-04 2021-06 2021-09 2021-10 2021-11 2021-13 2022-00 2022-01 2022-02 2022-03 2022-04 2022-05 2022-06 2022-07 2022-08 2022-09

Omschrijving

I/S*

Bedrag 2022

Dotatie reserve

Bijdrage gemeenten

Programmabegroting 2022-2025 Energieopwek Regionaal Leerhuis Actualisatie WAW en POW Dak- en Thuisloosheid Regionaal Mobiliteits Team Bestuursrapportage 2021 Bestuursrapportage 2021 SUWI Zienswijze PB 2022-2025 Inburgering contractbeheer In- en uittreding Weesp Circulaire dec20 > sep21 Aanpak Jeugdwerkloosheid Versterken verzuimregistratie VO Dak- en Thuisloosheid Vervoer Bestuursrapportage 2022 Bestuursrapportage 2022 Gewijzigde begroting 2022-2025

I S I I I I/S I/S I I I I/S S I I I I I/S I/S

92.800 112 27 619 549 108 132 531 430 212 60 -579 -3.257 405 103 0 736 13.924 919 107.831

130 182 6.229 224 6.764

-49.819 -72 -27 -132 -282 -49 -60 -103 -703 -518 -885 -52.650

Bijdrage Bijdrage centrum derden gemeente -21.282 -430 53 2.669 -587 -776 -257 -20.610

-20.842 -40 479 -164 525 588 -34 -16.289 -35.775

Onttrekking reserve -988 -619 -549 -108 -728 -2.569 -5.560

* I = incidenteel, S = structureel

6

Ontwikkeling salarissen Op 27 januari 2022 hebben de VNG, de WSGO, FNV Overheid en FDO-MHA een akkoord voor de Cao Gemeenten en de Cao SGO gesloten. De nieuwe cao’s lopen van 1 januari 2021 tot en met 1 januari 2023. Op hoofdlijnen is in deze nieuwe cao SGO het volgende opgenomen:  In totaal is sprake van een salarisverhoging van 3,9%. Hiervan is per 1 december 2021 1,5% geeffectueerd en volgt per 1 april 2022 nog een stijging van 2,4%.  Voor 2021 ontvangt de medewerker een eenmalige uitkering van € 1.200 bruto totaal, bestaande uit € 900 bruto als looncompensatie voor 2021 en € 300 bruto als Coronacompensatie. De financiële gevolgen van de ontwikkelingen die betrekking hebben op 2022 zijn verwerkt in deze jaarstukken. De extra lasten voortkomend uit zowel de salarisstijging van 1,5% per 1 december 2021 als de stijging per 1 april 2022 ter hoogte van 2,4%, worden opgevangen binnen de begroting. Omdat de stijging geeffectueerd is met ingang van april bood de begroting 2022 voldoende ruimte om deze loonontwikkeling volledig te bekostigen. Voor 2023 wordt in de Regiobegroting 2023-2026 een extra stijging meegenomen in de loonkosten.

Naast deze loonontwikkelingen is voor 2022 een aantal nieuwe artikelen opgenomen inzake een thuiswerkvergoeding (met ingangsdatum 1 januari 2022), het verlofsparen (met ingangsdatum 1 januari 2022), het betaald ouderschapsverlof (met ingangsdatum 2 augustus 2022) en de verlofharmonisatie (met ingangsdatum 1 januari 2023). Bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat volgt een voorstel inzake het instellen van en doteren aan een voorziening Verlofsparen. De financiële doorvertaling van het betaald ouderschapsverlof, alsmede de verlofharmonisatie zijn nog niet afgerond. Mochten deze ontwikkelingen nog gevolgen hebben, worden deze op een later moment kenbaar gemaakt. Ontwikkeling materiële kosten Bij het opstellen van de begroting 2022 is rekening gehouden met een inflatiepercentage van 1,5%. Consumentenprijzen waren in 2022 met een inflatie van gemiddeld 10% beduidend hoger dan in 2021, maakte het CBS bekend. Vorig jaar was de prijsstijging 2,7%. Vooral de prijsontwikkeling van energie droeg bij aan de hogere inflatie in 2022. De financiële consequenties zijn meegenomen in de exploitatie 2022. Vennootschapsbelasting (VPB) In de begroting 2022 was de verwachting opgenomen dat de onderdelen Kantoor-Winkel-Dienstenafval (GAD) en Reizigersvaccinaties (GGD) mogelijk VpB-plichtig konden zijn.

Voor zowel de verhuur van kantoorruimten als voor de RAV was in eerste instantie geen VpB-verplichting begroot, omdat de Regio zich niet kwalificeert als ondernemer, er wordt geen winst gemaakt op deze verhuur. In de gewijzigde begroting is een bedrag van € 190.000 meegenomen aan VpB. In verband met COVID-19 is onze dienstverlening reizigersvaccinatie in 2022 net als in 2021 lager geweest dan begroot. Door het wegvallen van de inkomsten op de reizigersvaccinatie heeft dit niet geleid tot een afdracht VpB. Het ophalen van Kantoor-Winkel-Diensten bedrijfsafval is in 2022 verder afgebouwd, omdat dit geen primaire taak van de Regio is. De lasten stijgen boven de baten uit, als gevolg waarvan er geen af te dragen VpB is. Op basis van deze schatting is geen VpB last opgenomen voor KWD in de jaarrekening 2022. Voor de RAV is een afdracht van € 212.408 opgenomen. Ontwikkelingen in de rechtmatigheidsverantwoording 2023 en begrotingsrechtmatigheid 2022 Het ministerie van Binnenlandse Zaken was voornemens vanaf begrotingsjaar 2021 de verantwoordelijkheid voor het afgeven van een rechtmatigheidsverklaring bij het dagelijks bestuur te leggen. Echter, mede door de complexiteit van de verantwoording en controle als gevolg van de coronacrisis bleek invoering van de rechtmatigheidsverantwoording op korte termijn niet opportuun, aldus het ministerie van BZK.

Ook konden gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen te laat kennisnemen van veranderingen, zoals door te voeren wijzigingen in de regelgeving. Het wetsvoorstel ‘versterking decentrale rekenkamers’ is uiteindelijk op 31 mei 2022 aangenomen door de Tweede Kamer. De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is ook een onderdeel van dit wetsvoorstel. Voor 2022 verstrekt de externe accountant nog een controleverklaring met een oordeel inzake getrouwheid en rechtmatigheid bij de jaarrekening van de Regio. Met ingang van 2023 wordt de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur voor de rechtmatigheid benadrukt doordat het dagelijks bestuur een verantwoording van rechtmatigheid af moet gaan geven in plaats van de accountant. De jaarrekening voor het verslagjaar 2023 wordt in het kalenderjaar 2024 vastgesteld.

7

In het controleprotocol Begrotingsjaren 2022 t/m 2024 Regio Gooi en Vechtstreek is een aantal nadere aanwijzingen gegeven over de reikwijdte van de accountantscontrole. Het kader voor de accountantscontrole van 1 de jaarrekening bestaat enerzijds uit de door het algemeen bestuur vastgestelde goedkeurings - en 2 rapporteringstoleranties en anderzijds uit het normen- en toetsingskader voor de rechtmatigheidscontrole. In het normenkader worden de wet- en regelgeving benoemd, die voor de Regio van belang zijn (externe regelgeving, verordeningen en algemeen- en dagelijks bestuursbesluiten voor zover zij een nadere uitwerking zijn van hogere wet- en regelgeving en betrekking hebben op de financiële rechtmatigheid). Bij de rechtmatigheidscontrole vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. Over alle aspecten van het begrotingscriterium wordt door de accountant gerapporteerd in zijn rapport van bevindingen. De aspecten van het begrotingscriterium worden als volgt in de controle op de rechtmatigheid getoetst: Begrotingscriterium Kostenoverschrijdingen betreffende activiteiten die niet passen binnen het bestaande beleid en waarvoor men tegen beter weten in geen voorstel tot begrotingsaanpassing heeft ingediend.

Kostenoverschrijdingen die passen binnen het bestaande beleid, maar waarbij de accountant ondubbelzinnig vaststelt dat die ten onrechte niet tijdig zijn gesignaleerd. Kostenoverschrijdingen die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten Kostenoverschrijdingen bij open einde (subsidie) regelingen. Vaak blijkt vanwege dit open karakter in het kader van het opmaken van de jaarrekening een overschrijding. Kostenoverschrijdingen die worden gecompenseerd door extra inkomsten die niet direct gerelateerd zijn. Kostenoverschrijdingen betreffende activiteiten welke achteraf als onrechtmatig moeten worden beschouwd omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of een toezichthouder blijkt. a. Geconstateerd tijdens het verantwoordingsjaar b. Geconstateerd na het verantwoordingsjaar Kostenoverschrijdingen op activeerbare activiteiten (investeringen) waarvan de gevolgen voornamelijk zichtbaar worden via hogere afschrijvings- en financieringslasten in het jaar zelf of pas in de volgende jaren: jaar van investeren afschrijvings- en financieringslasten in latere jaren

Onrechtmatig maar telt niet mee voor het oordeel

Onrechtmatig en telt mee voor het oordeel X

X X

X X

X X

X X

In formele zin is er sprake van een begrotingsonrechtmatigheid, omdat op een aantal posten de lasten de begroting overschrijden. Echter, omdat deze overschrijdingen worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten dan wel er sprake is van lasten die binnen het bestaande beleid passen (en derhalve binnen de kaders van door het algemeen bestuur afgegeven mandaat tot het doen van uitgaven vallen) worden deze overschrijdingen niet meegewogen in het oordeel van de accountant. Op de programma’s zelf worden deze formele begrotingsonrechtmatigheden, waarbij de hogere lasten de begroting overschrijden maar waar direct gerelateerde opbrengsten tegenover staan, verder toegelicht.

1

De goedkeuringstolerantie is het bedrag dat de som van fouten in de jaarrekening of onzekerheden aangeeft, die in een jaarrekening maximaal mogen voorkomen, zonder dat de bruikbaarheid van de jaarrekening voor de oordeelsvorming door de gebruikers kan worden beïnvloed. De goedkeuringstolerantie is bepalend voor de oordeelsvorming, de verstrekking van de af te geven controleverklaring. 2 De rapporteringstolerantie is een bedrag dat gelijk is aan of lager is dan de bedragen voortvloeiend uit de goedkeuringstoleranties. Bij overschrijding van dit bedrag vindt rapportering plaats in het verslag van bevindingen. Voor de rapporteringstolerantie geldt als maatstaf dat de accountant op het niveau van programma’s in de begroting elke fout of onzekerheid groter dan of gelijk aan € 50.000 rapporteert. Deze tolerantie is afzonderlijk van toepassing op de aspecten getrouwheid en financiële rechtmatigheid. De goedkeuringstolerantie wordt vastgesteld op basis van de gerealiseerde bedragen in de jaarrekening. Van de accountant wordt naast deze kwantitatieve benadering bij de weging van fouten en onzekerheden ook een kwalitatieve beoordeling verwacht (deskundigheidsoordeel).

8

Resultaat 2022 Het resultaat voor bestemming reserves bedraagt € 8.478.300 voordelig. Na bestemming, dat wil zeggen na het muteren van reserves zoals opgenomen in de begroting, bedraagt het voordelig resultaat € 6.878.082. In het onderstaande overzicht zijn deze begrote mutaties van reserves in kaart gebracht. De mutaties worden bij de verschillende programma’s toegelicht. Bedragen x € 1.000

Resultaat voor mutatie reserves Onttrekkingen reserves Programma GGD: Algemene reserve GGD Programma Jeugd en Gezin: Frictiekosten vertrek Weesp Programma RAV: Nieuwbouw RAV Programma RBL: Laaggeletterdheid Programma Consultatie en Adviesteam: Transformatieplan Jeugd Programma Visit: Visit Gooi en Vecht Programma Sturing: RMT Programma Inkoop en Contractbeheer: Bescherming en Opvang Subsidies: Perspectief op Werk Subsidies: Werkkamer Subsidies: Werken aan werk Subsidies: Dak- en Thuisloosheid Subsidies: Transformatieplan Jeugd Regio: Frictiekosten vertrek Weesp Regio: Eigen Risicodragerschap

-8.478 (V) -40 -105 -1 -85 -59 -77 -108 -546 -1.102 -111 -1.053 -855 -92 -905 -26

Dotaties reserves Programma RBL: Regionale aanpak Jeugdwerkloosheid Programma RBL: Laaggeletterdheid Programma Zorg en Veiligheidshuis: POK-gelden Centrumgemeentetaken: Bescherming en Opvang Subsidies: Werken aan Werk Regio: Frictiekosten vertrek Weesp

680 108 224 490 1.004 4.258 1.600 (N) -6.878 (V)

Resultaat na mutatie reserves

Dit resultaat is als volgt tot stand gekomen: Totstandkoming resultaat na mutatie reserves Resultaat* voor mutatie reserves GAD -1.137 GGD 545 Jeugd en Gezin -192 Maatschappelijke Dienstverlening (VT) -41 RAV -3 RBL -708 Urgentiebureau 10 Consultatie en Adviesteam 59 Zorg en Veiligheidshuis -267 Werkgeversservicepunt 0 Vervoer Gooi en Vechtstreek -32 Visit Gooi en Vechtstreek 134 Sturing -73 Inkoop en Contractbeheer 600 Centrumgemeentetaken -6.368 Subsidies 1.992 Bedrijfsvoering -2.999 -8.478 Programma

-6.878 (V) Mutaties** reserves 0 -40 -105 0 -1 703 0 -59 224 0 0 -77 -108 -546 490 -2.208 3.327 1.600

* waarbij + een negatief resultaat en – een positief resultaat vertegenwoordigt ** waarbij - een onttrekking en + een dotatie vertegenwoordigt

Resultaat* na mutatie reserves -1.137 506 -297 -41 -5 -5 10 0 -43 0 -32 57 -181 55 -5.878 -216 328 -6.878

9

Toelichting op hoofdlijnen Op een totaal aan lasten van € 111,611 miljoen wordt op basis van de huidige stand van zaken rekening gehouden met een positief resultaat ter hoogte van € 6.878.082, wat overeenkomt met 6,16% van het geprognotiseerde lastentotaal. Dit voordeel komt grotendeels voort uit een voordeel op Bescherming en opvang (€ 5.878.138), waarvan € 4.682.279 een vrijval van de balans aan onderhanden werk inzake Bescherming en opvang betreft. Bij de GAD is een positief resultaat (€ 1.136.760) gerealiseerd, zoals al in de Bestuursrapportage 2022 geprognotiseerd. Dit komt voort vanuit substantieel hogere inkomsten dan begroot door de tijdelijk toegenomen vraag op OPK, metaal ferro en metaal non ferro, tezamen met hogere personele lasten, veroorzaakt door een hoog ziekteverzuim in combinatie met meer inhuur en lagere kapitaallasten als gevolg van uitstel van investeringen. Daarnaast laat de GGD een tekort zien ter hoogte van € 505.660. Corona heeft de kwetsbaarheid van onze kleine regionale GGD blootgelegd. Duidelijk is dat er meer personele inzet nodig is om de uitvoering van de wettelijke taken te garanderen, zoals op de bestrijding van de infectieziekten. Hiernaast zijn binnen het team GHOR taken uitgevoerd in het kader van de bestrijding van het COVID-19 virus, die niet onder de meerkostenregeling van het Ministerie van VWS vallen.

Ook blijven de inkomsten van het reizigersspreekuur nog altijd achter ten opzichte van 2019, het jaar voor de coronapandemie. Dit brengt een lagere inkomst van € 115.000 met zich mee. Volgend hierop wordt een voorstel gedaan ten aanzien van het muteren van reserves die nog niet in de begroting zijn meegenomen. Wanneer mutaties aan een reserve niet in de begroting of een begrotingswijziging zijn opgenomen, is het een bevoegdheid van het algemeen bestuur om in te stemmen met deze mutaties. Resultaatbestemmingsvoorstellen Naast de reeds begrote mutaties reserves is er ook een aantal voorstellen ten aanzien van het muteren van reserves opgenomen in de bestemming van het rekeningresultaat. Deze mutatievoorstellen hebben allemaal een verplichtend karakter, als gevolg van het feit dat het bijvoorbeeld bijdragen betreft die toegekend worden ten gunste van bepaalde kosten, zoals de centrumgemeentebijdragen inzake Bescherming en Opvang, de bijdrage Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) en de bijdrage Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) of het betreft ‘subsidie gebonden’ middelen met een terugbetaalverplichting. Voorgesteld wordt in te stemmen met een vijftal dotaties en een vijftal onttrekkingen. De totale hoogte van deze mutaties (per saldo dotaties) komt op € 6.093.286.

De volgende mutaties worden voorgesteld: 1) Het doteren van € 316.452 aan de reserve Dak- en Thuisloosheid; een aantal projecten dat gepland stond voor 2022 wordt doorgeschoven naar 2023. De voortgang regionale aanpak terugdringen dak- en thuisloosheid is besproken in het portefeuillehoudersoverleg 15/12/2022. 2) Het doteren van € 6.021.740 aan de reserve Bescherming en Opvang; het grootste gedeelte van dit resultaat is als gevolg van het vrijvallen van gereserveerde middelen voor onderhanden werk. Daarnaast is een lager bedrag uitgegeven aan voorzieningen. 3) Het doteren van € 102.630 aan de reserve Regionale Samenwerkingsagenda; als gevolg van de focus op een nieuwe RSA en nieuwe uitvoeringsprogramma’s lagen de uitgaven lager dan begroot. 4) Het doteren van € 132.500 aan de reserve nieuwe Meldkamer Ambulancezorg 2025. Politie Nederland heeft een vergoeding van € 265.000 verstrekt voor frictiekosten die ontstaan door vertraging van de Meldkamer e Midden Nederland. In 2021 is de 1 termijn ontvangen en bij bestemming van het resultaat toegevoegd aan de e reserve. In 2022 is de 2 termijn ontvangen. 5) Het doteren van € 94.000 aan de nieuw te vormen Reserve Eigen Risicodragerschap RAV; ter voorkoming van de relatief hoge kosten aan het publiek verzekeren van werkgeverskosten arbeidsongeschiktheid (WGA/ZW) is de RAV eigenrisicodrager (ERD).

De kosten voortkomend uit de WGA en WGA-Flex, onderdeel van de WIA, komen voor rekening van de RAV. Voorgesteld wordt een nieuwe reserve te vormen voor het Eigen Risicodragerschap van de RAV en daar vanuit het resultaat € 94.000 aan te doteren. Doel van de reserve is het kunnen voldoen aan wettelijke betalingsverplichtingen aan nieuwe arbeidsongeschikte (ex) medewerkers, zodat deze kosten niet rechtstreeks ten laste van de exploitatie komen. 6) Het onttrekken van € 194.199 aan de reserve Rampenbestrijding. Deze reserve wordt aangewend ter dekking van eventuele tekorten bij de rampenbestrijding. Bij de bestrijding van COVID-19 heeft de Regio meer kosten gemaakt bij de GGD-GHOR dan dat bekostigd wordt vanuit het RIVM. 7) Het onttrekken van € 20.370 aan de reserve Transformatieplan Jeugd; in 2022 heeft voorfinanciering plaatsgevonden van Kamers met aandacht, wat gepland stond voor 2023. 8) Het onttrekken van € 80.264 aan de reserve Werken aan Werk. In 2022 zijn meer projecten uitgevoerd dan begroot en sommige projecten zijn duurder uitgevallen.

10

Het onttrekken van € 221.831 aan de reserve aanvaardbare kosten (RAK). Wanneer er tekorten resteren vanuit bijdrage van de zorgverzekeraar worden deze onttrokken aan de RAK. 10) Het onttrekken van € 57.372 aan de reserve Visit Gooi en Vecht. Er zijn meer kosten gemaakt in verband met de vele noodzakelijke ontwikkelingen op het gebied van de recreatieve routenetwerken. 9)

Wanneer bovenstaande (verplichte) mutaties van reserves worden uitgevoerd, resteert een voordelig resultaat van € 784.797, wat neerkomt op 0,70% van het lastentotaal van € 111.611.171. Ten aanzien van de reserve Bescherming en Opvang hebben gemeenteraden bij het instellen ervan afgesproken dat de bestemmingsreserve maximaal € 2 miljoen mag bedragen. Ultimo 2022 komt de reserve op een totale hoogte van € 8.511.740. Dit resulteert in een restitutie aan gemeenten ter hoogte van een overschot à € 6.511.740. Tezamen komt dit op een totaal van € 7.296.537 welk bedrag aan gemeenten wordt gerestitueerd na mutaties reserves. Middels de resultaatbestemming wordt een voorstel opgesteld inzake de inzet van een deel van dit bedrag. Hiertoe volgt separaat een bestemmingsvoorstel inzake het vormen van en doteren aan een voorziening Spaarverlof, het vormen van en doteren aan een reserve Voorbereidingskosten Huisvestingvraagstukken GAD en inzake het vormen van en doteren aan een reserve uitvoeringsprogramma’s Sociaal Domein. Daarnaast wordt gekeken naar de hoogte van de algemene reserve in relatie tot het weerstandsvermogen. Dit resultaatbestemmingsvoorstel wordt voor een zienswijze aan gemeenteraden voorgelegd. Het algemeen bestuur besluit op 7 september 2023 inzake de bestemming van het resultaat, met inachtneming van de ontvangen zienswijzen.

De bestemming van het resultaat is immers geen onderdeel van de jaarstukken. Inzake het Spaarverlof is in 2022 nog geen verplichting opgenomen op de balans. Bij de Regio is ultimo 2022 sprake van bovenwettelijk verlof; de omzetting van bovenwettelijk naar spaarverlof heeft nog niet plaatsgevonden. Voor het bovenwettelijke verlof hoeft naar inzicht van de commissie BBV nog geen voorziening te worden opgenomen. Middels de resultaatbestemming wordt wel een voorstel gedaan in voorbereiding op de omzetting van dit bovenwettelijk verlof naar spaarverlof. Omdat het spaarverlof een verplichting is van niet-gelijke omvang, moet een voorziening worden opgenomen, omdat het spaarsaldo in de tijd vanwege toevoegingen en opnamen van het spaarverlof van niet gelijke omvang is. De omzetting wordt in 2023 verder gerealiseerd.

Resultaat na mutatie reserves Voorstellen onttrekkingen/dotaties reserves Restant middelen Dak- en Thuisloosheid toevoegen aan reserve Restant middelen Bescherming en Opvang toevoegen aan reserve Restant middelen Regionale Samenwerkingsagenda toevoegen aan reserve Restant middelen RAV toevoegen aan Reserve nieuwe Meldkamer Ambulancezorg Restant middelen RAV toevoegen aan reserve Eigen Risicodragerschap RAV Extra lasten Transformatieplan Jeugd onttrekken aan reserve Extra lasten Werken aan werk onttrekken aan reserve Extra lasten GHOR onttrekken aan reserve Rampenbestrijding Extra lasten RAV onttrekken aan reserve Aanvaardbare kosten Extra lasten routenetwerken onttrekken aan de reserve Visit Gooi en Vecht

-6.878 (V) 316 6.022 103 133 94 -20 -80 -194 -222 -57 6.093 (N)

Verrekenen met gemeenten subtotaal Restitutie overschrijding reserve Bescherming en Opvang Verrekenen met gemeenten 2022

-785 (V) -6.512 (V) -7.297 (V)

** waarbij - een onttrekking en + een dotatie vertegenwoordigt

11

Jaarrekening in een oogopslag Begroting 2022 Programma Grondstoffen en Afvalstoffendienst GGD Jeugd en Gezin Veilig Thuis RAV RBL Urgentiebureau Consultatie en Adviesteam Zorg en Veiligheidshuis Werkgeversservicepunt Vervoer Gooi en Vechtstreek Visit Gooi en Vechtstreek Sturing Inkoop en Contractbeheer Centrumgemeentetaken Subsidies Regio, schadevaststellingsovk vertrek Weesp* Subtotaal programma's (1) Overhead Bedrijfsvoering RVE gerelateerde overhead RVE Sturing RVE Inkoop Subtotaal overhead (2) Vennootschapsbelasting Vennootschapsbelasting Subtotaal Vennootschapsbelasting (3) Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten (1+2+3) Algemene dekkingsmiddelen Bijdragen gemeenten Bijdrage Rijk Bijdragen derden Overige baten Subtotaal algemene dekkingsmiddelen (4) Mutaties reserves Grondstoffen en Afvalstoffendienst GGD Jeugd en Gezin Veilig Thuis RAV RBL Urgentiebureau Consultatie en Adviesteam Zorg en Veiligheidshuis Werkgeversservicepunt Vervoer Gooi en Vechtstreek Visit Gooi en Vechtstreek Sturing Inkoop en Contractbeheer Centrumgemeentetaken Subsidies Bedrijfsvoering Subtotaal mutaties reserves (5) Gerealiseerd resultaat

Begroting 2022 na wijziging

bedragen x € 1.000 Realisatie 2022

Baten Lasten 32.423 29.557 3.705 2.939 7.931 6.147

Saldo -2.867 -766 -1.784

Baten 32.555 12.758 8.263

Lasten 29.689 12.033 6.714

Saldo -2.867 -726 -1.549

Baten 33.191 12.647 8.628

Lasten 28.888 12.406 6.651

Saldo -4.303 -240 -1.977

3.944 9.500 1.784 281 252 469 915 6.933 230 2.777 1.585 18.441 336 0 91.506

3.152 8.240 1.461 216 211 402 778 6.933 100 2.427 823 18.368 920 0 82.674

-793 4.000 -1.259 11.092 -323 3.131 -65 281 -41 494 -67 756 -137 915 0 7.364 -131 375 -350 2.820 -761 2.656 -73 15.618 585 919 0 4.128 -8.832 108.126

3.366 9.642 2.202 216 557 466 778 7.364 321 2.266 2.440 15.054 3.051 0 96.161

-633 3.999 -1.449 11.506 -929 3.122 -65 280 64 486 -291 768 -137 1.159 0 7.443 -54 451 -554 2.875 -216 4.265 -564 16.247 2.132 1.195 -4.128 4.128 -11.965 112.389

3.172 10.028 2.036 203 504 434 1.022 7.411 445 2.079 4.094 9.790 3.149 0 92.311

-827 -1.478 -1.086 -78 18 -334 -137 -32 -6 -796 -171 -6.457 1.954 -4.128 -20.079

436

436

6.089 3.464 204 351 10.108

5.653 3.464 204 351 9.672

909

7.472 3.436 204 351 11.462

6.563 3.436 204 351 10.553

936

7.779 4.004 190 351 12.324

6.844 4.004 190 351 11.388

0 0

18 18

18 18

0 0

208 208

208 208

0 0

212 212

212 212

91.942

92.800

-1.204 113.325 104.847

-8.478

71.100 1.514 14.794 4.534 91.942

909

-858 109.034 107.831

0 -71.100 73.259 0 -1.514 10.985 0 -14.794 19.974 0 -4.534 4.817 0 -91.942 109.034

0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 364 0 0 623 0 988

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 130 130

92.930

92.930

0 0 0 0 -1 0 0 0 0 0 0 0 -364 0 0 -623 130 -858

0 40 124 165 1 180 0 105 0 0 0 77 172 546 0 3.217 935 5.560

936

0 -73.259 75.401 0 -10.985 11.033 0 -19.974 21.434 0 -4.817 5.457 0 -109.034 113.325 0 0 0 0 0 788 0 0 224 0 0 0 0 0 490 1.004 4.258 6.764

0 114.595 114.595

0 -40 -124 -165 -1 608 0 -105 224 0 0 -77 -172 -546 490 -2.212 3.323 1.204

0 40 105 0 1 85 0 59 0 0 0 77 108 546 0 3.212 931 5.164

0 -75.401 0 -11.033 0 -21.434 0 -5.457 0 -113.325 0 0 0 0 0 788 0 0 224 0 0 0 0 0 490 1.004 4.258 6.764

0 -40 -105 0 -1 703 0 -59 224 0 0 -77 -108 -546 490 -2.208 3.327 1.600

0 118.849 111.611

6.878

* Dit betreft de schadevergoeding die de Regio bij de uittreding van de gemeente Weesp heeft ontvangen van de gemeente Amsterdam. De middelen zijn toegevoegd aan een reserve, van waaruit onttrekkingen plaatsvinden ter dekking van kosten; informatie is opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering

12

Verantwoording meerkosten COVID-19 2022 De voorheen onbekende ziekte corona werd eind 2019 voor het eerst opgemerkt in China en verspreidde zich vervolgens in drie maanden tijd naar andere delen van de wereld. In 2020 leidde dit tot de coronapandemie. Op basis van de wet Publieke Gezondheid (PG) hebben GGD ‘en extra taken en opdrachten van de minister gekregen in het kader van het bestrijden en beheersen van het coronavirus COVID-19. De hieruit voortkomende meerkosten worden door het ministerie van VWS direct vergoed aan de GGD‘en. In de brief van 20 juli 2020 zijn de uitgangspunten voor deze meerkostenregeling uitgewerkt. De regeling van de vergoeding van de meerkosten is ook van toepassing voor 2022, in navolging op 2021. Conform verantwoordingsinstructie 2022, is de tabel inzake de meerkosten COVID-19 in 2022 opgenomen onder de algemene en financiële beschouwingen. In de paragraaf COVID-19 wordt dieper ingegaan op de coronapandemie en het verloop ervan in het afgelopen jaar. Omschrijving

Meerkosten 2022 (in €)

Blok 1 Totaal Bron- en contactonderzoek Blok 2 Totaal Bemonstering Blok 3 Totaal COVID-19 vaccinatie Blok 4 Totaal Overige Meerkosten

102.321 566.440 1.144.367 7.193.967

Infectieziektebestrijding (IZB) Jeugdgezondheidszorg (JGZ), incl. Rijksvaccinatie Overig Ondersteuning

Totale meerkosten 2022 Ontvangen voorschot meerkosten 2022 Nog te ontvangen meerkosten 2022

6.919.155 48.302 45.719 180.791 9.007.095 -9.000.000 7.095

In 2020 bedroegen de totale meerkosten € 4.346.789, in 2021 was dat € 22.306.203. Vooral in het eerste halfjaar van 2022 werd nog een aantal boostercampagnes uitgevoerd; tegen het einde van 2022 nam het aantal boostervaccinaties af. De vaccinatiegraad van de inwoners van de regio van de leeftijdscategorie 18 jaar en ouder ligt op 84%. Voor de leeftijdscategorie van 12 jaar en ouder is dat 82%.

13

Balans Regio Gooi en Vechtstreek 2022

14

Toelichting op de balans per 31 december 2022 (Bedragen x € 1.000)

Activa VASTE ACTIVA De materiële vaste activa bestaan uit: Investeringen met economisch nut

2022

2021

Overige investeringen met economisch nut Boekwaarde begin boekjaar Afschrijvingen in boekjaar Desinvestering in boekjaar Investeringen in boekjaar Boekwaarde einde boekjaar

12.545 -1.031 -150 766 12.130

13.001 -1.049 0 593 12.545

Waarvoor ter bestrijding van kosten een heffing wordt geheven Boekwaarde begin boekjaar Afschrijvingen in boekjaar Investeringen in boekjaar Boekwaarde einde boekjaar

18.104 -2.667 4.617 20.054

18.415 -2.350 2.039 18.104

Totaal materiële activa

32.184

30.649

Voor een onderverdeling en het verloopoverzicht van de materiële vaste activa verwijzen wij naar bijlage 4. De investeringen 2022 waarvoor een heffing wordt geheven, betreffen voornamelijk investeringen in het kader van VANG. Investeringen met economisch nut betreffen investeringen in ambulances voor de RAV. Desinvestering heeft betrekking op huisvestingskosten van de Burgemeester de Bordesstraat 80. Bij de Regio zijn er ultimo 2022 geen investeringen met maatschappelijk nut aanwezig. Het verloopoverzicht van de financiële vaste activa is als volgt: Financiële activa Overige uitzettingen met een rente-typische looptijd > 1 jaar Boekwaarde begin boekjaar Aflossingen in boekjaar Investeringen in boekjaar Boekwaarde einde boekjaar

2022

2021

8.052 -2.700 0 5.352

759 -750 8.043 8.052

In 2020 is de Regio een lening aangegaan van € 8.000.000, welke in 2021 is doorgeleend aan Vervoer Gooi en Vechtstreek BV. De opgenomen lening is op de balans opgenomen onder vaste schulden met een rente-typische looptijd van langer dan één jaar. Verder is onder de post financiële vaste activa een uitzetting bij TNT, Parkeer BV Bussum, Dudok Wonen, (Zorg- en Veiligheidshuis) en FransVast (vaccinatie en testlocatie COVID-19 aan Franse Kampweg in Bussum) opgenomen. VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een rente-typische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Rekening courantverhoudingen met het Rijk Rekening courantverhoudingen met niet-financiële instellingen Overige vorderingen en uitzettingen Totaal uitzettingen

2022 6.140 22.975 0 2.711 31.826

2021 5.981 27.179 0 2.031 35.191

De vorderingen op openbare lichamen bestaan uit vorderingen op de deelnemende gemeenten. Voor verdere informatie over het schatkistbankieren verwijzen wij naar de paragraaf financiering op pagina 81. De overige vorderingen en uitzettingen bestaan grotendeels uit nog te ontvangen bijdragen Nedvang van de Stichting Afvalfonds, rittenvergoeding RAV.

15

Liquide middelen Bank Nederlandse Gemeenten ING Totaal liquide middelen

2022 650 7 657

2021 655 3 658

Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

2022

2021

4.240

2.967

De post overlopende activa bestaat uit gelden welke in 2022 reeds zijn betaald, maar betrekking hebben op volgende begrotingsjaren. Voorbeelden hiervan zijn erfpacht, licenties, verzekeringen, BCF & omzetbelasting en abonnementen.

Passiva VASTE PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Nog te bestemmen resultaat in boekjaar Totaal eigen vermogen

2022

2021

1.159 13.921 6.878 21.959

1.199 11.546 930 13.675

Van het te verwerken voordelig resultaat 2022 van € 6.878.082 wordt voorgesteld € 6.093.268 te muteren op bestemmingsreserves en € 784.815 te verrekenen met de gemeenten. Daarnaast wordt vanuit de reserve Bescherming en Opvang € 6.511.740 gerestitueerd aan de regiogemeenten. Voor een onderverdeling, verloopoverzicht en toelichting op de reserves verwijzen we naar de staat van reserves en voorzieningen, welke is opgenomen in bijlage 2. Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Egalisatievoorzieningen Totaal voorzieningen

2022 0 1.706 1.706

2021 0 1.437 1.437

Voor een toelichting en het verloopoverzicht van de voorzieningen verwijzen we eveneens naar de staat van reserves en voorzieningen, welke is opgenomen in bijlage 2.

Vaste schulden met een rente-typische looptijd > 1 jaar Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen

2022

2021

33.176

36.532

De vaste schulden met een rente-typische looptijd van langer dan één jaar bestaan uit leningen bij de Bank Nederlandse Gemeenten. In 2022 is geen nieuwe lening afgesloten. Een specificatie van de leningen is opgenomen in bijlage 3.

VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd < 1 jaar Overige schulden

2022 5.658

2021 5.870

De netto vlottende schulden met een looptijd korter dan één jaar bestaan uit het crediteurensaldo per 31-12-2022 en de betalingen onderweg ultimo 2022.

16

Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingjaren Totaal overlopende passiva

2022

2021

5.909

6.843

5.851

13.160

11.760

20.003

De verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen (met uitzondering van verplichtingen gerelateerd aan jaarlijks terugkerende arbeidskosten van een vergelijkbaar volume), bestaan voornamelijk uit te betalen kosten inzake afdracht loonbelasting en pensioenpremies december 2022, afrekeningen NZa, afrekeningen FLO, volwasseneducatie, meerkosten COVID-19, Hulpmiddelen 2022. De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, bestaan ultimo 2022 voornamelijk uit:  Verplichtingen Beschermd Wonen € 4.837.849  Meerjarige subsidies voor diverse projecten € 1.012.966

17

Waarderingsgrondslagen Algemeen Deze jaarrekening is opgesteld volgens de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het algemeen bestuur op 8 oktober 2020 de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. Op 16 december 2021 heeft het algemeen bestuur de verordening bijgesteld; ook deze verordening is daarom van toepassing op deze jaarstukken. De gehanteerde grondslagen van waardering zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar. Schattingen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. Indien het voor het geven van het op grond van het BBV vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen.

Continuïteit De jaarrekening is opgesteld onder de veronderstelling van continuïteit van de Regio en diens activiteiten, mede in het licht van de aanvulling van tekorten door de aangesloten gemeenten, op grond van de rechtsvorm gemeenschappelijke regeling. Vergelijking met voorgaand jaar De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaand jaar. Sinds juli 2019 hebben er geen wijzigingen aan het BBV plaatsgevonden. In het BBV is aangegeven dat er een staat van baten en lasten met toerekening naar taakvelden opgenomen moet zijn, waarbij de overheadkosten in zowel de begroting als de jaarrekening zichtbaar moeten zijn. Onder overhead wordt verstaan: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Te denken valt aan kosten met betrekking tot de P&O, financiën, automatisering, huisvesting, inkoop, informatievoorziening. Er is naar aanleiding van de geldende BBV-voorschriften een aantal taakvelden opgenomen.

De volgende taakvelden zijn voor de Regio van toepassing: 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds 0.9 Vennootschapsbelasting 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.5 Arbeidsparticipatie 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ 6.82 Geëscaleerde zorg 187.1 Volksgezondheid 7.3 Afval 7.5 Begraafplaatsen en crematoria 8.3 Wonen en bouwen Onder het taakveld 0.4 Overhead zijn onderstaande onderdelen toegedeeld:  leidinggevenden primair proces (hiërarchisch), exclusief projectleiding;  financiën, toezicht en controle gericht op eigen organisatie;  P&O/HRM;  inkoop;  interne en externe communicatie;

18

     

juridische zaken; bestuurszaken en bestuursondersteuning; informatievoorziening en automatisering (ICT); facilitaire zaken; DIV; managementondersteuning primair proces.

Activa De materiële vaste activa bestaan uitsluitend uit investeringen met een economisch nut. Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen, waaronder heffingen. Na een besluit van het algemeen bestuur om een investeringskrediet te verstrekken wordt het actief lineair afgeschreven over de verwachte levensduur van het actief vanaf het moment van ingebruikname. De waardering van de materiële vaste activa vindt plaats op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. In overeenstemming met de financiële verordening worden de materiële vaste activa met een economisch nut lineair afgeschreven in maximaal: 40 jaar: Nieuwbouw kantoren en bedrijfsgebouwen 10 jaar: Renovatie, restauratie en aankoop kantoren en bedrijfsgebouwen 10 jaar: Technische installaties in bedrijfsgebouwen 5 jaar: Veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen 5 jaar: Vaste telefooninstallaties, kantoormeubilair 5 jaar: Aanleg tijdelijke terreinwerken; nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen 3 jaar: Kantoorautomatisering (hard en software) 8 jaar: Zware transportmiddelen, huisvuilwagen, aanhangwagens, lichte motorvoertuigen 6 jaar: Ambulances en personenauto’s 10 – 12 jaar: Overige activa, zoals ondergrondse inzamelvoorzieningen Bij de aanvraag van investeringskredieten kan gemotiveerd afgeweken worden van de te hanteren termijn zoals

hierboven opgenomen. Investeringen in activa die voldoen aan één van de volgende eisen worden niet geactiveerd (uitgezonderd gronden en terreinen):  Een verkrijgingsprijs van € 25.000 of minder.  Een jaarlijkse vervanging van het materieel, zoals inzamelvoorzieningen. De financiële vaste activa worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde, gewoonlijk de nominale waarde. De vlottende activa bestaan uit de voorraden, de uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar, de liquide middelen en de overlopende activa. De voorraden worden tegen marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of de vervaardigingsprijs. De uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar worden, onder aftrek van eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid, tegen de nominale waarde gewaardeerd. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De overlopende activa worden eveneens gewaardeerd tegen de nominale waarde. Passiva De passiva (financieringsmiddelen) worden onderscheiden in de vaste passiva en de vlottende passiva. De vaste passiva bestaan uit het eigen vermogen (reserves), de voorzieningen en de vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (langlopende schulden).

Informatie over de aard en de reden van de reserves en de voorzieningen staat opgenomen in de staat van reserves en voorzieningen (bijlage 2). Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voorzieningen vinden hun oorsprong in verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten (artikel 44 BBV), en een waarschijnlijke uitstroom van middelen noodzakelijk is. Langlopende schulden worden tegen de nominale waarde gewaardeerd, verminderd met gedane aflossingen (artikel 46 BBV). De vlottende passiva bestaan uit de kortlopende schulden en de overlopende passiva en worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Onder de kortlopende schulden worden, indien van toepassing, de bedragen opgenomen met een fiscale grondslag.

19

Grondslagen voor bepaling van het resultaat Algemeen De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Resultaten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen, indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelsbeloningen Onder personeelslasten zijn begrepen de in het in boekjaar verschuldigde salarissen, sociale lasten, pensioenpremies, inleenkrachten en overige personeelskosten, verminderd met de ontvangen uitkeringen van sociale fondsen.  Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen dan wel schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken.  Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen.

De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenbegroting, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Nederlandse pensioenregelingen We hebben een pensioenregeling bij Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte of contractuele basis premies betaald door de instelling. ABP hanteert het middelloon als pensioengevende salarisgrondslag. ABP probeert ieder jaar de pensioenen te verhogen met de gemiddelde stijging van de lonen in de sectoren overheid en onderwijs. Wanneer de beleidsdekkingsgraad (de gemiddelde dekkingsgraad van de laatste 12 maanden) lager is dan 110% vindt er geen indexatie plaats. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen. Op 31 januari 2023 was de actuele dekkingsgraad 111,1%. De beleidsdekkingsgraad steeg ook in 2022: van 102,8% naar 118,6%.

Deze dekkingsgraad, die belangrijk is voor pensioenverhoging, stond daarmee boven het huidige vereiste niveau van 110% (huidige Financieel Toetsingskader FTK) en de versoepelde grens van 105%, die geldt voor fondsen die willen overstappen naar het nieuwe pensioenstelsel. Verder wordt op balansdatum een voorziening opgenomen voor bestaande additionele verplichtingen ten opzichte van het fonds en de werknemers, indien het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichtingen een uitstroom van middelen zal plaatsvinden en de omvang van de verplichtingen betrouwbaar kan worden geschat. Het al dan niet bestaan van verplichtingen wordt beoordeeld aan de hand van de uitvoeringsovereenkomst met het fonds, de pensioenovereenkomst met de werknemers en andere (expliciete of impliciete) toezeggingen aan de werknemers. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de beste schatting van de contante waarde van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen op balansdatum af te wikkelen. Rente Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten, indien van toepassing, wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen. Afschrijvingen Dit betreft de afschrijvingskosten van de vaste activa.

De afschrijvingstermijn bedraagt maximaal de economische levensduur. Boekwinsten en -verliezen met betrekking tot materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingen. Overige bedrijfskosten De overige bedrijfskosten worden verantwoord op basis van de historische kosten en worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. 20

VOOR INWONERS

21

Programma

Grondstoffen- en Afvalstoffendienst (GAD)

GAD staat voor grondstoffen- en afvalstoffendienst. De GAD is de uitvoeringsorganisatie voor het inzamelen van huishoudelijk afval. Dat doen wij voor 117.000 huishoudens. Bij de GAD werken zo’n 130 mensen. Chauffeurs, beladers, medewerkers op de scheidingstations, maar ook mensen die afvalbeleid maken, toezichthouders en handhavers, afvalcoaches en klantenservice. De GAD doet veel meer dan alleen het inzamelen van afval.

Gooise Meren

Hilversum

Huizen

Laren

Weesp

Wijdemeren

V V V V

Eemnes

Taken Inzameling huishoudelijk afval Exploitatie scheidingsstations & overslagstation Toezicht en handhaving Grondstoffenbeheer

Blaricum

Taken

V V V V

V V V V

V V V V

V V V V

V V V V

V V V V

Beleidskader    

Kaderrichtlijn afvalstoffen 2008 /98/EG Landelijk afvalbeheerplan (LAP3) Afvalstoffenverordening Gooi en Vechtstreek Grondstoffenvisie Gooi en Vechtstreek Wat wilden we bereiken?

Doel

Realisatie 2021 517 kg

Streefwaarde 2022 480 kg

Realisatie 2022 466 kg

149 kg

128 kg

165 kg

3. Afvalscheidingspercentage

67%

77%

65%

4. Klanttevredenheid

7.7

7.0

7.7

1. Hoeveelheid afval per inwoner 2. Hoeveelheid restafval per inwoner

Wat hebben we bereikt? In 2022 is er naar aanleiding van de vastgestelde bezuinigingsmaatregelen een nieuw inzamelschema met nieuwe inzamelfrequenties ingevoerd. In de loop van het jaar is dit geëvalueerd en heeft er een optimalisatieslag plaatsgevonden met als resultaat een gewijzigde planning die is ingegaan op 1 januari 2023. Een andere bezuinigingsmaatregel ‘Stoppen met de gratis verstrekking van PMD zakken in supermarkten’ is in april doorgevoerd. Er is een Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval opgesteld naar aanleiding van de eerder vastgestelde Grondstoffenvisie. Eind 2022 is een startdocument opgesteld voor de toekomstige huisvesting van de GAD. Vanaf april 2022 is de DVO ingegaan voor de inzameling op het grondgebied van de voormalige gemeente Weesp. Vanaf 1 januari 2022 verzorgt de GAD ook de inzameling van papier en karton, wat voorheen samen met de verenigingen werd ingezameld. Er is veel aandacht geweest in 2022 voor bijplaatsingen van afval naast kliko’s en verzamelcontainers. Om dit bijplaatsen te beperken is veel aandacht besteed aan informeren, communiceren, waarschuwen en handhaven. Ten aanzien van de dienstverlening is er een haalservice voor groot kartonverpakkingsmateriaal ingevoerd.

22

Het ziekteverzuim lag als gevolg van Corona, griep en andere oorzaken op een hoog niveau. Er is vol ingezet op de aanpak hiervan in samenspraak met de bedrijfsarts en maatschappelijk werker. De totale hoeveelheid ingezameld afval is afgenomen met 10%. De verschillende fracties laten een daling zien waarbij opvallend is dat de daling van GFT en OPK sterker is dan de hoeveelheid restafval en PMD. Aan de kostenkant zagen we in toenemende mate dat de hoge inflatie leidt tot hogere materiele kosten en hogere verwerkingstarieven. Aan de inkomstenkant was een dalende trend te zien van lagere vergoedingen voor wat betreft PMD, metalen en oud papier.

Wat hebben we daarvoor gedaan? Activiteit

Kengetal 2020

Kengetal 2021

1. Aantal huishoudens (incl. Weesp)

116.862

117.000

Kengetal Begroting 2022 117.500

Kengetal Jaarstukken 2022 119.122

2. Aantal meldingen 3. Aantal meldingen handhaving

14/1000 7.113

13/1000 7.000

12/1000 6.950

16/1000 9.373

4. Aantal bezoekers scheidingsstations 5. Aantal aansluitingen nieuwbouwlocaties

641.830 +0.8%

642.000 +1%

642.000 +1.1%

616.747 +0.9%

6. Aantal contracten grondstoffenstromen

20

22

24

27

Tabel kengetallen

Omschrijving

Bron

Aangesloten huishoudens Aantal bezoeken scheidingstations T&H aantal behandelde meldingen T&H aantal onjuist aangeboden huishoudelijk afval

High light rapportages VANG GAD-registratie Jaarverslag Team T&H Jaarverslag Team T&H

Realisatie 2020 72% 640.163 10.366 8.800

Realisatie 2021 73% 634.173 8.309 8.089

Realisatie 2022 74% 616.747 9.373 9.199

23

Wat heeft dat gekost? Grondstoffen- en Afvalstoffendienst (GAD)

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2022 na wijziging

Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Vennootschapsbelasting Overhead primair proces Overhead Regio Dotatie voorziening Totaal lasten

8.915.323 2.511.022 16.495.693 0 956.853 2.021.574 0 30.900.465

8.485.701 4.201.560 16.859.323 8.000 868.111 1.990.566 10.000 32.423.261

9.124.223 4.201.560 16.363.019 8.000 868.111 1.990.566 0 32.555.479

9.835.874 2.823.672 16.227.959 0 1.176.142 1.990.566 0 32.054.213

711.651 -1.377.888 -135.060 -8.000 308.031 0 0 -501.266

Baten Gemeentebijdrage Rijksbijdrage Bijdragen derden Overige baten Totaal baten

-25.022.742 0 -5.782.674 0 -30.805.416

-25.913.811 0 -2.125.201 -4.384.249 -32.423.261

-25.886.201 0 -2.152.812 -4.516.466 -32.555.479

-25.886.201 0 -2.152.812 -5.151.960 -33.190.973

0 0 0 -635.494 -635.494

95.049

0

0

-1.136.760

-1.136.760

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

95.049

0

0

-1.136.760

-1.136.760

Saldo Reserves Dotaties Onttrekkingen Saldo

Realisatie Afwijking 2022 2022 realisatie/raming

Toelichting rekeningcijfers Personeelslasten € 1,02 miljoen nadelig De hogere personele lasten, waaronder ook de overhead primair proces is meegenomen, zijn ontstaan als gevolg van een aantal factoren. Enerzijds was er sprake van een hoog ziekteverzuim (onder andere door Corona), waardoor meer inhuur noodzakelijk is geweest om de dienstverlening naar inwoners te kunnen blijven continueren. Extra inzet heeft plaatsgevonden om de overgang, naar aanleiding van de aanpassing van inzamelfrequenties, probleemloos te laten verlopen en dienstverlening op peil te houden. De inzet is eind 2022 nader geanalyseerd en heeft geleid toe nieuwe routes per 1-1-2023. Ook de lange levertijd van de zijladers heeft met zich meegebracht dat de inzameling langer dan gepland heeft plaatsgevonden met achterladers, waarbij met meer personeel gewerkt wordt. Daarnaast is sprake geweest van hogere tarieven voor inhuur, onder anders als gevolg van de cao aanpassing op het minimumloon. Kapitaallasten € 1,38 miljoen voordelig Zowel de VANG- als voertuiginvesteringen lopen achter op planning. Oorzaken voor de vertragingen VANG zijn de problemen ten aanzien van besluitvormingstrajecten (gemeenten en participaties) en Verzoek Tot Aanpassing trajecten. Met betrekking tot het wagenpark zorgt de langere levertijd van bijna een jaar voor vertragingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12932706/1