CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

B23 00738 BIJLAGE 6 - nota van beantwoording

Commissie Maatschappij en Financiën 21 juni 2023, gemeente larenBij agendapunt: HBEL visie sociaal domein 20232.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Matrix n.a.v. advies Adviesraad SD HBEL T.b.v: HBEL visie sociaal domein Informatie bij: Robin Blom E-mail: r.blom@huizen.nl Telefoon:

Nr. 1.

2.

Vraag/opmerking Adviesraad Algemene opmerking 1: Visie is goed uitgangspunt - Inhoudelijk kunnen wij ons grotendeels in de visie vinden. - Wij gaan er overigens vanuit dat de visie een tijdshorizon van 4 jaar kent, van 2023 tot 2027.

Antwoord/wat is er mee gedaan.

-

-

Waar u in de inleiding zegt dat de wet slechts een ondersteunende rol toekomt, wil de Adviesraad het sociaal belang en vangnetkarakter benadrukken van de nationale en lokale regelgeving. Wij zouden graag zien dat u alsnog in de visie iets verwoordt als dat u ‘wel meer maar niet minder’ doet dan de wet verlangt.

Algemeen 2: Vul visie aan op deelterreinen - Rond in de eerste helft van de huidige collegeperiode de beleidsmatige uitwerking af voor de drie hoofdelementen van Jeugd, Wmo en Participatie.

-

Dank hiervoor. We hebben de looptijd van de visie toegevoegd aan de visie, van 2023 tot en met 2030. Deze relatief lange looptijd doet recht aan het karakter van een visie die een langere termijn voor ogen heeft dan beleidsplannen en plannen van aanpak die voor een kortere termijn de meer concrete resultaten en inzet benoemen. De visie kan tussentijds worden aangepast, als ontwikkelingen daar om vragen en de betrokken gemeenten aanpassingen wenselijk vinden. In de visie is een toevoeging gemaakt in hoofdstuk 3 (opgave en doelen voor de HBEL gemeenten) (de toevoegingen in het cursief). “We werken vanuit de bedoeling van de wetten in het sociaal domein, doen wat nodig is: we redeneren vanuit de mens en zijn leefomgeving naar oplossingen. Wettelijke kaders of procedures zijn hieraan ondersteunend. Ze zijn niet het uitgangspunt. Waar nodig gaan we verder.” Hiermee geven we het belang van de wetten aan. We geven niet expliciet aan dat we niet minder doen, gezien de discussie rondom de invoering van de inkomenstoets bij de toekenning van huishoudelijke hulp in de HBEL gemeenten.

Wij streven er naar om de beleidsmatige uitwerking voortvarend op te pakken. Voor de uitwerking van de zijn we deels afhankelijk van externe ontwikkelingen, zoals benoemd in bijlage 2 waar ook een omgevingsbeeld in is opgenomen. 1

U benoemt diverse thema’s die in de uitwerking aandacht nodig hebben. We nemen deze thema’s ter harte. Op het moment dat we de beleidsmatige uitwerking oppakken, bezien we welke thema’s hier in welke mate aandacht krijgen. 3.

Algemeen 3: Visie op relatie met burger - Voeg een basisprincipe toe met de volgende strekking: wij zien de gebruikers van onze diensten als volwaardige en betrokken burgers en benutten hun suggesties, feedback, complimenten en commentaar bij het evalueren en verbeteren van onze dienstverlening. (…) Die stem van inwoners en hun organisaties zou ook in de visie kunnen worden verankerd door de aankondiging van klanttevredenheidsonderzoeken.

-

4.

Algemeen 4: Vermijd overambitieus en abstract taalgebruik en versimpel beleid - Om een geloofwaardige overheid te zijn, zal zowel het beleid als de uitvoering voor de burger duidelijk en transparant moeten zijn. Gebruik geen overambitieus of abstract taalgebruik. Versimpel beleid, doe dat continu en in kleine stappen, maak dat meetbaar. -

5.

Geef de inwoners en bijvoorbeeld hun vrijwilligersorganisaties een stem bij de diverse uitwerkingsplannen

Sluit aan bij het normale spraakgebruik en spreek van ‘lokaal’ en ‘intergemeentelijk’ (HBEL).

-

Wij delen met u het belang van de stem van de burgers. Dit geven we niet zozeer vorm door dit als extra principe toe te voegen. Dit geven we wel vorm door nadrukkelijk de kwaliteit (zoals ervaren door de inwoner) en klanttevredenheid op te nemen als indicatoren waarmee we onze inzet willen verbeteren (zoals in de visie te lezen is bij basisprincipe 8). En in te zetten op verdere ontwikkeling van deze indicatoren en bijbehorende werkwijze (zoals in de ontwikkelagenda te lezen is bij dit basisprincipe).

-

Ons uitgangspunt is dat wij inwoners betrekken bij de diverse plannen die volgen uit de visie. De mate en wijze van deze betrokkenheid zal er traject verschillen.

-

Om de duidelijkheid en transparantie te vergroten, maken we van de visie een verkorte publieksvriendelijke versie met meer gebruik van beelden en minder tekst. De visie blijft daarbij in de huidige vorm het basisdocument zodat ook al deze informatie met overwegingen en uitwerkingen voor het publiek beschikbaar is. Wij snappen dat de gehanteerde woorden verwarrend over kunnen komen. Toch houden we in deze visie hieraan vast. De term ‘intergemeentelijk’ hanteren voor het HBEL niveau, roept verwarring op met het niveau van de BEL-gemeenten en de regio Gooi en Vecht. Daarbij sluit de gehanteerde keuze aan bij de werkwijze van het lokaal team waarover de visie schrijft, dit team werkt op HBEL niveau.

-

Basisprincipe 1: preventie

2

-

-

6.

Benoem de mogelijkheden die de HBEL gemeenten zien om juist de groep(en) die niet direct in beeld zijn te bereiken door middel van preventie. Zet preventie in waar dat nodig is en kijk kritisch naar wat bij het normale leven en de ontwikkeling en zelfredzaamheid van burgers hoort. Te veel preventie willen leveren kan averechts werken en als betutteling worden ervaren. Meer aandacht voor preventie mag niet ten koste gaan van inzet van middelen en mankracht voor de meer complexe hulpvragen.

Basisprincipe 2: sociale basis - In de visie wordt niet duidelijk wat wordt verstaan onder eigen kracht en op welke wijze de eigen kracht, het netwerk en de sociale basis door de gemeente wordt ingezet.

-

Dit nemen we mee in uitwerking van de visie. Onder meer de lokale plannen van aanpak in het kader van het Gezond en actief leven akkoord (GALA) en bijbehorende brede SPUK zal hier op in gaan. Dit onderschrijven wij en nemen we mee in de uitwerking.

-

Dit onderschrijven wij. We beogen om de groei van de (complexe) hulpvraag te stoppen, maar een essentieel punt van de visie is dat mensen die het niet zelf redden, passende ondersteuning krijgen. Passende ondersteuning moet hiermee ook beschikbaar zijn voor mensen met de meer complexe hulpvragen zoals wij in hoofdstuk 3 (de opgave en doelen voor de HBEL gemeenten) schrijven..

-

Dit wordt nader uitgewerkt, onder meer in de lokale en regionale plannen in het kader van GALA/brede SPUK waar de inzet op de sociale basis verder word uitgewerkt, en bijvoorbeeld in de Hervormingsagenda Jeugd waar naar verwachting de term eigen kracht nader wordt uitgewerkt. Daarnaast heeft de eigen kracht in gesprekken met inwoners over de gewenste ondersteuning altijd een plek, waarbij de concretisering en mogelijkheden van eigen kracht per persoon verschilt. Het uitgangspunt bevat een flinke ambitie. In de uitwerking van deze ambitie betrekken we de signalen die u benoemt, en hierover zijn we ook (doorlopend) in gesprek met onder meer Versa Welzijn. Ook hiervoor kijken we ook naar succesvolle voorbeelden, binnen en buiten de regio Gooi en Vecht. Wij zien het belang van ervaringsdeskundigheid en ervaringkennis. Deels zetten wij hier al op in, bijvoorbeeld via het regionale GGZ herstelnetwerk en het toegankelijkspanel in huizen. Ook al staan deze termen niet expliciet in de visie, we kijken in de uitvoering naar (nieuwe) mogelijkheden om ervaringsdeskundigheid en ervaringskennis te gebruiken. We hanteren dit motto niet, maar onderschrijven deze insteek wel.

-

Is het uitgangspunt van de visie niet erg hoog is gegrepen? Betrek de signalen hierover van Versa bij de toekomstige uitwerking en kijk voor ideeën bij andere gemeenten.

-

-

Benut ervaringsdeskundigen bij de ondersteuning van nieuwe hulpvragers en bij plannen.

-

-

3

-

7.

Werk zowel in de visie als in de uitvoering vanuit het motto simpel en dienstbaar. Met als voorbeeld de subsidieaanvraag door van een repaircafe. - “Bij een sociale basis”, staat in de visie, “hoort een inclusieve samenleving waarin iedereen veilig kan deelnemen.” Het voorbeeld daarbij betreft sporten voor ouderen en mensen met een beperking. De Adviesraad zou op dit punt graag dagbesteding zien toegevoegd, omdat dit voor deze groepen minstens zo belangrijk is. Ook zou de visie bij dit tweede basisprincipe het belang van toegankelijkheid en (gevoel van) veiligheid in openbare ruimten en gebouwen kunnen benoemen. Basisprincipe 3: passende ondersteuning - een regelmatige evaluatie is wenselijk, vooral om meer zekerheid te krijgen in de te maken keuzes van het inzetten op preventie en het beschikbaar houden van middelen voor complexe hulpvragen.

-

8.

-

We hebben de tekst aangepast met uw suggestie (in cursief de toevoegingen): “Bij een sociale basis hoort een inclusieve samenleving waarin iedereen veilig kan deelnemen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan sporten of dagbesteding voor ouderen of mensen met een beperking, of het belang van toegankelijkheid en (gevoel van) veiligheid in openbare ruimten en gebouwen.

-

Wij delen met u het belang van een regelmatige evaluatie. Dit komt onder meer terug in de jaarlijkse bestuursrapportage over de maatwerkvoorzieningen sociaal domein. Daarnaast wordt in de lokale en regionale plannen van aanpak in het kader van het GALA en brede SUK de monitoring en evaluatie met betrekking tot preventie uitgewerkt. Dit vinden wij een mooie suggestie. Indien mogelijk, pakken we dit op.

Neem in gemeentelijke publicaties permanent een telefoonnummer of mailadres op voor mensen in financiële problemen (zoals dit bijv. voor losse stoeptegels/kapotte straatlantaarns nu al het geval is). Basisprincipe 4: basisondersteuning - De gedachte van de integrale gezinsgerichte aanpak ondersteunen van harte. Wellicht kan dit beginsel in de visie nog worden onderstreept met het beginsel van ‘één gezin, één plan, één regisseur’.

-

-

-

-

Benoem in de uitwerking maatregelen die het risico van ‘zoek raken’ van burgers tussen de verschillende partijen voorkomen. De taak voor het lokale basisteam is een zware en complexe opgave. Doe ook voor dit punt inspiratie op bij andere gemeenten.

-

-

Wij delen met u de gedachte van de integrale gezinsgerichte aanpak. Wij zijn van mening dat deze al uitdrukkelijk in deze visie en bij dit basisprincipe staat. Bijvoorbeeld via de volgende passage: “Het team werkt integraal, waarbij de persoon in zijn/haar (gezins)systeem en met alle levensdomeinen in beeld is. Er is één plan van aanpak.” en eerder in hoofdstuk 3 over onder meer de doelen: “Een integrale aanpak van problemen op persoons-, gezins- en systeemniveau.” Deze aanbeveling nemen we mee in de uitwerking. Wij delen met u de gedachte dat we hiervoor inspiratie kunnen of kunnen leren van gemeenten die al een vergelijkbare werkwijze

4

-

-

9.

-

Doe een jaarlijks onderzoek, gericht op de kwaliteit van gecontracteerde aanbieders.

-

Basisprincipe 5: specialistische ondersteuning - Gaat het bij de term ‘meest kwetsbare mensen’ niet eerder om mensen met de meest complexe problematiek waarvoor de lokale en intergemeentelijke zorg geen afdoende remedie kan bieden en waarvoor heel specialistische (vaak kostbare) hulp nodig is? - Wat de verwachting c.q. visie is in de HBEL gemeenten ten aanzien van wachtlijsten bij gespecialiseerde zorg en de bijbehorende risico’s?

-

10.

Borg de samenwerking met huisartspraktijken, wijkverpleging en scholen in de uitvoeringskalender.

De Adviesraad is zich bewust van de financiële problematiek die schuilgaat achter de formulering van dit vijfde basisprincipe. Benoem deze problematiek in de visie ook meer rechtstreeks. De Adviesraad heeft zorgen of de wens tot begrenzing (bijvoorbeeld met een lumpsum-methodiek) niet ten koste gaat van zorg voor mensen die dit het hardst nodig hebben.

hebben en hebben het voornemen hiervoor met andere gemeenten contact op te nemen. De samenwerkingen komen terug in onder meer de lokale plannen aanpak die worden gemaakt in het kader van het GALA/brede SPUK en de regionale samenwerkingsagenda’s met huisartsen en scholen. Deze onderdelen zijn opgenomen in de ontwikkelagenda. Er bestaat al een jaarlijks tevredenheidsonderzoek gericht op gecontracteerde aanbieders van Wmo en Jeugd voorzieningen dat wordt uitgevoerd door de Regio Gooi en Vecht. Wij hebben het voornemen daarnaast te verkennen of lokale aanvullende tevredenheidsonderzoeken een meerwaarde hebben en haalbaar zijn.

-

Het gaat inderdaad om mensen die niet geholpen zijn met de basisondersteuning (die lokaal en op het niveau van de HBELgemeenten is georganiseerd).

-

Ook wij zien het risico van wachtlijsten en bijbehorende risico’s bij de gespecialiseerde zorg. Wij koppelen dit niet aan de bekostigingsmethodiek, wel aan de groeiende vraag en krapte op de arbeidsmarkt. Immer, ook bij taakgerichte, lumpsum financiering is er de mogelijkheid om aanspraken te maken over extra inzet (of andere oplossingen) in het geval de oorspronkelijke afspraken niet volstaan om iedereen passend te ondersteunen. De financiële problematiek en het doel van betaalbaar houden staat er wat ons betreft duidelijk in. Zowel in bijlage 2 (stand van zaken HBEL, omgevings- en organisatiebeeld) als de visie zelf waar bijvoorbeeld bij dit basisprincipe beschreven is dat we op deze wijze kunnen sturen op kostenbeheersing. Ook bij principe 8 (sturen op resultaten) is te lezen dat we met indicatoren (ook) sturen op kostenbeheersing. Tegelijkertijd moge duidelijk zijn dat we met onze visie beogen dat we passende ondersteuning bieden aan diegenen die dit nodig hebben (zie onder meer hoofdstuk 3, de opgave en doelen voor de HBEL gemeenten).

-

Basisprincipe 6: We doen een stapje extra voor specifieke doelgroepen

5

11.

12.

-

Dit zesde basisprincipe wordt aansprekender gepresenteerd door enkele voorbeelden uit de afgelopen jaren op te nemen.

-

-

Neem twee extra categorieën op, te weten de groepen die een beroep doen op de sociaal ontwikkelbedrijven én mensen die aangewezen zijn op beschut werk. En inzet statushouders, gericht op snelle integratie door inzet op werk.

-

Basisprincipe 7: Lokaal wat kan, regionaal wat moet of specifieke voordelen biedt - Graag aandacht voor de positionering van de Jeugdzorg in de gemeente Eemnes voor wat betreft de regionale uitvoering. Basisprincipe 8: sturen op resultaten - We zien graag dat het niet alleen gaat om kwantitatieve evaluaties maar ook om klanttevredenheidsonderzoek en bijvoorbeeld een analyse van ontvangen klachten.

We hebben voorbeelden toegevoegd (in cursief de toevoegingen): Daarnaast geven we specifieke doelgroepen aandacht, zoals we de afgelopen jaren extra hebben ingezet op bijvoorbeeld werkeloze jongeren, mensen in armoede door stijgende energieprijzen, en ontheemden uit de Oekraïne. Deze categorieën hebben we overgenomen in het overzicht in bijlage 1 waar doelroepen benoemd worden (in cursief de toevoegingen): Doelgroepen: Mensen die behoefte hebben aan werkplekken met begeleiding en statushouders die behoefte hebben aan werkplekken waar taalontwikkeling mogelijk is. Specifieke aandacht voor: Voor deze mensen voldoende passende werk(ervarings)plekken, zoals plekken bij sociaal ontwikkelbedrijven, beschut werk en/of plekken met mogelijkheden voor taalontwikkeling.

-

De positionering hiervan heeft onze aandacht. Voor nu door in te zetten op en de samenwerking met andere onderdelen in het sociaal domein, zoals de HBEL organisatie.

-

Zoals u kunt lezen in de visie en ons antwoord bij punt 3 zetten wij in op klanttevredenheidsonderzoek. Hierbij nemen we uw suggestie mee van verdere analyse van klachten.

13. 14. 15.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12904925/1