B1 1 BIJLAGE - Consultatie-reactie-Regio-GV
Tekst van het document
Datum
14 mei 2025
Kenmerk
DOC-25010834
Inlichtingen
T. Böhm
Telefoon
06 10265745
Onderwerp
Consultatie reactie contourennota intrekking spreidingswet regio Gooi en Vechtstreek
De Minister van Asiel en Migratie Mevrouw M.H.H. Faber Postbus 20301 2500 EH 'S-GRAVENHAGE
Hooggeachte mevrouw Faber, Middels deze brief maken de gemeenten van de regio Gooi en Vechtstreek (Hilversum, Gooise Meren, Huizen, Wijdemeren, Blaricum, Laren) gezamenlijk gebruik van de mogelijkheid om te reageren op de contourennota in het kader van de voorgenomen intrekking van de spreidingswet. Voor de komst van de spreidingswet bevond de asielopvang zich jarenlang in een crisismodus. Onze gemeenten werden regelmatig onder hoge druk benaderd om in zeer korte tijd noodlocaties beschikbaar te stellen. Er was vaak geen tijd voor zorgvuldigheid in de ruimtelijke voorbereiding, bestuurlijke afstemming en het participatieproces. Dat leidde tot bestuurlijke overbelasting van welwillende gemeenten, humanitair bedenkelijke situaties en onrust in onze lokale gemeenschappen. Deze problemen werden versterkt door de aanvullende opgave in de opvang en ondersteuning van Oekraïense ontheemden. De spreidingswet heeft ons geholpen De spreidingswet bracht daar verandering in. De uitgangspunten ervan zijn helder: een eerlijke en evenwichtige spreiding van opvangcapaciteit over gemeenten, het voorkomen van dure en inhumane crisisnoodopvang door duurzaam beschikbare opvangvoorzieningen, en een stabiele opvangcapaciteit die deels meebeweegt met de asielinstroom. Deze uitgangspunten zijn bestuurlijk nog altijd breed gedragen.
Op basis van onze ervaringen in de uitvoering van de eerste cyclus zien wij dat de spreidingswet op onderdelen verbetering verdient, maar in het algemeen echt helpt. Er is voor het eerst sprake van een wettelijk kader dat opvang als gezamenlijke verantwoordelijkheid verankert, bestuurlijke afstemming structureert en de basis biedt voor toekomstbestendige, evenwichtig verdeelde opvangcapaciteit. Ook mét de spreidingswet is het organiseren van voldoende opvang in onze provincie een grote uitdaging, en de gestelde opgave voor onze provincie zal ook niet volledig op tijd gehaald worden. Uw voornemens om de wet in te trekken hebben daarbij een negatieve invloed gehad. Intrekking brengt ons terug naar af Desondanks heeft de spreidingswet ons erg geholpen goede stappen te maken: ten opzichte van het jaar voorafgaand aan de spreidingswet, verwachten we komend jaar ruim een verviervoudiging van aantal duurzaam beschikbare opvangplaatsen in onze provincie, waardoor we noodopvanglocaties kunnen gaan sluiten. De locaties die we er voor terugkrijgen zijn van veel betere kwaliteit, beter ingepast in de omgeving en bovendien goedkoper dan de dure noodopvang. De spreidingswet heeft ons als gemeentebestuurders daarbij de noodzakelijke ondersteuning geboden.
De wet helpt in de gesprekken met onze inwoners en raadsleden, en stimuleert ook de gemeenten die voorheen minder bereid waren hun steentje bij te dragen, zodat de last veel eerlijker wordt verdeeld dan Regio Gooi en Vechtstreek | Postbus 251, 1400 AG Bussum Burgemeester de Bordesstraat 80, 1404 GZ Bussum | T: (035) 692 64 44 | info@regiogv.nl KvK 32170415 | IBAN NL40 BNGH 0285 0321 94 | BIC BNGHNL2G
voorheen. Hoewel we er nog niet zijn, is eindelijk ruimte ontstaan om te bouwen aan structurele oplossingen, en de crisismodus achter ons te laten. Terugkeer naar de situatie van vóór de spreidingswet zou daarom een ernstige stap achteruit betekenen. Vaste voorraad blijft noodzaak Het landelijk toewerken naar een vaste voorraad aan duurzaam beschikbare opvangvoorzieningen blijft in alle scenario’s hard nodig, ook in periodes waarin de opvangbehoefte lager ligt. Op die manier zijn we in de toekomst voorbereid als er plotseling meer opvangplekken nodig zijn. Hoewel het kabinet inzet op het ‘strengste asielbeleid ooit’, door de toelatingsvoorwaarden strenger te maken en in te zetten op effectieve terugkeer, laat de behoefte aan opvangplekken zich niet volledig voorspellen of beheersen met (landelijk) beleid. Zeker niet nu de geopolitieke spanningen in de wereld toenemen, ook op ons eigen continent. In de praktijk betekent het dat, wanneer de behoefte aan plekken opnieuw onverwachts toeneemt, er zonder wettelijk opvangkader geen planmatige aanpak meer mogelijk is en wij als gemeenten opnieuw onder druk komen te staan om ad hoc noodmaatregelen te treffen. Het opvangstelsel afschalen op slechts een verwachting van een lagere instroom en een lagere opvangbehoefte is daarom riskant en onverantwoord.
Maatregelen uitstroom statushouders ontberen effectiviteit Eén van de grotere uitdagingen van het opvangprobleem is de gestokte uitstroom van statushouders uit de opvang. In Noord-Holland zien wij ons geconfronteerd met een gezamenlijke achterstand van bijna tweeduizend te huisvesten statushouders. Dat komt in de eerste plaats doordat er over de volle breedte te weinig wordt gebouwd. Het kabinet is voornemens de gemeentelijke huisvestingstaakstelling van statushouders en de voorrangsmogelijkheid te schrappen – juist de twee belangrijkste instrumenten waarmee we deze uitstroom van opvang naar huisvesting kunnen organiseren, waardoor de uitstroom ernstig zal dalen. In de contourennota worden alternatieven benoemd om de uitstroom van statushouders toch op gang te houden, zoals doorstroomlocaties, opstartwoningen, en stimuleringsregelingen. Deze ideeën zijn echter nog niet uitgewerkt en onderbouwd met een effectanalyse, slechts projectmatig van aard en beperkt in hun schaalbaarheid, en bovenal: afhankelijk van de vrijwillige medewerking van gemeenten. Zonder huisvestingstaakstelling en voorrangsmogelijkheid is onze inschatting dat dergelijke initiatieven in onze gemeenten maar zeer mondjesmaat van de grond gaan komen. Daarnaast doet u een beroep op de zelfredzaamheid van statushouders.
De suggestie dat statushouders via hun eigen netwerk of werkgevers woonruimte kunnen vinden, is wellicht in zeer specifieke gevallen haalbaar. Zeker in de huidige gespannen woningmarkt is het echter onrealistisch om hiervan substantiële uitstroom te verwachten. Tot slot voorziet u dat de mogelijke terugkeer van ontheemden naar Oekraïne en Syrië meer mogelijkheden zal geven om statushouders te huisvesten. De geopolitieke en humanitaire ontwikkelingen in beide landen maken dat vooruitzicht echter nog uiterst onzeker. Het pakket biedt kortom verre van voldoende aanknopingspunten om te veronderstellen dat de negatieve effecten van de eerder genoemde afschaffing van de huisvestingstaakstelling en voorrangsmogelijkheid op de uitstroom worden gecompenseerd. Het gevolg is voorspelbaar: de uitstroom stagneert, de druk op opvangcapaciteit neemt verder toe en het risico op overbezetting en (crisis)noodopvang wordt opnieuw reëel.
Behoud van elementen uit de spreidingswet In de contourennota wordt daarnaast voorgesteld een aantal elementen uit de spreidingswet te behouden, waaronder de afstemming aan PRT’s, de capaciteitsraming en de gemeentelijke exploitatie. De PRT bestond overigens ook vóór de spreidingswet, maar kreeg met de komst van de spreidingswet wel instrumentarium en meer effectiviteit. De spreidingswet heeft de rol van de PRT als platform voor overleg, afstemming en monitoring versterkt. In het voorbije jaar hebben wij daar aan de PRT positieve ervaringen mee opgedaan. Het behoud van de PRT’s zonder wettelijke ijkmomenten, instrumentarium, bevoegdheden en financiering is feitelijk een teruggang naar de periode van vóór de spreidingswet, waarbij de PRT nagenoeg uitsluitend functioneerde als gremium voor bestuurlijke afstemming over binnen de provincie te nemen noodmaatregelen. Daarnaast wordt in de contourennota het behoud genoemd van de indicatieve verdeling van de landelijke behoefte aan opvangplaatsen over gemeenten. Ook hier geldt dat een vorm hiervan reeds bestond in de periode vóór de spreidingswet. De ervaringen van destijds leren echter dat een dergelijke verdeling zonder verdere termijnen of juridische gevolgtrekking in de praktijk veel te weinig oplevert. Het laatste element dat u beoogt te behouden is de mogelijkheid tot gemeentelijke exploitatie van opvangvoorzieningen.
Dit voornemen is te prijzen, maar zal weinig tot geen invloed hebben op de opvangbehoefte of -capaciteit, en heeft daarmee in de motivatie achter de intrekking van de spreidingswet weinig relevantie. Consolidatie plekken eerste cyclus Tot slot wordt in de contourennota het streven benoemd zo veel mogelijk opvangplekken uit de eerste cyclus van de spreidingswet te consolideren. Dit streven is op zichzelf bezien een verstandige en zeer wenselijke inzet. Tegelijkertijd blijft het onduidelijk op welke wijze de minister deze ambitie concreet wil ondersteunen. Tot nu toe hebben publieke uitlatingen over het voornemen tot intrekking van de wet, het handhaven van verdeelbesluiten en de financiering op lange termijn juist geleid tot verwarring en terughoudendheid bij gemeenten om opvanginitiatieven voort te zetten of te formaliseren. Dergelijke signalen ondergraven het proces van verzilvering en maken bestuurlijke afspraken minder houdbaar. Wil de eerste cyclus daadwerkelijk tot goede resultaten leiden, dan is bestuurlijke duidelijkheid én actieve ondersteuning vanuit het Rijk vereist. De uitfasering van grootschalige noodopvang en de opbouw van een eerlijk verdeelde vaste voorraad aan opvang is echter een proces dat niet binnen één cyclus volledig kan worden gerealiseerd. Een effectief wettelijk kader op dit vlak blijft voorlopig dus noodzakelijk.
Consultatietermijn Met betrekking tot de consultatietermijn van slechts vier weken in een vakantieperiode geeft u ons als ketenpartners te weinig ruimte om te komen tot een goed overwogen en afgestemde consultatiereactie. Wij verwachten dan ook van u dat, indien er toch een concept intrekkingswet gereed komt, u ons alsnog minstens de gebruikelijke acht weken geeft een formele reactie op te stellen.
Tot slot Gemeenten, provincies en ketenpartners hebben de afgelopen periode, ondanks complexe regelgeving en beperkte duidelijkheid, stappen gezet uit de crisissituatie. Deze omslag vergt tijd, bestuurlijke rust en vertrouwen in de continuïteit van afspraken. Midden in die overgang de wettelijke basis onder dit proces weghalen, is in onze optiek zeer ongelukkig en onwenselijk. Graag denken wij bij de evaluatie van de eerste wetscyclus met u mee over manieren om de spreidingswet effectiever en werkbaarder te maken. Dat geldt ook voor andere oplossingen binnen de asielketen om de druk op de opvangcapaciteit, onze woningvoorraad en onze lokale samenleving te verlichten. Hoogachtend, Namens de colleges van de gemeenten Hilversum, Gooise Meren, Huizen, Wijdemeren, Blaricum en Laren,
Joke Lanphen Voorzitter Regionale Regietafel Gooi en Vechtstreek