CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

B.6 Regio G&V - Kaderbrief 2027

Gemeenteraad 28 januari 2026, gemeente larenBij agendapunt: Ter kennisname Verbonden partijen4.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

23 december 2025

Kenmerk

DOC-25014289

Onderwerp

Kaderbrief 2027

Gemeenteraden Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren

Geachte raadsleden, Graag informeren wij u over de financiële en beleidsmatige kaders voor de Regiobegroting 2027 – 2030. Deze kaderbrief is behandeld in het algemeen bestuur van 18 december 2025 en zenden wij ter kennisgeving aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. Procedure De Regiobegroting wordt ieder jaar opgesteld en wordt voorafgegaan door een kaderbrief, die daarmee meteen de start is van elke jaarcyclus planning & control. In de kaderbrief worden de raden van de deelnemende gemeenten geïnformeerd over de financiële trends en programmaontwikkelingen (de algemene financiële en beleidsmatige kaders) die van betekenis zijn voor de volgende begroting van de Regio. Deze financiële gevolgen worden verwerkt in de ontwerpbegroting 2027-2030. De ontwerpbegroting wordt in april 2026 aan de gemeenteraden van onze regiogemeenten voorgelegd via een zienswijzeprocedure, zodat de raden in staat worden gesteld een formele reactie te geven op de plannen van de Regio. Aan de hand van de binnengekomen zienswijzen bepaalt het dagelijks bestuur of de ontwerpbegroting aangepast moet worden. Met het vaststellen van de Regiobegroting door het algemeen bestuur in september 2026 worden de afspraken, over wat de Regio wil bereiken, wat voor diensten er worden geleverd en wat het mag kosten, definitief gemaakt.

Hieronder is de procedure voor de vaststelling van de Regiobegroting 2027 – 2030 opgenomen. Datum 9 april 2026

Orgaan Dagelijks bestuur

10 juli 2026 20 augustus 2026

Gemeenteraden Dagelijks bestuur

10 september 2026

Algemeen bestuur

Handeling Ontwerpbegroting vrijgeven voor zienswijzen door de raden Zienswijzen bekend maken bij het algemeen bestuur Bespreken ontvangen zienswijzen op P&C-producten en opgestelde reactie Vaststellen van de Regiobegroting 2027 – 2030

Met deze kaderbrief wordt formeel het proces van de Regiobegroting 2027 - 2030 ingezet. In deze kaderbrief wordt nader ingegaan op een aantal ontwikkelingen.

Regio Gooi en Vechtstreek | Postbus 251, 1400 AG Bussum Burgemeester de Bordesstraat 80, 1404 GZ Bussum | T: (035) 692 64 44 | info@regiogv.nl KvK 32170415 | IBAN NL40 BNGH 0285 0321 94 | BIC BNGHNL2G | BTW NL 0019.37.194.B01

Algemene beschouwing kaders 2027 2027 wordt een belangrijk jaar in de doorontwikkeling van de samenwerking binnen de Regio Gooi en Vechtstreek. In 2026 treedt vermoedelijk een nieuw kabinet aan, dat mogelijk gevolgen zal hebben voor taken, financiering en organisatie van gemeenten en regionale uitvoeringsverbanden. Tegelijkertijd schuift het eerder verwachte financieel “ravijnjaar” op naar 2028. Daarmee ontstaat ruimte om niet vanuit urgentie, maar vanuit gezamenlijke richting en inhoudelijke afwegingen tot keuzes te komen. In 2026 vinden gemeenteraadsverkiezingen plaats in alle regiogemeenten en in 2027 in Hilversum en Wijdemeren. Daarmee zullen een nieuw Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur aantreden. Dat maakt 2026 en 2027 tot jaren waarin bestuurlijke heroriëntatie en continuïteit tegelijk nodig zijn: helderheid in de opgaven die we samen willen dragen en ruimte voor nieuwe accenten en politieke ambities. Daarbij gaat het om financiële scenario’s vanuit het traject Ombuigingen, maar nadrukkelijk ook om het gesprek over de kracht, betekenis en legitimiteit van regionale samenwerking. Wat doen we als regio omdat het moet, wat doen we omdat het gezamenlijk beter gaat en wat laten we bewust bij de gemeenten zelf? Dat gesprek voeren we samen met de ambtelijke organisaties, het bestuur en partners in het publieke netwerk.

Dit krijgt zijn beslag in de nieuwe Regionale Samenwerkingsagenda. De Regio is geen aparte laag maar verlengd gemeentelijk openbaar bestuur. Dat vraagt om een samenwerking die geen wij-zij kent, maar gezamenlijk handelen: tussen bestuurders, tussen ambtelijke organisaties, en samen met maatschappelijke partners zoals onderwijs, zorg, veiligheidsketen, ondernemers en organisaties in de leefomgeving. Daarbij hoort dat we eerder in gesprek gaan, eerder signaleren waar spanning ontstaat en waar nodig eerder escaleren om knelpunten op te lossen. De diensten van de Regio zijn hierin zowel opdrachtnemer van gemeenten als ketenpartner. We werken hard aan de invulling van het bestuurlijk opdrachtgeverschap en herkenbaarheid vanuit de raden. In 2025 zijn we gestart met het organisatieontwikkelprogramma Samen Werken. Dat programma versterkt vakmanschap, datagedreven werken, projectmatig en opgavegericht samenwerken, en de verbinding tussen beleid, uitvoering en bestuurlijke sturing. In 2027 verwachten wij hiervan de vruchten te plukken: meer voorspelbaarheid in dienstverlening, betere ketensamenwerking en zichtbaarder resultaat voor inwoners en gemeenten.

We gaan 2027 in met realistische financiële kaders, een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor doelmatige uitvoering en met het besef dat solidariteit in onze regio geen vanzelfsprekendheid is, maar een bestuurlijke keuze: we houden elkaar vast waar het moet en scherp waar het kan. Zo bouwen we verder aan een regio die betekenisvol is, dichtbij is en duurzaam samenwerkt voor de inwoners van onze zeven gemeenten. Tegelijkertijd onderzoeken we welke ombuigingen mogelijk zijn in antwoord op de begrotingsdruk bij gemeenten. Hieronder beschrijven we per thema de financiële trends en programmaontwikkelingen die van betekenis zijn voor de Regiobegroting 2026-2029 en die zullen worden verwerkt in de ontwerpbegroting 2027-2030.

GAD Assets standaardiseren Per 1 juli 2026 gaat de GAD over op nascheiding van het PMD uit het restafval. In voorbereiding op deze overgang is het projectteam met name gefocust op alle werkzaamheden rond de fracties restafval en PMD. Primaire focus hierbij is dat bij de start alle huishoudens kunnen beschikken over, of toegang hebben tot, het juiste inzamelmiddel en de ‘oude’ middelen innemen. Voor de periode na de start van het nascheiden verschuift de focus naar het bepalen van de ‘nieuwe inzamelstandaard’ voor alle assets. Een proces waar we vanaf Q4-2026 mee starten en een langere doorlooptijd kent. Hierbij wordt met name naar GFE+T en OPK gekeken. Voor het verder optimaliseren van de inzamelefficientie en het borgen van de randvoorwaarden - in het kader van de richtlijn fysieke belasting - is verdere standaardisering en data-proof zijn een belangrijke voorwaarde. Pagina 2

Huisvesting GAD Er wordt gewerkt aan optimalisatie van de huisvesting GAD. Naar verwachting start in 2026 de realisatie van een nieuw scheidingsstation in Naarden. Voor de centrale functies (hoofdkantoor, remise en overslag) zetten we in op clustering van de functies. In 2025 is ingezet op realisering op terrein Rijsbergen in Huizen. Helaas heeft de eigenaar zich in deze ontwikkeling teruggetrokken en moet een nieuw traject worden ingezet voor de ontwikkeling van de centrale functies. Het is nog te vroeg om de investeringen voor de huisvestingstrajecten al financieel in de begroting 2027 te verwerken. Hiervoor zullen separate besluitvormingstrajecten worden doorlopen. Hervormingen Sociaal domein Eén van de redenen voor de druk op de gemeentebegroting is de kostenstijging in het sociaal domein. De kosten voor jeugdzorg nemen jaarlijks toe en de demografische ontwikkelingen leiden tot druk op de ondersteuning vanuit de Wmo. Gemeenten zetten in op preventie om hogere kosten in een later stadium te voorkomen. Ketensamenwerking is hierbij heel belangrijk. Met name op jeugd zijn er mogelijkheden om de kosten af te vlakken of zelfs om te buigen door te kiezen voor een integrale aanpak van de hele keten. Veel onderdelen van de Regio spelen een belangrijke rol in de hervormingen in het sociaal domein en in de ketensamenwerking waarin nu afspraken worden gemaakt.

De Regio is zowel opdrachtnemer van gemeenten voor de overgedragen taken maar ook ketenpartner in de dienstverlening aan inwoners. Terwijl we het traject van deze ombuigingen doorlopen worden tegelijkertijd afspraken gemaakt over nieuwe vormen van ketensamenwerking die kunnen leiden tot nieuwe taken, kosten en financieringsstromen die effect kunnen hebben op de Regiobegroting. Op dit moment is de invulling nog niet helemaal bekend en vaak is ook nog niet zeker bij welke ketenpartner taken zullen worden belegd. Een voorbeeld hiervan is het onderzoek naar onderwijszorg arrangementen waarin gemeenten, Regio en onderwijsinstellingen met elkaar afstemmen over de juiste invulling. Vanuit het rekeningresultaat 2022 van de Regio is een bestemmingsreserve Sociaal Domein gevormd om in de periode 2023-2026 een extra impuls te geven aan de hervormingen. Vanaf 2027 zijn deze extra gelden niet meer beschikbaar. De hervormingen zullen landelijk en regionaal in 2027 nog niet zijn afgerond. Bovendien begint in 2027 de beleidsvoorbereiding van de nieuwe aanbesteding individuele voorzieningen jeugd en Wmo, door gemeenten en Regio gezamenlijk. Voor een succesvolle inkoop door Inkoop en Contractbeheer vanaf eind 2027 is een goede gezamenlijke voorbereiding essentieel. Voor Inkoop en Contractbeheer leidt dit traject tot een incidentele extra capaciteitsvraag in 2028.

Het is belangrijk te beseffen dat we voor een grote opgave staan die binnen de reguliere begrotingen opgevangen moet worden. Dit vraagt een effectieve samenwerking om tot resultaten te komen waarmee de kwaliteit van dienstverlening voor onze inwoners geborgd is en die leiden tot een toekomstbestendige en financieel haalbare uitvoering voor onze gemeenten. GGD Hoewel het belang van pandemische paraatheid breed wordt onderschreven, bestaat er op dit moment nog onzekerheid over de beschikbaarheid en omvang van structurele middelen voor de uitvoering hiervan. Dit heeft gevolgen voor de planvorming en de inzet van capaciteit binnen de GGD-organisatie. Wij volgen de landelijke ontwikkelingen nauwgezet en zullen, zodra er meer duidelijkheid is over de financiering, de impact op onze dienstverlening en organisatie nader duiden. Daarnaast is nog niet helder welke taken en diensten van de GGD onder de reikwijdte van de Aanvullende Zorg en WelzijnsArrangementen (AZWA) gaan vallen. Deze onduidelijkheid maakt het lastig om op dit moment concrete keuzes te maken over de inrichting en bekostiging van deze onderdelen. Wij blijven hierover in gesprek met de gemeenten, en zullen de uitkomsten hiervan betrekken bij de verdere uitwerking van onze dienstverlening.

Pagina 3

Onderwijs en Werk Binnen het beleidsveld Onderwijs en Werk zijn verschillende landelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het taakveld onderwijs en participatie en de financiering van dit programma. Er is eind 2025 nog veel onduidelijkheid over de wijze van financieren in 2027 en zelfs in 2026. -

-

-

-

Met ingang van 2026 treedt de nieuwe wet Van School naar Duurzaam Werk in werking. Deze wet verruimt de doelgroep van 23 naar 27 jaar. De rijkssubsidie en SPUK voor het Doorstroompunt en het regionale programma voortijdig schoolverlaten worden hierop aangepast (periode 2026–2029). De huidige financiering voor de regionale aanpak jeugdwerkloosheid komt te vervallen; deze taken worden structureel verankerd binnen de nieuwe wet. De begeleidingstaak voor jongeren naar werk is opgenomen in artikel 7a van de participatiewet. Deze gemeentelijke taak wordt, inclusief bijbehorende middelen, overgedragen aan het Doorstroompunt. De gewijzigde financieringsstroom wordt ingericht zodra deze bekend is. De eerder aangekondigde beëindiging van de decentralisatie-uitkering (DU) laaggeletterdheid is niet doorgevoerd. De DU wordt in ieder geval behouden tot en met 2028, waardoor de financiering van de regionale regiefunctie laaggeletterdheid onverminderd beschikbaar blijft. Wel wordt het budget binnen de WEB (Specifieke Uitkering Educatie) verlaagd, wat gevolgen kan hebben voor de intensiteit van uitvoering van taal- en educatieactiviteiten. De hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur wordt gefaseerd ingevoerd. De reorganisatie van de Werkgeversdienstverlening (WSP) zal naar verwachting in 2027 volledig zijn afgerond.

De inclusieve aanpak (banenafspraak) blijft belegd bij de Regio en gefinancierd uit het participatiebudget van de gemeenten, totdat anders wordt besloten bij de inrichting en operationalisering van het Regionaal Werkcentrum (RWC), De financiering van de rol van procesregisseur Hoofdzaak Werk stopt per 1 januari 2026 vanuit Divosa. De mogelijkheden van financiering voor de fase na de landelijke subsidie worden verkend.

Vervoer In 2026 zal de tarifering van vervoer nader worden onderzocht om aansluiting te houden bij de ontwikkelingen in de vervoersvraag. Daarbij wordt gestreefd naar een evenwicht tussen de begroting en de verwachte realisatie. Eventuele effecten van dit onderzoek worden via een separaat traject verwerkt. Veilig Thuis Beheersing wachtlijsten Veilig Thuis Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek ziet een duidelijke toename in het aantal meldingen en adviezen. Dit heeft een aantal oorzaken; - Burgers en professionals weten Veilig Thuis beter te vinden door landelijke campagnes - De landelijke introductie van de chatfunctie voor laagdrempelige online advisering - Veilig Thuis neemt deel in het Toekomstscenario Jeugd en pakt casuïstiek op voor de Toekomsttuin. Daarnaast neemt de complexiteit van de casuïstiek toe. Er is vaker sprake van meervoudige problematiek en langdurige trajecten, wat intensievere samenwerking en deskundigheid vraagt van Veilig thuis en de gemeenten Het gevolg is dat de wachtlijsten toenemen ondanks inspanningen om deze te beperken. Om de kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening te borgen, is een structurele uitbreiding van de personele bezetting noodzakelijk. Gemeenten hebben maar beperkt invloed op de caseload van Veilig Thuis, omdat gemeenten vaak niet direct betrokken zijn.

Pas als het toekomstscenario goed wordt uitgewerkt, in relatie met de ontwikkeling van lokale teams kan er verlichting worden geboden.

Pagina 4

Advies en Meldpunt Mensenhandel Onderzocht wordt of Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek het meldpunt Mensenhandel wordt in onze regio. In meerder regio’s wordt deze taak bij Veilig Thuis belegd. Indien dit het geval is, betekent dit een uitbreiding van taken en verantwoordelijkheden, met extra kosten voor opleiding, procesaanpassing en formatie. De kosten zullen deels vanuit budget BenO betaald kunnen worden en deels vraagt dit een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Toename aanvragen urgentiebureau Door de druk op de woningmarkt neemt het aantal aanvragen bij het urgentiebureau toe. We streven naar een goed evenwicht tussen de begroting en de realisatie en onderzoeken of bijstelling van de begroting gewenst is. Beleid en Bestuur Ontwikkelingen Fysiek domein In 2027, als alle gemeenteraden geinstalleerd zijn, zal een nieuwe Regionale Samenwerkingsagenda worden opgesteld waarin gemeenten bepalen op welke thema's zij willen of moeten samenwerken. Op het fysiek domein zien we in deze periode al een toename van vraagstukken die op regionale of zelfs bovenregionale schaal beantwoord moeten worden. De steeds schaarser wordende beschikbare ruimte maakt zowel de inhoud als samenwerking in dit domein complexer. Voorbeelden zijn de intensiveringen op mobiliteit, de brede wateropgave en de energietransitie. Maar ook de ambities op circulariteit doen een beroep op de ruimte.

Naast een inhoudelijke inzet vraagt dit alles in toenemende mate om een inzet op lobby en public affairs en bovenregionale afstemming. De wijze waarop deze uitdaging in de regionale samenwerking belegd wordt, is onderdeel van het gesprek in aanloop naar de nieuwe regionale samenwerkingsagenda in 2027. Desalniettemin is het verstandig om voor de volgende raadsperiode rekening te houden met een uitbreiding van de formatie op het fysiek domein om de opgaven op een adequate manier in de regionale samenwerking te beleggen. Public affairs en lobby In 2024 hebben de regiobestuurders een propositie vastgesteld voor Gooi en Vechtstreek. In 2025 en 2026 is incidentele ruimte gecreëerd voor een manager public affairs en lobby. De daarbij geldende afspraak is dat besluitvorming omtrent structureel maken hiervan voorafgegaan wordt door een bestuurlijke evaluatie. Deze evaluatie wordt thans voorbereid en zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 gereed zijn voor besluitvorming. Inkoop en Contractbeheer In 2025 is besloten om het beheer van de maatwerkcontracten vanuit gemeenten bij de Regio te beleggen. In het najaar van 2025 is de behoefte aan capaciteit voor het maatwerkproject in 2026 vastgesteld. De verwachting is dat deze, net als in 2025, circa 3 fte zal bedragen.

In 2026 wordt een voorstel uitgewerkt om, op basis van de opgedane ervaringen en de aanvullende werkzaamheden in dat jaar, te komen tot een structurele bezetting vanaf 2027 en verder.

Versterking risicobeheersing Een goede risicobeheersing is een voorwaarde voor het uitoefenen van en het ‘in control’ zijn over onze primaire taken en bedrijfsprocessen. Het is noodzakelijk dat de draagkracht van de organisatie goed in evenwicht is met de opgaven die wij voor inwoners en gemeenten uitvoeren en dat de dienstverlening te allen tijde op een acceptabel niveau blijft. Een betrouwbare fysieke werkomgeving vormt onderdeel van de integrale risicobeheersing. Door veiligheid, duurzaamheid en continuïteit in die omgeving te borgen, blijft de dienstverlening toekomstbestendig. De kwaliteitseisen vanuit het Rijk nemen toe, bijvoorbeeld op privacy en rechtmatigheid. Daarnaast is het van belang de organisatie te beschermen tegen dreigingen van buitenaf, bijvoorbeeld op het gebied van Pagina 5

cybersecurity en de continuïteit van de dienstverlening te borgen bij rampen en crisis. De werklast en complexiteit op de risicobeheersing neemt toe. In 2025 en 2026 wordt vanuit incidentele financiering gebouwd aan een goede en toekomstbestendige risicobeheersing. Om dit voor de toekomst te borgen is structurele versterking nodig.

Programma Samen Werken Met het programma Samen Werken zetten we in op de doorontwikkeling van de organisatie; beter worden in wat we doen en hoe we dat doen. We versterken intern en extern de verbinding met onze opdrachtgevers en partners en smeden een organisatie die niet alleen intern sterker wordt maar ook extern beter aansluit bij de maatschappelijke opgaven en de behoeften van onze gemeentelijke opdrachtgevers. Tot 2028 is hiervoor incidentele financiering beschikbaar vanuit de reserve organisatieontwikkeling. Voor een aantal ontwikkelingen is al duidelijk dat deze vanaf 2028 om structurele financiering vragen. Het gaat hierbij om; - Structureel budget voor de uitvoering van het strategisch personeelsbeleid. In 2027 wordt een nieuw vierjarig plan opgesteld. - Structureel budget voor de inzet op datasturing De inzet op strategisch personeelsbeleid en datasturing dragen bij aan het versterken van de organisatie en kunnen op andere vlakken weer kostenbesparend zijn, bijvoorbeeld door daling ziekteverzuim of besparingen op logistiek.

Opzet Regiobegroting 2029 – 2030 De huidige opzet vanuit de Regiobegroting 2026 - 2029 vormt de basis voor de Regiobegroting 20272030. Vanuit haar toezichthoudende rol heeft de provincie Noord-Holland haar reguliere analyse inzake de Regiobegroting 2026-2029 en de jaarrekening 2024 afgerond. De bevindingen geven geen aanleiding tot nadere acties. Volgen van de afgesproken loon- en prijsontwikkelingen Prijzen Om de CPI1 voor 2027 te bepalen, is gebruik gemaakt van de septembercirculaire Gemeentefonds 2025. In deze circulaire wordt aangegeven dat het van belang is dat gemeenten rekening houden met de loonen prijsontwikkelingen. Om gemeenten, die niet beschikken over eigen loon- en prijsindexen, te faciliteren bij het omgaan met loon- en prijsontwikkelingen is in de septembercirculaire Gemeentefonds 2025 tabel 4.2.2 opgenomen. De tabel2 (zie hieronder) bevat een aantal loon- en prijsindicatoren die het Centraal Plan Bureau (CPB) onderscheidt voor de overheidssector en zijn ontleend aan de meest recente publicaties van het CPB. Uit deze tabel blijkt dat het CPB een inflatie verwacht van 2,2%3 (prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)). De structurele financiële effecten van deze stijging worden verwerkt in de concept Regiobegroting 2027-2030.

Voor de helderheid: het gaat om die effecten die voortkomen uit contractbepalingen of andersoortige verplichtingen en daarmee een structureel karakter kennen.

1 CPI – consumenten prijs index 2

Tabel 4.2.2 op pagina 31 van de Septembercirculaire Gemeentefonds 2024

3

Ten opzichte van de vastgestelde Regiobegroting 2026 - 2029 (exclusief begrotingswijzigingen) heeft een inflatiecorrectie van 1% een stijging van € 260.000 van de materiele kosten tot gevolg.

Pagina 6

Tabel 4.2.2 Prijsindexen CPB* MEV 2025 en CEP 2024** (mutaties per jaar in %) Prijs bruto binnenlands product (pbbp)

2025 2026 2027 2028 2029 2030*** 3,6

2,5

2,5

2,6

2,5

2,5

Prijs nationale bestedingen (pnb)

3,3

2,4

2,5

2,6

2,5

2,5

Nationale consumentenprijsindex (cpi)

3,2

2,3

2,3

2,2

2,2

2,2

Loonvoet sector overheid

6,4

2,9

5,1

4,2

4,5

4,5

Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers

6,2

2,6

5,7

4,6

4,3

4,3

Prijs bruto overheidsinvesteringen (iboi)

3,3

2,5

2,5

2,6

2,4

2,4

Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)

2.9

2,4

2,2

2,2

2,3

2,3

* toelichting/verduidelijking bij de kerngegevens is te vinden op: https://www.cpb.nl/artikel/toelichting-bij-kerngegevenstabel ** 2026 is op basis van de MEV 2026, 2025 en 2027-2029 is op basis van de CEP 2025 *** cijfers 2029 zijn doorgetrokken naar 2030

Lonen De in 2025 vastgestelde cao heeft een looptijd tot en met 31 maart 2027. Werkgevers hebben gedurende de looptijd een structurele verhoging afgesproken van gemiddeld 7,64%. Deze verhoging past bij de financiële ontwikkelingen voor gemeenten en gemeentelijke organisaties. De CAO bouwt voort op eerder gemaakte afspraken en richt zich op modernisering van arbeidsvoorwaarden, met speciale aandacht voor inclusiviteit, diversiteit en duurzaamheid. Er zijn afspraken gemaakt voor gendertransitieverlof, uitbreiding van het ouderschapsverlof, flexibele feestdagen, en aanpassingen van het loongebouw. De huidige krapte op de arbeidsmarkt en het belang van een goede en efficiënte overheid is hierbij niet uit het oog verloren. In 2026 zullen er opnieuw afspraken worden gemaakt over loon, toeslagen en werk-privébalans. Voor het inschatten van de te verwachten ontwikkelingen voor 2027 is gebruik gemaakt van de eerdergenoemde tabel uit de septembercirculaire Gemeentefonds 2025. De verwachting is dat de lonen in 2027 met 5,7% (prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers) zullen gaan stijgen. Mochten er in de nieuwe cao voor 2027 hogere indexatiepercentages worden afgesproken dan zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename van de loonkosten op te vangen binnen de begroting. Daarnaast is de regeling reis- en verblijfkosten geactualiseerd.

De regeling was toe aan actualisering om te voldoen aan de duurzaamheidseisen, om in te spelen op de behoefte aan flexibiliteit in vervoersvormen (auto, fiets en OV) en de regeling gelijkwaardiger te maken aan de regelingen van overheden om ons heen. De financiele effecten worden structureel in de begroting opgenomen. Pensioenen Op 1 januari 2027 stapt het ABP over op het nieuwe pensioenfonds. In de nieuwe pensioenwet blijft het hoofddoel dat werkgevers en werknemers samen pensioen opbouwen, waarbij financiële risico’s gezamenlijk worden gedragen. Werkgevers en werknemers blijven premie betalen, maar er zijn enkele belangrijke wijzigingen in de pensioenpremie. De maandelijkse premie wordt een vast percentage van het loon voor iedereen die pensioen opbouwt, ongeacht de leeftijd van de werknemer. Daarnaast wordt het aanvullende pensioen flexibeler, transparanter en persoonlijker, en beweegt het mee met de economische ontwikkelingen. De Regio volgt de veranderingen nauwgezet om tijdig de wijzigingen door te rekenen en de impact voor de Regio te minimaliseren. Volgens de prognose wordt de premie 27,2% in 2027 (in 2026 26,9%). De totaalpremie 2027 is opgebouwd uit: 1. 24,8% spaarpremie voor ouderdomspensioen en partnerpensioen. De spaarpremie ligt voor een aantal jaren vast. 2. Circa 2,4% (niveau 2024) is voor de risicopremies (PP-, WZP, AOP en PVAO).

De risicopremies worden jaarlijks opnieuw vastgesteld NEA-index In opdracht van Sociaal Fonds Mobiliteit maakt Panteia jaarlijks een overzicht van de laatste gemiddelde kostenontwikkelingen voor het taxivervoer. Het begrip taxivervoer omvat in dit verband alle vervoer met taxi's, inclusief het groepsvervoer. Panteia berekent de kostenontwikkelingsindex in absolute Pagina 7

onafhankelijkheid. Het hanteren van de NEA-index is gebruikelijk in de vervoersbranche en is al bij de oprichting van Vervoer BV met gemeenten afgesproken. Voor 2026 is een indexatie toegepast van 4,62%. Dit betreft het gemiddelde van afgelopen vijf jaar. In de Regiobegroting 2027–2030 wordt in navolging hierop gewerkt met het gemiddelde van de jaren 2022 tot en met 2026, wat neerkomt op 5,24%. In onderstaande tabel is de opbouw over de jaren in kaart gebracht.

Jaar

PB 2024-2027 2026 2025 2024 2023 2022 2021 2020 2019

NEA index gem. afgelopen 5 jaar

13,70% 3,50% 1,00% 6,70% 2,20% 5,42%

PB 2025-2028 PB 2026-2029 PB 2027-2030 4,10% 1,50% 1,50% 3,40% 3,40% 3,40% 13,70% 13,70% 13,70% 3,50% 3,50% 3,50% 1,00% 1,00% 6,70%

5,66%

4,62%

5,24%

Inzet ten aanzien van Dagbesteding King Arthur Groep en Plezier in de Zorg zijn geen onderdeel van de begroting. Deze worden afzonderlijk middels bestuursrapportage in het betreffend boekjaar opgenomen. Centrumgemeente bijdragen De integratie uitkering beschermd wonen en de decentralisatie uitkeringen maatschappelijke opvang en vrouwenopvang worden conform de decembercirculaire Gemeentefonds 2025 meerjarig aangepast in de Regiobegroting 2027 – 2030. Voor de integratie uitkering beschermd wonen loopt de loon-/prijs compensatie, conform de meicirculaire, via deze uitkering. Voor de decentralisatie uitkeringen inzake maatschappelijke opvang en vrouwenopvang loopt deze compensatie via het accres van de algemene uitkeringen van het gemeentefonds en landen daarmee in de gemeentebegrotingen van alle centrum- en regiogemeenten. Dit betekent dat de indexaties van de beschermd wonen voorzieningen wel gecompenseerd worden via de centrumgemeente bijdragen, maar de indexaties van de maatschappelijke opvang en van de vrouwenopvang voorzieningen niet. Daarbij is de indexatiesystematiek in de huidige contracten niet gekoppeld aan de compensatiesystematiek van de centrumgemeentemiddelen.

Dit kan betekenen dat de compensatie vanuit de integratie uitkering beschermd wonen ontoereikend op termijn kan worden om ook de indexaties van de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang voorzieningen (volledig) te kunnen compenseren. Toekomstige wijzigingen inzake centrumgemeente bijdragen uit volgende circulaires worden middels begrotingswijzigingen opgenomen in de betreffende programmabegroting. Dit geldt ook voor andere centrumgemeente bijdragen, zoals vroegtijdig schoolverlaten (VSV), regionale meldcoördinatie (RMC), Volwasseneneducatie WEB en Nationaal Actieplan Dakloosheid. Voor vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze kaderbrief kunt u terecht bij onze bestuurssecretaris Marlies van der Linden, bereikbaar per mail m.vanderlinden@regiogv.nl. Het dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek, de bestuurssecretaris,

de voorzitter,

ir. M. van der Linden

dr. ir. G.M. van den Top

Pagina 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16539967/2