B.4 Regio G&V - Kaderbrief 2026
Tekst van het document
Datum
20 december 2024
Kenmerk
DOC-24008099
Inlichtingen
Jacqueline Agricola
Telefoon
06 24104416
Onderwerp
Kaderbrief 2026
Gemeenteraden Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren
Geachte raadsleden, Graag informeren wij u over de financiële en beleidsmatige kaders voor de Regiobegroting 2026 – 2029. Deze kaderbrief is behandeld in het algemeen bestuur van 19 december 2024 en zenden wij ter kennisgeving aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. Procedure De Regiobegroting wordt ieder jaar opgesteld en wordt voorafgegaan door een kaderbrief, die daarmee meteen de start is van elke jaarcyclus planning & control. In de kaderbrief worden de raden van de deelnemende gemeenten geïnformeerd over de financiële trends en programmaontwikkelingen (de algemene financiële en beleidsmatige kaders) die van betekenis zijn voor de volgende begroting van de Regio. Deze financiële gevolgen worden verwerkt in de ontwerpbegroting 2026-2029. De ontwerpbegroting wordt in april 2025 aan de gemeenteraden van onze regiogemeenten voorgelegd via een zienswijzeprocedure, zodat de raden in staat worden gesteld een formele reactie te geven op de plannen van de Regio. Aan de hand van de binnengekomen zienswijzen bepaalt het dagelijks bestuur of de ontwerpbegroting aangepast moet worden. Met het vaststellen van de Regiobegroting door het algemeen bestuur in september 2025 worden de afspraken, over wat de Regio wil bereiken, wat voor diensten er worden geleverd en wat het mag kosten, definitief gemaakt.
Hieronder is de procedure voor de vaststelling van de Regiobegroting 2026 – 2029 opgenomen. Datum 10 april 2025
Orgaan Dagelijks bestuur
11 juli 2025 28 augustus 2025
Gemeenteraden Dagelijks bestuur
11 september 2025
Algemeen bestuur
Handeling Ontwerpbegroting vrijgeven voor zienswijzen door de raden Zienswijzen bekend maken bij het algemeen bestuur Bespreken ontvangen zienswijzen op P&C-producten en opgestelde reactie Vaststellen van de Regiobegroting 2026 – 2029
Met deze kaderbrief wordt formeel het proces van de Regiobegroting 2026 - 2029 ingezet. In deze kaderbrief wordt nader ingegaan op een aantal ontwikkelingen.
Regio Gooi en Vechtstreek | Postbus 251, 1400 AG Bussum Burgemeester de Bordesstraat 80, 1404 GZ Bussum | T: (035) 692 64 44 | info@regiogv.nl KvK 32170415 | IBAN NL40 BNGH 0285 0321 94 | BIC BNGHNL2G | BTW NL 0019.37.194.B01
Algemene beschouwing kaders 2026 Vanaf 2026 krijgen gemeenten minder geld van het Rijk. Het gemeentefonds gaat dan fors omlaag. Dit is verreweg de grootste inkomstenbron van gemeenten. Vanuit de doorrekening van het hoofdlijnenakkoord lijkt het er niet op dat gemeenten compensatie gaan krijgen. Intussen blijft de druk op de gemeentebegroting groot door de stijgende uitgaven in het sociaal domein en stijging van de loon- en prijsindexen. De Regio heeft aandacht voor de financiële situatie van de regiogemeenten vanaf 2026. We gaan hiermee aan de slag en betrekken de raden bij de uitwerking van de ombuigingsopgave. De klankbordgroep van raadsleden vragen we om advies bij het te volgen proces. De financiële onzekerheid voor gemeenten is ook zichtbaar in de Regiobegroting. Het takenpakket van de Regio bestaat overwegend uit wettelijke taken. Een aantal wetsvoorstellen die deze wettelijke taken raken zijn vertraagd en besluitvorming over voortzetting van incidentele financiering laat vaak op zich wachten. Op andere taken dreigt een door het vorige kabinet ingezette koers te worden teruggedraaid, zoals op de pandemische paraatheid. De afgelopen jaren hebben gemeenten geïnvesteerd in de Regio, bijvoorbeeld met de versterking van de GGD en op de bedrijfsvoeringstaken. Ook is in 2024 onderzocht wat nodig is op directieniveau.
Nog steeds blijkt uit branche onderzoeken dat de eenheden van de Regio qua kosten laag of gemiddeld opereren. Zoals altijd zal de Regio willen meedenken met gemeenten bij het zoeken naar financiële mogelijkheden. Zo speelt de Regio een faciliterende en coördinerende rol in de afstemming tussen gemeenten over de heroverwegingen in het sociaal domein. Voor alle dienstverlening geldt dat we via datasturing blijven sturen op efficiency binnen de dienstverlening zodat wij gericht kunnen inzetten waar het voor inwoners en gemeenten het meest oplevert. Dit is extra belangrijk als vanwege de begrotingsdruk keuzes in de dienstverlening gemaakt moeten worden. Hieronder beschrijven we per thema de financiële trends en programmaontwikkelingen die van betekenis zijn voor de Regiobegroting 2026-2029 en die zullen worden verwerkt in de ontwerpbegroting 2026-2029.
GAD Keuze voor nascheiding In 2024 hebben de gemeenten (op basis van onderzoek door K+V) de keuze gemaakt voor nascheiding van PMD. Dit zal medio 2026 zijn beslag krijgen binnen een nieuwe verwerkingsovereenkomst. Het rapport van K+V geeft een indicatie van de financiële gevolgen van deze wijziging. In hoofdstuk 3 van bovengenoemd rapport zijn de eerste indicatieve verwachtingen opgenomen voor eenmalige en structurele bijkomende kosten. De daadwerkelijke structurele kosten zijn afhankelijk van de uitkomsten van de aanbesteding die in 2025 wordt afgerond. Ook de ontwikkeling van de verbrandingsbelasting en de mogelijke invoering van de CO2 heffing op de verwerking van het restafval na nascheiding zijn van invloed op de werkelijke kosten. In de programmabegroting 2026-2029 gaan we uit van de indicatieve kosten. Deze worden op basis van het aanbestedingsresultaat bijgesteld in de bestuursrapportage 2026. Accommodaties Anno 2024 kijken we naar een nieuwe locatie voor de vervanging van het scheidingsstation Bussum. De nieuwe locatie bevindt zich (net als de overige scheidingsstations) in een druk verkeergebied. Om op voorhand te anticiperen op mogelijke verkeersoverlast zal de GAD een project “afval op afspraak” starten. Voor de locatievraagstukken is de schuifpuzzel zoals genoemd in de kaderbrief van 2024 nog niet geheel gelegd.
Voor de daadwerkelijke ontwikkeling van elke locatie zal separaat een begrotingswijziging ter zienswijze aan de raden worden voorgelegd. Afval op Afspraak De verwachting is dat de GAD in 2026 start met de effectuering van het project ‘Afval op Afspraak’. Dit project heeft tot doel de verkeerstroom van inwoners naar de verschillende scheidingsstations te reguleren alsmede bedrijfsafval op de stations te weren. De verwachting is dat naast digitale toegangscontrole op de scheidingsstations de afspraken ook individueel en/of per afvalstroom digitaal ondersteund dienen te worden. Vanuit de pilot op het nieuwe Pagina 2
scheidingsstation in Gooise Meren kunnen de kosten bepaald worden voor de andere scheidingsstations. Vanuit de pilot kunnen we bepalen of het beschikbare krediet voor de toegangscontrole op de scheidingsstations voldoende is. Zero-emissie Meerdere gemeenten in de regio bepalen de komende jaren of er een zero-emissie zone komt. Ondanks dat dit wegens de overgangsregeling geen direct effect zal hebben op het areaal qua inzamelvoertuigen, zal dit mogelijk invloed hebben op eerdere vervanging. GGD Inzet op preventie en pandemische paraatheid Ondanks dat het kabinet ambities heeft op het gebied van preventie, wordt er flink bezuinigd op preventie. Zo wordt er een korting van 10% doorgevoerd op de SPUK-gelden (Specifieke Uitkeringen voor gezondheidsbevordering) en verdwijnen incidentele middelen ter waarde van €230 miljoen per 2026. In overleg met gemeenten moet duidelijk worden of dit en hoe dit gevolgen heeft voor de taken van de GGD. In de Regiobegroting 2025-2028 zijn vanuit de gemeenten extra middelen opgenomen om de GGD te versterken. Dankzij deze aanvullende financiering verwacht de GGD de huidige koers in 2025 en 2026 voort te kunnen zetten, met bijzondere aandacht voor preventie en infectieziektebestrijding. Wat de aangekondigde bezuinigingen vanaf 2027 op regionaal niveau betekenen, is nu nog onduidelijk.
We houden bij onze inzet rekening met deze onzekerheden om frictiekosten te voorkomen en zullen onze inzet op pandemische paraatheid bijstellen op de ambities en financiering vanuit het Rijk. Onderwijs en Werk Binnen het werkveld onderwijs en werk is het Rijk bezig met een aantal fundamentele beleidswijzigingen. Deze wijzigingen leiden onder andere tot de komst van het Regionaal Werkcentrum dat per 1 januari 2026 zal starten. De centrumgemeente heeft de regie op dit proces genomen, waardoor een aantal bestaande taken onder regie van de gemeente Hilversum zullen worden uitgevoerd. Met het verdwijnen van het Werkgeversservicepunt zal de Regio een kleinere rol vervullen t.a.v. Werk en Participatie. Verder is de verwachting dat in 2026 een start gemaakt wordt met de uitvoering van het nieuwe regionaal programma voortvloeiend uit de wet Van School naar Duurzaam Werk dat samen met het onderwijs, gemeenten en ketenpartners is vormgegeven. Het wetsvoorstel moet nog behandeld worden in de Tweede Kamer. De wet leidt tot wijzigingen in de ketensamenwerking en de maximumleeftijd van de doelgroep wordt opgehoogd van 23 naar 27 jaar. De financiële consequenties zijn nog onbekend. Tenslotte stopt per 2026 de decentralisatie uitkering (DU) laaggeletterdheid voor de regionale regiefunctie.
Ter compensatie van het wegvallen van dit budget (circa € 130.000 per jaar) hebben het Rijk, de VNG en Divosa een handreiking bestedingsruimte Specifieke uitkering (SPUK) Educatie opgesteld. De SPUK mag ook worden besteed aan wat er redelijkerwijs voor nodig is om ervoor te zorgen dat taalaanbod tot stand komt en wordt gebruikt. Dit betekent dat het wegvallen van de DU laaggeletterdheid kan worden opgevangen binnen de Specifieke Uitkering Educatie vanuit de WEB. Heroverwegingen sociaal domein De gemeenten werken met elkaar aan een heroverweging van de fundamentele uitgangspunten voor dagbesteding, individuele begeleiding en huishoudelijke hulp. Dit is nodig om de continuïteit te waarborgen. De verschuivingen in het ondersteuningsaanbod aan inwoners op deze producten kunnen ook leiden tot wijzigingen in het gebruik van het Wmo vervoer, zowel in volume als in de te rijden afstanden. De verschuivingen van individuele voorzieningen naar algemene voorzieningen kunnen effecten hebben op de inzet van Inkoop en Contractbeheer vanuit de Regio. In de besluitvorming en implementatie van nieuwe oplossingen worden de effecten voor Vervoer en voor Inkoop en Contractbeheer betrokken zodat deze tijdig verwerkt kunnen worden in de uitvoering en waar nodig in de Regiobegroting 2026-2029 of in de opvolgende jaren.
Pagina 3
Bescherming en Opvang en Veilig Thuis Eind 2024 is de evaluatie gestart van het lopende beleidsplan Bescherming en Opvang als eerste stap naar een nieuw beleidsplan per 2026, met een looptijd van 4 tot 8 jaar. Bij dit beleidsplan wordt een nieuwe begroting opgesteld met de beschikbare middelen als uitgangspunt. De keuze voor een voorkeursvariant voor de op te richten Regionale Veiligheidsteams in het kader van het Toekomstscenario Kind & Gezinsbescherming kunnen van invloed zijn op de taken van Veilig Thuis. Afhankelijk van deze keuze kunnen er taken worden toegevoegd aan Veilig Thuis of elders belegd worden. Besluitvorming wordt verwacht in voorjaar 2025. Deelname vanuit Veilig Thuis aan deze transitie via de regionale proeftuinen kan alleen voortgezet worden als daarvoor ook vanaf 2026 middelen beschikbaar blijven. Landelijk is sprake van wachtlijsten bij Veilig Thuis organisaties. In 2024 is voor onze regio een onderzoek uitgevoerd door bureau Q-consult naar de situatie bij onze Veilig Thuis. Hieruit bleek dat onze Veilig Thuis goed presteert ten opzichte van andere regio's maar er zijn wel wachtlijsten. Ook ligt er een aanbeveling van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Veilig Thuis wil daarom samen met gemeenten en ketenpartners komen tot een verbeterplan om de wachtlijsten te bekorten en te voorkomen.
Om die reden wordt de mogelijkheid onderzocht tot inzet van een ketenregisseur huiselijk geweld en kindermishandeling. Deze optie wordt betrokken bij het traject naar een nieuw beleidsplan Bescherming en Opvang. Dit moet ook bijdragen aan verbetering van de borging van initiatieven en samenwerking op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling. We constateren nu dat er na de ontwikkel- en implementatiefase onvoldoende regie is op de borging, voortgang en samenwerking in de keten. Optimalisering persoonsgericht aanpak Radicalisering en extremisme De drie Zorg- en Veiligheidshuizen in Midden-Nederland organiseren onder regie van gemeenten casus overleggen waarin de aanpak van geradicaliseerde of radicaliserende personen wordt besproken. Voor de opbouw en inrichting van het proces en de afstemming in de keten is versterking nodig. Het gesprek hierover in de bestuurlijke keten wordt eind 2024 gevoerd. We gaan uit van een gefaseerde versterking van circa €20.000 in 2025 naar €50.000 vanaf 2027. Versterking governance Het takenpakket wat door de gemeenten bij de Regio is belegd is de afgelopen tien jaar toegenomen. Daarom heeft het dagelijks bestuur in 2024 een onderzoek ingesteld naar de governance van de Regio. In oktober 2024 is besloten de directie te versterken door over te gaan op een tweekoppige directie.
De kosten van deze versterking kunnen worden opgevangen binnen de Regiobegroting. Als tweede stap wordt gekeken naar de positie en eventuele versterking van de bestaande functies op toezicht en risicomanagement. Deels wordt dit ingevuld door duidelijkere positionering van bestaande functies en deels door een beperkte versterking, bijvoorbeeld op Wmo toezicht, kwaliteit en concernstrategie. De mogelijke financiële effecten hiervan worden gefaseerd verwerkt in de Regiobegroting 2026-2029.
Pagina 4
Opzet Regiobegroting 2026 – 2029 De huidige opzet vanuit de Regiobegroting 2025 - 2028 vormt de basis voor de begroting 2026 - 2029. Vanuit haar toezichthoudende rol heeft de provincie Noord-Holland haar reguliere analyse inzake de Regiobegroting 2025 en de jaarrekening 2023 afgerond. De bevindingen geven geen aanleiding tot nadere acties. Volgen van de afgesproken loon- en prijsontwikkelingen Prijzen Om de CPI1 voor 2026 te bepalen, is gebruik gemaakt van de septembercirculaire Gemeentefonds 2024. In deze circulaire wordt aangegeven dat het van belang is dat gemeenten rekening houden met de loonen prijsontwikkelingen, aangezien de reële groei van het gemeentefonds lager ligt dan de nominale groei. Om gemeenten, die niet beschikken over eigen loon- en prijsindexen, te faciliteren bij het omgaan met loon- en prijsontwikkelingen is tabel 4.2.2 opgenomen. De tabel 2 (zie hieronder) bevat een aantal loon- en prijsindicatoren die het Centraal Plan Bureau (CPB) onderscheidt voor de overheidssector en zijn ontleend aan de meest recente publicaties van het CPB. Uit deze tabel blijkt dat het CPB een inflatie verwacht van 2,2%3 (prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)). De structurele financiële effecten van deze stijging worden verwerkt in de concept Regiobegroting 2026-2029.
Voor de helderheid: het gaat om die effecten die voortkomen uit contractbepalingen of andersoortige verplichtingen en daarmee een structureel karakter kennen. Tabel 4.2.2 Prijsindexen CPB* MEV 2025 en CEP 2024** (mutaties per jaar in %) Prijs bruto binnenlands product (pbbp)
2024 2025 2026 2027 2028 2029*** 4,0
2,7
2,6
2,6
2,5
2,5
Prijs nationale bestedingen (pnb)
3,3
2,6
2,6
2,6
2,5
2,5
Nationale consumentenprijsindex (cpi)
2,9
3,4
2,4
2,3
2.3
2,3
Loonvoet sector overheid
6,4
4,7
3,8
4,8
4,0
4,0
Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers
5,6
4,8
3,4
4,3
3,9
3,9
Prijs bruto overheidsinvesteringen (iboi)
3,0
2,3
2,2
2,1
2,1
2,1
Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)
2.9
2,7
2,2
2,2
2,2
2,2
* toelichting/verduidelijking bij de kerngegevens is te vinden op: https://www.cpb.nl/artikel/toelichting-bij-kerngegevenstabel ** 2025 is op basis van de MEV 2025, 2024 en 2026-2028 is op basis van de CEP 2024 *** cijfers 2028 zijn doorgetrokken naar 2029
Lonen De WSGO, de VNG en de vakbonden starten de onderhandelingen over de nieuwe CAO voor het jaar 20252026 in november 2024. De nieuwe cao moet een looptijd van twee jaar krijgen, van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027. Werkgevers willen gedurende die looptijd een loonontwikkeling afspreken 'die past bij de financiële ontwikkelingen voor gemeenten en gemeentelijke organisaties. De nota bouwt voort op eerder gemaakte afspraken en richt zich op modernisering van arbeidsvoorwaarden, met speciale aandacht voor inclusiviteit, diversiteit en duurzaamheid. Er worden voorstellen gedaan voor gendertransitieverlof, uitbreiding van ouderschapsverlof, flexibele feestdagen, en aanpassingen in het loongebouw. Ook wordt gekeken naar sociale zekerheid, duurzame mobiliteit en toelagen. De huidige krapte op de arbeidsmarkt en het belang van een goede en efficiënte overheid wordt hierbij niet uit het oog verloren. Naast deze wijzigingen zullen voor 2025-2027 nieuwe cao-afspraken worden gemaakt. Voor het inschatten van de te verwachten ontwikkelingen voor 2026 is gebruik gemaakt van de eerdergenoemde tabel uit de septembercirculaire Gemeentefonds 2024. De verwachting is dat de lonen
1 CPI – consumenten prijs index 2 Tabel 4.2.2 op pagina 31 van de Septembercirculaire Gemeentefonds 2024 3 Ten opzichte van de vastgestelde Regiobegroting 2025 - 2028 (exclusief begrotingswijzigingen) heeft een inflatiecorrectie van 1%
een stijging van € 260.000 van de materiele kosten tot gevolg.
Pagina 5
in 2026 met 3,4%4 (prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers) zullen gaan stijgen. Mochten er in de nieuwe cao voor 2026 hogere indexatiepercentages worden afgesproken dan zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename van de loonkosten op te vangen binnen de begroting. Pensioenen Op 1 januari 2028 moeten alle pensioenfondsen zijn overgestapt op het vernieuwde pensioenstelsel. Het ABP is van plan om dit al per 1 januari 2027 te doen. In de nieuwe pensioenwet blijft het hoofddoel dat werkgevers en werknemers samen pensioen opbouwen, waarbij financiële risico’s gezamenlijk worden gedragen. Werkgevers en werknemers blijven premie betalen, maar er zijn enkele belangrijke wijzigingen in de pensioenpremie. De maandelijkse premie wordt een vast percentage van het loon voor iedereen die pensioen opbouwt, ongeacht de leeftijd van de werknemer. Daarnaast wordt het aanvullende pensioen flexibeler, transparanter en persoonlijker, en beweegt het mee met de economische ontwikkelingen. De Regio volgt de veranderingen nauwgezet om tijdig de wijzigingen door te rekenen en de impact voor de Regio te minimaliseren. Voor de premie van het ouderdoms- en nabestaandenpensioen hanteren we het percentage uit 2025 van 27,0%. Dit percentage hanteren we voorlopig ook voor 2026 omdat er nog geen duidelijkheid is over het definitieve percentage voor 2026.
De premie voor het ABP Arbeidsongeschiktheidspensioen blijft naar verwachting 0,7%. NEA-index In opdracht van Sociaal Fonds Mobiliteit maakt Panteia jaarlijks een overzicht van de laatste gemiddelde kostenontwikkelingen voor het taxivervoer. Het begrip taxivervoer omvat in dit verband alle vervoer met taxi's, inclusief het groepsvervoer. Panteia berekent de kostenontwikkelingsindex in absolute onafhankelijkheid. Het hanteren van de NEA-index is gebruikelijk in de vervoersbranche en is al bij de oprichting van Vervoer BV met gemeenten afgesproken. Voor 2025 is een indexatie toegepast van 5,66%. Dit betreft het gemiddelde van afgelopen vijf jaar. In de Regiobegroting 2026–2029 wordt in navolging hierop gewerkt met het gemiddelde van de jaren 2021 tot en met 2025, wat neerkomt op 4,62%5. In onderstaande tabel is de opbouw over de jaren in kaart gebracht. Jaar
PB 2024-2027
PB 2025-2028
PB 2026-2029
2025
-
-
1,50%
2024
-
3,40%
3,40%
2023
13,70%
13,70%
13,70%
2022
3,50%
3,50%
3,50%
2021
1,00%
1,00%
1,00%
2020
670%
6,70%
-
2019
2,20%
-
-
NEA index gem. afgelopen 5 jaar
5,42%
5,66%
4,62%
Inzet ten aanzien van Dagbesteding King Arthur Groep en Plezier in de Zorg zijn geen onderdeel van de begroting. Deze worden afzonderlijk middels bestuursrapportage in het betreffend boekjaar opgenomen.
Ten opzichte van de vastgestelde Regiobegroting 2025 -2028 (exclusief begrotingswijzigingen) heeft een looncorrectie van 1% een stijging van € 400.000 van de personele kosten tot gevolg. De effecten ten aanzien van nieuwe CAO per 1-4-2025 komen hier nog bij. Deze zijn nog niet bekend. 5 Ten opzichte van de vastgestelde Regiobegroting 2025-2028 heeft een correctie van de NEA index ter hoogte van 1% een stijging van € 90.300 tot gevolg. Voor 2026 komt de stijging uit op € 45.240 ten opzichte van de Regiobegroting 2025. Dit komt door het feit dat de werkelijke NEA-index voor 2025 1,5% is en in de begroting voor 2025-2028 gerekend is met % 5,66 (conform afgesproken systematiek wordt gemiddelde van afgelopen 5 jaar gebruikt). 4
Pagina 6
Centrumgemeente bijdragen De integratie uitkering beschermd wonen en de decentralisatie uitkeringen maatschappelijke opvang en vrouwenopvang worden conform de decembercirculaire Gemeentefonds 2024 meerjarig aangepast in de Regiobegroting 2026 – 2029. Voor de integratie uitkering beschermd wonen loopt de loon-/prijs compensatie, conform de meicirculaire, via deze uitkering. Voor de decentralisatie uitkeringen inzake maatschappelijke opvang en vrouwenopvang loopt deze compensatie via het accres van de algemene uitkeringen van het gemeentefonds en landen daarmee in de gemeentebegrotingen van alle centrum- en regiogemeenten. Dit betekent dat de indexaties van de beschermd wonen voorzieningen wel gecompenseerd worden via de centrumgemeente bijdragen, maar de indexaties van de maatschappelijke opvang en van de vrouwenopvang voorzieningen niet. Daarbij is de indexatiesystematiek in de huidige contracten niet gekoppeld aan de compensatiesystematiek van de centrumgemeentemiddelen. Dit kan betekenen dat de compensatie vanuit de integratie uitkering beschermd wonen ontoereikend is om ook de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang voorzieningen te kunnen compenseren. Toekomstige wijzigingen inzake centrumgemeente bijdragen uit volgende circulaires worden middels begrotingswijzigingen opgenomen in de betreffende programmabegroting.
Dit geldt ook voor andere centrumgemeente bijdragen, zoals vroegtijdig schoolverlaten (VSV), regionale meldcoördinatie (RMC), Volwasseneneducatie WEB en Nationaal Actieplan Dakloosheid. Voor vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze kaderbrief kunt u terecht bij onze secretaris Marlies van der Linden, bereikbaar per mail m.vanderlinden@regiogv.nl. Het dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek, de secretaris,
de voorzitter,
ir. M. van der Linden
dr. ir. G.M. van den Top
Pagina 7