CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

B 3 (1)

Gemeenteraad 21 mei 2025, gemeente larenBij agendapunt: Ter kennisname van Verbonden partijen21.103 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1

Regionale woonzorganalyse regio Gooi en Vechtstreek

DOC-24004606 vastgesteld dd. 18 april 2024 regionaal PFHO Bouwen en Wonen en Gezondheid en Ondersteuning,

2

Inleiding Aanleiding In de regio staan we, net als de rest van Nederland, voor een uitdagend vraagstuk dat voortkomt uit de volgende twee maatschappelijke ontwikkelingen: • De Nederlandse bevolking vergrijst sterk. In 2040 zijn er twee keer zoveel 75+érs als nu. Deze groep woont veel langer zelfstandig. Daarbij neemt het aantal beschikbare zorgmedewerkers én mantelzorgers af. Om ouderen in de toekomst voldoende te kunnen faciliteren in hun woonzorgbehoefte, moeten we het wonen en zorg voor ouderen anders organiseren. • De huisvesting van aandachtsgroepen staat in Nederland onder druk en de trend laat een verslechtering zien. Dat er inwoners van Nederland zijn die geen (t)huis hebben is niet alleen een hard gelag voor deze mensen, het is ook voor de samenleving als geheel schadelijk. Een thuis begint met een huis en wanneer dit ontbreekt zijn de maatschappelijke kosten vaak uiteindelijk vele malen hoger. Nationale Bouw- en Woonagenda. Het in 2022 verschenen overheidsbeleid dat als antwoord op deze ontwikkelingen geformuleerd is (zie kader), zet gemeenten voor de opgave om de komende tijd een actueel volkshuisvestingsprogramma te ontwikkelen waarin zij onder andere op basis van actuele inzichten in de (toekomstige) woonzorgopgave en samen met partijen omschrijft hoe zij voor voldoende geschikte huisvesting en woonzorgvoorzieningen gaat zorgen.

Daarbij speelt regionaal de vraag hoe te komen tot een ‘eerlijke’ verdeling van de woonzorgopgave voor aandachtsgroepen zodat de draagkracht in wijken behouden blijft. Zie voor een overzicht van de beleidsprogramma’s bijlage 1.

Rijksprogramma’s wonen en zorg Nationale Bouw- en Woonagenda (ministerie BZK/Volkshuisvesting) • Regionale woondeals • Nationale Bouw- en woonagenda; specifiek programma 2 en 6: - Programma Een Thuis voor Iedereen - Programma Wonen, Ondersteuning, Zorg Ouderen • Wetsvoorstel versterking regie Volkshuisvesting Samenhang met programma’s: • Wonen Ondersteuning en Zorg (WOZO, VWS) • Integraal Zorgakkoord (IZA, VWS) • Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA, VWS) Nationaal Actieplan Dakloosheid (VWS, Armoedebeleid en Volkshuisvesting).

Basis voor gezamenlijke prioriteiten Gezien de schaarste op de woningmarkt en de groeiende vraag naar hulp en ondersteuning, is er meer dan ooit behoefte aan doordachte en heldere beslissingen. Vragen zoals hoe we sociale woningen verdelen binnen de regio en hoe we beperkte middelen het meest effectief inzetten waar de behoefte het grootst is, vragen om gezamenlijke aandacht en samenwerking tussen de domeinen wonen, welzijn en zorg. Deze regionale woonzorganalyse is ontwikkeld om inzicht in de woonzorgopgave voor ouderen en aandachtsgroepen in de regio te bieden en richting te geven aan de prioriteiten en oplossingsrichtingen voor de verdere aanpak van de woonzorgopgave lokaal en regionaal.

Leeswijzer In hoofdstuk 1 staat de aanpak van de woonzorganalyse beschreven. Hoofdstuk 2 bevat de samenvatting van de analyse per onderzoeksvraag alsmede een beschouwing op de analyse. In hoofdstuk 3 zijn de uitkomsten van de analyse per doelgroep beschreven en de beschikbaarheid van passende woonruimte in de regio. Ieder hoofdstuk eindigt met de beantwoording van de onderzoeksvragen die centraal staan in de analyse. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de scenario’s die te onderkennen zijn bij de invulling van de toekomstige woonzorgopgave.

3

Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................................... 2 Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 3 Hoofdstuk 1

Aanpak Regionale Woonzorganalyse Gooi en Vechtstreek ........................................... 4

Hoofdstuk 2

Samenvatting................................................................................................................... 6

Hoofdstuk 3

Woonzorganalyse aandachtsgroepen en ouderen ...................................................... 15

3.1

(dreigend) dak- en thuislozen.................................................................................................... 15

3.2

Mensen die uitstromen uit beschermd wonen en langdurige verblijf in GGz-instellingen ...... 22

3.3 Mensen die uitstromen uit een instellingen voor mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking .......................................................................................................................... 28 3.4

Jongeren die uitstromen uit jeugdhulp met verblijf. ................................................................ 31

3.5

Ouderen..................................................................................................................................... 36

3.6

Overige aandachts- en urgentengroepen ................................................................................. 42

Hoofdstuk 4

Beschikbaarheid en toekomstige behoefte sociale huurwoningen .............................. 46

Hoofdstuk 5

Welke scenario’s onderkennen we in de invulling van de opgave? ............................. 53

Bijlage 1 Overzicht programma’s wonen en zorg uit Nationale Bouw- en Woonagenda Rijksoverheid. ............................................................................................................................................................... 58 Bijlage 2

Onderbouwing ABF/RIVM prognose. ................................................................................ 59

Bijlage 3

Criteria urgentieverklaring regio Gooi en Vechtstreek ..................................................... 61

4

Hoofdstuk 1

Aanpak Regionale Woonzorganalyse Gooi en Vechtstreek

Verkenning Na een verkenning1 naar een mogelijke en wenselijke aanpak van de woonzorgopgaven in de regio, heeft de Regio Gooi en Vechtstreek (PFHO SD en FD) in mei 2023 opdracht gegeven om een regionale woonzorganalyse te ontwikkelen met betrokkenheid van woningcorporaties, zorgpartijen en zorgkantoor. Een regionale woonzorganalyse die inzicht geeft in de woonzorgopgave voor ouderen en aandachtsgroepen in de regio en richting geeft aan de prioriteiten en oplossingsrichtingen voor de verdere aanpak van de woonzorgopgave. Resultaat en onderzoeksvragen Het beoogde resultaat van de regionale woonzorganalyse is inzicht hebben in de huidige en toekomstige vraag naar- en het aanbod van passende woningen en andere benodigde woon(zorg)vormen voor mensen met een (toekomstige) zorgvraag/hulpvraag in de regio Gooi en Vechtstreek inclusief Eemnes2. Het gaat hierbij zowel over de aantallen als de geschiktheid, passendheid en toegankelijkheid van de woningen/woonvormen. De regionale woonzorganalyse moet de basis vormen op grond waarvan gemeenten, woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen en andere partners samen invulling kunnen geven aan de woonzorgopgave voor genoemde groepen.

De volgende onderzoeksvragen stonden tijdens de analyse centraal: - Wat is de ontwikkeling van de doelgroepen als gevolg van demografische en maatschappelijke ontwikkelingen? - Wat is de huisvestingsopgave voor de diverse doelgroepen op gemeente- en regioniveau voor 2025, 2030 en 2040 en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om mensen met een (toekomstige) zorgvraag/ hulpvraag passend te huisvesten? - Welke mogelijke knelpunten zijn er in de match van vraag en aanbod aan passende woningen en woon(zorg)vormen nu en op termijn (2021, 2025, 2030, 2040) en welke aanvullende beleidsmaatregelen zijn mogelijk om hierin te voorzien? - Welke scenario’s onderkennen we daarbij bij de invulling van de opgave? Afbakening doelgroepen De analyse beperkt zich tot de woonzorgopgave van ouderen en de aandachtsgroepen, zoals genoemd in de Rijksprogramma’s3 waarbij er naast het (specifiek) wonen een zorg en ondersteuningsbehoefte is: 1. (dreigend) dak- en thuislozen 2. mensen die uitstromen uit een intramurale instelling zoals de maatschappelijke opvang, beschermd wonen, instellingen voor mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking of een jeugdinrichting 3. mensen met sociale of medische urgentie.

De volgende doelgroepen zoals genoemd in het Programma wonen en zorg voor aandachtsgroepen, worden wel benoemd maar vallen qua analyse buiten deze opdracht: • Studenten: vanwege het geringe aantal hogescholen is de huisvestingsopgave van studenten in deze regio geen urgent vraagstuk.

1

Wonen en zorg voor aandachtsgroepen en ouderen. Resultaten en advies van een kwartiermaker; Bussum; 30 maart 2023. 2 Eemnes behoort niet tot de woondealregio Gooi en Vechtstreek maar participeert wel in de Regio in het sociaal domeinen neemt daarom ook deel aan deze analyse fase van dit regionale traject. 3 Programma Een Thuis voor Iedereen en het Programma Wonen en Zorg voor Ouderen.

5 • •

•

Woonwagenbewoners: het gaat hier weliswaar om mogelijke locaties/standplaatsen maar niet om woningen. Arbeidsmigranten: dit vindt in de regio grotendeels zijn weg in het particuliere segment. Bij langduriger verblijf kunnen arbeidsmigranten met een EU-status aanspraak maken op de sociale huursector. We gebruiken landelijke gegevens maar maken geen regionale vertaling. Statushouders: deze aandachtgroep valt onder een rijkstaakstelling en wordt via directe bemiddeling met voorrang gehuisvest in de sociale huursector. Bestuurlijk wordt deze groep betrokken bij het dossier Asiel en Oekraïne.

Stuurgroep De Regionale Woonzorganalyse is uitgevoerd onder regie van een regionale stuurgroep met bestuurlijke vertegenwoordiging vanuit: • het portefeuillehoudersoverleg Fysiek Domein én Sociaal Domein • de ouderenzorgpartijen (hierin vertegenwoordigd door …) • Platform woningcorporaties Gooi en Vechtstreek, PWC (hierin vertegenwoordigd door Dudok Wonen) • zorgpartijen voor kwetsbare groepen (hierin vertegenwoordigd door Kwintes) • Zorgkantoor Zilverenkruis • Ziekenhuis Tergooi MC Uitgangspunt Het uitgangspunt voor de uitvoering van de regionale woonzorganalyse was om zoveel mogelijk gebruik te maken van reeds beschikbare data in de regio Gooi en Vechtstreek, de MRA-regio en openbare databronnen. Daarnaast werden gesprekken gevoerd met professionals in de regio die direct betrokken zijn bij de woonzorgopgave voor één of meerdere subgroepen. De inzet was om een analyse op hoofdlijnen te realiseren; verdiepend onderzoek op thema of lokaal niveau, kan indien wenselijk later worden gedaan. De context voor deze regionale woonzorganalyse is gevormd door het huidige Rijksbeleid zoals genoemd in bovenstaand kader.

6

Hoofdstuk 2

Samenvatting

Onderzoeksvragen Deze Regionale Woonzorganalyse richt zich op de woonzorgopgave van aandachtsgroepen zoals daken thuislozen en ouderen. Met de woonzorganalyse werd beoogd antwoord te krijgen op de volgende vragen: 1. Wat is de ontwikkeling van de doelgroepen als gevolg van demografische en maatschappelijke ontwikkelingen? 2. Welke mogelijke knelpunten zijn er in de match van vraag en aanbod aan passende woningen en woon(zorg)vormen nu en op termijn. 3. Wat is de huisvestingsopgave op gemeente- en regioniveau voor 2025, 2030 en 2040 en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om mensen met een (toekomstige) zorgvraag/ hulpvraag passend te huisvesten? 4. Welke scenario’s onderkennen we bij de invulling van de opgave? Bij de beantwoording van de onderzoeksvragen is gebruikt gemaakt van bestaande onderzoeken, registraties en rapporten en van interviews met stakeholders. Ontwikkeling van de aandachtsgroepen en ouderen als gevolg van demografische en maatschappelijke ontwikkelingen Ten aanzien van de eerste vraag, ontwikkeling van de aandachtsgroepen als gevolg van demografische ontwikkelingen, kan geconcludeerd worden dat de bevolking vergrijst. Het aantal ouderen (75+) zal tot 2040 het hardst groeien: van bijna 28.000 nu naar een kleine 40.000 in 2040 (+43%). Het aantal mensen met een verpleeghuisindicatie verdubbeld naar verwachting in die periode van bijna 2700 nu naar 4200.

De verwachting is dat het aantal (dreigend) dak- en thuislozen en mensen die uitstromen uit een intramurale instelling en mensen met sociale of medische urgentie voor een zelfstandige woning zal toenemen de komende jaren. Deze toename wordt veroorzaakt door Rijksbeleid, bijvoorbeeld de extramuralisering van zorg, en maatschappelijke/ economische factoren, bijvoorbeeld de financiële recessie. In 2022 stroomden er 107 mensen behorende tot deze aandachtsgroepen vanuit de maatschappelijke opvang of e en instelling naar een sociale huurwoning in één van de gemeenten; bij een deel ging dat middels een urgentieverklaring. Hoe groot dit aantal in 2030 en daarna zal zijn is niet precies te voorspellen maar we houden rekening met een aantal van ongeveer 245 per jaar. Beleid gericht op het voorkomen van dak- en thuisloosheid en instroom in een instelling, zoals preventie, zorg en ondersteuning in nabijheid en een ondersteunende omgeving, zal een dalend effect hebben op deze uitstroom. Een deel van de 107 mensen die uitstroomden betrof jongeren: in 2022 stroomden er 15 jongeren vanuit een instelling voor jeugdhulp met verblijf naar een zelfstandige woning. De uitstroom stagneert vanwege onvoldoende geschikte (betaalbare) en beschikbare woningen voor jongeren: 8-16 jongeren verbleven daardoor langer dan gewenst in een instelling.

Daarbij speelt inkomensproblematiek (onvoldoende betaalcapaciteit) een cruciale rol. Knelpunten in de match van vraag en aanbod aan passende woningen en woon(zorg)vormen De belangrijkste knelpunten in de match van vraag en aanbod aan passende woningen en woon(zorg)vormen, nu en op termijn, zijn: - de beschikbaarheid van sociale huurwoningen: enerzijds omdat de vraag van aandachtsgroepen naar sociale huurwoningen naar verwachting gaat toenemen en anderzijds omdat de realisatie van het aantal afgesproken sociale huurwoningen achter loopt. - Een deel van de mensen die hun woning kwijtraken, als thuisloos worden aangemerkt en buiten de criteria voor een urgentieverklaring vallen, vindt niet zelfstandig zijn weg naar een

7

-

-

-

eigen woning. Zij lopen het risico op dakloosheid. Het is zaak deze groep vroegtijdig in beeld te hebben. voor jongeren van 16-23 jaar is het grootste knelpunt het feit dat zij te weinig inkomen hebben of te jong zijn om zelfstandig in een sociale huurwoning te wonen. Goedkope kamers waar ook jongeren onder de 18 kunnen wonen zijn nauwelijks beschikbaar. ouderen moeten steeds langer thuis blijven wonen omdat er door de vergrijzing een groeiend tekort aan verpleeghuisplaatsen is, er geen uitbreiding van verpleeghuiscapaciteit meer zal komen (onder voorbehoud nieuwe kabinet) én de schaarste van zorgpersoneel toeneemt. Tegelijkertijd woont een groot deel van de ouderen in woningen die niet geschikt zijn om met een zorgvraag te blijven wonen. Er zijn op dit moment te weinig geschikte woningen in een geschikte setting beschikbaar om in de toekomstige woonzorgbehoefte voor ouderen te voorzien. kwetsbare mensen wonen vaker zelfstandig in de wijk. Het draagvlak in de wijk dreigt op sommige plekken te eroderen en de ondersteunende voorzieningen en zorg zijn nog niet overal optimaal. Dit verhoogt het risico dat kwetsbare mensen het onvoldoende redden in de wijk en problematiek ontwikkelen met instroom in instellingen en maatschappelijke opvang tot mogelijk gevolg.

De woonzorgopgave De huisvestingsopgave voor de aandachtsgroepen wordt voor de komende jaren geraamd op zo’n 245 beschikbare sociale huurwoningen per jaar (exclusief statushouders). Deze woningen zijn bij voorkeur in nabijheid van (zorg en ondersteunings)voorzieningen en OV. Verder zijn er de komende jaren zo’n 25 betaalbare kamers voor jongeren nodig. Dat kan mogelijk gerealiseerd worden in de sociale huursector (middels friends contracten) en in de particuliere huur (kamers met kansen). Om dak- en thuisloosheid te voorkomen is inzet nodig op: 1. het bestendigen en intensiveren van vroegsignalering en preventie. 2. uitbreiding van flankerend beleid in de vorm van Skaeve Huse en In Between Places. 3. onderzoeken / toevoegen van particuliere oplossingen zoals ‘Onder de pannen’ voor de acute opvang van economisch daklozen of mensen die om andere redenen hun woning moeten verlaten. Voor ouderen zijn er volgens onderzoek van ABF en RIVM in 2030 extra ouderenwoningen nodig: 819 zorggeschikte (geclusterde) woningen; - 1.040 geclusterde woningen; en - 2.305 nultredenwoningen in verschillende prijsklassen. Deze aantallen zijn doorvertaald naar aantallen per gemeente.

Hierbij moet opgemerkt worden dat een nadere beschouwing van de (potentiële) geschiktheid voor senioren van bestaande voorraad nultredenwoningen in de sociale huur en particuliere sector zinvol is noodzakelijk is; mogelijk kan een aanzienlijk deel van de opgave voor nultreden en geclusterde woningen in de bestaande voorraad gerealiseerd worden. Clustering van zorggeschikte woningen en de nabijheid van zorgvoorzieningen, draagt bij aan het efficiënt kunnen organiseren van schaarse zorgvoorzieningen en -personeel. Daarnaast is er een omgeving nodig die ondersteunend is aan het zelfstandig functioneren van ouderen. Inzet op doorstroming van ouderen naar een geschikte woning vraagt om maatschappelijke bewustwording. Ondersteuning van ouderen bij deze stap, bijvoorbeeld in de vorm van verhuiscoaches, én een aantrekkelijk aanbod van seniorenwoningen voor alle inkomensgroepen helpt bij het creëren van doorstroming. Welke scenario’s onderkennen we bij de invulling van de opgave Met de huidige en toekomstige toenemende vraag naar sociale huurwoningen voor aandachtsgroepen komt de beschikbaarheid van sociale huurwoningen voor regulier woningzoekenden in de regio verder onder druk te staan.

Hoe groter de toegankelijkheid van sociale huurwoningen voor aandachtsgroepen hoe lager de druk op opvangvoorzieningen en instellingen en hoe lager de maatschappelijke kosten die gepaard gaan met het niet zelfstandig kunnen functioneren

8 van mensen in de maatschappij. Dit heeft echter weer consequenties voor andere groepen woningzoekenden. Aanpassingen in het huidige woonruimte-verdeelsysteem en/of het vergroten van de regionale capaciteit aan sociale huurwoningen vergen beleidskeuzes die afgezet moeten worden tegen verschillende maatschappelijke belangen. Met inzet op preventieve voorzieningen en het organiseren van draagvlak en zorg en ondersteuning in de wijk, voorkomen we instroom in instellingen en dak- en thuisloosheid. Vanwege de huidige en groeiende tekorten aan verpleeghuisplaatsen4 ligt er een grote urgentie bij de realisatie van nultreden, geclusterde en zorggeschikte woningen voor ouderen met een zorgvraag. Enerzijds kan er ingezet worden op nieuwbouw van geclusterde woonzorgvormen, bij voorkeur nabij bestaande (zorg)voorzieningen. Anderzijds kunnen bestaande buurten en flats geschikt gemaakt worden om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. Inzet op een omgeving die de zelfredzaamheid van ouderen ondersteund ook als de zorgvraag toeneemt is in beide gevallen belangrijk. Tot slot is de bewustwording van mensen over de maatschappelijke ontwikkelingen met betrekking tot wonen en zorg en wat deze betekenen voor de maatschappij als geheel en het individu belangrijk.

Naar elkaar omkijken (samenzorg) en tijdig anticiperen op de latere levensfase door te verhuizen naar een geschikte woning of de woning aan te passen wordt het nieuwe normaal. Daarbij draagt dit bij aan doorstroming op de woningmarkt. Beleid gericht op doorstroming van ouderen en mensen in het algemeen naar een passende en geschikte woning lost een deel van het woningmarktvraagstuk op. Beschouwing Met de beschikbare informatie is getracht de onderzoeksvragen te beantwoorden. Dat is ten dele gelukt. Bepaalde gegevens zijn niet voorhanden zoals de exacte uitstroom van de aandachtsgroepen naar specifieke gemeenten, het aantal thuislozen in de regio en de exacte voorspelling van de omvang van aandachtsgroepen de komende jaren. Dit heeft enerzijds te maken met het feit dat bepaalde informatie niet geregistreerd wordt; nader onderzoek kan wenselijk zijn om deze informatie te verkrijgen. Anderzijds wordt de ontwikkeling van genoemde aandachtsgroepen mede bepaald door economisch maatschappelijke ontwikkelingen die moeilijk te voorspellen zijn. Tegelijkertijd kunnen we met adequaat beleid gericht op preventie, vroegsignalering en zorg en ondersteuning in de wijk voorkomen dat mensen in kwetsbare situaties geraken.

4

In de huidige politiek-bestuurlijke context.

9

3.1 Kernpunten woonzorgopgave uitstroom uit de maatschappelijke opvang 1 Wat is de ontwikkeling van de doelgroepen als gevolg van demografische en maatschappelijke ontwikkelingen? • In 2022 zijn er 333 daklozen en een onbekend aantal thuislozen. Een deel van de thuislozen hebben we niet in beeld. Op dit moment is het in de regio noch landelijk niet mogelijk om het precieze aantal thuislozen in beeld te brengen. • De afgelopen jaren stroomden jaarlijks gemiddeld 30 mensen vanuit de maatschappelijke opvang naar een sociale huurwoning; anderen vonden hun weg naar andere voorzieningen (bijv. beschermd wonen), de particuliere sector, naar buiten de regio • De precieze ontwikkeling van de doelgroep is niet te voorspellen. De verwachting is dat de omvang van de doelgroep gaat toenemen t.g.v. maatschappelijk-economische factoren zoals financiële recessie, de druk op de woningmarkt, de steeds ingewikkelder wordende maatschappij en het overheidsbeleid dat gericht is op verplaatsen van zorg van instelling naar ‘de wijk’. 2 Welke mogelijke knelpunten zijn er in de match van vraag en aanbod aan passende woningen en woon(zorg)vormen nu en op termijn. • Mensen met kwetsbaarheden wonen t.g.v. overheidsbeleid steeds vaker in de wijk. Dit vraagt om adequate infrastructuur van zorg en ondersteuning en een ondersteunende omgeving.

Hiermee wordt voorkomen dat mensen problematiek ontwikkelen dat uiteindelijk kan leiden tot dak- en thuisloosheid én tot eroderen van draagvlak in de wijk • De druk op de maatschappelijke opvang en de beschikbaarheid van sociale huurwoningen staat onder druk in de regio. Een deel van de mensen die als thuisloos worden aangemerkt vindt niet zelfstandig zijn weg naar een eigen woning en komt niet in aanmerking voor een urgentieverklaring. Zij lopen het risico op dakloosheid. Het is zaak deze groep vroegtijdig te onderkennen en te bekijken hoe dit r. 3 Wat is de huisvestingsopgave op gemeente- en regioniveau voor 2025, 2030 en 2040 en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om mensen met een (toekomstige) zorgvraag/ hulpvraag passend te huisvesten? • Voorkomen dak- en thuisloosheid door: o inzet op vroegsignalering, preventie en ondersteunende voorzieningen in de wijk o tussenvoorzieningen voor specifieke groepen zoals ‘In Between Places’ en 2e ‘Skaeve Huse’ o Particuliere tijdelijke woonruimte zoals ‘Onder de pannen’. • Voldoende beschikbare sociale huurwoningen voor minimaal 30 uitstromers uit de maatschappelijke opvang per jaar en rekening houdend met een groei van deze groep.

10

3.2 Kernpunten woonzorgopgave uitstroom uit Beschermd Wonen en GGZ-instelling. 1 Wat is de ontwikkeling van de doelgroepen als gevolg van demografische ontwikkelingen In 2021 en 2022 hadden respectievelijk 202 en 125 mensen in de regio een Wmo indicatie voor Beschermd Wonen en respectievelijk 256 en 320 een indicatie Wlz GGZ Wonen. Deze verschuiving van Wmo naar Wlz werd veroorzaakt door veranderend Rijksbeleid, met een stelselwijziging tot gevolg. • De afgelopen jaren stroomden ongeveer 40 mensen per jaar vanuit een instelling voor Wmo Beschermd Wonen naar een sociale huurwoning en slechts enkelen vanuit een GGZ-instelling. • De verwachting is dat het aantal mensen met een indicatie voor Beschermd Wonen en dus de uitstroom naar zelfstandig wonen zal toenemen door Rijksbeleid gericht op het terugdringen van de instroom in de Wlz. 2 Welke mogelijke knelpunten zijn er in de match van vraag en aanbod aan passende woningen en woon(zorg)vormen nu en op termijn (2021, 2025, 2030, 2040). • Mensen met kwetsbaarheden wonen steeds vaker in de wijk. Dit vraagt om adequate zorg en ondersteuning en een ondersteunende omgeving. Hiermee wordt voorkomen dat mensen problematiek ontwikkelen die kan leiden opname in een instelling of dak- en thuisloosheid. • Het huisvesten van mensen met psychische kwetsbaarheid in de wijk vereist ook draagvlak in de wijk; dit draagvlak staat soms onder druk.

• De druk op de maatschappelijke opvang neemt toe en de beschikbaarheid van sociale huurwoningen staat onder druk.. 3 Wat is de huisvestingsopgave op gemeente- en regioniveau voor 2025, 2030 en 2040 en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om mensen met een (toekomstige) zorgvraag/ hulpvraag passend te huisvesten? • Inzet op vroegsignalering, preventieve interventies en zorg- en steunstructuren in de wijk; dit wordt opgepakt vanuit de aanpak IZA en het regionale plan Aanpak Dakloosheid. • Voldoende beschikbare sociale huurwoningen rekening houdend met minimaal 40 per jaar en met een groei van deze groep. Zie in hoofdstuk 4 een nadere beschouwing hierop. Deze woningen zijn bij voorkeur in de nabijheid van voorzieningen die ondersteunend zijn aan het zelfstandig functioneren van kwetsbare groepen. Denk hierbij aan een clustering van woningen met een gemixte populatie (vragers en dragers), gelegenheid tot ontmoeten, dagactiviteiten, zorgsteunpunten en bereikbaar openbaar vervoer.

11

3.3 Kernpunten woonzorgopgave uitstroom uit instellingen voor mensen met een Verstandelijke en/of lichamelijke beperking. 1 Wat is de ontwikkeling van de doelgroepen als gevolg van demografische en maatschappelijke ontwikkelingen? • In 2021 en 2022 hadden 1.020 mensen in de regio een WLZ-indicatie op grond van verstandelijke of lichamelijke problematiek. Deze mensen wonen in een instelling of in kleinschalige woonvormen in de wijk. De prognose is dat dit aantal stabiel blijft. • Het aantal mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking dat het afgelopen jaar vanuit een instelling naar een (groeps)woning in de wijk stroomde is zeer gering. De prognose is dat dit aantal stabiel blijft. 2 Welke mogelijke knelpunten zijn er in de match van vraag en aanbod aan passende woningen en woon(zorg)vormen nu en op termijn (2021, 2025, 2030, 2040). • De maatschappelijke trend is dat mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking steeds vaker in de wijk woont en gebruik maakt van voorliggende voorzieningen zoals welzijnsactiviteiten. Voor deze groep geldt eveneens dat de maatschappij steeds ingewikkelder wordt, het draagvlak (en dus steun uit de omgeving) niet altijd in voldoende mate aanwezig is) en de druk op zorgvoorzieningen door arbeidsmarktproblematiek toeneemt.

• Voor jong volwassenen met een complexe zorgvraag zijn er onvoldoende aangepaste woningen beschikbaar. Hoe groot de behoefte precies is, is niet bekend. 3 Wat is de huisvestingsopgave op gemeente- en regioniveau voor 2025, 2030 en 2040 en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om mensen met een (toekomstige) zorgvraag/ hulpvraag passend te huisvesten? • Door inzet op vroegsignalering, preventieve interventies en zorg- en steunstructuren in de wijk, zoals bedoeld wordt met ‘Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis’ wordt de kans vergroot dat mensen langer zelfstandig kunnen functioneren in de wijk en uitval voorkomen wordt. • Vergroten beschikbaarheid van een nader te bepalen aantal zorggeschikte woningen voor jongvolwassenen met een intensieve zorgvraag.

12

3.4 Kernpunten woonzorgopgave jongeren (16-23) die uitstromen uit jeugdhulp met verblijf. 1

Wat is de ontwikkeling van de doelgroepen als gevolg van demografische en maatschappelijke ontwikkelingen? • In 2021 en 2022 hadden respectievelijk 259 en 240 jongeren een indicatie voor jeugdhulp met verblijf; zij verbleven in pleegzorggezinnen of gezinshuizen en in jeugdhulpinstellingen. • In 2021 stroomden er naar schatting 15 jongeren vanuit de jongeren maatschappelijke opvang en instellingen voor jeugdzorg met verblijf naar een zelfstandige woning en naar schatting 23 jongeren stroomden door naar een vorm van wonen met begeleiding zoals Kamers met Aandacht. In 2022 konden in ieder geval 8 en naar schatting 16 jongeren niet uitstromen vanwege onvoldoende beschikbaarheid van betaalbare kamers. • De prognose is dat het aantal jongeren dat een indicatie voor jeugdhulp met verblijf heeft de komende jaren stabiel zal zijn. 2 Welke mogelijke knelpunten zijn er in de match van vraag en aanbod aan passende woningen en woon(zorg)vormen nu en op termijn (2021, 2025, 2030, 2040). • Er is stagnatie uitstroom jeugdzorg instellingen t.g.v. onvoldoende betaalbare kamers en tussenvoorziening zoals kamertrainingsconcepten. • Er is in de regio een groep jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats. Deze groep is niet in beeld bij instanties en zijn zogenaamde zorgmijders. Dit is een kwetsbare groep die zich niet goed kan ontwikkelen naar een zelfstandig bestaan.

• De overgang van jeugdzorg naar volwassenzorg leidt om diverse redenen ertoe dat een bepaalde groep ‘tussen wal en schip’ valt: te licht voor een instelling maar (nog) niet in staat om zelfstandig te wonen. 3

Wat is de huisvestingsopgave op gemeente- en regioniveau voor 2025, 2030 en 2040 en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om mensen met een (toekomstige) zorgvraag/ hulpvraag passend te huisvesten?

• 25 betaalbare kamers voor jongeren 16-23 met een (zeer) laag inkomen, bij voorkeur in een ondersteunende omgeving nabij OV. Daarbij komen zowel oplossing in de sociale huursector in beeld als in de particulier sector (Kamers met Kansen) • 4 opvangplaatsen voor eerste opvang van jongeren die uit huis geplaatst zijn bedoeld om te stabiliseren. • Versterken inzet op vroegsignalering, preventieve interventies en ondersteuning gericht op het voorkomen van uithuisplaatsingen.

13

3.5 Kernpunten woonzorgopgave ouderen (75+) 1 Wat is de ontwikkeling van de doelgroepen als gevolg van demografische en maatschappelijke ontwikkelingen? In 2023 zijn er 27.759 75plussers in de regio. In 2030 neemt dit aantal toe tot 32.527 (+ 4.768) en in 2040 tot 39.718 (+ 11.959). Het aantal 75plussers met een verpleeghuisindicatie neemt in deze jaren toe van 2.712 in 2023 naar 3.200 (+488) in 2030 en 4.282 in 2040 (+ 1.570). Na 2040 vlakt deze groep in omvang af. 2 Welke mogelijke knelpunten zijn er in de match van vraag en aanbod aan passende woningen en woon(zorg)vormen nu en op termijn (2021, 2025, 2030, 2040). De huidige intramurale verpleeghuiscapaciteit wordt op grond van overheidsbeleid (huidige demissionaire kabinet) vrijwel niet uitgebreid. Ouderen met een zorgvraag blijven langer thuiswonen. Op dit moment wonen veel ouderen in een ongeschikte woning: de woning is niet begaanbaar met rollator of rolstoel en niet in de buurt van voorzieningen. Eenzaamheid is nu al een veel voorkomend probleem onder ouderen en zal naar verwachting toenemen. Ook neemt de krapte op de arbeidsmarkt van zorgpersoneel toe.

3 Wat is de huisvestingsopgave op gemeente- en regioniveau voor 2030 en 2040 en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om mensen met een (toekomstige) zorgvraag/ hulpvraag passend te huisvesten? In de regio zijn in 2030 extra ouderenwoningen nodig: - 1.040 geclusterde woningen - 819 zorggeschikte (geclusterde) woningen. - 2.305 nultredenwoningen. Deze woningen kunnen naast nieuwbouw ook in bestaande bouw ontwikkeld worden. Omdat de opgave van nultredenwoningen een grove schatting is en onvoldoende inzicht geeft in de benodigde prijsklasse van de woningen, is een nadere inventarisatie van de geschiktheid van de ongeveer 10.000 bestaande nultredenwoningen in de sociale huur en van de voorraad nultredenwoningen in de particuliere woningvoorraad nodig. Daarbij moet gerealiseerd worden dat de huidige voorraad nultredenwoningen ook door jonge mensen bewoond wordt en dus niet per definitie beschikbaar zijn voor ouderen. Daarnaast is het belangrijk te investeren in de ontwikkeling van: 1. woonzorgcirkels 2. bewustwording en doorstroming van ouderen naar een geschikte woning 3. dementievriendelijke wijken 4. technologie (om zelfstandigheid te verhogen en zorg op afstand te organiseren) 5. seniorvriendelijke wijken die uitnodigen tot ontmoeten en bewegen en voorzieningen nabij 6. sociale structuren die informele zorg stimuleren 7. het behouden en versterken zelfredzaamheid 8.

preventie.

14

4 Kernpunten beschikbaarheid en behoefte sociale huurwoningen voor aandachtsgroepen en urgenten Percentage voorraad sociale huurwoningen t.o.v. totale voorraad 2022: Ambitie Woonakkoord: Ambitie Woondeal:

26% excl. Eemnes 24% incl. Eemnes 27% 30%

Gemiddelde reguliere zoektijd 2022:

3,9 jaar

Jaarlijks beschikbare komende woningen voor starters:

800 (1.700 totaal)

Aandeel woningen via urgentieregeling:

10%

Percentage toegekende urgentieaanvragen 2021 en 2022:

resp. 18% en 13%

Totaal aantal aandachts/urgentengroep naar woning in 2022: • Exclusief statushouders

107

Prognose aantal aandachts/urgentengroep naar woning 2030: • Exclusief statushouders

245

15

Hoofdstuk 3 3.1

Woonzorganalyse aandachtsgroepen en ouderen

(dreigend) dak- en thuislozen

Conceptdefinitie programma Een Thuis voor Iedereen (concept). Het ministerie van BZK heeft een brede definitie voorgesteld voor de doelgroep dak- en thuislozen: ‘Woningzoekenden die buitenslapen, mensen die verblijven in maatschappelijke opvang (woningzoekenden aan wie wegens dakloosheid een voorziening voor opvang is verleend als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015), mensen in niet-conventionele woonplekken vanwege een gebrek aan huisvesting (zoals op een vakantiepark) en mensen die uit nood verblijven bij familie en vrienden. Hierin wordt ook de woonbehoefte van groepen zoals zelfredzame remigrantenhuishoudens met de Nederlandse nationaliteit zonder huisvesting meegenomen.

Wat doen we al in de regio? In de regio werken gemeenten samen met zorgpartijen en woningcorporaties aan de bescherming en opvang van mensen die problemen hebben op het gebied van huiselijk geweld, dakloosheid, verslaving, woonoverlast en/of psychische problemen. Vaak problemen die met elkaar samenhangen en elkaar versterken. In het Beleidsplan Bescherming & Opvang Gooi en Vechtstreek 2022-2025 zijn de gezamenlijke ambities, doelen en activiteiten geformuleerd. Bescherming & Opvang omvat openbare geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg, de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor deze voorzieningen vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning.

Inleiding De monitoring van het aantal dakloze mensen is zeer complex. Op dit moment wordt dit aantal op twee manieren op landelijk niveau gemonitord: 1- de schatting van het CBS 2- de monitor dakloosheid via de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein in samenwerking met de VNG en het CBS, met data over het aantal dakloze Partijen zetten samen in op preventie en flankerend beleid. mensen dat gemeenten in beeld hebben. In het Convenant Huisvesting Maatschappelijke Doelgroepen Het CBS richt zich in deze monitoring sec op 'feitelijke dakloosheid', dat wil zeggen buitenslapers hebben zij ter voorkoming én aanpak van dakloosheid een (mensen die in de nacht- of crisisopvang verblijven) en de zogenoemde 'bankslapers', die in hun gezamenlijke aanpak en werkwijze. netwerk (tijdelijk) onderdak hebben, al is die groep niet helemaal in beeld. We weten dat in de huidige vorm van monitoring een deel van de dakloze mensen onder de radar blijft. Verbetering van de monitoring is daarom een belangrijk onderdeel van het Nationaal Actieplan Dakloosheid5. Hierbij wordt in Nederland toegewerkt naar het hanteren van de ETHOS Light definitie (European Typology of homelessness and Housing Exclusion). ETHOS classificeert daklozen volgens hun levens- of ‘thuissituatie’; in de Ethos-light versie vertaald als:

5

Nationaal Actieplan Dakloosheid: eerst een thuis. – VWS – 2022. Te raadplegen via: Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (overheid.nl)

16 1. 2. 3. 4. 5.

mensen die leven in de openbare ruimte; mensen in de noodopvang; mensen in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen; mensen die uitstromen uit een instelling; mensen in niet-conventionele woonplekken (zoals auto, kraakpand, vakantiewoning); 6. mensen die tijdelijk verblijven bij familie, vrienden of kennissen;

Nationaal Actieplan Dakloosheid Door het ondertekenen van de Lissabon Verklaring heeft Nederland zich gecommitteerd aan de ambitie dakloosheid eind 2030 te beëindigen. De maatregelen in dit plan dragen aan deze doelstellingen bij:

Ons voorstel is om in deze woonzorganalyse uit te gaan van de volgende afbakening van de doelgroep zoals gedefinieerd door BZK (zie boven): 'feitelijke daklozen': buitenslapers en mensen die in de nacht- of crisisopvang verblijven. De groep 'bankslapers', die in hun netwerk (tijdelijk) onderdak hebben, laten we in deze analyse vooralsnog buiten beschouwing wegens de onvolledigheid van te verkrijgen gegevens. De vraag daarbij is ook of een tijdelijke suboptimale oplossing tot maatschappelijk te adresseren probleem moet worden gemaakt.

2. Niemand verblijft langer in een nood- of tussenvoorziening dan strikt noodzakelijk is voor een succesvolle doorstroom naar een duurzame stabiele huisvestingsoplossing.

1. Dakloze mensen slapen niet buiten door gebrek aan toegankelijke, veilige en passende opvang.

3. Niemand wordt ontslagen uit een instelling (gevangenis, ziekenhuis, zorginstelling) zonder een aanbod van passende stabiele huisvesting, niet zijnde maatschappelijke opvang. 4. Huisuitzettingen worden zoveel mogelijk voorkomen en niemand wordt uitgezet zonder hulp voor een passende duurzame huisvestingsoplossing.

Omvang van de doelgroep In 2019 kende de regio Gooi en Vechtstreek 296 daklozen6 en naar 5. Niemand wordt gediscrimineerd vanwege zijn dakloosheidsstatus. schatting 225 thuislozen. Deze laatste categorie is gebaseerd op het aantal briefadressen. In 2022 registreerde het toegangsteam voor In Nederland krijgt deze ambitie vorm via het Nationaal Actieplan Dakloosheid1. Op dit maatschappelijke opvang in de regio 333 daklozen. Het aantal moment is in de regio een start gemaakt met de vertaling van de actielijnen uit het briefadressen zoals geregistreerd bij de gemeenten betrof in 2022 229.: Nationaal Actieplan Dakloosheid naar een regionaal plan van aanpak, o.a. door in zie figuur 1. Het aantal briefadressen staat niet één op één gelijk aan het samenwerking met alle betrokken zorgpartijen een analyse te maken van de huidige aantal thuislozen maar geeft wel een indicatie van hoeveel thuislozen het situatie. Dit is een separaat en parallel lopend traject, naast (maar wel in volledige per gemeente betreft. Het is hierbij, behalve bij de met een * aangeduide afstemming met) deze woonzorganalyse. gemeenten, onduidelijk of het hier alleen briefadressen betreft van personen die vanwege hun persoonlijke problematiek geen vaste woonof verblijfplaats hebben; sommige mensen hebben namelijk om andere redenen een briefadres.

Thuislozen die zich mogen inschrijven op het adres van familie en/of kennissen zijn niet in beeld. Op dit moment zijn er geen signalen bekend van daklozen die niet in beeld zijn bij de maatschappelijke opvang of bij het toegangsteam van Hilversum. Wel zien we mensen met een ‘illegalen’ status die dakloos zijn. 6

Beleidsplan 2022-2025 Bescherming en Opvang Gooi en Vechtstreek

17 Gemeente Blaricum Eemnes Laren Gooise Meren Hilversum (schatting Wijdemeren Huizen Totaal regio

2021

2022 2* 3* 3* 43* 150 4* 24 229

0 0 39 8 13 60

Figuur 1 Aantal briefadressen unieke personen zoals geregistreerd bij de gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek.

Aanbod en gebruik maatschappelijke opvang in de regio De voorzieningen voor maatschappelijke opvang voor de gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek zijn in Hilversum gesitueerd: zie figuur 2. Daarnaast is er in de regio een aantal ‘flankerende’ voorzieningen die voorkomen dat mensen dakloos worden. De belangrijkste is het HMD-traject (zie 3.1) waarbij wordt ingezet op vroegtijdig signaleren en adresseren van problematiek rond goed-huurderschap (betaalachterstand, overlast en vervuiling). Huren onder voorwaarden (HOV) van een zorg/begeleidingscontract maakt onderdeel uit van dit traject van Huisvesting Maatschappelijke Doelgroepen. Flankerend daaraan is de regionale voorziening voor tijdelijk wonen ‘In Between Places’ in Hilversum. Hier kunnen mensen terecht die vanwege persoonlijke omstandigheden een acute woonvraag hebben, maar niet voor urgentie in aanmerking komen. In In Between Places wordt hen tijdelijke woonruimte geboden voor maximaal twee jaar. Een deel van de appartementen is bedoeld voor gezinnen met maximaal één kind. Tot slot is er Keerpunt Zuid: een semipermanente voorziening die bestaat uit zes wooncontainers voor mensen die niet in een woonwijk kunnen wonen, omdat zij ernstige overlast veroorzaken en onvoldoende woon-/huurvaardigheden bezitten en ook niet kunnen aanleren, maar hier toch hun eigen plek kunnen hebben.

Locatie/organisatie maatschappelijke opvang; alle locaties zijn in Hilversum De Vluchtheuvel crisisopvang voor gezinnen (Kwintes) De Cocon daklozenopvang (Kwintes) Kotter voor gezinnen De Orchidee (Kwintes) voor gezinnen (Huizen)

Aantal plaatsen

Maatschappelijke Opvang Jeugd 16-23 jaar ‘Fast Forward’

8

Totaal aantal plaatsen

54 plaatsen MO (excl 8 plaatsen jongerenopvang) + 9 appartementen voor gezinnen

16 30 2 tot 3 units 6 appartementen

18 Flankerende voorzieningen In Between Places (Dudok Wonen)

Keerpunt Zuid begeleid wonen (Kwintes)

22 woonunits waarvan: 8 studio’s en 4 appartementen. Alleen in de appartementen is 1 kind toegestaan; de studio’s zijn niet bedoeld voor ouders met een kind. 6 woonunits; max 2 personen per unit

Gepland: 2e In Between Places met ondersteuning Gepland: 2e Keerpunt (Skaeve Huse); begeleid wonen

30 eenheden op 1 locatie of verdeeld over 2 of 3 locaties. 6 woonunits (max 2 personen per unit)

Figuur 2 Aanbod maatschappelijke opvang en flankerende opvang in regio Gooi en Vechtstreek – 2023.

De maatschappelijke opvang zit nagenoeg altijd vol. Gemiddeld verblijven daklozen 3-6 maanden in de opvang6, waarbij de uitschieters naar boven voornamelijk gezinnen betreffen. Niet iedereen die zich meldt voor een plaats in de maatschappelijke opvang wordt geplaatst: eerst wordt gekeken naar wat iemand op eigen kracht kan regelen. Wanneer iemand recht heeft op opvang, niet bij bijvoorbeeld vrienden of familie terecht kan, zelf niet kan voorzien in onderdak en de maatschappelijke opvang op dat moment vol is, dan wordt een vervangende oplossing geboden, bijvoorbeeld middels inzet van een hotel. Gezinnen Voor gezinnen zijn er specifieke maatschappelijke opvangvoorzieningen. We willen immers niet dat kinderen in de algemene maatschappelijke opvang verblijven. In de regio Gooi en Vechtstreek worden gezinnen opgevangen in crisisopvang de Vluchtheuvel of wanneer deze opvang vol zit in een hotel. Ook wordt gebruik gemaakt van de Orchidee in Hilversum en de Kotter in Huizen: een enkele keer kan het gezin daar direct terecht, maar meestal worden deze woonunits ingezet als tussenvoorziening (tussen de maatschappelijke opvang en een reguliere sociale huurwoning). Gezinnen ontvangen in deze woonunits ambulante begeleiding. Uitstroom uit de maatschappelijke opvang Figuur 3 toont de in- en uitstroom van mensen in de maatschappelijke opvang in 2021 en 2022.

Locatie MO 2022 Gemiddelde bezetting Uitstroom De Vluchtheuvel crisisopvang (Kwintes) 85% 37 De Cocon daklozenopvang (Kwintes) 104% 58 Fast Forward jongerenopvang 77% 17 Figuur 3 Bezetting en uitstroom maatschappelijke opvang in regio Gooi en Vechtstreek, exclusief jongerenopvang7

7

Rapportages instellingen aan Regio Gooi en Vechtstreek 2022.

19 Hoeveel mensen stroomden vanuit de maatschappelijke opvang naar een woning in de regio? In 2022 verlieten er 119 mensen de maatschappelijke opvang. Naar schatting stroomden er 40, een derde, van deze mensen naar een zelfstandige woning, al dan niet met ambulante begeleiding. Een deel stroomt door richting een instelling voor beschermd wonen of een behandel kliniek. Een ander deel vertrekt naar onbekende bestemming of beland opnieuw op straat, onder de radar of in detentie. Voor de doorstroom vanuit de maatschappelijke opvang richting zelfstandig wonen (woningen én kamers) zijn regionale afspraken gemaakt. In de regionale huisvestingsverordening staat beschreven dat wanneer mensen die uit kunnen stromen naar zelfstandig wonen, na een jaar actief zoeken en reageren nog geen passende woning hebben kunnen vinden, zij in aanmerking komen voor een urgentieverklaring8; zij krijgen dan drie maanden voorrang op een vrijkomende woning. In de nieuwe huisvestingsverordening is opgenomen dat deze periode verkort kan worden naar 9 maanden als langer verblijf in de maatschappelijke opvang of een andere verblijfplaats dan een sociale huurwoning niet helpend is voor herstel waar een andere dan sociale huurwoning geen oplossing van het probleem is. In de praktijk vindt meer dan de helft van de mensen die uitstromen naar zelfstandig wonen binnen een jaar op eigen kracht een woning9.

In 2021 en 2022 kregen respectievelijk 5 en 7 mensen die vanuit de MO uitstroomden een urgentieverklaring. Prognose omvang van deze doelgroep en uitstroom naar zelfstandig wonen. Zowel landelijk als ook in onze regio zien we een toenemende druk op de opvang, ondanks dat de capaciteit (naar rato inwonersaantallen) niet is afgebouwd met het vertrek van Weesp uit deze regio. Steeds meer mensen worden dakloos als gevolg van de toenemende complexiteit van de samenleving en het huidige Rijksbeleid, waarin GGz-behandelbedden zijn afgebouwd en mensen met een psychische kwetsbaarheid vaker zelfstandig wonen. Het overgrote deel van deze mensen behoorde al langer tot de meest kwetsbare groepen. Financiële problemen, al dan niet in combinatie met GGz/verslavingsproblematiek en het ontbreken van een sociaal netwerk, zijn de grootste risicofactoren voor dakloosheid10. Sinds 2022 zien we landelijk en ook in deze regio, meer economisch daklozen, moeders met kinderen die bij scheiding de woning moeten verlaten. Ook melden zich in toenemende mate mensen vanuit Afrika zonder verblijfsvergunning zich bij de maatschappelijke opvang. Hoe het aantal dak- en thuislozen zich de komende jaren gaat ontwikkelen laat zich moeilijk voorspellen. Factoren die hier van invloed op zijn, zijn maatschappelijke/economische ontwikkelingen en beleidswijzigingen in het zorg- en ondersteuningsstelsel.

Landelijk is er een stijgende trend waarneembaar in het aantal mensen dat een beroep doet op de maatschappelijke opvang. Deze stijging is sterker dan de bevolkingsgroei in deze periode; ook relatief zijn er dus steeds meer cliënten die een beroep doen op de opvang. De Federatie Opvang verwacht dat de stijgende trend van de afgelopen jaren zal doorzetten, onder meer door de ambulantisering in de GGZ. Tegelijkertijd lijkt een toenemende politiek-bestuurlijk focus te ontstaan rond 'bestaanszekerheid' waaruit wellicht maatregelen voorvloeien die contrair zijn aan geconstateerde trend. Het voorkomen van dak- en thuisloosheid door preventie is een belangrijk aangrijpingspunt om de druk op maatschappelijke opvangvoorzieningen te verlagen. De twee belangrijkste pijlers van het Nationaal Actieplan Dakloosheid zijn Preventie en Wonen Eerst. Ook de uitstroommogelijkheden zijn van 8

Mits zij voldoende passend gereageerd hebben en mét positief advies van gemeente en zorgaanbieder. Schatting op basis van ervaring maatschappelijke opvang. 10 Beleidsplan2022-2025 Bescherming en Opvang, Regio Gooi en Vechtstreek. 9

20 invloed: als er meer mogelijkheden zijn voor uitstroom kan de verblijfsduur worden verkort en zijn dus minder plekken maatschappelijke opvang nodig voor hetzelfde aantal cliënten. Welke mogelijke knelpunten zijn er in de match van vraag en aanbod aan passende woningen en woon(zorg)vormen nu en op termijn en welke aanvullende beleidsmaatregelen zijn mogelijk om hierin te voorzien? Beperking huidige maatschappelijke opvang Ondanks de maatschappelijke opvangvoorzieningen, slaapt er een (relatief kleine) groep mensen in deze regio op straat: mensen die niet in aanmerking komen voor- of niet openstaan voor opvang of niet hanteerbaar zijn in de opvang, kliniek, in het beschermd wonen of in een woning. Deze mensen verblijven wisselend in de opvang, een kliniek, in detentie of op straat. Ook zijn er ‘niet rechthebbenden’ zoals illegalen die conform de wetgeving niet opgevangen mogen worden maar waar soms toch andere keuzes voor gemaakt worden omdat de situatie te zorgelijk is om er niets aan te doen. Hierbij is het de vraag wat de gemeenten en partners. Behoefte aan uitbreiding flankerende voorzieningen Bekend is dat 5 tot 7 mensen in aanmerking komen voor een tweede voorziening zoals Keerpunt Zuid11 (Skaeve Huse).

In de regio wordt vanwege de vraag en het succes van Keerpunt Zuid geprobeerd een 2e Keerpunt van de grond te krijgen: de realisatie hiervan stagneert doordat het gemeenten vooralsnog niet lukt om een locatie te vinden. Ook is er behoefte aan een tweede ‘In Between Places’, voor mensen die -tijdelijk- ook lichte ondersteuning/begeleiding nodig hebben. Het plan ligt er, maar de voortgang stagneert omdat de nieuwe regels voor tijdelijke verhuur in de weg zitten en tevens lukt het niet om een geschikt pand hiervoor te vinden. Beiden voorzieningen zijn een belangrijke schakel in het voorkomen van dakloosheid. Voor de acute opvang van economisch daklozen of mensen die om andere redenen hun woning moeten verlaten, is daarnaast een particuliere voorziening zoals ‘Onder de Pannen’ wenselijk. Kwetsbare groep die (net) niet aanmerking komt voor een urgentieverklaring Een deel van de mensen die hun woning kwijtraken komt (net) niet in aanmerking voor een urgentieverklaring maar lukt het ook niet om op eigen kracht een woning te vinden. Door het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats is de kans dat deze mensen in een kwetsbare situatie geraken groot. Het is belangrijk dat deze mensen tijdig in beeld komen zodat passende hulp georganiseerd kan worden. Hoeveel mensen dit per jaar betreft is niet duidelijk.

Versterken inzet op preventie De ambulante zorg en ondersteuning en de doorstroming naar een zelfstandige woning (zie ook verder) voor kwetsbare groepen die zelfstandig wonen in de regio is goed geregeld. Er zijn verschillende programma’s waarin woningcorporaties, zorgpartijen en gemeente samenwerken om dakloosheid te voorkomen 11

Aangegeven door maatschappelijke organisaties in de regio.

21 zoals bijvoorbeeld ‘Huren onder voorwaarde’. Om dak- en thuisloosheid te voorkomen is het belangrijk de bestaande inzet op vroegsignalering en preventie (o.a. ‘vroeg erop af’ en huisvesting maatschappelijke doelgroepen (HMD)) te bestendigen en versterken. De komende tijd wordt er in de regio ingezet op de vertaling van het Nationale Actieplan Dakloosheid naar een regionaal plan van aanpak. Dit nationaal plan is sterk gefocust op preventie en het principe ‘wonen eerst’. Het ultieme doel is om geen daklozen meer te hebben in Nederland per 2030 (en daarmee ook geen maatschappelijke opvang meer nodig te hebben). Ten aanzien van deze hoge ambitie worden er tegelijkertijd wel de nodige kanttekeningen en afhankelijkheden bij geplaatst in het nationaal plan. Voldoende beschikbare woningen Voldoende beschikbare en passende sociale huurwoningen zijn een belangrijke voorwaarde voor het voorkomen en terugdringen van dakloosheid. De meeste kwetsbare doelgroepen verkeren immers in de omstandigheid dat zij aangewezen zijn op de sociale huursector. Wat ‘voldoende’ is een keuze die we in de regio met elkaar maken. Sociale huurwoningen zijn een schaars goed. Gemeenten hebben via het woonruimte verdeelsysteem in de regio afspraken gemaakt over hoe deze schaarse woningen zo goed mogelijk bereikbaar te houden voor-zen toe te wijzen aan alle doelgroepen die op deze woningen zijn aangewezen.

In het Woonakkoord dat de gemeenten sloten met de provincie Noord-Holland en de woningcorporaties in de regio van de regio is de ambitie vastgelegd dat minimaal 27% van de woningvoorraad sociale huurwoningen betreft. Om dit aantal te halen moeten er tussen 2021 en 2025 jaarlijks tenminste 255 sociale huurwoningen bijgebouwd worden. Dit aantal blijft tot nu toe achter bij de ambitie . Hiermee zal de beschikbaarheid van passende woonruimte voor kwetsbare groepen en andere groepen die aangewezen zijn op de sociale huurwoningen, de komende jaren verder onder druk komen te staan. Naast toevoegen van sociale huurwoningen is ook de (blijvende) aandacht voor doorstroming op de woningmarkt van belang; immers alleen als een woning vrijkomt kan hij ook worden toegewezen. Gezien de prognose van een groeiende omvang van de groep dak- en thuislozen en andere aandachtsgroepen , is het monitoren en evalueren van de huidige verdeelsystematiek en omvang van de woningvoorraad van belang. Zie ook Hoofdstuk 4. Specifieke woonruimte voor jong volwassenen Jong volwassenen verkeren wanneer zij uitstromen uit de maatschappelijke opvang of de (verlengde) jeugdzorg vaak niet in de situatie dat zij een inkomen hebben die toereikend is voor een zelfstandig bestaan in een sociale huurwoning. Bovendien beheersen zij soms niet de vaardigheden om een zelfstandig bestaan te managen.

Voor deze groepen is een alternatief aanbod nodig, bijvoorbeeld onzelfstandige (gedeelde) wooneenheden (goedkopere kamers). Al dan niet met een vorm van begeleiding. Zie hoofdstuk 3.4 Jeugd.

22

3.2

Mensen die uitstromen uit beschermd wonen en langdurige verblijf in GGz-instellingen

Definitie Mensen 18+ die uitstromen uit een instelling voor beschermd wonen, of uit een long stay-GGZ kliniek. Het gaat hierbij puur om de uitstroom naar zelfstandig wonen (al dan niet naar de oude woonsituatie) en niet om de doorstroom naar een andere intramurale setting. De gegevens uit deze woonzorganalyse geven de gemeenten en woonzorgpartijen in de regio informatie over de omvang en inhoud van de woonzorgopgave in de regio/gemeenten. Het gaat hier om voldoende en benodigde passende woningen en zorg- en ondersteuning in de regio.

Wat is er al in de regio? In de regio Gooi en Vechtstreek werken gemeenten regionaal samen m.b.t. inkoop van ambulante voorzieningen en beschermd wonen capaciteit. Samen met woonzorgpartijen en gemeenten geven zij in regionaal verband inhoud aan ‘Bescherming en Opvang (BO)’. Dit omvat de volgende aspecten: -

Preventie en vroegsignalering: voorkomen dat mensen met psychische en/of psychosociale problematiek niet meer zelfstandig kunnen wonen/problematiek verergert Zorg en begeleiding in de buurt / thuis Opvang en terugvalvoorzieningen: locatie voor beschermd wonen/maatschappelijke opvangen respijtvoorzieningen. samenwerking tussen instanties in de uitvoeringspraktijk toegang tot passende (betaalbare) woonruimte

Omvang van de doelgroep beschermd wonen 4% Van de inwoners van de regio heeft psychische problematiek.12 De meeste mensen met een psychische aandoening wonen en functioneren zelfstandig en dus niet in een instelling zoals beschermd wonen. Een deel ontvangt hiervoor medische behandeling. Een klein deel van deze groep redt het, al dan niet tijdelijk, niet om zelfstandig te wonen. Voor hen is begeleiding en ondersteuning thuis of in een instelling voor Beschermd In de regio hebben betrokken organisaties (zorgpartijen, gemeenten, Wonen nodig. Mensen met psychische problematiek die behoefte hebben woningcorporaties) bijvoorbeeld samenwerkingsafspraken gemaakt over de aan een beschermde woonplek kunnen in Nederland aanspraak maken op begeleiding, ondersteuning en toeleiding naar woonzorgvoorzieningen in de regio. Zo verschillende regelingen. Een deel van de groep kan zelfstandig wonen met zal het niet gebeuren dat iemand vanuit zijn verblijf uit een locatie voor beschermd ambulante begeleiding al dan 24/7 beschikbaar, (via de Wmo of Wlz). Een wonen ‘alleen maar’ en woning krijgt en verder aan zijn of haar lot wordt ander deel is aangewezen op Beschermd wonen via de Wlz en een deel overgelaten. vanuit de Wmo.

Mensen met een psychische aandoening die langdurig (meer dan 3 jaar) behandeld worden, verblijven in een GGZ-long stay instelling en krijgen deze zorg en het verblijf vergoed vanuit de Wet Langdurige Zorg (Wlz). De regio is gezamenlijk verantwoordelijk voor de financiering van Beschermd Wonen plekken vanuit de Wmo.

12

Regiomonitor en Regioaanpak GGZ-wonen in de Wet Langdurige zorg. Te raadplegen via: Dialogue (indialogue.io)

23 Figuur 1 laat het aantal mensen met een Wlz of Wmo indicatie voor Beschermd Wonen in de regio zien. In 2021 en 2022 hebben respectievelijk 202 en 125 mensen in de regio een indicatie voor Beschermd Wonen13 en 320 mensen een Wlz-indicatie voor langdurige GGZ-zorg. De forse daling van het aantal mensen met een indicatie voor Beschermd en de stijging van het aantal mensen met een Wlz-indicatie is te verklaren door de beleidswijziging begin 2021 waarbij mensen eerder konden instromen in de Wlz.

Blaricum Eemnes Gooise Meren Hilversum Huizen Laren Wijdemeren Totaal

2021 2022 Aantal unieke inwoners Beschermd Wonen WMO14 4 1 3 1 78 34 67 59 45 26 7 3 3 2 202 125 (-39% t.o.v. 2021)

2021

256

2022 Aantal indicaties WLZ GGZ15 10 5 140 100 50 5 10 320 (+25% t.o.v. 2021)

Figuur 1: aantal unieke personen met een indicatie Beschermd Wonen.

Bewoners van de locaties voor beschermd wonen worden ingeschreven in de gemeente waar de locatie zich bevindt. Op dit moment valt op dat er in 2023 een opvallende daling te zien is in het aantal afgegeven indicaties ten opzichte van 2022. De definitie cijfers worden in de loop van 2024 inzichtelijk. Prognose omvang van deze doelgroep 2025-2030-2040. Hoe het aantal mensen dat in de toekomst gebruik zal maken van een plaats in een locatie voor Beschermd Wonen zich de komende jaren ontwikkeld hangt samen met verschillende factoren. • Allereerst economische en andere maatschappelijke en persoonlijke factoren die ingrijpen in het leven van mensen met psychische kwetsbaarheid. Daarbij geldt dat hoe beter de ondersteuning in de omgeving geregeld is, hoe lager de kans is dat iemand het niet meer zelfstandig redt en instroomt naar een locatie voor Beschermd wonen.

13

Bron Regio Bureau Bescherming & Opvang. Regio Gooi en Vechtstreek, 2023. 15 Regiomonitor en Regioaanpak GGZ-wonen in de Wet Langdurige zorg. Te raadplegen via: Dialogue (indialogue.io) 14

24 •

Wijzigingen in het zorgstelsel hebben ook invloed op de omvang van de groep mensen dat gebruikt maakt van beschermd wonen. Daar is de wijziging van afgelopen jaren een goed voorbeeld van: het aantal indicaties voor Beschermd Wonen vanuit de Wmo is de afgelopen jaren fors gedaald. Dit heeft te maken met het openstellen van Wet Langdurige Zorg (Wlz) GGZ begin 2021 waardoor mensen vanuit een Wmo gefinancierde indicatie over gingen naar een Wlz-GGZ Wonen indicatie. Vanwege de hoge instroom die deze beleidswijziging tot gevolg had, zijn er weer nieuwe beleidswijzigingen afgekondigd die gericht zijn op het beperken van verdere instroom in de Wlz GGZ. Dit zou kunnen resulteren in een toename van het aantal mensen met een indicatie voor BW Wmo. Of dit leidt tot een navenant grotere uitstroom naar zelfstandig wonen is niet goed te voorspellen omdat de groep die vanuit de Wlz terugkomt in de Wmo een groep is met relatief complexere problematiek waarvan de verwachting is dat zelfstandig wonen niet goed mogelijk is.

In het algemeen verwachten we dat de landelijke beleidslijn dat mensen met een psychische beperking vaker beschermd thuis wonen in plaats van in een instelling zich verder doorzet. Door goede zorg- en ondersteunende voorzieningen in de woonomgeving kan voorkomen worden dat mensen met psychosociale problemen het niet meer zelfstandig redden en instromen in een voorziening voor Beschermd Wonen. Goede woonzorgvoorzieningen in de wijk vergroten eveneens de mogelijkheid voor mensen in een Beschermd Wonen locatie om uit te stromen. Hierdoor neemt de druk op beschermd wonen af en worden kosten bespaard. Aanbod in de regio Beschermd Wonen In figuur 2 staat een overzicht van het aanbod in de regio voor Beschermd wonen. In de meeste locaties is sprake van een financieringsmix van plaatsen. Dit betekent dat de plaatsen vanuit de verschillende financieringsstromen ingevuld kunnen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15574137/1