CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

B 1

Gemeenteraad 9 juli 2025, gemeente larenBij agendapunt: Ter kennisname Verbonden partijen34.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit betekent dat zij alle vaccinaties volgens RVP-schema hebben ontvangen in het jaar dat ze zestien worden. Als de MenACWYvaccinatie voor adolescenten niet wordt meegenomen, is de deelname ten minste 52,4% voor jongens en 59,7% voor meisjes. Als ook de destijds alleen aan meisjes aangeboden HPV-vaccinatie, die vanaf 2022 ook aan jongens wordt aangeboden, buiten beschouwing wordt gelaten, ligt de deelname voor jongens ten minste op 82,3% en voor meisjes op 83,8%. Voor 2,9% van alle in 2009 geboren adolescenten is in het jaar dat ze zestien worden (zonder leeftijdsgrens) geen enkele RVPvaccinatie geregistreerd. Adolescenten die geboren zijn in 2009 kregen overigens nog niet allemaal vaccinatie tegen hepatitis B aangeboden (alleen risicogroepen).

Pagina 30 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

Tabel 4 Vaccinatiegraad (%) zuigelingen naar vaccinatie per cohort, op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties)

Cohort

DKTP

Hib

2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2018 2019 2019 2020 2020 2021 2021 2022 2022

94,5 95,2 95,0 95,4 95,4 95,5 95,4 94,8 94,2 93,5 92,6 92,4 92,6 93,1

95,1 95,9 95,6 96,0 96,0 96,1 95,9 95,4 94,9 94,2 93,4 93,1 93,5 93,8

Zuigelingen (2 jaar) Hep Bb Pneu BMR 17,9 18,6 19,3 19,4 19,5 19,7 51,4 94,5 93,8 93,1 92,2 92,0 92,3 93,0

94,4a 94,4 94,8 94,8 95,1 95,0 94,4 93,8 93,6 92,8 92,6 93,0 93,3

96,0 96,2 96,2 95,9 95,9 96,1 96,0 95,5 94,8 93,8 92,9 92,9 93,6 93,6

92,2 92,9 92,2 92,5 92,3 (92,7)e,* (93,3)e,* (92,7)e,* (92,6)e,* (92,7)e,* 87,3* 89,0* 87,6* 90,0* 88,8* f,* f,* f,* f,* (88,0) (89,6) (88,2) (90,0) (89,4)f,* * * * * 85,4 87,2 85,7 87,8 88,3* g,* g,* g,* g,* (86,1) (87,8) (86,3) (87,9) (88,8)g,* * * * * 87,9 88,6 87,9 87,8 88,1* h,* h,* h,* h,* (88,5) (89,2) (88,5) (87,8) (88,8)h,*

MenC/ ACWY 95,9 96,0 96,1 95,9 95,9 96,0 95,8 95,3 94,6 93,5 92,6 92,6 93,2 93,3 92,0 (92,8)e,* 88,3* (89,4)f,* 88,0* (88,9)g,* 87,7* (88,7)h,*

Volledigc

91,2 90,2 90,2 90,8 91,3 (91,9)d 90,1 (90,6)e,* 83,6* (84,2)f,* 83,1* (83,7)g,* 85,4* (86,0)h,*

Alleen voor zuigelingen geboren op of na 1 april 2006. Percentage van het totale cohort. In 2011 is universele hepatitis B-vaccinatie ingevoerd; voorheen werden risicogroepen gevaccineerd. c Kerncijfer volledige deelname zuigelingen: alle aangeboden vaccinaties volgens RVP-schema ontvangen voor het bereiken van de 2-jarige leeftijd. d Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 2 maart 2021. e Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 3 maart 2022. f Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 7 maart 2023. g Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 5 maart 2024. h Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 4 maart 2025. * Gele arcering: het informed consent beïnvloedt deze cijfers (exclusief anonieme vaccinaties; onderrapportage werkelijke vaccinatiegraad). Het effect was voor cohort 20192020 nog beperkt, omdat het kinderen betrof die voor een groot deel voor 1-1-2022 de adviesleeftijd voor vaccinatie bereikten (zie paragraaf 3.2.1). De cijfers voor DKTP-Hib-HepB werden voor zuigelingen geboren vanaf augustus 2020 t/m december 2021 ook negatief beïnvloed als de JGZ-indicatie voor het te volgen DKTP-schema ontbrak en de vaccinatietoestand daardoor mogelijk te strikt werd beoordeeld (zie paragraaf 3.2.2). a

b

Pagina 31 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

Tabel 5 Vaccinatiegraad (%) kleuters, schoolkinderen en adolescenten naar vaccinatie per cohort, op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties)

Kleuters (5 jaar) D(K)TP revac basisa totaalb 92,0 2,6 94,7 92,3 2,1 94,4

Cohort 2005 2006 2006 2007 92,3 2007 2008 92,0 2008 2009 91,9 2009 2010 91,5 2010 2011 91,1 2011 2012 90,4 2012 2013 90,3 2013 2014 89,9 2014 2015 89,4 2016 88,5 2016 (89,0)e,* 2017 86,6* 2017 (87,1)f,* 2018 80,1* 2018 (80,6)g,* 2019 78,4* 2019 (78,9)h,*

Schoolkinderen (10 jaar) DTP 92,0 90,8

BMR 92,0 90,9

2,4

94,7

90,0

90,1

2,4

94,4

89,5

89,5

2,2

94,1

89,7

89,7

2,1

93,7

2,1

93,2

2,3

92,7

2,2

92,5

2,4

92,2

2,6 2,3

92,0 90,8 (91,2)e,* 88,7* (89,1)f,* 82,0* (82,4)g,* 80,2* (80,6)h,*

2,1* 1,8* 1,8*

88,9 89,0 (91,9)d (91,9)d 86,3 86,4 (89,7)e,* (89,7)e,* 82,5* 82,7* f,* (85,0) (85,1)f,* * 78,2 78,5* g,* (81,1) (81,2)g,* * 78,2 79,0* h,* (80,6) (81,2)h,*

Adolescenten (14/11 of 15 jaar) HPV♀c HPV♂ 53,0 63,1 (68,0)d 47,6 (66,4)e,* 58,5* (63,6)f,*

51,8* 45,5* g,* (60,1) (54,1)g,* 57,5* 53,7* h,* (62,9) (59,3)h,*

Kinderen die basisimmuniteit pas bereiken op de leeftijd van 2 tot 5 jaar en daarom niet in aanmerking komen voor revaccinatie (= revac). b Voldoende beschermd (= som gerevaccineerd + basisimmuun 2 tot 5 jaar). c Vanaf cohort 2012 op 11 in plaats van 14 jaar vanwege verlaging vaccinatieleeftijd. d Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 2 maart 2021. e Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 3 maart 2022. f Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 7 maart 2023. g Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 5 maart 2024. h Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 4 maart 2025. * Gele arcering: het informed consent beïnvloedt deze cijfers (exclusief anonieme vaccinaties; onderrapportage werkelijke vaccinatiegraad). Het effect was voor cohort 20162017 (kleuters), 2011-2012 (schoolkinderen), cohort 2007-2008 (HPV) en cohort 2006-2007 (MenACWY) nog beperkt, omdat het kinderen betrof die voor een groot deel voor 1-1-2022 de adviesleeftijd voor vaccinatie bereikten (zie paragraaf 3.2.1). a

Pagina 32 van 105

MenACWY 84,3 (85,3)e,* 80,3* (81,3)f,* 66,1* (68,6)g,* 69,0* (70,7)h,*

RIVM-rapport 2025-0019

Tijdige start RVP Vanaf 2020 is het vaccinatieschema veranderd (DKTP-vaccinatie op leeftijd (2), 3, 5 en 11(12) maanden in plaats van 2, 3, 4 en 11 maanden). Sindsdien krijgen de meeste kinderen hun eerste DKTPvaccinatie rond drie in plaats van twee maanden. Omdat de maternale DKT-vaccinatie eind 2019 al werd ingevoerd en daarvoor ook al buiten het RVP werd gegeven, geldt dat een deel van de kinderen dat in 2019 is geboren dit nieuwe vaccinatieschema al heeft gevolgd, zonder dat de indicatie voor dit schema in Præventis is geregistreerd. Ook voor kinderen die vanaf 2020 zijn geboren, geldt dat de indicatie voor het gevolgde DKTP-schema (start bij twee of drie maanden) niet altijd correct geregistreerd is in Præventis, omdat de JGZ dit in die gevallen niet heeft doorgegeven. Hierdoor is de tijdigheid van de eerste DKTPvaccinatie minder goed te beoordelen. Wel laat Figuur 2 voor kinderen die vanaf 2019 zijn geboren duidelijk een vaccinatiepiek rond de leeftijd van twee en drie maanden zien, waarbij in 2020-2023 steeds meer kinderen rond de leeftijd van drie maanden zijn gevaccineerd. Figuur 2 Cumulatief percentage gevaccineerde kinderen naar leeftijd bij de eerste DKTP-vaccinatie (cohort 2019-2023), op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties) 100%

80%

cumulatief percentage

2023 2022 60%

2021 2020 2019

40%

20%

0%

25 30 35 40 45 50 55 60 65 70 75 80 85 90 95 100 105 110 115 120 leeftijd eerste DKTP-vaccinatie (in dagen)

Inhaalvaccinaties De cijfers in dit rapport zijn altijd een momentopname: het is mogelijk om een vaccinatie op een later moment in te halen. Hoewel dit positief is, is tijdige vaccinatie veelal belangrijk om beschermd zijn tegen ernstige infectieziekten. Figuur 3 laat duidelijk zien dat de HPVvaccinatie regelmatig wordt ingehaald. Waar de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens voor meisjes en jongens die in 2012 geboren zijn (uitgenodigd in 2022) in het rapport van vorig jaar nog ten minste 60,1%, respectievelijk 54,1% was, is deze inmiddels toegenomen naar Pagina 33 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

ten minste 62,5%, respectievelijk 56,5%. De verwachting is dat ook de vaccinatiegraad voor meisjes en jongens die geboren zijn in 2013 (uitgenodigd in 2023) nog verder gaat toenemen. De vaccinatiegraadcijfers voor de HPV-inhaalcampagnes die in 2023 plaatsvonden, worden beschreven in paragraaf 3.5.2. Figuur 3 HPV-vaccinatiegraad met en zonder leeftijdsgrens (situatie maart 2025), uitgesplitst naar geboortecohort, op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties) 100

op 14-jarige leeftijd

op 11-jarige leeftijd

zonder leeftijdsgrens

90

Vaccinatiegraad (%)

80 70 60

65,1 60,0

50 40

68,4

70,1

63,1

66,8

57,5 51,8

47,6

45,5

56,5

58,5

53,0

62,9

62,5

59,3 53,7

45,5

30 20 10 0 2004

2005

2006

2007

2008

2012

2012

2013

2013

Geboortecohort

Oudere geboortecohorten (links in de grafiek) hebben meer tijd gehad om een HPVvaccinatie in te halen dan het jongste geboortecohort 2013 (rechts in de grafiek).

Maternale vaccinaties Tabel 6 geeft de landelijke vaccinatiegraad voor maternale DKTvaccinatie vanaf cohort 2020 en maternale griepvaccinatie vanaf griepseizoen 2023/2024 weer. De deelname aan de maternale DKTvaccinatie onder vrouwen met een kind dat geboren is in de periode januari tot en met december 2024 wordt op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties geschat op ten minste 67% (zie Bijlage 1 voor de methode). Voor de JGZ bestaat de doelgroep voor de maternale griepvaccinatie uit vrouwen die tijdens het griepseizoen 2024/2025 (1 oktober 2024 tot 1 maart 2025) 22 weken of langer zwanger waren en geen medische indicatie hadden voor griepvaccinatie. Dit betreft dus niet alle zwangeren. Op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties) schatten we de deelname aan de maternale griepvaccinatie op ten minste 18% (zie Bijlage 1 voor de methode). Omdat anonieme maternale griepvaccinaties op basis van het moment waarop ze zijn toegediend specifiek toe te schrijven zijn aan het griepseizoen 2024/2025, is het in tegenstelling tot bij de andere in dit rapport besproken vaccinaties wel mogelijk deze mee te tellen. De Pagina 34 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

geschatte deelname aan de maternale griepvaccinatie komt inclusief anonieme vaccinaties uit op 20%. Deze beide schattingen zijn exclusief vaccinaties die in principe de huisarts toedient aan zwangeren met medische indicatie (en eventuele vaccinaties via de werkgever). Naar schatting heeft ongeveer 10% van de zwangeren een medische indicatie [16]. Dit leidt tot een onderschatting van de deelname aan de maternale griepvaccinatie. Iets meer dan de helft (54%) van de vrouwen die tussen 1 oktober 2024 en 1 maart 2025 een maternale vaccinatie via de JGZ haalden, koos alleen voor de maternale DKT-vaccinatie. 46% koos ervoor om beide maternale vaccinaties te halen. Slechts een heel klein deel (<1%) heeft alleen de maternale griepvaccinatie gehaald. Tabel 6 Schatting vaccinatiegraad (%) maternale vaccinaties (per cohort of griepseizoen) op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties, voor MGV ook inclusief anonieme vaccinaties)

DKT Cohorta

%

2020 2021 2022 2023 2024

70 66c 64* 64* 67*

Maternale vaccinaties MGV b Griepseizoen % % incl. anonieme vaccinaties

2023/2024 2024/2025

15* 18*

16 20

Betekenis afkortingen: DKT = maternale DKT-vaccinatie, MGV = maternale griepvaccinatie. a 2024: vrouwen met kind dat geboren is in januari–december 2024, 2023: vrouwen met kind dat geboren is in januari–december 2023, 2022: vrouwen met kind dat geboren is in januari–december 2022, 2021: vrouwen met kind dat geboren is in januari–december 2021. b Voor maternale griepvaccinatie (MGV) wordt het aantal zwangeren dat in aanmerking kwam geschat op 40/52 deel van de noemer voor maternale DKT-vaccinatie. c Vanwege administratieve issues waren nog niet alle maternale DKT-vaccinaties in Præventis geregistreerd. In verslagjaar 2023 is de deelname opnieuw geschat op 71%. * Gele arcering: het informed consent beïnvloedt deze cijfers (exclusief anonieme vaccinaties; onderrapportage werkelijke vaccinatiegraad) (zie paragraaf 3.2.1).

3.3.2

Vaccinatiegraad op regionaal niveau De vaccinatiegraad op GGD-regioniveau op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties) staat weergegeven in Bijlage 5 (met leeftijdsgrens) en Bijlage 6 (zonder leeftijdsgrens). Het volledige overzicht van alle vaccinatiepercentages (met en zonder leeftijdsgrens) per gemeente is te raadplegen via: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2025-0019.xlsx. Voor een aantal vaccinaties staat de geografische spreiding van gemeenten met een lagere vaccinatiegraad – op basis van de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens – weergegeven in de Figuren 4-7. De meeste van deze gemeenten concentreren zich in de zone die ook wel ‘Bible belt’ heet en rond de grote steden. De Bible belt is een gebied waar van oudsher veel mensen wonen die zich om godsdienstige redenen niet laten vaccineren. De geografische kaarten uit de Figuren 4-7 en die van de overige vaccinaties worden ook weergegeven via VZinfo: https://www.vzinfo.nl/vaccinaties/regionaal. Pagina 35 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

Als in deze geografische kaarten een gemeente wordt geselecteerd (door erop te klikken), komt er een tabel tevoorschijn met de vaccinatiegraad met en zonder leeftijdsgrens van de afgelopen jaren in de desbetreffende gemeente (herberekend naar de meest recente gemeentelijke indeling). Deze regionale cijfers over de tijd zijn ook beschikbaar in de vorm van open data op CBS StatLine: https://statline.rivm.nl/#/RIVM/nl/dataset/50141NED/table. Let op: verschillen tussen regio’s of gemeenten en tussen jaren worden niet alleen veroorzaakt door daadwerkelijke verschillen in deelname, maar ook door de mate waarin op regionaal niveau informed consent wordt geregistreerd (afhankelijk van de bereidheid van gevaccineerden en/of de ouder(s) om toestemming te geven en de inspanning van de JGZ om toestemming te verkrijgen). Daarnaast werden regionale verschillen in de DKTP-Hib-HepB-vaccinatiegraad bij zuigelingen tijdelijk (verslagjaar 2023-2024) beïnvloed door de mate waarin de DKTPschema-indicatie op regionaal niveau werd doorgegeven. Tot slot is de vaccinatiegraad in gemeenten met weinig inwoners gevoeliger voor schommelingen dan de landelijke vaccinatiegraad. Voor de geografische kaarten geldt dat vanaf verslagjaar 2022, anders dan in eerdere verslagjaren, de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens (exclusief anonieme vaccinaties) wordt getoond.

In de open data zijn voor verslagjaren 2022-2025 de cijfers zowel met leeftijdsgrens als zonder leeftijdsgrens (exclusief anonieme vaccinaties) beschikbaar. Tot slot geeft Figuur 8 weer dat er nog steeds sterke verschillen tussen JGZ-organisaties zijn wat betreft de verdeling van het aandeel toegediende maternale DKT-vaccinaties en maternale griepvaccinaties.

Pagina 36 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

Figuur 4 Vaccinatiegraad per gemeente voor D(K)TP voor zuigelingen (cohort 2022), kleuters (cohort 2019) en schoolkinderen (cohort 2014), op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (zonder leeftijdsgrens, exclusief anonieme vaccinaties)

DKTP voldoende beschermd = gerevaccineerd of komt niet in aanmerking voor revaccinatie Pagina 37 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

Figuur 5 Vaccinatiegraad per gemeente voor BMR voor zuigelingen (cohort 2022) en schoolkinderen (cohort 2014), en volledige (niet-)deelname voor zuigelingen (cohort 2022), op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (zonder leeftijdsgrens, exclusief anonieme vaccinaties)

Pagina 38 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

Figuur 6 Vaccinatiegraad per gemeente voor HPV voor jongens en meisjes (cohort 2013) en MenACWY (cohort 2009) voor adolescenten, op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (zonder leeftijdsgrens, exclusief anonieme vaccinaties)

Pagina 39 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

Figuur 7 Geschatte deelname aan de maternale DKT-vaccinatie (vrouwen met een kind dat geboren is in de periode januari-december 2024, exclusief anonieme vaccinaties) en de maternale griepvaccinatie (zwangeren die in aanmerking kwamen voor griepvaccinatie in het griepseizoen 2024/2025, inclusief anonieme vaccinaties)

Figuur 8 Verdeling maternale DKT-vaccinaties en maternale griepvaccinaties naar JGZ-organisatie, op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties) Alleen maternale DKT-vaccinatie

Alleen maternale griepvaccinatie

Beiden

100% 90%

Verdeling maternale vaccinaties

80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

JGZ-organisatie

Enkel JGZ-organisaties die in totaal minimaal 10 maternale vaccinaties hebben geregistreerd, worden weergegeven. Pagina 40 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

3.3.3

Vaccinatiegraad Caribisch deel Koninkrijk der Nederlanden Tabel 7 presenteert de vaccinatiegraad in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Voor Curaçao en Sint Maarten was het wegens omstandigheden niet mogelijk om tijdig gegevens aan te leveren. Over het algemeen is de vaccinatiegraad in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden hoog. Door verschil in doelgroepen en vaccinatieschema’s zijn gegevens over de vaccinatiegraad echter niet altijd goed vergelijkbaar. De methode om de vaccinatiegraad te bepalen, zoals die in dit hoofdstuk is gebruikt, geeft voor schoolgaande kinderen in dit gebied vaak een onderschatting. Dit komt doordat vaccinaties meestal per schooljaar worden aangeboden, ongeacht het geboortejaar van een kind. De leeftijdsgrenzen van 5, 10 en 15 jaar worden in dat geval niet altijd gehaald. Tabel 7 Vaccinatiegraada,b Caribisch deel Koninkrijk der Nederlanden

Zuigelingen (2 jaar)

Aantal in cohort 2022 Aantal DKT(P)-Hib(Hep B) % DKT(P)-Hib-(Hep B) Aantal Hep B % Hep B Aantal Polio % Polio Aantal Pneu % Pneu Aantal BMR(W)1 % BMR(W)1 Aantal BMR(W)2 % BMR(W)2 Aantal MenACWY % MenACWY Kleuters (5 jaar)

Aantal in cohort 2019 Aantal D(K)T(P) % D(K)T(P) Aantal BMR(W)2 % BMR(W)2

Aruba Bonaire Curaçao 948 242 * d 879 209 *

Sint Sint Saba Eustatius Maarten 20 32 * 20 24 *

92,7% 86,4% d 898 n.a. 94,7% n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. d 888 216 93,7% 89,3% d 894 222 94,3% 91,7% n.a. 172 n.a. h 71,1% n.a. 217 n.a. 89,7%

100% n.a. n.a. n.a. n.a. 20 100% 20 100% n.a. n.a. 20 100%

* n.a. n.a. * * * * * * * * n.a. n.a.

Aruba Bonaire Curaçao 1.235 266 * d 1.059 171 * 85,7% 64,3% * d 1.040 n.a. n.a. 84,2% n.a. n.a.

75,0% n.a. n.a. n.a. n.a. 24 75,0% 27 84,4% n.a. n.a. 27 84,4%

* * * n.a. n.a. * * * * n.a. n.a. n.a. n.a.

Sint Sint Saba Eustatius Maarten 18 34 * 18 12 * 100% 35,3% * 18 12 * 100% 35,3% *

Pagina 41 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

Schoolkinderen (10 jaar) Aruba Bonaire Curaçao e Aantal in cohort 2014 1.422 297 * Aantal D(K)T(P) 1.154 44 * i % D(K)T(P) 81,2% 14,8% * Aantal BMR2 1.345 129 n.a. f % BMR2 94,6% i 43,4% n.a. Adolescente meisjes (10 jaar) Aruba Bonaire Curaçao g Aantal in cohort 2014 728 163 n.a. Aantal HPV 494 20 n.a. % HPV 67,9% i 12,3% n.a. Adolescente jongens (10 jaar) Aruba Bonaire Curaçao Aantal in cohort 2014 n.a. n.a. n.a. Aantal HPV n.a. n.a. n.a. % HPV n.a. n.a. n.a. Adolescenten (15 jaar)

Aantal in cohort 2009 Aantal MenACWY % MenACWY

Sint Sint Saba Eustatius Maarten 21 52 * 21 40 * 100% 76,9% * 21 n.a. n.a. 100% n.a. n.a. Sint Sint Saba Eustatius Maarten <10 22 * <10 12 * 100% 54,5% * Sint Sint Saba Eustatius Maarten 12 20 * 12 8 * 100% 40% *

Sint Sint Aruba Bonaire Curaçao Saba Eustatius Maarten n.a. n.a. n.a. 20 31 n.a. n.a. n.a. n.a. 13 8 n.a. n.a. n.a. n.a. c 65,0% 25,8% n.a.

* Niet tijdig aangeleverd/wegens omstandigheden niet mogelijk om aan te leveren. a De registratiesystemen in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden (met uitzondering van Aruba) zijn niet aangesloten op de bevolkingsadministratie. Immigratie en emigratie zijn daardoor niet zo zorgvuldig bij te houden als in Europees Nederland. De cijfers in deze tabel geven de best mogelijke benadering. b Vaccinatietoestand op 2-jarige leeftijd: DKTP/BMR(W)/MenACWY = basisimmuun, Hib/Hep B/Pneu = volledig afgesloten; op 5-jarige leeftijd: D(K)TP = gerevaccineerd, BMR = volledig afgesloten; op 10-jarige leeftijd: DTP/ BMR/HPV = volledig afgesloten; op 15-jarige leeftijd: MenACWY volledig afgesloten. c Voorlopige vaccinatiegraad: de vaccinatie is gekoppeld aan het schooljaar en niet aan het geboortejaar. Een deel van deze kinderen krijgt in 2025 vaccinatie aangeboden. d Op Aruba gaat het om alle kinderen geboren in 2022 respectievelijk 2019 die voor of op 31 december 2024 het juiste aantal vaccinaties voor hun leeftijd hebben gekregen. e Op Aruba wordt DKTP gegeven in groep 7 van het regulier onderwijs, ongeacht leeftijd, en op de leeftijd van 10 jaar in het speciaal onderwijs. Deze cijfers betreffen het schooljaar 2023-2024 in plaats van cohort 2014 op 10-jarige leeftijd.

f Vanaf cohort 2008 is de leeftijd voor BMR2 vervroegd naar 4 jaar, waardoor het percentage gevaccineerde kinderen voor BMR2 hoger is dan dat van DKTP op deze leeftijd. g Op Aruba wordt HPV-vaccinatie aangeboden aan meisjes in groep 8, ongeacht leeftijd. Deze cijfers betreffen het schooljaar 2023-2024 in plaats van cohort 2014 op 10-jarige leeftijd. h Bonaire heeft per 1 januari 2019 de BMR2-vaccinatie vervroegd van 9 jaar naar 18 maanden. i De relatief lage vaccinatiegraad voor cohort 2014 komt mogelijk doordat een deel van de kinderen wel in het administratiesysteem staat maar niet in beeld is bij de JGZ. Bijvoorbeeld omdat zij een groot deel van de tijd in Nederland wonen.

Pagina 42 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

3.4

Duiding cijfers vaccinatiegraad De vaccinatiegraad is een belangrijke pijler voor de monitoring van het RVP. Goed inzicht in de vaccinatiegraad is ook van belang voor de beoordeling van de (vaccin)effectiviteit en veiligheid van vaccinatie. De vaccinatiegraad is, kort gezegd, een deelnamepercentage. Het geeft aan welk deel van een bepaalde groep personen gevaccineerd is binnen het RVP. Daarbij wordt meegenomen of de gewenste (serie van) vaccinaties volgens de RVP-richtlijn voor een bepaalde leeftijdsgrens behaald zijn. De in dit rapport besproken geboortecohorten kwamen grotendeels in 2023 in aanmerking voor vaccinatie. We noemen het ’verslagjaar 2025’, omdat dat het jaar is waarin de vaccinatiegraad is bepaald. De vaccinatiegraad is een momentopname en neemt in de loop van de tijd nog wat toe. De vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens (die ook vaccinaties bevat die tot begin maart van het betreffende rapportagejaar nog na de leeftijdsgrens gegeven zijn) ligt dan ook iets hoger dan de vaccinatiegraad met leeftijdsgrens. Het inhalen van RVP-vaccinaties kan ook daarna nog tot de leeftijd van 18 jaar gratis plaatsvinden. De vaccinatiegraad wordt niet voor de gehele bevolking in Nederland berekend, maar elk jaar voor een volgend geboortecohort. Een daling in de vaccinatiegraad in een bepaald geboortecohort is geen gunstige ontwikkeling.

Maar dat betekent niet meteen dat de gehele bevolking als zodanig aanzienlijk minder beschermd is. Ook hoeft een relatief hoge landelijke vaccinatiegraad niet te betekenen dat de vaccinatiegraad op regionaal niveau overal hoog is. Er zijn grote regionale verschillen in Nederland. Ook binnen regio’s en zelfs binnen gemeenten kunnen er aanzienlijke verschillen zijn. In sommige gebieden is de vaccinatiegraad hoger, in andere lager. Denk aan gebieden waar veel ouders wonen die hun kinderen om religieuze redenen niet laten vaccineren of de grote steden. Daar is de kans op uitbraken van infectieziekten dan ook groter. Net als vorig jaar, worden de vaccinatiegraadcijfers in dit verslagjaar beïnvloed door het informed consent. Anonieme vaccinaties kunnen niet in de berekening van de vaccinatiegraad worden meegenomen, doordat geboortejaar, geslacht, woonplaats en dosis in dat geval ontbreken. Hierdoor betreft de vaccinatiegraad per definitie een onderrapportage van de werkelijke vaccinatiegraad. De cijfers moeten worden gezien als een ondergrens. Daarnaast is het aandeel anonieme vaccinaties niet elk jaar hetzelfde. Bij het vergelijken van de vaccinatiegraad tussen verslagjaren, moet dus rekening worden gehouden met een wisselende mate van effect van het informed consent.

Zo kan het zijn dat de geregistreerde vaccinatiegraad toeneemt, terwijl de werkelijke vaccinatiegraad gelijk blijft af zelfs afneemt. Dit maakt de duiding van veranderingen complex. Naast het informed consent, werden de vaccinatiegraadcijfers voor de DKTP-Hib-HepB-vaccinatie bij zuigelingen tijdelijk (verslagjaren 20232024) te laag ingeschat door het ontbreken van de JGZ-indicatie voor het te volgen DKTP-schema. Geschat wordt dat de vaccinatiegraad voor zuigelingen die in 2021 geboren zijn (verslagjaar 2024) ongeveer 2,5 procentpunt te laag werd ingeschat voor DKTP, 1,5 procentpunt voor Hib, 2,3 procentpunt voor HepB en 2,2 procentpunt voor volledige deelname.

Pagina 43 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

Door een aanpassing in het bepalen van de vaccinatietoestand in Præventis (administratieve correctie), worden de cijfers vanaf verslagjaar 2025 niet langer negatief beïnvloed door missende JGZindicaties (zie paragraaf 3.2.2 ook voor toelichting over het belang van goede registratie van de JGZ-indicatie). Ook hiermee moet rekening worden gehouden bij het vergelijken van de vaccinatiegraad bij zuigelingen tussen verschillende verslagjaren. Een toename in de geregistreerde vaccinatiegraad betreft in dit geval dus geen werkelijke toename, maar een administratieve correctie. Op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (dus exclusief anonieme vaccinaties) ligt de landelijke vaccinatiegraad op 2-jarige leeftijd voor zuigelingen voor de DKTP-Hib-HepB-vaccinaties ongeveer 2 procentpunt hoger dan vorig jaar. Voor de Pneu-, BMR- en MenACWYvaccinaties is de geregistreerde vaccinatiegraad op 2-jarige leeftijd ongeveer gelijk gebleven. Bij kleuters ligt de geregistreerde DKTPvaccinatiegraad op 5-jarige leeftijd bijna 2 procentpunt lager dan vorig jaar. Voor schoolkinderen is de geregistreerde DTP- en BMRvaccinatiegraad op 10-jarige leeftijd nagenoeg gelijk gebleven. De geregistreerde HPV-vaccinatiegraad ligt op 11-jarige leeftijd voor jongens ongeveer 8 procentpunt hoger en voor meisjes 6 procentpunt.

Bij de MenACWY-vaccinatie voor adolescenten ligt de geregistreerde vaccinatiegraad op 15-jarige leeftijd ongeveer 3 procentpunt hoger. De geregistreerde deelname aan de maternale vaccinaties ligt ongeveer 3 procentpunt hoger dan vorig jaar. In de bovenstaande cijfers is echter nog geen rekening gehouden met de anonieme vaccinaties en de administratieve correctie voor het ontbreken van de JGZ-indicatie voor het te volgen DKTP-schema. Een verandering in de geregistreerde vaccinatiegraad hoeft niet per se een verandering in de daadwerkelijke vaccinatiegraad te betekenen. Hieronder geven we nu zo goed als mogelijk duiding aan de trend in de landelijke vaccinatiegraad met leeftijdsgrens, rekening houdend met vaccinsoort, leeftijd, het moment dat de in dit rapport besproken geboortecohorten in aanmerking kwamen voor vaccinatie én het aandeel anonieme vaccinaties in 2023 (situatie maart 2025, zie Tabel 3) (zie paragraaf 3.2.1) en de administratieve correctie voor de JGZ-indicatie voor het DKTP-schema. Deze inschatting kan afwijken van de conclusie die getrokken kan worden op basis van de geregistreerde vaccinatiegraad alleen, wat verwarrend kan zijn. Voor de BMR- en MenACWY-vaccinaties geldt dat zowel zuigelingen als schoolkinderen (BMR) of adolescenten (MenACWY) deze krijgen.

Het percentage anonieme vaccinaties is niet noodzakelijkerwijs gelijk verdeeld tussen zuigelingen en schoolkinderen/adolescenten, maar valt niet op te splitsen, omdat het geboortejaar onbekend is. Daarom is voor de BMR- en MenACWY-vaccinaties ook uitgegaan van het percentage anonieme vaccinaties bij vergelijkbare leeftijdsgroepen. Ten slotte is in 2023 een lager aandeel vaccinaties anoniem binnengekomen ten opzichte van 2022. Een lichte verbetering in de geregistreerde vaccinatiegraad in verslagjaar 2025 is voor sommige vaccinaties (deels) toe te schrijven aan het lagere aandeel anonieme vaccinaties vergeleken met verslagjaar 2024.

Pagina 44 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

Kijkend naar het percentage anonieme vaccinaties (bij vergelijkbare leeftijdsgroepen) en rekening houdend met het moment dat de in dit rapport besproken geboortecohorten in aanmerking kwamen voor vaccinatie, lijkt het aannemelijk dat de werkelijke vaccinatiegraad bij zuigelingen (DKTP-Hib-HepB-, Pneu-, BMR- en MenACWY-vaccinatie) en kleuters (DKTP-vaccinatie) licht is gedaald ten opzichte van verslagjaar 2024. Deze daling wordt voor de DKTP-Hib-HepB-vaccinatie gemaskeerd door de administratieve correctie voor het ontbreken van de JGZindicatie voor het te volgen DKTP-schema. Hierdoor lijkt het ten onrechte alsof de DKTP-Hib-HepB-vaccinatiegraad in verslagjaar 2025 toegenomen is. Dit betreft echter een administratieve toename die wordt veroorzaakt doordat deze vaccinatiegraad in verslagjaren 20232024 nog onderschat werd. De vaccinatiegraad voor de DTP- en BMR-vaccinatie voor schoolkinderen lijkt ongeveer gelijk gebleven. Bij de MenACWY-vaccinatie voor adolescenten heeft de lichte stijging in de geregistreerde vaccinatiegraad waarschijnlijk vooral te maken met een lager aandeel anonieme vaccinaties ten opzichte van vorig jaar. Het is aannemelijk dat de werkelijke vaccinatiegraad vrijwel gelijk is gebleven. De HPV-vaccinatiegraad is duidelijk gestegen, voor jongens meer dan voor meisjes.

Tot slot lijkt de werkelijke deelname aan zowel de maternale DKT- als griepvaccinatie iets hoger dan vorig jaar. Deze duiding betreft de cijfers op landelijk niveau en hoeft niet per se op regionaal niveau op te gaan. Aannames Bij het opstellen van deze duiding zijn aannames gedaan. Hierdoor is het lastig om harde conclusies te trekken. Het gaat om de volgende aannames: • Het percentage anonieme vaccinaties in 2023 (situatie maart 2025, zie Tabel 3) is als uitgangpunt genomen, omdat het grootste deel van de vaccinaties voor de in dit rapport besproken geboortecohorten in 2023 is toegediend. Voor het deel van de kinderen dat al in 2022 in aanmerking kwam voor de DKTP-HibHepB- en Pneu-vaccinaties voor zuigelingen en de DKTPvaccinatie voor kleuters, is rekening gehouden met het percentage anonieme vaccinaties in 2022 (situatie maart 2025). • De anonieme vaccinaties in 2023 betreffen vaccinaties van kinderen uit de in dit rapport besproken geboortecohorten en nauwelijks inhaalvaccinaties door kinderen uit andere geboortecohorten. • De kans op anonieme vaccinaties is gelijk verdeeld over de verschillende doses van een vaccinatieserie. De Pneu-vaccinatie wordt bijvoorbeeld 3 keer gegeven (rond 3, 5 en 11 maanden). Ook voor de DKTP-Hib-HepB-, HPV-, BMR- en MenACWYvaccinaties geldt dat deze meerdere keren worden gegeven.

Per vaccinsoort is wel bekend wat het aandeel anonieme vaccinaties is, maar het is niet bekend om welke dosis het gaat. Deze aanname geldt met name voor de DKTP-Hib-HepB- en Pneuvaccinaties voor zuigelingen en de HPV-vaccinatie voor adolescenten. De aanname geldt in wat mindere mate voor de BMR- en MenACWY-vaccinaties voor zuigelingen en schoolkinderen (BMR) of adolescenten (MenACWY), omdat Pagina 45 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

•

daarbij ook rekening is gehouden met het percentage anonieme vaccinaties bij vergelijkbare leeftijdsgroepen. De kans op anonieme vaccinatie is gelijk verdeeld over de verschillende geboortejaren en het geslacht. Met name voor de HPV-vaccinatie geldt dat er jongeren van veel verschillende leeftijden (van 10 tot en met 26 jaar) zijn uitgenodigd in 2023 en het percentage anonieme vaccinaties niet voor elke leeftijd en voor jongens en meisjes gelijk hoeft te zijn.

3.5

Vaccinatiegraad: aanvullende cijfers

3.5.1

Rotavirusvaccinatie In 2024 is rotavirusvaccinatie toegevoegd aan het RVP. Deze orale vaccinatie mag gegeven worden tot de leeftijd van 24 weken. De vaccinatiegraad voor cohort 2024 is nu nog niet te bepalen, omdat nog niet alle kinderen geboren in 2024 de leeftijd van 24 weken hebben bereikt. De voorlopige geregistreerde deelname (exclusief anonieme vaccinaties) voor de volledige serie (2 doses) lag onder kinderen geboren in de periode 1 januari tot en met 31 augustus 2024 op ten minste 72,8%. Volgens JGZ-professionals is de belangrijkste reden van ouders om hun kind niet tegen rotavirusinfectie te vaccineren, dat ze het vaccin te nieuw en onbekend vinden (Figuur 9) [17]. Het vaccin wordt overigens in veel landen al langere tijd gebruikt. Figuur 9 Belangrijkste redenen die ouders volgens JGZ-professionals (N=539) geven om hun kind niet te vaccineren tegen rotavirusinfectie (meerdere antwoorden mogelijk) 0

10

Percentage (%) 30 40 50 60 70

20

Laten het kind sowieso niet vaccineren

58

Hebben hun oudere kind(eren) ook niet gevaccineerd

43

Zien een rotavirusinfectie niet als ernstig genoeg voor vaccinatie

28

Vinden het vaccin te nieuw en onbekend

68

Hebben angst voor bijwerkingen Hebben geen vertrouwen in de effectiviteit van het vaccin

24 5

Hebben geen vertrouwen in de veiligheid van het vaccin

9

Vinden dat er teveel vaccinaties zijn Anders Geen reden ingevuld

80

19 5 10

Bron: evaluatieonderzoek implementatie en uitvoering maternale griepvaccinatie en rotavirusvaccinatie [17]

Pagina 46 van 105

90 100

RIVM-rapport 2025-0019

HPV-inhaalcampagnes Sinds 2022 krijgen jongens en meisjes een uitnodiging voor de HPVvaccinatie in het jaar dat ze 10 worden. In de periode 2022-2024 werden HPV-inhaalcampagnes gehouden. HPV-inhaalcampagne t/m 18 jaar In 2022-2023 vond er een HPV-inhaalcampagne plaats voor nog niet(volledig) gevaccineerde jongeren t/m 18 jaar. De vaccinatiegraad voor jongeren uitgenodigd in 2022 (geboortecohorten 2004, 2006, 2008 en 2009) werd vorig jaar al gerapporteerd (zie Bijlage 9 voor een update). Figuur 10 geeft de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens weer van jongeren die in 2023 werden uitgenodigd (geboortecohorten 2005, 2007, 2010 en 2011); een deel van de meisjes ontving al eerder een uitnodiging en werd al voor 2023 gevaccineerd (blauwe balken). Zie Bijlage 7 voor cijfers op regionaal niveau. Figuur 10 Vaccinatiegraad HPV-inhaalcampagne t/m 18 jaar zonder leeftijdsgrens, uitgesplitst naar geboortecohort en geslacht, op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties) 100

voor 2023

vanaf 2023

90 80

Vaccinatiegraad (%)

3.5.2

70 60

70,1 65,1

65,5

67,0

59,7

61,8

60,9

56,0

51,8

50 37,0

40 30 20 10 0 2005

2007

2010

2011

Geboortecohort

Meisjes geboren in 2005/2007 werden ook al uitgenodigd in het jaar dat ze 13 werden. Daarom is aangegeven of de vaccinatiegraad al werd behaald vóór 2023 of vanaf 2023.

HPV-inhaalcampagne 19 t/m 26 jaar In 2023-2024 vond er een HPV-inhaalcampagne plaats voor nog niet(volledig) gevaccineerde 19- tot en met 26-jarigen (geboortecohorten 1996 t/m 2003). Figuur 11 geeft de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens voor deze jongvolwassenen weer; een deel van de vrouwen ontving al eerder een uitnodiging en werd voor een groot deel al voor 2023 gevaccineerd (blauwe balken). De cijfers in deze figuur wijken af van die in de Kamerbrief van vorig jaar, omdat daarin werd gekeken naar welk deel van de doelgroep die in 2023 was uitgenodigd voor de inhaalcampagne ten minste één HPV-vaccinatie had ontvangen Pagina 47 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

(24%). In dit rapport worden alle jongvolwassenen uit de geboortecohorten meegenomen, ongeacht of ze door het RIVM zijn uitgenodigd, en wordt gekeken naar de vaccinatiegraad voor de volledige HPV-serie. Vanwege de HPV-inhaalcampagne voor 19- tot en met 26-jarigen werd een extra BRP-update gedraaid om zo ook jongvolwassenen die op of na hun 18e verjaardag in Nederland kwamen wonen te kunnen uitnodigen. Normaliter worden BRP-updates voor het RVP gedraaid tot 18 jaar. Door de update nam het totaal aantal jongvolwassenen voor de geboortecohorten 1996 t/m 2003 in Præventis toe, zonder dat voor deze jongvolwassenen een vaccinatie-intake plaatsvond. Voor hen is de HPVvaccinatiestatus hierdoor onbekend, terwijl ook veel andere landen HPVvaccinatie aanbieden. De vaccinatiegraad voor vrouwen die werd bereikt voor 2023 (blauwe balken in Figuur 11) is hierdoor aanzienlijk lager dan eerder gerapporteerd. Figuur 11 Vaccinatiegraad HPV-inhaalcampagne 19 t/m 26 jaar zonder leeftijdsgrens, uitgesplitst naar geboortecohort en geslacht, op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties) 100

voor 2023

vanaf 2023

90

Vaccinatiegraad (%)

80 70 60

57,0

55,1

50 40

49,6

45,8

58,6

60,1

61,3

51,8

53,4

54,9

62,5

61,3

60,8

57,0

56,7

56,1

30 20

16,1

16,1

16,3

16,7

16,5

17,0

16,9

18,1

10 0 1996

1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

Geboortecohort

Vrouwen werden ook al uitgenodigd in het jaar dat ze 13 werden. Daarom is aangegeven of de vaccinatiegraad al werd behaald vóór 2023 of vanaf 2023.

In Tabel 8 is voor de vaccinatiegraad voor vrouwen daarom een extra uitsplitsing gemaakt naar vrouwen die al voor hun 18e verjaardag in Nederland woonachtig waren (en dus ook al eerder in aanmerking kwamen voor de HPV-vaccinatie) en vrouwen die pas op of na hun 18e verjaardag naar Nederland kwamen. Deze tabel is alleen voor vrouwen opgenomen, omdat de verschillen voor mannen aanzienlijk kleiner zijn omdat zij in Nederland nog niet eerder HPV-vaccinatie aangeboden kregen. Zie Bijlage 8 voor cijfers op regionaal niveau. Pagina 48 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

Bijlage 9 laat de ontwikkeling van de HPV-vaccinatiegraad over de tijd zien. Hierin is duidelijk het effect van de HPV-inhaalcampagnes voor jongeren t/m 18 jaar (2022-2023) en voor jongvolwassenen van 19 tot en met 26 jaar (2023-2024) zichtbaar. Tabel 8 HPV-vaccinatiegraad (%) voor vrouwen die al voor hun 18e of op/na hun 18e verjaardag in Nederland kwamen per cohort, op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties)

Geboortecohort 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003

HPV-vaccinatiegraad Voor 18e verjaardag Op/na 18e verjaardag in Nederland in Nederland* 63,0% 11,2% 65,0% 10,2% 66,6% 8,6% 67,6% 8,1% 67,9% 7,9% 69,4% 6,7% 67,7% 6,6% 65,9% 6,6%

Totaal* 55,1% 57,0% 58,6% 60,1% 61,3% 62,5% 61,3% 60,8%

* Onderschatting omdat voor jongvolwassenen die op of na de 18e verjaardag in Nederland kwamen geen vaccinatie-intake plaatsvond, terwijl HPV-vaccinatie ook in veel andere landen aangeboden wordt.

Ook voor een deel van de vaccinaties in de HPV-inhaalcampagne voor 19tot 26-jarigen is geen toestemming gegeven voor gegevensuitwisseling. Het verkrijgen van inzicht in het effect hiervan op de hoogte van de vaccinatiegraad is gecompliceerd. Er wordt geschat dat de werkelijke vaccinatiegraad rond de 1,5 en 3 procentpunt hoger ligt voor respectievelijk vrouwen en mannen. 3.6

Conclusies

3.6.1

Algemeen Het lijkt erop dat de vaccinatiegraad bij zuigelingen (DKTP-Hib-HepB-, Pneu-, BMR- en MenACWY-vaccinatie) en kleuters (DKTP-vaccinatie) iets is afgenomen ten opzichte van het jaar ervoor. De HPV-vaccinatiegraad is duidelijk toegenomen, voor jongens meer dan voor meisjes. Ook de deelname aan de vaccinaties voor zwangeren (maternale DKT- en griepvaccinatie) lijkt iets verbeterd. Voor de overige vaccinaties (DTPen BMR-vaccinatie voor schoolkinderen en de MenACWY-vaccinatie voor adolescenten) lijkt de vaccinatiegraad gelijk gebleven. De veranderingen in de vaccinatiegraad zijn zo goed als mogelijk ingeschat. Hierbij is rekening gehouden met anonieme vaccinaties (paragraaf 3.4). Deze inschatting kan afwijken van de conclusie die getrokken kan worden op basis van de geregistreerde vaccinatiegraad alleen, wat verwarrend kan zijn. Door een daling in het aandeel anonieme vaccinaties, is de geregistreerde vaccinatiegraad voor de MenACWYvaccinatie bij adolescenten namelijk wel toegenomen, terwijl een toename in de werkelijke vaccinatiegraad niet waarschijnlijk is. Dit geldt ook voor de DKTP-Hib-HepB-vaccinatie bij zuigelingen, maar komt daar vooral door een administratieve correctie voor het ontbreken van de JGZ-indicatie voor het te volgen DKTP-schema.

Pagina 49 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

Hoewel de geregistreerde vaccinatiegraad voor maternale vaccinaties is toegenomen, is er nog steeds een aanzienlijk verschil in hoogte tussen de maternale DKT-vaccinatie (67%) en griepvaccinatie (18% of 20% inclusief anonieme vaccinaties). Ook zijn hierin zijn nog altijd grote verschillen tussen JGZ-organisaties te zien. In de HPV-vaccinatiegraad voor jongeren die werden uitgenodigd in het jaar dat ze 10 jaar werden, is een duidelijke verbetering zichtbaar. Ook is het verschil in vaccinatiegraad tussen jongens en meisjes afgenomen ten opzichte van vorig jaar. Mogelijk hebben de uitgebreide HPVmediacampagnes vanwege de HPV-inhaalcampagnes in 2022-2024 hierop een positief effect gehad. Ook is dit nu het tweede jaar dat zowel jongens als meisjes de HPV-vaccinatie op jongere leeftijd aangeboden kregen. Bij wijzigingen in het RVP wordt meestal een aanloopperiode gezien waarin de vaccinatiegraad bij de start wat lager ligt. 3.6.2

HPV-inhaalcampagnes Er is een duidelijke positieve ontwikkeling in de HPV-vaccinatiegraad over de tijd en effect van de HPV-inhaalcampagnes in 2022-2024. Er zijn daarmee veel jongeren en jongvolwassenen alsnog tegen HPVgerelateerde kanker beschermd. HPV-inhaalcampagne t/m 18 jaar Positief is dat bij bijna alle extra geboortecohorten die in 2023 voor de HPV-inhaalcampagne in aanmerking kwamen (cohorten 2011, 2010, 2007 en 2005) een geregistreerde vaccinatiegraad van ten minste 50% haalden (meisjes 61%-70%, jongens 37%-60%). Wel lijkt de vaccinatiegraad bij oudere jongens geboren in 2005 nog wat achter te blijven zoals vorig jaar ook werd gezien (jongens geboren in 2004 en 2006). Ook hier is te zien dat de verschillen in HPV-vaccinatiegraad tussen jongens en meisjes die in 2023 voor het eerst werden uitgenodigd, kleiner zijn dan voor de cohorten die in 2022 werden uitgenodigd. Meisjes die geboren zijn in 2005 en 2007 hebben overigens meer tijd gehad om de HPV-vaccinatie te halen dan jongens, omdat zij ook in het jaar dat ze 13 jaar oud werden een uitnodiging kregen (deze cijfers worden daardoor ook minder sterk beïnvloed door het informed consent). HPV-inhaalcampagne 19 t/m 26 jaar Voor vrouwen die geboren zijn in de jaren 1996-2003 ligt de geregistreerde vaccinatiegraad tussen de 55% en 62%.

Als we vrouwen die na hun 18e verjaardag in Nederland kwamen wonen buiten beschouwing laten (omdat voor deze groep geen vaccinatie-intake plaatsvond waardoor niet bekend is of zij in het buitenland al tegen HPV werden gevaccineerd), ligt de vaccinatiegraad zelfs tussen de 63% en 69%. Voor mannen die geboren zijn in de jaren 1996-2003 ligt de geregistreerde vaccinatiegraad tussen 16% en 18%. Als we het totaal aantal anonieme vaccinaties mee tellen, zou de vaccinatiegraad hoger liggen; voor mannen mogelijk 3 procentpunt en voor vrouwen mogelijk 1,5 procentpunt.

3.6.3

Rotavirusvaccinatie De voorlopige geregistreerde deelname voor de rotavirusvaccinatie ligt met 72,8% aanzienlijk lager dan voor de andere RVP-vaccinaties voor zuigelingen. Ook is dit lager dan in bijvoorbeeld Noorwegen (95%), Pagina 50 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

Luxemburg (89%), het Verenigd Koninkrijk (89%), Ierland (88%), België (86%), Zweden (85%) en Finland (85%) maar iets hoger dan in Duitsland (68%) en Spanje (70%) op basis van WHO-cijfers voor 2024. Volgens JGZ-professionals is een van de belangrijkste redenen dat ouders hun kind niet laten vaccineren, dat ze het vaccin te nieuw en onbekend vinden. Hoewel het vaccin ‘nieuw’ is het Nederlandse RVP, wordt de rotavirusvaccinatie in veel andere landen al jaren programmatisch aangeboden en toegediend. 3.6.4 3.6.4.1

Complexiteit duiding vaccinatiegraad en regionale verschillen Toestemming voor gegevensuitwisseling (‘informed consent’) Het is positief dat het aandeel anonieme vaccinaties in 2024 verder is gedaald ten opzichte van 2023. Hierdoor gaat de geregistreerde vaccinatiegraad bij een gelijkblijvende deelname omhoog. Het blijft belangrijk om aandacht te vragen voor het informed consent en te leren van best-practices: ook in 2024 zijn er nog aanzienlijke verschillen in het aandeel anonieme vaccinaties tussen JGZ-organisaties en is het aandeel anonieme vaccinaties voor de DKTP-vaccinatie voor kleuters (8%) en de maternale vaccinaties (9%-10%) nog steeds relatief hoog. Nauwkeurig inzicht in de vaccinatiegraad is niet alleen van belang voor de monitoring van het bereik van het RVP, maar ook voor de monitoring van de impact, vaccineffectiviteit en veiligheid.

3.6.4.2

JGZ-indicatie voor te volgen DKTP-schema Vanaf verslagjaar 2025 heeft het ontbreken van de JGZ-indicatie geen negatief effect meer op de vaccinatiegraad voor DKTP-Hib-HepB bij zuigelingen. Voor de monitoring van de impact van vaccinatie en de vaccineffectiviteit blijft het echter belangrijk dat de JGZ-indicatie voor alle kinderen doorgegeven wordt aan het RIVM. Anders is niet goed te bepalen of kinderen tijdig gevaccineerd worden en voldoende beschermd zijn op de leeftijd van 2-3 maanden.

3.6.4.3

Regionale verschillen Bij de interpretatie van verschillen tussen regio’s of gemeenten en verschillen tussen jaren binnen eenzelfde regio of gemeente is het belangrijk om voorzichtig te zijn. Zeker wanneer het aandeel anonieme vaccinaties over tijd verandert en nog aanzienlijk tussen JGZorganisaties verschilt. En omdat er vanaf verslagjaar 2025 een administratieve correctie voor het ontbreken van de JGZ-indicatie voor het te volgen DKTP-schema is doorgevoerd, terwijl het aandeel ontbrekende JGZ-indicaties ook per JGZ-organisatie verschilt. Een verandering of verschil in de geregistreerde vaccinatiegraad hoeft dan niet per se een daadwerkelijke verandering of verschil in de vaccinatiegraad te betekenen.

3.6.5

Doelstellingen WHO Het is niet meer goed vast te stellen of de internationale doelstelling om te komen tot een nationale vaccinatiegraad van minimaal 90% voor alle individuele vaccinaties wordt gehaald. Voor de meeste vaccinaties ligt de vaccinatiegraad op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties net onder de grens van 90%. Maar vanwege het effect van het informed consent is de vaccinatiegraad een onderrapportage en moeten de cijfers als een ondergrens worden gezien. Voor de BMR-vaccinatie is wel duidelijk dat de WHO-norm van 95% [18], nodig voor de eliminatie van Pagina 51 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

mazelen, zeker niet wordt gehaald (Figuur 12). Dit geldt ook voor het streefpercentage van de WHO voor de HPV-vaccinatie (90% op 15-jarige leeftijd in 2030) om baarmoederhalskanker te elimineren [19]. Voor Nederland als geheel stelt de WHO dat voor rodehond en mazelen sprake is van ‘interrupted endemic transmission’ en een ‘low risk’ voor polio met ‘no wild or vaccine-derived poliovirus circulation’. Figuur 12 Ontwikkeling BMR-vaccinatiegraad over de tijd

Vaccinatiegraad (%)

100

90

80

70

Verslagjaar BMR basisimmuun op leeftijd 2 jaar BMR volledig afgesloten op leeftijd 10 jaar Internationale streefwaarde BMR-vaccinatiegraad (95%) Internationale streefwaarde vaccinatiegraad algemeen (90%) Stippellijnen: exclusief anonieme vaccinaties (onderrapportage werkelijke vaccinatiegraad)

3.6.6

Tot slot In 2024 was het aantal gevallen van met name kinkhoest, maar ook van mazelen en bof hoog. Tegelijkertijd is ook de infectiedruk hoog vanwege het relatief hoge aantal ziektegevallen in andere landen, zoals mazelen in Marokko, waardoor de kans op importgevallen met risico op verdere verspreiding toeneemt. De Detervax-studie heeft aangetoond dat er naast de bekende groepen met religieuze (Biblebelt) en antroposofische vaccinatiebezwaren, mogelijk nieuwe groepen extra risico lopen op ziektelast door RVP-ziekten. Zo is de BMR-vaccinatiegraad onder Nederlandse kinderen van Marokkaanse of Turkse herkomst in de periode 2008-2020 sterker afgenomen dan gemiddeld gezien, wat waarschijnlijk deels samenhangt met de lagere vaccinatiegraad in de grote steden. Ook onder kinderen die niet naar de kinderopvang gaan en kinderen uit relatief grote gezinnen was de afname sterker. Daarnaast was de BMR- en DKTP-vaccinatiegraad relatief laag op orthodox-protestantse, islamitische en antroposofische scholen. Daarbij nam de BMR-vaccinatiegraad op met name islamitische, maar ook op orthodox-protestantse scholen af van geboortecohort 2013 tot 2020 en fluctueerde deze op antroposofische scholen. Deze lagere vaccinatiegraad verklaart mogelijk waarom we recent meerdere clusters van mazelen op vooral islamitische scholen zien.

Pagina 52 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

In het geval van een uitbraak (als er veel gevallen van mazelen zijn en de GGD bij bron- en contactonderzoek niet meer kan achterhalen waar een geval van mazelen vandaan komt), maakt het aandeel anonieme vaccinaties het nu lastiger dan vóór 2022 om gerichte interventies in te zetten. De vaccinatiegraad is namelijk niet meer exact vast te stellen: in gebieden met een lagere vaccinatiegraad is niet bekend in welke mate dit mede veroorzaakt wordt, doordat er minder toestemming wordt gegeven voor de gegevensuitwisseling tussen JGZ en RIVM. Met het wetsvoorstel ‘Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b’, dat op 30 september 2024 bij de Tweede Kamer is ingediend, wordt beoogd het aandeel anonieme vaccinaties terug te dringen. Gezien de bovenstaande ontwikkelingen is het belangrijk om alle zeilen bij te zetten voor behoud of liever nog verbetering van de vaccinatiegraad. De JGZ, het ministerie van VWS en het RIVM werken samen om de vaccinatiegraad te verhogen in wijken en bij groepen waarin relatief weinig mensen zich laten vaccineren.

Het RIVM zet de komende tijd hierop in met de onderzoeksprogramma’s Detervax en SocioVax (onderzoek naar determinanten van vaccinatie, vaccinatiebereidheid, onder andere in de vorm van literatuuronderzoek naar determinanten van vaccinatiegraad en interventies en een vragenlijstmonitor) en de Community of Practice (CoP) doelgroepen en vaccinatiegraad waarin kennis en ervaring op het gebied van wijk-/ doelgroepgerichte aanpak wordt gedeeld.

Pagina 53 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

Pagina 54 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

Verantwoording

Dit rapport kwam mede tot stand met bijdragen van: • Henrieke Schimmel, Marjon Hartwigsen (kengetallen RVP); • Esther Stoop (HPV-inhaalcampagnes); • Sarah van Hameren, Marijn Stok, Floor Kroese en Mart Stein (SocioVax); • Detervax: vaccinatiegraad naar sociaal-demografische kenmerken (Joyce Pijpers, Susan Hahné); • Imke Schreuder, Eva van der Want en Rianne van GageldonkLafeber (maternale griepvaccinatie); • Mayara Wijsman, Tedisha Gordon, Joey van Slobbe, Jan Hubert (vaccinatiegraad Caribisch deel Koninkrijk der Nederlanden).

Pagina 55 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

Pagina 56 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

Literatuur

1.

2.

3. 4. 5. 6.

7.

8. 9.

10.

11. 12.

13.

van Roon AM, Lanooij SJ, de Melker HE. The National Immunisation Programme in the Netherlands – Surveillance and developments in 2023-2024. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 2024 (RIVM Rapport 2024-0072). Shattock AJ, Johnson HC, Sim SY, Carter A, Lambach P, Hutubessy RCW, et al. Contribution of vaccination to improved survival and health: modelling 50 years of the Expanded Programme on Immunization. The Lancet. 2024;403(10441):2307-16. Vaccins - Prikkelende stof. van Els C, van Steenbergen J, van Everdingen J, van de Graaf A, Kerklaan J, editors. Den Haag: Biowetenschappen en Maatschappij; 2024. Pierik R, Verweij M. Inducing Immunity? Justifying Immunization Policies in Times of Vaccine Hesitancy. Cambridge, MA: The MIT Press; 2024. Kusters JMA. Epidemiology of human papillomavirus: Beyond cervical infection. Amsterdam: University of Amsterdam; 2024 (proefschrift). Vos RA. Seroepidemiology in prevention and control: vaccinepreventable diseases in Caribbean Netherlands and SARS-CoV-2 in the Netherlands. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen; 2024 (proefschrift). Versteegen P. Antibody responses and B cell immunity after pertussis booster vaccination: immunity in young and old in times of endemic pertussis. Utrecht: Universiteit Utrecht; 2024 (proefschrift). van Lier A, van de Kassteele J, de Hoogh P, Drijfhout I, de Melker H.

Vaccine uptake determinants in The Netherlands. Eur J Public Health. 2014;24(2):304-9. de Oliveira Bressane Lima P, van Lier A, de Melker H, Ferreira JA, van Vliet H, Knol MJ. MenACWY vaccination campaign for adolescents in the Netherlands: Uptake and its determinants. Vaccine. 2020;38(34):5516-24. Pijpers J, van Roon A, Schipper M, Stok M, van den Hof S, van Gaalen R, et al. The decrease in childhood vaccination coverage in the Netherlands from birth cohort 2008 to 2020 and its sociodemographic determinants. medRxiv. 2025:2025.04.24.25326341. Klinkenberg D, van Hoek AJ, Veldhuijzen I, Hahne S, Wallinga J. Social clustering of unvaccinated children in schools in the Netherlands. Epidemiol Infect. 2022;150:e200. Abbink F, de Greeff SC, van den Hof S, de Melker HE. Het Rijksvaccinatieprogramma in Nederland: het vóórkomen van de doelziekten (1997-2002). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 2004 (RIVM Rapport 210021001). van den Hof S, Conyn-van Spaendonck MAE, de Melker HE, Geubbels ELPE, Suijkerbuijk AWM, Talsma E, et al. The effects of vaccination, the incidence of the target diseases. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 1998 (RIVM Rapport 213676008). Pagina 57 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

14.

15.

16.

17. 18.

19.

20. 21.

22.

van Lier EA, Oomen PJ, Oostenbrug MW, Zwakhals SL, Drijfhout IH, de Hoogh PA, et al. Hoge vaccinatiegraad van het Rijksvaccinatieprogramma in Nederland. Ned Tijdschr Geneeskd. 2009;153(20):950-7. van Lier A, Oomen P, de Hoogh P, Drijfhout I, Elsinghorst B, Kemmeren J, et al. Præventis, the immunisation register of the Netherlands: a tool to evaluate the National Immunisation Programme. Euro Surveill. 2012;17(17). Heins M, Korevaar J, Knottnerus B, Hooiveld M. Monitor Vaccinatiegraad Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) 2021. Utrecht: Nivel; 2022 (https://www.nivel.nl/nl/publicatie/monitorvaccinatiegraad-nationaal-programma-grieppreventie-npg-2021). van Zanten T, Ikkersheim D. Evaluatieonderzoek implementatie en uitvoering maternale griepvaccinatie en rotavirusvaccinatie. Amstelveen: KPMG; 2025. World Health Organization. Global measles and rubella strategic plan: 2012-2020. World Health Organization; 2012 [7 mei 2013]; Available from: http://www.who.int/immunization/newsroom/Measles_Rubella_Str ategicPlan_2012_2020.pdf. World Health Organization (WHO). Global strategy to accelerate the elimination of cervical cancer as a public health problem. Geneva: World Health Organization; 2020 [11-04-2022]; Available from: https://apps.who.int/iris/rest/bitstreams/1315304/retrieve. Jukic AM, Baird DD, Weinberg CR, McConnaughey DR, Wilcox AJ.

Length of human pregnancy and contributors to its natural variation. Hum Reprod. 2013;28(10):2848-55. Neppelenbroek SE, de Vries M, de Greeff S, Timen A. Meningokokken C-campagne: 'da's goed gedaan?'. Evaluatie van een grootschalige vaccinatiecampagne in 2002. TSG. 2004(1):3441. van Lier EA, Oomen PJ, Oostenbrug MWM, Zwakhals SLN, Drijfhout IH, de Hoogh PAAM, et al. Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland; verslagjaar 2006-2008. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 2008 (RIVM Rapport 210021007).

Pagina 58 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

Bijlage 1 Toelichting methode geschatte deelname maternale vaccinaties

Aangezien er voor het RVP geen actuele cijfers 1 toegankelijk zijn over hoeveel vrouwen zwanger zijn en in aanmerking komen voor de vaccinatie, wordt gebruikgemaakt van het aantal geboren kinderen om te schatten hoeveel zwangeren er in Nederland in een bepaalde periode waren. Voor de deelname aan de maternale vaccinaties geldt dus dat het om schattingen gaat. Maternale DKT-vaccinatie Sinds 16 december 2019 biedt het RVP de maternale DKT-vaccinatie, ook wel de 22 wekenprik genoemd, aan zwangeren aan. Doel van deze vaccinatie is het beschermen van kinderen tegen kinkhoest in de eerste maanden na de geboorte. De maternale DKT-vaccinatie wordt aangeboden vanaf 22 weken zwangerschap. Het aantal zwangeren (noemer) is geschat op basis van het aantal kinderen (exclusief meerlingen 2) geboren in de periode 1 januari tot en met 31 december 2024 3. Het aantal gevaccineerde vrouwen (teller) is bepaald op basis van het aantal vrouwen waarbij: 1. een maternale DKT-vaccinatie 4 in Præventis is geregistreerd; 2. een BSN-nummer aanwezig is (vanwege koppeling met kind); 3. het verschil tussen geboortedatum kind en vaccinatiedatum ligt tussen 0 en 203 dagen (42-13 = 29 weken). De deelname (schatting) is vervolgens berekend door het aantal gevaccineerde vrouwen (teller) te delen door het geschatte aantal zwangeren (noemer) en uitgedrukt als percentage, afgerond op gehele getallen.

De geschatte deelname is ook beschikbaar op regionaal niveau 5. Vanaf 1 januari 2022 worden alleen op persoon geregistreerde vaccinaties in de berekening meegenomen. De geschatte deelname op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties is een onderschatting van de daadwerkelijke deelname, omdat anonieme vaccinaties niet in de berekening kunnen worden meegenomen.

1 Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en Perined over zwangerschap komen meestal pas na een jaar beschikbaar. 2 Meerlingen worden geïdentificeerd op basis van de overeenkomstige combinatie van postcode, huisnummer en geboortedatum. 3 Kinderen die via de Basisregistratie Personen (BRP) binnen twee weken na geboorte in Præventis zijn aangemeld. 4 Dit kan de vaccinsoort DKT en in uitzonderlijke gevallen DKTP-booster betreffen in de vaccinsoortgroep D(K)TP. Als er meerdere vaccinaties bij dezelfde persoon geregistreerd zijn, moet het interval tussen de vaccinaties groter zijn dan 91 dagen. Twee vaccinaties met een interval kleiner of gelijk aan 91 dagen worden beschouwd als één vaccinatie bij één zwangerschap. 5 Hierbij wordt als uitgangspunt de postcode van het kind tijdens de eerste aanmelding in Præventis genomen.

Pagina 59 van 105

RIVM-rapport 2025-0019

Maternale griepvaccinatie Vanaf het najaar van 2022 wordt de maternale griepvaccinatie vanuit het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) aangeboden aan álle zwangeren. Dus ook aan zwangeren zonder medische indicatie voor griepvaccinatie met een zwangerschapsduur van 22 weken of meer. Zwangeren zonder medische indicatie worden sinds 2023 6, net als de rest van de doelgroep die voor het RVP in aanmerking komt, door de JGZ gevaccineerd. Het primaire doel hiervan is het beschermen van kinderen tegen complicaties door griep in de eerste levensmaanden. Zwangeren met een medische indicatie 7 (ongeveer 10% van alle zwangeren [16]) vallen onder het reguliere griepvaccinatieprogramma en krijgen doorgaans een vaccinatie via hun huisarts. Het primaire doel van vaccinatie van deze groep is henzelf te beschermen tegen mogelijke complicaties door griep. Zij komen daarom gedurende hun hele zwangerschap in aanmerking voor de griepvaccinatie en niet alleen vanaf 22 weken zwangerschapsduur. De berekening van de deelname richt zich in principe op zwangeren zonder medische indicatie. Een aantal van de zwangeren met een medische indicatie heeft de griepvaccinatie echter wellicht, eventueel gelijktijdig met de maternale DKT-vaccinatie, bij de JGZ gehaald. Dit is afhankelijk van het type medische indicatie, de termijn die nog moet worden gewacht en de influenza-epidemiologie op dat moment.

Vaccinatie van deze groep wordt niet specifiek gemonitord. Hierdoor is onbekend welk deel van deze zwangeren via de huisarts en welk deel via de JGZ gevaccineerd wordt. In de hier beschreven bepaling van de geschatte deelname aan de maternale griepvaccinatie kunnen de vaccinaties die door de huisarts toegediend zijn niet worden meegenomen. Dit geldt ook voor eventuele vaccinaties via de werkgever. De deelname wordt hierdoor onderschat. Voor zwangeren zonder medische indicatie geldt dat ze de maternale griepvaccinatie mochten halen als ze 22 weken of langer zwanger waren in de periode van 1 oktober 2024 tot 1 maart 2025 8. Uitgaande van een mediane zwangerschapsduur van 40 weken 9 [20] kwamen alle vrouwen die vanaf week 52 2023 tot week 40 2024 zwanger zijn geworden in aanmerking voor de maternale griepvaccinatie. Zij bereikten allen een zwangerschapsduur van 22 weken of meer in de periode van 1 oktober 2024 tot 1 maart 2025 (periode van 40 weken). Om een schatting te maken van het aantal zwangeren (noemer) is het aantal kinderen (exclusief meerlingen 10) geboren in de periode 1 januari tot en met 31 december 2024 11 gedeeld door 52 weken en vermenigvuldigd met 40 6 Vanaf het najaar van 2023 heeft de JGZ de maternale griepvaccinatie van zwangeren zonder medische indicatie overgenomen van de huisarts (tussentijdse uitvoeringsroute).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15782878/1