A.7.1 BIJLAGE - Concept Programmaplan Sociaal Domein HBEL
Tekst van het document
Programmaplan transformatie sociaal domein HBEL 2025-2026 23 maart 2025
Inhoudsopgave Aanleiding Visie Doelen Klantreis in het sociaal domein Huidige werkwijze Beoogde verandering in de individuele ondersteuning Inzet in projecten Fasering en planning Borging Sturing Rapportage Financiën Aandachtpunten
2 3 4 5 6 6 7 7 8 8 9 9 10
Bijlage 1: Gewenste klantreis met de huidige activiteiten en organisaties Bijlage 2: Overzicht doel, resultaten en projecten Bijlage 3: Planning van de projecten Bijlage 4: Uitwerking projecten per actielijn: Actielijn toegang tot ondersteuning sociaal domein Actielijn passende en voldoende ondersteuning jeugd Actielijn passende en voldoende ondersteuning volwassenen Actielijn indiceren en regie Randvoorwaarden: sturen op resultaten en HBEL samenwerking Bijlage 5: We doen een stapje extra voor specifieke doelgroepen
12 13 14 15 15 16 18 21 22 24
1
Aanleiding In 2023 hebben we de HBEL visie op het sociaal domein vastgesteld. Hierin beschrijven we de gemeentelijke taken in het sociaal domen, de belangrijkste opgaves en hoe we onze inzet in het sociaal domein willen vormgeven. We vertalen nu de visie door naar een HBEL programmaplan. Dit plan gaat over die onderdelen waarop we in de HBEL gezamenlijk optrekken. Kort gezegd trekken we als HBEL samen op waar het gaat om individuele ondersteuning (inclusief individuele preventie). Gemeenten zetten zelf lokaal in op de sociale basis en collectieve preventie/ondersteuning. Dit plan gaat daarmee niet in op de inzet van gemeenten op de sociale basis en collectieve preventie/ondersteuning. Na het vaststellen van de visie, is landelijk de Hervormingsagenda Jeugd vastgesteld en is regionaal het Regioplan IZA/GALA vastgesteld. De koers die deze twee documenten beschrijven, is in lijn met de HBEL visie. De HBEL inzet die volgt uit deze hervormingsagenda en regioplan, zijn meegenomen in dit programmaplan.1 Opzet programmaplan Dit programmaplan beschrijft eerst de grote lijnen van de visie. Daarna beschrijven we hoe de klantreis er uit zou moeten zien voor inwoners die ondersteuning in het sociaal domein nodig hebben. Met een schets van de huidige situatie wordt vervolgens duidelijk welke beweging nodig is om deze beoogde klantreis en visie te realiseren.
Deze beweging is tenslotte uitgewerkt in projecten. Periodieke bijstelling van het programmaplan Eerder is al aangegeven dat het programma zo nodig periodiek wordt bijgesteld. Na het vaststellen van de visie in 2023 zijn we in 2024 al gestart met het uitvoeren van verschillende activiteiten, naast het schrijven van het programmaplan. Daarnaast hebben we een aantal HBEL speerpunten onder kunnen brengen in regionale programma’s, waardoor we deze hopelijk beter kunnen realiseren. Enkele nieuwe projecten zijn toegevoegd. Als met al zijn hiermee het aantal projecten binnen dit programma teruggebracht en opzichte van de laatste versie van november 2024, is de samenhang met regionale programma’s vergroot, en is de sturing van dit programma vereenvoudigd doordat alle projecten binnen het programma nu op HBEL niveau liggen (en niet ook deels op lokaal of regionaal niveau).
1 Thema’s Hervormingsagenda:
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Reikwijdte: Jeugdplicht voor de meest kwetsbare jeugdigen. Jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen zoals het onderwijs, volwassen-ggz en bestaanszekerheid. Stevige lokale teams en toegang. Terugdringen residentiele jeugdhulp en inzet op zo thuis mogelijk. Kwaliteitsverbetering en blijvend leren. Verbeteren van de organisatie en inkoop van specialistische jeugdzorg. Eenvoudigere uitvoering en inkoop, minder administratieve lasten en aanpak negatieve marktwerking. Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel met data en monitoring.
2
Visie Opgaven in de samenleving: Met de meeste inwoners gaat het goed. Toch zien we de zorgvraag toenemen. Dit is onder meer zichtbaar bij de volgende opgaven: 1. Vergrijzing: het vraagstuk van zo lang mogelijk en op een goede manier zelfstandig (moeten) wonen van een steeds grotere groep ouderen. 2. Complexere samenleving: steeds meer mensen kunnen niet meekomen in de samenleving. Tegelijkertijd moeten mensen steeds langer of weer zelfstandig wonen. Ook mensen die voorheen in zorginstellingen een plek zouden hebben, zoals een deel van de mensen met psychische en/of mentale problemen of verstandelijke beperkingen. 3. Steeds meer kinderen/gezinnen met psycho(sociale), opvoed- en opgroei-problemen 4. Bestaanszekerheid: toename van armoede/schulden. Daarbij aandacht voor nieuwe groepen waarbij dit (kan) optreden en nieuwe oorzaken (inflatie, energieprijzen, etc.) Waar staan de HBEL gemeenten voor: We willen mensen die ons terecht om hulp vragen, zo volwaardig mogelijk in de samenleving laten meedoen. Dat is onze grootste drijfveer bij alles wat we doen. Daarbij onderzoeken we de barrières die volwaardige participatie in de weg staan. Door deze zo goed en volledig mogelijk weg te nemen met en -waar nodig- passende ondersteuning te bieden, dragen we bij aan een samenleving waar iedereen een plek heeft. Een samenleving waar iedereen kan meedoen.
Zo bieden we de mensen, die worden geraakt door de vier hierboven genoemden opgaven, een passend antwoord. Onze maatschappelijke bijdrage ontwikkelen we door. Dat doen we door te onderzoeken wat werkt voor onze doelgroep, steeds op zoek te gaan naar wat beter kan en te innoveren wanneer wij niet tevreden zijn over onze werkwijze. We werken vanuit de bedoeling van de wetten in het sociaal domein, doen wat nodig is: we redeneren vanuit de mens en zijn leefomgeving naar oplossingen. Wettelijke kaders of procedures zijn hieraan ondersteunend. Ze zijn niet het uitgangspunt. Waar nodig gaan we verder. Een integrale aanpak van problemen op persoons-, gezins- en systeemniveau. Dus de hierboven genoemde vier problemen pakken we op vanuit één aanpak. Deze aanpak vertalen we naar de volgende acht basisprincipes voor onze inzet in het sociaal domein. De eerste vijf basisprincipes beschrijven de diverse vormen van inzet. Deze principes zijn op te vatten als een trechter-aanpak: we zetten als eerste in op het voorkomen van problemen. Als dat niet lukt, dan is het doel dat mensen elkaar helpen bij lichte problemen. Zo wordt erger voorkomen. Als dat niet lukt, komt passende professionele ondersteuning in beeld. Zo veel mogelijk via basisondersteuning. Indien nodig via geïndiceerde, specialistische ondersteuning.
De laatste drie principes zijn onderwerpen die als rode draad terugkomen in deze vormen van inzet. Basisprincipe 1: Met preventie inzetten op het vergroten van kansen en het versterken van individuen en de samenleving als geheel. Zo willen we zwaardere problemen en ondersteuning voorkomen. Basisprincipe 2: Een sterke sociale basis, waarbij mensen oog hebben voor elkaar en er ruimte is voor diversiteit Basisprincipe 3: Mensen die het niet zelfstandig redden, krijgen passende ondersteuning vanuit de gemeente. Deze ondersteuning is gericht op het (weer) binnen hun mogelijkheden zelfstandig oppakken van hun leven. Basisprincipe 4: passende basisondersteuning is lokaal en laagdrempelig beschikbaar. Dit omvat het grootste deel van de professionele inzet. Basisprincipe 5: Voor de meest kwetsbare mensen is passende specialistische ondersteuning beschikbaar. Basisprincipe 6: We doen een stapje extra voor specifieke doelgroepen. Basisprincipe 7: Lokaal wat kan, regionaal wat moet of wanneer dit specifieke voordelen biedt. Basisprincipe 8: Sturen op resultaten. Zicht en grip op aantallen, kosten, kwaliteit en tevredenheid, op basis van monitoring en evaluatie. Met deze basisprincipes, bestaat het sociaal domein uit de volgende onderdelen:
Rode draad
3
6. Geindiceerde ondersteuning: alleen op indicatie beschikbaar
5. Indiceren en regievoeren: als iemand er zelf met de basisondersteuning niet uit komt
4. basisondersteuning: ondersteuning die voor iedereen, zonder indicatie, bechikbaar is
3. toegang sociaal domein: hier kunnen mensen terecht als ze een vraag hebben 2. sociale basis: oog voor elkaar
1. collectieve preventie: problemen voorkomen
Doelen De doelen van het programma zijn beschreven in de visie (hoofdstuk zes, indicatoren). In grote lijnen gaat het hier om een verschuiving van inzet van zwaardere, geïndiceerde ondersteuning naar lichtere ondersteuning. En gaat het om klanttevredenheid en kwaliteit van de ondersteuning. We steven naar: - Een stabilisatie van het aantal inwoners dat ondersteuning ontvangt van de gemeenten (basisondersteuning of specialistische ondersteuning), in verhouding tot het totaal aantal inwoners. - Stabilisatie van de kosten van het sociaal domein, rekening houdend met de inflatie en ontwikkeling van het aantal inwoners. - Sociale basis: behoud van het aantal mensen dat elkaar helpt, zo mogelijk meer inzet. - Verschuiving van inzet van geïndiceerde/specialistische/duurdere ondersteuning naar basisondersteuning. - Vergroten van het aanbod van basisondersteuning en meer samenwerking tussen aanbieders - Gemiddeld kortere ondersteuningstrajecten bij basisondersteuning, in vergelijking met de trajecten bij geïndiceerde ondersteuning. - Kwaliteit van en tevredenheid over de ondersteuning is ruim voldoende.
Klantreis in het sociaal domein 4
De onderdelen 3 tot en met 6 van de piramide hierboven beschrijven de individuele ondersteuning die gemeenten leveren. Met een klantreis kunnen we in beeld in beeld brengen hoe de gemeenten ondersteuning willen organiseren. Hiervoor hebben we de volgende uitgangspunten: - Het streven is om inwoners zoveel mogelijk te ondersteunen via basisondersteuning (ondersteuning zonder indicatie). Geïndiceerde ondersteuning komt later in beeld. - Op- en afschalen moet gemakkelijk gaan, met aandacht voor nazorg. - De klantreis gaat uit van een integrale aanpak, geen klantreis per domein (zoals Jeugdwet, Wmo, Werk & Inkomen, enz.) - De werkwijze sluit aan bij de kaders van de Hervormingsagenda Jeugd. Deze werkwijze is een uitwerking van de sterke lokale teams 2.0 die een van de speerpunten van deze Hervormingsagenda zijn. - Oog voor samenwerking met andere domeinen. In het Regioplan IZA/GALA waarin gemeenten in de Regio Gooi en Vecht afspraken hebben gemaakt over de samenwerking tussen het sociaal domein en de zorg is het belang beschreven van samenwerking tussen professionals. Op een zelfde wijze moeten ook verbindingen gemaakt worden met andere domeinen, zoals onderwijs. - Op diverse manieren hebben we behoeften opgehaald bij inwoners en professionals over de gewenste werkwijze.
Een gedeelde behoefte is een plek waar je terecht kan voor al je vragen die het sociaal domein raken, waar je vervolgens zoveel mogelijk direct hulp kan vinden en zo min mogelijk wordt doorverwezen, en die laagdrempelig en makkelijk bereikbaar is. Dit betekent overigens niet dat er maar 1 plek in de hele HBEL moet zijn waar iedereen terecht kan. Het betekent wel dat voor inwoners en professionals duidelijk is waar ze met de diverse vragen terecht kunnen. De beoogde klantreis voor de individuele ondersteuning ziet als volgt uit:
Huidige werkwijze 5
In hoeverre werken we nu al volgens deze klantreis, en wat is er nog nodig om deze werkwijze te realiseren? Om deze vraag te beantwoorden, is een beeld van de huidige werkwijze nodig. Bijlage 1 beschrijft de huidige inzet. Wat valt nu op? Met betrekking tot (de toegang tot) geïndiceerde ondersteuning: - Wanneer het gaat over geïndiceerde ondersteuning, is duidelijk waar mensen terecht kunnen. Bij jeugd is het een aandachtspunt dat naast de gemeentelijke consulenten, de huisartsen een belangrijke plek zijn waar mensen terecht kunnen. - In de HBEL uitvoeringsdienst wordt geïndiceerd voor zowel ondersteuning vanuit Werk & Inkomen, Schuldhulpverlening, Jeugd en Wmo. Hier is integraal werken al onderdeel van de werkwijze. Over de (toegang tot) de basisondersteuning: - Er zijn diverse plekken waar de inwoners de basisondersteuning kunnen vinden, waar aan vraagverheldering wordt gedaan. Dit betekent niet perse dat er veel dubbelingen zijn, maar dit komt vooral doordat men verschillende aandachtpunten en specialismes heeft. Zo doet een beweegcoach andere dingen dan iemand die ondersteunt bij schulden. - Er is een divers aanbod in de basisondersteuning. Hierop is de afgelopen jaren ook ingezet. - Als ondersteuning van een andere partij nodig is, wordt de persoon meestal doorverwezen.
Er wordt niet vanuit 1 plan gewerkt door alle partijen in de basisondersteuning of in samenwerking met het zorg- of onderwijsdomein. - Deze huidige werkwijze met diverse partijen brengt het risico van veel overleg en afstemming tussen organisaties met zich mee. Organisaties die elke een eigen werkwijze, opdracht en specialisme hebben. Met de verwachting voor de komende jaren dat het aantal inwoners met meerdere ondersteuningsvragen toeneemt, en we die zoveel mogelijk in de basisondersteuning willen helpen, neemt het belang van een integrale werkwijze in de basisondersteuning toe. Over het geheel van de ondersteuning: - De huidige werkwijze brengt met zich mee dat het onduidelijk kan zijn voor inwoners en externen waar zij in het sociaal domein terecht kunnen voor hun vragen. - Niet duidelijk uit dit plaatje, maar wel uit de cijfers: het overgrote deel van de mensen komt nu als eerste binnen bij het Informatiepunt van de HBEL uitvoeringsdienst maatschappelijke zaken. Mensen die hier binnenkomen, kunnen een vervolgafspraak krijgen voor consulenten en begeleiders van het lokale begeleidingsteam, maar niet voor professionals van andere partijen in de basisondersteuning. - Huizen en de BEL gemeenten maken apart afspraken met de partijen in het voorveld. Dit hoeft voor een inwoner van Huizen of de BEL niet te leiden tot onduidelijkheid.
Voor professionals die op HBEL niveau werken, bekent dit dat zij op de hoogte moeten zijn van het lokale aanbod en voor Huizen en de BEL aparte (werk)afspraken moeten maken. Deze afspraken (inclusief subsidieafspraken en het accounthouderschap van deze gesubsidieerde partijen) op HBEL niveau gezamenlijk als HBEL gemeenten oppakken, kan de samenwerking bevorderen en heeft efficiëntievoordelen.
Beoogde verandering in de individuele ondersteuning Welke verandering moeten we realiseren om vanuit de huidige werkwijze te komen tot de werkwijze waarbij we werken vanuit de 8 basisprincipes en de beschreven klantreis? In grote lijnen gaat het om een verschuiving van de gemeentelijke inzet: meer inzet vanuit basisondersteuning en minder of gelijk blijvende geïndiceerde ondersteuning. (Bij een stijgende vraag naar ondersteuning is een stabilisatie van de geïndiceerde ondersteuning al een mooi resultaat.) Hiervoor zijn de volgende veranderingen nodig: 1. Collectieve preventie: focus op die onderdelen waar we het verschil kunnen maken, en aansluiting inzet van het zorg-domein en het sociaal domein. 2. Sociale basis: behouden van de inzet die mensen al voor elkaar over hebben, en ruimte voor diversiteit.
6
3. Toegang tot (basis)ondersteuning: inwoners kunnen op 1 plek de (basis)ondersteuning in het sociaal domein vinden. 4. Ondersteuning: opschalen aanbod basisondersteuning (individueel en groepsgewijs), met gemiddeld kortere, goedkopere trajecten dan bij geïndiceerde ondersteuning. Daarnaast meer samenhang en samenwerking tussen de verschillende vormen van ondersteuning. 5. Indicatie en regie: duidelijker wanneer wel en niet geïndiceerde ondersteuning nodig is, meer inzetten met integrale blik en menselijke maat. Passende ondersteuning en normalisering. Daarnaast zetten we in op de benodigde randvoorwaarden die bij deze veranderingen horen. En waar passend, maken we gebruik van digitale toepassingen. Bijvoorbeeld waar dit nieuwe mogelijkheden biedt of in tijden van personeelstekorten ondersteunend kan zijn. Dit mag echter niet leiden tot een drempel voor inwoners die digitaal minder vaardig zijn.
Inzet in projecten Om deze verandering te realiseren, zetten we in op de volgende onderdelen: Actielijn Resultaat 1 en 2: collectieve De inzet m.b.t. collectieve preventie en sociale basis wordt niet in dit preventie en sociale programmaplan beschreven. Gemeentelijke plannen van aanpak Brede basis Spuk / GALA gaan hier wel op in. Thema’s zijn onder meer eenzaamheid, mantelzorg, vrijwillige inzet, gezondheid, sport en bewegen. Inzet onder meer via opbouwwerk, sociaal werkers, welzijnsaccommodaties, buurtsportcoaches en de GGD/JGZ. 3. Toegang tot • Een toegang waar inwoners terecht kunnen voor alle (basis)ondersteuning: (basis)ondersteuning • Sociale kaart 4 Passende, voldoende ondersteuning jeugd ondersteuning • Versterken lokaal netwerk jeugd-professionals HBL • Samenwerking onderwijs – sociaal domein • Koppeling regionale programma’s
5 Indiceren en regie
ondersteuning volwassenen • Overdracht taken individuele ondersteuning van Versa Welzijn Huizen naar lokaal team begeleiders • Samenwerking 1e lijnszorg (volwassenen) – sociaal domein • Koppeling regionale programma’s. Zoals heroverweging regionale inkoopafspraken HH, begeleiding en dagbesteding • Doorontwikkelen werkwijze consulenten: inzet op implementatie doorbraakmethode en verhelderen regievoering • Aangepaste verordening en beleidsregels sociaal domein • Actualisatie dienstverleningsconcept HBEL uitvoeringsdienst
Randvoorwaardelijk: Implementeren enquête kwaliteit/tevredenheid onder klanten Pilot factorenmodel (inzicht in effectieve interventies per wijk) 7 HBEL samenwerking Actualiseren van de documenten die de samenwerking vastleggen Bijlage twee geeft een overzicht van de relaties tussen de verschillende opgaves, visie, doelen, resultaten en projecten. 6 Sturen op resultaten
• • •
Fasering en planning Bij de projecten zijn sommige resultaten afhankelijk van de uitkomsten van andere trajecten. Daarnaast is de capaciteit binnen de HBEL organisaties beperkt. Daarom is een planning en fasering van de trajecten belangrijk. Een logische fasering tussen projecten is: 1. Verhelderen welke organisatie wat doet en indien nodig overdragen, op en afschalen van taken. 7
2. Daarna samenwerking(safspraken) tussen partijen binnen het sociaal domein verder vormgeven. 3. En als dit alles staat, de samenwerking(safspraken) met andere domeinen verder vormgeven. Veel trajecten gaan over een nieuwe werkwijze of een nieuwe samenwerking tussen organisaties. Dit vraagt onder meer om het zorgvuldig onderzoeken van de gewenste werkwijze, aandacht voor risico’s bij de implementatie en uitvoering en draagvlak bij diverse betrokkenen. Om hier goed bij stil te staan, gaan we per project regelmatig uit van verschillende fases die allemaal om eigen besluitvorming kunnen vragen: verkenning, doelbepaling, realisatie, borging. De planning is te vinden in bijlage 3. De planning wordt elk half jaar geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. De huidige planning loopt tot en met 2026 en is een grove inschatting. Pas in de verkennende fase van een project zal concreter worden gekeken naar het tijdspad van het project. Het is niet de verwachting dat alle projecten zijn afgerond eind 2026. Maar omdat de opzet voor het programma voor 2026 met veel onzekerheden is omgeven, is deze nog niet concreet gemaakt. Een update van het programmaplan in de 2e helft van 2025 ligt in de planning.
Borging Uiteindelijk worden succesvolle veranderingen geborgd. Op papier en in gedrag. Op papier zijn hiervoor in het sociaal domein centrale plekken: • De verordeningen en beleidsregels in het sociaal domein. • Het dienstverleningsconcept van de HBEL uitvoeringsdienst. • Samenwerkingsafspraken tussen de HBEL gemeenten • De subsidieafspraken met diverse organisaties. Een groot deel van de projecten zal daarom als resultaat een aanpassing van één of meerdere van deze documenten vragen. Met name het dienstverleningsconcept van de HBEL uitvoeringsdienst, het centrale document dat de werkwijze van deze dienst beschrijft, zal diverse keren aangepast moeten worden.
Sturing Bestuurlijke en ambtelijke gremia Het programma richt zich op die taken die we als HBEL gezamenlijk oppakken. De HBEL wethouders sociaal domein zijn daarmee de bestuurlijke opdrachtgevers, de afdelingshoofden sociaal domein (afdelingshoofden sociaal domein van de BEL-combinatie, van maatschappelijk beleid Huizen en de HBEL uitvoeringsdienst) zijn de ambtelijke opdrachtnemers en de opdrachtgevers voor de projectleiders. Een programmamanager ondersteunt de opdrachtgevers en heeft daarbij een coördinerende en regisserende rol: adviseren over de inhoud van het programma; adviseren over bijsturingen; verbindingen leggen met externe partijen over de inhoud; monitoren van de voortgang van het programma op doelen, inspanningen en middelen; het uitbrengen van voortgangsrapportages. Het bestuurlijke gremium is het pfho sociaal domein HBEL. Hier vindt onder meer het informeren van bestuurders en besluitvorming plaats, opschalen van aandachts/knelpunten, afstemming van de ambtelijke en bestuurlijke inzet in bijvoorbeeld de overleggen in de regio. In de ambtelijke overleg waarin de afdelingshoofden elkaar vinden, vindt onder meer besluitvorming plaats over de personele inzet, prioritering, check op 8
uitvoeringsaspecten van de projecten en de besluitvorming over de borging van werkwijzen in de lijnorganisatie. De ambtelijk opdrachtgevers van het programma zijn ook diegenen die verantwoordelijk zijn voor de reguliere/lijn activiteiten van de betrokken organisaties in de HBEL gemeenten. Hiermee wordt beoogd de verbinding te houden tussen wat als onderdeel van dit programma wordt ontwikkeld, en de rest van het gemeentelijke organisatie in het sociaal domein. Naast de projecten in kader van dit programma, wordt ook regionaal (Regio Gooi en Vecht) via met name programma’s jeugd & onderwijs, zorg & ondersteuning, werk & inkomen, en via regionale samen tussen zorg en het sociaal domein (IZA coalities) ingezet op een transformatie in het sociaal domein. Ook pakken gemeenten lokaal en op het niveau van de BEL-combinatie vraagstukken op. Dit vraagt om afstemming. Op HBEL niveau creëren we hierop overzicht en samenhang. We informeren elkaar over de ontwikkelingen elders en formuleren waar passend gezamenlijke HBEL standpunten. Nieuwe projecten Voor nieuwe projecten wordt een projectplan opgesteld. Dit plan wordt vervolgens besproken in de betreffende ambtelijke en eventueel bestuurlijke gremia voor de diverse checks en vaststelling. Bij een ‘go’ kan de uitvoering starten. Met deze werkwijze beogen we de samenhang te behouden en dat de organisaties niet overvraagd worden.
Rapportage Jaarlijks wordt gerapporteerd over de voortgang van de projecten en zo nodig wordt het programma aangepast. Het dashboard sociaal domein wordt gebruikt om zicht te houden op de (financiële) resultaten, en inzicht in aantal en aard zorgvragen. De bestaande jaarlijkse bestuursrapportage sociaal domein rapporteert hierover.
Financiën Incidentele middelen Om zicht en grip te houden op de financiën en de benodigde gemeentelijke middelen voor het programma zo laag mogelijk te houden, hanteren we de volgende uitgangspunten: - Waar mogelijk, benutten van regionale en lokale subsidiepotten voor de benodigde tijdelijke extra capaciteit en andere tijdelijke investeringen voor uitvoering van projecten. - Benutten van bestaande lokale, gemeentelijke, incidentele middelen voor (veelal kleine) uitvoerende kosten. Zoals bijvoorbeeld het uitvoeren van een behoeftenonderzoek of organisatie van bijeenkomsten. Elk van HBEL gemeenten heeft dergelijke voorzieningen. - Projecten met financiële consequenties voor de gemeenten: deze worden voorgelegd via aparte college- of raadsvoorstellen. Met deze werkwijze beogen we zoveel mogelijk regionale en lokale financiële kansen te benutten, verwachten we voldoende armslag te hebben om de projecten uit te voeren en brengen we bestuurders en raden in positie op die momenten dat er omvangrijke financiële gevolgen in beeld zijn. In de 2e helft van 2024 en begin 2025 zijn diverse projecten uitgewerkt.
Voor 2025 zijn de volgende incidentele middelen begroot en geworven: € 167.000 - Project toegang: extra capaciteit en ontwikkelbudget € 15.000 - Project sociale kaart: ontwikkelbudget € 120.0002 - Projecten jeugd en methodiekontwikkeling uitvoeringsdienst Voor al deze kosten zijn regionale middelen geworven door een beroep te doen op de Spuk IZAmiddelen. Daarmee worden nu geen extra middelen aan de HBEL gemeenten gevraagd.
2 Hiervan is € 80.000 al beschikbaar en is € 40.000 is regionaal gereserveerd. Dit laatste bedrag komt
beschikbaar als compensatie voor HBEL inzet in regionale programma’s in 2025.
9
Voor 2026 is dit overzicht nog niet beschikbaar, omdat nog niet duidelijk is of, en in welke omvang, de regionale Spuk IZA middelen beschikbaar zijn. Als deze middelen in 2026 niet of minder beschikbaar zijn, zal als eerste door prioritering worden bekeken wat we kunnen realiseren met de dan wel beschikbare middelen. Bij een aantal projecten, zitten in de loop van het traject momenten waarbij op basis van meerdere scenario’s een keuze voor het vervolg worden gemaakt. Soms komen pas concrete subsidiemogelijkheden in beeld, zoals landelijke transformatiemiddelen die zorgverzekeraars beheren. Doorlopend houden we de mogelijkheden voor subsidies in beeld houden en waar mogelijk springen we hier op in. Structurele kosten Voor de structurele kosten die kunnen volgen uit de projecten, zijn de uitgangpunten: - Het structurele financieel kader: het streven is een stabilisatie van de kosten in het sociaal domein. Daarmee bedoelen we dat de ontwikkeling van de kosten gelijk opgaan met de ontwikkeling van het aantal inwoners en met de inflatie. Dat betekent dat projecten in principe niet resulteren in een stijging van de totale structurele kosten van het sociaal domein. - Een verschuiving van structurele kosten binnen het sociaal domein kan wel aan de orde zijn. Met name tussen de budgetten voor geïndiceerde ondersteuning en die voor de basisondersteuning.
Bij de uitwerking van een project, wanneer keuzes worden gemaakt over de oplossingen, komen pas de structurele financiële consequenties in beeld. Dit is bijvoorbeeld denkbaar bij een voorstel voor andere regionale inkoopafspraken voor geïndiceerde dagbesteding in combinatie met het organiseren van extra dagbesteding in een algemene voorziening. Hier zijn uitgangspunten: - Projecten met nieuwe beleidsmatige keuzes en financiële consequenties worden voorgelegd via aparte college- of raadsvoorstellen. - Financiële consequenties voor de inzet van de HBEL uitvoeringsdienst, hebben een plek in de besluitvorming rondom de apparaatskosten van dit onderdeel.
Aandachtpunten van het programma Aantal projecten Een risico van dit aantal projecten/trajecten is dat te veel dingen tegelijkertijd opgepakt worden zonder samenhang. Tegelijkertijd is het aantal project niet bijzonder groot. De meeste programmabegrotingen van de gemeente bevatten per jaar niet minder speerpunten. Door nu programmatisch te sturen, en te werken vanuit een gedeeld beeld van de gewenste beweging, beogen we overzicht en samenhang te behouden. Een alternatief zou kunnen zijn om minder tegelijkertijd te doen. Veel speerpunten volgen uit landelijke akkoorden en wetgeving (iza, hervormingsagenda jeugd, Jeugdwet). Minder inzet betekent dan dat we mogelijk niet hierop inspelen. Daarbij is de geschetste opgave overigens gelijk aan wat andere gemeenten oppakken. Voor relatief kleine gemeenten vragen deze veranderingen relatief veel inzet. Zoals het sociaal domein sowieso veel vraagt van kleine (en grote) gemeenten. Door in dit programma hierop samen te werken met meerdere gemeenten, vergroten we onze mogelijkheden om dit domein vorm te geven. Complexiteit qua sturing in het sociaal domein Zowel op het niveau van de gemeente, de HBEL en de regio Gooi en Vecht worden beslissingen genomen en activiteiten ingezet binnen het sociaal domein. Het programmaplan kan dit niet eenvoudiger maken.
Met dit programma brengen we wel de inzet op diverse niveaus in kaart, en verhelderen we wat op het HBEL niveau ligt en wat op het lokale niveau en wat bij de regio Gooi en Vecht. Doordat we een aantal HBEL speerpunten onder konden brengen in regionale programma’s, is
10
de afbakening tussen het HBEL programma en de regionale programma’s duidelijker geworden. Zo beogen we de doorontwikkeling in het sociaal domein overzichtelijker te maken. Financiële risico’s Met het programma worden niet direct besluiten met financiële gevolgen genomen voor de gemeenten. Zie hierboven onder het kopje ‘financiën’. In de uitwerking van de verschillende projecten komen pas structurele investeringen in beeld. Dan worden pas hierover keuzes gemaakt. Het programma beoogt financieel gezien de grip op financiële stromen in het sociaal domein te verbeteren, onder meer door minder open einde financieringen en meer inzet van capaciteit via vaste bedragen. Om zo bij te dragen aan het verminderen van financiële risico’s in het sociaal domein. Dat maakt het sociaal domein niet perse goedkoper, wel meer beheersbaar. Getrapt oppakken en beslissen Door de projecten gefaseerd op te pakken, met tussentijdse go/no go’s, vergroten we de beheersbaarheid van het programma. Een stapsgewijze aanpak met beperkte risico’s per stap: via startfoto’s, het gewenste resultaat vaststellen, en vervolgens een voorstel met wat daarvoor nodig is en wat financiële gevolgen zijn en aandachtspunten.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
Gewenste klantreis met de huidige activiteiten en organisaties Overzicht doel, resultaten en projecten Planning van de projecten Uitwerking projecten per actielijn We doen een stapje extra voor specifieke doelgroepen
11
Bijlage 1: gewenste klantreis, ingevuld met de huidige organisaties en werkwijzes
12
Bijlage 2: Overzicht doelen, resultaten, projecten
13
Bijlage 3: planning 2025 q1 q2 q3 q4
Wat 1 en 2: preventie en sociale basis: worden niet in dit plan uitgewerkt 3. Toegang tot (basis)ondersteuning Toegang waar inwoners terecht kunnen voor alle (basis)ondersteuning sociale kaart
2026 q1 q2 q3 q4
4. Passende en voldoende ondersteuning Basisondersteuning jeugd lokaal netwerk professionals jeugd HBL Samenwerking onderwijs – sociaal domein Basisondersteuning volwassenen Overdracht individuele ondersteuning van Versa Huizen naar lokaal team begeleiders Samenwerking 1e lijnszorg – sociaal domein 5. Toewijzen van geïndiceerde ondersteuning en regie op ondersteuning doorontwikkelen werkwijze consulenten Verordening en beleidsregels aanpassen Actualisatie dienstverleningsconcept HBEL uitvoeringsdienst 6. Sturen op resultaten implementeren enquête kwaliteit/tevredenheid onder cliënten (ervaringswijzer) sturen met passende indicatoren pilot factorenmodel (inzicht effectieve interventies per wijk) – planning n.n.b. evaluatie programmaplan 7 HBEL samenwerking Samenwerkingsafspraken geactualiseerd
fases: verkenning doelbepaling realisatie borging
14
Bijlage 4: Uitwerking projecten per actielijn 1 en 2. Collectieve preventie en sociale basis Deze actielijnen worden lokaal opgepakt en uitgewerkt in het BEL programmaplan en voor Huizen in het plan aanpak Brede Spuk / GALA en inclusieagenda.
3. Toegang tot (basis)ondersteuning Het streven is dat een inwoner kan terecht bij een plek waar alle (basis)ondersteuning in het sociaal domein te vinden is, zowel fysiek als digitaal. Laagdrempelig, zo min mogelijk doorverwijzen, indien nodig werken vanuit 1 plan. Waar gaan we op inzetten: • Een toegang waar inwoners terecht kunnen voor alle (basis)ondersteuning: • Sociale kaart
Wat: Toegang waar inwoners terecht kunnen voor alle (basis)ondersteuning SD Doel: - De inwoner kan voor alle vragen in het SD terecht op 1 plek. Deze plek is bekend. Van hier wordt de inwoner geholpen, zo min mogelijk doorverwezen. Zo veel mogelijk een inwoner helpen en eventueel overdragen. - Benutten van vindplaatsen en netwerkpartners om specifieke doelgroepen te bereiken. - laagdrempelig, andere naam dan ‘gemeente’ en zichtbaar buiten gemeentehuis. Resultaat: - Een website, mailadres, telefoonnummer waar de inwoner terecht kan voor alle vragen. Dit kunnen fysiek meerdere plekken zijn in de HBEL gemeenten. - Afspraken tussen partijen over de inzet in deze toegang en de verbinding tussen deze toegang en de eigen zichtbaarheid/bereikbaarheid van organisaties (klantreis). - 1 Werkwijze triage/vraagverheldering (mogelijk gebruik makend van de insteek van positieve gezondheid). - Als ondersteuning nodig is: werkwijze voor inzet basisondersteuning of opschalen voor indicaties. Zoveel mogelijk vanuit deze plek vervolgafspraak maken voor inwoner met professional (ipv doorverwijzen) en info van intake overdragen. - Communicatie naar inwoners waar deze terecht kan voor vragen, advies en ondersteuning.
Status: - nu infopunt/ingangen versa/Welzijn op recept/beweegloket/Leefstijlpunt Aandachtspunten: - investeringen kunnen leiden tot structurele besparingen (verschillende subsidies voor coördinatie) - Huizen en BEL verschillende werkwijzes: niet efficiënt voor organisaties die in hele HBEL werken - BEL Leefstijlpunt en buurtsportcoach Huizen: bezetting kwetsbaar en weinig bezoekers
Wat: sociale kaart Doel: - de sociale voorzieningen beter zichtbaar en vindbaar te maken voor inwoners: mensen weten wanneer ze waar terecht kunnen. - verhoogde samenwerking tussen organisaties: professionals weten wanneer ze waar terecht kunnen Resultaat: • Een sociale kaart voor inwoners en professionals. Mogelijk zijn dit twee vormen, twee sociale kaarten • Communicatie naar inwoners en andere potentiële gebruikers over de nieuwe sociale kaart • werkwijze voor borging: structureel up to date houden Status: Nu worden diverse vormen van sociale kaarten gebruikt. Er is een inventarisatie gemaakt van behoeften, werkwijzen/producten die we nu gebruiken en enkele nieuwe producten bekeken die 15
een mogelijke oplossing kunnen bieden. Er is nu een voorstel in ontwikkeling om een keuze te maken voor een aanbieder die die sociale kaarten voor gemeenten ontwikkelt en beheert. Aandachtspunten: • Verschillende verwachtingen over de doelgroep en vorm. • Regionaal wordt ook gesproken over het ontwikkelen van een sociale kaart.
4. Passende en voldoende ondersteuning We beogen het aanbod van de basisondersteuning (individueel en groepsgewijs) te vergroten. Daarnaast beogen we meer samenwerking in de ondersteuning te creëren. De ambitie is dat alle professionals als 1 team rondom de inwoner/gezin staan. Dat doen we om het grootste deel van de mensen via de basisondersteuning te helpen en minder dan nu te verwijzen naar geïndiceerde zorg. Hierbij is het doel dat deze inzet gemiddeld korter is dan bij geïndiceerde ondersteuning, en daarmee goedkoper. De ondersteuning is passend: de inwoner is tevreden en is (duurzaam) geholpen met de ondersteuning. Wat gaan we doen: Ondersteuning jeugd • Lokaal netwerk: professionals die als 1 team jeugdigen/gezinnen ondersteunen in de HBL • Samenwerking onderwijs – sociaal domein • Regionaal (niet onderdeel van dit programma): doorontwikkeling regionale inzet via met name het IDU programma (instroom, doorstroom, uitstroom) en toekomscenario jeugd Ondersteuning volwassenen • Overdracht taken individuele ondersteuning van Versa Welzijn Huizen naar lokaal team begeleiders • Samenwerking sociaal domein en 1e lijnszorg • Regionaal (niet onderdeel van dit programma): herijken inkoopafspraken Wmo
Ondersteuning jeugd Wat: lokaal netwerk jeugd-professionals: professionals die als 1 team ondersteuning bieden aan jeugdigen/ gezinnen Doel: - Inwoners beter ondersteunen door meer samenwerking, met name door flexibele inzet zonder indicaties, werken vanuit 1 plan. - Kortere trajecten dan nu (door meer aandacht voor afschalen of afronden) - Stabilisatie en beheersing kosten door verschuiving naar meer inzet basisondersteuning en minder (duurdere) geïndiceerde voorzieningen dan in de huidige situatie. Ambitie om met dit project te realiseren: Gezamenlijke werkwijze met de organisaties in het netwerk (waaronder begeleiders, poh-er jeugd ggz, JGZ, jeugdwerk, consulenten) met de volgende onderdelen: - gezamenlijk verhaal naar inwoner toe waarvoor professionele ondersteuning is en wat aan inwoners zelf/gezamenlijk is (en hoe professionals dat kunnen ondersteunen) - integrale uitvraag in 1 gesprek. Alle betrokken partijen werken samen bij het in kaart brengen van de behoeften van de cliënt en bespreken en boordeling van de wenselijke inzet. - Eén gezin, één plan: alle professionals werken vanuit één gezamenlijk plan dat alle relevante informatie bevat, zoals doelen, behoeften en inzet. - Eén contactpersoon voor de cliënt: Dit zorgt voor duidelijkheid en consistentie voor de cliënt.
- Regie en rolverdeling: Er moeten duidelijke afspraken zijn over wie waarvoor verantwoordelijk is (zoals wie voor welk doel verantwoordelijk is) bij een casus en wie de regie heeft. - Daarnaast moet duidelijk zijn hoe casuïstiek kan worden opgeschaald indien nodig. Er moet ook duidelijkheid zijn over wanneer de basis ondersteuning stopt en geïndiceerde zorg in beeld komt. - Cultuur van samenwerking om gezamenlijk cases op te pakken. - Gezamenlijk signaleren, prioriteiten stellen en doorontwikkelen. 16
Resultaat: Stap 1: verkenning/startfoto: - zicht op problematieken (aard, omvang, doelgroepen) - zicht op huidig aanbod (basis en geïndiceerde ondersteuning) - projectplan opleveren, waarmee scope, gewenst resultaat en tussenstappen aan bod komen. Stap 2: bepalen gewenste werkwijze, rolverdeling en positionering: gewenste afbakening: - afbakening tussen basis en geïndiceerde ondersteuning en eventueel benodigde aanpassingen verordening, beleidsregels e.d. - inzet lokaal team, JGZ, POH-er, jeugdwerk en gewenste lokale inzet van nu regionale aanbieders. Een afwegingskaders kan hiervoor een middel zijn. - wanneer afbouwen, stoppen ondersteuning. gewenst aanbod: - aanbod basisondersteuning (individueel en groepsgewijs). En verwachtte aantallen. - aanbod geïndiceerde ondersteuning. gewenst eindplaatje van lokaal netwerk. Uit te werken in: - voor alle betrokken helder wie wat doet - klantreis met proces/werkafspraken. - werkwijze wanneer/hoe/door wie regie op inzet wordt gevoerd. Als regievoering nodig is, is er één regievoerder over alle partijen heen.
- Werkwijze 1 aanspreekpunt voorinwoner - werkwijze hoe om te gaan met nazorg/afsluiten - Hoe borging kwaliteitszorg, inzicht tevredenheid en afronding en nazorg - Bepalen van het veranderingsproces: hoe de omslag te maken van de huidige werkwijze naar de nieuwe werkwijze Benodigde randvoorwaarden en financiën: - (aantal) benodigde professionals en kennis/kunde/cultuur, randvoorwaarden zoals ict, communicatie. - Inzicht in kosten (en opbrengsten ten opzichte van de huidige structuur). Gewenste veranderingsstrategie: - implementatieplan opleveren, waarmee we beschrijven hoe we het eindplaatje realiseren. Eventueel aparte projecten/implementatieplannen per organisatie. En een voor de samenwerking tussen partijen die basisondersteuning leveren, de samenhang met regionaal veiligheidsteam en geïndiceerde zorg met het lokaal netwerk. Stap 3: Realisatie, concretiseren eindplaatje: Implementatieplan realiseren. Stap 4: Borging: - Inzet externen, onder meer via (subsidie)afspraken over hun inzet. - Interne inzet borgen, onder meer via dienstverleningsmodel voor inwoners, dienstverleningsconcept van de uitvoeringsdienst Status: Stap 1 is afgerond. Met de betrokken partijen is een startfoto gemaakt: er zijn aandachtspunten geformuleerd en is bepaald wat prioriteiten zijn om uit te werken. Een eerste afwegingskader, met werkwijze voor triage, is gerealiseerd.
Bij complexe vragen wordt samen met een gedragsdeskundige bekeken welke hulp nodig is. We kijken nog meer naar wat kind en gezin zelf kunnen oplossen of met lichte begeleiding van het lokaal begeleidingsteam. Voor diverse doelgroepen is de samenwerking op casusniveau versterkt: Kansrijke start en jongeren met overgewicht. Aandachtspunten: - relatie met regionale ontwikkelagenda JGZ en opschalen JGZ 17
- de ketenaanpakken Kanrijke Start en overgewicht jeugd zijn al samenwerkingsafspraken. Hierop kan worden voortgebouwd. Samenwerking met het onderwijs Voor het sociaal domein is onderwijs een essentieel domein om mee samen te werken. Doel hierbij is het bevorderen van een goede ontwikkeling van onze kinderen. Kenmerken van de werkwijze zijn zorg vanuit meerdere disciplines op scholen vormgeven; vindplaatsgericht en werkplaatsgericht werken in relatie tot scholen (fysieke aanwezigheid van zorg en ondersteunen en verbinden met het onderwijsteam); normaliseren in relatie tot onderwijs. Onze inzet is: - Het doorzetten van bestaande projecten op scholen. Hiervoor voldoende consulenten en begeleiders beschikbaar hebben. Zo hebben we op HBL niveau twee (onderwijs) jeugdconsulenten vrijgemaakt om deel te nemen aan de zorgstructuur op scholen. Deze onderwijsjeugdconsulenten bieden consultatie aan professionals op de scholen op het gebied van jeugdhulp, denken mee over casuïstiek en pakken casuïstiek snel op als blijkt dat geïndiceerde hulp nodig is. Op deze manier zijn er korte lijnen tussen de scholen en de HBEL uitvoeringsdienst. - Samen met scholen de ontwikkelingen en aandachtspunten per school in beeld brengen. Om zo meer/beter/gerichter zorg toe te voegen op school. Hierbij maken we gebruik van de lessen van de bestaande projecten op scholen.
- Benutten van de rol van een brugfunctionaris, op die scholen die deze functies hebben. Op het moment dat dit leidt tot concrete projecten, worden deze opgenomen in dit programma. Regionale inzet op jeugd De belangrijkste regionale inzet, die bijdraagt aan de doelen van dit programma, is: - Programma IDU: diverse acties om de instroom, doorstroom en uitstroom met betrekking tot jeugdhulp te verbeteren. Zoals een systemische analyse bij een hulpvraag, ondersteunen van gedragswetenschappers bij dreigende uithuisplaatsingen, integrale ondersteuning in een gezin (meer focus op ouders i.p.v. kinderen), - Toekomstscenario jeugd: focus op jeugdhulp en veiligheid. - Onderwijs-jeugd-arrangementen: Op de Wijngaard (SBO) en de Donnerschool (SO) wordt het project onderwijsjeugd arrangement (OJA) uitgevoerd onder de vleugels van de Regio Gooi en Vecht. Er wordt in dit project samengewerkt met ouders en de school. De werkwijze is laagdrempelig, zonder indicatie en wordt door drie aanbieders aangeboden. Het Leger des Heils is betrokken bij de Wijngaard. Youké en Levvel zijn betroken bij de Donnerschool. Dit project wordt gefinancierd op basis van lumpsum financiering en voor de Donnerschool betaalt ook het SWV een deel van de kosten.
In lijn met het rijk is de ambitie om een visie te ontwikkelen hoe we om moeten gaan met de (collectieve) financiering en organisatie van zorg en ondersteuning in het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs (cluster 3 en 4). Een van de speerpunten van de Hervormingsagenda Jeugd is het werken met ‘sterke lokale teams 2.0’ die lichte jeugdhulp lokaal en laagdrempelig aanbieden. Het project ‘lokaal netwerk HBL jeugdprofessionals’ is de HBEL vertaling van dit landelijke speerpunt. In de HBEL visie sociaal domein beschrijven we onze ambitie dat ook specialistische ondersteuning aansluit bij dit netwerk. Werken met een beperkt aantal aanbieders, een doelgroep/lumpsum financiering en de andere kader zoals hierboven staan, zijn ook bij jeugd wenselijk. Daarom is het bij Jeugdhulp en – begeleiding wenselijk om de huidige regionale inkoop-afspraken te herzien. Voor de regionale inkoopafspraken rondom Jeugd is regionaal nog niet besloten om een verkenning uit te voeren naar herziening van inkoopafspraken. Daarom is dit nog niet als project in dit programma opgenomen. Vanuit de HBEL zetten we ons er voor in dat we dit wel regionaal gaan oppakken. Overigens werken we op kleine schaal al met de vorm van financiering. Dit doen we bij de inzet van POH-ers jeugd ggz en de regionale onderwijs-zorg-arrangementen.
basisondersteuning volwassenen Wat: Overdracht taken individuele ondersteuning van Versa Welzijn Huizen naar lokaal team begeleiders
18
Doel: Werken vanuit 1 visie, 1 plan, 1 werkwijze bij het leveren van ondersteuning aan inwoners. Dit op een zo efficiënte en effectief mogelijk manier doen met zo min mogelijk schotten en zo min mogelijk noodzaak van coördinatie of afstemming tussen organisaties. Resultaat: Individuele basisondersteuning vanuit 1 team leveren. Overdracht van inzet vanuit Versa AMW, SJD en de individuele ondersteuning vanuit WWM (wonen, welzijn, mantelzorg) naar het lokaal team. Status: De uitgangspunten zijn vastgesteld. De WWM ondersteuning is nu belegt bij het lokaal team. In Huizen is een werkwijze voor samenwerking tussen het lokaal team en de wijkverpleging gerealiseerd (dit was voorheen een werkwijze tussen Versa en de wijkverpleging). Aandachtspunten: - Behoud van de laagdrempeligheid voor inwoners. - Werkwijze voor bestaande cliënten.
Wat: Samenwerking rondom volwassen: professionals die als 1 team ondersteuning bieden (inclusief 1e lijnszorg) Doel: - Inwoners beter ondersteunen door meer samenwerking, flexibelere inzet. - Kortere trajecten (in vergelijking met geïndiceerde wmo begeleiding, door afschalen of afronden) - Stabilisatie en beheersing kosten (door verschuiving naar meer inzet basisondersteuning en minder duurdere geïndiceerde voorzieningen). Resultaat: - voor alle betrokkenen helder wie wat doet - gezamenlijk verhaal naar inwoner toe waarvoor professionele ondersteuning is en wat aan inwoners zelf/gezamenlijk is (en hoe professionals dat kunnen ondersteunen) - versterken samenwerking tussen met name lokaal team begeleiding, SHV, Versa, Haven5, MEE, wijkverpleging, buurtsportcoaches, vrijwilligerscentrale, 1e lijnszorg. Waar nodig, versterken samenwerking op casusniveau: - integrale uitvraag in 1 gesprek, op basis waarvan inzet van alle partijen beoordeeld kan worden - waar nodig, werken vanuit 1 plan - 1 contactpersoon voor de cliënt - werkwijze wanneer/hoe/door wie regie op inzet. Als regievoering nodig is, 1 regievoerder over alle partijen heen. - werkwijze hoe om te gaan met nazorg/afsluiten - tussen zorg en sociaal domein werkwijzes voor doorverwijzen, overdragen, consulteren en samenwerken. - gezamenlijk het beeld vergroten van de vragen van inwoners.
Welke problemen, doelgroepen, behoeften zien wij. Om vervolgens hierop de samenwerking door te ontwikkelen. Bijvoorbeeld door andere inzet, bijvoorbeeld meer/andere inzet op preventie of juist een specifieke vorm van gecombineerde ondersteuning verder te ontwikkelen. Status: Voor één of meerdere gemeenten loopt nu: - bijeenkomsten levende sociale kaart: sociaal domein en 1e lijns zorg. Inzet op onder meer verheldering wie wat doet en kortere lijnen creëren. - Welzijn op recept: aanspreekpunt in het sociaal domein voor groepspraktijken - In de BEL zijn er goede afspraken tussen huisartsen en het Leefstijlpunt. - Regionaal transformatieplan positieve gezondheid: gespreksvoering en gezamenlijk beeld vanuit zorg en sociaal domein over wat professionals doen en wat bij mensen zelf ligt; - voor diverse doelgroepen versterkte samenwerking op casusniveau: - pilot verkennend gesprek/pilot sggz (Huizen); - ketenaanpak ouderen en beweging/overgewicht en valpreventie; Aandachtspunten: - Verbinding houden tussen lokale afspraken/werkwijzes en regionale afspraken die nu worden ontwikkeld in de IZA coalities (in het kader van wijkinfrastructuur, Welzijn op Recept, ketenaanpak valpreventie en overgewicht volwassenen, verkennend gesprek voor mensen met ggz problemen)
19
- Aandachtspunt voor de zorg is dat voor hen niet altijd duidelijk is waar zij terecht kunnen voor doorverwijzen, overdragen en samenwerken met het sociaal domein. Dit wordt opgepakt door 1 toegang sociaal domein te realiseren voor de inwoner en voor professionals van andere domeinen.
Regionale inzet: herijking inkoopafspraken Wmo Eén van de beoogde veranderingen is om geïndiceerde ondersteuning beter te laten aansluiten op basisondersteuning. Hierbij beogen we voor geïndiceerde ondersteuning: - Dat het aandeel van geïndiceerde ondersteuning kleiner wordt dan nu het geval is. - Dat de criteria om in aanmerking te komen voor geïndiceerde ondersteuning aangepast moeten worden. - Geïndiceerde ondersteuning geleverd wordt door een overzichtelijk, beperkt aantal aanbieders. Dit bevordert de samenwerking en het is makkelijker om op- en af te schalen. Op deze manier is het zorglandschap voor inwoners overzichtelijk. - (prestatie)afspraken zijn gericht op samenwerking tussen de partijen die geïndiceerde - en basisondersteuning bieden. Afspraken stimuleren dat geïndiceerde ondersteuning mensen ondersteunt dat nodig hebben, en afschaalt wanneer mogelijk. - In deze afspraken ruimte voor innovatie, zoals meer groepsgewijze ondersteuning, en de mogelijkheid van flexibele inzet (niet iedereen heeft baat of behoefte aan welke week of periode dezelfde inzet). - Een verantwoordingssystematiek met zo weinig mogelijk bureaucratie. - Een financieringsvorm met grip op kostenontwikkelingen. Daarbij heeft een doelgroep/ lumpsumfinanciering de voorkeur boven facturatie per uur zonder bovengrens.
3 - Een financieringsvorm op basis van een vaste totaalprijs kan betekenen dat er op enig moment wachttijden zijn voor mensen. Wachttijden zijn geen doel, maar kunnen acceptabel zijn. Dit kan mensen prikkelen tot het zelf zoeken naar alternatieve oplossingen. Belangrijk is in beeld te hebben wat wel en niet acceptabel is. En dat bij wachttijden er een werkwijze is dat mensen die wel direct ondersteuning nodig hebben ook direct geholpen kunnen worden. - Werken in partnerschap tussen gemeenten en deze aanbieders. Hiermee bedoelen we dat er periodiek overleg is over de (gewenste) afspraken en resultaten, het monitoren van de kwaliteit en de uitnutting van het budget, de werkwijze bij (dreigende) uitnutting van het budget, en het voorkomen dat mensen onnodig heen-en-weer worden geschoven tussen partijen. Dit alles betekent dat het wenselijk is om de huidige regionale inkoop-afspraken te herzien, met name die in het kader van Wmo begeleiding. Hierbij is zorgvuldigheid belangrijk, waarbij rekening wordt gehouden met de gevolgen voor cliënten, de huidige aanbieders en de gemaakte afspraken en regels over het tussentijds aanpassen of opzeggen van afspraken. Deze afspraken zijn afgesloten op het niveau van de regio Gooi en Vecht. Voor de Wmo begeleiding, dagbesteding en huishoudelijke hulp wordt nu een verkenning uitgevoerd naar herziening van deze inkoopafspraken.
Dagbesteding Voor de dagbesteding wordt verkend om lichte vormen van dagbesteding niet meer in te kopen als geindiceerde voorzieningen, maar deze als algemene voorzieningen vorm te geven. Hierbij wordt gekeken om deze algemene voorzieningen deels vorm te geven met regionale afspraken, als gemeenten gezamenlijk. Voor het HBEL gaat het om een beperkt aantal mensen, die grotendeels met bestaande algemene voorzieningen opgepakt kunnen worden. Bij voldoende dagbesteding in algemene voorzieningen, is aandacht voor: - Behoefte aan een inloop voor jongeren met GGZ problemen. Lokaal zien we met name bij jongeren een toename van psychische problemen, waarbij mogelijk behoefte is aan een plek voor ontmoeting van onder meer lotgenoten, activiteiten, en groepsondersteuning. De landelijke IZA en GALA akkoorden beschrijven het realiseren van regionale centra voor mentale gezondheid en laagdrempelige zelfregiecentra. Hierop worden nu regionaal plannen gemaakt die aansluiten die zoveel mogelijk aansluiten op bestaande ondersteuning.
3 Voor meer informatie over hoe een inkooprelatie is vorm te geven, zie onder meer: Drie
uitvoeringsvarianten · Ketenbureau i-Sociaal Domein 20
-
Voldoende aanbod van passende dagbesteding voor ouderen. Vanwege een toename van het aantal ouderen (een verdubbeling van het aantal 80-plussers in 2035) neemt naar verwachting ook het aantal inwoners met (beginnende) geheugenproblemen toe. Daarmee is dan op termijn behoefte aan een tweede locatie zoals het Geheugenhuis. Hierbij is een locatie interessant waar een doorgaande lijn van ondersteuning via opschaling mogelijk is: van lichte, laagdrempelige gemeentelijke ondersteuning naar ondersteuning op indicatie vanuit de Wet langdurige zorg (WLZ). Hierbij kan enerzijds door lichte en laagdrempelige ondersteuning de duurdere, geïndiceerde ondersteuning uitgesteld kan worden. Anderzijds kan de uitstroom naar WLZ ondersteuning soms versneld worden doordat de doorstroom van gemeentelijke naar WLZ ondersteuning op dezelfde locatie gefaciliteerd wordt. Tenslotte biedt een dergelijke plek de mogelijkheid om het netwerk van een dementerende in een vroeg stadium in kaart te brengen en de mogelijkheden hiervan (op vrijwillige basis) als aanvulling op professionele zorg optimaal te benutten. Uit onderzoek blijkt daarnaast dat mantelzorgers van dementerenden het langer vol houden wanneer ondersteuning tijdig start.
5. Indiceren en regie Eén van de beoogde veranderingen is meer inzetten op passende ondersteuning en normalisering. Dit werken we uit in duidelijker neerzetten wanneer wel en niet geïndiceerde ondersteuning nodig is, het versterken van (indien nodig) het werken met een integrale blik en de menselijke maat. Wat gaan we in HBEL-verband doen: • Doorontwikkelen werkwijze consulenten, passend bij integraal werken, menselijke maat, regie waar nodig • Passende juridische kaders • Aanpassen dienstverleningsconcept HBEL uitvoeringsdienst Wat: doorontwikkelen werkwijze consulenten, passend bij integraal werken, menselijke maat, regie waar nodig Doel: - Faciliteren integraal en domeinoverstijgend werken - Hanteren menselijke maat - Regie inzetten waar nodig (en weten wie/wat dan doet) Resultaat: - implementeren doorbraakmethode - werkwijze van positieve gezondheid ingebed - verkennen inzet eigen kracht conferenties - t.z.t. implementatie WAMS - verhelderen regievoering door consulenten: wanneer en hoe Daarnaast behouden we – met het ontwikkelen van de verschillende werkwijzes - overzicht wanneer, wie en hoe welke werkwijzes hanteren. Dit borgen we onder meer in het dienstverleningsmodel van de HBEL uitvoeringsdienst en de juridische kaders voor inwoners. Status: - gestart met implementatie doorbraakmethode en verhelderen wanneer/hoe regievoering door consulenten. - Rest nog niet gestart.
Stapsgewijs thema’s oppakken en borgen. Om zo het overzicht en samenhang te behouden en de doorontwikkeling behapbaar te houden. Context en aandachtspunten: - Nieuwe werkwijzes ontwikkelen in relatie tot bestaande werkwijzes zoals MDA++, top5, versterkte procesregie, RET. Aandacht voor overzicht en samenhang. - WAMS is Wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein) die de gegevensuitwisseling tussen de domeinen in het sociaal domein beoogt te verbeteren. Zo wil deze wet de mogelijkheden verbeteren voor een integrale aanpak.
21
Wat: Aanpassen juridische kaders SD Doel: - Juridische kaders passend bij werkwijze HBEL uitvoeringsdienst en visie - Kaders ondersteunend aan beweging naar meer inzet basisondersteuning en normaliseren - Kaders begrijpelijk en vindbaar voor inwoners Resultaat: - verordening uit elkaar gehaald, - Verordeningen, beleidsregels en werkwijze zo begrijpelijk mogelijk voor inwoner - Verordeningen, dienstverleningsmodel en beleidsregels op 1 plek vindbaar voor inwoners Status: Voorstel voor nieuwe verordening is in ontwikkeling Context en aandachtspunten: In de visie zijn kaders vastgesteld voor: - Maatwerk bij individuele ondersteuning. - Afkadering van de verantwoordelijkheid van de gemeente. - Welke ondersteuning normaal gezien past bij de taak van een opvoeder en wat de rol van de gemeente is (gebruikelijke en boven gebruikelijke hulp). - Aanscherpen dat onze inzet primair is gericht op het versterken van de opvoedingsvaardigheden van de ouders, zodat zij zelf problemen kunnen oppakken, en onze inzet daarmee niet direct gericht is op de ontwikkeling van de jeugdigen. Deze kaders kunnen verder worden geborgd in de verordening en/of een dienstverleningsconcept voor inwoners. We houden de landelijke ontwikkelingen om de jeugdhulp te begrenzen, in de gaten.
Nadat duidelijk is wat de nieuwe Jeugdwet aan afkadering biedt en welke ruimte deze laat voor lokale invulling, kunnen we bekijken welke aanpassingen in de verordening en beleidsregels nodig en mogelijk zijn. We willen leren van andere gemeenten. Zo heeft Eemnes eerder de verordening voor ondersteuning van Jeugd aanpast. We gaan na of we hier ons voordeel mee kunnen doen. Wat: Aanpassen dienstverleningsconcept HBEL uitvoeringsdienst Doel: Een actueel, vastgesteld kader op basis waarvan de inzet van de HBEL uitvoeringsdienst helder is, zowel intern als voor de HBEL opdrachtgevers. Resultaat: - Een geüpdatet, vastgesteld dienstverleningsconcept. - Het dienstverleningsconcept is door de HBEL gemeenten vastgesteld als het kader voor de inzet van de uitvoeringsdienst. Bestuurlijke vaststelling eventueel in een verkorte, bestuurlijke versie. - Werkwijze vastgesteld waarbij dit concept periodiek wordt geactualiseerd. Status: Het laatste vastgestelde dienstverleningsconcept dateert van 2016. Context en aandachtspunten: Dit dienstverleningsconcept beschrijft de werkwijze van de uitvoeringsdienst. Diverse van de projecten die dit programma beschrijft, beogen een andere werkwijze. Voor borging van deze projecten zal daarom regelmatig het aanpassen van dit concept nodig zijn.
Het project om de verordening sociaal domein aan te passen, beschrijft de invoering van een dienstverleningsmodel voor de inwoner. Dit is niet hetzelfde als dit dienstverleningsconcept van de HBEL uitvoeringsdienst. Maar dit model is wel onderdeel van het concept.
6. Randvoorwaarden: Sturen op resultaten en HBEL samenwerkingsafspraken Wat gaan we doen: 22
• • •
Implementeren enquête kwaliteit/tevredenheid onder klanten Pilot factorenmodel Herijken HBEL samenwerkingsafspraken
Wat: Implementeren enquête kwaliteit/tevredenheid onder klanten Doel: inzicht in de kwaliteit van, en tevredenheid over, de ondersteuning. Om daarmee de ondersteuning verder te verbeteren. Resultaat: - Een vragenlijst en werkwijze ontwikkeld waarmee we voldoende respons krijgen. - Implementatie voor alle ondersteuning die we zelf leveren. - Verkennen of er een meerwaarde is en het haalbaar is om dit ook in te zetten bij dienstverlening die we niet zelf leveren, maar waarbij we opdrachtgever zijn. - De uitkomsten zichtbaar in het dashboard. - Deze werkwijze structureel invoeren, als onderdeel van het kwaliteitsproces. Status: Enquête is ontwikkeld en wordt nu eerst op kleine schaal uitgerold bij cliënten van het lokaal begeleidingsteam en van Zicht op Werk. Om de werkwijze zo door te ontwikkelen en verder uit te rollen. Aandachtspunten: - Voldoende response van cliënten is een aandachtspunt. Pilot factorenmodel Het is de planning om een pilot op te zetten waarin we werken met het factorenmodel. Het model beoogd op wijkniveau te laten zien welke interventies welke invloed hebben. Dit model kan ondersteunend werken aan het versterken basisondersteuning, omdat hiermee gerichter die basisondersteuning kan worden versterkt die effect heeft. De pilot is nog niet uitgewerkt.
HBEL samenwerking Met dit programma beogen we als HBEL gemeenten een verschuiving te maken van geïndiceerde ondersteuning naar meer inzet van niet-geïndiceerde basisondersteuning. Bij deze verschuiving speelt verbinding en samenwerking een belangrijke rol, met name tussen de taken van indiceren/verwijzen/regie door consulenten, basisondersteuning en de toegang voor inwoner tot het sociaal domein. Deze onderdelen zijn verschillend georganiseerd. Deels op het niveau van afzonderlijke gemeenten, deels op HBEL niveau. De basisondersteuning (ondersteuning zonder indicatie) werd voorheen door elke gemeente apart opgepakt via eigen afspraken met partijen in het voorveld. De afgelopen jaren begeeft de HBEL uitvoeringsorganisatie zich meer op het terrein van de basisondersteuning (ondersteuning waarvoor geen indicatie nodig is), met name door de inzet van het lokale begeleidingsteam, de poh-ers jeugd ggz en schuldhulpverlening. Andere partijen die basisondersteuning leveren, werken nog via (beleids)kaders van de afzonderlijke gemeenten. Een uniforme werkwijze van de HBEL-gemeenten biedt hier nu voordelen. De huidige samenwerkingsafspraken zijn vastgelegd in gemeenschappelijke regelingen en werkafspraken. De gemeenschappelijke regeling voor de HBEL is opgesteld voor de decentralisaties in het sociaal domein van 2015 en voor de oprichting van de BEL-combinatie.