A 4
Tekst van het document
Plan van aanpak invasieve exoten BEL Combinatie 2025-2035
1
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ........................................................................................................................................... 3
2.
Wat zijn invasieve exoten ................................................................................................................ 3
3.
Welke soorten moeten we bestrijden............................................................................................. 4
4.
Wie is waarvoor verantwoordelijk .................................................................................................. 4
5.
Aanpak ............................................................................................................................................. 5
5.1.
Pijler 1: Inventarisatie.................................................................................................................. 6
5.2.
Pijler 2: Preventie ........................................................................................................................ 7
5.3.
Pijler 3: Snelle uitroeiing.............................................................................................................. 8
5.4.
Pijler 4: Beheersen....................................................................................................................... 8
5.5.
Pijler 5: Verwijderen .................................................................................................................... 9
5.6.
Pijler 6: Bewustwording............................................................................................................. 10
5.7.
Pijler 7: Monitoring.................................................................................................................... 11
6.
Uitvoering ...................................................................................................................................... 12
Losse bijlage: Unielijst BEL 2025............................................................................................................ 12
2
1. Inleiding Invasieve exoten zijn verschillende soorten planten en dieren, op het land en in het water (zie hst. 2). Ze kunnen schade veroorzaken aan wegen, gebouwen, openbaar groen en de natuur. Vanwege die mogelijke schade heeft de Europese Unie (EU) een aantal invasieve exoten op de Unielijst gezet. Er is een plicht om maatregelen te nemen tegen de soorten op de Unielijst. EU-landen moeten voorkomen dat die soorten zich in hun land vestigen. Soorten die er al zijn moeten ze bestrijden (zie hst. 3). In Nederland zijn het vaak de gemeenten die maatregelen moeten nemen. Maar niet voor alle soorten op de Unielijst (zie hst. 4). Het doel van dit Plan van aanpak is om efficiënt en tegen zo laag mogelijke kosten de overlast van de invasieve exoten in de BEL-gemeenten (verder: BEL) te beperken. We geven aan voor welke soorten invasieve exoten de BEL verantwoordelijk is en hoe we die verantwoordelijkheid oppakken. We gebruiken daarvoor een stappenplan met 7 pijlers. Zo willen we voorkomen dat er nieuwe soorten en nieuwe locaties invasieve exoten in de BEL komen, en de bestaande locaties waar mogelijk verkleinen. We werken zo veel mogelijk samen met andere gemeenten, waterschappen en inwoners. We zorgen dat we op de hoogte blijven van nieuwe bestrijdingsmethoden, veranderingen in de regelgeving en van het resultaat van onze aanpak. We passen het Plan van aanpak aan als dat nodig is.
Zo wordt het een “levend document” (zie hst. 5).
2. Wat zijn invasieve exoten Exoten zijn planten en dieren die oorspronkelijk niet in Nederland voorkomen. Ze zijn niet op eigen kracht in Nederland terecht gekomen. Vaak komen ze per ongeluk met transporten mee van (ver) over de grens. Of ze worden hier verkocht als huisdier, tuin- of vijverplant. Ze kunnen in de natuur, water of openbare ruimte terechtkomen. Per ongeluk (ontsnappen) of door dumping/loslaten. De meeste exoten kunnen hier niet of niet goed overleven, bijvoorbeeld omdat het hier te koud of te nat is. Invasieve exoten kunnen hier juist heel goed overleven. Je ziet ze op steeds meer locaties en ze zijn bijna niet uit te roeien. Er zijn geen natuurlijke vijanden die daar voor zorgen. Een paar bekende voorbeelden: De Japanse duizendknoop is als tuinplant ons land binnengekomen en daarna verwilderd. De halsbandparkiet is losgelaten of ontsnapt uit volières. De rode Amerikaanse rivierkreeft is losgelaten of ontsnapt uit aquaria. Invasieve exoten kunnen schade veroorzaken, bijvoorbeeld doordat de wortels in de fundering groeien of de verharding omhoog duwen. Ze kunnen schade veroorzaken aan dijken en oevers door het graven van holen. En aan openbaar groen en de natuur, doordat ze andere planten verdringen. Dit Plan van aanpak gaat alleen over de verplichting die gemeenten hebben voor de bestrijding van invasieve exoten.
Het gaat niet over: - Soorten op een natuurlijke manier in Nederland terecht komen en zich hier, vaak door de klimaatverandering, thuis voelen. Deze soorten veroorzaken in principe geen overlast. - Soorten die niet op de Unielijst staan maar zich wel makkelijk verspreiden en daardoor de biodiversiteit kunnen verminderen (andere soorten verdringen). - Plaagsoorten. Dat zijn (inheemse) soorten die overlast veroorzaken. Denk aan hooikoortsklachten door planten of heftige jeuk (Reuzenberenklauw, eikenprocessierups). Maar
3
ook mollen, wespen en ratten zijn plaagsoorten. Voor deze soorten is meestal al een aanpak bekend.
3. Welke soorten moeten we bestrijden Invasieve exoten kunnen dus schade en overlast veroorzaken en een bedreiging zijn voor onze biodiversiteit. Daarom zijn instanties1 verplicht maatregelen te nemen. Die verplichting staat in de Europese verordening invasieve exoten2. EU-landen hoeven niet tegen alle invasieve exoten maatregelen te treffen. De Europese Unie (EU) heeft de zogenoemde Unielijst opgesteld. Deze soorten mag je niet in je bezit hebben, verhandelen, transporteren en importeren. Er zijn een paar uitzonderingen. Plantensoorten mogen bijvoorbeeld wel in de tuin blijven staan, maar je mag ze niet vermeerderen of verspreiden in de natuur. Een dier op de Unielijst mag je houden totdat het sterft, maar je moet wel kunnen aantonen dat je het dier al had voordat de soort op de Unielijst werd geplaatst. De EU voegt soms nieuwe soorten toe. Tijdens het schrijven van dit Plan van aanpak staan er 88 soorten op de Unielijst. Ze zijn als volgt onderverdeeld: - “Artikel 17-soorten”. Deze kwamen nog niet in Nederland voor toen ze op de Unielijst werden gezet; - “Artikel 19a-soorten”. Deze kwamen wel in ons land voor toen ze op de Unielijst werden gezet, maar nog niet wijdverspreid. Daardoor kunnen ze nog volledig worden verwijderd, al kost dat wel de nodige moeite; - “Artikel 19b-soorten”. Deze soorten zijn al op veel plekken aanwezig en kunnen niet meer volledig worden uitgeroeid.
We moeten voorkomen dat bestaande locaties groter worden en dat nieuwe locaties ontstaan. In en rond natuurgebieden (NNN en N2000-gebieden) of in belangrijke gebieden voor weidevogels worden deze soorten soms wel bestreden; - Overige soorten. Landen en provincies mogen daarnaast een eigen lijst hebben met invasieve exoten voor hun land / provincie. Ze moeten wel onderbouwen waarom die soorten op hun lijst staan. Op de Nederlandse lijst staan drie Duizendknoop soorten, hiervoor geldt een handelsverbod. De provincie Utrecht heeft 5 soorten op hun lijst staan. De provincie Noord-Holland stelt begin 2025 haar Programma Invasieve Exoten vast met daarop een aantal provinciaal aangewezen soorten. Er zijn dus vier lijsten waar we in de BEL rekening mee moeten houden: een Europese, een landelijke en twee provinciale lijsten. De lijsten zijn samengevoegd in de Unielijst BEL (bijlage).
4. Wie is waarvoor verantwoordelijk Het Rijk, de provincies, andere organisaties en inwoners hebben niet allemaal dezelfde taken bij het bestrijden van de invasieve exoten. Het rijk en de provincies moeten zorgen dat er zo min mogelijk 1
2
Rijkswaterstaat, ministerie van LNV, provincies, gemeenten, waterschappen, prorail, recreatieschappen, terreinbeheerders. 1143/2014; Europese Commissie 2014, preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse
soorten.
4
nieuwe invasieve exoten bijkomen en dat de bestrijding makkelijker wordt. Grondeigenaren moeten de invasieve exoten bestrijden op hun eigen terrein en/of in hun eigen watergangen. Denk bijvoorbeeld aan beheerders van natuurgebieden, waterschappen, eigenaren van landbouwgrond of inwoners met een tuin. Deze verantwoordelijkheden zijn in dit hoofdstuk kort beschreven. Het Rijk moet zorgen voor: - Een verbod op het verkopen of bezitten van deze soorten; - Douanecontrole bij de grens, zodat de soorten niet illegaal worden ingevoerd; - Landelijk onderzoek naar manieren om deze soorten uit te roeien of de verspreiding tegen te houden; - Bestrijding van de “Artikel 19b-soorten” die vallen onder de Visserijwet (kreeften en krabben). De provincies hebben als taak: - Zorgen voor samenwerking tussen gemeenten en andere “buren” (zoals waterschappen, natuurbeheerders). Daarbij hoort ook het gezamenlijk opstellen van bijvoorbeeld een draaiboek en het vastleggen van gezamenlijke afspraken.
Alleen zo kunnen we voorkomen dat soorten na verloop van tijd weer vanaf de buren terugkomen en alle inspanning voor niets is geweest; - Kennis delen: zorgen dat gemeenten makkelijk van elkaar kunnen leren welke bestrijding wel en niet werkt; - Subsidies geven aan gemeenten voor een proef met een nieuwe manier van bestrijden of voor het bestrijden in bijzondere gebieden (zoals natuurgebieden); - Controleren of de regels niet worden overtreden, bijvoorbeeld doordat uitgegraven grond met invasieve exoten daarin ergens anders weer wordt gebruikt; - Het compleet weghalen van “Artikel 17-soorten”. Op het moment dat er een nieuwe locatie is ontdekt, moet deze door of op kosten van de provincie helemaal verwijderd worden; - Voorkomen van invasieve exoten in het Natuur Netwerk Nederland (NNN) of in een Natura 2000gebied (dat zijn bepaalde natuurgebieden). Bij “Artikel 19a-soorten” is de eigenaar of beheerder verantwoordelijk voor het zo snel mogelijk weghalen na een melding. Maar als die soorten in of vlakbij zo’n natuurgebied staan dan betaalt de provincie mee aan de kosten. Daarbij mogen ze een (kosten)effectieve aanpak kiezen. Als uitroeien van een soort in de praktijk of vanwege hoge kosten niet reëel is dan mogen ze kiezen voor beheersen.
Bij “Artikel 19b-soorten (die komen al veel voor in Nederland) vraagt de provincie soms aan een gemeente om niet alleen te beheersen maar ook te bestrijden. De provincie betaalt dan, gedeeltelijk of helemaal, de kosten. Gemeenten en andere grondeigenaren moeten er voor zorgen dat: - Er geen nieuwe soorten invasieve exoten in hun gebied komen; - De soorten die er al zijn zich niet verder verspreiden, minder worden of helemaal verdwijnen.
5. Aanpak Invasieve exoten verschillen erg van elkaar. Het zijn planten en dieren, ze leven op land, in water of in de lucht. Ze komen veel voor of nog maar weinig. De overeenkomst is dat het bestrijden altijd lastig is. De methoden zijn duur, moeilijk en de invasieve exoten komen na verloop van tijd vaak gewoon weer terug.
5
Toch willen we de overlast van de invasieve exoten beperken. En ons daarbij aan de regels houden, zo efficiënt mogelijk werken en de kosten zo laag mogelijk houden. Bij deze aanpak gaan we uit van 7 pijlers. Deze pijlers zijn in de volgende paragrafen verder beschreven. 1. Inventarisatie: voor welke soorten is de gemeente verantwoordelijk? Komen deze soorten ook daadwerkelijk in de gemeente voor en waar dan? 2. Preventie: “voorkomen is beter dan genezen”. We stellen regels op voor het werken in de buurt van invasieve exoten, om zo verspreiding te voorkomen. Dat kan bij onderhoud zijn of nieuwe aanleg. 3. Snelle uitroeiing: nieuwe locaties met invasieve exoten pakken we zo snel mogelijk aan. Zo voorkomen we dat de exoot zich op die locatie uitbreidt of zich verder verspreidt naar andere gebieden. Dat scheelt kosten in de toekomst. 4. Beheersen: bij bestaande locaties voorkomen we zo veel mogelijk dat de locatie groter wordt. 5. Verwijderen: als er ergens grootschalige werkzaamheden in de openbare ruimte zijn dan pakken we de invasieve exoten in dat gebied gelijk aan en verwijderen we ze zo veel mogelijk. Bijvoorbeeld bij renovatie of herinrichting van een weg. 6. Bewustwording: we informeren inwoners, de Buitendienst en bedrijven die in de openbare ruimte werken. We geven tips om ze op het eigen (werk)terrein te bestrijden.
We leggen uit wat het gevaar is als deze soorten in de openbare ruimte terecht komen. 7. Monitoring: we gaan na of de aanpak werkt. Dat doen we voor elke pijler afzonderlijk, maar ook voor het plan als geheel.
5.1.
Pijler 1: Inventarisatie
In hst. 4 en in de Unielijst (bijlage) staat welke soorten invasieve exoten de gemeenten moeten bestrijden. Niet al die soorten komen ook echt in de BEL voor. Het is belangrijk om dat eerst uit te zoeken. Daarvoor kijken we in het Waarschuwingssysteem Invasieve Exoten op waarneming.nl en in de Nationale Databank Flora en Fauna. In deze systemen wordt globaal aangegeven waar invasieve exoten aanwezig zijn. We vragen ook de provincies, waterschappen, Goois Natuurreservaat en Natuurmonumenten of er invasieve exoten in hun gebied voorkomen. In ons Groenbeheersysteem zijn de bij ons bekende locaties van de Japanse Duizendknoop al aangegeven. Zo kunnen we een eerste overzicht maken van de soorten invasieve exoten die (waarschijnlijk) in de BEL voorkomen en de (globale) locaties van die soorten. Van de soorten met de hoogste prioriteit (pijler 3) onderzoeken we als eerste of ze in de BEL voorkomen. De locaties registreren we in het Groenbeheersysteem. We zorgen dat registreren makkelijk is en dat de verschillende soorten goed zijn terug te vinden. Daarna stellen we een werkwijze op om de locaties van de overige invasieve exoten te vinden en te registreren. We verplichten bijvoorbeeld onze aannemers en de Buitendienst om nieuwe locaties door te geven. We vragen ook aan inwoners om dat te doen. Deze registratie is geen eenmalige actie, maar moeten we bijhouden.
Zo kunnen we nieuwe locaties snel aanpakken en voorkomen dat die locaties groter worden.
6
Voor de soorten die daadwerkelijk in de BEL voorkomen stellen we een Strategie per soort op. Daarin is per pijler beschreven welke acties nodig zijn, specifiek voor die soort. Acties: - Onderzoeken welke soorten invasieve exoten in de BEL voorkomen; - Soort en locatie registreren in het Groenbeheersysteem; - Werkwijze opzetten voor het makkelijk doorgeven en verwerken in het Groenbeheersysteem; - Actief samenwerking zoeken met andere partijen, nagaan welke soorten in hun gebied voorkomen; - Strategie per soort opstellen voor snel uitroeien, beheersen en verwijderen.
5.2.
Pijler 2: Preventie
Gemeenten moeten er voor zorgen dat er geen nieuwe locaties met invasieve exoten in hun gemeente bijkomen. Invasieve exoten verspreiden zich op verschillende manieren. Vooral als we aan het werk gaan in de buurt van invasieve exoten is de kans op verspreiding groot. Denk aan het maaien van bermen, bedrijven die kabels in de grond leggen of bij het opnieuw aanleggen van een straat. We stellen regels op voor bedrijven, aannemers en ons eigen personeel voor het werken in de buurt van invasieve exoten. We beschrijven daarin welke maatregelen genomen moeten worden om verspreiding te voorkomen, dat is per soort verschillend. Waar mogelijk verwijzen we naar bestaande betrouwbare informatie, zoals het Kennisnetwerk invasieve exoten. Zo zijn de voorzorgsmaatregelen steeds up to date. Deze regels worden opgelegd en we controleren of er volgens de regels wordt gewerkt. In nieuwe beheerplannen en bij aanbestedingen voor het werken in of vlak bij openbaar groen nemen we deze regels ook op. Ook inwoners kunnen te maken hebben met invasieve exoten, bijvoorbeeld in de tuin, de volière of het aquarium. Ook daar gelden regels voor. Als een plantensoort van de Unielijst al in de tuin staat, mag deze blijven staan. Tuineigenaren moeten er wel voor zorgen dat de plant zich niet verspreidt. Voor diersoorten die op de Unielijst staan geldt dat je het dier mag houden totdat het sterft.
Je moet dan wel aantonen dat je het dier al had voordat de soort op de Unielijst werd geplaatst. Deze dieren niet mogen worden verhandeld, vermeerderd of verspreid. Inwoners spelen een belangrijke rol door te voorkomen dat hun invasieve exoten zich in het wild verspreiden. We informeren de inwoners over de gevaren en hoe ze (verdere) verspreiding kunnen voorkomen. Ook hierbij verwijzen we zo veel mogelijk naar bestaande betrouwbare informatie. Tenslotte helpt een “robuust ecosysteem” ook bij het voorkómen van nieuwe locaties. Als het openbaar groen en de sloten en plassen gezond en biodivers zijn, krijgen de invasieve exoten minder kans om te gaan woekeren. Acties: - Regels opstellen voor bedrijven, aannemers en ons eigen personeel voor het werken in de buurt van invasieve exoten; - Deze regels voorschrijven en controleren op de uitvoering;
7
-
Inwoners informeren over de gevaren en hoe ze (verdere) verspreiding kunnen voorkomen; Werken aan gezond en biodivers openbaar groen.
5.3.
Pijler 3: Snelle uitroeiing
Ondanks de preventiemaatregelen zullen er nieuwe locaties met invasieve exoten ontstaan. Als de invasieve exoten eenmaal in het openbaar groen, in tuinen of in de buurgemeenten voorkomen, is er steeds kans op verspreiding. De plantenzaden kunnen via vogelpoep, wind of water op nieuwe locaties terecht komen. Dieren verspreiden zich via het water of over land. Deze nieuwe locaties moeten dus zo snel mogelijk verwijderd worden. Meestal is de eigenaar of de beheerder van de grond verantwoordelijk voor het weghalen. Voor het openbaar groen is dat de gemeente. Voor de grotere watergangen meestal het waterschap en voor rijkswegen het Rijk. Bij privé terreinen en watergangen (tuinen, agrarische gronden, natuurgebieden en zo) is de eigenaar van het terrein verantwoordelijk. Zie voor meer informatie hst. 4. Elke soort invasieve exoot moet op een andere manier aangepakt worden. Het is vooral belangrijk om te zorgen dat de soort niet opnieuw de kop opsteekt. Vaak is het nodig de locatie meerdere jaren in de gaten te houden. We volgen daarbij de Strategie per soort. Acties: - Werkwijze opstellen om nieuwe locaties zo snel mogelijk te ontdekken en aan te pakken; - Uitroeien zoals beschreven in de Strategie per soort.
5.4.
Pijler 4: Beheersen
Bij deze pijler gaat het er om dat we zo veel mogelijk voorkomen dat bestaande locaties groter worden: de omvang beheersen. Dat is iets anders dan beheren (zonder s): het normale onderhoud van openbaar groen of watergangen. Deze aanpak komt op dit moment het meeste voor. Door de inventarisatie uit Pijler 1 weten we: - op welke locaties invasieve exoten voorkomen in het openbaar gebied van de BEL; - welke soorten het zijn; - met wie we kunnen of moeten samenwerken bij het beheersen. Om de beste aanpak te bepalen gebruiken we de informatie van het Kennisnetwerk invasieve exoten. We selecteren uit die informatie per soort een werkwijze die voor onze situatie het beste lijkt. Daarbij houden we rekening met de plaatselijke omstandigheden, zoals de standplaats (staan ze in een plantsoen, een berm of een plantvak). Soorten die grote overlast of gevaar opleveren krijgen extra aandacht. Bijvoorbeeld wanneer de hoge beplanting een verkeershoek onoverzichtelijk maakt. Of als spelende kinderen makkelijk in aanraking kunnen komen met gevaarlijke soorten (Berenklauw of Aziatische Hoornaar). Verder gelden de volgende uitgangspunten: - De beheersmethode is aantoonbaar effectief: uit proeven is gebleken dat de methode werkt, ook op langere termijn;
8
-
-
-
Er is een lage/beperkte milieubelasting. We gebruiken geen gif en bij voorkeur geen methode die bijvoorbeeld veel elektriciteit of heet water vraagt. Ook methoden waarbij de omliggende beplanting, verharding en dergelijke fors worden aangetast gebruiken we bij voorkeur niet; We werken samen met de “buren”. Het heeft geen zin om een soort te bestrijden als die soort een paar meter verderop, op andermans terrein, blijft staan. Dan is de kans dat de soort weer op ons terrein gaat groeien erg groot. En andersom natuurlijk ook; We zorgen ervoor dat we op de hoogte blijven van nieuwe bestrijdingsmethoden en van de ervaringen van andere gemeenten en overheidsorganisaties. Onder andere via vakliteratuur en bijeenkomsten.
Voor het beheersen en verwijderen van invasieve exoten is soms subsidie mogelijk, meestal van de provincie. Het kan gaan om de uitvoering van een proef met een nieuwe bestrijdingsmethode of voor de verbetering van de samenwerking tussen organisaties, zoals het gezamenlijk opstellen van een gebiedsplan. Vaak zijn er behoorlijk wat randvoorwaarden om voor de subsidie in aanmerking te komen. Daardoor komen alleen speciale projecten in aanmerking. Als er een reële kans is op subsidie kijken we naar de mogelijkheden. Hoewel alle invasieve exoten moeilijk te bestrijden zijn, zijn er wel onderlinge verschillen. We houden rekening met: - Hoeveel moeite een maatregel kost; - Hoe groot het effect kan zijn; - Hoe snel er effect is; - Hoe hoog de kosten zijn / of er subsidie mogelijk is. Het lukt niet altijd om een invasieve exoot in de hand te houden. Dat zullen we moeten accepteren. Soms ontstaat er vanzelf een betere situatie door natuurlijke vijanden. Bijvoorbeeld reigers, die inmiddels wel rivierkreeften eten. Helaas het duurt vaak lang voor er een nieuw evenwicht is. Acties: - Beheersen zoals beschreven in de Strategie per soort; - Op de hoogte blijven van nieuwe bestrijdingsmethoden en de resultaten daarvan; - Actief subsidie zoeken.
5.5.
Pijler 5: Verwijderen
Het lijkt vreemd dat verwijderen pas pijler 5 is maar daar is een goede reden voor. Invasieve exoten zijn immers moeilijk uit te roeien. In het land worden veel nieuwe manieren van beheersen en verwijderen uitgeprobeerd. Tot nu toe is het wiel nog niet uitgevonden. Vaak zijn de hoge kosten een probleem en is niet duidelijk of de methode op de lange termijn nog steeds werkt. Soms verwijderen we de invasieve exoten toch, zie hieronder. We gebruiken de informatie van het Kennisnetwerk invasieve exoten om de beste aanpak te bepalen. Bij grootschalige werkzaamheden in de openbare ruimte Denk aan groot onderhoud of herinrichting van een weg of plantsoen, graven voor de aanleg van kabels of leidingen of bij bouwwerkzaamheden. Hierbij komen we soms invasieve exoten tegen,
9
bijvoorbeeld in de plantvakken langs de weg. We moeten dan extra goed opletten dat de invasieve exoot zich niet verder verspreidt. Bijvoorbeeld doordat uitgegraven grond op een andere plek wordt verwerkt. Of via resten die aan de machines of gereedschap blijven plakken en op een andere plek terecht komen. In zo’n geval kiezen we er meestal voor om de invasieve exoot helemaal weg te halen, zoals binnen het project Reconstructie Bijvanck. Daar is een groenstrook heringericht. We weten dat op die locatie binnen een paar jaar het riool vervangen moet worden. Daarom is het gedeelte waar Japanse Duizendknoop (JDK) groeit gelijk diep afgegraven, de grond is afgevoerd en thermisch gereinigd (schoongemaakt door verbranden). Eventuele restanten van de JDK worden bij de rioolvervanging weggehaald. Als er aantoonbare schade is aan bv funderingen of wegen In sommige gevallen veroorzaakt een invasieve exoot daadwerkelijk zulke schade. Om erger te voorkomen verwijderen we de exoot of proberen we op een andere manier verdere schade te voorkomen. Door invasieve exoten veroorzaakte schade is tot nu toe nog niet bij ons bekend. Als proef In Laren loopt een proef voor het verwijderen van de JDK. Het gaat om een voetpad dat aan twee kanten grenst aan achtertuinen. Het pad is onlangs opgeknapt. Daarbij is de aanwezige JDK tot ongeveer 30 cm diep afgegraven.
De grond is op folie gelegd, de wortels zijn er met de hand uitgehaald. Daarna is de grond weer terug gestort en ingezaaid met een bloemenmengsel. In het groeiseizoen (tussen april en september) is ongeveer elke twee maanden gekeken of de plant weer de kop op stak, die uitlopers zijn weggehaald. Na een pilot van een jaar bleek deze methode onvoldoende effectief. De besmette grond is nu ingepakt in een soort landbouwzeil. De verwachting is dat de JDK door gebrek aan licht, vocht en zuurstof afsterft. Op de afgedekte grond ligt een laag aarde die is ingezaaid. Daardoor ziet het er uit als een gewone grasstrook. Bij de Provincie Utrecht is subsidie aangevraagd voor een proef met het verwijderen van JDK op een aantal locaties in Eemnes. De JDK wordt hier eenmalig ontworteld met 5 jaar lang nazorg. Daarbij wordt 6x per jaar (in het groeiseizoen) de JDK die weer opkomt weggehaald. Tijdens het schrijven van dit Plan van aanpak is nog niet bekend of de subsidie ook wordt verleend. Acties: - Verwijderen altijd opnemen in project bij grootschalige werkzaamheden in de openbare ruimte; - Verwijderen als maatwerk uitvoeren bij aantoonbare schade; - Verwijderen zoals beschreven in de Strategie per soort; - Proeven monitoren, conclusies trekken; - Eventueel nieuwe proeven opzetten; - Actief subsidie zoeken.
5.6.
Pijler 6: Bewustwording
Bewustwording is een belangrijk onderdeel bij de aanpak van invasieve exoten in de BEL. Het betekent dat we uitleggen waarom we invasieve exoten moeten voorkómen en bestrijden en dat we daarbij de hulp van iedereen nodig hebben. Het is belangrijk dat onze inwoners, Buitendienst, aannemers, andere grondeigenaren, hoveniers, en dergelijke weten: - Wat invasieve exoten zijn; 10
-
Wat het gevaar is als deze soorten in de openbare ruimte terecht komen; Hoe invasieve exoten te herkennen zijn; Wat je wel en juist niet moet doen.
We geven tips om invasieve exoten te bestrijden. We leggen uit hoe ze in Nederland terecht komen en wat je zelf kunt doen om dat te voorkomen. We roepen op om geen overtollige planten weg te gooien in de natuur of overtollige dieren daar los te laten. Er zijn al veel websites waar informatie te vinden is. We verwijzen naar websites met duidelijke en juiste informatie die past bij de doelgroep. Voor inwoners met een tuin is dat een andere website dan voor bijvoorbeeld een aannemer. Acties: - Opstellen communicatieplan; - Inwoners, aannemers en anderen die in de buitenruimte aan het werk gaan informeren over herkennen van soorten en do's en don'ts.
5.7.
Pijler 7: Monitoring
In dit plan kiezen we voor de aanpak van de invasieve exoten met behulp van 7 pijlers. Het is belangrijk om na te gaan of de gekozen aanpak werkt. We monitoren per pijler en maar ook het plan als geheel. Per pijler In de pijlers zijn verschillende acties benoemd. We bepalen per actie op welke manier we monitoren. Een paar voorbeelden: - Als we willen weten of het communicatieplan voor bewustwording effect heeft, gaan we na of inwoners, aannemers en de buitendienst voldoende kennis hebben van de invasieve exoten en van wat ze moeten doen en laten. We zoeken zo nodig uit welke kennis ze missen en hoe we dat kunnen verbeteren. - Bij Beheersen spreken we af hoe vaak we op de locatie meten of de invasieve exoot al minder wordt. En op welke manier we dat meten. - Bij Inventarisatie kunnen we met een steekproef buiten nagaan of de inventarisatie redelijk compleet is. Het hele Plan van Aanpak We gaan na of de Pijlers en de daarin genoemde acties in gang zijn gezet volgens de meerjarenplanning. Zo nodig passen we de planning aan. De pijlers en acties hebben ook invloed op elkaar. We monitoren dit en passen zo nodig de acties aan.
Voorbeelden daarvan zijn: - Als het Beheersen niet goed loopt moeten we de Bewustwording misschien anders aanpakken; - Als de Snelle Uitroeiing niet goed loopt kan dat liggen aan de inventarisatie, maar het kan ook zijn dat het contact met de provincie niet goed loopt. Daarnaast houden we in de gaten of er uitgangspunten veranderen. Het kan zijn dat de provincie meer /minder taken bij de gemeente neerlegt. En waarschijnlijk worden er eind 2025 nieuwe soorten
11
aan de Unielijst toegevoegd. We passen het Plan van aanpak en de Unielijst BEL daar ook steeds op aan. Acties: - Monitoring opnemen in uitgewerkte acties; - Strategie per soort monitoren en zo nodig aanpassen; - Dit Plan van aanpak monitoren; - Zo nodig bijstellen van pijlers, acties en andere onderdelen.
6. Uitvoering Met dit Plan van aanpak invasieve exoten BEL Combinatie 2025-2035 leggen we de kaders vast voor de aanpak van invasieve exoten. De genoemde acties nemen we op in een Uitvoeringsplan. Daarin zijn de acties verder uitgewerkt, met een globale planning. Tenslotte beschrijven we voor de soorten die daadwerkelijk in de BEL voorkomen een Strategie per soort. Daarin komen de 7 pijlers steeds aan bod. Veel van de acties vergen een verandering van werkwijze. Deze worden in de nieuwe IBOR-bestekken en in de DVO’s opgenomen. Als invasieve exoten aanwezig zijn in een project dat wordt de aanpak daarvan, als dat nodig is, in het project opgenomen. Als er Snelle uitroeiing nodig is, is dat meestal in opdracht van de Provincie en betalen zij ook de kosten. Pas als de inventarisatie is afgerond weten we welke invasieve exoten voorkomen in de BEL en waar dan. Die informatie komt uit verschillende bronnen en niet allemaal tegelijkertijd. Informatie die bekend is verwerken we steeds op korte termijn in ons digitale systeem. Bij bekende locaties volgen we steeds dit Plan van aanpak.
Losse bijlage: Unielijst BEL 2025
12