A.12 RIB Meicirculaire 2026
Tekst van het document
INFORMATIENOTA RAAD LAREN
Van
het college van B&W
Aan
Gemeente Laren - Gemeenteraad
Portefeuillehouder
Midden, J.G.
Onderwerp Meicirculaire 2026 Portefeuillehouder Midden, J.G. Openbaar Ja Kennisnemen van De uitkomsten van de meicirculaire 2026 voor gemeente Laren. De meicirculaire geeft inzicht in de ontwikkeling van de Algemene uitkering vanuit het Rijk en is daarom van groot belang voor het financieel perspectief van de gemeente. Aanleiding (inleiding) De meicirculaire 2026 informeert de gemeenten over de omvang en de verdeling van de algemene uitkering, de integratie- en decentralisatie-uitkeringen uit het gemeentefonds voor de jaren 2026 en verder. De inhoud van de circulaire is maatgevend voor de Begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030. De uitkomsten zijn ook van belang om de Kaderbrief in het juiste financieel perspectief te plaatsen. Met deze brief informeren we u over de financiële uitkomsten van de meicirculaire voor de gemeente Laren. Kernboodschap De meicirculaire 2026 heeft voor 2026 een negatief effect, maar voor de jaren 2027 t/m 2030 een positief effect voor de financiën van gemeente Laren.
Pagina 1 van 9
Nadere uitwerking Voor een juiste interpretatie van de ontwikkeling van de Algemene uitkering is het van belang om de financiële effecten van de verschillende circulaires onder elkaar te zetten. Onderstaande tabel toont de ontwikkeling vanaf de meicirculaire 2025. Ook wordt het jaar 2030 toegevoegd aan de reeks, vanwege het verleggen van het basisjaar naar 2026 (was 2025 bij voorgaande circulaires). Ontwikkeling Algemene Uitkering (AU) Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Stand AU Meicirculaire 2025 Mutaties Septembercirculaire 2025 Mutaties Decembercirculaire 2025 Stand AU Decembercirculaire 2025 Mutaties Meicirculaire 2026
19.172
19.254
19.353
19.785
163
-55
-85
-107
32
-
-
-
19.367
19.199
19.268
19.678
19.994
224 19.591
1.024 20.223
62 19.330
-747 18.931
-670 19.324
Stand AU Meicirculaire 2026
2030
Tabel 1 Ontwikkeling Algemene Uitkering (AU)
Septembercirculaire 2025 De effecten van de septembercirculaire 2025 zijn toegelicht in de memo van 21 oktober 2025, welke als bijlage is verstrekt bij de Programmabegroting 2026.
Decembercirculaire 2025 De circulaire van december is op basis van de Najaarsnota van de rijksoverheid en rond het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. Normaliter blijft om die reden het effect beperkt tot het lopende begrotingsjaar, dus in dit geval uitsluitend 2025. Bovenstaande tabel laat zien dat er deze keer toch sprake is van een beperkt effect voor 2026. Zie onderstaande tabel voor de toelichting. Toelichting financiële effecten Decembercirculaire 2025 Bedragen x € 1.000
Uitkeringsfactor CDOKE (DU) Totaal financieel effect Decembercirculaire 2025
2026 16 16 32
Tabel 2 Toelichting financiële effecten Decembercirculaire 2025
Pagina 2 van 9
Meicirculaire 2026 Het financieel effect van de meicirculaire is als volgt opgebouwd: Financiële effecten Meicirculaire 2026 Bedragen x € 1.000
2026
Ontwikkelingen uitkeringsfactor (accressen) Taakmutaties Decentralisatie en integratie-uitkeringen WOZ Stelposten Totaal financieel effect Meicirculaire 2026
2027
2028
2029
2030
-7
580
322
233
366
-15
172
-3
-711
-723
-6
457
-13
-5
-3
27
-135
-103
-123
-169
225 224
-50 1.024
-141 62
-141 -747
-141 -670
Tabel 3 Financiële effecten Meicirculaire 2026
1. Ontwikkeling uitkeringsfactor (accressen) Uitgangspunt is dat het gemeentefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (BBP) volgt. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel.
Volume accres In de meicirculaire 2026 is een nieuwe raming voor het accres 2026 en verder opgenomen. Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het BBP door het Centraal Planbureau (CPB; CEP 2026). Hierdoor is het volume accres voor de jaren 2027 en 2028 hoger dan de septembercirculaire 2025.
LPO accres In de meicirculaire 2026 is het LPO accres geactualiseerd voor de macro-economische cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP 2026). De indexatie voor loon- en prijsontwikkeling is gebaseerd op de prijs bruto binnenlands product (pbbp). Voor 2026 (+0,41%), 2028 (+0,25%) en 2030 (+0,24%) zijn de ramingen voor de prijs bbp omhoog bijgesteld. Voor de jaren 2027 en 2029 zijn de bijstellingen beperkt.
2. Taakmutaties In de meicirculaire zijn diverse taakmutaties opgenomen. De belangrijkste worden hierna toegelicht. Taakmutaties Bedragen x € 1.000
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Huishoudelijke hulp uit de Wmo Vangnetregeling huish. hulp uit Wmo Overige taakmutaties Totaalbedrag taakmutaties
2026
2027
2028
2029
2030
-
166
-
-
-
-
-
-
-1.009
-1.027
-
-
-
301
307
-15 -15
6 172
-3 -3
-3 -711
-3 -723
Tabel 4 Taakmutaties
Pagina 3 van 9
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo (ter vervanging van het abonnementstarief) is uitgesteld van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028. Hierdoor valt de eerder ingeboekte besparing in 2027 tijdelijk weg. Om dit op te vangen wordt in 2027 een bedrag overgeheveld van de begroting van het ministerie van VWS naar het gemeentefonds en toegevoegd. Over dit bedrag is geen accres opgebouwd, omdat de besparing al eerder was verwerkt. Daarom wordt het accres in 2027 incidenteel verhoogd.
Huishoudelijke hulp uit Wmo Het kabinet heeft besloten dat huishoudelijke hulp niet langer via de Wmo wordt vergoed voor mensen die dit zelf kunnen betalen. Deze maatregel gaat in op 1 januari 2029. Hierdoor stopt huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo. Het gevolg is dat gemeenten minder kosten hebben voor deze voorziening. Omdat gemeenten minder hoeven uit te geven, wordt er geld uit het gemeentefonds gehaald.
Vangnetregeling huishoudelijke hulp uit de Wmo Hoewel huishoudelijke hulp grotendeels uit de Wmo verdwijnt, blijft de gemeente verantwoordelijk voor mensen die niet in staat zijn om dit zelf te regelen of te betalen. Voor deze groep wordt een vangnet ingericht. Hiervoor ontvangen gemeenten vanaf 2029 jaarlijks € 430 miljoen extra via het gemeentefonds. Dit bedrag wordt toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo.
3. Decentralisatie- en integratie- uitkeringen (DU/IU) In de meicirculaire zijn 16 nieuwe decentralisatie-uitkeringen opgenomen en bij 26 bestaande IU’s en DU’s zijn wijzigingen opgenomen. Hiervan zijn er 14 die financieel effect hebben voor gemeente Laren. In onderstaande tabel een overzicht van de belangrijkste uitkeringen. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen Bedragen x € 1.000
CDOKE Overheidsbrede Dienstverlening Overige taakmutaties Totaalbedrag DU/IU
2026
2027
2028
2029
2030
-
475
-
-
-
1
1
1
1
1
-7 -6
-19 457
-14 -13
-6 -5
-4 -3
Tabel 5 Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
CDOKE (Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid) De decentralisatie-uitkering CDOKE vervangt de SPUK CDOKE. Bij de septembercirculaire 2025 is het bedrag voor 2026 (€ 456.987) beschikbaar gesteld en vervolgens bij de decembercirculaire 2025 een aanvullend bedrag (€ 16.011). Pagina 4 van 9
Voor 2027 worden de middelen middels de meicirculaire 2026 beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn ook beschikbaar voor de periode 2028 t/m 2030, maar de uitkeringsvorm na 2027 is nog niet vastgesteld. Om die reden zijn er vanaf 2028 geen bedragen opgenomen.
Overheidsbrede dienstverlening Eveneens in de septembercirculaire 2025 is de SPUK Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) omgezet naar de DU Overheidsbrede Dienstverlening. Via deze uitkering worden gemeenten gefaciliteerd om laagdrempelige en empathische ondersteuning te bieden bij regelzaken met de (digitale) overheid en om hun regierol in het lokale netwerk in te vullen. In juli 2025 is een motie aangenomen, waarbij het kabinet heeft toegezegd om de eerder doorgevoerde 10% budgetkorting te compenseren.
4. WOZ In de meicirculaire is de jaarlijkse aanpassing van de rekentarieven doorgevoerd. Omdat de WOZ-waarden jaarlijks fluctueren door marktontwikkelingen, worden de rekentarieven landelijk aangepast om deze schommelingen te neutraliseren. Voor uitkeringsjaar 2027 wordt de waarde op peildatum 1 januari 2026 gehanteerd en de verwachte waardeontwikkeling tussen 1 januari 2025 en 1 januari 2026 is: -
+ 6,50% voor woningen
-
+ 2,75% voor niet-woningen
De inflatie (prijs Nationale Bestedingen, pNB) in die periode bedraagt volgens de raming van het CPB 3,0%. Om budgettair neutraal uit te komen, betekent dat de OZB-tarieven in 2027 met het inflatiepercentage van 3,0% verhoogd moeten worden. In de kaderbrief is gerekend met 2,5%. Bij de uitwerking is rekening gehouden met areaaluitbreiding als gevolg van woningbouw.
5. Stelposten Bij de uitwerking van de septembercirculaire zijn een aantal stelposten opgenomen direct ten gunste of ten laste van de hoogte van de uitkering. Vanuit voortschrijdend inzicht worden deze stelposten in de huidige uitwerking teruggedraaid en als stelpost opgenomen in de gemeentelijke begroting. Hierdoor sluit de hoogte van de berekende uitkering beter aan bij de daadwerkelijke uitkering. De volgende tabel laat zien om welke stelposten het gaat.
Pagina 5 van 9
Stelposten Bedragen x € 1.000
BCF-compensatie Overheveling SPUK's naar AU Sturen op trajectduur Jeugdzorg Eigen bijdrage jeugdzorg Totaalbedrag stelposten
2026
2027
2028
2029
2030
-60
-60
-60
-60
-60
285
10
10
10
10
-
-
-19
-19
-19
225
-50
-72 -141
-72 -141
-72 -141
Tabel 6 Stelposten
BCF-compensatie De stelpost voor het BTW-compensatie fonds is de enige stelpost die wel van toepassing blijft. Gemeenten kunnen een groot gedeelte van de BTW die ze betalen declareren bij het BTW-compensatiefonds (BCF). Dit fonds kent een plafond. Als gemeenten meer declareren dan in het fonds beschikbaar is, wordt het bedrag van overschrijding gekort op het gemeentefonds. Declareren ze minder, dan vloeit het overblijvende deel (de onderschrijding) terug naar het gemeentefonds. De verwachting is dat er de komende jaren geld overblijft in het BCF en dat er dus een bedrag wordt gestort in het gemeentefonds. Vanuit de toezichthouder (provincie) is het toegestaan om de verwachte ruimte onder het plafond als structurele stelpost op te nemen. In 2025 was de verwachting dat er € 428 miljoen ruimte onder het plafond zou overblijven. De definitieve afrekening was echter € 213 miljoen lager, waardoor de ruimte daalt naar € 215 miljoen. Voor gemeente Laren betekent dat de stelpost negatief bijgesteld moet worden van € 165.000 naar € 105.000. Dit verklaart het negatieve bedrag van € 60.000 in bovenstaand overzicht.
Overige stelposten De overige stelposten zijn zoals toegelicht een correctie op de vorige berekening vanuit voortschrijdend inzicht. Hierna wordt het netto effect van de meicirculaire 2026 uiteengezet.
6. Netto financieel effect Meicirculaire 2026 Zoals hiervoor toegelicht zijn er diverse onderdelen die de hoogte van de algemene uitkering beïnvloeden. Enerzijds is er de tegemoetkoming voor loon- en prijsontwikkelingen, anderzijds komen er gelden beschikbaar voor nieuwe taken die bij de gemeenten worden belegd (taakmutaties). Ook worden er gelden beschikbaar gesteld die voorheen door middel van een Specifieke uitkering (SPUK) uitgekeerd werden. Voor de taakmutaties en de decentralisatie- en integratie-uitkeringen geldt dat hier tegenover staat dat de gemeente geacht wordt taken uit te voeren die ook kosten met zich meebrengen. Maar ook zodra een taak niet langer uitgevoerd hoeft te worden, de gemeente daar ook geen gelden meer voor ontvangt.
Pagina 6 van 9
Voor het berekenen van het netto effect van de circulaire is het daarom noodzakelijk om een aantal stelposten c.q. taakstellingen op te nemen in de gemeentelijke begroting. Uit onderstaande tabel blijkt het netto effect van de meicirculaire 2026 na verrekening van de stelposten op het bruto effect (zie tabel “Financiële effecten meicirculaire 2026). Netto effect Meicirculaire 2026 Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
224
1.024
CDOKE Overheidsbrede Dienstverlening Besparing trajectduur jeugdzorg Inkomsten eigen bijdrage Jeugdzorg Besparing afschaffing huishoudelijke hulp Totaal effect stelposten/taakstellingen
-473
-475
-
-
-
-11
-11
-11
-11
-11
-
-
19
19
19
-
-
72
72
72
Netto effect Meicirculaire 2026
62
2030
Bruto financieel effect Meicirculaire 2026
-747
-670
-
-
-
708
720
-484 -260
-486 538
80 142
788 41
800 130
Tabel 7 Netto effect Meicirculaire 2026
CDOKE (Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid) In de begroting is structureel al rekening gehouden met de inkomsten vanuit de SPUK voor een bedrag van € 275.453. Desondanks zijn de volledige bedragen die in 2026 en 2027 beschikbaar komen door middel van het gemeentefonds als negatieve stelpost opgenomen. Deels vanwege het bedrag dat al opgenomen is in de begroting en deels vanwege de opgave die er ligt waarvoor de overige middelen ook benodigd zijn.
Overheidsbrede Dienstverlening In de begroting is dit bedrag al structureel opgenomen vanuit de SPUK. Bij het opstellen van de begroting 2027 wordt de begroting hierop aangepast.
Besparing trajectduur Jeugdzorg / Inkomsten eigen bijdrage Jeugdzorg In de meicirculaire 2025 is het effect verwerkt van de maatregelen die het kabinet Schoof heeft versterkt dan wel uitgewerkt vanuit de Hervormingsagenda Jeugd. Vanaf 2028 is hiervoor € 835 miljoen uit het gemeentefonds gehaald. Deze maatregelen hebben onder andere betrekking op: •
Sturen op trajectduur Jeugdzorg, hetgeen de gemeente Laren vanaf 2028 een besparing moet opleveren van € 19.000.
•
Eigen bijdrage Jeugdzorg, hetgeen de gemeente Laren vanaf 2028 extra inkomsten moet opleveren voor een bedrag van € 72.000.
Bij de uitwerking van de begroting 2027 zullen deze taakstellingen in de begroting worden opgenomen.
Pagina 7 van 9
Besparing afschaffing huishoudelijke hulp Voor de inhoudelijke toelichting wordt verwezen naar de toelichting hierboven bij punt 2 “Taakmutaties”. Bij de uitwerking van de begroting 2027 zal hiervoor een taakstelling worden opgenomen in de begroting.
7. Financieel effect Meicirculaire 2026 op begrotingsresultaat Onderstaand overzicht geeft het financieel perspectief weer in relatie met de kaderbrief die u in de raadsvergadering van 8 juli 2026 zal behandelen.
(Belangrijk: In tegenstelling tot de kadernota zijn positieve bedragen een voordeel en negatieve bedragen een nadeel.)
AU Primitieve begroting 2026 Dit betreft de Algemene uitkering zoals deze nu is verwerkt in de begroting. Dit betekent dat de effecten van de september- en decembercirculaire hier niet in zijn verwerkt.
Stand AU Meicirculaire 2026 De hoogte van de Algemene uitkering na verwerking van de meicirculaire 2026, zoals weergegeven in tabel 1 Ontwikkeling Algemene Uitkering (AU).
Bruto ontwikkeling AU Het verschil tussen de Algemene uitkering zoals nu opgenomen in de begroting en de Algemene uitkering na verwerking van de meicirculaire 2026.
Totaal effect stelposten/taakstellingen Het effect van de stelposten/taakstellingen zoals deze zullen worden opgenomen in de begroting 2026 (najaarsnota) en 2027 e.v. (Programmabegroting 2027), zoals weergegeven in tabel 7 Netto effect Meicirculaire 2026.
Netto effect op begrotingsresultaat
Pagina 8 van 9
De bruto ontwikkeling van de AU gecorrigeerd met het effect van de stelposten/taakstellingen.
Structureel begrotingssaldo Het structureel begrotingssaldo zoals opgenomen in de programmabegroting 2026.
Begrotingsresultaat na effect Meicirculaire 2026 Het structureel begrotingssaldo gecorrigeerd met het netto effect op het begrotingsresultaat.
Ontwikkelingen 2027-2030 (Kaderbrief) Het saldo van de ontwikkelingen zoals gepresenteerd in de Kaderbrief 2027.
Financieel meerjarenperspectief Het begrotingsresultaat na effect meicirculaire 2026 verminderd met het saldo ontwikkelingen 2027-2030 uit de kaderbrief 2027.
Duurzaamheid Niet van toepassing. Communicatie Niet van toepassing. Vervolg De uitkomsten van de meicirculaire worden verwerkt in de Najaarsnota 2026, Begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030. Bijlagen Geen
Pagina 9 van 9