A (1)
Tekst van het document
INFORMATIENOTA RAAD LAREN Datum vaststelling college: 1 juli 2025 Van
het college van B&W
Aan
Gemeente Laren - Gemeenteraad
Portefeuillehouder Groot, F.K. de
Onderwerp
Jaarverslag Wmo-toezicht 2024 Portefeuillehouder Groot, F.K. de Openbaar Ja
Kennisnemen van
Via deze raadsinformatiebrief wordt de raad geïnformeerd over de bevindingen en speerpunten die de toezichthouder in het jaarverslag Wmo-toezicht 2024 heeft opgenomen.
Het toezicht op de kwaliteit van de Wmo-zorgaanbieders is gemandateerd aan de Regio. Gemeenten zijn sinds 2015 (vanaf de landelijke decentralisaties in het sociaal domein)
verantwoordelijk voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) en daarmee ook op toezicht houden op naleving van deze wet. De directeur van Regio Gooi en Vechtstreek is door de gemeenten Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en
Wijdemeren gemandateerd om Wmo-toezichthouders aan te wijzen. In 2024 zijn twee Wmo-toezichthouders Kwaliteit (1,2 fte) werkzaam geweest. De bevindingen van de Wmo-toezichthouder worden jaarlijks gedeeld middels een jaarverslag. U kunt het jaarverslag 2024 en de begeleidende brief terugvinden in de bijlagen.
Net zoals in de voorgaande jaarverslagen, zijn ook in het jaarverslag 2024 aanbevelingen opgenomen voor de Regio en de gemeenten. Hierna zal kort per aanbeveling toegelicht worden wat de opvolging is geweest in 2023 en daarna volgt een toelichting op de aanbevelingen van 2024.
De toezichthouder geeft aan dat de aanbevelingen in het algemeen zijn opgesteld voor
alle regiogemeenten. Het betreft hier dus geen aanbevelingen per individuele gemeente Pagina 1 van 4
of uitvoeringsdienst. Ook benadrukt de toezichthouder dat het aanbevelingen zijn en
geen verplichtingen. De aanbevelingen zijn bedoeld om mee te nemen in de jaarlijkse kwaliteitscyclus.
Opvolging van de aanbevelingen uit het jaarverslag 2023
1. Wmo consulenten de tijd geven om nog meer kennis te verwerven over het aanbod van aanbieders. Het afgelopen jaar hebben we hier op verschillende manieren aandacht aan gegeven. Zo hebben Wmo consulenten deelgenomen aan de Zorgmarkt (kennis zorgaanbieders), landelijke Veine dagen (beurs voor voorzieningen), actualiteitendagen (welke veranderingen zijn er binnen de wetgeving) en trainingen via het Regionaal Leerhuis en interne modules over bepaalde wetgevingen.
2. Nadenken over mogelijkheden om de duur van indicaties te beperken. Indicaties worden voor een bepaalde periode afgegeven. Het is aan de consulent om deze periode goed in te schatten.
3. Vervoer naar dagbesteding mogelijk blijven maken door Wmo-vervoer en eigen mobiliteit van de inwoner te stimuleren. De afgelopen periode is de dagbesteding ‘licht’ naar het voorveld verschoven. Dit
betekent dat inwoners die gebruik maken van geïndiceerde dagbesteding (‘middel’
en ‘zwaar’) gemiddeld ernstige beperkingen hebben. Vervoer wordt meegenomen bij de indicatie, uiteraard wordt ook gekeken naar de eigen kracht van de inwoner.
4. De signaleringsfunctie van hulpen bij het huishouden erkennen en benutten. Er is een afspraak met zorgaanbieders gemaakt dat zij contact opnemen met de consulent als er veranderingen zijn bij de inwoner en dit tot gevolg heeft dat de indicatie hierdoor aangepast moet worden. Ook worden hulpen/ zorgverleners, met toestemming van de inwoner, betrokken bij het (her) indicatieproces.
5. Inwoners nog meer stimuleren om gebruik te maken van voorliggende voorzieningen/voorzieningen in de sociale basis. De consulent onderzoekt altijd of voorliggende voorzieningen gebruikt kunnen worden om hiermee de inzet van (duurdere) Wmo voorzieningen te voorkomen.
Toelichting en opvolging van de aanbevelingen uit het jaarverslag 2024
1. Regel altijd aansluitend ondersteuning na opname in een verslavingskliniek, ggzopname of na detentie. Pagina 2 van 4
Wij streven ernaar om altijd ondersteuning na opname in een verslavingskliniek, ggzopname of na detentie in te zetten. Dit is ook in lijn met het regionale verslavingsbeleid. Echter, is het wel noodzakelijk dat de behandelaar bijtijds een melding doet bij de gemeente.
2. Streef naar een vaste consulent voor de cliënt. Consulenten hebben een eigen caseload waar zij voor verantwoordelijk zijn. Zo heeft iedere inwoner een vast aanspreekpunt. De consulenten hebben allemaal één of twee ‘buddy’s’ (Wmo-consulenten die zorgen voor continuïteit wanneer een Wmoconsulent ziek is of met vakantie gaat).
3. Zorg per gemeente voor een mogelijkheid om snel contact te krijgen met de Wmoconsulent. Door punt 2 is dit mogelijk. Bij afwezigheid is er vervanging van desbetreffende consulent door een ‘buddy’. We zien hierin wel mogelijkheden om informatievoorziening te verbeteren of aan te scherpen. Zo gaan we bekijken of in de afwezigheidsmelding en Voicemail van de consulent een extra telefoonnummer gevoegd kan worden waar inwoners naar kunnen bellen. Een aantal consulenten geeft in gesprekken met inwoners al aan wanneer er een vakantie aanstaande is. Dat is nog geen algemene werkwijze, maar is een voorbeeld van een aanscherping in de dienstverlening die wellicht meer gemeengoed kan worden.
4. Maak zo nodig gebruik van een expert van de doelgroep bij (her)indicatie. De toezichthouder geeft hiermee aan dat gemeenten, meer dan nu het geval is, gebruik kunnen maken van de kennis van de behandelaar of begeleider bij het beoordelen van een (her) indicatie. De consulenten hebben regelmatig contact met behandelend artsen en/of revalidatieartsen. Ook kan er contact worden gezocht met een ergotherapeut om te inventariseren welke zorg het beste ingezet kan worden. Indien specialistische deskundigheid nodig is, zoals een medisch advies, wordt dit al gedaan in bepaalde casussen.
5. Geef aanbieders meer inhoudelijke informatie (binnen de wettelijke grenzen) over de situatie van de cliënt waardoor deze het verhaal niet nogmaals hoeft te doen. Vanuit de gemeente wordt de zorg (met de te behalen doelen) in het DLP (Digitaal Leef Plein) gezet. Dit is het geval wanneer er sprake is van begeleiding, woningaanpassingen en dagbesteding. Is er altijd een ‘warme’ overdracht. De consulent heeft een gesprek met de medewerker van de zorgaanbieder. In situaties Pagina 3 van 4
van Hulp bij Huishouden is dit tot nog toe niet gerealiseerd. De zorg voor Hulp bij Huishouden wordt uitgezet bij een zorgaanbieder die door DLP digitaal wordt gekozen. Er zijn vele zorgaanbieders. De zorgaanbieders geven de te behalen doelen vaak niet door aan de hulpen. Dit staat onder de aandacht en wordt regionaal besproken.
6. Neem een vraag op over de woonsituatie bij elk gesprek over een (her)indicatie. Onderzoek of laat onderzoek doen bij twijfel over de woonsituatie (veilig, schoon, woonbestemming, koppelcontract begeleiding-wonen enz.). Alle leefdomeinen worden besproken met de inwoner. Wanneer er sprake is van onveiligheid/ vervuiling zijn vaak ook anderen betrokken zoals collega’s van het interventieteam, medewerkers Veilig Thuis of politie, in overleg wordt zorg ingezet.
7. Schakel bij de (her)indicatie voor hulp bij het huishouden de expertise van de hulp bij huishouden in. Bij een (her)indicatie van alle zorg kan de consulent gebruik maken van een regionaal evaluatieformulier. In overleg met de inwoner kan een medewerker van een zorgaanbieder of bijvoorbeeld familie, betrokken worden bij de (her)indicatie.
8. Probeer de doorlooptijden te verkorten voor (her)indicatie-aanvragen. Herindicaties binnen ons huidig proces vallen niet binnen de wettelijke termijn van de Wmo. Herindicaties kennen geen termijnen, als het maar gebeurt, voordat de eerdere indicatie is verlopen. Soms wordt zorg voor een langere periode afgegeven,
tussentijds kan een evaluatie plaats vinden, indien nodig kan dit leiden tot een andere zorgvraag. Voor de doorlooptijden van herindicaties is vanuit inkoop en kwaliteit blijvende aandacht in samenwerking met de Regio.
9. Ga na of in de gemeente voor de doelgroep jongeren met een beperking van 18 jaar en ouder voldoende passende activiteiten beschikbaar zijn. Deelname kan zwaardere hulp voorkomen. Vanuit de gemeente wordt specifieke zorg ingezet, zoals een praktijkondersteuner bij huisartsen en specifieke schuldhulpverlening bij jongeren. Daarnaast zijn we met het
jongerenwerk van Versa Welzijn en Sherpa, blijvend in gesprek wat zij kunnen bieden voor jongeren met een (lichte) beperking. Activiteiten staan open voor alle inwoners, niet specifiek voor jongeren al dan niet met een beperking. Bijlagen
1. Jaarverslag Wmo-toezicht 2024
2. Begeleidende brief bij Jaarverslag Wmo-toezicht 2024 Pagina 4 van 4