CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

A 1 1 BIJLAGE - Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie BEL-gemeenten 2026-2029

Gemeenteraad 18 februari 2026, gemeente larenBij agendapunt: Ter kennisname, van college (RIB)8.500 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

6 januari 2026

Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie BEL-gemeenten 2026-2029

1

Inhoud 1

Inleiding ............................................................................................................ 3

2

Beleidskader ..................................................................................................... 3

3

Organisatie en financiering ............................................................................... 11

4

Uitvoeringsprogramma circulaire thema’s .......................................................... 14 4.1

Regionale samenwerking .......................................................................... 14

4.2

Lokale thema’s ......................................................................................... 14

4.2.1

Thema 1: Consumptiegoederen & Gedrag ........................................................... 14

4.2.2

Thema 2: Circulaire gemeentelijke organisatie .................................................... 16

4.2.3

Thema 3: Circulaire gebiedsontwikkeling ............................................................ 18

5

Monitoring ....................................................................................................... 20

6

Besluitvorming ................................................................................................. 21

7

Communicatie ................................................................................................. 21

8

Planning .......................................................................................................... 22

9

Activiteitentabel CE.......................................................................................... 24

10

Bijlage ......................................................................................................... 28

10.1

Hoe zat het ook alweer met de circulaire economie? ................................... 28

10.2

Afkortingen en begrippen .......................................................................... 31

2

1 Inleiding Aanleiding Binnen de BEL-gemeenten zijn de afgelopen jaren al verschillende circulaire stappen gezet, waarbij preventie van materialen en hergebruik van materialen als uitgangspunt zijn gehanteerd, zoals de aanschaf van circulaire bureaustoelen, het hergebruik van materialen in de openbare ruimte en het circulair slopen van gemeentelijk vastgoed. Toch is circulariteit nog niet helemaal structureel verankerd binnen de verschillende beleidsterreinen en in de volle breedte van de organisatie. In dit uitvoeringsprogramma wordt beschreven hoe de BEL-gemeenten de komende jaren invulling geven aan de circulaire ambities. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in het Koersdocument Programma Klimaat & Duurzaamheid 2023 - 2027 (Laren en Blaricum)1 en de Toekomstvisie Eemnes 20302. Daarnaast is in 2024 de nulmeting Het circulaire landschap van de BEL-gemeenten3 uitgevoerd. Dit uitvoeringsprogramma bouwt hierop voort en bundelt de bestaande beleidskaders (rijk, provinciaal en lokaal), actuele inzichten en initiatieven. Het biedt een overzicht van concrete activiteiten waarmee uitvoering wordt gegeven aan eerder vastgestelde doelen en ambities. Doel Met dit uitvoeringsprogramma brengen we de circulaire ambities van de BEL-gemeenten samen, scherpen we ze aan en vertalen we ze naar concrete en uitvoerbare acties.

We leggen hierbij nadrukkelijk de koppeling tussen landelijke, regionale en lokale doelen, zodat we werken vanuit één samenhangende lijn. Dit plan geeft inzicht in wat er al gebeurt op het gebied van circulariteit, waar kansen liggen en hoe we de voortgang beter kunnen volgen en bijsturen. Zo bouwen we stap voor stap aan meer impact en versterken we onze bijdrage aan de circulaire transitie. Wij richten ons op de periode tot 2029, met een evaluatiemoment in 2028 om op basis van prioriteiten, kansen en ontwikkelingen nieuwe focusthema’s te bepalen en deze op te nemen in een nieuw uitvoeringsprogramma.

2 Beleidskader De circulaire economie kan geen enkele partij alleen realiseren. Het vraagt om samenhangend beleid en samenwerking op alle niveaus: internationaal, nationaal,

Koersdocument Laren & Blaricum.pdf Toekomstvisie Eemnes versie september.pdf 3 Het circulaire landschap van de BEL-gemeenten.pdf 1 2

3

provinciaal en lokaal. De BEL-gemeenten sluiten daarbij aan en vertalen ambities naar hun eigen context. Internationaal en Europees • VN-doelen (2015) en het Klimaatakkoord van Parijs (2016) leggen de basis voor duurzaam en circulair werken4. • Europa stimuleert dit via programma’s als Interreg en Horizon, met nadruk op samenwerking, kennisdeling en financiering5. Nationaal In 2016 legde het Rijk het beleid vast in de nota ‘Nederland circulair in 2050’. In 2023 startte het Nationale Programma Circulaire Economie (NPCE) met maatregelen voor zuiniger grondstofgebruik6. Het NPCE benoemt vijf transitieagenda’s7 (maakindustrie, kunststoffen, consumptiegoederen, bouw en biomassa & voedsel) waarin de grootste circulaire opgaven en kansen liggen. Deze vormen het kader voor regionale en lokale vertaling. Rijksambitie Circulaire Economie In 2030: 50% minder gebruik van primaire grondstoffen (dat zijn fossiele, metalen én minerale grondstoffen) ten opzichte van 2014. In 2050: Een volledig circulaire economie, waarin geen primaire grondstoffen meer worden gebruikt en alle materialen worden hergebruikt of hernieuwbaar zijn.

Circulair Materialenplan (CMP) en NPCE Het Circulair Materialenplan (CMP)8 is per 30 december 2025 het nationale kader voor afval- en materialenbeheer en vervangt het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3)9. Waar het LAP3 zich vooral richtte op het afvalstoffenbeheer en de bescherming van mens en milieu, verbreedt het CMP de scope naar de volledige materiaalketen. Daarbij ligt de nadruk nadrukkelijk op de hogere treden van de afvalhiërarchie, zoals afvalpreventie, hergebruik en hoogwaardige verwerking.

THE 17 GOALS | Sustainable Development Circular economy action plan - European Commission 6 Nationaal Programma Circulaire Economie | Nederland circulair in 2050 7 Transitieagenda's per sector | Nederland circulair in 2050 8 Wat is het CMP? | CMP 9 Over het LAP - LAP3 4 5

4

Het CMP stimuleert daarmee de overgang naar een volledig circulaire economie in 2050 en biedt praktische kaders voor overheden en bedrijven om hier concreet invulling aan te geven. Door aandacht te besteden aan alle fasen van de keten – van ontwerp en gebruik tot verwerking – ondersteunt het CMP innovatie en hoogwaardige verwerking van materialen. Het CMP maakt onderdeel uit van het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE), waarin de landelijke doelen en maatregelen voor een circulaire economie in 2050 zijn vastgelegd. Waar het NPCE richting en ambities schetst, vertaalt het CMP deze naar toetsingskaders en handvatten voor de dagelijkse uitvoeringspraktijk. Voor de BEL-gemeenten betekent dit dat wij de komende jaren: • lokale regels, processen en werkwijzen moeten actualiseren in lijn met de toetsingskaders van het CMP; • actief inzetten op afvalpreventie, reparatie, hergebruik en hoogwaardige verwerking van materialen; • circulaire principes structureel toepassen in inkoop, gebiedsontwikkeling en gemeentelijke projecten; • samenwerken met regionale partners om te komen tot een uniforme en effectieve uitvoering. Met het CMP en het NPCE als richtinggevende kaders borgen we dat onze uitvoeringskeuzes bijdragen aan de nationale circulaire doelen en werken we stap voor stap aan een toekomstbestendige, circulaire gemeente.

Provinciaal Provincies Noord-Holland en Utrecht streven naar volledige circulariteit in 2050, met als tussentijdse doelstelling het primaire grondstofgebruik in 2030 met 50% te reduceren10. Deze ambities sluiten aan bij de landelijke en Europese doelstellingen11. Lokaal Vanuit de BEL-gemeenten zijn een aantal doelstelling en ambities geformuleerd ter bevordering van een circulaire economie. Hieronder volgt een samenvatting van deze punten: • De rol van de circulaire economie binnen de Omgevingsvisie 2040 De Omgevingsvisie van de BEL-gemeenten 2040 benoemt circulariteit expliciet als uitgangspunt voor duurzame gebiedsontwikkeling. Het gaat om afvalpreventie, hergebruik van materialen, circulair en natuurinclusief bouwen en duurzame inrichting van de leefomgeving12.

Uitvoeringsagenda Circulaire samenleving 2025-2027 Provincie Utrecht Uitvoeringsagenda duurzame en circulaire economie 2025-2028.pdf Noord-Holland 12 Omgevingsvisie_Laren_CONCEPT.pdf 10 11

5

•

•

•

Koersdocument (uitvoerings)programma Klimaat & Duurzaamheid 2023-2027 (Blaricum & Laren) Laren en Blaricum hebben hun duurzaamheidsambities vastgelegd in het Koersdocument Klimaat & Duurzaamheid13 en het bijbehorende Uitvoeringsprogramma14. Hierin is de circulaire ambitie gekoppeld aan de landelijke doelstellingen. Toekomstvisie Eemnes 2030 – activiteitenplan Duurzaamheid Eemnes heeft haar circulaire ambitie vastgelegd in het Activiteitenplan Duurzaamheid, gekoppeld aan de landelijke doelstellingen. Daarmee verbindt de gemeente haar lokale ambities aan de nationale circulaire transitie. Het circulaire landschap van de BEL-gemeenten (2024): Dit document brengt de belangrijkste beleidskaders, bestaande initiatieven en trends samen en laat zien waar nog kansen liggen.

Deze beleidskaders vormen samen het uitgangspunt voor de verdere invulling van de circulaire ambities van de BEL-gemeenten. Stand van zaken circulaire economie binnen de BEL-gemeenten Binnen de BEL-gemeenten is circulaire economie een relatief nieuw onderwerp. De kennis hierover is intern nog wisselend aanwezig en nog niet structureel geborgd in werkprocessen. Voor veel collega’s is circulair werken nieuw en vraagt dit nog om kennismaking, bewustwording en het ontwikkelen van praktische handvatten. Het onderwerp bevindt zich daarmee nog in een beginfase binnen de interne organisatie. Afgelopen jaren is er op verschillende manieren gewerkt aan circulaire economie, maar dit gebeurt nog vooral incidenteel en niet structureel. De gemeenten hebben een gezamenlijk inkoop- en aanbestedingsbeleid waarin duurzaamheid en circulariteit zijn opgenomen. In de praktijk worden circulaire overwegingen steeds vaker meegenomen, maar dit verschilt per project en is afhankelijk van kosten, haalbaarheid en beschikbaarheid. Bij projecten in de bouw en openbare ruimte maken de gemeenten ieder hun eigen afwegingen. In projecten zoals Crailo, Craibosch en de uitbreiding van de Zuidpolder in Eemnes is aandacht voor hergebruik, groenstructuren en toekomstbestendige inrichting. Circulariteit is hier vaak onderdeel van bredere ontwerpkeuzes, maar nog niet altijd expliciet of consequent uitgewerkt.

In alle drie de gemeenten zijn Repair Cafés actief en is er een kringloopvoorziening (Kleurrijk) die inwoners van de BEL-gemeenten bedient. Deze initiatieven dragen bij aan

Koersdocument Programma duurzaamheid 2023-2027 Bijlage Koersdocument klimaat en duurzaamheid Blaricum.pdf 14 Uitvoeringsprogramma 2023-2024 Blaricum.pdf 13

6

hergebruik en levensduurverlenging van producten, maar zijn mogelijk nog niet bij alle inwoners bekend en worden nog beperkt benut. Strategie: De R-ladder als kompas voor circulariteit Binnen de BEL-gemeenten hanteren we de R-ladder als een instrument om onze beleidsvoering en projecten te sturen. De R-ladder bestaat een aantal stappen die we kunnen gebruiken om de overgang naar een circulaire economie te bevorderen. Hoe hoger een strategie op de ladder, hoe meer grondstoffen en waarde behouden blijven. Het begint bij Refuse/Rethink en eindigt bij recycling of energieterugwinning15. De Rladder wordt de komende tijd toegepast in het inkoop- en aanbestedingsbeleid en via de Leidse Ladder in de openbare ruimte. De Leidse Ladder vertaalt de circulaire strategieën naar concrete keuzes bij gebiedsontwikkeling en inrichting, bijvoorbeeld door hergebruik van materialen voorrang te geven boven nieuwe aanschaf.

Figuur 1 Hoofdbenaderingen, R-strategieën en O-strategieën om een duurzame, circulaire economie te creëren

15

Wat is de R-ladder en wat kun je ermee? | Circulaire strategieën

7

Van landelijke kaders naar lokale thema’s Zoals eerder aangegeven, heeft het Rijk vijf transitieagenda’s opgesteld om de overgang naar een circulaire economie te versnellen. In de transitieagenda’s staan welke concrete acties er nodig zijn voor de vijf meest belangrijke sectoren en ketens van de Nederlandse economie. Dit zijn ook de sectoren die het meest belastend zijn voor het milieu.

Figuur 2 Transitie-agenda’s CE

De BEL-gemeenten dragen bij aan de landelijke doelen via regionale samenwerkingen Het Nationale Programma Circulaire Economie beschrijft de ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn en in 2030 een halvering van het primaire grondstoffengebruik te hebben bewerkstelligd. Het Rijk wil het nationale beleid uiteindelijk decentraal invulling geven. Gemeenten en regio spelen dus een cruciale rol in de transitie naar een circulaire economie en doelstellingen. Gemeente Laren en Blaricum Binnen de regio Gooi- en Vechtstreek wordt de urgentie voor het toewerken naar een circulaire economie ook gevoeld. Zo is in 2025 de regionale Samenwerkingsagenda Circulaire Economie Gooi en Vechtstreek 2025-203016 opgesteld om samen met omliggende gemeenten stappen te zetten richting een circulaire economie. Binnen de samenwerkingsagenda wordt gewerkt aan diverse actielijnen: circulair ondernemerschap, circulaire ketens, circulaire overheid, circulair in de ruimte en circulaire competenties & gedrag. Deze actielijnen sluiten aan op de landelijke transitieagenda’s. Gemeenten bepalen zelf, afhankelijk van capaciteit en middelen, bij welke actielijnen zij aansluiten en welke het meeste aansluiten bij hun lokale context. Gemeente Eemnes Binnen de provincie Utrecht wordt eveneens gezamenlijk gewerkt aan de transitie naar een circulaire economie.

Eemnes sluit aan bij het regionale samenwerkingsverband Circulair Denken, Regionaal Doen 2026-203017 van de Alliantie Cirkelregio Utrecht. Dit samenwerkingsverband richt zich op het gezamenlijk uitvoeren van concrete circulaire acties en projecten in de regio. Binnen het samenwerkingsverband zijn acht regionale actielijnen benoemd, waaronder de Utrechtse Asfaltstrategie, Stenen delen in de regio,

16 17

Bijlage-1.-Samenwerkingsagenda-Circulaire-Economie-Gooi-en-Vechtstreek.pdf Bijlage 1 Koersdocument Circulair Denken Regionaal Doen 2026-2030.pdf

8

MKI onder de knie18, Biobased isoleren, Agricycling, Heel Utrecht Repareert, Circulaire ambachtscentra en Circulaire bewonersinitiatieven. Deze actielijnen sluiten aan op de landelijke transitieagenda’s. Ook hier geldt dat gemeenten, afhankelijk van beleid, capaciteit en middelen, zelf bepalen bij welke actielijnen zij aansluiten en welke passen bij hun lokale context. Samen optrekken binnen de BEL-combinatie Naast de regionale samenwerkingen wordt gekeken op welke manieren de BELgemeenten gezamenlijk kunnen inzetten op het realiseren van hun circulaire ambities. Daarbij wordt verkend waar samenwerking tussen Blaricum, Eemnes en Laren meerwaarde heeft en waar kansen gezamenlijk benut kunnen worden. Dit kan bijvoorbeeld gaan om het delen van kennis en ervaringen, het opzetten van gezamenlijke projecten of het aansluiten bij elkaars initiatieven. Een concreet voorbeeld is kringloopwinkel Kleurrijk, die inwoners uit alle drie de gemeenten bedient. Door waar mogelijk samen op te trekken, versterken de BEL-gemeenten elkaar en wordt de uitvoering van circulair beleid efficiënter en effectiever. Van regionale samenwerking naar lokale ambities De regionale actielijnen sluiten aan bij de landelijke transitieagenda’s. De BELgemeenten gebruiken deze regionale kaders om hun eigen koers te bepalen.

Zie figuur 3 voor de schematische weergave van relatie tussen verschillende beleidsdocumenten. Op basis van de landelijke en regionale ambities, en in combinatie met gesprekken en afstemming met interne stakeholders, zijn drie thema’s gekozen die richtinggevend zijn voor de eerste stappen van de BEL-gemeenten naar een circulaire economie: 1. Consumptiegoederen & Gedrag 2. Circulaire gemeentelijke organisatie 3. Circulaire gebiedsontwikkeling

18

Wat is Milieuprestatie in de bouw? | Stichting NMD

9

Figuur 3 Schematische weergave van de relatie tussen verschillende beleidsdocumenten

Met de keuze voor de drie lokale thema’s is de inhoudelijke koers bepaald. Voor een succesvolle uitvoering is een heldere organisatie en goede samenwerking van belang. Dit wordt verder uitgewerkt in het volgende hoofdstuk.

10

3 Organisatie en financiering Interne stakeholders Binnen de BEL-gemeenten is de ambitie om stap voor stap te werken aan een circulaire economie. Circulariteit raakt meerdere domeinen binnen de organisatie en vraagt daarom om samenwerking tussen verschillende collega’s en afdelingen. Om hier in de praktijk invulling aan te geven, is het belangrijk collega’s hierin mee te nemen. Dit vraagt om afstemming tussen onder andere de afdelingen duurzaamheid, inkoop, openbare ruimte en ruimtelijke ontwikkeling. Een integrale benadering is daarmee nodig om circulariteit geleidelijk een plek te geven in de dagelijkse manier van werken. De belangrijkste interne samenwerkingen zijn: • Duurzaamheid: circulaire economie valt onder dit team. Er is directe samenwerking met collega’s van de energietransitie en afval, omdat deze thema’s sterk met elkaar verbonden zijn. • Inkoop: om ervoor te zorgen dat circulaire criteria structureel worden toegepast in inkooptrajecten en aanbestedingen, is nauwe samenwerking en afstemming met inkoopcollega’s essentieel. • Openbare ruimte: In de GWW-sector spelen grote materiaalstromen. Daarom is samenwerking met projectleiders nodig om circulaire principes structureel toe te passen, bijvoorbeeld door te kiezen voor hergebruik van materialen in plaats van nieuwe. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de Leidse Ladder, die helpt om circulaire keuzes concreet te maken.

• Ruimtelijke ontwikkeling: circulariteit is benoemd als een belangrijk uitgangspunt binnen de duurzaamheidsopgave van de Omgevingsvisie BEL 2040. Om dit verder vorm te geven in de uitvoering, vindt er afstemming plaats met collega’s van RO. Door deze samenwerking ontstaat een integrale benadering van circulaire economie, waarin duurzaamheid, inkoop, openbare ruimte en ruimtelijke ontwikkeling elkaar versterken. Externe stakeholders De BEL-gemeenten werken samen met verschillende regionale partners aan het versnellen van de transitie naar een circulaire economie. Hieronder worden de belangrijkste samenwerkingspartners en hun rol toegelicht. Provincies Noord-Holland en Utrecht Beide provincies zijn belangrijke partners in de regionale circulaire transitie. Ze zetten in op het creëren van kaders, kennis en ruimte om circulaire activiteiten te versterken. Zo ondersteunen de provincies gemeenten en regionale netwerken door digitale en fysieke inspiratiebijeenkomsten, faciliteren regionale afstemming en organiseren gezamenlijke ontmoetingen zoals het ‘actieoverleg Cirkelregio’. Daarnaast stimuleren zij pilots, verkenningen en experimenten rond thema’s als circulair inkopen, materialenmonitoring en circulaire gebiedsontwikkeling. 11

Regio G&V Regio Gooi & Vechtstreek werkt via de Regionale Samenwerkingsagenda Circulaire Economie aan het vertalen van landelijke circulaire doelen naar praktische kansen in de regio. Hierbij ligt de focus op kennisdeling en regionale afstemming tussen gemeenten, provincies, ondernemers en andere partners. De agenda benadrukt thema’s zoals het terugdringen en voorkomen van afval, het stimuleren van kringloop- en deeleconomie, slimme retourlogistiek, en de verduurzaming van bouw- en materiaalketens. Hiervoor worden periodieke overleggen, werkgroepen en aanjaagteams georganiseerd die concrete regionale projecten en pilots opzetten. Deze regionale structuur ondersteunt de gemeenten door ervaringen, lessen en instrumenten te delen en zo lokale uitvoering te versterken. Metropoolregio Amsterdam (MRA) de MRA is een belangrijke regionale samenwerkingspartner in de regio Noord-Holland. Binnen de MRA wordt gewerkt aan de ambitie om in 2050 een volledig circulaire regio te zijn. De inzet richt zich op drie hoofdsporen: de aanpak van materiaal- en grondstofstromen, circulaire inkoop en opdrachtgeverschap, en circulaire gebiedsontwikkeling. De rol van de MRA is vooral faciliterend en verbindend.

De MRA ondersteunt gemeenten door kennis en expertise te bundelen, gezamenlijke afspraken en instrumenten te ontwikkelen (zoals inkoopcriteria en gebiedsaanpakken), en door gemeenten en marktpartijen met elkaar te verbinden. Daarnaast zet de MRA in op monitoring, kennisdeling en het versterken van de gezamenlijke lobby richting Rijk en Europa, bijvoorbeeld om belemmerende wet- en regelgeving aan te passen. Laren en Blaricum sluiten, waar passend en mogelijk, aan bij MRA-activiteiten om gebruik te maken van deze regionale kennis, netwerken en gezamenlijke programma’s, ter ondersteuning van hun lokale circulaire ambities. Alliantie Cirkelregio Utrecht De Alliantie Cirkelregio Utrecht zelf heeft als doel om van de regio Utrecht een circulaire topregio te maken. Zij werken strategisch aan thema’s zoals circulair bouwen en demontage, afvalvrije gebieden en biobased economie door het ontwikkelen en delen van kennis, het opzetten van regionale projecten, en het verbinden van lokale initiatieven met economische en ruimtelijke kansen. Het netwerk draagt bij aan het versterken van regionale circulaire ondernemersnetwerken, het delen van praktijkcases en het agenderen van circulaire ambities bij provinciale en nationale besluitvorming.

Utrecht Circulair Actief Netwerk (UCAN) Het UCAN is een onderdeel van de Alliantie Cirkelregio Utrecht, een breed regionaal netwerk van gemeenten, provincie, ondernemers en maatschappelijke partners. UCAN richt zich op kennisuitwisseling en samenwerking tussen ambtenaren en beleidsmedewerkers rond circulaire thema’s. Dit gebeurt onder andere via gezamenlijke digitale mappen met tools en voorbeelden, themabijeenkomsten, workshops en leeractiviteiten, waardoor gemeenten makkelijker circulaire ideeën en aanpakken kunnen toepassen. Hiermee wordt Eemnes ondersteund bij het ontwikkelen en uitvoeren van circulair beleid binnen de Utrechtse regionale context. 12

Rol en invloed van de BEL-gemeenten Om dit uitvoeringsprogramma te realiseren vervullen de BEL-gemeenten verschillende rollen. Deze rollen zijn: • Regierol • Samenwerking • Facilitator van initiatieven uit de samenleving. De meeste impact op circulariteit bereiken we binnen onze eigen invloedsfeer, waar we zelf reguleren en besluiten nemen. Denk aan circulair inkopen en aanbesteden, het verduurzamen van ons eigen vastgoed en het opnemen van circulaire uitgangspunten in beleidsdocumenten en instrumenten. Daarnaast hebben we ook indirecte invloed door samen te werken met buurgemeenten in de regio Utrecht en G&V en door circulaire initiatieven uit de samenleving te ondersteunen en te faciliteren, zoals de kringloopwinkel Kleurrijk, de speel-o-theek, het deelvervoer en het repair café. Verder in het document wordt per activiteit beschreven welke rol de gemeenten daarin nemen. Financiering De circulaire economie bevindt zich binnen de BEL-gemeenten nog in een verkennende fase. In deze fase ligt de nadruk op interne verankering van circulariteit in beleid en processen, met aandacht voor bewustwording, kennisontwikkeling en het opdoen van ervaring via pilots. Omdat het uitvoeringsprogramma in deze fase vooral gericht is op het versterken en benutten van bestaande structuren en werkwijzen, vindt de uitvoering plaats binnen de bestaande budgetten voor Duurzaamheid en Klimaat.

Het programma heeft op dit moment geen directe financiële consequenties, afgezien van ambtelijke inzet. In dit uitvoeringsprogramma zijn activiteiten opgenomen waarvan in de verdere uitwerking kan blijken dat de implementatie financiële consequenties heeft. Dit kan betekenen dat bepaalde circulaire keuzes meer tijd en middelen vergen, maar ook dat zij op termijn kostenbesparingen opleveren. Het is op dit moment niet mogelijk om voor alle activiteiten een volledige inschatting te maken van eventuele meer- of minderkosten. Jaarlijks zal per gemeente worden gekeken of op basis van financiële haalbaarheid, lokale ambities en aansluiting bij andere beleidsdoelen in welke mate welke activiteiten worden opgepakt, voortgezet of opgeschaald. Hiermee blijft ruimte bestaan voor maatwerk per gemeente, terwijl kennis, ervaring en samenwerking binnen de BELgemeenten worden gedeeld. Eventuele voorstellen hiervoor worden in overleg met interne stakeholders afgestemd en vervolgens opgenomen bij de reguliere P&C cyclus. De inzet van capaciteit en eventuele aanvullende middelen wordt jaarlijks heroverwogen op basis van de voortgang en opgedane ervaringen. De komende jaren werken de BEL-gemeenten samen aan het steeds beter inzichtelijk maken van de financiële effecten van circulaire keuzes en de wijze waarop eventuele

13

meer- of minderkosten kunnen worden gedekt. Dit maakt onderdeel uit van het groeipad zoals beschreven in dit uitvoeringsprogramma.

4 Uitvoeringsprogramma circulaire thema’s 4.1 Regionale samenwerking Zoals eerder benoemd, sluiten de BEL-gemeenten aan bij verschillende regionale samenwerkingen. In de Gooi en Vechtstreek doen Laren en Blaricum mee aan de Samenwerkingsagenda Circulaire Economie 2025–2030, met vijf actielijnen die direct aansluiten bij de landelijke transitieagenda’s en het Nationaal Programma Circulaire Economie. Eemnes sluit aan bij het koersdocument Circulair Denken, Regionaal Doen 2026–2030 in Utrecht, waarin acht actielijnen voor circulair beleid en uitvoering zijn benoemd. Per actielijn bekijken de BEL-gemeenten waar deelname meerwaarde heeft en hoe dit aansluit bij onze lokale context. Zo sluiten we aan bij de landelijke transitieagenda’s en regionale ambities, en maken we de vertaalslag naar onze lokale ambities.

4.2 Lokale thema’s 4.2.1 Thema 1: Consumptiegoederen & Gedrag Ambitie t/m 2028: Binnen de BEL-gemeenten zijn circulaire principes, zoals hergebruik, reparatie en delen, zichtbaar en herkenbaar in het dagelijks leven van inwoners. Argumentatie keuze Consumptiegoederen & Gedrag Consumptiegoederen spelen een belangrijke rol in het dagelijks leven en welzijn van inwoners. De manier waarop wij produceren, gebruiken en afdanken heeft grote invloed op het gebruik van grondstoffen en de druk op het milieu. De Transitieagenda Consumptiegoederen van het Rijk benadrukt het belang van waardebehoud en het voorkomen van afval. Het doel is producten en materialen zo lang mogelijk in gebruik te houden door hergebruik, reparatie, delen en het verlengen van de levensduur. Scope en focus van dit thema Binnen dit thema is het belangrijk onderscheid te maken tussen het afvaldomein en circulariteit. Taken op het gebied van afvalinzameling, verwerking en scheiding vallen buiten de scope van dit thema. Het afvalbeleid is regionaal georganiseerd en dus belegd bij de Gemeentelijke Afvaldienst (GAD). Binnen de BEL-gemeenten is Jaap Jan van Ingen verantwoordelijk voor de beleidsmatige coördinatie en de afstemming met de GAD. De GAD voert het Uitvoeringsplan19 en de Grondstoffenvisie20 uit, waarin de regionale koers op het gebied van afval en grondstoffen is vastgelegd.

In deze stukken zijn ook circulaire ambities opgenomen gericht op het verminderen van restafval, verhogen van

19 20

GAD-Uitvoeringsplan-2023-2026-def.pdf Grondstoffenvisie_2021.pdf

14

de kwaliteit van gescheiden grondstofstromen, sluiten van kringlopen en stimuleren van bewustwording en samenwerking binnen de regio. De invloed van de BEL-gemeenten binnen dit thema is daarom beperkt. Via periodiek overleg met de GAD volgen wij de voortgang van de circulaire ambities en de koppeling met onze lokale inzet. De transitie naar een circulaire economie is voor 70% gedragsverandering. Zonder draagvlak bij inwoners komt de overgang niet van de grond. Binnen dit thema ligt de primaire focus op het vergroten van kennis en bewustwording, om te voorkomen dat stromen met een hoge milieu-impact als afval eindigen. Op lokaal niveau verkennen we kansen om circulaire principes te bevorderen die bijdragen aan minder verspilling en een duurzaam gebruik van producten en materialen. Daarbij stimuleren we hergebruik, reparatie en bewuste consumptiekeuzes, zodat circulariteit stap voor stap een vanzelfsprekend onderdeel wordt van het dagelijks handelen van inwoners en ondernemers. Dit doen we onder meer door het ondersteunen van initiatieven, zoals repair cafés, de speel-o-theek, de kledingbank (Blaricum) en kringloopwinkels, en door het stimuleren van bewustwording en gedragsverandering onder inwoners en ondernemers.

Wat betekent dit voor de BEL-gemeenten? • We sluiten aan bij de doelstellingen en activiteiten op het gebied van afval en circulariteit uit de Grondstoffenvisie en het uitvoeringsplan van de GAD. • We monitoren jaarlijks de voortgang van circulaire ambities op basis van gegevens en trends van de GAD. • Bij actualisaties van de Grondstoffenvisie en het uitvoeringsplan brengen we eigen circulaire wensen en ambities in. • We bewaken de verbinding tussen afval en circulariteit door regelmatig overleg tussen de beleidsadviseur afval en de adviseur circulaire economie. • We verkennen samenwerkingsmogelijkheden met onderwijs en maatschappelijke organisaties om circulaire thema’s te integreren in educatie en lokale projecten. • We ondersteunen en geven aandacht aan circulaire initiatieven binnen onze gemeenten zoals kringloopwinkel Kleurrijk, kledingbank (in Blaricum), de speelo-theek, het deelvervoer en het repair cafés. • We onderzoeken hoe we inwoners kunnen stimuleren (duurzaam koopgedrag) om de levensduur van producten en materialen te verlengen, onder andere door hergebruik, delen en reparatie te bevorderen. • Jaarlijkse rapportage over circulaire voortgang. Wie is betrokken? Binnen de BEL-gemeenten is Jaap Jan (beleidsadviseur afval) verantwoordelijk voor het afvaldomein. Echter zijn er raakvlakken tussen afval en circulariteit.

Daarom vindt één tot twee keer per maand overleg plaats tussen de beleidsadviseur afval en de adviseur circulaire economie om de voortgang en onderlinge samenhang van beide beleidsterreinen af te stemmen. In deze samenwerking wordt integraal gekeken naar de verbinding tussen afval en circulariteit. 15

Monitoring De voortgang binnen dit thema wordt gevolgd op basis van de GAD-rapportages lokale ontwikkelingen. Jaarlijks rapporteren we over: • Voortgang circulaire prestaties, zoals opgenomen in de Grondstoffenvisie en het Uitvoeringsplan van de GAD (toename van hoogwaardig gebruik van producten / materialen). • We gebruiken de GAD-meter21 om prestaties circulaire ambities te monitoren, trends te signaleren en beleid te evalueren. • Aantal en bereik van circulaire initiatieven zoals Repair Cafés, speel-o-theek, de deelvervoertuigen, kringloopwinkels en circulaire ambachtscentra. • Resultaten van communicatie- en educatieactiviteiten gericht op circulair gedrag onder inwoners en ondernemers. • Monitor Duurzaam Leven om circulair gedrag en de bereidheid daartoe onder de inwoners in kaart te brengen. • We meten via enquêtes en steekproeven in hoeverre circulaire principes worden toegepast in het dagelijks werk en consumentengedrag, onder meer door te kijken naar het percentage consumenten dat reparatie verkiest boven nieuwkoop en het gemiddeld aantal nieuwe goederen dat inwoners aanschaffen. • Samenhang afval en circulariteit: afstemmingsmomenten tussen de beleidsadviseur Afval en de adviseur Circulaire Economie, gericht op aansluiting tussen regionaal beleid en lokale uitvoering.

4.2.2 Thema 2: Circulaire gemeentelijke organisatie Ambitie t/m 2028: Circulaire uitgangspunten worden, voor zover het mogelijk is, in alle inkoop en aanbestedingsprocessen toegepast. Argumentatie keuze circulaire gemeentelijke organisatie Circulair inkopen betekent dat we bij elke inkoopafweging bewust kijken naar wat circulair kan en wat dit vraagt van de organisatie. Alles wat leidt tot minder verbruik van primaire grondstoffen en materialen beschouwen we als circulair. Als inkopende organisatie van uiteenlopende producten en diensten hebben de BEL-gemeenten een directe invloed op de markt. Juist via inkoop kunnen wij circulaire principes daadwerkelijk in de praktijk brengen. Daarom is het van belang dat circulariteit goed geborgd wordt in het inkoop- en aanbestedingsbeleid. Het doel is om deze manier van werken stap voor stap te verankeren in onze processen en collega’s hierin mee te nemen. Via bewustwording, kennisdeling en samenwerking willen we ervoor zorgen dat circulair denken en doen een vanzelfsprekend onderdeel wordt van onze manier van werken. Daarbij nemen we Maatschappelijk Verantwoord

21

GAD-METER 2024

16

Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) 22 als uitgangspunt. Zo bouwen we aan een gemeentelijke organisatie waarin circulair inkopen niet alleen een keuze is, maar steeds meer de norm wordt. Met betrekking tot circulaire inkoop, hebben de BEL-gemeenten zich aangesloten bij de doelstelling van de MRA. Dat is als volgt: Circulair inkopen en aanbesteden volgens de MRA doelstellingen In 2025 kopen we 50% van alle producten, goederen en diensten circulair. In 2030 nagenoeg alle producten, goederen en diensten circulair aanbesteden.

Blaricum en Laren hebben deze ambitie onderschreven met de intentieverklaring uit 201823. In hoeverre deze doelstellingen inmiddels zijn behaald, is echter niet bekend, omdat er tot nu toe geen structurele monitoring heeft plaatsgevonden. Huidige stand van zaken De afgelopen jaren zijn diverse aankopen en trajecten geweest waarbij circulaire uitgangspunten zijn toegepast, zoals gerefurbishte bureaustoelen en het hergebruik van materialen in de openbare ruimte. Deze voorbeelden laten zien dat circulair werken al in de praktijk plaatsvindt (bewust en onbewust), maar structurele monitoring en vastlegging ontbreken nog. Daardoor is het niet goed vast te stellen in hoeverre de MRA-doelstellingen worden gerealiseerd. Om dit inzichtelijk te maken, is het belangrijk om een inventarisatie uit te voeren van de afgelopen jaren en zo de huidige status van de MRA-doelstellingen in kaart te brengen. Vervolgens kunnen we de gemeentelijke ambities rondom circulair inkopen scherper maken, ten opzichte van de MRA doelstelling. De BEL-gemeenten bevinden zich op dit moment nog in een verkennende fase van de circulaire economie. Circulariteit krijgt geleidelijk meer beleidsmatige en projectmatige borging. De realisatie van de MRA-doelstellingen vindt dan ook stapsgewijs plaats. Dit doen we door een nulmeting uit te voeren en te kijken wat welke vervolgstappen nodig zijn.

Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) | PIANOo - Expertisecentrum Aanbesteden 23 Intentieverklaring-Circulair-Inkopen-2018 (002).pdf 22

17

Wat moet er gebeuren: • Circulair inkopen verankeren in beleid en processen. • Toepassen en beoordelen van circulaire strategieën bij relevante aanbestedingen • Periodiek overleg over inkoopkalender en contracten. • Kennis & bewustwording over circulariteit vergroten binnen de organisatie (inkoop, openbare ruimte, bouw etc) • Monitoringsstructuur opzetten om effect en impact van circulariteit te meten • Ondersteuning bieden bij het opstellen van het MVOI actieplan • Jaarlijkse rapportage over circulaire voortgang. Wie is betrokken? Om circulariteit structureel te verankeren in het inkoopbeleid, vindt regelmatig overleg plaats tussen de inkoopafdeling en de adviseur circulaire economie. Hierbij worden kansen verkend en afgestemd hoe circulariteit vroegtijdig kan worden meegenomen in inkoopopdrachten. De CE-adviseur neemt deel aan startgesprekken bij relevante aanbestedingen om circulaire mogelijkheden direct in het proces en contract op te nemen. Ook wordt gewerkt aan het standaard opnemen van circulariteit in beleid en uitvoering, met aandacht voor kennis en bewustwording binnen de organisatie. Waar nodig is er afstemming tussen collega’s die willen inkopen en de adviseur CE zodat circulair werken steeds meer de standaard wordt. Monitoring De voortgang wordt gevolgd via de inkoopkalender en contractregistratie.

Jaarlijks rapporteren we: • Aandeel aanbestedingen met circulaire criteria (bijvoorbeeld toepassing van MKI, levensduurverlenging, hergebruik of biobased materialen). • Percentage inkoopvolume dat circulair is het aandeel van de totale inkoopwaarde waarin circulaire criteria zijn toegepast (aansluitend bij de MRA-doelstellingen). • Gebruik van landelijke instrumenten: Toepassing van o.a. de PIANOo MVI-criteria en aansluiting bij de landelijke MVI-monitor. • Vastleggen van best practices en pilots circulair inkopen, en inzicht in de mate waarin leveranciers circulaire oplossingen realiseren. Daarnaast worden voorbeeldprojecten en leerpunten vastgelegd en gedeeld, zodat circulair inkopen steeds meer de norm wordt.

4.2.3 Thema 3: Circulaire gebiedsontwikkeling Ambitie t/m 2028: In 2028 is circulariteit structureel ingebed in de werkwijze van gebiedsontwikkeling. In ten minste de helft van onze bouw- en GWW-projecten passen we circulaire principes toe, volgens het principe ‘pas toe of gemotiveerd afwijken’.

18

Argumentatie keuze Circulaire gebiedsontwikkeling Circulaire gebiedsontwikkeling is van groot belang in de overgang naar een circulaire economie. De bouw en inrichting van de openbare ruimte behoren tot de sectoren met het hoogste materiaalgebruik en de grootste CO₂-uitstoot. Juist hier liggen grote kansen om grondstoffen te besparen, hergebruik te stimuleren en circulaire principes structureel te verankeren. Daarom vormen deze thema’s een belangrijke focus binnen de circulaire ambities van de BEL-gemeenten. Eemnes heeft een paar jaar geleden het Convenant Toekomstbestendig Bouwen24 ondertekend en werkt aan de vertaling ervan naar gemeentelijke processen, zoals vergunningverlening. De ambitie is er, maar structurele borging in beleid en uitvoering moet nog verder vorm krijgen. Voor Laren en Blaricum wordt verkend hoe circulaire eisen uit het convenant alsnog kunnen worden geïntegreerd in bijvoorbeeld vergunningverlening en beleidsdocumenten. Binnen de openbare ruimte wordt soms ingezet op circulariteit, zoals het hergebruik van materialen en elektrische machines. Om de mate van circulariteit binnen projecten beter te kunnen volgen, wordt geëxperimenteerd met de Leidse Ladder. Dit instrument helpt om circulariteit inzichtelijk en meetbaar te maken.

De komende periode ligt de focus op het structureel toepassen van circulair inkopen, duurzame materiaalkeuzes en integratie van circulariteit in beleid. De overgang vraagt om bewustwording, praktische handvatten en een stapsgewijze verandering in denken en doen. Wat moet er gebeuren: • Mogelijkheden verkennen voor het toepassen van circulaire kansen in de gebiedsontwikkeling. • Leidse Ladder (monitoringstool) introduceren en implementeren bij Openbare ruimte om circulariteit concreet en meetbaar te maken. • Circulaire principes opnemen in de te ontwikkelen Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). • Mogelijkheden verkennen voor het toepassen van MKI in de GWW-sector. • Vrijgekomen materialen zo veel mogelijk hergebruiken. • We verkennen op welke manier circulaire eisen opgenomen kunnen worden in de vergunningsverlening (projecten grond derden). • We verkennen welke bouwprojecten mogelijkheden bieden voor het toepassen van houtbouw ambities zoals benoemd in het Houtbouw Pact MRA 2026-2030. Tijdens het schrijven van dit uitvoeringsprogramma heeft Laren besloten zich aan

24

Convenant Toekomstbestendig Bouwen 2.0

19

•

te sluiten bij het convenant Houtbouw Pact MRA 2026–2030. Adviseur CE zal de komende tijd een implementatieplan opstellen waarin wordt beschreven hoe de ambities uit het convenant gerealiseerd kunnen worden. De gemeente Blaricum onderschrijft op dit moment de ambities van het Houtbouwpact niet. Wel staat zij open voor eventuele mogelijkheden, voor zover deze passen binnen de woonopgave en ambities van Blaricum. Eemnes heeft in 2021 het convenant Toekomstbestendig Bouwen ondertekend. De ambities hieruit worden onder meer toegepast in het woningbouwproject Uitbreiding Zuidpolder. Het convenant kent veel raakvlakken met het Houtbouw Pact MRA. Jaarlijkse rapportage over circulaire voortgang.

Wie is betrokken? Om bovenstaande activiteiten te realiseren heeft adviseur CE regelmatig contact met de betreffende afdelingen, zoals Openbare Ruimte en Ruimtelijke Ontwikkeling. Daarnaast sluit de adviseur CE één keer per maand aan bij de projectleidersoverleggen. Voor goede resultaten is samenwerking nodig met projectleiders en beleidsadviseurs RO. Monitoring: • Leidse Ladder – hulpmiddel om circulaire keuzes in de openbare ruimte en vastgoed af te wegen en te meten. • We hanteren, waar mogelijk, de uitgangspunten uit het convenant Toekomstbestendig Bouwen. • We laten zien hoeveel CO₂-reductie een circulaire maatregel in de gebiedsontwikkeling oplevert, naast de energiebesparing. • Toepassen van de Milieukostenindicator (MKI) als eis of gunningscriterium bij aanbestedingen, zodat gekozen wordt voor materialen en oplossingen met een lagere milieubelasting. • Steekproefsgewijze metingen op circulariteit in bouwprojecten. • Jaarlijkse rapportage over circulaire voortgang. Deze monitoring wordt jaarlijks opgenomen in de rapportage voortgang circulaire economie

5 Monitoring Om grip te krijgen op de voortgang van de onze projecten en activiteiten, is het belangrijk om te meten en monitoren. Hiermee maken we stap voor stap inzichtelijk of we op koers loggen en in hoeverre de BEL-gemeenten de circulaire ambities realiseren. Complexiteit van monitoring Monitoring van de circulaire economie is complex. Het begrip circulariteit is breed en kent vele dimensies: van grondstoffen en materialen tot producten, processen en gedrag. Er is geen strakke afbakening wanneer we een product of bedrijf echt circulair

20

noemen. Een hoogwaardig gerecycled product wordt circulair genoemd, terwijl deze misschien ook hergebruikt of voorkomen had kunnen worden. Er bestaat nog geen uniforme set indicatoren die alle circulaire activiteiten dekt. In dit uitvoeringsprogramma proberen wij daarom meetbare doelen te stellen. We kijken per thema hoe we de voortgang kunnen monitoren. De focus ligt hierbij op de stromen waar wij zelf invloed op hebben en op processen binnen de gemeente. Daarnaast sluiten we aan bij landelijke instrumenten rondom doorontwikkeling van monitoring en zoeken we samenwerking met de regionale partners. Onze aanpak Er is op dit moment nog geen allesomvattende monitoringssystematiek voor circulariteit beschikbaar. Daarom kiezen wij voor een pragmatische aanpak. We sluiten aan bij bestaande instrumenten en afspraken, en kijken per thema hoe we de voortgang het beste kunnen monitoren. Daarbij voeren we per thema inventarisaties en nulmetingen uit om inzicht te krijgen in de huidige situatie en de status van de doelstellingen waaraan wij ons hebben gecommitteerd. Een concreet voorbeeld is de Leidse Ladder, waarmee we momenteel in een pilotfase projecten in de openbare ruimte beoordelen op hun mate van circulariteit. Dit helpt ons om in kaart te brengen hoe circulair we nu al werken en om gerichte ambities op te stellen.

Ook voor circulaire inkoop is een nulmeting nodig om inzicht te krijgen in hoe circulair onze aankopen en aanbestedingen zijn. Op basis hiervan kunnen we stapsgewijs ambities formuleren en toewerken naar de bredere doelstelling van de MRA. Rapportage We rapporteren jaarlijks over de voortgang van onze circulaire ambities in de reguliere verslaglegging (bijvoorbeeld in het milieujaarverslag / P&C-cyclus). Daarbij wordt gekeken naar zowel de resultaten van activiteiten als de bijdrage aan de bredere circulaire doelstellingen.

6 Besluitvorming De uitvoering van dit programma vindt plaats binnen de bestaande beleidskaders. Activiteiten worden jaarlijks geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd. Op basis van interne afstemming wordt jaarlijks bepaald welke activiteiten het jaar daarop worden uitgevoerd en welke prioriteiten daarbij gelden. Voor projecten die extra middelen of een bestuurlijke afweging vragen, vindt tijdige afstemming plaats met interne betrokkenen. Het bestuur wordt betrokken via reguliere voortgangsmomenten, zodat er een continue verbinding is tussen beleid, uitvoering en besluitvorming.

7 Communicatie Goede communicatie is belangrijk om circulaire economie binnen de BEL-gemeenten stap voor stap verder te brengen. Circulariteit vraagt om bewustwording, samenwerking en het delen van kennis en ervaringen. Communicatie wordt daarom ingezet om zowel 21

intern als extern inzicht te geven in wat circulair werken betekent, welke stappen worden gezet en waar kansen liggen om aan te sluiten. Interne communicatie Binnen de BEL-gemeenten is circulaire economie een relatief nieuw onderwerp. Interne communicatie richt zich daarom vooral op het meenemen van collega’s, het vergroten van bewustwording en het delen van praktische voorbeelden. Door zichtbaar te maken wat er al gebeurt en welke mogelijkheden er zijn, wordt circulair werken steeds meer onderdeel van de dagelijkse praktijk. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van bestaande interne communicatiemiddelen, zoals het intranet, interne nieuwsberichten, themasessies en bijeenkomsten. Aansluiting wordt gezocht bij activiteiten uit het uitvoeringsprogramma, zoals kennis- en bewustwordingssessies, trainingen en het delen van leerervaringen uit aanbestedingen en projecten. Externe communicatie De communicatie richting inwoners over afval en circulariteit vindt grotendeels plaats via de GAD. De GAD is verantwoordelijk voor de uitvoering van het afvalbeleid en verzorgt de bijbehorende communicatie, bijvoorbeeld over afvalscheiding, inzameling en hergebruik. De BEL-gemeenten sluiten hierbij aan en zoekt aanvullend waar het wenselijk en passend is om vanuit de gemeenten zelf te communiceren over circulariteit.

Dat richt zich vooral op het zichtbaar maken van lokale en gezamenlijke circulaire initiatieven en projecten, en op het delen van voorbeelden uit de praktijk. Daarbij gaat het onder andere om: • het onder de aandacht brengen van lokale initiatieven, zoals Repair Cafés, speelo-theek, deelvervoertuigen, Kledingbank in Blaricum en kringloopwinkel Kleurrijk etc. Waar mogelijk wordt de communicatie afgestemd met de interne stakeholders, de GAD en andere regionale partners, zodat boodschappen elkaar versterken en doublures worden voorkomen. Door gericht te communiceren dragen de BEL-gemeenten bij aan bewustwording, betrokkenheid en draagvlak voor circulaire initiatieven binnen en tussen de gemeenten.

8 Planning Onderstaande tabel bevat per thema de algemene maatregelen. Voor een gedetailleerde uitwerking per actie, inclusief doel, geplande activiteiten, impact, betrokken partijen, status, tijdspad etc. is een apart Exceloverzicht beschikbaar. Dit overzicht is een levend document, waarin de voortgang van de huidige activiteiten wordt bijgehouden en waar nodig wordt bijgestuurd. We starten bewust met de meest impactvolle en haalbare acties om circulariteit stevig binnen de organisatie te positioneren. Pas zodra hier een solide basis voor is gelegd en

22

er ruimte is in capaciteit en middelen, breiden we het pakket aan maatregelen stapsgewijs uit.

23

9 Activiteitentabel CE 1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

8.

Wat moet er gebeuren?

Thema

Rol

Wie is betrokken

We sluiten aan bij de doelstellingen en activiteiten op het gebied van afval en circulariteit uit de Grondstoffenvisie en het uitvoeringsplan van de GAD. We monitoren jaarlijks de voortgang van circulaire ambities op basis van gegevens en trends van de GAD. Bij actualisaties van de Grondstoffenvisie en het uitvoeringsplan brengen we eigen circulaire wensen en ambities in. We bewaken de verbinding tussen afval en circulariteit door regelmatig overleg tussen de beleidsadviseur afval en de adviseur circulaire economie.

Consumptiegoederen & Gedrag

Samenwerken: We werken samen met de GAD om regionale circulaire doelstellingen lokaal te vertalen en ondersteunen.

Beleidsadviseur Afval (BEL) en GAD (G&V)

Consumptiegoederen & Gedrag

Beleidsadviseur Afval (BEL) en GAD (G&V)

We verkennen samenwerkingsmogelijkheden met onderwijs en maatschappelijke organisaties om circulaire thema’s te integreren in educatie en lokale projecten. We ondersteunen en geven aandacht aan circulaire initiatieven binnen onze gemeenten zoals kringloopwinkel Kleurrijk, kledingbank (in Blaricum), repair cafés. We onderzoeken hoe we inwoners kunnen stimuleren (duurzaam koopgedrag) om de levensduur van producten en materialen te verlengen, onder andere door hergebruik, delen en reparatie te bevorderen. Circulair inkopen verankeren in beleid en processen.

Consumptiegoederen & Gedrag

Samenwerken: We stemmen monitoring en gegevensuitwisseling met de GAD af om trends en voortgang zichtbaar te maken. Samenwerken: We brengen onze eigen ambities in bij de GAD en vragen om periodieke updates. Samenwerken: Regelmatig overleg en afstemmingsmomenten tussen adviseur circulaire economie en beleidsadviseur afval om circulair-afval beleidsvelden te bespreken. Samenwerken: We zoeken de samenwerking op met onderwijsinstelling en Kleurrijk om circulaire thema’s te stimuleren in het onderwijs. Samenwerken: We werken samen met kringloopwinkels en ondersteunen circulaire initiatieven zoals repair cafe.

24

Consumptiegoederen & Gedrag Consumptiegoederen & Gedrag

Consumptiegoederen & Gedrag

Consumptiegoederen & Gedrag

Beleidsadviseur Afval (BEL) en GAD (G&V) Beleidsadviseur Afval (BEL) en adviseur CE

Beleidsadviseur Afval (BEL) en GAD, Kleurrijk, onderwijsinstellingen Beleidsadviseur Afval, Communicatie, Kleurrijk, Kledingbank Blaricum, repair cafés Beleidsadviseur Afval, Communicatie, GAD, Kleurrijk, repair cafés

Facilitator en samenwerken: Stimuleren van initiatieven met GAD en regiogemeenten gericht op minder verspilling en meer hergebruik, delen en reparatie. Circulaire gemeentelijke Regierol: Als opdrachtgever bepalen we Inkoop organisatie zelf welke inkoopcriteria we opnemen in inkopen en aanbestedingen. De adviseur CE biedt hierbij handvatten aan het team

2026

2027

2028

Inkoop en zorgt dat circulariteit al in een vroeg stadium wordt meegenomen in inkooptrajecten en aanbestedingen. 9. Toepassen en beoordelen van circulaire strategieën Circulaire gemeentelijke Regierol: Adviseur CE kijkt bij relevante bij relevante aanbestedingen organisatie aanbestedingen mee met het inkoopteam en beoordeelt welke circulaire strategie passend is. Daarbij wordt de R-ladder als leidraad gebruikt en wordt per aanbesteding maatwerk geleverd. 10. Periodiek overleg over inkoopkalender en contracten. Circulaire gemeentelijke Regierol: Per kwartaal afstemmen welke organisatie aanbestedingen gepland staan en zorgen dat circulariteit wordt meegenomen. 11. Kennis & bewustwording over circulariteit vergroten Circulaire gemeentelijke Facilitator / aanjagend: De adviseur CE binnen de organisatie (inkoop, openbare ruimte, organisatie voert regelmatig gesprekken en verzorgt bouw etc) sessies en kennisdeling om collega’ mee te nemen in circulaire kansen en mogelijkheden. 12. Monitoringsstructuur opzetten om effect en impact van circulariteit te meten

Inkoop, beleidsadviseurs en projectleiders

Inkoop

Temamanagers, Communicatie, beleidsadviseurs en projectleiders uit verschillende teams en afdelingen Inkoop, Openbare ruimte, Ruimtelijke ontwikkeling

Circulaire gemeentelijke Regierol: Adviseur CE bekijkt welke organisatie monitoringstools geschikt zijn om circulariteit te kunnen meten in verschillende projecten en processen. Voorbeeld hierbij is de monitoringstool die gemaakt is door CE-Delft25. 13. Ondersteuning bieden bij het opstellen van het MVOI Circulaire gemeentelijke Regierol: Adviseur CE biedt ondersteuning Inkoop actieplan organisatie aan het inkoopteam bij het opstellen van het MVOI actieplan waarin circulaire ambities worden vertaald naar concrete acties. 14. Mogelijkheden verkennen voor het toepassen van Circulaire Regierol: Adviseur CE identificeert op basis Collega’s van ruimtelijke circulaire kansen in de gebiedsontwikkeling gebiedsontwikkeling van kennis en landelijke en regionale ontwikkeling ontwikkelingen welke mogelijkheden

25

Handreiking monitoring MVOI - indicatoren en procesvragen - CE Delft

25

15. Leidse Ladder (monitoringstool) introduceren en implementeren bij Openbare ruimte om circulariteit concreet en meetbaar te maken.

Circulaire gebiedsontwikkeling

16. Circulaire principes opnemen in de te ontwikkelen Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR).

Circulaire gebiedsontwikkeling

17. Mogelijkheden verkennen voor het toepassen van MKI in de GWW-sector.

Circulaire gebiedsontwikkeling

18. Vrijgekomen materialen zo veel mogelijk hergebruiken.

Circulaire gebiedsontwikkeling

19. We verkennen op welke manier circulaire eisen opgenomen kunnen worden in de vergunningsverlening (projecten grond derden)

Circulaire gebiedsontwikkeling

26

kansrijk zijn voor de BEL-combinatie. Deze worden vervolgens afgestemd met de strategisch beleidsadviseur en de projectleider RO en Openbare Ruimte. Regierol: Adviseur CE implementeert de Leidse Ladder en start een testfase, waarbij de projectleider Openbare Ruimte actief wordt meegenomen in de toepassing en verdere ontwikkeling ervan. Regierol: De gemeenten hebben een controlerende rol bij het opstellen van de LIOR en integreren van circulariteit hierin. De adviseur CE vertaalt daarbij de circulaire ambities naar concrete eisen en richtlijnen voor de LIOR. Regierol: Adviseur CE is de aanjager voor het verkennen van mogelijkheden voor het toepassen van MKI in projecten, met als doel ervaring op te doen en de organisatie voor te bereiden op de verplichte invoering van MKI vanaf 2027. Faciliteren & samenwerken: Adviseur CE onderzoekt (binnen de regionale samenwerkingen) op welke manieren vrijkomende materialen uit projecten of andere stromen hergebruikt kunnen worden. Regierol: Adviseur CE onderzoekt hoe circulaire criteria, o.a. uit het convenant Toekomstbestendig Bouwen en het Houtbouwpact MRA, kunnen worden opgenomen in vergunningen voor bouwprojecten.

Collega’s van openbare ruimte

Opdrachtnemer die LIOR opstelt, team openbare ruimte

Openbare ruimte, regionale samenwerking met Gooise Meren (expertise)

Projectleider ruimtelijke ontwikkeling en projectbureaus

Vergunningen, JZ en eventueel projectleiders RO

20. We verkennen welke bouwprojecten mogelijkheden bieden voor het toepassen van houtbouw ambities zoals benoemd in het Houtbouw Pact MRA 20262030. Tijdens het schrijven van dit uitvoeringsprogramma heeft Laren besloten zich aan te sluiten bij het convenant Houtbouw Pact MRA 2026–2030. Adviseur CE zal de komende tijd een implementatieplan opstellen waarin wordt beschreven hoe de ambities uit het convenant gerealiseerd kunnen worden. De gemeente Blaricum onderschrijft op dit moment de ambities van het Houtbouwpact niet. Wel staat zij open voor eventuele mogelijkheden, voor zover deze passen binnen de woonopgave en ambities van Blaricum. Eemnes heeft in 2021 het convenant Toekomstbestendig Bouwen ondertekend. De ambities hieruit worden onder meer toegepast in het woningbouwproject Uitbreiding Zuidpolder. Het convenant kent veel raakvlakken met het Houtbouw Pact MRA.

27

Circulaire gebiedsontwikkeling

Regierol: Adviseur CE zorgt voor Ruimtelijke ontwikkeling afstemming en overzicht tussen de verschillende ambities en afspraken rondom houtbouw en toekomstbestendig bouwen binnen de BEL-gemeenten. Hierbij worden de MRA en regionale partners ingeschakeld voor kennisdeling, afstemming en het benutten van relevante expertise.

10 Bijlage 10.1 Hoe zat het ook alweer met de circulaire economie? Lineaire economie In de lineaire economie worden producten gemaakt, verkocht, gebruikt en uiteindelijk weggegooid. Het lineaire model is afhankelijk van grote hoeveelheden goedkope, makkelijk toegankelijke grondstoffen, materialen en energie. Het behoud van de waarde van grondstoffen is niet het uitgangspunt. Er wordt dus niet efficiënt met grondstoffen omgegaan. Circulaire economie Een circulaire economie vraagt om andere keuzes: producten ontwerpen die langer meegaan, reparatie en hergebruik mogelijk maken, en recycling toepassen wanneer dat nodig is. In een Circulaire Economie is er nauwelijks afval en vervuiling en worden producten en grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. Het doel is om de waarde van producten en materialen te behouden door bijvoorbeeld reparatie en hergebruik. Dit staat in contrast met de lineaire economie, waar producten na gebruik worden weggegooid, waarna nieuwe, primaire grondstoffen worden gebruikt voor nieuwe producten.

Figuur 4 In een circulaire economie blijven grondstoffen en producten zo veel mogelijk in de keten.

Waarom een circulaire economie? De vraag naar grondstoffen groeit snel, wat leidt tot milieuproblemen en afhankelijkheid van schaarse, geopolitiek gevoelige materialen. Nederland streeft naar een volledig circulaire economie in 2050, met minder gebruik van primaire grondstoffen, meer hergebruik en de toepassing van duurzame alternatieven. Dit voorkomt verspilling, vermindert milieuschade en versterkt de veerkracht van onze economie26. Wat levert de circulaire economie op?

26

Waarom een circulaire economie? - GroeneBrein

28

De circulaire economie biedt Nederland niet alleen een duurzaam perspectief, maar ook tastbare economische en maatschappelijke voordelen. Uit onderzoek van TNO en PBL blijkt dat een circulaire aanpak ons land jaarlijks 7 miljard euro extra kan opleveren en meer dan 50.000 nieuwe banen creëert. Deze werkgelegenheid ontstaat vooral in sectoren als reparatie, hergebruik en circulaire productie, en biedt kansen voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt27. Daarnaast vergroot circulariteit onze voorzieningszekerheid. Door anders om te gaan met materialen en grondstoffen en deze lokaal te herwinnen, kunnen we de import van primaire grondstoffen met wel 25% verminderen. Dit maakt Nederland minder afhankelijk van internationale ketens, die kwetsbaar zijn gebleken door crisis28. Ook op milieugebied is de winst groot: een 10% lagere CO₂-uitstoot en 20% waterbesparing in de industrie dragen direct bij aan het behalen van onze klimaat- en duurzaamheidsdoelen.

Figuur 5 De voordelen van de circulaire economie voor Nederland (Rood & Hanemaaijer, 2017)

Wat zijn de positieve maatschappelijke effecten van een circulaire economie Denk bij positieve impact van een Circulaire Economie aan: • Het terugdringen van klimaatverandering, omdat voor hergebruik van grondstoffen minder energie nodig is dan voor het gebruiken van nieuwe grondstoffen. • Lokale werkgelegenheid in de reparatie en verwerkingssector, ook voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt.

27 28

CE_Delft_190318_Waardebehoud_in_circulaire_economie_DEF.pdf pbl-2016-onepager-waarom-een-circulaire-economie.pdf

29

• •

Een schone en gezonde leefomgeving (o.a. bodem, water, biodiversiteit) door o.a. gebruik van gezonde grondstoffen met een lage milieu-impact. Meer verbondenheid tussen mensen onderling en met hun omgeving (denk aan Repair Cafés, speel-o-theek en deelauto’s).

Trends en ontwikkelingen In het huidige werken aan circulaire economie zijn een aantal trends en ontwikkelingen te zien. Die trends en ontwikkelingen geven belangrijke aandachtspunten naar de toekomst, niet alleen nationaal, maar ook in onze regio. In de wereld om ons heen zien wij de volgende trends en ontwikkelingen plaatsvinden: • Circulaire principes worden economisch aantrekkelijker Door stijgende en sterk fluctuerende grondstofprijzen nemen risico’s voor bedrijven toe, zowel financieel als qua leveringszekerheid. Hierdoor wordt het toepassen van circulaire principes steeds aantrekkelijker. • Circulaire principes worden vooral gestimuleerd en beperkt verplicht Het toepassen van circulaire principes is vaak nog vrijwillig. Er zijn steeds meer stimuleringsregelingen en subsidies, maar verplichtingen volgen vooral uit Europese wetgeving. • Nieuwe initiatieven richten zich vaak op laagwaardige vormen van circulariteit In Nederland vallen activiteiten nu nog in recycling en hergebruik van grondstoffen. Dat wekt de indruk dat er al veel gebeurt, terwijl er juist kansen liggen in hoogwaardige vormen zoals levensduurverlenging (reparatie), tweede leven van producten en circulair ontwerp. • Circulair inkopen krijgt meer aandacht Overheden kopen gezamenlijk jaarlijks voor circa €85 miljard in.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16619085/1