CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

A 09

Gemeenteraad 29 november 2023, gemeente larenBij agendapunt: Vaststellen lijst ingekomen stukken7.649 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoek naar Ernstige Dyslexie in de Regio Gooi en Vechtstreek

De rol van het onderwijs, aantallen Ernstige Dyslexie en de werking van de poortwachtersfunctie

22.0005437 21-11-2022 Janneke Franken j.franken@regiogv.nl

Inhoudsopgave Samenvatting

1

1. Ernstige Dyslexie

2

1.1 Inleiding 1.2 Vergoede behandeling Ernstige Dyslexie in de Regio Gooi en Vechtstreek

2 2

Het onderwijs ABC als poortwachter De zorgaanbieders

2 3 3

2. Aantallen Ernstige Dyslexie in de Regio Gooi en Vechtstreek 3 2.1 Inleiding 2.2 Regionale prevalentie: unieke ED-cliënten 2.3 Gemeentelijke prevalentie: unieke ED-cliënten 2.4 Jaarlijkse instroom nieuwe ED-cliënten 2.5 Scholen

3 4 5 6 7

3. Nader onderzoek en aanbevelingen

8

3.1 Inleiding 3.2 Poortwachter 3.3 Extra taken bij de Poortwachter

8 8 9

Direct contact scholen en ABC Vragenpunt

9 10

3.4 Contract Poortwachter 3.5 Monitoring ED en overlegstructuur 3.6 Kennispersoon bij de Regio

11 11 12

Conclusie

13

Bronnenlijst

14

Bijlage 1

14

Bijlage 2

14

Bijlage 3

15

Samenvatting Tijdens het portefeuillehoudersoverleg van 10 maart 2022 is gevraagd om onderzoek te doen naar 1) de vraag of het onderwijs zorg of begeleiding biedt bij Ernstige Dyslexie en naar 2) de werking van de poortwachtersfunctie. Geconcludeerd kan worden dat scholen – op verschillende niveaus – ondersteuning moeten bieden, maar dat de zorg bij de zorgaanbieders ligt. Daarnaast wordt de poortwachtersfunctie als positief ervaren: de voorsortering voorkomt onnodige aanmeldingen bij een zorgaanbieder en een externe poortwachter kan zowel administratief als controlerend veel bieden. Dit onderzoek laat verder zien dat het aantal kinderen met Ernstige Dyslexie in de Regio (1,94%) onder de prevalentieverwachting ligt (3,6%). De jaarlijkse instroom van het aantal kinderen met Ernstige Dyslexie valt wat hoger uit, maar dat is niet zorgelijk. Wel geven de instroomcijfers aanleiding om zicht te houden op de kwaliteit van het onderwijs en die ondersteuningsniveaus, zeker op het moment dat scholen relatief veel leerlingen voor Ernstige Dyslexie doorverwijzen. Naar aanleiding van literatuuronderzoek en kwalitatief onderzoek kunnen enkele aanbevelingen worden gedaan rondom de poortwachtersfunctie. Het gaat daarbij om de volgende punten: 1. Behoud een externe poortwachter voor Ernstige Dyslexie 2.

De administratieve screening door de tussenpersoon bij de Regio vervalt, waardoor de poortwachter en de scholen direct contact hebben 3. Centraal vragenpunt voor ouders inrichten bij de poortwachter en zorgen dat dit bekend is onder scholen/ouders/zorgaanbieders 4. Beleg het contract van de poortwachter Ernstige Dyslexie bij Inkoop- en Contractbeheer. Maak bij het contract afspraken over de gegevens die de poortwachter moet aanleveren bij de Regio en overweeg het opnemen van een clausule over de geldigheidsduur van ontvankelijkheidsverklaringen 5. Richt een (half-)jaarlijks overlegstructuur op met de Regio, de poortwachter, (enkele) zorgaanbieders en de Coördinatoren lezen en spellen van Unita 6. Behoud bij de Regio een persoon die kennis heeft over Ernstige Dyslexie (zo’n 2 uur per week)

1

1. Ernstige Dyslexie 1.1 Inleiding Leerlingen met dyslexie kunnen worden belemmerd in het volgen van onderwijs en in het ontwikkelen van capaciteiten (Latta e.a., 2007; Reschly, 2010). Sommige leerlingen hebben zulke ernstige klachten, dat zij zonder behandeling niet kunnen functioneren in de samenleving. Een prevalentiestudie van Blomert (2005) laat zien dat 3,6% van de leerlingen zulke ernstige lees- en spellingsproblemen hebben; zij hebben Ernstige Dyslexie. Kinderen met Ernstige Dyslexie kunnen gespecialiseerde jeugdhulp krijgen die door de gemeente wordt vergoed. Dat is belangrijk, want uit onderzoek blijkt dat de kosten van behandeling van Ernstige Dyslexie opwegen tegen de effecten van de behandeling (Hakkaart-van Roijen e.a., 2011; Latta e.a., 2007). Op verzoek van het portefeuillehoudersoverleg van 10 maart 2022 is onderzoek gedaan naar Ernstige Dyslexie, en meer specifiek naar 1) de vraag of het onderwijs zorg of begeleiding biedt bij Ernstige Dyslexie en naar 2) de werking van de poortwachtersfunctie. In de volgende paragraaf (1.2) wordt het voortraject uiteengezet voordat een kind vergoede behandeling kan krijgen van Ernstige Dyslexie in de Regio Gooi en Vechtstreek. Dat voortraject loopt via het onderwijs, de poortwachter en de zorgaanbieder.

Hierin wordt– in lijn met de wens van het portefeuillehoudersoverleg – verduidelijking gegeven over de rol van het onderwijs met betrekking tot Ernstige Dyslexie. In hoofdstuk 2 worden vervolgens de aantallen (prevalentie en instroom) van Ernstige Dyslexie uitgewerkt. Hierbij wordt ingegaan op de regionale en gemeentelijke prevalentie en de instroom. Ook wordt kort stilgestaan bij het aantal aanmeldingen door scholen. In hoofdstuk 3 wordt nader onderzoek gedaan naar de werking van de poortwachtersfunctie (literatuuronderzoek en kwalitatief onderzoek in de vorm van gesprekken). Aan de hand van dit onderzoek worden enkele aanbevelingen gedaan. Het onderzoek sluit af met een conclusie.

1.2 Vergoede behandeling Ernstige Dyslexie in de Regio Gooi en Vechtstreek Voorafgaand de vergoede behandeling van Ernstige Dyslexie vindt een voortraject plaats. In de regio Gooi en Vechtstreek begint dat traject bij het onderwijs; dat vervolgt bij de poortwachter; en komt vervolgens bij de zorgaanbieder. Op het moment dat de leerling is uitbehandeld, komt de leerling voor eventuele ondersteuning weer bij het onderwijs terecht. Het onderwijs Het portefeuillehoudersoverleg heeft op 10 maart 2022 verzocht om te onderzoeken of dyslexie zorg of begeleiding is vanuit het onderwijs. Het antwoord op deze vraag is dat wordt gesproken van ondersteuning vanuit het onderwijs op verschillende niveaus; de daadwerkelijke zorg ligt bij de zorgaanbieders (Scheltinga e.a., 2021). Dat wordt hieronder nader toegelicht. Het onderwijs is verantwoordelijk voor het lees- en spellingsonderwijs. Daarbij komt de verantwoordelijkheid van het (zo vroeg mogelijk) signaleren van eventuele lees- en/of spellingsproblemen. In het geval van dergelijke problemen moet passende hulp worden geboden die past bij de ondersteuningsbehoefte van dat kind. Op deze manier kan voorkomen worden dat de leesen/of spellingsproblemen verergeren en kunnen hardnekkige problemen worden vastgesteld.

Bij de signalering gaat het niet zozeer om de vraag of het kind dyslexie heeft, maar of er achterstanden in de lees- en/of spellingsontwikkeling bestaan in vergelijking met de normgroep. Op het moment dat veel leerlingen achterlopen in de lees- en/of spellingsontwikkeling moet gekeken worden naar ondersteuningsniveau 1. Dit betreft de kwaliteit van het lees- en spellingsonderwijs in groepsverband. Wanneer daar geen problemen in worden gezien, worden verschillende screenings-, toets- en observatieinstrumenten ingezet om (risico's op) lees- en spellingsproblemen te signaleren. Op deze manier kan het onderwijsaanbod worden bepaald door waar nodig ondersteuning te bieden aan de leerling. De effecten daarvan worden vervolgens gemonitord bij ondersteuningsniveau 2, waarbij intensivering van 2

het onderwijsaanbod mogelijk is (in de vorm van extra instructie en oefentijd). Wanneer ook deze intensivering onvoldoende is, kan via ondersteuningsniveau 3 een specifieke interventie worden uitgevoerd/ondersteund door een lees- en spellingspecialist van de school. Als ondanks deze ondersteuning geen of nauwelijks vooruitgang is op te merken, kan een vermoeden van dyslexie opkomen (Scheltinga e.a., 2021). De school heeft kortom een taak in het signaleren, het intensiveren van het onderwijsaanbod en het bieden van specifieke interventies bij lees- en/of spellingsproblemen. Hierbij is sprake van ondersteuning vanuit het onderwijs. Wanneer deze ondersteuning vanuit het onderwijs onvoldoende oplevert, en een vermoeden van dyslexie ontstaat, kan worden doorverwezen naar de zorg (Scheltinga e.a., 2021). Volgens de Inspectie van Onderwijs is er geen aantoonbaar verband tussen het percentage leerlingen dat op een school een dyslexieverklaring heeft en de kwaliteit van het lees- en spellingsonderwijs (Inspectie van Onderwijs, 2019). Toch is het belangrijk om zicht te houden op het aantal leerlingen dat een school doorverwijst voor Ernstige Dyslexie.

Als de instroom bij een school veel hoger uitvalt dan verwacht, is het volgens het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) aanleiding om in gesprek te gaan met scholen, om bijvoorbeeld een beter beeld te krijgen van de kwaliteit van het onderwijs en de ondersteuningsniveaus. Zie hierover verder hoofdstuk 2.4-2.5 en 3.5. In de Regio Gooi en Vechtstreek wordt gewerkt met een poortwachter, die de aanmeldingen van scholen beoordeelt en voorsorteert voordat een leerling wordt aangemeld bij een zorgaanbieder. Diagnostisch onderzoek door een zorgaanbieder kan uitwijzen of een kind daadwerkelijk voldoet aan de criteria van (Ernstige) Dyslexie. Deze diagnostiek en vervolgens (eventuele) behandelingen kunnen worden vergoed voor leerlingen op de basisschool. Het is aan de school om een leerlingdossier op te stellen met onderbouwing van het vermoeden van dyslexie (Scheltinga e.a., 2021). ABC als poortwachter Het leerlingdossier wordt gewogen door een onafhankelijke deskundige om te beoordelen of een leerling in aanmerking komt voor diagnostiek en behandeling. In de regio Gooi en Vechtstreek vindt die weging plaats bij de externe, onafhankelijke screeningsorganisatie ABC middels een dossiertoets. Deze toets vindt plaats aan de hand van de landelijke criteria van het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie.

ABC beoordeelt of de aanvraag ontvankelijk is en de jeugdige dus in aanmerking komt voor diagnostisch onderzoek. Hierbij wordt gekeken of alle benodigde documenten zijn opgestuurd (schoolvragenlijst, oudervragenlijst, toestemmingsverklaring, bijlages) en of een correcte inhoudelijke onderbouwing is gegeven met betrekking tot de ernst, hardnekkigheid en het vermoeden van dyslexie. Voor de Regio Gooi en Vechtstreek beoordeelt één screener alle dossiers. Besloten wordt of een de aanmelding ontvankelijk is, en dus wordt doorgestuurd naar zorgaanbieders, of niet-ontvankelijk is. De zorgaanbieders Op het moment dat de poortwachter ABC de screening als ontvankelijk heeft verklaard, komt het dossier bij een zorgaanbieder uit de regio terecht. De zorgaanbieder doet de daadwerkelijke diagnostiek en eventuele behandeling. Na verklaring van uitbehandeling komt de leerling weer terug bij het onderwijs (Tijms e.a., 2021). De Regio Gooi en Vechtstreek kent de volgende aanbieders voor Ernstige Dyslexie (jaar 2021): Braams en Partners B.V. Chinski Gooi en Vecht B.V. Comenius Adviesburo B.V. Gooise Praktijk voor Kind en Jeugd Leestalent B.V. Opdidakt B.V. Regionaal Instituut voor Dyslexie B.V. Stichting Taalhulp ZIEN in de Klas B.V. 3

2. Aantallen Ernstige Dyslexie in de Regio Gooi en Vechtstreek 2.1 Inleiding De transformatiedoelen van de Jeugdwet wijzen op het belang van het demedicaliseren, ontzorgen en normaliseren van de jeugdsector. Ook in het Protocol van het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie wordt gewezen op het belang van demedicaliseren, zodat ‘alleen de ernstigste gevallen van dyslexie […] in aanmerking [komen voor] gespecialiseerde jeugdhulp’ (Tijms e.a., 2021). Het is daarom belangrijk om te onderzoeken wat de prevalentie van Ernstige Dyslexie is in de Regio Gooi en Vechtstreek en of deze in verhouding ligt met de verwachte prevalentie van 3,6% (Blomert, 2005). Let op dat dit hoofdstuk gaat over de aantallen rondom Ernstige Dyslexie, waarvan behandeling daarvan door de gemeente wordt vergoed. In sommige gevallen wordt de dyslexiezorg door ouders bekostigd (bijvoorbeeld wanneer een kind op de middelbare school dyslexie blijkt te hebben); dat wordt niet gezien als Ernstige Dyslexie en is in dit onderzoek ook niet meegenomen.

2.2 Regionale prevalentie: unieke ED-cliënten De inschatting was dat in deze Regio een te hoog aantal kinderen een Ernstige Dyslexie-verklaring heeft.1 Een analyse van de cijfers laat echter zien dat dit niet het geval is (zie bijlage 1). Hierbij is gekeken naar het aantal ED-behandelingen in een jaar (periodeprevalentie). Gebleken is dat in 2021 slechts 1,66% van de kinderen tussen 7-12 jaar Ernstige Dyslexie heeft (277 kinderen); in 2020 lag dit op 1,94% (324 kinderen).2 In beide gevallen ligt de prevalentie dus onder de verwachte prevalentie van Blomert (2005).

Figuur 1. De prevalentie van behandeling Ernstige Dyslexie in de Regio Gooi en Vechtstreek in 2020 (links) en 2021 (rechts), bezien vanuit de leeftijden 7-12 jaar. De rode stippellijn geeft de verwachte prevalentie van 3,6% aan (Blomert 2005).

Daarom is vervolgens specifiek gekeken naar de leeftijdsklasse van 7-9 jaar worden (gemiddeld gezien de leeftijd waarop Ernstige Dyslexie-diagnoses het meeste voorkomen; zie bijlage 1). Daaruit volgt dat deze cijfers ook niet zorgwekkend zijn. De rode lijn laat zien waar de 3,6%-verwachting van Blomert (2005) ligt. Het percentage in de Regio ligt daar vrijwel altijd onder, maar is niet zorgelijk laag. Alleen als

Nogmaals: hierbij gaat het alleen over dyslexiebehandelingen die door de gemeente worden vergoed. Andere dyslexiebehandelingen, die bijvoorbeeld door ouders worden bekostigd omdat een leerling op de middelbare school zit, worden niet meegenomen in dit onderzoek omdat dit geen Ernstige Dyslexie betreft. De indruk dat veel kinderen in de Regio dyslexie hebben, kan komen door het aantal niet-vergoede dyslexiebehandelingen, maar dat kan niet worden gecontroleerd omdat de Regio niet over deze cijfers beschikt. 2 Het huidige jaar 2022 is niet meegenomen in dit onderzoek, omdat tijdens het onderzoek dat jaar nog loopt en omdat declaraties achterlopen, waardoor pas later in 2023 een compleet beeld van de aantallen beschikbaar is. 1

4

heel specifiek naar het percentage diagnoses in 2020 wordt gekeken naar de leeftijd 8 jaar, ligt het percentage iets hoger (3,76%). Gemiddeld gezien ligt dit percentage echter duidelijk onder de verwachting.

Figuur 2. De prevalentie van behandeling Ernstige Dyslexie in de Regio Gooi en Vechtstreek in 2020 (links) en 2021 (rechts), bezien vanuit de leeftijden 7-9 jaar (wanneer ED-diagnoses het meeste voorkomen). De rode stippellijn geeft de verwachte prevalentie van 3,6% aan (Blomert 2005).

2.3 Gemeentelijke prevalentie: unieke ED-cliënten Naast de regionale prevalentie, is het interessant om te bezien of er verschillen bestaan tussen de gemeenten. Gebleken is dat alle gemeenten onder de verwachte prevalentie van 3,6% zitten (met uitzondering van Laren, die in 2020 een prevalentie had van 3,66%). In 2021 variëren de prevalentiepercentages tussen de 1,23% (Hilversum) en 2,65% (Laren). Deze verschillen tussen gemeenten zijn minimaal; vooral gezien het aantal kinderen tussen de 7-12 jaar in de gemeente Hilversum (namelijk 6271) ruim acht keer zo groot is als in de gemeente Laren (namelijk 755). Opnieuw kan hieruit geconcludeerd worden dat de cijfers niet zorgelijk zijn.3

Figuur 3. De prevalentie van behandeling Ernstige Dyslexie per gemeente uit de Regio Gooi en Vechtstreek in 2020 (links) en 2021 (rechts), bezien vanuit de leeftijden 7-12 jaar. De rode stippellijn geeft de verwachte prevalentie van 3,6% aan (Blomert 2005).

Landelijk lag het percentage van kinderen dat tussen de 7-12 jaar Ernstige Dyslexie heeft in 2020 op 2,6% (Peeters et al., 2021). Zelfs als dit percentage wordt aangehouden, is er gemiddeld gezien geen probleem in de Regio Gooi en Vechtstreek. 3

5

Vervolgens is nog verder gekeken naar het aantal Ernstige Dyslexie-verklaringen per gemeente in de leeftijd 7-9 jaar (bijlage 3). Alle gemeenten zitten (ruim) onder de verwachte prevalentie van 3,6% van Blomert (2005). Een uitzondering daarop is de gemeente Laren, die met 6,41% in 2020 en 5,41% in 2021 daarboven valt. Toch is dit geen reden tot zorg. Zoals genoemd wonen er in Laren relatief weinig jongeren vergeleken met andere gemeenten – het absolute aantal diagnoses Ernstige Dyslexie ligt dan ook niet veel hoger dan verwacht. Bovendien is in het figuur te zien dat het percentage al is afgenomen tussen 2020 en 2021. Ten slotte is er gemiddeld gezien over gemeenten geen sprake van een overdiagnose van Ernstige Dyslexie.

Figuur 4. De prevalentie van behandeling Ernstige Dyslexie per gemeente uit de Regio Gooi en Vechtstreek in 2020 (links) en 2021 (rechts), bezien vanuit de leeftijden 7-9 jaar (wanneer ED-diagnoses het meeste voorkomen). De rode stippellijn geeft de verwachte prevalentie van 3,6% aan (Blomert 2005).

2.4 Jaarlijkse instroom nieuwe ED-cliënten Naast de prevalentie, is het volgens het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) belangrijk om te kijken naar de instroom. De instroomcijfers geven een goed beeld van mogelijke knelpunten in de dyslexieketen. Daarom is op dit onderdeel contact opgezocht met Remco Reij. De heer Reij is directiesecretaris bij het RID (voormalig directeur). Daarnaast is hij adviseur bestuur bij het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie (NKD) en co-auteur van het Protocol Ernstige Dyslexie 3.0. De heer Reij heeft uitleg gegeven over de ideale statistiek rondom de instroom van Ernstige Dyslexie én hoe dat wordt berekend. Gekeken moet worden naar het aantal leerlingen in groep 4 in de gehele Regio (dit wordt gezien als de jaarlijkse instroom van alle leerlingen). In de Regio Gooi en Vechtstreek zaten 2773 leerlingen in groep 4 in het schooljaar 2021-2022 (gegevens verkregen via Duo). Een aantal van deze leerlingen zal Ernstige Dyslexie manifesteren in het basisonderwijs.

Daaromtrent is door het RID de ‘ideale statistiek’ berekend: • Kengetal A: 7% van het aantal leerlingen in groep 4 zou door de scholen uit de Regio doorverwezen moeten worden – aantal aanmeldingen bij de poortwachter • Kengetal B: 5% van het aantal leerlingen in groep 4 zou traject diagnostiek moeten starten – aantal ontvankelijkheidsverklaringen gegeven door de poortwachter • Kengetal C: 4,1% van het aantal leerlingen in groep 4 zou nieuw in een behandeling moeten instromen – aantal kinderen dat traject behandeling Ernstige Dyslexie is gestart en waarop is gedeclareerd Het percentage 4,1% (kengetal C) is gebaseerd op de 3,6% van Blomert (2005). Hierbij is een half procent opgeteld vanuit het voornemen om alle kinderen te vinden. Dat draagt bij aan de vangkans (hoeveel kinderen met Ernstige Dyslexie daadwerkelijk worden gevonden en die je dus daadwerkelijk kunt helpen; een hogere vangkans betekent dat je meer fout-positieven moet accepteren). Wanneer de toegang te zwaar wordt ingericht, neemt die vangkans af. Daarom wordt de 3,6% bij de instroom ruimer berekend door te zitten op 4,1%.

6

Landelijk wordt de ideale statistiek van het RID behoorlijk overschreden. Remco Reij wijst erop dat sommige regio’s zelfs twee keer zo hoog zitten. Hij heeft meegekeken naar onderstaande berekening instroom bij de Regio Gooi en Vechtstreek: 2021 2773 leerlingen in groep 4 Kengetal A (7%) Verwijzingen vanuit scholen Kengetal B (5%) Goedgekeurde dossiers ABC; trajecten diagnostiek Kengetal C (4,1%) Nieuwe instroom in behandeling

Ideale statistiek Absolute aantallen 194,11

Regionaal Absolute aantallen 215

138,65

179

113,693

138

Hoewel de Regio Gooi en Vechtstreek enigszins boven de ideale statistiek zit, geeft Remco Reij aan dat de Regio Gooi en Vechtstreek qua cijfers goed zit. Daarover hoeven we ons geen (grote) zorgen te maken. De landelijke cijfers vallen zorgelijker uit; wat Remco Reij betreft doet de Regio Gooi en Vechtstreek het dus goed. Desalniettemin verdient kengetal B (aantal trajecten diagnostiek) de aandacht, aangezien de regionale aantallen daar toch wat hoger liggen dan de ideale statistiek. Het traject diagnostiek wordt bij een zorgaanbieder gestart nadat ABC een ontvankelijkheidsverklaring geeft aan een aanmelding. Dat betekent dus dat de aanmelding bij de poortwachter – waarvoor scholen verantwoordelijk zijn – goed wordt uitgevoerd. Volgens Remco Reij kan dit komen door een bepaald leereffect bij scholen: het onderwijs weet op grote lijnen hoe de benodigde documenten moeten worden ingevuld, om een ontvankelijkheidsverklaring daarop te ontvangen. Daarom moet bij scholen worden gekeken: welke scholen verwijzen relatief veel kinderen door naar de poortwachter en zorg? Die scholen moeten de mogelijkheid krijgen om het hoge aantal aanmeldingen te verklaren. In enkele gevallen zal daar een goede reden voor zijn, maar het kan ook liggen aan het functioneren van het onderwijs en de ondersteuningsniveaus.

Als het onderwijs niet optimaal functioneert – omdat onvoldoende kwalitatieve ondersteuning wordt geboden aan leerlingen met lees- en spellingsproblemen – komen aan de achterkant meer aanmeldingen bij de poortwachter. Dat verklaart bovendien waarom kengetal C (nieuwe instroom in behandeling) hoger uitvalt dan de verwachting: dat is het gevolg en de doorstroom vanuit het al hoge kengetal B. Voor de poortwachter, maar ook voor de zorgaanbieders, is dan geen onderscheid te maken in het verschil tussen een didactisch verwaarloosde leerling en een leerling met daadwerkelijk Ernstige Dyslexie. Dat is natuurlijk niet alleen voor de gemeenten in financiële zin een probleem, maar zeker voor die leerlingen zelf (ook in het kader van normaliseren). Gelet op de specifieke uitkomst van de Regio Gooi en Vechtstreek, geeft de Reij de volgende aanknopingspunten mee: • Er is in deze Regio geen reden tot grote zorg rondom de instroom ED-cliënten • Wel is belangrijk om te investeren in kwaliteit op scholen (en niet zozeer in vermindering van de aantallen). Zoals hiervoor uiteengezet, geven de instroom-cijfers signalen dat sommige scholen wellicht onvoldoende functioneren bij de ondersteuningsniveaus. Het is belangrijk om daarover in gesprek te gaan met de scholen die veel aanmelden, om vervolgens te kijken hoe die scholen eventueel geholpen kunnen worden.

Het investeren in kwaliteit op school kan bovendien een reductie geven in de aantallen (instroom). De monitoring rondom scholen en het eventueel investeren in de kwaliteit bij het onderwijs en/of de ondersteuningsniveaus worden verder uiteengezet in hoofdstuk 3.5.

2.5 Scholen In het verlengde van de vorige paragraaf, is een eerste aanzet gedaan om inzicht te krijgen in de verwijzingen/aanmeldingen vanuit scholen (kengetal A) en de trajecten diagnostiek (kengetal B). Van de poortwachter hebben we een overzicht ontvangen met het aantal aanmeldingen vanuit scholen (kengetal A) en of daarop een ontvankelijkheidsverklaring is gegeven (kengetal B) of niet.

7

Eerst is gekeken welke scholen helemaal geen leerlingen aanmelden bij de poortwachter. Zo zijn er 11 basisscholen die in de periode van augustus 2020-augustus 2022 geen kinderen hebben aangemeld bij de poortwachter. Daartussen zitten enkele taalscholen voor kinderen die pas sinds korte tijd in Nederland wonen. De andere basisscholen hebben in diezelfde tijdsperiode ten minste één kind aangemeld bij de poortwachter. Wanneer wordt gekeken naar de instroom vanuit scholen in 2021, valt op dat over het algemeen het aantal aanmeldingen/ontvankelijkheidsverklaringen per school in redelijke verwachting valt ten opzichte van de ideale statistiek. Er zijn wel enkele uitschieters zichtbaar. 13 basisscholen hebben een relatief hoge instroom ten opzichte van de ideale statistiek (kengetal A en/of B). In 2017 is op soortgelijke wijze gekeken. Van de 13 basisscholen die in 2021 een relatief hoge instroom hebben, hadden 4 basisscholen dat ook al in 2017. Zeker met deze vier basisscholen is belangrijk om te kijken naar de oorzaken; zie ook hoofdstuk 3.5.4 Een belangrijke kanttekening bij de uitschieters is de volgende. Een hoger aantal aanmeldingen van een school hoeft niet direct te betekenen dat scholen te snel een aanmelding doen, maar kan ook betekenen dat scholen goed signaleren.

Bovendien is uit voorgaande cijfers gebleken dat de regionale en gemeentelijke prevalentie van Ernstige Dyslexie onder de verwachte prevalentie zit. Ook qua instroom zitten we aan de goede kant. Dat betekent dat er vooralsnog geen grote zorgen zijn over de enkele uitschieters bij scholen. Dat is zeker zo nu onderzoek uitwijst dat het percentage leerlingen met een dyslexieverklaring niks hoeft te zeggen over de kwaliteit van het lees- en spellingsonderwijs van een school (Inspectie van Onderwijs, 2019). Wel is het belangrijk om de ontwikkelingen rondom Ernstige Dyslexie (met name het aantal aanmeldingen bij scholen) te blijven monitoren. Zoals Remco Reij aangeeft, geeft het aantal goedgekeurde dossiers door ABC in 2021 – kengetal B – namelijk wel aanleiding om de oorzaak te onderzoeken. Scholen kunnen bijvoorbeeld weten hoe ze de dossiers moeten aanleveren om een ontvankelijkheidsverklaring te krijgen. Ook kan sprake zijn van een didactisch verwaarloosde leerling, waardoor geen onderscheid gemaakt kan worden met een leerling met daadwerkelijk Ernstige Dyslexie. Dat zou een signaal zijn om te investeren in de kwaliteit van de ondersteuningsniveaus op school. Ten slotte kan de relatief hoge instroom verklaard worden aan de hand van een goede reden.

Op voorhand kan daarom nog geen oordeel worden geveld over de hoge aanmeldingen, daarvoor moet eerst een gesprek worden aangegaan met de betreffende scholen (hoofdstuk 2.4). Dat is ook iets wat tijdens een overlegstructuur nader besproken en uitgedacht kan worden (zie hoofdstuk 3.5).

Het gaat om de volgende basisscholen: De Hoeksteen, Gooise Meren; de Nassauschool, Hilversum; dr. Maria Montessorischool, Huizen; de Binckhorst Sint Jan, Laren). 4

8

3. Nader onderzoek en aanbevelingen 3.1 Inleiding Naast het kwantitatieve onderzoek naar de prevalentie en instroom, is ook kwalitatief onderzoek en literatuuronderzoek gedaan. Het kwalitatieve onderzoek is vormgegeven door middel van gesprekken met Remco Reij (directiesecretaris RID, adviseur bestuur NKD, co-auteur Protocol ED 3.0), de coördinator en de screener bij poortwachter ABC en collega’s bij de Regio (zoals collega’s bij Jeugd en Gezin, Inkoop- en Contractbeheer, Sturing, etc.). Het kwantitatieve en kwalitatieve onderzoek, evenals het literatuuronderzoek, leveren interessante informatie op met betrekking tot Ernstige Dyslexie en de poortwachtersfunctie. Bovendien inzicht worden verschaft in de werkwijze van andere gemeenten en/of Regio’s. Zo kan een vergelijking worden getrokken. Dit wordt niet alleen gedaan op basis van het literatuuronderzoek, maar ook Remco Reij en medewerkers bij de poortwachter ABC hebben informatie kunnen delen over de werkwijze van verschillende gemeenten en/of Regio’s. Hieronder worden de bevindingen per onderwerp beschreven, waarna direct (waar nodig) een aanbeveling wordt gedaan op dat punt.

3.2 Poortwachter In de Regio Gooi en Vechtstreek wordt gewerkt met een poortwachter. Veel andere gemeenten in Nederland werken ook met een poortwachter; hiervoor wordt veelal gekozen vanuit een administratief en/of controlerend oogpunt. Zo leidt een poortwachter vaak tot betere dossiervorming (Peeters e.a. 2021). In de Regio Gooi en Vechtstreek is gekozen om de poortwachtersfunctie te beleggen bij een externe partij. Dat wordt als positief ervaren. De gedachte achter de poortwachter is dat daarmee al voorsorterend wordt gekeken welke kinderen wel en niet in aanmerking komen voor Ernstige Dyslexie. Zoals genoemd wordt dat gedaan middels een dossiertoets en een (niet-)ontvankelijkheidsverklaring. Deze voorsortering zorgt ervoor dat bij de zorgaanbieders alleen die kinderen komen die 1) een compleet dossier hebben en 2) waarbij echt aanleiding is om te denken dat sprake is van Ernstige Dyslexie.5 De Regio hanteert daarbij een streefnorm dat tussen de 20-30% van de aangeleverde dossiers zullen leiden tot een niet-ontvankelijkheidsverklaring. In 2020 kreeg zo’n 27% van de aangeleverde dossiers een niet-ontvankelijkheidsverklaring; in 2021 lag dat rond de 17% (samengenomen gemiddelde van 22%).6 Dat betekent dat – hoewel het gemiddelde uitkomt in de streefnorm – in 2021 het aantal niet-ontvankelijkheidsverklaringen onder de streefnorm viel.

De poortwachter merkt in het verlengde daarvan op dat de scholen beter worden in het aanleveren van de dossiers. Zo’n eenmalige afwijking van de streefnorm hoeft niet direct ernstig te zijn; het is immers een streefnorm. Wel is belangrijke om het percentage niet-ontvankelijkheidsverklaringen in de gaten te houden. Wanneer de cijfers van 2022 definitief zijn, is belangrijk om te kijken of op dat moment het aantal niet-ontvankelijkheidsverklaringen wel binnen die streefnorm valt. Tegelijkertijd is belangrijk om op te merken dat met in voorgaande jaren, met een andere poortwachter (tussen 2015-2017), ook een daling te zien was in het aantal nietontvankelijkheidsverklaringen. Zo was dat in 2015 30%, in 2016 25% en in 2017 15%. Dit wordt toegeschreven aan een leereffect vanwege de consistente beoordeling van de dossiers. Als het aantal niet-ontvankelijkheidsverklaringen dus lager blijft uitvallen dan de streefnorm, hoeft dat niet zo zeer negatief te zijn voor scholen; ook Remco Reij wijst op dit leereffect van scholen. Eerder onderzoek uit de Regio Gooi en Vechtstreek laat zien dat zorgaanbieders tevreden zijn met de werkwijze van een poortwachter. Daarin is bovendien onderzocht welke andere scenario’s mogelijk zijn met betrekking tot de poortwachtersfunctie (screening bij externe poortwachter; screening bij Unita; screening bij C en A team; screening bij uitvoeringsdiensten).

Daarin is geconcludeerd – op basis van

Zoals beschreven onder 2.2 kijkt de poortwachter of alle benodigde documenten zijn opgestuurd (schoolvragenlijst, oudervragenlijst, toestemmingsverklaring, bijlages) en of een correcte inhoudelijke onderbouwing is gegeven met betrekking tot de ernst, hardnekkigheid en het vermoeden van dyslexie. 6 Poortwachter ABC heeft een uitdraai van alle dossiers aangeleverd; de cijfers van 2022 zijn tot op dat moment aangeleverd (41-2022. Omdat het jaar 2022 niet volledig is, wordt dit jaar niet meegenomen. 5

9

voor- en nadelen en gesprekken met betrokkenen – dat de screening bij een externe poortwachter het meest wenselijk is. Verwacht wordt dat de uiteindelijke behandeling bij de zorgaanbieder voldoende is om het kind met Ernstige Dyslexie te helpen. Een verlenging van de behandeling is – in het licht van het bieden van maatwerk – bij uitzondering mogelijk. De poortwachter beoordeelt deze mogelijke verlengingen van de behandeling, opnieuw door een (niet-)ontvankelijkheidsverklaring te verlenen. Het gaat om kleine aantallen: zo heeft de poortwachter in 2020 7 verlengingsaanvragen ontvangen, waarvan 4 tot een ontvankelijkheidsverklaring leidden. In 2021 was er 1 verlengingsaanvraag die een nietontvankelijkheidsverklaring heeft verkregen. Het is prettig dat het aantal verlengingsaanvragen (en ontvankelijkheidsverklaringen) laag zijn, maar dat het bij uitzondering wel mogelijk is om de zorg te verlengen. Dit laat zien dat de poortwachter maatwerk biedt wanneer noodzakelijk. Aanbeveling 1: Behoud een externe poortwachter voor Ernstige Dyslexie

3.3 Extra taken bij de Poortwachter Direct contact scholen en ABC In de Regio Gooi en Vechtstreek wordt momenteel de volgende werkwijze gehandhaafd: i. De aanvraag wordt vanuit de scholen gelegd bij de Regio Gooi en Vechtstreek ii. Bij de Regio wordt intern of de aangeleverde dossiers volledig en kloppend zijn iii. Vanuit de Regio wordt de aanvraag doorgestuurd naar de poortwachter ABC iv. De poortwachter beoordeelt de ontvankelijkheid van de aanvraag. Als ABC nog vragen heeft, moeten zij die aan de Regio stellen; de Regio koppelt deze dan terug naar de school. Het antwoord (of soms vragen terug) van de school gaat dan weer via de Regio naar de poortwachter. Volgens de poortwachter kan het soms lang duren voordat deze extra informatie dan weer terugkomt. In het gesprek met ABC wordt gewezen op het gebrek aan contact tussen de poortwachter en scholen. In Utrecht heeft de poortwachter wel direct contact met scholen. Dat is prettig, niet alleen voor de snellere en logischere communicatie, maar ook omdat de poortwachter dan meer zicht heeft op scholen (hoe het gaat, hoe de verschillende niveaus worden ingevuld, wat het leesonderwijs inhoudt). Dat geeft ook de mogelijkheid om – wanneer gepast – advies te geven aan scholen. Bovendien merkt ABC dat scholen vaak te veel onnodige documenten meesturen.

De (intern begeleiders op) scholen in de Regio kunnen dus beter worden voorgelicht over hetgeen zij moeten opsturen en wat van hen wordt verwacht. In Utrecht ervaarden ze hetzelfde probleem, volgens de poortwachter ABC, maar dat is opgelost door het directe contact tussen de poortwachter en scholen. Die voorlichting over hetgeen interne begeleiders kunnen meesturen en wat van hen wordt verwacht, kan dan dus rechtstreeks door ABC plaatsvinden. Uit onderzoek blijkt dat verschillende gemeenten de professionele en inhoudelijke gesprekken over de aanvraag tussen de externe poortwachter en scholen als positief ervaren (Peeters e.a. 2021). De poortwachter kan hiermee een belangrijke controle- en communicatierol op zich nemen. Aanbeveling 2. De administratieve screening door de tussenpersoon bij de Regio vervalt, waardoor de poortwachter en de scholen direct contact hebben Vragenpunt Het vervallen van de administratieve screening door de tussenpersoon bij de Regio betekent echter ook het volgende. Tijdens een gesprek met de betreffende tussenpersoon is haar rol besproken. Hoewel zij aangeeft te begrijpen waarom deze functie mogelijk vervalt, merkt zij wel op dat zij voor scholen, maar zeker ook voor ouders een laagdrempelige contactpersoon is om vragen aan te stellen. Het is belangrijk om een centraal vragenpunt te hebben voor scholen en ouders.

ABC heeft tijdens het gesprek ook benoemt dat het voor ouders en scholen duidelijker mag zijn waar zij terecht kunnen met 10

hun (inhoudelijke) vragen. Bovendien krijgt de afdeling Sturing signalen dat scholen (intern begeleiders) niet altijd weten met wie zij contact moeten opnemen. Vooropgesteld kan worden dat met het vervallen van de administratieve screening bij de Regio direct contact zal zijn tussen scholen en de poortwachter. De scholen kunnen daarom gemakkelijk met hun vragen terecht bij de poortwachter. Daarnaast heeft Unita de mogelijkheid tot anonieme consultatie. Hier kunnen scholen bijvoorbeeld – zonder de leerlingen te benoemen – bespreken welke ondersteuning iemand nodig heeft en of onderzoek/begeleiding vanuit de vergoede dyslexiezorg of Unita passend kan zijn. Hiervoor kan contact worden opgenomen via het mailadres lees.spellingonderwijs@swvunita.nl. Voor dit onderzoek is gesproken met de betreffende Coördinatoren lezen en spelling van Unita. Zij geven aan dat regelmatig gebruik gemaakt wordt van de anonieme consulatie. Wel valt op dat bepaalde scholen nooit met vragen komen. Op verzoek is deze mogelijkheid tot anonieme consultatie nogmaals benadrukt in de maandbrief van Unita. De hiervoor beschreven alinea gaat echter alleen over een vragenpunt voor scholen. Zoals genoemd is het juist ook voor ouders prettig als zij weten waar zij terecht kunnen met hun vragen.

In bijvoorbeeld de gemeente Utrecht is ABC als poortwachter (samen met de scholen) een aanspreekpunt voor vragen, wat goed werkt. Ouders komen daar met hun vragen – een poortwachter kan dus laagdrempelig genoeg zijn om vragen aan te stellen. Dit kan ook in de Regio Gooi en Vechtstreek worden toegepast. In de offerteaanvraag staat al dat de screener wekelijks bereikbaar is voor ouders en IB-ers (onder 1.4 en 4.3 onder 6). Daarnaast biedt de poortwachter consulten (in 2020 gaf ABC 45 consulten; in 2021 gaf ABC 38 consulten en in 2022 gaf ABC tot 4-11-2022 12 consulten). Hier kan in het contract bij de komende aanbesteding verder op worden uitgebreid. Het is daarnaast belangrijk dat ouders weten dat zij met hun vragen bij de poortwachter terecht kunnen. Wanneer wordt gezocht op Ernstige Dyslexie in Regio Gooi en Vechtstreek, komt bijvoorbeeld de website http://www.cateamgv.nl/dyslexie/ naar boven. Dit betreft echter nog een webpagina uit 2018; hierop staat niet meer de actuele informatie wie benaderd kan worden met vragen. Het is dus van belang dat op websites goed wordt gecommuniceerd dat vragen gesteld kunnen worden bij de poortwachter en de anonieme consultatie van Unita. Het centrale vragenpunt bij de poortwachter en de anonieme consultatie bij Unita moeten bovendien duidelijk worden gecommuniceerd (b.v. via mails/flyers/nieuwsberichten) aan scholen en zorgaanbieders.

Zie ook hoofdstuk 3.5. Aanbeveling 3: Centraal vragenpunt voor ouders inrichten bij de poortwachter en zorgen dat dit bekend is onder scholen/ouders/zorgaanbieders

3.4 Contract Poortwachter Het contract met de poortwachter ligt op dit moment bij Sturing, terwijl de contracten voor diagnostiek en behandeling van Ernstige Dyslexie onder Inkoop- en Contractbeheer valt. Er lijken geen belangrijke redenen te zijn dat het contract poortwachter bij Sturing ligt. Het is handig als de contracten – zoals gebruikelijk – vallen onder Inkoop- en Contractbeheer, waar ook de kennis van contracten ligt. Met Inkoop- en Contractbeheer kunnen ook duidelijke afspraken worden gemaakt over de gegevens die de poortwachter moet doorgeven aan de Regio. Daarnaast heeft ABC gevraagd wat de geldigheidsduur is van ontvankelijkheidsverklaringen (naar aanleiding van een casus). Gebleken is dat dit niet in het huidige contract is opgenomen. Het is goed om vanuit Inkoop- en Contractbeheer na te denken of dit iets is wat bij de volgende aanbesteding in het contract wordt opgenomen. Aanbeveling 4: Beleg het contract van de poortwachter Ernstige Dyslexie bij Inkoop- en Contractbeheer. Maak bij het contract afspraken over de gegevens die de poortwachter moet aanleveren bij de Regio en overweeg het opnemen van een clausule over de geldigheidsduur van ontvankelijkheidsverklaringen 11

3.5 Monitoring ED en overlegstructuur In verschillende regio’s is een vorm van monitoring rondom de Ernstige Dyslexie-zorg opgezet. Verschillende partijen met dyslexie-expertise kunnen daarbij aansluiten. Hierbij kan worden gedacht aan de poortwachter, de zorgaanbieders en het onderwijs. Uit onderzoek blijkt dat zulke overleggen kunnen bijdragen aan een beter beeld op de ontwikkelingen en knelpunten. Zo kan zicht worden gehouden op het aantal Ernstige Dyslexie-aanmeldingen per gemeente en school. Ook kan effectief worden nagedacht over vervolgstappen (Peeters e.a. 2021; zie ook Gemeente Utrecht 2022). Zeker partijen met dyslexie-expertise kunnen hierover belangrijke input geven. Daarom zou bij een overlegstructuur in elk geval de poortwachter en de Coördinatoren lezen en spellen van Unita betrokken moeten worden. Daarnaast kunnen zorgaanbieders worden uitgenodigd en aansluiten bij het overleg. Deze overleggen kunnen (half-)jaarlijks plaatsvinden op het Regiokantoor. De huidige poortwachter ABC en de Coördinatoren lezen en spellen van Unita staan hier in elk geval voor open. Bovendien heeft Remco Reij aangegeven een keer te willen participeren in het overleg, in het bijzonder om mee te denken over (het verbeteren van) het onderwijs en de ondersteuningsniveaus bij scholen. Bij een dergelijk overleg moet ook een contactpersoon van de Regio aanwezig zijn.

Deze persoon hoeft niet expertise te hebben over dyslexie, maar wel enige kennis. Dit wordt in hoofdstuk 3.6 nader uitgewerkt. Ook aanwezigheid van een contactpersoon bij Inkoop- en Contractbeheer is wenselijk. Uit de instroomcijfers is gebleken dat het belangrijk is om het onderwijs en ondersteuning bij Ernstige Dyslexie te monitoren. Een eerste aanzet daartoe is al gemaakt; het is belangrijk om dit jaarlijks te blijven volgen en zo mogelijke patronen op tijd te herkennen. In de overlegstructuren kunnen gegevens worden uitgewisseld: wat merken de betrokken partijen op bij scholen? Dat kan onderbouwd worden met cijfers: hoe is de instroom ten opzichte van de ideale RID-statistiek, hoeveel (niet-)ontvankelijkheidsverklaringen komen voort uit de aanmelding van scholen, welke scholen vallen buiten beeld omdat zij geen aanmeldingen doen, welke scholen stellen veel vragen bij de poortwachter/anonieme consultatie, etc. Daarnaast kunnen individuele casussen en andere signalen omtrent (de werkwijze van) scholen worden besproken. Kortom: middels de monitoring en overlegstructuren kan zicht worden gehouden op scholen en waar nodig kan worden geïnvesteerd in de kwaliteit van het onderwijs en/of de ondersteuningsniveaus, zoals de heer Reij aanraadt op basis van de instroomcijfers (hoofdstuk 2.4).

Doel van het oprichten van een dergelijk overlegstructuur is het verbeteren van (de kwaliteit van) de keten rondom dyslexie in de Regio Gooi en Vechtstreek door samenwerking, afstemming en monitoring. Deze overleggen kunnen daarnaast bevorderlijk zijn voor de volgende punten: Het is belangrijk dat scholen weten dat zij bij de poortwachter en Unita terecht kunnen met (inhoudelijke) vragen. Dat een vragenpunt wordt ingericht bij de poortwachter, zal nog na instemming van het voorstel moeten worden gecommuniceerd. Daarnaast is in de maandbrief van Unita meermaals benadrukt dat de mogelijkheid tot anonieme consultatie bestaat. In deze overleggen kan worden bijgehouden welke scholen gebruik maken van deze mogelijkheden en of voor de andere scholen duidelijk is dat ook zij daar terecht kunnen. ABC heeft aangegeven dat zorgaanbieders soms met vragen komen over het nieuwe Protocol (bijvoorbeeld over comorbiditeit). Door een overlegstructuur zoals beschreven kunnen vanuit zorgaanbieders dergelijke vragen worden behandeld. Ook kan in het algemeen meer aandacht worden besteed aan de gang van zaken rondom dyslexie. Voor ouders is het soms onduidelijk wanneer dyslexiezorg wel of niet wordt vergoed. Soms wordt bijvoorbeeld wel het diagnostisch onderzoek vergoed door de gemeente, maar niet de uiteindelijke behandeling.

Dat komt dan omdat uit het diagnostisch onderzoek volgt dat er geen sprake is van Ernstige Dyslexie. Wanneer ouders toch willen dat hun kind wordt ondersteund, bijvoorbeeld omdat het kind toch bepaalde lees- en spellingsproblemen ervaart, kunnen zij zelf die behandeling vergoeden. Het is belangrijk dat voor ouders het onderscheid tussen vergoeding van de behandeling of niet duidelijk is. Dat onderscheid moet vanaf het begin van een signalering duidelijk zijn voor ouders; zij zullen hier namelijk niet zelf naar vragen, omdat dit onderscheid (nog) niet helder is voor hen. De regio en gemeenten, de poortwachter, de 12

aanbieders en de scholen moeten hierin duidelijk zijn naar ouders. Het belang van de communicatie naar ouders kan duidelijk worden gemaakt tijdens zulke overleggen waarbij de betrokken partijen aanwezig. De betrokken partijen zullen de vergoedingsregeling in elk geval duidelijk moeten maken aan ouders (ook als ouders daar niet om vragen); daarnaast kan nagedacht worden om dit op websites te melden. Aanbeveling 5: Richt een (half-)jaarlijks overlegstructuur op met de Regio, de poortwachter, (enkele) zorgaanbieders en de Coördinatoren lezen en spellen van Unita

3.6 Kennispersoon bij de Regio Ondanks de aanbeveling om een centraal vragenpunt bij de poortwachter in te richten (en de administratieve screening bij de Regio te laten vervallen), is het belangrijk dat bij de Regio iemand werkzaam is die zich bezighoudt met Ernstige Dyslexie. Vanuit de Regio zal immers het opdrachtgeverschap plaatsvinden, waarbij een aanspreekpunt noodzakelijk is. Zo is het handig als tijdens de contractgesprekken met de poortwachter/zorgaanbieders een intern persoon van de Regio aanwezig is. Ook tijdens de voorgestelde overlegstructuren (hoofdstuk 3.5) zal iemand vanuit de Regio dat moeten begeleiden. Daarnaast is het handig als vanuit de Regio overzicht wordt gehouden op de monitoring van Ernstige Dyslexie. De kennispersoon dient – zoals de naam al aangeeft – zekere kennis over Ernstige Dyslexie te hebben of te willen vergaren. Echte expertise op het terrein is een pré, maar niet noodzakelijk. Daarvoor zijn immers ook de betrokken partijen aanwezig. Uitgezocht moet worden waar dit het beste kan worden belegd. Als voorbeeld kan gedacht worden aan het Consultatie- en Adviesteam (binnenkort: Regionaal Expertteam), waar wordt ingezet op onafhankelijk en inhoudelijke advisering en ondersteuning. Gedacht kan worden aan ongeveer 1-2 uur per week. Aanbeveling 6: Behoud bij de Regio een persoon die kennis heeft over Ernstige Dyslexie (zo’n 2 uur per week)

13

Conclusie Op verzoek van het portefeuillehoudersoverleg van 10 maart 2022 is onderzoek gedaan naar Ernstige Dyslexie. Allereerst is gekeken naar de rol van het onderwijs bij Ernstige Dyslexie. Scholen moeten ondersteuning op verschillende niveaus bieden. De daadwerkelijke zorg ligt bij zorgaanbieders. Vervolgens is gekeken naar het aantal kinderen met Ernstige Dyslexie in de Regio. Voor Ernstige Dyslexie wordt een prevalentie van 3,6% van de leerlingen verwacht (Blomert 2005). Een hogere prevalentie is niet wenselijk gelet op het demedicaliseren, ontzorgen en normaliseren van de jeugdsector, evenals vanuit financieel oogpunt. Daarom is gekeken hoe de prevalentie is in de Regio Gooi en Vechtstreek. Gebleken is dat de prevalentie in de Regio onder de verwachting ligt. De jaarlijkse instroom van Ernstige Dyslexie is wat hoger dan de ideale statistiek, maar is ook niet zorgelijk. Wel geven de instroomcijfers signalen dat bepaalde scholen meer verwijzen dan op basis van de ideale statistiek wordt verwacht. Het is belangrijk om de kwaliteit van het onderwijs en de ondersteuningsniveaus in de gaten te houden, zeker bij die scholen met een hoog aantal verwijzingen. Ten slotte is gekeken naar de werking van de poortwachtersfunctie.

Geconcludeerd kan worden dat het inzetten van een externe poortwachter positief is: onnodige aanmeldingen bij een zorgaanbieder worden geweerd middels een voorsortering en administratief en controlerend kan een poortwachter veel bieden. Naar aanleiding van kwalitatief onderzoek zijn enkele aanbevelingen gedaan voor (de verbetering van) de poortwachtersfunctie: 1. Behoud een externe poortwachter voor Ernstige Dyslexie 2. De administratieve screening door de tussenpersoon bij de Regio vervalt, waardoor de poortwachter en de scholen direct contact hebben 3. Centraal vragenpunt voor ouders inrichten bij de poortwachter en zorgen dat dit bekend is onder scholen/ouders/zorgaanbieders 4. Beleg het contract van de poortwachter Ernstige Dyslexie bij Inkoop- en Contractbeheer. Maak bij het contract afspraken over de gegevens die de poortwachter moet aanleveren bij de Regio en overweeg het opnemen van een clausule over de geldigheidsduur van ontvankelijkheidsverklaringen 5. Richt een (half-)jaarlijks overlegstructuur op met de Regio, de poortwachter, (enkele) zorgaanbieders en de Coördinatoren lezen en spellen van Unita 6. Behoud bij de Regio een persoon die kennis heeft over Ernstige Dyslexie (zo’n 2 uur per week)

14

Bronnenlijst Blomert, L. (2005). Dyslexie in Nederland. Theorie, praktijk en beleid. Universiteit van Maastricht, Uitgeverij Nieuwezijds. Gemeente Utrecht (2022). Dyslexie in de keten; begeleiding van leerlingen met lees-/spellingproblemen, dyslexie en ED in de gemeente Utrecht. Hakkaart-van Roijen, L., Goettsch, W.G., Ekkebus, M., Gerretsen, P., & Stolk, E.A. (2011). The CostEffectiveness of an Intensive Treatment Protocol for Severe Dyslexia in Children. Dyslexia, 17, 256-267. Inspectie van Onderwijs (2019, maart). Dyslexieverklaringen. Verschillen tussen scholen nader bekeken. Latta, J.M., Hendriksen-Neijssen, G.M.M., & Van Loenhout, J.W.A. (2007). Dyslexie: Van zorg verzekerd? Diemen: College voor Zorgverzekeringen. Peeters, C., Van Plaggenhoef, W., Batterink, M., Suijkerbuijk, A., De Roode, J., & Bomhof, M. (2021). Overheveling zorg voor Ernstige Enkelvoudige Dyslexie naar onderwijs? Onderzoek naar de financiële, juridische en uitvoeringsconsequenties. In opdracht van Ministeries van VWS en OCW. Reschly, A.L. (2010). Reading and school completion: Critical connections and Matthew effects. Reading & Writing Quarterly, 26, 67-90. Scheltinga, F., Tijms, J., Zeguers, M., Rolak, M., & De Bree, E. (2021). Brede vakinhoudelijke richtlijn dyslexie. NIP, NVO, NKD en LBRT. Tijms, J., De Bree, E.H., Bonte, M., De Jong, P.F., Loykens, E., & Reij, R. (2021).

Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling – versie 3.0. Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie (NKD).

Bijlage 1 Overzicht cijfers ED regiobreed leeftijd 7-12 jaar

Aantal kinderen in de Regio Aantal unieke cliënten Percentage prevalentie ED

Leeftijd 7-12 jaar in 2020 16719

Leeftijd 7-12 jaar in 2021 16638

324

277

1,94%

1,66%

Overzicht cijfers ED regiobreed per leeftijd (7-9 jaar)

Aantal kinderen in de Regio Aantal unieke cliënten Percentage prevalentie ED

Leeftijd 7 in 2020 2686

Leeftijd 7 in 2021 2638

Leeftijd 8 in 2020 2661

Leeftijd 8 in 2021 2731

Leeftijd 9 in 2020 2896

Leeftijd 9 in 2021 2697

9

8

100

88

96

94

0,335%

0,303%

3,758%

3,222%

3,315%

3,485%

15

Bijlage 2 Overzicht cijfers ED per gemeente in 2020 (leeftijd 7-12 jaar) Gemeente Blaricum

Aantal 7-12 jaar (CBS) 761

Aantal unieke cliënten (DLP) 17

Percentage unieke cliënten in die leeftijd 2,23%

Gooise Meren

4688

87

1,86%

Hilversum

6300

90

1,43%

Huizen

2657

67

2,52%

Laren

765

28

3,66%

Wijdemeren

1548

35

2,26%

Overzicht cijfers ED per gemeente in 2021 (leeftijd 7-12 jaar) Gemeente Blaricum

Aantal 7-12 jaar (CBS) 862

Aantal unieke cliënten (DLP) 16

Percentage unieke cliënten in die leeftijd 1,86%

Gooise Meren

4680

76

1,62%

Hilversum

6271

77

1,23%

Huizen

2545

56

2,20%

Laren

755

20

2,65%

Wijdemeren

1525

32

2,10%

Bijlage 3 Overzicht cijfers ED per gemeente in 2020 (leeftijd 7-9 jaar) Gemeente Blaricum

Aantal (CBS) 399

7-9

jaar

Aantal unieke cliënten (DLP) 9

Percentage unieke cliënten in die leeftijd 2,26%

Gooise Meren

2274

59

2,59%

Hilversum

3172

58

1,83%

Huizen

1284

36

2,8%

Laren

359

23

6,41%

Wijdemeren

755

20

2,65%

Overzicht cijfers ED per gemeente in 2021 (leeftijd 7-9 jaar) Gemeente Blaricum

Aantal (CBS) 458

7-9

jaar

Aantal unieke cliënten (DLP) 6

Percentage unieke cliënten in die leeftijd 1,31%

Gooise Meren

2207

49

2,22%

Hilversum

3118

59

1,89%

Huizen

1221

33

2,7%

Laren

351

19

5,41%

Wijdemeren

711

24

3,38%

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13535545/1