20230426RVSb23 00392 Algemene plaatselijke verordening Laren 2023 BIJLAGE tekst APV 2023 (met markeringen)
Tekst van het document
Afdeling 3 Venten Artikel 5.14 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan:
a. het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5.22; c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5.17.
Artikel 5.15 Ventverbod 1. Het is verboden te venten als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 2. Het is verboden te venten op zondagen en maandag tot en met zaterdag tussen 20.00 uur en 09.00 uur. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor venten met etenswaren voor zover dat niet aan de deur gebeurt op maandag tot en met zaterdag tussen 20.00 uur en 22.00 uur en op zondag tussen 13.00 uur en 22.00 uur. 4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 5.16 Vrijheid van meningsuiting 1. Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. 2. Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het eerste lid beperken door een verbod in te stellen: a. op door het college aangewezen openbare plaatsen, of
b. voor bepaalde dagen en uren. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid. 3.4.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Afdeling 4 Standplaatsen Artikel 5.17 Definitie* 1. In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2.24.
Artikel 5.18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden* 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd: a. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan; b. alsindien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van redelijke welstand; of c. als een beperking in aantal of in plaats indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente als
gevolg van bijzondere omstandigheden nodig is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt 3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5.19 Toestemming rechthebbende* Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
Artikel 5.20 Afbakeningsbepalingen* 1. Het verbod van aArtikel 5.18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale omgevingsverordeninghet Provinciaal wegenreglement. 2. De weigeringsgrond van artikel 5.18, tweede lid, onder ba, is geldt niet voor van toepassing op bouwwerken.
Artikel 5.21 [Ggereserveerd]
Afdeling 5 Snuffelmarkten Artikel 5.22 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante
goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen. 2. Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een evenement als bedoeld in artikel 2.24.
Artikel 5.23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren. 2. Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 3. De burgemeester kan de vergunning weigeren wegens strijd met een geldend bestemmingsplan. 4. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing.
Artikel 5.24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water in Blaricum en Eemnes* (vervallen) (Vervallen)
Artikel 5.25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen in Blaricum en Eemnes* (vervallen) (Vervallen)
Artikel 5.26 Aanwijzingen ligplaats in Blaricum en Eemnes* (vervallen) (Vervallen)
Artikel 5.27 Verbod innemen ligplaats in Blaricum en Eemnes* (vervallen) (Vervallen)
Artikel 5.28 Beschadigen van waterstaatswerken in Blaricum en Eemnes* (vervallen) (Vervallen)
Artikel 5.29 Reddingsmiddelen in Blaricum en Eemnes* (vervallen) (Vervallen)
Artikel 5.30 Veiligheid op het water in Blaricum en Eemnes* (vervallen) (Vervallen)
Artikel 5.31 Overlast aan vaartuigen in Blaricum en Eemnes* (vervallen) (Vervallen)
Afdeling 6 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel 5.32 Crossterreinen* 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast;
b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.
Artikel 5.33 Beperking verkeer in natuurgebieden* 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, , een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod geldt verder voorts niet: a. op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; b. binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Afdeling 7 Vuurverbod Artikel 5.34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de pProvinciale omgevingsmilieuverordening. 6. Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5.34A Verbod op het gebruik van wensballonnen 1. Onder een wensballon wordt verstaan een lampion die door zijn bouwwijze en de verhitting door een brandstofelement kan opstijgen en zweven en na het oplaten zonder sturing wegdrijft. 2. Het is verboden een wensballon op te laten.
Artikel 5.35 Brandgevaarlijke houtopstanden Het is verboden houtopstanden te creëren van een dermate omvang dat deze opstanden naar het oordeel van de commandant van de brandweer bij een brand op enigerwijze tot gevolg hebben of kunnen hebben dat vuur via deze opstanden kan overslaan naar naburige percelen. De in dit kader door of vanwege de commandant van de brandweer gegeven bevelen inzake het verminderen c.q. verlagen van de houtopstand dienen stipt en onmiddellijk binnen een daartoe gestelde termijn te worden opgevolgd.
Deze bevelen worden schriftelijk gegeven, tenzij dit spoedheidshalve om veiligheidsredenen niet mogelijk is.
Artikel 5.36 Verbod carbid te schieten 1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of een gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden (carbid te schieten). 1.2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de
Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht.
Afdeling 8 Asverstrooiing Artikel 5.37 Definitie In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.
Artikel 5.38 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. de verharde delen van de weg en verharde openbare plaatsen; b. de openbare sportterreinen en –velden en bijbehorende voorzieningen; a.c.
kinderspeelplaatsen;
b.d. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen; c.e.
andere door het college nader aan te wijzen plaatsen.
2. Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.
3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.
Artikel 5.39 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.
Hoofdstuk 6 Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6.1 Sanctiebepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden bestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.10 en 2.11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, artikel 2.12, eerste lid, en artikel 4.11, eerste lid. 3. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.
Artikel 6.2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de medewerkers van het team Handhaving van de BEL Combinatie.
2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken 2 en 4 van deze verordening zijn voorts belast de medewerkers van de afdeling Aanleg en Beheer van de BEL Combinatie. 3.2.
MHet college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met
dit toezicht belasten.et het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn voorts belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. 4.3.
Onverminderd het eerste en het, tweede en derde lid zijn de ambtenaren
van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.
Artikel 6.3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6.4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening 1. De Algemene plaatselijke verordening Laren 202018 wordt ingetrokken. 2. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de bekendmaking.
Artikel 6.5 Overgangsbepaling 1. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
2. AlsIndien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning of ontheffing op grond van de Algemene plaatselijke verordening Laren 202018 is ingediend en nog niet op de aanvraag is beslist, worden de bepalingen van de Algemene plaatselijke verordening Laren 20230 toegepast. 3. Op een aanhangig bezwaarschrift, gericht tegen een besluit op grond van de Algemene plaatselijke verordening Laren 202018,
dat voor de inwerkingtreding van deze verordening is ingekomen, ofdan wel
dat na de inwerkingtreding van deze verordening is ingekomen, maardoch binnen de wettelijke termijn voor bezwaar,
wordt beslist met toepassing van de Algemene plaatselijke verordening Laren 20230.
Artikel 6.6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Laren 20230.
Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 26 april 16 december 20230.
C.J.E. Holtslag gGriffier (plv)
N. Mol voorzitter