20230426RVSb23 00392 Algemene plaatselijke verordening Laren 2023 BIJLAGE was-wordt tabel
Tekst van het document
A
B
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
Artikel 1.9 Toepasselijkheid Lex Silencio Positivo Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de volgende artikelen in deze verordening: • Artikel 2.9 Ontheffing van het verbod optreden als straatartiest; • Artikel 2.10 vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats; • Artikel 2.11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg; • Artikel 2.64 Bijen; • Artikel 2.67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister; • Artikel 4.11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden; • Artikel 5.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.; • Artikel 5.7 Parkeren van reclamevoertuigen; • Artikel 5.8 Parkeren van grote voertuigen; • Artikel 5.13 Inzameling van geld of goederen; • Artikel 5.16 Vrijheid van meningsuiting; • Artikel 5.23 Vergunning organisatie snuffelmarkt; • Artikel 5.38 verboden plaatsen (verstrooiing van as).
Artikel 1.9 komt te luiden:
Correcties.
Artikel 1.9 Toepasselijkheid Lex Silencio Positivo Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de volgende artikelen in deze verordening: • Artikel 2.9 Vertoningen op openbare plaatsen; • Artikel 2.10 Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats in strijd met de publieke functie van de openbare plaats*; • Artikel 2.11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg*; • Artikel 2.12 Maken, veranderen van een uitweg*; • Artikel 4.11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden*; • Artikel 5.7 Parkeren van reclamevoertuigen*; • Artikel 5.8 Parkeren van grote voertuigen*; • Artikel 5.13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving; • Artikel 5.16 Vrijheid van meningsuiting; • Artikel 5.23 Organiseren van een snuffelmarkt.
Titels artikelen in overeenstemming gebracht met corresponderende artikelen in de APV.
Artikel 1.10 Lex Silencio Positivo niet van toepassing Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de volgende artikelen in deze verordening. • Artikel 2.25 Vergunning evenementen;
Artikel 1.10 komt te luiden:
Correcties.
Artikel 1.10 Lex Silencio Positivo niet van toepassing Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij
Titels artikelen in overeenstemming gebracht met corresponderende artikelen in de APV.
ˋArtikel 2.12 Maken, veranderen van een uitweg*ˊ is toegevoegd aan artikel 1.9. De toepasselijkheid van de lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) volgt in dit geval uit de wet (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Dit artikel moet daarom worden toegevoegd aan artikel 1.9. De artikelen ˋ2.64 Bijenˊ, ˋ2.67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregisterˊ en ˋ5.38 verboden plaatsen (verstrooiing van as)ˊ zijn in dit artikel geschrapt, omdat de lex silencio positivo in deze artikelen niet van toepassing is verklaard. De toepasselijkheid van de lex silencio positivo volgt in deze gevallen ook niet uit de wet. ˋArtikel 5.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.ˊ is geschrapt vanwege de voorgestelde wijziging onder AO.
De artikelen ˋ2.1 Samenscholing en ongeregeldhedenˊ, ˋ2.41 Betreden gesloten woning
1
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
• Artikel 2.28 Exploitatievergunning horeca; • Artikel 2.29 Sluitingstijd; • Artikel 2.40A Exploitatie van een speelgelegenheid; • Artikel 2.45 Betreden van plantsoenen e.d.; • Artikel 2.60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren; • Artikel 2.81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat; • Artikel 4.6 Geluidhinder • Artikel 4.6A Overige geluidhinder; • Artikel 3.3 Vergunning seksinrichting; • Artikel 4.25 Ontheffing van het verbod tot recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen; • Artikel 5.3 Te koop aanbieden van voertuigen; • Artikel 5.6 Kampeermiddelen en andere voertuigen; • Artikel 5.11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen; • Artikel 5.18 Standplaatsvergunning; • Artikel 5.33 Beperking verkeer in natuurgebieden.
niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de volgende artikelen in deze verordening: • Artikel 2.1 Samenscholing en ongeregeldheden; • Artikel 2.25 Evenement; • Artikel 2.28 Exploitatie openbare inrichting; • Artikel 2.29 Sluitingstijd; • Artikel 2.40A Exploitatie van een speelgelegenheid; • Artikel 2.41 Betreden gesloten woning of lokaal; • Artikel 2.45 Betreden van plantsoenen en dergelijke; • Artikel 2.60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren; • Artikel 2.63 Duiven; • Artikel 2.64 Bijen; • Artikel 2.67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister; • Artikel 2.72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen; • Artikel 2.73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling; • Artikel 2.78 Gebiedsontzeggingen; • Artikel 2.81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat; • Artikel 3.3 Seksinrichtingen; • Artikel 4.6 Geluidhinder*; • Artikel 4.6A Overige geluidhinder*; • Artikel 4.18 Bestrijding van boomziekten*; • Artikel 4.25 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen*;
of lokaalˊ, ˋ2.63 Duivenˊ, ˋ2.73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisselingˊ, ˋ2.78 Gebiedsontzeggingenˊ, ˋ4.18 Bestrijding van boomziekten*ˊ en ˋ5.34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stokenˊ zijn toegevoegd aan artikel 1.10. De lex silencio positivo is in deze gevallen niet van toepassing. Deze artikelen worden daarom toegevoegd aan artikel 1.10. ˋArtikel 2.72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagenˊ is toegevoegd in artikel 1.10 vanwege de voorgestelde wijziging onder AC. De artikelen ˋ2.64 Bijenˊ, ˋ2.67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregisterˊ, ˋ5.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijkeˊ en ˋ5.38 Verboden plaatsenˊ zijn overgeheveld van artikel 1.9 naar artikel 1.10. Zie de toelichting bij de wijziging onder A.
2
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
• Artikel 5.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke*; • Artikel 5.3 Te koop aanbieden van voertuigen*; • Artikel 5.6 Kampeermiddelen en andere voertuigen*; • Artikel 5.11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen*; • Artikel 5.18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden*; • Artikel 5.33 Beperking verkeer in natuurgebieden*; • Artikel 5.34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken; • Artikel 5.38 Verboden plaatsen. C
Artikel 2.10 Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats in strijd met de publieke functie van de openbare plaats* 1. Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college de weg, een weggedeelte of een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats;
Artikel 2.10 komt te luiden: Artikel 2.10 Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats in strijd met de publieke functie van de openbare plaats* 1. Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de weg, een weggedeelte of een andere openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8, kan een vergunning worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
Wijzigingen in lijn met VNG model-APV.
In het eerste lid is ˋhet collegeˊ vervangen door ˋhet bevoegde bestuursorgaanˊ. In de meeste gevallen is het college het bevoegde bestuursorgaan, maar dit kan in sommige gevallen de burgemeester zijn. Bijvoorbeeld als het gaat om voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet. In het tweede lid is bepaald in welke gevallen de vergunning kan worden geweigerd. In de aanhef wordt toegevoegd: ˋOnverminderd het bepaalde in artikel 1.8ˊ. Dit betekent dat de vergunning, naast de
3
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 3. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; b. als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 3. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
weigeringsgronden van het tweede lid, ook kan worden geweigerd op basis van de algemene weigeringsgronden van artikel 1.8.
Artikel 2.10A Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen* 1. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet voor: a. evenementen als bedoeld in artikel 2.24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5.17. 2. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt tevens niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; 3. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement. 4. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, van het vorige artikel geldt niet voor zover in het
Artikel 2.10A komt te luiden:
Tekstuele en redactionele wijziging / aanpassing verwijzing wet- en regelgeving.
b.
D
Artikel 2.10A Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen* 1. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2.24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5.17; c. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; d. situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken
Verder een aantal taalkundige wijzigingen in lijn met de VNG model-APV.
Tekstuele en redactionele wijziging in lijn met de VNG model-APV. Het huidige tweede en derde lid zijn samengevoegd in het eerste lid (onder c en d). In het eerste lid, onder d (nieuwe nummering), moet ˋhet Provinciaal wegenreglementˊ vervangen worden door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ. In deze omgevingsverordening zijn verschillende provinciale regels gebundeld.
4
E
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. 5. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b, van het vorige artikel geldt niet voor bouwwerken; 6. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, van het vorige artikel geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
of de provinciale omgevingsverordening. 2. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, van het vorige artikel is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. 3. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b, van het vorige artikel is niet van toepassing op bouwwerken. 4. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, van het vorige artikel is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 2.10B Vrij te stellen categorieën* 1. Het verbod in het eerste lid van artikel 2.10 geldt niet voor: a. Vlaggen, wimpels of vlaggenstokken; b. Zonneschermen; c. Voorwerpen of stoffen die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan; d. Uitstallingen bij winkels; e. Voorwerpen die nodig zijn voor de inrichting van een werkterrein mits deze voorafgaand aan de plaatsing worden aangemeld bij het college; f. Nader door het college aan te wijzen voorwerpen. (…)
Artikel 2.10B wordt als volgt gewijzigd:
Tekstuele wijziging.
Het eerste lid komt te luiden: 1. Het verbod in het eerste lid van artikel 2.10 is niet van toepassing op: a. vlaggen, wimpels of vlaggenstokken; b. zonneschermen; c. voorwerpen of stoffen die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan; d. uitstallingen bij winkels; e. voorwerpen die nodig zijn voor de inrichting van een werkterrein mits deze voorafgaand aan de plaatsing worden aangemeld bij het college; f. nader door het college aan te wijzen voorwerpen.
In de aanhef is ˋgeldt niet voorˊ vervangen door ˋis niet van toepassing opˊ. In de opsomming (a t/m f) zijn hoofdletters vervangen door kleine letters.
5
F
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
Artikel 2.11 (Omgevings) vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg* 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering aan te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend a. Als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit; b. Door het college in de overige gevallen. 3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 onder weg verstaat, alsmede alle niet openbare ontsluitingswegen van gebouwen. 4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak. 5. Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde AVOI. 6. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2.11 wordt als volgt gewijzigd:
Tekstuele wijziging / aanpassing verwijzing wet- en regelgeving.
Het tweede, vierde en vijfde lid komen te luiden: 2. De vergunning wordt verleend: a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit; b. door het college in de overige gevallen.
Tekstuele wijziging tweede lid (toevoeging dubbele punt, hoofdletters in opsomming zijn vervangen door kleine letters en ˋindienˊ is vervangen door ˋalsˊ).
4. Het verbod is niet van toepassing als de werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam worden verricht. 5. Het verbod is ook niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur, de provinciale omgevingsverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde AVOI.
Aanpassing vierde lid in lijn met de VNG model-APV.
In het vijfde lid moet ˋhet Provinciaal wegenreglementˊ vervangen worden door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ. In deze omgevingsverordening zijn verschillende provinciale regels gebundeld.
6
G
H
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
Artikel 2.12 Maken, veranderen van een uitweg* 1. (…) 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; d. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen, of e. indien de uitweg niet voldoet aan de door het college op grond van het derde lid gestelde nadere regels met betrekking tot de afmetingen, de ligging en het materiaalgebruik van uitwegen. 3. (…) 4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het provinciaal wegenreglement.
Artikel 2.12 wordt als volgt gewijzigd:
Tekstuele wijziging / aanpassing verwijzing wet- en regelgeving.
In het tweede lid, onder b tot en met e wordt ˋindienˊ vervangen door ˋalsˊ.
Tekstuele wijziging tweede lid.
Het vierde lid komt te luiden: 4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de provinciale omgevingsverordening.
In het vierde lid moet ˋhet provinciaal wegenreglementˊ vervangen worden door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ. In deze omgevingsverordening zijn verschillende provinciale regels gebundeld. ˋHet verbod in het eerste lidˊ wordt vervangen door ˋHet verbodˊ. Verwijzing naar het eerste lid is niet nodig, omdat in het artikel één verbod is opgenomen.
Artikel 2.15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp*
Artikel 2.15 komt te luiden:
Taalkundige wijziging in lijn met VNG model-APV.
7
I
J
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar oplevert.
Artikel 2.15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp* Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel 2.18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 1. Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende de periode van 1 maart tot 1 november. 2. Het rookverbod geldt niet gedurende fase 1 volgens het droogte-indicatiesysteem voor natuurbrandgevaren. Het droogte-indicatiesysteem is te vinden op de website www.natuurbrandrisico.nl 3. Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 4. Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht. 5. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Artikel 2.18 wordt als volgt gewijzigd:
Taalkundige wijziging in lijn met VNG model-APV / correctie.
Het vierde en vijfde lid komen te luiden: 4. Het in het eerste en derde lid gestelde verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht. 5. Het in het eerste lid gestelde verbod is ook niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Correctie: in het vierde lid is ˋhet eerste en tweede lidˊ vervangen door ˋhet eerste en derde lidˊ.
Artikel 2.19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
Artikel 2.19 wordt als volgt gewijzigd:
Taalkundige wijziging.
8
K
APV nu
Voorgestelde wijziging
1. Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de weg. 2. (…) 3. (…) 4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Het vierde lid komt te luiden: 4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Toelichting
Na artikel 2.19 wordt een nieuw artikel 2.19A ingevoegd, dat komt te luiden:
Wijziging op verzoek van Openbare orde en Veiligheid.
Artikel 2.19A Messen en andere voorwerpen als steekwapen 1. Het is verboden op door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen, met inbegrip van daarin gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en de daarbij behorende erven, messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. 2. Dit verbod geldt niet voor wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie en evenmin voor andere voorwerpen, die als steekwapen kunnen worden gebruikt, mits deze voorwerpen zodanig zijn ingepakt, dat zij niet geschikt zijn voor onmiddellijk gebruik.
De laatste jaren is het messenbezit onder jongeren en het aantal steekincidenten landelijk toegenomen. Dit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid om openbare plaatsen aan te wijzen waar het bezit van messen en andere voorwerpen, die als steekwapen kunnen worden gebruikt, verboden is. Het verbod is niet van toepassing op wapens die op grond van de Wet wapens en munitie (Wwm) verboden zijn (o.a. stiletto’s, valmessen en vlindermessen en andere opvouwbare messen die opengevouwen langer zijn dan 28 cm en met meer dan één snijkant). Het gemeentelijk verbod werkt aanvullend op de Wwm en ziet onder meer op uitvouwbare messen die uitgevouwen kleiner zijn dan 28 cm met één snijkant. Het verbod geldt ook niet voor andere voorwerpen, die zodanig zijn ingepakt, dat zij niet geschikt zijn voor onmiddellijk gebruik.
9
L
M
N
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
Artikel 2.21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. (…) 3. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht.
Artikel 2.21 wordt als volgt gewijzigd:
Correctie / taalkundige wijziging in lijn met VNG model-APV.
Het derde lid komt te luiden: 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht.
Taalkundige wijziging derde lid.
Artikel 2.24 Definities (…) d. het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;
Artikel 2.24 wordt als volgt gewijzigd:
Aanpassing verwijzing wet- en regelgeving.
In het eerste lid, onder d, wordt ˋDrank en Horecawetˊ vervangen door ˋAlcoholwetˊ.
De inmiddels uitwerking getreden ˋDrank- en Horecawetˊ is vervangen door ˋde Alcoholwetˊ.
Artikel 2.25 Evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. (…)
Artikel 2.25 wordt als volgt gewijzigd:
Wijziging in lijn met VNG model-APV.
Na het tiende lid wordt een nieuw elfde lid toegevoegd, dat komt te luiden:
In het algemene artikel 1.10 is bepaald dat de lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing is op een aanvraag om een evenementenvergunning. In dit geval zou de lex silencio positivo op grond van artikel 28, eerste lid, van de Dienstenwet van toepassing zijn, maar zijn er dwingende redenen van algemeen belang om daar een uitzondering op te maken.
Het opschrift komt te luiden: Artikel 2.21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting*
11. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toevoeging *, omdat dit artikel bij vaststelling van de Verordening fysieke leefomgeving (VFL) wordt overgeheveld naar de VFL.
Een lex silencio positivo is niet wenselijk vanwege de impact die een (groot) evenement kan hebben, met
10
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting name op de openbare orde. Ook vragen veel aspecten van een (groot) evenement, zoals brandveiligheid, geluid, aanvoer, afvoer en parkeren van bezoekers, om maatwerk dat alleen een inhoudelijke vergunningsbeschikking kan bieden. Kleine evenementen (zie voorwaarden artikel 2.25, derde lid) zijn vergunningvrij.
O
P
Artikel 2.26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2.26 komt te luiden:
Wijziging naar aanleiding van rechterlijke uitspraak.
Artikel 2.26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
Het tweede lid van dit artikel is een aanvulling op het ˋcolorverbodˊ van artikel 2.50A. Het gaat om het verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties, zoals het logo van een verboden motorclub, bij evenementen.
Artikel 2.28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. (…)
Artikel 2.28 wordt als volgt gewijzigd:
Aanpassing verwijzing wet- en regelgeving / wijziging in lijn met VNG model-APV.
Het achtste lid komt te luiden: 8. Het bepaalde in het zesde en zevende lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of de provinciale omgevingsverordening.
ˋ de Wegenverordening Noord Hollandˊ moet vervangen worden door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ. In deze omgevingsverordening zijn verschillende provinciale regels gebundeld.
8. Het bepaalde in het zesde en zevende lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of de Wegenverordening Noord Holland.
Naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad, worden het tweede en derde lid van dit artikel geschrapt. Zie ook de toelichting bij wijziging X.
11
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
Na het negende lid wordt een nieuw tiende lid toegevoegd, dat komt te luiden:
In het algemene artikel 1.10 is bepaald dat de lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing is op een aanvraag om een exploitatievergunning voor een openbare inrichting. In dit geval zou de lex silencio positivo op grond van artikel 28, eerste lid, van de Dienstenwet van toepassing zijn, maar zijn er dwingende redenen van algemeen belang om daar een uitzondering op te maken.
10. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Het gaat hier om een vergunning voor met name horeca-inrichtingen. Het is vooral vanwege aspecten van openbare orde en milieu onwenselijk als deze zonder een op de inrichting afgestemde vergunning kunnen openen. Q
Artikel 2.29 Sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 00.00 uur en 07.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 01.00 uur en 07.00 uur. (…) 6. Het eerste, het derde en het vierde lid zijn niet van toepassing in die situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.
Artikel 2.29 wordt als volgt gewijzigd:
Wijzigingen in lijn met VNG model-APV.
Het zesde lid komt te luiden: 6. Het eerste, het derde en het vierde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.
Taalkundige wijziging.
Na het zesde lid wordt een nieuw zevende lid toegevoegd, dat komt te luiden:
Toevoeging nieuw zevende lid. In het algemene artikel 1.10 is bepaald dat de lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing is op een ontheffing van de sluitingstijd. In dit geval zou de lex silencio positivo op grond van artikel 28, eerste lid, van de Dienstenwet van toepassing zijn, maar zijn er
7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
12
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting dwingende redenen van algemeen belang om daar een uitzondering op te maken. Een stilzwijgend verleende ontheffing van de sluitingstijd kan zeer onwenselijk zijn voor omwonenden en andere ondernemers.
R
S
Artikel 2.31 Verboden gedragingen 1. Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2.30, eerste lid. c. Het verbod onder b. geldt niet voor het personeel van de openbare inrichting.
Artikel 2.40A Exploitatie van een speelgelegenheid 1. Het is verboden een speelgelegenheid te (doen) exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van de burgemeester. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend; b. gelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen of waar gelegenheid wordt gegeven te spelen op speelautomaten als
Artikel 2.31 komt te luiden: Artikel 2.31 Verboden gedragingen 1. Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2.30, eerste lid. 2. Het verbod onder b. geldt niet voor het personeel van de openbare inrichting.
Correctie nummering.
Het huidige sub c is vernummerd naar het tweede lid.
Artikel 2.40A wordt als volgt gewijzigd:
Wijziging in lijn met VNG model-APV.
Na het tweede lid wordt een nieuw derde lid toegevoegd, dat komt te luiden:
Toevoeging nieuw derde lid. In het algemene artikel 1.10 is bepaald dat de lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing is op de vergunning voor de exploitatie van een speelgelegenheid.
3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Deze vergunning beoogt de bescherming van met name de openbare orde. Daarnaast speelt het bestrijden van gokverslaving een rol. Het is heel onwenselijk als deze vergunning van rechtswege
13
APV nu
Voorgestelde wijziging bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen.
T
U
V
Toelichting wordt verleend voordat er een inhoudelijke toets van de aanvraag heeft plaatsgevonden en is voltooid. Hoewel kansspelen niet onder de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn vallen en de lex silencio positivo dus niet uit dien hoofde van toepassing is, geldt dat behendigheidsspelen wel onder de reikwijdte van de richtlijn vallen. Voor zover van toepassing bepaalt het nieuwe derde lid daarom ten aanzien daarvan dat de lex silencio positivo van toepassing is uitgezonderd.
Artikel 2.40C Gedragseisen exploitant en beheerder (…) e. zijn niet binnen de laatste vijf jaar tenminste twee maal onherroepelijk veroordeeld wegens overtreding van het bepaalde in de Drank- en Horecawet, de Wet op de kansspelen, de Opiumwet en de Wet wapens en munitie;
Artikel 2.40C wordt als volgt gewijzigd:
Aanpassing verwijzing wet- en regelgeving.
In sub e wordt ˋDrank- en Horecawetˊ vervangen door ˋAlcoholwetˊ.
De inmiddels uitwerking getreden ˋDrank- en Horecawetˊ is vervangen door ˋde Alcoholwetˊ.
Artikel 2.46 Rijden over bermen e.d. (…) 2. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.
Artikel 2.46 wordt als volgt gewijzigd:
Tekstuele wijziging / aanpassing verwijzing wet- en regelgeving.
Artikel 2.48 Hinderlijk gebruik van drank 1. (…) 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:
Artikel 2.48 wordt als volgt gewijzigd:
Aanpassing verwijzing wet- en regelgeving.
In het tweede lid, onder a, wordt ˋDrank- en Horecawetˊ vervangen door ˋAlcoholwetˊ.
De inmiddels uitwerking getreden ˋDrank- en Horecawetˊ is vervangen door ˋde Alcoholwetˊ.
Het opschrift komt te luiden: Artikel 2.46 Rijden over bermen en dergelijke Het tweede lid komt te luiden: 2. Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale omgevingsverordening.
In het opschrift wordt ˋe.d.ˊ vervangen door ˋen dergelijkeˊ. ˋHet Provinciaal wegenreglementˊ moet vervangen worden door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ. In deze omgevingsverordening zijn verschillende provinciale regels gebundeld.
14
APV nu a. b.
c. W
Voorgestelde wijziging een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; de plaats niet zijnde een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet; (…)
Artikel 2.48A Lachgasverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
Toelichting
In het tweede lid, onder b, wordt ˋDrank en Horecawetˊ vervangen door ˋAlcoholwetˊ.
Artikel 2.48A vervalt.
Artikel 2.48A vervalt vanwege een landelijk lachgasverbod. Vanaf 1 januari 2023 staat lachgas op lijst II van de Opiumwet, wat betekent dat het onder andere verboden is om lachgas te verkopen of te hebben. Het professioneel gebruik van lachgas voor medische en technische doeleinden blijft wel toegestaan, net als het gebruik van lachgas als toevoeging aan voedingsmiddelen. Het (enkele) gebruik van lachgas (recreatief als roesmiddel) valt niet onder het verbod. Artikel 2.48A is in 2021 in de VNG model-APV opgenomen vanwege het uitblijven van een landelijk lachgasverbod en de gedachte dat een specifiek artikel over lachgas bijdraagt aan een duurzame en effectieve aanpak van het gebruik van lachgas in de publieke ruimte. Nu lachgas een softdrug is, wordt het verboden gebruik ervan gereguleerd door artikel 2.74A van de APV. Daarmee wordt artikel 2.48A overbodig. Artikel 2.74A van de APV luidt:
15
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting Artikel 2.74A Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. Dit artikel heeft een andere motief (overlast/openbare orde) dan de Opiumwet (volksgezondheid) en heeft een aanvullende werking op de Opiumwet.
X
Artikel 2.50A Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2.50A vervalt.
Wijziging naar aanleiding van rechterlijke uitspraak. In dit artikel is het zogenaamde ˋcolorverbodˊ opgenomen. Het gaat om het verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties, zoals het logo van een verboden motorclub. Bij uitspraak van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad het in de APV opgenomen ‘colorverbod’ onverbindend verklaard, omdat dit in strijd is met het in artikel 7, derde lid, van de Grondwet neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting. Daarop kan alleen bij wet in formele zin een uitzondering worden gemaakt, niet in een wet in materiële zin, zoals de APV. Praktisch betekent dit dat handhaving op basis van dit artikel niet mogelijk is. Het Landelijk Strategisch Overleg OMG’s (LSO) en de VNG adviseren gemeenten daarom om dit artikel in de APV te schrappen.
16
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting Het artikel in de APV was bedoeld om op te kunnen treden tegen organisaties die verboden zijn verklaard, maar waarvan de uitspraak nog niet onherroepelijk is. Organisaties die onherroepelijk verboden zijn, mogen niet worden voortgezet. Het dragen van zichtbare uitingen van deze clubs, zoals motorclubhesjes, is verboden via artikel 140, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Y
Z
Artikel 2.60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: (…) 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2.60 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2.63 Duiven 1. De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart en 1 juni. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gesteld gebod. 3. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale ophokverordening.
Artikel 2.63 wordt als volgt gewijzigd:
Taalkundige wijziging in lijn met VNG model-APV / aanpassing verwijzing wet- en regelgeving.
Het tweede en derde lid komen te luiden: 2. Het college kan ontheffing verlenen van het gebod. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de provinciale omgevingsverordening.
Taalkundige wijziging tweede en derde lid in lijn met de VNG model-APV.
In de aanhef van het eerste lid wordt ˋopheffingˊ vervangen door ˋbeëindigingˊ.
Het derde lid vervalt.
VNG zomeraanpassing 2022 / aanpassing in lijn met VNG model-APV. Tekstuele wijziging. ˋOpheffing van overlast’ is vervangen door ‘beëindiging van overlast’. Het derde lid vervalt in lijn met de VNG model-APV. De lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) wordt hier ten overvloede uitgezonderd. Het artikellid is in dit geval overbodig, omdat de toepasselijkheid van de lex silencio niet uit de wet volgt en daarom niet van toepassing is. In lijn met de VNG model-APV wordt voorgesteld het derde lid te schrappen.
ˋde Provinciale ophokverordeningˊ moet vervangen worden door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ.
17
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting In deze omgevingsverordening zijn verschillende provinciale regels gebundeld.
AA
AB
Artikel 2.64 Bijen 1. Het is verboden bijen te houden: a. binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven; b. binnen een afstand van dertig meter van de weg. 2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen te voorkomen. 3. (…) 4. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Provinciale Wegenverordening. 5. (…)
Artikel 2.64 wordt als volgt gewijzigd:
Taalkundige wijziging / aanpassing verwijzing wet- en regelgeving.
In het tweede lid wordt ˋindienˊ vervangen door ˊalsˊ.
Taalkundige wijziging tweede lid.
In het vierde lid wordt ˋde Provinciale Wegenverordeningˊ vervangen door ˊde provinciale omgevingsverordeningˊ.
In het vierde lid moet ˋde Provinciale Wegenverordeningˊ worden vervangen door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ. In deze omgevingsverordening zijn verschillende provinciale regels gebundeld.
Artikel 2.71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.
Artikel 2.71 komt te luiden:
Toevoeging definitie ˋfop- en schertsvuurwerkˊ vanwege de wijziging onder AD.
Artikel 2.71 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: • consumentenvuurwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit; • fop- en schertsvuurwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.
18
AC
AD
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
Artikel 2.72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen 1. Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder vergunning van het college. 2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van de openbare orde en in het belang van het voorkomen of beperken van overlast.
Artikel 2.72 wordt als volgt gewijzigd:
Wijziging in lijn met VNG model-APV.
Na het tweede lid wordt een nieuw derde lid toegevoegd, dat komt te luiden:
Toevoeging van een nieuw derde lid. In dit geval zou de lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) op grond van artikel 28, eerste lid, van de Dienstenwet van toepassing zijn, maar zijn er dwingende redenen van algemeen belang om daar een uitzondering op te maken.
Artikel 2.73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling 1. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats. 2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken. 3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1º, van het Wetboek van Strafrecht. 4. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden onder door hen vast te stellen voorschriften.
Artikel 2.73 wordt als volgt gewijzigd:
3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Onder vernummering van het derde en vierde lid wordt na het tweede lid een nieuw derde lid ingevoegd, dat komt te luiden: 3. Het is verboden binnen een afstand van 20 meter van een rieten dak consumentenvuurwerk te gebruiken. Na het vijfde lid (nieuwe nummering) wordt een nieuw zesde lid ingevoegd, dat komt te luiden: 6. Dit artikel is niet van toepassing op fop- en schertsvuurwerk.
Gezien de grote toeloop die een vuurwerkhandel doorgaans met zich meebrengt en de scherpe concurrentie in deze branche, is toepasselijkheid van de lex silencio positivo niet wenselijk. Toevoeging verbod afsteken consumentenvuurwerk dichtbij rieten daken / correctie naar aanleiding van contact met de VNG. Bij een vorige actualisatie van de APV is het artikellid geschrapt waarin een verbod was opgenomen om binnen een afstand van 50 meter van een rieten dak één of meer vuurpijlen af te steken. De reden hiervoor was dat vuurpijlen inmiddels voor consumenten landelijk zijn verboden. Bij de brandweer is navraag gedaan of het afsteken van andere soorten vuurwerk dichtbij rieten daken risico’s met zich meebrengt voor wat betreft brandveiligheid. De brandweer heeft aangegeven dat de afstand van andere soorten vuurwerk ook gevaarlijk is naar een rieten dak tot een afstand van 20 meter en heeft de gemeente in overweging gegeven een verbod in de APV op te nemen om binnen deze afstand vuurwerk af te steken, met
19
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting uitzondering van fop- en schertsvuurwerk. Het voorstel is dit verbod in artikel 2.73 toe te voegen. Uit navraag bij de VNG is gebleken dat de bedoeling is dat fop- en schertsvuurwerk, een aparte categorie consumentenvuurwerk, is uitgezonderd van de verboden van artikel 2.73. De VNG gaat na of dit bij een van de volgende zomeractualisaties in de modelAPV kan worden aangepast. Om misverstanden te voorkomen is het voorstel om dit alvast in de APV van Laren te verduidelijken (door middel van het zesde lid). Fop- en schertsvuurwerk is een aparte categorie consumentenvuurwerk. Het mag het hele jaar worden verkocht en afgestoken (vanaf 12 jaar). Het gaat onder andere om sterretjes, knalerwten, kerstcrackers en bengaals vuur.
AE
Artikel 2.79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarin aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te
Artikel 2.79 komt te luiden:
Wijziging in lijn met VNG model-APV.
Artikel 2.79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:
Artikel 151d van de Gemeentewet is gewijzigd. Daarom is in het eerste lid het volgende zinsdeel geschrapt: ˋaan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschrevenˊ. In het eerste lid is een zorgplicht opgenomen voor gebruikers en verhuurders van woningen om geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden te veroorzaken. De burgemeester kan op grond hiervan gedragsaanwijzingen geven aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen en aan verhuurders. Tot 1 januari 2021 was de
20
APV nu doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid. 3. De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Voorgestelde wijziging a. b. c. d. e.
geluid- of geurhinder; hinder van dieren; hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; of intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Toelichting gedragsaanwijzing aan verhuurders alleen mogelijk als de persoon die overlast gaf niet als ingezetene in de desbetreffende gemeente stond ingeschreven. Met de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte op 1 januari 2021 (waarmee artikel 151d van de Gemeentewet is gewijzigd) is die beperking vervallen. De zorgplicht voor verhuurders geldt voortaan voor het gedrag van alle huurders en niet meer alleen voor huurders die niet-ingezetene zijn. De burgemeester kan bij woonoverlast voortaan direct een verhuurder aanspreken en hoeft niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Dit is wenselijk wanneer verschillende huurders van dezelfde verhuurder hinder hebben veroorzaakt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn in panden waar meerdere huurders wonen of waar huurders snel wisselen. Het opleggen van een last onder bestuursdwang of dwangsom op grond van dit artikel is een ultimum remedium (uiterst middel). De tekst van het tweede en derde lid zijn in lijn met de VNG model-APV aangepast en gecombineerd tot een nieuw tweede lid. De verplichting om beleidsregels vast te stellen is geschrapt. Op grond van artikel 4:81 van de Awb blijft de burgemeester bevoegd beleidsregels vast te stellen.
AF
Artikel 3.3 Seksinrichtingen 1. Het is verboden een seksinrichting of een escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan
Artikel 3.3 wordt als volgt gewijzigd:
Wijziging in lijn met VNG model-APV.
Na het derde lid wordt een nieuw vierde lid toegevoegd, dat komt te luiden:
Toevoeging nieuw vierde lid. In het algemene artikel 1.10 is bepaald dat de lex silencio positivo (positieve
21
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing is op een vergunning voor de exploitatie van een seksinrichting of escortbedrijf. In dit geval zou de lex silencio positivo op grond van artikel 28, eerste lid, van de Dienstenwet van toepassing zijn, maar zijn er dwingende redenen van algemeen belang om daar een uitzondering op te maken.
(…)
Toepasselijkheid van de lex silencio positivo is onwenselijk. Als een vergunning van rechtswege ten onrechte is verleend, kan dit ernstige, onomkeerbare schade voor derden (de menselijke waardigheid van de prostituee, de veiligheid en gezondheid van minderjarigen en kwetsbare volwassenen) tot gevolg hebben. AG
Artikel 3.4 Gedragseisen exploitant en beheerder (…) c. (…) § bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen; (…)
Artikel 3.4 wordt als volgt gewijzigd:
Aanpassing verwijzing wet- en regelgeving.
In het tweede lid, onder c, wordt ˋDrank- en Horecawetˊ vervangen door ˋAlcoholwetˊ.
De inmiddels uitwerking getreden ˋDrank- en Horecawetˊ is vervangen door ˋde Alcoholwetˊ.
AH
Artikel 4.9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen (…)
Het opschrift van artikel 4.9 komt te luiden: Artikel 4.9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen*
Toevoeging *, omdat dit artikel bij vaststelling van de VFL wordt overgeheveld naar de VFL.
AI
Artikel 4.9A Oplaten van ballonnen (…)
Het opschrift van artikel 4.9A komt te luiden: Artikel 4.9A Oplaten van ballonnen*
Toevoeging *, omdat dit artikel bij vaststelling van de VFL wordt overgeheveld naar de VFL.
AJ
Artikel 4.11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden*
Artikel 4.11 wordt als volgt gewijzigd:
Aanpassing verwijzing wet- en regelgeving / taalkundige wijziging.
22
AK
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen. 2. Het verbod geldt niet voor: (…) g. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college; h. houtopstand waarvoor het college toestemming geeft tot het direct vellen van de houtopstand, indien er sprake is van een situatie van acuut spoedeisend belang. (…)
In het tweede lid, onder g, wordt ˋPlantenziektewetˊ vervangen door ˋPlantgezondheidswetˊ.
De inmiddels uitwerking getreden ˋPlantenziektewetˊ is vervangen door de ˋPlantgezondheidswetˊ.
In het tweede lid, onder h, wordt ˋindienˊ vervangen door ˊalsˊ.
Taalkundige wijziging.
Artikel 4.16 wordt als volgt gewijzigd:
Taalkundige wijzigingen / wijziging op verzoek van Openbare Ruimte en Vergunningen.
Artikel 4.16 Herplant-/instandhoudingsplicht* 1. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door zijn te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn. 2. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen. 3. Indien niet ter plaatse dan wel elders op het perceel kan worden herplant, kan het bevoegd gezag bepalen dat door de in het eerste lid genoemde
In het eerste lid wordt ˋindienˊ vervangen door ˊalsˊ en ˋdan welˊ door ˋofˊ. Tussen ˋop andere wijzeˊ en ˋtenietgegaanˊ wordt ˋisˊ ingevoegd.
In het derde lid wordt ˋindienˊ vervangen door ˊalsˊ en ˋdan welˊ door ˋofˊ.
Taalkundige wijziging.
Taalkundige wijziging.
23
AL
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
(rechts)personen een geldelijke bijdrage dient te worden gestort in het gemeentelijk herplantfonds. 4. Het college stelt nadere regels vast voor het bepalen van de hoogte van de in het vorige lid bedoelde geldelijke bijdrage. 5. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen. 6. Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid of het vijfde is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
Onder vernummering van het vijfde en zesde lid wordt na het vierde lid een nieuw vijfde lid ingevoegd, dat komt te luiden: 5. Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op houtopstand die is uitgezonderd van de vergunningplicht van artikel 4.11, eerste lid, omdat: a. de houtopstand moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, onder g; b. de houtopstand moet worden geveld vanwege een situatie van acuut spoedeisend belang als bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, onder h.
Invoeging nieuw artikellid, waarmee de mogelijkheden om een herplantplicht op te leggen worden uitgebreid. Door deze wijziging kan ook een herplantplicht worden opgelegd in het geval: • houtopstand moet worden geveld vanwege ziekte (op basis van de Plantgezondheidswet) of op aanschrijving of last van het bevoegd gezag; • als er sprake is van een situatie van acuut spoedeisend belang (noodkap).
In het zesde lid (nieuwe nummering) wordt ˋindienˊ vervangen door ˊalsˊ, ˋdan welˊ door ˋofˊ en ˋhenˊ door ˋhemˊ.
Taalkundige wijziging.
Artikel 4.17 Schadevergoeding* Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de toepassing van artikel 4.3.2, artikel 4.3.5 of artikel 4.3.6, schade lijdt of zal lijden, die
In deze situaties is de houtopstand uitgezonderd van de vergunningplicht van artikel 4.11 en daarom is artikel 4.16, eerste lid, niet van toepassing.
Het zevende lid (nieuwe nummering) komt te luiden: 7. Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, het vijfde of het zesde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
Wijziging artikellid in verband met de toevoeging van het nieuwe vijfde lid.
Artikel 4.17 wordt als volgt gewijzigd:
Correctie.
24
AM
AN
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding niet anderszins is verzekerd, kent het college hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
ˋartikel 4.3.2, artikel 4.3.5 of artikel 4.3.6ˊ wordt vervangen door ˋ artikel 4.11, artikel 4.14 of artikel 4.16ˊ.
Correctie nummering. De artikelen 4.3.2, 4.3.5 en 4.3.6 bestaan niet meer. Aangepast naar huidige nummering in APV.
Artikel 4.20 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.* 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: (…) 4. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening of de geldende Provinciale milieuverordening.
Artikel 4.20 wordt als volgt gewijzigd:
VNG zomeraanpassing 2022 / aanpassing verwijzing wet- en regelgeving.
Artikel 4.25 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen* 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.
In de aanhef van het eerste lid wordt ˋopheffingˊ vervangen door ˋbeëindigingˊ.
In het vierde lid wordt ˋde geldende Provinciale milieuverordeningˊ vervangen door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ.
Tekstuele wijziging. ˋOpheffing van overlast’ is vervangen door ‘beëindiging van overlast’.
ˋde geldende Provinciale milieuverordeningˊ moet vervangen worden door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ. In deze omgevingsverordening zijn verschillende provinciale regels gebundeld. Correctie.
25
AO
AP
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stadsgezicht.
Het vierde lid komt te luiden: 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een dorpsgezicht.
In het vierde lid wordt ˋeen stadsgezichtˊ vervangen door ˋeen dorpsgezichtˊ. Een dorpsgezicht is relevant voor de BEL-gemeenten.