CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20230323 BLS transcript

Commissie Bovenlokale Samenwerking 20 april 2023, gemeente laren12.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BOVENLOKALE SAMENWERKING VAN GEMEENTE LAREN d.d. 23 maart 2023

1.

Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Goedenavond allemaal. Het is nu acht uur, we zijn zelfs ietsje overtijd, één minuut over acht. Hierbij open ik de vergadering van de Commissie Bovenlokale Samenwerking van Laren van 23 maart 2023. Graag heet ik u allen welkom. Ten eerste wilde ik graag welkom heten mevrouw Paloma- Stam, waarnemend directeur, en Janet Winkel, accounthouder van de Omgevingsdienst Flevoland en Gooi en Vechtstreek. Tevens de burgemeester van Laren, de heer Mol. Wethouders Cornelis van Blaricum, en de Groot uit Laren. En verder onze commissieleden die ik ook even zal noemen. Dan begin ik graag op de linkerkant, de heer Ben Wichers Schreur van Groen Laren, de heer Andreas Grunwald Groen Laren, Mariëlle Bax, Larens Behoud. Goedenavond. Eric Hurink, Larens Behoud. Goedenavond. Naast mij zit mevrouw Antoinette Kroon, onze commissiegriffier. Goedenavond. Rechts van mij mevrouw Yvonne Berghorst, D66 Laren. Naast haar de heer Erik Koldenhof van de VVD Laren. Daarnaast zie ik de heer Evert de Jong van Liberaal Laren en de heer Leen Van der Pols van het CDA. Welkom allemaal. Ook welkom de ambtenaar van vergunningen, leidinggevende vergunningen, mijnheer Thio Van der Velde. En als meeluisteraar uit de gemeente Blaricum de heer Henk Meijer. Goedenavond. Ik wilde ook meedelen dat we twee afwezigen hebben.

Dat is de heer Erwin Van den Berg van CDA en mevrouw Jacqueline de Jong van het CDA in Laren. Om te beginnen wilde ik eigenlijk even een punt van orde. Wij wilden voorstellen om agendapunt 5, de presentatie uitvoering werkzaamheden, naar voren te halen en dan deze als agendapunt 2 te willen behandelen. Kunt u daarmee instemmen? Ik kijk rond. Ja, dat is fijn.

5.

Presentatie uitvoering werkzaamheden Omgevingsdienst De voorzitter: Nou, dan wordt het agendapunt 2, presentatie Omgevingsdienst Flevoland Gooi en Vechtstreek, welke presentatie ongeveer een half uurtje zal duren heb ik begrepen. Waarna wij onze vragen kunnen stellen. Mag ik dan bij deze het woord geven aan mevrouw Paloma-Stam. De heer De Groot: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Misschien mag ik nog even een hele korte inleiding geven, want ik denk dat de OFGV, de Omgevingsdienst, misschien wel één van de minst bekende diensten is waar wij mee werken, tenminste in gemeentekringen. Maar zeker niet de minst belangrijke, misschien wel een hele belangrijke. Zij zorgen ervoor dat het milieu, de vergunningen en de controles erop plaatsvinden en zorgen daarvoor ook voor onze veiligheid en voor ons gezondheid. Dus ik vind het heel bijzonder dat zij hier zijn, dat ze hier bereid zijn een presentatie te geven. Ik vind het ook heel fijn dat we dat dan kunnen doen voor Blaricum en Laren. Nee, maar welkom. En ook dat mijn collega Frans Cornelis hier is. Misschien wil hij ook nog kort wat zeggen. De voorzitter: De heer Cornelis. Hij is bestuurslid van het OFVG. Mijnheer Cornelis, wethouder van Blaricum. De heer Cornelis: Nou ja, ook namens mij hartelijk welkom.

Ik kan alleen maar zelf beamen dat wij de Omgevingsdienst onlangs hard nodig hebben gehad en dat dat bijzonder goed is afgelopen. Dus bij dezen een soort aanbeveling. Pagina 1 van 19

De voorzitter: Nou, en wij zijn heel blij dat Blaricum heeft kunnen aanschuiven vanavond en dat deze presentatie dus voor onze twee gemeentes gegeven wordt. Dank u wel. Mevrouw Stam. Mevrouw Stam: Ziet u, ik ben niet gedreven in raadsdingen. Dank u wel voor deze uitnodiging. Sorry, ziet u. ik moet nog even wennen. Hele goedenavond. Allereerst heel hartelijk dank voor deze uitnodiging. Wij kregen al een mooie introductie van uw wethouder en ik moet zeggen: wij komen altijd heel graag vertellen over ons vak. Dus dank u wel dat wij dat vanavond hier mogen komen doen. Nou, ik hoor dat we misschien nog niet zo bekend zijn. Dan hoop ik dat na dit halfuurtje dat een heel stuk veranderd is. Volgens mij, u kunt zien. Wij zijn de Omgevingsdienst Flevoland en Gooi en Vechtstreek, hele mond vol. Afgekort is dat de OFGV en er zijn altijd heel veel mensen die daar van alles van maken maar het is gewoon de OFGV. En ik ben inderdaad dus Paloma Stam. Goed. Hij gaat wel heel hard. Zo gaat het goed, hè? Om even te beginnen. Omgevingsdiensten. Nog heel even voor de geschiedenis. Waar komen die nou vandaan? De aanleiding is toch een aantal grote milieurampen geweest die hebben plaatsgevonden, ondertussen gelukkig alweer een hele tijd geleden in Nederland. Onder andere de vuurwerkramp in Enschede. Dus natuurlijk, dat ging echt heel erg mis. Maar er gebeurde nog wel meer dingen.

En op een gegeven moment zei het Rijk: goh, dat gaat toch niet helemaal goed, dat milieutoezicht, handhaving, vergunningverlening. Dat is te versnipperd bij al die verschillende gemeenten, en dat zou je moeten centraliseren. Daar zou je toch meer kennis bij elkaar moeten brengen en daar meer organisaties van maken die echt die kennis kunnen bundelen en dat vakgebied kunnen toepassen. Dat is vervolgens gebeurd. Even kijken of het goed gaat met mijn knopje. Wij zijn toen in 2013 opgericht als Omgevingsdienst. Origineel heetten die Omgevingsdiensten Regionale Uitvoeringsdiensten. Misschien nog wel een term die bij sommige mensen nog bekend is. Maar later zijn het Omgevingsdiensten geworden. Dus wij zijn in 2013 opgericht. Overigens heleboel andere Omgevingsdiensten in Nederland ook. U moet voorstellen, wij zijn er, maar er zijn nog 28 andere Omgevingsdiensten in Nederland. En een heleboel zijn ongeveer rond 2013 opgericht. Nou, wie zijn wij? Flevoland en Gooi en Vechtstreek dus. Wij werken voor twaalf gemeenten. Dat is ondertussen heel mooi verdeeld met zes in Flevoland en zes in de Gooi en Vechtstreek. Wij doen taken voor de provincie Flevoland en wij doen ook wat taken voor de provincie Noord-Holland. Alhoewel dat vrij beperkt is. Daar zal ik straks nog even op terugkomen. Uw 2 gemeenten nu hier aanwezig en uw buurgemeenten in de Gooi en Vechtstreek dus ook. Goed.

Dan even op hoofdlijnen wat wij nou doen. Ik ga straks allemaal mooie voorbeelden geven. Even op hoofdlijnen. Wat wij eigenlijk doen is toetsen aan de bestaande wet- en regelgeving met betrekking tot milieu. En die wet- en regelgeving, die komt vanuit allerlei niveaus. U ongetwijfeld bekend. Er komt een heleboel uit Europa. De hele stikstofproblematiek nu natuurlijk is allemaal van bekend: is Europese regelgeving. En bijvoorbeeld ook de klimaatdoelen, komt allemaal uit Europa. Vervolgens wordt dat natuurlijk vertaald in landelijke regelgeving, dat is waar wij veel mee werken. Hier staat al vermeld: de Omgevingswet. Hij gaat gebeuren. Het is echt duidelijk nu, per 1 januari. Maar nu is er natuurlijk ook al landelijke regelgeving met betrekking tot milieuvoorstellen, de wet Milieubeheer, het Activiteitenbesluit. Is allemaal regelgeving waar de milieuwetten instaan. Er zijn nog meer landelijke dingen zoals landelijke handhavingsstrategie, daar moet u voorstellen daar staat eigenlijk in: op het moment dat iemand iets doet wat niet klopt, hoe je daar op moet gaan acteren. Daar kun je zowel bestuursrechtelijk op acteren als strafrechtelijk, en dat staat eigenlijk in de handhavingsstrategie. Dat is een voorbeeld van wat we hebben. En bijvoorbeeld kwaliteitscriteria, daar staat ook in hoeveel mensen je moet hebben met een bepaalde opleiding om het werk goed te kunnen doen.

Dan komen we bij de meer regionale regelgeving, provinciale regelgeving. Bijvoorbeeld een omgevingsverordening van de provincie. Daar hebben wij ook mee van doen. En natuurlijk gemeentelijke regelgeving, wat u lokaal heeft bedacht. En dat is op dit moment misschien nog wat beperkt, maar straks onder de Omgevingswet krijgt u eigenlijk veel meer positie om die lokale regelgeving echt vorm te gaan geven. Dus dat is echt nog wel eentje om in de gaten te houden. Al die wet- en regelgeving, die passen wij toe bij vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarnaast doen wij Pagina 2 van 19

een stuk advisering. Dus we geven ook adviezen op het milieuvlak. Dan staan hier nog wat dingen bij. Het VTHbeleidskader, dat is bijvoorbeeld regionale regelgeving. Daar legt u met elkaar in vast wat u nou heel belangrijk vindt met betrekking tot vergunningverlening, toezicht en handhaving. Ik kom er straks nog verder op terug, op dat VTH-beleidskader. Ik zal daar straks nog iets meer over uitleggen. En het uitvoeringsprogramma, dat eigenlijk elk jaar maken wij dat. Daar staat in wat wij gaan doen voor uw gemeente. Dit is een wat abstract plaatje misschien, maar het geeft toch even een beetje beeld. Wat ik net al zei hè, het heette origineel de Regionale Uitvoeringsdiensten. Dat verraadt het al een beetje, wij zijn voornamelijk van de uitvoering. Dus voor de kijker, die kant van het plaatje. En die kant, dat is uitvoering. ‘…’ . Goed, uitvoering. Daar zijn wij in basis van. Helemaal aan de andere kant van dit plaatje zie je echt het strategisch beleid, dat is niet waar wij van zijn. Echt het vaststellen van beleid, dat ligt bij u als raadsleden. Zeker als het dus gaat over lokaal beleid, dat ligt bij u als raadsleden. En vervolgens, zeker straks bijvoorbeeld onder de Omgevingswet, als u een Omgevingsplan gaat maken, daar gaat u bepaalde regels in vastleggen. Die regels gebruiken wij weer om ons werk te doen.

En bijvoorbeeld ons uitvoeringsprogramma, dat zit eigenlijk een beetje op dat kruispunt van die twee rondjes. Want daarin proberen we dat stukje beleid te vertalen in wat we daadwerkelijk gaan doen, en dan zetten wij weer in onze jaarrapportage wat wij daar uiteindelijk van hebben gedaan. Is dat even hoe dat werkt. Dan vooral wat ik altijd heel erg leuk vind: wat doen wij nou allemaal? Ja, wij doen ontzettend veel. Wij hebben hier allemaal plaatjes. Ik weet niet, heb ik ook een pointer, Janet? Kijk. Want hier zijn allerlei plaatjes en daar ga ik toch even wat uitleg bij geven. Want er staat hier van alles, hè. Vergunningverlening, toezicht en handhaving. Van alles. Maar als je bijvoorbeeld kijkt, dit is een leuk plaatje, dit zijn onze collega's en die doen een transportcontrole. En wat doen ze dan? Samen met de politie halen ze vrachtauto's van de weg en gaan kijken met de bonnen die zo’n vrachtauto bij zich heeft: wat vervoert die nou? En klopt dat nou allemaal een beetje? En dat heeft met name te maken met afvalvervoer. Is dat afval nou op de goede manier geregistreerd? Weten we waar het vandaan komt, weten we waar het naartoe gaat? Dus ook een stukje ketentoezicht, dat we dus in de gaten kunnen houden: wat gebeurt daar nou? Dus dat is zo’n voorbeeld. Hier hebben wij collega's die zijn op bedrijfscontrole.

Die doen we ook, bedrijfscontroles, op allerlei verschillende aspecten. Kom ik zo nog iets nader op terug. Dan hebben wij hier, dan kom ik ook even, dit zijn provinciale taken die wij doen en met name voor de provincie Flevoland. U denkt: wat een prachtig Caribisch strand. Ik kan u vertellen: dit is blauwalg. Dus dit allemaal … Het doet zijn naam eer aan, zullen we maar zeggen. Maar dat komen we ook tegen als we zwemwater controleren. En dan zie je wel eens dit. Nou is dit uitzonderlijk hoor, dus dat was een mooie foto waard. We doen natuurtoezicht, met name ook op de randmeren. Is ook een taak die wij doen voor de provincie Flevoland bijvoorbeeld. Wij hebben een eigen opleidingsinstituut, de ODNL Academie, daar worden ontzettend veel opleidingen gegeven. Niet alleen voor onze eigen mensen maar ook voor allemaal medewerkers van andere Omgevingsdiensten. Dat is wat we doen. We doen bodemtoezicht. Transport van grond, het toepassen van grond. Nou, of dat allemaal een beetje voldoet aan de eisen. Nou, ik denk dat de meeste plaatjes dan wel aardig behandeld heb. Dan gaan we voor de volgende. En wat doen we nou vooral voor uw gemeente specifiek? Overigens ook voor een hoop andere gemeenten, maar Blaricum en Laren zijn natuurlijk niet de allergrootste gemeenten. U heeft geen grote industrie, dus ja, dat is dan wat minder.

Maar wat wij wel doen, de bedrijven die er zijn vergunningverlening en een hoop bedrijven vallen onder algemene regelgeving, dus die kunnen gewoon melden wat ze doen. Maar die meldingen worden wel beoordeeld. Er wordt wel gekeken: klopt dat allemaal wel? We doen toezicht en handhaving bij die bedrijven. We houden ook echt in de gaten: voldoen ze aan de wet- en regelgeving? Bijvoorbeeld op het gebied van geluid. Wat wel een aardig voorbeeld is, u denkt misschien: heel spannende bedrijven hier. Maar je ziet ook bijvoorbeeld dat er bedrijven zijn die koelinstallaties hebben. En dan is zo’n koelinstallatie toch niet helemaal goed afgesteld, en daar hebben de buren heel veel last van. Dan doen wij metingen, dan bepalen we: is het nou akkoord of niet? En in het geval niet akkoord is, dan gaan we ook in gesprek met zo’n bedrijf. Zeggen we: ja, u moet toch iets gaan doen met Pagina 3 van 19

die koelinstallatie. Of hem vervangen, of bijvoorbeeld een kast eromheen waardoor er minder geluid is. Dus dat is vooral toezicht en handhaving. Wat we doen is, als iemand een bodemenergiesysteem … Voor u bekend, bodemenergiesysteem? Ja, ik zie iemand heel hard knikken. Steeds meer, hè, met de energietransitie, dat mensen natuurlijk toch proberen de warmte uit de bodem te halen. Ook dat mag je niet zomaar doen. Moet gemeld worden. Die meldingen die behandelen we. Kijken hoe dat in elkaar zit. En tegenwoordig kijken wij ook wel kritisch van: wat is nou het rendement van zo’n systeem? Je kan heel veel van die systemen in de bodem stoppen, maar als ze allemaal een heel laag rendement hebben, dan gaan ze elkaar een beetje zitten te verstoren. En dan moet u voorstellen, dan stopt u er warmte in, en uw buurman wil er graag kou uithalen in de zomer. Gaat niet goed. Het gaat een beetje met elkaar conflicteren. Dus dat zijn wel dingen waar we ook naar kijken. Een stukje advisering doen we ook. Bijvoorbeeld bij bestemmingsplannen. Als mensen dan vragen, als er vanuit de gemeente de vraag komt: goh, bij dit bestemmingsplan bij wijziging, wat zijn de milieuaspecten? Zijn die ook meegenomen op een goede manier? Geven wij daar ook een stuk advies over. Nou, klachten natuurlijk. Ik gaf net al een voorbeeld. Als de buren klagen van toch te veel herrie, die behandelen we ook.

Daar hebben we ook een milieupiket voor. Dat is gewoon 24 uur per dag, dus ook buiten kantooruren, kunnen mensen dan bellen. Het is overigens niet zo dat als iemand echt belt buiten kantooruren, dat wij meteen rennen. Maar op het moment dat we denken: oh, daar komen nou wel heel veel klachten. Dan gaan we wel degelijk in actie. En wat we ook bijvoorbeeld doen is ook in deze gemeente echt wel een ding, toezicht op asbestverwijdering. Tuurlijk toch wel ook veel huizen die al wat langer staan. Waar allicht al in het verleden toch asbest is toegepast. Waar mensen gaan verbouwen. Ja, dat moet je eerst netjes laten onderzoeken. Vervolgens moet je dat melden, dat je dat gaat doen. En wij komen ook regelmatig wel even kijken als zo'n melding is gedaan. Ik kan u zelfs vertellen dat wij ondertussen een aantal asbestverwijderaars hebben die niet meer in onze regio willen werken. En dat heeft ermee te maken dat we ze wat regelmatig aan het controleren zijn, en dat het niet altijd klopte wat ze aan het doen waren. Dus daar zitten we dan toch redelijk bovenop, en dat vonden ze niet zo leuk. Dus zijn ze maar ergens anders gaan werken. Nou, vonden wij wel rustgevend. En voor u ook, want uiteindelijk, wij willen niet dat die asbest door de straat wappert als iemand denkt ik ga mijn keuken verbouwen. Dus nou, dat doen wij ook. Wat wij niet doen in deze regio is het toezicht natuur.

Waar ik u net zo'n mooi plaatje van liet zien. Dat doen wij wel in Flevoland, maar niet voor de provincie Noord-Holland. Die hebben dat elders ondergebracht. Dus af en toe komt er ook een andere Omgevingsdienst hier werk doen. En dat is met betrekking tot toezicht natuur. Hetzelfde geldt als je echt grote bedrijven hebt die onder het bevoegd gezag van de provincie vallen. Die worden ook door een andere Omgevingsdienst gedaan. Dat zit bij Noordzeekanaalgebied. En eigenlijk doen wij helemaal geen werkzaamheden voor de provincie Noord-Holland, alleen het bodemgebeuren. Bodem, vergunningverlening, toezicht. Nou, dan zijn er natuurlijk ook altijd nieuwe ontwikkelingen. We hebben ze er nog even bijgezet. Er gebeurt altijd van alles en er zijn steeds weer nieuwe uitdagingen in de leefomgeving. Bijvoorbeeld PFAS, zeer zorgwekkende stoffen. Staat de krant ook wel redelijk vol mee. Ja, de stikstofproblematiek. Ik zeg er maar even niks meer over want volgens mij is het bij iedereen ruimschoots bekend. Maar ook onderwerpen als circulaire economie, is natuurlijk echt wel een uitdaging. Hoe gaan we nou kijken dat we echt minder afval, minder gebruik van de basis grondstoffen, hoe gaan we dat realiseren met elkaar? Is ook echt voor ons nog echt wel een uitdaging, om te kijken: wat kunnen we daarmee? Wet- en regelgeving loopt daar natuurlijk vaak ook wat op achter.

Maar je wil toch bedrijven stimuleren om dat te doen. Dus nou, dat zijn best uitdagingen. En dan bijvoorbeeld energiebesparing. De hele energietransitie. Energiebesparing is ook echt een onderwerp waar we toch veel aandacht aan besteden. En die staat hier nog niet bij, maar vond ik ook wel grappig. Is wel eentje die wij nu veel zien in deze regio. Waar we ook van denken: moeten we even goed over nadenken. De opkomst van de padelbaan en het geluid wat dat produceert. Oké, we hebben het er niet over. Maar qua milieu is dat ook echt wel een ding om eens even over na te denken. Goed, excuus. Dan hier nog wat plaatjes van toezicht bij bedrijven. Is echt een behoorlijk groot deel van ons werk. Ja. Allerlei soorten bedrijven, Pagina 4 van 19

agrarische bedrijven, afvalbedrijven. Verkoop van vuurwerk. Ook bijvoorbeeld bedrijven die asbest dan inzamelen. Dat is ook weer zo'n project waar we dan ook echt kijken: hé, hier is asbest gebracht, waar komt het nou vandaan, klopt het nou, waar gaat het naartoe? Om echt ook die keten te volgen van wat gebeurt daar nou mee? Dat doen we. Maar ook dus inderdaad simpelere dingen als stookinstallaties, koelinstallaties. Opslagtanks. Ja. Het moet uiteindelijk gewoon een beetje veilig zijn. Daar gaat het om. Het moet voldoen aan de wet- en regelgeving, en het moet veilig zijn. Het moet niet te grote belasting op de leefomgeving geven, wat zo'n bedrijf aan het doen is. En daar hebben we gelukkig heel veel regels voor. Maar ja, dat moet je wel een beetje in de gaten houden. Nou, dan nog eventjes een beetje idee van hoe het hier in elkaar zit. Bedrijfscontroles, je ziet dat er wat variatie zit in het naleven. Maar de afgelopen paar jaren gaat dat echt goed. Het aantal bedrijven waar wij controles doen en waar wij van zeggen: oei, daar moet toch nog iets aangepast worden, en we komen nog een keer terug. Is vrij minimaal. In Laren zelfs hadden wij vorig jaar honderd procent naleving. Dus dan hoefden we blijkbaar niet meer terug te komen. Nou, goed hé? Kijk.

Dan zijn er natuurlijk ook wat regionale samenwerkingsonderdelen, die wil ik hier nog even kort noemen, ook gezien de tijd, want volgens mij heb ik niet zolang meer. De samenwerking in de regio. Er wordt samengewerkt met het Energieakkoord vanuit Noord-Holland. Met betrekking tot energiebesparing, zijn we ook nauw bij betrokken. En daar kijken we ook: hoe kunnen wij ook daar onze rol goed in vervullen als Omgevingsdienst? We zijn natuurlijk heel druk bezig met de voorbereiding op de Omgevingswet. Ik zei al tegen mensen: nou, jippie, het gaat eindelijk gebeuren. Wij zijn al jaren bezig met ons voorbereiden. Hebben al onze mensen al opgeleid en we staan er helemaal klaar voor. Dus wij waren elke keer best teleurgesteld dat hij weer werd uitgesteld. En eigenlijk zijn wij heel blij dat hij nu gaat gebeuren op 1 januari. Want wij hebben er wel zin in. En we gaan ongetwijfeld tegen dingen aanlopen, maar wij zijn er klaar voor. We doen ook meer regionale projecten, zoals een handhavingsestafette. Gaan we echt kijken bijvoorbeeld met lokale mensen van de gemeente om te kijken bijvoorbeeld bij bedrijventerrein, doen we echt een soort integrale controle van zo'n bedrijventerrein. Zitten er ook wel in, integrale toezichtcontroles. Ja, dan kom ik nog heel even terug op het beleidskader, dat had ik al beloofd.

Het beleidskader, daar staat eigenlijk dus in: waar leg je nou de meeste prioriteit op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving? Wij hebben daar een hele risicoanalyse voor gemaakt. Van: nou, waar zie je nou de meeste overtredingen? Maar er zijn ook de grootste risico's, hè. Als er iets misgaat, waar ontstaat de meeste schade? En dan wordt er een soort … Er wordt een analyse gedaan: hoe vaak zou je bij een bepaald bedrijf langs moeten? Maar ook, als je vergunningverlening doet, waar leg je je grootste prioriteiten? Waar kijk je het meest naar? Waarbij je natuurlijk de rest niet vergeet. Maar ja, ik bedoel, je kan niet alles. Dus je legt prioriteiten. Dat zit in dat VTH-beleidskader. Dat wordt overigens op dit moment opnieuw opgesteld of eigenlijk geactualiseerd. Er ligt al een beleidskader waar we al jaren mee werken. Hij wordt nu geactualiseerd. Waar bijvoorbeeld ook de nieuwere thema’s in komen zoals energiebesparing, circulaire economie, dat soort onderwerpen. We zitten in overleggen natuurlijk met andere Omgevingsdiensten, die ook wel eens bij u over de vloer komen, dus voor natuur bijvoorbeeld en zwemwater. Dus daar hebben we nauw contact mee. En we zitten ook bijvoorbeeld in bodemoverleggen breed vanuit de provincie. Omdat we die taak wel voor de provincie doen. Dan hebben we nog filmpje, hè, Janet? Is er nog tijd voor het filmpje? Nee, twee.

Zullen we nog even het filmpje doen over energiebesparing? Is wel leuk. Als hij het doet hoor. Is overigens iets wat wij ondertussen … Oh. Overigens doen wij dit al een aantal jaren, stimulerend toezicht. En we zien dat dat echt wel effect heeft. Zeker een tijdje geleden. Ondertussen zie je ook wel een beetje dat bedrijven natuurlijk met de huidige energieprijzen behoorlijk al gestimuleerd worden om ook aan energiebesparing te doen. Maar dan nog steeds helpt het wel om ze daarin te ondersteunen. Van: welke keuzes kun je nou het best maken? Dan doe ik nog heel kort even, maar dat is misschien echt maar heel kort: hoe zien zitten wij nou in elkaar? Wij zijn natuurlijk een gemeenschappelijke regeling, van al die partijen die ik in het begin noemde. Wij hebben een AB en een DB. Uw bestuurders zitten in ons AB, daar zitten bestuurders van al onze partners in. En het DB bestaat uit vijf vertegenwoordigers uit dat AB. Ja, ik denk dat Pagina 5 van 19

dat wel even voldoende is op dit. Dan hebben we hier nog toch … Ik heb net al wat de inhoudelijke uitdagingen voor ons als Omgevingsdienst geschetst, waar wij zoal mee bezig zijn. Ook in het hele stelsel zitten nog wel wat uitdagingen. Het VTH-beleidskader, heb ik net al genoemd, daar zijn we dus mee bezig om dat te actualiseren. De Omgevingswet die eraan komt. Maar wat ik al zei, wij zijn er klaar voor, wij hebben er helemaal zin in. En wat ook nog wel speelt, wat wel handig is om even kort kennis van te nemen, dat natuurlijk vanuit het Rijk toch ook wel is gezegd: het hele stelsel van vergunning, toezicht en handhaving moet nog verder professionaliseren. In vergelijking met de vuurwerkramp in Enschede is er echt al veel gebeurd, maar ze willen echt nog een verdere professionalisering. En daar wordt nu ook vanuit het Rijk, maar ook door alle Omgevingsdiensten wordt daar ook hard aan gewerkt. En dan hier kort staan nog eventjes … Dat gaat via een aantal pijlers, zoals ze dat noemen. Maar daar zit bijvoorbeeld ook data gestuurd werken in, of informatie gestuurd werken. Dat soort onderwerpen zitten daar ook in. Meet outcome-gericht werken. Dus dat zijn wel de landelijke dingen waar wij als Omgevingsdienst ook mee te maken hebben. En dan denk ik … Ja, dit is ons kantoor in Lelystad. Nog misschien wel leuk om even te melden.

Wij hadden ooit vier verdiepingen in dit kantoor, maar sinds de coronacrisis werken wij voor een heel groot deel thuis. Wij hadden natuurlijk al veel toezichthouders die veel op pad waren, en nu ook veel thuiswerken. Dus wij zijn terug naar twee verdiepingen. De voorzitter: Ik zou zeggen, dank u wel, mevrouw. Maar misschien zijn er ook wel vragen, die misschien van de commissieleden zijn. Ik kijk even rond. Ik zie hier de heer Grunwald, mevrouw Berghorst. Nou ik begin dan graag met mijnheer Grunwald, uit Laren. De heer Grunwald: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk twee vragen. De ene is: u hebt het over handhaving, en ik wil u vragen, kunt u daar nog wat diep op ingaan? Hoe ziet dat dan eruit? Kan de Omgevingsdienst boetes opleggen of mensen bij de rechter aanmelden, of dit soort dingen? En de tweede vraag is eigenlijk, u vertelde dat u in ontwikkeling bent. En dan ben ik toch even nieuwsgierig of de Omgevingsdienst naar uw mening op dit moment op zijn taken berekend is en al die aspecten die u de revue hebt laten passeren ook aan kan voldoen? De voorzitter: Dank u wel mijnheer Grunwald. Doet u meteen antwoorden geven of wilt u even de andere mensen vragen willen stellen? Gaat uw gang. Mevrouw Stam: Ik begin even met de vragen over handhaving. Ja, er zijn natuurlijk twee soorten handhaving.

Als je het hebt over de bestuursrechtelijke handhaving, dat kan het bevoegd gezag toepassen. En heel praktisch, dat moet u voorstellen dat als iemand zich niet aan de regels houdt, dan krijgt hij eerst van ons een waarschuwingsbrief. Dan over het algemeen, dan geven we iemand een termijn om het te herstellen. Tenzij het natuurlijk echt heel gevaarlijk is. Of dan wordt het termijn heel kort, of dan moet iemand wel heel snel iets gaan doen. Maar over het algemeen valt dat wel mee. Dan krijgt iemand een termijn om het te herstellen. Dan gaan we opnieuw kijken. Heeft hij het dan niet hersteld, dan kunnen wij namens de gemeente een dwangsom opleggen. En dat gebeurt ook wel. En wij zien over het algemeen dat op het moment dat je een dwangsom gaat opleggen, dat er vaak wel snel actie komt. Dat werkt over het algemeen wel goed. En aan de andere kant heb je ook nog de strafrechtelijke handhaving. Wij hebben buitengewoon opsporingsambtenaren bij ons in dienst. Als er echt iets is waarvan wij denken: ja, dit valt toch in een categorie willens en wetens, of nog wel een stapje verder, echt richting crimineel gedrag. Dan kunnen wij ook strafrechtelijk kunnen onze boa’s daarop optreden. Alleen dan gaat het proces-verbaal van bevindingen van de boa’s gaat naar justitie, en die handelt het verder af. Heeft het voor dat aspect voldoende? Ja. En dan uw tweede vraag.

Ja, wij kunnen op dit moment prima onze taken uitvoeren. Maar wij zien wel dat daar continu dingen veranderen in die

Pagina 6 van 19

samenleving. Dus dat wij wel elke keer ons ook weer moeten ontwikkelen en nieuwe kennis moeten opdoen. En dat is wel ook iets waar we echt druk mee bezig zijn. De voorzitter: Dat is voldoende? Ja. Dan geef ik graag mevrouw Berghorst het woord. Mevrouw Berghorst: Dank u, was een helder betoog. Ik heb één vraag over, gaan het terug naar 2013, bij het oprichten van de OFVG. Dat was in de tijd van versnippering. Een reden was ook die versnippering. Kun je nu zeggen dat de versnippering weg is, dat het op is gelost? Want ik zag dat bij de provincie een aantal toezichtstaken. Daar hebben jullie bijvoorbeeld niets mee te maken. Zijn er meer van dat soort situaties? En een andere vraag is over de operationele mensen die jullie in dienst hebben. We hebben niet een overzichtje gezien van een structuur of zo, maar zijn het allemaal mensen die jullie in dienst hebben, of wordt ook uitbesteed? Hoe werken jullie wat dat betreft? Mevrouw Stam: Als ik begin met de laatste vraag, dat geeft misschien ook al wel doorkijk naar het antwoord op de eerste vraag. Wij hebben grofweg honderdvijftig medewerkers. Die houden zich dus met het hele vakgebied bezig. Over het algemeen zijn mensen bij ons in dienst. We hebben natuurlijk soms een stukje inhuur, maar dat proberen we zoveel mogelijk te beperken.

We vinden het namelijk ook heel belangrijk dat we onze eigen kennis binnenhouden en die ook verder kunnen ontwikkelen. En dat geeft misschien ook al wel een beetje een beeld … Kijk, voordat de Omgevingsdiensten er waren, zeker bij de kleinere gemeenten, zat er dan één ambtenaar, die deed alle milieutaken. En nu hebben wij … Of eigenlijk u allen. Want wij zijn van u. Heeft u allen een dienst met honderdvijftig mensen die die taken kunnen uitvoeren. En dat is dus een heel stuk minder kwetsbaar. We kunnen meer kennisuitwisseling doen, meer verbinding ook maken met andere diensten. En er zijn soms hele specifieke onderwerpen, dan gaan wij ook wel eens te rade bij een collega dienst van: goh, hoe doen jullie dat nou? Kunnen jullie ons daarbij helpen? En andersom komen zij ook bij ons voor specifiek onderwerpen. Geeft dat een beetje antwoord op uw vraag? Mevrouw Berghorst: Ja. Over de versnippering, kunt u daar nog iets over zeggen? Mevrouw Stam: Er zijn nu 29 Omgevingsdiensten. En ja, het Rijk is nog wat in discussie of ze dat nog te veel vinden. Maar op zich, dat ze dus vinden dat die diensten nog groter moeten worden. Maar op zich denk ik dat die versnippering is wel voor een heel groot deel opgelost. De voorzitter: Misschien is dat ook de vraag van omdat u het heeft over natuur. Dat dat weer van een andere dienst, dat is misschien wat is u bedoelde. Zo’n versnippering.

Mevrouw Stam: Was dat uw vraag? Want daar kan ik nog wel een korte toelichting op geven. Dat is een keus is van de provincie Noord-Holland, omdat bij één Omgevingsdienst, dat is dus juist om versnippering tegen te gaan, die hebben dat ondergebracht bij één Omgevingsdienst in de provincie Noord-Holland. Ja, dat is de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, die doen het toezicht op natuur. Maar die doen dat ook meteen dan voor de hele provincie, dus ook dat is iets wat eigenlijk weer versnippering tegengaat want die doen dat dan voor de hele provincie. De voorzitter: Hartelijk dank, ik vond het duidelijk. Mijnheer Van der Pols. En ik zie ook de heer Koldenhof wilde nog een vraag stellen. Mijnheer Van der Pols. De heer Van der Pols: Dank u wel. Interessant betoog. Compliment daarvoor. Ik zou graag willen weten wat de rol van de gemeente is. Leest de gemeenteraad bij de totstandkoming van een uitvoeringsprogramma, een Pagina 7 van 19

jaarprogramma, dan wel het beleidskader? Is de eerste vraag. De tweede vraag is: wat maakt u zo blij als u het over de Omgevingswet heeft? Dat ding wordt steeds maar uitgesteld omdat die onuitvoerbaar lijkt. En nou ja, dat is even dan nog een bijkomstige vraag. Mevrouw Stam: Ik denk dat ik uw eerste vraag even ga terugleggen naar de bestuurders, want die kunnen ongetwijfeld nog iets beter uitleggen van wat is de rol van de raad ten opzichte van de rol van het college. De voorzitter: Heren, komt u daaruit? Mijnheer Cornelis neemt het woord. De heer Cornelis: We hebben op regelmatige tijden, minimaal één keer per jaar maar twee keer per jaar dus naar de AB en DB-vergaderingen publicaties, die wij in college behandelen. Als we akkoord zijn gaan die door naar de raad. En dat zijn de complete jaarprogramma's en de begrotingen daarbij. En in principe is tot nog toe in mijn tijd hier zo, dat die één en ander binnen de begroting gebleven is. Dus het werkt op de manier zoals de meeste gemeenschappelijke regelingen met een tweetrapstransparantie naar de raad. En ik ben blij te rapporteren: geen incidenten. En u zou volgens mij in de afgelopen maanden zo'n ding langs hebben moeten zien komen. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Groot, wethouder Laren.

De heer De Groot: En af en toe kom je ook hier in de commissie wel terug met de opmerking bijvoorbeeld over de certificering van de OFGV, wat een zeer bijzondere prestatie is geweest. En ja, verder zijn er natuurlijk de zienswijzeprocedures, waarbij u natuurlijk volledig in staat bent om uw eigen mening te geven, om mee te geven aan mij als bestuurder, of aan mijnheer Cornelis als bestuurder, richting Lelystad. En u kunt ervan overtuigd zijn dat wij dat dan ook braaf doen. Maar ik denk dat het ook iets weergeeft van mijn eerdere betoog. Het is wat onbekend. Juist omdat er weinig gebeurt, heeft het weinig belangstelling. Ik denk dat dat aan de ene kant prima is. Dus wanneer ben je gezond, als je je lichaam niet voelt. Dus wanneer ben je gezond, als je niet weet dat de Omgevingsdienst er is. Maar aan de andere kant wil ik wel benadrukken dat dit een ongehoord belangrijke organisatie is voor ons. Dus ik hoop de volgende keer dat er wat zienswijzen meekomen, al is het alleen maar dat u zegt dat u tevreden bent. De voorzitter: Nou, dat is mooi. Dus u vraagt eigenlijk een meer proactief raadsleden? De heer De Groot: Nou, daar ga ik niet over. Ik ga de raad niet recenseren, als het mag, voorzitter. Maar ik vind het prettig als er wat meekomt. Maar als u vindt: we zijn hartstikke tevreden. Dan is dat ook een mooi signaal. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Cornelis.

De heer Cornelis: Een kleine toevoeging, ik heb het misschien niet helemaal goed uitgedrukt. Maar de vergelijking met bijvoorbeeld de regio Gooi en Vechtstreek en MRA gaat in die zin mank, dat het hier een heel operationele dienst betreft met een relatief laag politiek gehalte. De politieke besluiten worden gevolgd, niet voorbereid. Ze zijn in die zin eigenlijk een uitbreiding van het VTH-kader van onze eigen gemeenten, zoals u dat ook ongetwijfeld gehad hebt via onze eigen ambtenaren. De voorzitter: Dat vind ik een mooie verheldering. Mijnheer Van der Pols, is dat antwoord op uw vraag? De heer Van der Pols: Ja, helder. Er zijn natuurlijk veel gemeenschappelijke regelingen, en dat was even de vraag: wat gaat precies de rol zijn, of worden. Omdat het een thema is wat enorm belangrijk is een steeds

Pagina 8 van 19

belangrijker wordt. Dus in hoeverre zijn er mogelijkheden, methoden, procedures, om ook bij de raad te toetsen: wat vinden jullie ervan? De lijn die het college voorstaat, of de lijn die het algemeen bestuur voorstaat. Dus in die zin is het ook een pleidooi, zeg maar. Dus rest nog één vraag, die Omgevingswet. Mevrouw Stam: Ja, er rest nog één vraag. Nou, met name, wij hebben gewoon ontzettend veel tijd en aandacht gestopt ook in de voorbereiding voor deze Omgevingswet. Wij zien toch ook wel daar ook kansen in met name om zaken integraler te benaderen, integraler aan te pakken. En wij hebben ook wel zin in om te zien: hoe gaat dit nu uitpakken? En ik denk ook, zeker voor u als raad, is toch ook een heel interessant punt dat er meer lokale regelgeving gemaakt kan worden op sommige punten, waardoor u ook echt wel uw eigen accenten kan gaan leggen met betrekking tot bepaalde milieuthema's. En dat is best heel leuk, denk ik. De heer Van der Pols: Ik neem het graag aan van u. Het was natuurlijk wel even de achterliggende gedachte van: waarom zit er … Over de invoering wordt al zo lang gesproken, en het schijnt ook heel gecompliceerd te zijn, het hele proces om uiteindelijk te komen tot. Kijk, dat u ervoor geleerd heeft inmiddels, dat geloof ik graag.

Maar een andere kant, zeg ik: waar zit het risico, waar gaat het straks op haperen? Mevrouw Stam: De grootste hobbels, tot nu toe, in ieder geval in relatie tot de laatste uitstelmomenten, zat … Ik hoorde hem hier al links van mij. Zat met name op het ICT-deel. En het digitaal stelsel overheid, waar men toch de angst van had, en ik weet niet helemaal zeker of die angst al helemaal weg is, maar men heeft toch nu besloten om de gok maar te wagen. Of dat stelsel echt al helemaal voldoende voldragen is. En dat heeft er met name mee te maken dat het een heel belangrijk informatiemiddel is voor de burger om de regelgeving te kunnen raadplegen. Er wordt veel meer verwacht van de burger. Maar dan moet hij ook wel de goede informatie hebben. En dat is een beetje spannend aan dat hele digitale stelsel. Zitten straks de goede regels erin en kan die burger straks inderdaad de goede informatie naar voren halen, waardoor hij ook de juiste keuzes kan maken? De voorzitter: Ja? Dan mijnheer Koldenhof, die had ook nog wat willen vragen. De heer Koldenhof: Ja, beetje in het verlengde van de heer Van der Pols. Overigens dank voor een hele duidelijke, volgens mij op een B1-niveau gegeven presentatie. Complimenten daarvoor. En tegelijkertijd ook boeiend. Dus echt knap zou ik bijna zeggen. Want het is helemaal niet zo'n heel erg aansprekend onderwerp voor iedereen, kan ik me zo voorstellen.

Maar wat een beetje in het verlengde van wat Van der Pols vraagt: wat valt er voor ons te kiezen? In politiek gaat het om schaarste bij wijze van spreken. En om die naar politiek inzicht zeg maar te verdelen. En is die schaarste er wel? Want eigenlijk geeft u aan: nou, kan het allemaal prima doen met wat er gevraagd wordt of wat er nodig is. Maar of is het zo dat er eigenlijk nog veel meer gedaan zou moeten worden, of zou kunnen worden, maar waarover wij nog moeten beslissen? En wat is de beslissing dan? Ik kijk naar u maar ik moet ook naar de wethouder kijken realiseer ik me. Hoe krijgen wij dat gepresenteerd? Want dat is vaak meer in het algemeen, ook met de gemeenschappelijke regelingen. Dat het meer als een soort uitvoeringsdossier: dit gaan we doen. Oké. Maar hadden we het ook heel anders kunnen doen? En ook de presentatie die wij als raadsleden vaak krijgen geeft die ruimte niet. Dus ik doe eigenlijk met dit verhaal en de toekomstige documenten daarover een appel aan het college om ons op die manier ook die keuzes voor te leggen. Want anders denk ik: ja, en dan komt er wel weer een rekening, per inwoner gaan we volgend jaar dit betalen. Dat is misschien allemaal heel erg nodig en prima. Maar ik kan het gewoon niet zo goed inschatten, kan het niet beoordelen.

En u geeft twee thema's, volgens mij, betrekking tot energiebesparingen volgens mij, en meer op circulaire economie. Zijn dat nieuwe thema's die erbij komen? Moet dat bij de Omgevingsdienst of kan dat ergens anders? Dat zijn vragen die ik zo heb. Ik begrijp het, heel

Pagina 9 van 19

ruim gesteld. Maar misschien dat de wethouder mij daar al best kan informeren over wat hij voornemens is hoe dit met ons te gaan bespreken. De voorzitter: De heer De Groot. De heer De Groot: Afhankelijk van of er en welke regels er zijn. Op het moment dat wij voldoen aan de wet- en regelgeving en op die niveaus handhaven, zoals u die wenst en wij die wensen, dan kun je tevreden zijn. Je kunt ook zeggen: kan het tandje meer of kan een tandje minder. En dan komt de schaarste-vraag natuurlijk om de hoek. Moet er geherprioriteerd worden? Zoals wij er op dit moment naar kijken, worden de juiste prioriteiten gelegd. Maar daar kunt u zelf anders over denken. En ik denk dat dat met de jaarplannen en bij de verslaglegging is best een goed moment om eens even te kijken, of terug te kijken of vooruit te kijken, of een combinatie daarvan, van: zijn er dingen die wij hier lokaal aanscherpt willen zien? Dus ik leg de bal een klein beetje terug bij u, maar ik snap uw opmerking wel.

Want het is natuurlijk ook een manier om het politiek wat spannender te maken en de discussie wat scherper te hebben over wat vindt iedereen in de raad nu belangrijk? En ik vind het een mooie taak om te kijken, zodra we weer een rapportage krijgen, of daar wij, u, samen, daar wat keuzes kunnen maken of discussiethema’s zou kunnen … De voorzitter: Dat lijkt me een mooie samenvatting van uw vraag, mijnheer Koldenhof. De heer Koldenhof: Is beantwoord en ik wacht in spanning af. En ik hoop dat u met uw organisatie dan het college of de wethouder kan helpen om ook die keuzes voor te leggen. Dat is eigenlijk meer een appel. Wat zou er meer moeten, wat zou er minder kunnen, bij wijze van spreken. En als u zegt: kan absoluut minder maar wij toch vinden, wat zijn dan de consequenties bij wijze van spreken. De voorzitter: Helder. Nog meer vragen? Ik zie en mijnheer Cornelis en burgemeester Mol. Mijnheer Cornelis heeft het lampje namelijk al aan. De heer Cornelis: Ja, ik heb één toehoorder uit Blaricum. We werken net weer ietsje anders dan in Laren. Voor de goede orde, wij hebben dus 20 september hebben wij de jaarverslagen behandeld. Het presidium heeft ervoor gekozen die als hamerstuk te behandelen. Maar dat komt ook omdat ja, het is een anders dan andere Omgevingsdienst. De bezuiniging op kantoorruimte is er één die ook dan uit de directie kwam, van: hé, dit kunnen we doen.

Daar waren we heel blij mee. Maar verder is het geen zelfrijzend bakmeel, het is een rechtstreeks gevolg van het ergens moeten beleggen van deskundigheid, die wij voor wat we eraan bijdragen in onze gemeente op geen enkele andere manier realistisch kunnen invullen. Dat is de waarheid. En de vragen die u stelt, die hebben we in Blaricum ook. Maar er is groter wild te vangen, zal ik maar zeggen. En het ik kan uit ervaring vertellen van de afgelopen maanden: het systeem werkt als een dolle. Hadden we onze eigen ambtenaren geheel ontlast, en een ook politiek lastig geval wat echt in een vloek en een zucht opgelost is. Dus ja, dan kan een raad bij ons er of voor kiezen om te zeggen: daar gaan we nog een keer met de stofkam doorheen. Maar ze hebben een paar andere dingen gekozen om de stofkam voorlopig even in te zetten. De voorzitter: Duidelijk verhaal, duidelijk antwoord. Mijnheer Mol. De heer Mol: Ik heb nog een inhoudelijke vraag. Want we leven natuurlijk in een samenleving die in transitie is, er verandert veel. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de veiligheidsregio moeten we ons echt voorbereiden op anders type crisissen en rampen. Als we kijken naar het domein van de GGD, verschuift dat heel erg veel meer van acute witte inzet naar ook pandemieën bijvoorbeeld, zoals corona.

Wat ziet u op het domein van de Omgevingsdiensten, u kijkt natuurlijk van een wat hoger niveau naar het land en de samenleving, als grote Pagina 10 van 19

uitdaging voor de toekomst waarvan u zegt dat wij ons als bestuur en binnen uw domein vanuit de Omgevingsdienst wat meer mee moeten gaan bezighouden? Wat er aan het veranderen is. De voorzitter: Mevrouw Stam. Mevrouw Stam: Dat is een interessante vraag. Sowieso de hele energietransitie. U zegt zelf ook al: de veiligheidsregio. Daar werken wij natuurlijk nauw mee samen. Wat wij wel zien is ja, daar gebeurt van alles. Windturbines, buurtbatterijen. Dat dat is wel één van de onderwerpen. Bijvoorbeeld ook veel bedrijven die lithium-ion-batterijen hebben op een bepaalde manier. Volgens mij zijn er al meerdere fabrieken van elektrische fietsen afgebrand in dit land. Omdat het toch niet helemaal goed ging met die lithium-ionbatterijen. Dus qua veiligheid zijn dat wel serieuze onderwerpen waar wij ook echt naar kijken. Ook de transitie bijvoorbeeld naar waterstof, wordt ook druk over nagedacht. Dus dat zijn wel serieuze onderwerpen qua veiligheid, waar wij wel van zeggen: daar moet je wel echt goed naar kijken. Wat ik al noemde, de circulaire economie natuurlijk. Ja, ik denk dat dat wel … Ik kijk ook nog even naar Janet. Mis ik nog een heel grote thema Janet? De voorzitter: Heeft u ook een microfoon om in te praten? Mevrouw Winkel-Zwier: Energiebesparing, de circulaire economie inderdaad. Stikstof. Dat zijn eigenlijk wel de onderwerpen die al wel voorbij zijn gekomen.

Maar met name de energietransitie en ook de bodemenergiesystemen hoort daar eigenlijk ook bij. Want de energietransitie raakt de bodem, raakt veiligheid, raakt heel veel. Dus dat is meer dan alleen zonnepanelen op het dak, maar dat raakt eigenlijk de hele leefomgeving. Mevrouw Stam: En misschien mag ik nog iets aanvullen, want ik vind het een interessante vraag. Het is namelijk ook een vraag waar wij ons echt mee bezighouden. Zoals hiernaast al net werd opgemerkt, wij bestaan sinds 2013, dus wij bestaan dit jaar tien jaar. En wij hebben op 5 april een symposium waarin wij een aantal van deze grote thema's gaan bespreken met onze partners. En dat geldt zowel voor bestuurders zijn van harte welkom, als ambtenaren. Wij nodigen ook onze mede Omgevingsdiensten uit. En als je het dan hebt over de thema's die wij daar bijvoorbeeld behandelen, dat gaat inderdaad over circulaire economie. Dat gaat over hoe ziet de leefomgeving er straks uit, hoe gebruiken we de ondergrond? Ook een belangrijk thema. En ook: hoe gebruiken wij alle data die beschikbaar is om ons werk zo efficiënt mogelijk te doen? De voorzitter: Duidelijk. De heer Mol: Ja, en dan toch ook … Maak ik ook de vertaling naar ons.

Want u zegt eigenlijk: op het gebied van hoe wij energie opwekken verandert veel, dus wij zoeken alternatieve energiebronnen, dingen dichter bij huis, zonnepanelen, warmteopslag, we vervoeren ons op een andere manier. Ik werd laatst door een heel klein meisje van mijn sokken gereden die zo’n gemotoriseerd stepje had, waar ze helemaal niet op mag rijden, op een stepje wat helemaal niet is toegestaan. Maar ja, mensen innoveren nou eenmaal harder dan dat we regelgeving kunnen laten ontwikkelen. En dat zegt u eigenlijk ook, hè: wij rennen achter heel veel ontwikkelingen aan die wel veilig moeten, zeker in een gebied en zeker in een gemeente zoals Laren waar we op een heel klein oppervlakte wonen. Wij zijn nu geconfronteerd met het iedereen op elke plek wel een zonnepaneel wil. Maar we hebben nog helemaal niet over nagedacht of we dat allemaal wel willen. Dus wij innoveren ons natuurlijk, wij moeten onszelf ook bewust van zijn dat er heel veel ontwikkeling plaatsvindt waar we ook iets van moeten vinden, aangezien we die ruimte met al die ontwikkelingen moeten delen met elkaar. Pagina 11 van 19

Mevrouw Stam: Zoals diepte warmtepompen, hè, wat ook in Eemnes … Niemand is uit Eemnes. Natuurlijk op dit moment speelt. De voorzitter: Ik kijk even rond. Vragen? Mijnheer Schreur. Ik moet het even goed zeggen, mijnheer Wichers Schreur. De heer Wichers Schreur: Wichers Schreur. Ja. Het blijft lastig, ik heb er zelf ook altijd moeite mee. Maar goed. Zo langzamerhand zou het moeten kunnen. Het eigenlijk gewoon ook een … Ik vind het een leuke vraag. U heeft een plaatje laten zien van het Caribisch blauw, met die blauwalg. Wat is nou eigenlijk uw bemoeienis daarmee? U monitort waterkwaliteit en dat is het? Of naar de bron van dit soort … Mevrouw Stam: Nee, wat wij doen, het echt monitoren van waterkwaliteit, dat wordt door andere partijen gedaan. Ofwel Rijkswaterstaat of het waterschap. Overigens doen wij deze taak alleen voor de provincie Flevoland. Wat wij doen tijdens het zwemseizoen, wat loopt van 1 mei tot 1 oktober, is eigenlijk alle officiële zwemstranden van Flevoland zeer regelmatig bezoeken. Wij krijgen al die analyseresultaten van die waterkwaliteit, dus daar kijken we naar. Maar onze toezichthouders zijn ook eigenlijk wel wekelijks op elk strand te vinden. En zij kijken daar ook naar de veiligheid.

En op het moment dat nou bijvoorbeeld er zoveel blauwalg is, of er een andere situatie is waardoor zwemmen onveilig wordt, dan plakken zij prachtige stickers op borden en dan zeggen zij: let op. En bijvoorbeeld ook, misschien bij u bekend wel, de zwemwaterkaart waar mensen echt kunnen opzoeken: kan ik hier veilig zwemmen? Nou, die informatie komt bij onze toezichthouders vandaan. Ook nog wel leuk om te melden, wij doen steeds meer met social media ook op dat vlak, om mensen dus via social media te informeren over waar kun je nou veilig zwemmen en waar gaat het misschien een beetje mis? En wij zien elk jaar een enorme toename in het aantal mensen wat die site of die social media raadplegen daarvoor. Dus dat is wel heel leuk om te zien dat je dan eigenlijk veel mensen bereikt op die manier. De voorzitter: Nou. Mag ik het bij dezen afsluiten? We zijn over het uur. Dat hadden we afgesproken. Ik denk dat de vragen die er waren goed beantwoord zijn. Ik vond het ook een heel interessant exposé. Het is ver van ons normale werk, maar het is heel belangrijk. Dat blijkt ook wel aan de vragen. Ik dank u heel hartelijk, mevrouw ook. En nou, kijk eens, nou. Ik denk dat ik eventjes schors voor het moment dat de vele leden uit Blaricum hun tijd kunnen nemen om naar huis te gaan. Dan gaan wij namelijk daarna verder met de commissie. Dank u wel. Twee minuten. Schorsing 3.

Vaststellen lijst adviezen en conclusies vergadering commissie BLS d.d. 19 januari 2023 De voorzitter: Ik denk dat we weer compleet zijn. Gaan we er weer voor. Tien over negen. Dan gaan we nu met jullie goedvinden naar het volgende agendapunt. Ik heb het nou genoemd agendapunt 3, vaststellen lijst adviezen en conclusies van de vorige vergadering van 18 januari. Heeft iemand daarop op- of aanmerkingen? Bladzijde 1. Mijnheer Van der Pols? De heer Van der Pols: Nee, niet zozeer op bladzijde 1, het is meer dat naar aanleiding van. De voorzitter: Naar aanleiding van. Ga ik even door. Bladzijde 2. Nee. Dan mag ik dit verslag goedgekeurd vinden. Ik kijk even naar de griffier, dan wordt het verslag bij dezen goedgekeurd. Mijnheer Van der Pols, naar aanleiding van. Pagina 12 van 19

De heer Van der Pols: Ja, wat ik eigenlijk mis is een soort concreet … Volgens mij is dat de vorige keer ook aan de orde geweest, een concreet actiepuntenlijstje van alle toezeggingen of verwachtingen die gedaan worden, om die nog eens een keer op het eind heel concreet weer te geven. De voorzitter: Het wordt, wat we hebben afgesproken inderdaad in de gemeenteraad, aan het eind zal de voorzitter zeggen: dit is toegezegd. Ik weet dat de vorige keer was het meer een filosofisch verhaal en echt toezeggingen waren er geloof ik niet. Maar welke mist u wel? Misschien is dat voor de griffier ook belangrijk. De heer Van der Pols: Meer in zijn algemeenheid. 4.

Mededelingen De voorzitter: In het algemeen. Ja. Nee, daar zal de voorzitter op letten. Dan hebben agendapunt 3 gehad, dan gaan we door naar agendapunt 4, de mededelingen. Ik kijk even rond. Ik wil daar zelf ook eventjes gebruik van maken als voorzitter, de gelegenheid nemen. Dat dinsdag 14 maart, afgelopen dinsdag, een vergadering is geweest van de raadstafel van de MRA. En de afgevaardigde gemeenteraadsleden hebben de voortgangsnota over 2022 van de MRA besproken, en daarmee hun instemming betuigd met twee opmerkingen. Om volgend jaar ook te vermelden welke dossiers van de MRA niet gehaald zijn, of doelen niet gehaald zijn. En een afkortingslijst. Dus al met al was men heel tevreden over de voortgang van de MRA. De voortgangsrapportage MRA. Maar in de notulen van de vergadering, die zijn via de griffie aan u toegezonden, kunt u de details zien. Tevens heeft afgelopen maandag ook een gesprek tussen de raadstafelleden binnen onze regio Gooi en Vechtstreek plaatsgevonden. Daarin is afgesproken dat men meer proactief wil opereren naar de MRA toe, en om hiermee te beginnen, zal de griffie van Hilversum gevraagd worden de agenda's van de regio en die van de MRA naast elkaar te leggen en zullen de leden van de raadstafel één keer per maand bij elkaar komen. Ook dat zij de wethouder, de bestuurders, daarin beter kunnen informeren. Dit was even een tussentijdse informatie.

Kan ik iemand anders nog het woord geven over een mededeling? De burgemeester? Mijnheer Mol. De heer Mol: Voorzitter, dank. Ik vind het toch nog wel leuk om even … En het kan ook een beetje bij het agendapunt regiobestuur, maar ik kan het ook meteen doen. Is dat wij … Wij is ook uw persoon. Op maandag 13 maart hebben deelgenomen aan het regiopodium over de regionale samenwerkingsagenda. Daar was mevrouw Berghorst ook bij. Juffermans, de heer De Jong was er ook bij. Dus mooie delegatie vanuit Laren. Waarbij wij dus met veel raadsleden en wethouders uit de hele regio kennis hebben genomen van de aard en omvang van de nieuwe regionale samenwerkingsagenda, die binnenkort ook uw kant op komt. Die agenda is heel anders dan dat wij gewend waren. Normaal was het altijd zo dat het regiobestuur aan het begin van de nieuwe raadsperiode ook eventjes een stuk maakten en uitlegden aan de gemeenteraden wat goed voor hen was. En nu maken we eigenlijk bijna letterlijk een agenda waarmee we samen met de raden via zienswijze hebben opgehad, wat vinden wij belangrijke thema's met elkaar om gezamenlijke visie en ook gezamenlijke acties op te benoemen? En wij dus de komende vier jaar een soort route krijgen waarbij wij op acht thema's met elkaar het gesprek aangaan.

Waarbij er eigenlijk vier echt concrete besluitvormingstrajecten zijn, waar ook echt een standpunt van raden wordt gevraagd voor een bepaald document. En de vier thema's die eigenlijk gedestilleerd zijn uit de zienswijzen van de gemeenteraden. Dus het is ook echt een werkagenda voor de komende vier jaren, waarmee de raden zelf de visie voor de regio gaan maken. Dat vraagt ook … We moeten met zijn allen beetje soepel in de heupen zijn in dat traject. Het is anders dan anders. Dus ook een beetje out of the box denken, en ook een beetje experimenteren. Maar het landde eigenlijk heel goed bij dat regiopodium, had ik het gevoel. Ik weet niet wat uw gevoel was. Dus we zien erg uit naar de raadsbehandelingen overal.

Pagina 13 van 19

De voorzitter: Nou, inderdaad. Ik was daar ook bij aanwezig. En de reacties, de boards die werden opgehangen van: geeft u nou eens aan welke onderwerpen u binnen deze acht onderwerpen nader besproken zouden worden. Het zat vol, men had heel veel ideeën, er waren ook veel mensen. Dus ja, fijn dat u deze weg ingezet bent om iets eerder die raden te betrekken bij de agenda, andere podia die nog komen. Ik denk dat wij daar als raad heel blij mee zijn. Dank u wel, burgemeester Mol. Dan vraag ik aan wethouder De Groot, heeft u ook nog een mededeling te doen? Nee. Andere leden van de commissie? Ik kijk even links, ik kijk even rechts. Nee. 5.

Stand van zaken Regiobestuur / terugkoppeling Regio G&V De voorzitter: Nou, dan ga ik graag over naar agendapunt 4, 5, pardon, is veranderd. Agendapunt 5, stand van zaken Regiobestuur en terugkoppeling Regio Gooi en Vechtstreek. Wederom denk ik dat ik het woord geef aan de heer Mol, als lid van het algemeen bestuur van de regio. Mijnheer Mol. De heer Mol: Ik heb verder geen … Ik heb eigenlijk mijn terugkoppeling zojuist al gegeven. De voorzitter: Ja, dat dacht ik ook. Dan ben ik ook zo vrij om te vragen aan de heer De Groot, die in het algemeen bestuur van de MRA zit, misschien heeft u ook nog iets aan ons mee te geven vanuit uw positie daar? De heer De Groot: Nou ja, morgen is die vergadering. Dus ja, dat is wat lastig. Wat ik wel kan meegeven is dat ik een stuk al gezien heb, een positieve reactie op de vragen van de raadtafel, dus dat geeft moed voor de toekomst. We zien bij de stukken morgen nog een verdieping van de processtappen. Dus materieel nog niet dat er al plannen worden opgetuigd of doelstellingen worden gesteld, maar wel hoe de raden betrokken worden bijvoorbeeld in het proces van de MRA. Daar staat een heel mooi en interessant stuk over, wat ik persoonlijk erg interessant vind, en aanbevelenswaardig om dat tot u te nemen. Ik weet niet of ze nu al openbaar zijn, maar er zal ongetwijfeld een informatiebrief over komen.

Dus dan kunnen we daar misschien bij andere gelegenheden nog eens over hebben. De voorzitter: Nou, ik vind het heel fijn dat u dit wilde toelichten. En inderdaad, de agenda van morgen, dat is misschien te laat dat wij daar zelf ook nog iets op kunnen toevoegen, omdat we dat niet hebben gelezen. Maar ik vind het wel goed teken om dat voor een volgende keer eerder te kunnen bespreken. Laat ik het zo zeggen. MRA is meer belangrijk dan we tot nu toe eigenlijk wel eens besproken hebben. De heer De Groot: Maar hoe verwacht u dat … Wat de raad bespreekt is aan de raad, dus ... De voorzitter: Mijnheer Koldenhof. De heer Koldenhof: Mag ik even reageren … De voorzitter: U mag zeker reageren want daar vraag ik ook om. De heer Koldenhof: Volgens mij, als u morgen een vergadering heeft, dan hebben wij volgens mij eerder een keer hier besproken, of anders moeten we daar misschien nog eens een keer verder over spreken, dat u dan bij de commissie dan … Ik ga het morgen daarover hebben. Heeft u dan nog iets mee te delen? Want wij kennen de agenda niet. Dus dan zou u eigenlijk aan ons moeten vertellen: dit is de agenda en ik ben van plan dit en dat te gaan zeggen. Wat vindt u daarvan? Of heeft u nog meer opmerkingen om mee te geven? Dat zou

Pagina 14 van 19

denk ik een mooie manier zijn om de raad erbij te betrekken. Want wij weten niet wat we niet weten, om het maar zo te zeggen. De voorzitter: Mijnheer Koldenhof, dank u wel. Ik zie mijnheer De Groot, wilt u daarop antwoorden? De heer De Groot: Ik vind het ingewikkeld, want ik ga niet over de publicatie van de stukken. Die stukken worden op een bepaalde manier gepubliceerd. Ik weet niet of die toegankelijk zijn voor iedereen. Weet u dat, griffier? Ze zijn van tevoren te lezen door iedereen. De agenda is door iedereen te zien, met de bijbehorende stukken. Dus kan iedereen ook mij voeden met opmerkingen. Ik heb op dit moment, omdat het voornamelijk ook processtukken zijn en volgens mij een uitstekende rol geven aan de raad, weinig inhoudelijke punten om te zeggen van: ik ben het met de voorstellen oneens. Ik zal op zijn hoogst vragen om snel te beginnen met een aantal concretiseringen als het gaat over de doelstellingen, en het inrichten van de zogenaamde triphelix als het gaat over de economische activiteiten binnen de regio. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat het inderdaad een zoeken is naar de weg van hoe we elkaar interactief kunnen bevragen. Mag ik het zo kortsluiten? Dat we allebei vanuit de raad en vanuit de bestuurders elkaar misschien beter kunnen informeren, dat we daar een weg in kunnen gaan zoeken. Kijk om me heen. Mijnheer Van der Pols, u wilde graag reageren? Oh.

Dank u wel, mijnheer Van der Pols. Dan stand van zaken Regio en MRA, bij dezen genoeg? 6.

Concept Woondeal MRA De voorzitter: Dan ga ik graag over naar agendapunt 6. En dat is de Woondeal MRA. Er stond in de agenda: concept Woondeal MRA. Maar het heugelijke feit is dat op 15 maart onze wethouder Jan Van Midden, in plaats van Frits Westerkamp, de Woondeal heeft ondertekend. Ik denk dat ik het toch wel even aan het college het woord geef, om ons daar misschien nader over te informeren. De heer De Groot: Ik ben nu zelf ook in verwarring. Omdat volgens mij was het de bedoeling van deze commissie om u allen met elkaar over dit soort onderwerpen te praten, en te commentariëren of te bespreken. Ik weet ook niet waarom dit op de agenda staat. Het is ook beslist niet mijn onderwerp. Nou vind ik het niet erg om af en toe eens een onderwerp van iemand anders te nemen. U herinnert zich vast nog wel het P-woord onlangs. Maar de Woondeal an sich, vind ik, daar kunnen wat van vinden. Er staan aantallen bij waarvan wij geacht worden om die te realiseren waarvan ik vind dat die realiseerbaar zijn. Het college vindt dat, en dat de juiste accenten daarbij gekozen zijn. Maar u kunt daar heel wat anders voor vinden. De voorzitter: Ik kijk de leden van de commissie aan of zij, zeker wat Laren betreft, daar nog een vraag over heeft? Ik zie nu de heer Van der Pols reageren. Mijnheer Van der Pols, ik geef u het woord.

De heer Van der Pols: Ik geloof dat ik het al eens eerder gezegd heb hoor. Misschien niet in dit verband. Maar inspraak zonder inzicht is uitspraak zonder uitzicht. Als je niet weet waar je het over moet hebben, als je niet weet waar heeft het college voor gekozen en wat wil het college ook graag verdedigen in de raad, dan moeten we dat natuurlijk van tevoren wel aangereikt krijgen. Bedoel, zo simpel lijkt het mij toch. De voorzitter: De Woondeal is wel een bekend stuk. Het is inderdaad misschien … De vraag van wat het voor Laren inhoudt. Misschien is dat uw vraag, mag ik die vraag verhelderen? Wat houdt het voor Laren in, de Woondeal MRA, de Woondeal Regio. Mag ik het zo vragen?

Pagina 15 van 19

De heer Mol: Ik denk dat hier iets misgaat. Want de wethouder Van Midden heeft de Woondeal ondertekend bij afwezigheid van wethouder Westerkamp. Die zit er ook helemaal in en ik denk dat de commissie het heel erg op prijs had gesteld als hij iets hier zou verteld hebben. Wat is op hoofdlijnen de Woondeal MRA en wat betekent dat voor ons, en waar committeren we ons aan? Maar dat hadden we in de voorbereiding moeten doen, want hij is er niet. En dat had niemand scherp op netvlies, wat we zouden bespreken vanavond. Dus ik denk dat volgende keer in de voorbereiding van deze commissie even scherp met elkaar moeten bespreken: wat wordt er verwacht en wie moeten daarvoor aan tafel zitten? Ik denk dat dat we dan met elkaar moeten vaststellen: daar is iets niet goed gegaan. Want ik vind het ook gewoon … Er ligt gewoon hier een grote kennisvraag, waar we elkaar op moeten kunnen bijpraten. Dus dan hadden we dat goed moeten doen. Ik zou ook die wenk dan aan de griffier en de voorzitter willen meegeven, dat inderdaad jullie het college even van tevoren bij elkaar kruipen: oké, wat moeten gebeuren om vanavond iedereen goed bij te kunnen praten. De voorzitter: Ja, dat is zeker. Dat nemen wij mee. Wij zijn daar inderdaad … Tenminste, voorzitter is ervan uitgegaan dat dat bekend was, maar inderdaad dit zijn de dingen die gewoon scherper gesteld moeten worden. Pardon. Mijnheer Van der Pols.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12653062/1