20221211CVSb22 01194 Groenbeleidsplan BIJLAGE concept groenplan
Tekst van het document
Inwoners hebben de mogelijkheid om bij te dragen aan het beheer van de groene leefomgeving. Zoals het onderhouden van een plantvak of boomspiegel in de eigen straat. Groenvakken met zelfbeheer maken we met een markering herkenbaar. Daarmee wordt de plek overgeslagen door de groenbeheerder en/of buitendienst. Het zelfbeheer gebeurt altijd binnen de kaders van de gemeentelijke spelregels. Daarmee kunnen we grip houden op de (blijvende) kwaliteit en veiligheid
Kennis over groen delen op scholen We willen dat onze jeugd oog heeft voor de groene leefomgeving. Dat kan alleen als hierin onderwijs wordt gegeven. Uitleg over de waarde van groen dus, wat raakt aan alle (beleids)thema’s die in dit Groenbeleidsplan naar voren komen. En dan zo praktisch mogelijk, denk aan het planten van een boom tijdens de nationale boomfeestdag. De gemeente beperkt zich hierin tot faciliterende rol. Verder wordt een beroep gedaan aan lokale (groene) initiatieven om hieraan actief invulling te geven.
26
Samenvatting
1. Inleiding
2. Groenvisie
3. Groenstructuur
4. Groenbeleid
5. Financiën
Operatie Steenbreek
Een voorbeeld van een groen initiatief dat inmiddels landelijk bekend is betreft Operatie Steenbreek. Deze stichting voert concreet actie tegen de trend van het verharden/bestraten van particuliere tuinen. Dit vanwege de negatieve effecten van de verstening op onder andere de stedelijke natuur, met een afname aan biodiversiteit als gevolg. Inmiddels is Operatie Steenbreek een begrip geworden. Ze stimuleert bewoners, (lokale) overheden en waterschappen om meer ruimte te maken voor groen. Omdat groen goed is voor de natuur, een gezonde en veilige leefomgeving en mensen met elkaar verbindt. Daarom: steen eruit, plant erin!
Besluitvorming (samengevat) • • • • • 27
Het ambitieniveau voor het beleidsthema ‘Participatie en zelfbeheer in het groen’ is 3 (op een schaal van 1 t/m 5). We benutten de ruimte die de Omgevingswet biedt voor (bewoners) participatie. Dit stelt bewoners in staat om daadwerkelijk invloed uit te oefenen op de eigen leefomgeving We stimuleren participatie en zelfbeheer om de betrokkenheid van bewoners met de groene leefomgeving te vergroten. De gemeente faciliteert hierin. We betrekken bewoners actief bij ruimtelijke opgaven binnen het ‘overig groen’ door input op te halen en/of keuzemogelijkheden voor te leggen. Het delen van kennis over groen verdient aandacht, als gemeente willen we hiervoor een beroep doen op lokale (groene) initiatieven.
Samenvatting
1. Inleiding
2. Groenvisie
5. Financiën
Binnen voorliggend Groenbeleidsplan
Reeds uitgevoerd binnen het proces totstandkoming Groenbeleidsplan. Of hiertoe een belangrijke aanzet gegeven. De uitkomsten hiervan zijn te benutten in de komende jaren.
Geen, reeds gedekt binnen kosten voor ontwikkeling van Groenbeleidsplan.
Regulier takenpakket (Groen)
Onderdeel van bestaand takenpakket of hierin te implementeren. Binnen bestaande bezetting zonder verlies van andere (reeds bestaande) taken.
Geen, de maatregelen worden uitgevoerd binnen de bestaande formatie van de gemeentelijke organisatie (domein Groen).
allemaal even belangrijk te maken, zijn we in staat de kosten hiervoor over de komende jaren te spreiden. 5.1
KOSTENIMPACT MAATREGELEN/PROJECTEN
Voor elk van de maatregelen is dit Groenbeleidsplan is gekeken naar de mate waarin dit: • Binnen het voorliggende plan al invulling krijgt; • Onderdeel uitmaakt van het normale takenpakket binnen domein Groen; • Onderdeel uitmaakt van het normale takenpakket, maar waarbij ook de samenwerking met andere onderdelen in de buitenruimte nodig is; • Enkel een toename van éénmalig of structureel budget vergt, zonder dat hiervoor een project(organisatie) op te zetten is. In de volgende tabel is de impact hiervan op uitvoering en kosten kort benoemd. Valt een maatregel hierbuiten, dan betreft het (mogelijk) een project. Voor een project geldt daarmee dat: • Er extra mankracht (eventueel door inhuur) nodig is en/of • Er aanvullend kosten worden gemaakt om hier invulling aan te geven. Dit kan gaan over de invulling van de projectorganisatie, de voorbereiding, uitvoering, begeleiding en toezicht op de uitvoering/voortgang.
28
5. Financiën
Impact op kosten
kosten. Dit gaat zowel over structurele kosten voor het uitvoeren van opvolging geven aan verschillende projecten. Door projecten niet
4. Groenbeleid
Invulling maatregel Impact op uitvoering
In dit hoofdstuk wordt een vertaling gemaakt van ambities naar het groenbeheer- en onderhoud als om eenmalige kosten voor het
3. Groenstructuur
Regulier takenpakket, Gelijk aan regulier takenpakket, integrale aanpak nodig enkel met expliciet aandacht voor de wederkerigheid vanuit verschillende disciplines/ domeinen die hiervoor vereist is.
Geen, de maatregelen worden uitgevoerd binnen de bestaande formatie van de gemeentelijke organisatie (domein Groen).
Middels extra te verkrijgen budget
Gelijk aan geraamde kosten ofwel hiervoor beschikbaar gesteld budget. Kan zowel een éénmalig (herstelwerk) als structureel (planmatig vervangen) karakter hebben.
Taken die nu geen invulling krijgen omwille van tekort aan budget. De uitvoering van de taak (zijnde regierol gemeente) is binnen de bestaande formatie in te vullen.
P6
€€
P7
Samenvatting€
P8
€€
Beheerarealen op orde maken en houden
●
P9
€
Ontwikkelen proces voor overdracht van beheerarealen
●
P10
€€
Optimaliseren afstemmingsproces groenaannemer en buitendienst
●
P11
€€
Stimuleren en aanjagen innovatie in het groenbeheer
●
Kansen voor behoud van boomstructuren blijvend inzichtelijk maken
1. spelregels Inleiding omtrent bomen 2. en Groenvisie 3. Groenstructuur Opstellen gebruik zonnepanelen
●
●
●
●
4. Groenbeleid ● ●
5. Financiën
Urgentieniveau (indicatie): Gemiddeld Laag
Groen voor beleving
Groen voor natuur en biodiversiteit
Groen voor een gezonde leefomgeving
Toekomstbestendig groenbeheer
Effect binnen beleidsdoelen: ● Geeft primair invulling aan beleidsdoel ● Sorteert ook effect binnen ander beleidsdoel
P1
€€
Pleksgewijs voorstellen maken om het groen te versterken
●
●
●
●
P2
€€€
Vergroten bereikbaarheid en daarmee beleefbaarheid van groen
●
P3
€€€
Versterken van beeldbepalend particulier groen
●
P4
€
Ontwikkelen en toepassen beleid omtrent groeiplaatsen invasieve soorten
P5
€€
Inzichtelijk maken kansen voor een klimaatadaptieve inrichting
P6
€€
Kansen voor behoud van boomstructuren blijvend inzichtelijk maken
P7
€
Opstellen spelregels omtrent bomen en gebruik zonnepanelen
P8
€€
Beheerarealen op orde maken en houden
●
P9
€
Ontwikkelen proces voor overdracht van beheerarealen
●
P10
€€
Optimaliseren afstemmingsproces groenaannemer en buitendienst
●
P11
€€
Stimuleren en aanjagen innovatie in het groenbeheer
●
Nr.
Urgentie
minder dan €10.000,meer dan €10.000,- en minder dan €25.000,meer dan €25.000,- (sterk projectafhankelijk)
Kosten
Urgentieniveau (indicatie):
Projectomschrijving
29
Beleidsdoelen:
Kostenindicatie: € €€ €€€
●
●
●
● ●
●
●
Participatie en zelfbeheer in het groen
Uitvoering binnen 1 jaar na vaststelling Groenbeleidsplan Uitvoering binnen 2-3 jaar na vaststelling Groenbeleidsplan Uitvoering binnen 3-5 jaar na vaststelling Groenbeleidsplan
Hoog
●
●
●
●
Samenvatting
1. Inleiding
2. Groenvisie
Overzicht van maatregelen en projecten Op basis van dit Groenbeleidsplan is een overzicht van maatregelen en projecten opgesteld, waarvoor geldt dat: • Voor elke maatregel is bepaald hoe hieraan invulling te geven; • Elke maatregel uniek is genummerd; • Elk project van een nummering is voorzien (P1 t/m P11); • Elk van de maatregelen eerder in dit plan al benoemd zijn.
5. Financiën
Prioritering maatregelen en projecten Voor elk van de openomen projecten is een urgentieniveau bepaald, met onderscheid tussen: • Hoge urgentie met voorkeur voor uitvoering binnen het 1e jaar; • Gemiddelde urgentie met uitvoering binnen het 2e en 3e jaar; • Lage urgentie met uitvoering vanaf het 4e jaar na vaststelling van het Groenbeleidsplan. Bij het bepalen van het urgentieniveau per project is rekening gehouden met: • De actualiteit: waar lopen we in de praktijk tegenaan, wat willen we goed geborgd hebben en waar zien we concrete kansen. • Het (algemeen) belang: welke doel dienen we door invulling te geven aan de maatregel, wat draagt het bij aan de kwaliteit van het groen. • De mate van positieve impact: levert het project een positief resultaat binnen één of meerdere beleidsdoelen. • De haalbaarheid: op welke termijn zijn er concrete resultaten te behalen en wat is de hiervoor te leveren inspanning. • De kosten: wat zijn de verwachte kosten om invulling te geven aan het project en is voldoende spreiding van kosten over de komende jaren mogelijk.
Projecten en raakvlak andere beleidsthema’s De tabel hiernaast geeft een overzicht van alleen de projecten weer. Per project is met een donkergroene kleur aangeven aan welk beleidsdoel in eerste instantie invulling krijgt. Ook toont de tabel een verwacht positief (bij)effect binnen één of meerdere andere beleidsdoelen. De mate van positieve impact van een project is mede bepalend voor het belang (en daarmee de urgentie) ervan.
Voor elke maatregel die niet als afzonderlijk project is opgenomen is het streven dat dit binnen 12 maanden onderdeel is geworden van het normale takenpakket binnen domein Groen. Dit kan alleen wanneer hiervoor voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. Het beoordelen van bestaande budgetten valt buiten de scope van dit beleidsplan.
KOSTENINDICATIE PROJECTEN
De kosten voor de verschillende projecten is enkel indicatief opgenomen en toont hoe de kosten per project zich onderling ongeveer verhouden. Wanneer het initiatief wordt genomen om een project verder op te pakken, volgt op dat moment een verder specificatie hiervan met kostenonderbouwing. Dit met als doel de benodigde financiële middelen hiervoor te verkrijgen. Voor de kostenduiding hanteren we de volgende indeling: € projectkosten minder dan €10.000,€€ projectkosten meer dan €10.000,- en minder dan €25.000,€€€ projectkosten meer dan €25.000,- (is sterk projectafhankelijk) Eventuele vervolgprojecten Het invulling geven aan projecten is veelal op basis van éénmalig hiervoor te verkrijgen budget. Daarbij is niet meegenomen dat uit een project een vervolgproject kan ontstaan. Een voorbeeld: wanneer een project bestaat uit het inventariseren van kansen om het bestaande
4. Groenbeleid
groen te versterken (P1), dan wordt het projectbudget benut voor de inventarisatie van kansen (onderzoek, analyse, voorkeur ontwikkelrichting). Het verder uitwerken en realiseren van een kans betreft een apart project met een hiervoor apart te verkrijgen projectbudget.
Uit de tabel blijken ook enkele bijzonderheden: • Enkele voorgestelde maatregelen zijn al actueel beleid. Dit gaat dan niet zozeer over de groeninrichting, maar kan wel gaan over de manier waarop we werkzaamheden in het groen uitvoeren. Denk aan de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, circulair inkopen en het ‘werk met werk maken’. • Sommige maatregelen zijn pas uit te voeren adat een project is afgerond. De maatregel ‘werken met beheerarealen die op orde zijn’ vergt dat we eerst de digitale registratie van beheerarealen op orde maken. Dit laatste is als een apart project uit te voeren.
5.2
3. Groenstructuur
Laaghangend fruit eerst Voor zowel de projecten als de maatregelen is het uitgangspunt om het ‘laaghangend fruit’ als eerste te uit te voeren. Dat zijn maatregelen die (veel) positieve impact hebben en relatief weinig kosten (in euro’s, te leveren inspanning). Uit het figuur op de volgende pagina blijkt welke projecten hiervoor in aanmerking komen.
30
Samenvatting
1. Inleiding
2. Groenvisie
3. Groenstructuur
4. Groenbeleid
5. Financiën
De financiën samengevat: • • • • 31
We maken onderscheid tussen maatregelen en projecten. De uitvoering van maatregelen is binnen het reguliere takenpakket van domein Groen te borgen. Het uitvoeren van projecten gebeurt uitsluitend na het verkrijgen van voldoende toereikend projectbudget. Dit beleidsplan geeft hiervoor enkel een grove kostenindicatie. De urgentie van uitvoering van projecten bepalen we (mede) op basis van de mate van positieve impact binnen de verschillende beleidsdoelen. Tot slot is het streven om ‘laaghangend fruit’ (dus relatief weinig inspanning/ kosten en veel positief effect) zo snel als mogelijk te verzilveren.
Bijlagen
OVERZICHT BIJLAGEN
Externe bronnen (waarnaar verwezen vanuit rapportage) • • • • • • • • •
Bestaande beleidskaders Toezicht en betrokkenheid tijdens ontwikkelproces Enquête onder bewoners Wet- en regelgeving Verkoop van openbaar groen Biodiversiteit Ecosysteemdiensten Klimaatbufferend effect Overzicht van maatregelen en projecten
• • • • • • • • • • •
33
Het_Zzzoemmmt_convenant_BEL.pdf (imkersgooieneemland.nl) Omgevingsvisie gemeente - Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) idverde Advies - Het groene architecten- en ingenieursbureau Home - Laren Regenklaar Welkom - Buurtschap Crailo Natuurnetwerk Nederland (NNN) - Provincie Noord-Holland APV - Gemeente Laren Insecten-op-inheemse-en-uitheemse-boomsoorten.pdf (dendrologie.nl) 460540 (wur.nl) Klimaatstresstest | Water en klimaat | Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Handboek Bomen - Norminstituut Bomen
BELEIDSKADERS
Bij de ontwikkeling van dit Groenbeleidsplan is gewerkt binnen de gegeven kaders van al vastgestelde (beleids)plannen en plannen die nog in ontwikkeling zijn. Dit alles om de eenduidigheid te bewaken tussen de verschillende plannen en de doorvertaling ervan naar concrete maatregelen voor de leefomgeving.
Plannen Laren (mede kader voor Groenbeleidsplan 2022)
Vastgesteld
Groenbeleidsplan (vervalt bij het vaststellen van het Groenbeleidsplan Laren 2022).
1998
Visiedocument ‘Groene Vingers’ Laren
2010
Groenbeheerplan
2010
Beleidsplan kapaanvragen
2021
Laren Regenklaar
Lopend project
Crailo
Lopend project
Project Groene Schakel / Bestemmingsplan natuurgebieden
In ontwikkeling
Brinkplan
In ontwikkeling
Speelplan
In ontwikkeling
34
TOEZICHT EN BETROKKENHEID ONTWIKKELPROCES
Stuurgroep Projectleider adviesbureau: Hans Luiten Wethouder Laren: Ton Stam (na de verkiezingen maart 2022: Jan van Midden) Wethouder Blaricum: Maria Klingenberg (na de verkiezingen maart 2022: Frans Cornelis) Projectleider (ambtelijk): Rena Heilema Projectgroep Projectleider adviesbureau: Hans Luiten Projectleider (ambtelijk): Rena Heilema Communicatieadviseur: Kirsten Horst Medewerker Groen: Olaf de Schouwer Adviesgroep Afhankelijk van de adviesvraag is selectief gebruik gemaakt van bij de gemeente intern aanwezig expertise, waaronder een jurist, medewerker Omgevingsvisie, contractmanager IBOR-taken (beheertaken openbare ruimte).
35
Epudam inONDER ENQUÊTE re modiBEWONERS
Het uitvoeren van een enquête is een bewezen effectieve methode om op effectieve manier veel input op te halen van inwoners. In de praktijk resulteert in een betrokkenheid van een grote diversiteit aan inwoners en achtergronden. Dat versterkt de uitkomsten van de enquête en helpt in een later stadium mogelijk bij het verkrijgen van draagvlak voor voorgestelde maatregelen. De uitkomsten van de enquête zijn niet statistisch betrouwbaar, wat vooraf duidelijk is afgestemd. Responses Laren In totaal hebben 61 participanten de vragenlijst voor het groenplan van Laren ingevuld. Veruit de meeste reacties zijn gegeven door bewoners van de gemeente. Ook heeft één raadslid de vragenlijst ingevuld en twee personen vanuit een natuur-/belangenorganisatie. De meeste respondenten vallen in de leeftijdsgroep 51 t/m 65 jaar (43,55%), gevolgd door de leeftijdsgroep 66 jaar of ouder (33,87%). In de leeftijdsgroepen onder de 31 jaar heeft niemand de vragenlijst ingevuld. De meeste respondenten wonen in de wijken Laren centrum (25,81%), Zevenend (25,81%),gevolgd door de wijk Omloop (11,3%). Resultaten enquête In algemene zin kan gesteld worden dat de respondenten erg betrokken zijn bij de groene leefomgeving. Groen, samen met water, worden beschouwd als cruciale onderdelen voor een toekomstbestendige leefomgeving. Gemiddeld genomen is op onderdelen meer onderhoud gewenst.
Tegelijkertijd mag er ook ruimte zijn voor het stimuleren van de biodiversiteit in de gemeente. Ook als dit betekent dat het groen er op plekken anders uit gaat zien, als dit maar niet al teveel opvalt. Er is draagvlak voor het aanplanten van meer bomen om zo bij te dragen aan het met elkaar verbinden van groengebieden (of de bestaande verbinding te versterken). Met een uitdrukkelijke voorkeur voor bomen die geen overlast opleveren door bijv. vruchtval, luisgevoeligheid, e.d. Ook het ophangen van nestkasten voor vogels kan rekenen op support van inwoners. De resultaten van deze enquête zijn per gemeente vastgelegd in een bondig verslag, welke op verzoek beschikbaar wordt gesteld.
36
WET- EN REGELGEVING
Omgevingswet + Omgevingsvisie In de nieuwe Omgevingswet (2021) worden 26 bestaande wetten gebundeld voor onder meer bouwen, milieu, water en ruimtelijke ordening. Ook de Wet natuurbescherming zal opgaan in de Omgevingswet. Vanuit de Omgevingswet gaat de gemeente een omgevingsvisie opstellen. In de omgevingsvisie legt de gemeente, samen met inwoners, bedrijven, e.d. ambities en doelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. We wegen alle wensen integraal af. We bepalen hoeveel we van alles willen en wat de beste plek daarvoor is. Met dit groenplan in de hand kunnen we goed onderbouwd aangeven waar het groen van groot belang is en waar wat minder. Zo kan het goed worden meegenomen in die integrale afweging De inhoud van dit groenbeleidsplan zal als input dienen voor de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Vanuit het project Omgevingswet wordt ook een nieuwe contour voor de bebouwde kom vastgesteld die alle bestaande contouren, waaronder de huidige groencontour, gaat vervangen. Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt drie wetten, namelijk de Natuurbeschermingswet, de Boswet en de Flora- en faunawet.
37
Epudam in re(GROENE) BESTAANDE modi INITIATIEVEN
Gedurende het proces van ontwikkelen van het Groenbeleidsplan is op verschillende manieren de betrokkenheid van vooraf geïnventariseerde stakeholders geborgd geweest. Binnen de gemeente Laren betreft dit: • Stichting oude landbouwgewassen Laren (SOL) • Imkervereniging V.B.B.N. Laren-Blaricum En vanuit de gemeente Blaricum: • Klankbordgroep Groencommissie Blaricum (inwoners) • Agrarische stichting Blaricum • Stichting Heemtuin Blaricum • Imkervereniging Blaricum In gecombineerde digitale werksessies is op een tweetal momenten kennis genomen van de gemaakte uitwerkingen en zijn op onderdelen suggesties voor verbetering aangereikt en is hierover met elkaar de dialoog gevoerd. De aangedragen suggesties zijn door de projectgroep afzonderlijk beoordeeld. Daar waar dit haalbaar is gebleken is het Groenbeleidsplan daarop aangepast. Een geoogde eindversie van dit plan is verstuurd naar alle betrokken stakeholders, waaronder ook naar: • Goois natuurreservaat • Staatsbosbeheer • IVN Laatstgenoemde partijen hebben gedurende het opstellen van dit Groenbeleidsplan aangegeven hieraan niet actief deel te nemen. Wel is er behoefte geweest tot het meelezen met de beoogde eindversie, om daar waar nodig en haalbaar hierop feedback te leveren.
38
VERKOOP VAN OPENBAAR GROEN
Toets verkoop openbaar groen Als een inwoner een aanvraag doet om openbaar groen te mogen aankopen kijken we of het algemeen belang daarmee geschaad wordt, dus blijft de openbare ruimte • veilig (verkeer, sociaal); • bruikbaar (toegankelijk, speelruimte, parkeergelegenheid etc.); • aangenaam (uitstraling); • beheerbaarheid (geen ‘enclaves’, ‘versnippering’ en ‘rafelranden’).
--> Geen of beperkte verkoop als dit het groenbeheer onevenredig zou bemoeilijken Het beheer van het groen moet efficiënt en (kosten)effectief uitgevoerd worden, op dezelfde manier als dat ook elders in de gemeente gebeurt. De uitgifte van grond mag niet leiden tot onbereikbaar openbaar groen. De toegankelijkheid voor gespecialiseerd materieel moet mogelijk blijven. Daarnaast is het voor een efficiënt beheer noodzakelijk dat werkzaamheden zoveel mogelijk aaneengesloten uitgevoerd worden. Versnippering van groen door uitgifte van tussenliggende percelen is niet wenselijk.
blijft er voldoende ruimte voor • klimaatadaptatie; • kabels en leidingen (bereikbaarheid huidige kabels en leidingen, ruimte voor verzwaren netwerk, stadsverwarming e.d.).
--> Beperkte verkoop langs kopgevels Kopgevels waar andere woningen op uitkijken, moeten een groene aankleding hebben. Een groenstrook van minimaal 2 meter wordt daarom niet uitgegeven.
beschermen we wat belangrijk is • (historische) structuren; • Natuur / biodiversiteit. Uitgangspunten: --> Geen verkoop aan de voorzijde langs wegen en paden Het benodigde ruimtebeslag voor kabels en leidingen neemt in de toekomst alleen maar toe. Denk aan energietransitie, warmtenet, warmte-koude opslag. Het is ongewenst dat deze kabels en leidingen op privéterrein liggen. Ze zijn dan niet of moeilijker bereikbaarheid bij onderhoud en calamiteiten en kwetsbaarder (graven en bouwen). Ook op locaties waar in de toekomst ontwikkelingen gaan plaatsvinden en waarvoor mogelijk gemeentegrond nodig is wordt geen grond uitgegeven. Denk aan het opheffen van (verkeerskundige) knelpunten, extra waterberging in het groen. Hiermee wordt voorkomen dat op het moment van uitvoering onvoldoende ruimte beschikbaar is voor de ontwikkeling. --> Geen verkoop van bermen Bermen langs wegen zijn bedoeld om te kunnen parkeren, passeren, uitwijken, regenwater infiltreren. --> Geen verkoop van groen in hoofd- en nevenstructuur Groen in de hoofd- en nevengroenstructuur is, zoals elders in dit plan aangegeven, van groot 39 algemeen belang en wordt daarom niet verkocht.
--> Beperkte verkoop langs wandel- en fietspaden Het is ongewenst als wandel- en fietspaden ‘opgesloten’ worden door (groene) erfafscheidingen. Dat is sociaal onveilig. Een groenstrook van minimaal 1 meter aan weerszijden wordt daarom niet uitgegeven. --> Beperkte verkoop langs achterkanten van woningen Achterkanten van woningen moeten een eenduidige uitstraling hebben. Het zicht op een diversiteit aan erfafscheidingen (schuttingen, muurtjes, hekwerken) wordt beperkt door een groene bufferzone achter de woningen te behouden. Een groenstrook van minimaal 2 meter wordt daarom niet uitgegeven. --> Verkoop onder voorwaarden Wanneer een gedeelte van het openbaar groen voor verkoop in aanmerking komt volgens bovenstaande uitgangspunten heeft de koper onderzoeksplicht naar eventuele aanwezigheid van kabels en leidingen door middel van een Klic-aanvraag. Mochten er kabels en/of leidingen aanwezig zijn, kan de grond eventueel verkocht worden, mits de koper daarover overeenstemming heeft met de kabelbeheerder(s). Mocht koper dit verzuimen te regelen en/of vast te leggen in de akte dan is de koper verplicht ten allen tijde toe te staan dat beheer en onderhoud aan de kabels en leidingen mag worden gepleegd zonder aanspraak te kunnen maken op vergoeding.
Epudam in re modi BIODIVERSITEIT
Onder biodiversiteit verstaan we de soortenrijkdom aan planten en dieren en de genetische variatie hiertussen. Juist de genetische variatie zorgt dat soorten net andere specifieke eigenschappen hebben, aangepast aan hun eigen leefgebied. Dit draagt bij aan de overlevingskansen van de soort. Als de groeninrichting in lijn is met de bodemsoort en als de bodem van goede kwaliteit is, ontstaan evenwichtige, ecologische processen (ecosystemen) waar al deze soorten een plek hebben. Steeds vaker horen we nieuwsberichten waaruit duidelijk wordt dat de biodiversiteit wereldwijd afneemt. Soorten sterven uit door veranderingen in hun leefgebied, veelal door menselijk ingrijpen. Denk daarbij aan het weghalen van natuur, het veranderen van de inrichting, het uitputten van de bodem, etc. De afname van soortenrijkdom is een mondiaal probleem, de opgave is afname van soortenrijkdom te remmen, waar mogelijk zelfs te stoppen. Door de beperkte grootte van de percelen, een relatief hoge mate van beheer en verstoring door de nabijheid van mensen is de ecologische waarde van het groen in een wijk minder groot voor grotere diersoorten en natuurlijke processen. Met name de grotere bospercelen en ruigtes in het buitengebied bieden volop mogelijkheden voor ecologische processen met een beperkt menselijk ingrijpen.
Ook het inrichten van verbindingszones tussen verschillende groengebieden kan een bijdrage leveren aan het versterken van de biodiversiteit in een gebied.
40
Epudam in re modi ECOSYSTEEMDIENSTEN
Onder ecosysteemdiensten verstaan we de ‘diensten’ die de natuur ons levert. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen productiediensten, culturele diensten en regulerende diensten (zie afbeelding). Binnen een gezond ecosysteem is een natuurlijk evenwicht bereikt. Deze balans is eenvoudig te verstoren door menselijk ingrijpen. Denk daarbij aan het weghalen van natuur, het veranderen van de inrichting of het uitputten van de bodem. Bij (noodzakelijk) ingrijpen is het altijd de kunst om de impact (de verandering ervan op hetzelfde moment) zo laag mogelijk te houden. Dit geldt ook voor het groenbeheer. De betekenis van een boom is veel meer divers dan misschien op het eerste gezicht wordt gedacht. Dit geldt niet alleen voor bomen, maar voor al het groen, het water en de samenwerking tussen deze onderdelen. We kunnen de betekenis hiervan uitdrukken in functies en als diensten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen culturele diensten, regulerende diensten en productiediensten (zie afbeelding). Een dienst is vaak het resultaat van een natuurlijk proces dat in evenwicht is. Het geheel van planten en dieren in een gebied en hoe zij in verhouding staan tot elkaar en hun omgeving, noemen we een ecosysteem. De dienst als gevolg van een evenwichtig ecosysteem is te vertalen als een ‘ecosysteemdienst’.
Gevolgen van klimaatverandering, grondgebruik, overexploitatie en vervuiling zijn de belangrijkste factoren voor verstoring van het evenwicht binnen een ecosysteem en daarmee de afname van ecosysteemdiensten. Functies en diensten van groen (een selectie): • Gezondheid: een groene omgeving zorgt passief en actief voor de gezondheid. Zo verlaagt een groen uitzicht stress en nodigt een groene inrichting uit tot sportiviteit. • Ruimtelijk: groen zorgt voor samenhang en identiteit, dit leidt tot herkenbaarheid en mogelijkheden tot oriëntatie. • Esthetisch: groen creëert landschappen en kleed steden aan. • Cultuurhistorisch: groen benadrukt historische elementen en structuren, daarnaast hebben groenelementen individueel ook regelmatig een historische waarde. • Ecologisch: groen biedt ruimte aan flora en fauna. • Milieu: groen zuivert de lucht en draagt bij aan een aangenaam klimaat. • Economisch: groen draagt bij aan een aantrekkelijke woonomgeving, dit is terug te zien in de beduidend hogere huizenprijzen in groene woonomgevingen. • Educatief: groen biedt een massa aan belevingsmogelijkheden (recreatief, meditatief, e.d.) en informatie. 41 • Recreatief: een groene omgeving biedt ruimte aan talloze recreatieve functies, zoals spelen, vissen, wandelen, fietsen en rusten.
Epudam in re modi EFFECT KLIMAATBUFFEREND
De status en gevolgen van klimaatverandering staan mondiaal op de agenda en vergen op allerlei niveaus maatregelen om de snelheid van dit proces te vertragen en de effecten ervan te beheersen. Verandering van het klimaat leidt steeds vaker tot extremen: hogere temperaturen, langere perioden van droogte en hevige neerslag. Er zijn verschillende instanties die zich bezighouden met het onderzoek naar klimaatverandering en op basis hiervan voorspellingen geven voor de toekomst op lange termijn. Het KNMI vertaalt dit naar verschillende klimaatscenario’s, op een schaal van meest gunstig tot minst gunstig scenario. Ten aanzien van de openbare ruimte vergt de problematiek omtrent klimaatverandering een eigentijdse visie en aanpassingen aan de openbare ruimte, om deze gezond en veilig te houden. Gegeven de langere perioden van droogte is er de uitdaging om water niet zo snel mogelijk af te voeren, maar juist vast te houden en waar mogelijk lokaal te benutten. Groen en waterelementen zijn bepalende factoren voor het gezond en veilig houden van de stedelijke leefomgeving. De mate van deze positieve impact zou je ook het ‘klimaatbufferend effect’ kunnen noemen. Toepassen van wadi’s Een wadi (dat staat voor: water afvoer door infiltratie) is bedoeld om regenwater op te vangen, vast te houden en door infiltratie af te voeren.
In een ideale situatie biedt deze inrichting ook plaats aan de ontwikkeling van diverse natuurwaarden, de planten en dieren. Het maximaal benutten van deze positieve eigenschappen van groen en water vergt een duurzame en robuuste inrichting met daarop afgestemd beheer en onderhoud.
42
OVERZICHT VAN MAATREGELEN EN PROJECTEN
Legenda Gp Tp
Uitgewerkt als onderdeel van het Groenbeleidsplan of hierin expliciet opgenomen t.b.v. vaststelling ervan. Uitvoering ervan als onderdeel van bestaand takenpakket (domein Groen).
Tp + I
Uitvoering ervan als onderdeel van bestaand takenpakket (domein Groen) met aandacht voor het integrale karakter ervan. Dit vereist samenwerking tussen de verschillende domeinen.
P+€
Concrete (en af te bakenen) projecten waarvoor projectbudget benodigd is.
P1
Acties die binnen een apart project in te vullen zijn en aanvullend budget vergen.
● b
Overige toekenning Reeds bestaand beleid (wat niet direct over de groeninrichting gaat).
[2]
In 2e instantie uit te voeren, vergt eerst invulling aan ander project.
Nr. Beleidsthema 41 Groen voor beleving 4101 Vastleggen van het karakteristiek groen 4102 Pleksgewijs voorstellen maken om het groen te versterken 4103 Vergroten bereikbaarheid en daarmee beleefbaarheid van groen 4104 Versterken van beeldbepalend particulier groen 4105 Samenwerken met derden 4106 Werk maken van een schone leefomgeving
Gp ● ● ●
Toekenning Tp Tp + I ● ● ●
Gp ● ● ● ● ●
Tp
Tp + I
● ●
● ● ●
43 Groen voor een gezonde leefomgeving 4301 Inzichtelijk maken kansen voor een klimaatadaptieve inrichting 4302 Bevorderen van een integrale aanpak 4303 Kennis delen binnen de gemeentelijke organisatie 4304 Kansen voor behoud van boomstructuren blijvend inzichtelijk maken 4305 Toepassen suggestielijst van bomen met groot klimaatbufferend vermogen 4306 Groeiplaatsen bomen inrichten voor de lange termijn 4307 Opstellen spelregels omtrent bomen en gebruik zonnepanelen
Gp
Tp
44 Toekomstbestendig groenbeheer 4401 Actief betrokken zijn bij (integrale planvorming) 4402 Beheerarealen op orde maken en houden 4403 Naleven contractafspraken met derden 4404 Ontwikkelen proces voor overdracht van beheerarealen 4405 Optimaliseren afstemmingsproces groenaannemer en buitendienst 4406 Stimuleren en aanjagen innovatie in het groenbeheer 4408 Maatschappelijk verantwoord inkopen 4409 Aanhouden van financiële buffer + jaarlijkse indexatie van budget
Gp
45 Participatie en zelfbeheer in het groen 4501 Opstellen overzicht van stakeholders + beheeractiviteit 4502 Delen van kansen vanuit overige beleidsthema’s 4503 Bewoners actief raadplegen 4504 Kennis over groen delen op scholen 4505 Kennis over groen delen met bewoners 4506 Ruimte geven aan initiatieven van bewoners
Gp
Legenda Gp Tp
43
Uitgewerkt als onderdeel van het Groenbeleidsplan of hierin expliciet opgenomen t.b.v. vaststelling ervan. Uitvoering ervan als onderdeel van bestaand takenpakket (domein Groen). Uitvoering ervan als onderdeel van bestaand takenpakket (domein Groen) met aandacht voor het
P+€
P4
● ●
Tp + I ● ●
P+€ P5 P6 € P7
Tp ● [2] ● [2] ●
●
● ●
P1 P2 P3
●
42 Groen voor natuur en biodiversiteit 4201 Koppelen van natuurfunctie aan specifiek groen 4202 Versterken van bestaande groenstructuren 4203 Inzichtelijk maken van overige kansen voor biodiversiteit 4204 Ideeën en suggesties (voor de leefomgeving) en integrale benadering 4205 Toepassen suggestielijst van bomen met hoge natuurwaarde 4206 Ontwikkelen en toepassen beleid omtrent groeiplaatsen invasieve soorten
● ● ●
P+€
Tp ● ● ● ●
Tp + I
P+€ P8
● b Tp + I
P9 P10 P11 € P+€
GROENE CONTEXT
44
HOOFD- EN NEVENGROENSTRUCTUUR
45
GROENBELEIDSPLAN LAREN Toekomstbestendig behouden en ontwikkelen
46