20220928RVSb22 00965%20Gemeenschappelijke%20regeling%20Gemeentebelastingen%20Huizen-Blaricum-Laren%202023 docx
Tekst van het document
BESLISVOORSTEL RAAD LAREN Besluitvormend orgaan 2022/ b22.00965 Gemeentecode Laren
Onderwerp
Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Huizen-Blaricum-Laren 2023 Portefeuillehouder Midden, J.G. van Openbaar Ja
Korte inhoud
Het treffen van een gemeenschappelijke regeling tussen de gemeente Huizen en de
gemeente Laren (en ook Blaricum) voor samenwerking op het gebied van heffing en invordering van gemeentelijke belastingen en de uitvoering van de Wet waardering
onroerende zaken. De gemeente Huizen gaat de belastingtaken van de gemeente Laren (en Blaricum) uitvoeren. De uitvoering van deze taken vindt plaats binnen de juridische
constructie van een centrumregeling waarbij de gemeente Huizen de centrumgemeente is en gemeente Laren en de gemeente Blaricum de gastgemeenten zijn. De raad moet hier toestemming voor verlenen. Besluiten
1. Geen zienswijze in te dienen inzake het voorgelegde ontwerp van de Gemeenschappelijke Regeling;
2. Toestemming te verlenen aan het college voor het treffen van de regeling. Aanleiding voorstel
In een eerder stadium is door het college het voorgenomen principebesluit genomen om de belastingtaken per 1 januari 2023 uit de BEL Combinatie te halen en over te dragen aan de gemeente Huizen. Uw raad heeft in de vergadering van 27 oktober 2021 aangegeven achter het voorgenomen besluit van het college te staan om de
Pagina 1 van 5
belastingtaken aan Huizen uit te besteden via een zogenaamde centrumgemeenteconstructie.
Ter uitwerking van de eerder besproken plannen tot samenwerking op belastinggebied is de afgelopen maanden een aantal producten voorbereid, waarvan thans de ontwerp
gemeenschappelijke regeling aan u wordt voorgelegd. De centrumgemeenteconstructie
(artikel 8 lid 4 Wet gemeenschappelijke regelingen) verdient inderdaad de voorkeur voor de vormgeving van de samenwerking. Doel
Mogelijk maken om een centrumgemeenteconstructie te treffen om de belastingtaken van de gemeente Laren per 1 januari 2023 door de gemeente Huizen te laten uit te voeren. Toelichting besluit (argumenten)
Zienswijzemogelijkheid en toestemming
De per 1 juli jl. ingegane wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr)
brengt mee dat uw raad een zienswijzemogelijkheid heeft ten aanzien van de ontwerp regeling. Alvorens toestemming te verlenen (in de raad van oktober a.s. ) kunt u dus
specifieke zaken en wensen meegeven die dan eventueel alsnog in de regeling zouden
moeten worden opgenomen. Bij gebreke daarvan kan u desgewenst (indien het zaken van gewicht zijn die dat besluit ook kunnen dragen) uw toestemming voor het treffen van de regeling onthouden.
Wij stellen u voor om na kennisname van de ontwerpregeling af te zien van het indienen van een zienswijze, nu de inhoudelijke keuze voor de samenwerking reeds eerder met hen besproken is, de gemeenschappelijke regeling een eenvoudige centrumregeling
betreft waarmee al jaren ervaring is opgedaan in het kader van SoZaHBEL en tussen de
colleges inmiddels is afgesproken welke effecten die samenwerking heeft op personeel en organisatie e.d.
Het juridische construct dat nu voorligt is een uitwerking van het eerder besproken
voorstel en beschrijft de wijze waarop de centrumgemeente (Huizen) de taken voor de
gastgemeenten (Blaricum en Laren) gaat uitvoeren. De uitgangspunten op basis waarvan de samenwerking wordt aangegaan zijn dezelfde als die in de eerder aan u voorgelegde voorstel.
De centrumgemeenteconstructie verdient de voorkeur
Tijdens het verkennende onderzoek is uitgebreid gekeken naar de diverse juridische
samenwerkingsvormen die geschikt zijn voor de samenwerking op het gebied van de belastingtaken. Bij de uitwerking van de juridische basis voor het uitvoeren van de
belastingtaken zijn vier uitgangspunten meegegeven: snel & eenvoudig te realiseren en Pagina 2 van 5
geen bestuurlijk en/of operationele drukte. Verder wordt er rekening mee gehouden dat de gemeente Huizen bepalend is in de uitvoering van de belastingtaak.
Ook robuustheid van de samenwerking, de toetreding van derden tot de
samenwerkingsvorm, werkgeverschap en beproefdheid van de samenwerkingsvorm spelen een rol.
De voorkeur van alle drie de colleges gaat uit naar de centrumgemeentecontsructie
(artikel 8 lid 4 Wgr). De centrumgemeente is een samenwerkingsvorm waarbij geen nieuw orgaan wordt ingesteld zoals bij de bedrijfsvoeringsorganisatie of het openbaar lichaam. Bij de centrumgemeenteconstructie wordt één gemeente aangewezen die namens de
deelnemers de bevoegdheden uitoefent; de centrumgemeente. Bij de centrumgemeenteconstructie kan alleen sprake zijn van mandatering van bevoegdheden. De
centrumgemeente voert bevoegdheden uit namens de andere deelnemers aan de
gemeenschappelijke regeling. De deelnemers komen overeen dat bevoegdheden van een bestuursorgaan van de ene gemeente worden uitgeoefend door een bestuursorgaan van de andere gemeente. Het ene gemeentebestuur mandateert dus bestuursbevoegdheden aan het andere.
De bevoegdheden van het college van Blaricum worden in dit geval door middel van
mandaat uitgeoefend door het college van Huizen. Deze constructie is een veel gebruikte samenwerkingsvorm tussen gemeenten. Toepassing van dit model biedt partijen
zekerheden, omdat geput kan worden uit landelijke ervaringen en de bepalingen van de Wgr. De publiekrechtelijke rechtsvorm verdient de voorkeur. In de nota Verbonden partijen is bepaald dat de gemeente uitsluitend participeert in privaatrechtelijke
rechtsvormen als de betreffende taak niet vanuit een publieke rechtsvorm kan worden uitgevoerd.
In de dienstverleningsovereenkomst (en de daarbij behorende Service Level Agreement),
te sluiten door de colleges van de gemeenten, wordt de regeling nader uitgewerkt. Hierin worden concrete afspraken gemaakt over de kwaliteit en kwantiteit van de uit te voeren werkzaamheden.
Route besluitvorming juridische stukken
Raad september a.s. voor (afzien) zienswijze en raad oktober voor toestemming treffen van de gemeenschappelijke regeling.
De bij de gemeenschappelijke regeling behorende dienstverleningsovereenkomst (DVO) wordt thans nog in onderling overleg aangepast aan de laatste afspraken en zal ter kennisname worden voorgelegd bij de raad van oktober a.s.
Er wordt daarnaast een harmonisatievoorstel ten aanzien van de belastingverordeningen en het beleid uitgewerkt, waarvan het de bedoeling is deze voor zienswijze aan uw raad voor te leggen bij de oktoberraad, zodat de harmonisatie verwerkt kan worden in de
belastingverordeningen die in het laatste kwartaal aan uw raad voorgelegd zullen worden ter vaststelling.
Pagina 3 van 5
Werkgeverschap
In de DVO wordt een bepaling opgenomen over het werkgeverschap.
Voor wat betreft de overgang van het personeel is sprake van opvolgend werkgeverschap aan de zijde van de centrumgemeente. Omdat een en ander inhoud dat de gemeenten een groot gedeelde van het taakveld van Heffen & Waarderen uit de BEL Combinatie
halen, is het aan het bestuur van de BEL om de personele gevolgen hiervan te regelen.
Echter de BEL-gemeenten gaan de andere constructie aan én zijn samen eigenaren van de BEL. Ten behoeve van de juridische onderbouwing van de personele transitie worden
daarom in dienstverleningsovereenkomst nadere afspraken gemaakt. Denk hierbij aan de overname van diensttijd en gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. De OR is hierbij betrokken.
Vastgesteld wettelijk- en beleidskader Wet gemeenschappelijke regelingen
Relatie BEL-gemeenten en BEL Combinatie
De regeling ligt gelijktijdig voor zienswijze voor aan gemeenteraden van Huizen en
Blaricum. Eemnes gaat voor wat betreft belastingsamenwerking naar de gemeente Baarn. Binnen de BEL Combinatie wordt er een regisseur belastingen aangesteld/aangewezen. Deze persoon heeft de regierol met betrekking tot de over te dragen taken bij de gastgemeente en is de contactpersoon voor de centrumgemeente.
Kanttekeningen Nvt.
Financiën
De kostenverdeling tussen de gemeenten wordt vastgelegd in de in artikel 7 van de regeling bedoelde dienstverleningsovereenkomst. Begrotingswijziging nodig? Nee
Uitvoering
Nadat de raad toestemming heeft verleend aan het college om de regeling te treffen,
neemt het college het daadwerkelijk besluit om de regeling aan te gaan. Tegelijkertijd wordt dan de dienstverleningsovereenkomst
aangegaan, waarin de regeling nader wordt uitgewerkt.
In de dienstverleningsovereenkomst wordt in ieder geval geregeld: a. de uit te voeren gemeentelijke belastingen;
Pagina 4 van 5
b. de specifieke taken inzake de te heffen en in te vorderen belastingen; c. de uitvoeringskaders;
d. de werkwijze, frequentie en ondersteuning van het portefeuillehouders- en regieoverleg;
e. de kwaliteitseisen waaraan de taakuitoefening door de centrumgemeente moet voldoen;
f. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de informatieplichten, bedoeld in de artikelen 8 /m 11 van deze regeling;
g. de kostenverdeling tussen de gemeenten. Deze regeling, alsmede de dienstverleningsovereenkomst bedoeld in artikel 7, en de
uitvoering van deze regeling worden 2-jaarlijks geëvalueerd. Het eerstvolgende moment vindt plaats voor 1 september 2024. De evaluaties hierna vinden 2-jaarlijks aansluitend voor 1 juli van dat betreffende jaar plaats. Communicatie
Nadat het college heeft besloten de regeling te treffen wordt deze gepubliceerd en opgenomen in het centraal register (zie almanak.overheid.nl). Bijlagen
Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Huizen-Blaricum-Laren 2023 Concept raadsbesluit Steller
S. Kist(skist). Registratiedatum 7 juli 2022
Pagina 5 van 5