20220706 transcript raad
Tekst van het document
Gevolgd, even zo uit mijn hoofd, door de autonome stijging van de BEL-kosten, CAO en indexatie en de regio. En als laatste de effecten van de meicirculaire zoals we ze nu zien. Dat is eigenlijk het complete plaatje zoals het er nu ligt. Mocht u behoefte hebben aan verdere toelichting dan ben ik altijd bereid om daar verder toelichting op te geven. Eens even kijken, ja, wat de OZB betreft, ja, de VVD heeft al geconstateerd en ik denk dat het geheugen van Larens Behoud wat opgefrist moest worden, want wij hebben volgens mij in het coalitieakkoord letterlijk staan dat we de OZB niet zullen verhogen. Wat we wel gaan doen is wat de heer Van den Berg aan refereerde is dat we gaan kijken: joh, hoe kunnen we op andere manieren extra inkomsten genereren? En dat betekent dat we gaan kijken: joh, hoe kunnen we uiteindelijk, ja, profiteren om zo maar te zeggen, van de economische activiteit en de economische welvarendheid van Laren? Nou, dat ziet u ook terugkomen in het coalitieakkoord dat we zeggen: joh, we gaan proberen met een aantal prominenten een soort economisch forum op te richten wat moet gaan nadenken over de toekomstige verdiencapaciteit binnen de gemeente. Daar willen we zo snel mogelijk mee gaan starten, liefst in september al om daar al concrete ideeën te gaan ontwikkelen.
Een idee wat we ook in het coalitieakkoord hebben staan is dat we uiteindelijk ook voor wat sportsubsidies betreft willen gaan kijken: joh, kunnen we niet een soort, ja, publiek privaat sportsubsidiefonds gaan oprichten waar uiteindelijk vandaaruit subsidies te gaan doen aan sportclubs? Zo zijn er allerlei ideeën om extra inkomsten te genereren. En daarnaast hebben we het concrete idee ook van de forensenbelasting, zoals u dat eerder hebt kunnen lezen, wat uiteindelijk ook meer inkomsten zou moeten genereren. Dus op die manier proberen wij alternatieven te zoeken naast zeg maar de traditionele instrumenten die we hebben, waaronder de OZB. Voor Pagina 29 van 38
wat betreft de plannen en de financiering van de plannen, ja, dat zal uiteindelijk terugkomen in november, dan zullen wij met de plannen komen. Dan zullen we ook de keuzes voorleggen ook vanuit financieel perspectief. En dan zullen we ook heel helder zien: nou, wat is uiteindelijk haalbaar en wat niet haalbaar is? Kijk, wat ik wel zie is dat gewoon voor de eerste komende jaren op basis van de dingen die we willen gaan doen, ja, het redelijk stabiel is maar echt spannend gaat het in de periodes daarna worden. Als we echt gaan investeren bijvoorbeeld in onderwijshuisvesting of in duurzaamheid. Wat het sociaal domein betreft wil ik nadrukkelijk zeggen dat er geen sprake is van bezuinigingen. We hebben uiteindelijk als raad in de vorige periode een aantal kostenbeheersingsmaatregelen afgesproken die uiteindelijk ook wat onrechtvaardigheden uit het systeem weghaalden. Denk bijvoorbeeld aan die inkomenstoets bij de huishoudelijke hulp, die effect sorteren. Nou, zo kan je nog meer aan andere dingen denken. Waarbij je uiteindelijk ervan uitgaat dat de middelen die je beschikbaar hebt, ja, uitsluitend terechtkomen die mensen die het ook daadwerkelijk nodig hebben. Dus in die zin wel de zwakkeren beschermen.
Wat u ook terug zult zien in het coalitieakkoord en dat is ook iets wat terug gaat komen in, nou ja, in de begrotingsdiscussie, is dat we zeggen: joh, we willen toch met de raad eens opnieuw kijken naar het sociaal domein en we willen kijken van, nou, wat is nou onze gezamenlijke visie op het sociaal domein? Wat zijn onze prioriteiten in de zin van, nou, waar zijn we als gemeente wel van en waar zijn we niet van? En wat zijn uiteindelijk de toekenningsprincipes die we daarbij willen hanteren? Maar dat is een gesprek wat we met de raad zullen gaan voeren, wat denk ik een vrij intensief gesprek zal worden maar ik denk wel nodig is om uiteindelijk te kijken waar je schaarse middelen ook het beste kan inzetten. Volgens mij heb ik dan … Oh ja, de vragen van het CDA waren wel interessant. Over de groenvoorziening en het feit dat zijn, of dat mijnheer Van den Berg, zijn perkje voor zijn huis zo goed onderhouden wordt. Ja, dat is heel goed. Ik zou trouwens voor de geïnteresseerden als u vandaag nog even langs de Coeswaerde rijdt en het 40-45 monument, vormt u zich dan even een oordeel over de kwaliteit van het onderhoud vandaag. Want de wethouder heeft vandaag hoogstpersoonlijk daar een bijdrage aan geleverd. We hebben geschoffeld, de bladeren verwijderd, de haag bij het monument geknipt. Het ziet er allemaal weer piekfijn uit.
Maar goed, alle gekheid op een stokje, een terecht punt van de heer Van den Berg. Wat ik nu begrepen heb, want daar hebben we ook met de ambtenaren overleg over gehad, dat er binnenkort een integraal groenplan komt en aan de hand daarvan gaan we deze discussie voeren: nou, wat willen we nu uiteindelijk? En moet het nou allemaal zo spik en span zijn? Kijk en het is inderdaad zo dat er misschien voor uw huis dat het er prachtig uitziet, ik moet heel eerlijk zeggen, als je dan langs de invalswegen Eemnesserweg het dorp inloopt dan zie je het onkruid langs alle dingen staan. Dus dan kun je vragen: ja, wat is nou eindelijk je visitekaartje? Het perkje voor de heer Van den Berg zijn huis of de toegangswegen tot dit dorp? Maar dat is een discussie die je wel met z’n allen … De heer Van den Berg: U pakt hem precies goed op, maar het is niet eens een perkje, het is gewoon een heel groot brinkje natuurlijk wat ik voor mijn deur heb liggen en dat is fantastisch, maar het ging mij inderdaad om de kwintessens van waar investeer je op en in welke periodes, et cetera? Dus. Maar ik ben blij te horen dat het terugkomt, wethouder. De voorzitter: Wethouder, beschouw de niet gevraagde interruptie van de heer Van den Berg dat wij het brinkje voor zijn huis maximaal mogen versoberen. Gaat u verder.
De heer Van Midden: ‘…’ dat de heer Van den Berg nog twee andere vragen onder andere over de aanleg van de glasvezel van DELTA Fiber. Ja, ik moet je heel eerlijk zeggen, ik vind het nogal rommelig uitzien, dus ik heb het ook gemeld bij de ambtenaren en we gaan ernaar kijken.
Pagina 30 van 38
De heer Van den Berg: Het punt wat ik wilde maken was inderdaad … Voorzitter, als u mij aankijkt kan ik mijn interruptie geven. De voorzitter: Het woord is aan de heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ook hiervoor gaat de wethouder dat het is een voorbeeld, de weg ‘…’ gaat open en hij gaat dicht, los van hoe het er nu uitziet, gaat dat ongetwijfeld in de komende jaren extra vuilopslag geven. Dan komen wij weer tegen hogere kosten. Dus als wij iets bedenken moeten we dat bijvoorbeeld ook wat mij betreft meenemen. En dat is niet beter weten aan de zijkant stelen, maar gewoon als extra argument binnen de soberheid denken van waar kan je dan toch nog soms elkaar scherper zijn. En ik heb ooit jaren geleden ook al genoemd en dan eindig ik mijn interruptie, voorzitter. Wij hebben prachtige mooie haagjes overal in het centrum gezet, maar dat kost natuurlijk wel veel meer tijd en geld om die allemaal keurig te houden als dat daar bij wijze van spreken een iets eenvoudigere inrichting was geweest. Dus bij, we moeten gewoon goed nadenken bij wat we doen. De voorzitter: Daar kan de wethouder het niet mee oneens zijn. De heer Van Midden: Nee, dat is de wethouder dan ook niet, mijnheer de voorzitter. En dan laatste opmerking van de heer Van den Berg die ging over de sloopvergunning en omgevingsvergunning.
Is inderdaad heel interessant, wij hebben, wethouder Frits Westerkamp en ik, gisteren geconstateerd. Wij waren aan het fietsen door het dorp en langs verschillende verbouwingen en bouwpercelen gegaan. En er was een mijnheer die had inderdaad zijn huis gesloopt zonder de aanvraag van de sloopvergunning en wij constateren dat de ambtenaren daar bovenop zitten. De betreffende mijnheer werd, nou ja, stevig daarop aangesproken. Ik weet overigens niet wat voor sanctie daarop zit, hoor, op het moment dat je zonder vergunning sloopt. Maar ze waren in ieder geval zeer streng op en … Dus in die zin wordt het wel goed in de gaten houden. Daarnaast is het sloopvergunning en dan uiteindelijk een omgevingsvergunning, die ken ik niet, maar daar gaan we ongetwijfeld nader onderzoek als ik de wethouder die verantwoordelijk is daarvoor. De voorzitter: De heer Loeff gaat ons wijzer maken. De heer Loeff: Nou ja, misschien de wethouder financiën is inderdaad wethouder financiën. Er hoeven geen sloopvergunningen meer te worden afgegeven als het buiten een beschermd dorpsgezicht is. Dan is er sprake van een sloopmelding en die sloopmelding hoeft wettelijk ook niet gepubliceerd te worden. Dus dat is de reden dat er geen sloopmeldingen in het Larens Journaal staan, terwijl dat wel wenselijk zou zijn want dan weet je wat er gebeurt.
Er moet vervolgens bij nieuwbouw wel een omgevingsvergunning worden aangevraagd en die omgevingsvergunning die moet weer gepubliceerd worden. Dus een melding volstaat in veel gevallen en in die zin is het dus logisch dat men, de burger, daar niet van op de hoogte is. En ik pleit voor het Belgisch Franse systeem dat je gewoon een bordje met wat je gaat doen aan de weg hangt, dan kan iedereen zien wat er gebeurt. Maar goed, dat moet Den Haag nog een beetje begrijpen. De heer …: We schoffelen nu volop in de portefeuille van de heer Westerkamp. Wellicht wil kan er zo meteen nog op reageren. De voorzitter: Mijnheer Van den Berg. De heer …: Mijnheer de voorzitter, ik besef me onmiddellijk dat de schoenmaker bij zijn leest moet blijven. Dank u wel voor deze ‘…’ Pagina 31 van 38
De voorzitter: De heer Van den Berg nog als interruptie. De heer Van den Berg: Nee, het was een interruptie op financiën, want de uitvoering … Het enige wat ik nog in het midden wil leggen is dat ik begrepen heb dat het wel met iets van tien kuub meer of minder slopen heeft te maken, meer een aanvulling op de interruptie van de heer Loeff. Maar waar het mij ook vooral om gaat, mijnheer de wethouder, vanuit financiën, is op het moment dat je in het systeem van deze gemeente deze aanpassingen krijgt, dus ook weet als gemeente dat er iets verbouwd is en iets is aangepast wat tot een herziening van een WOZ-waarde kan leiden. En laten we er even vanuit gaan dat hij dan iets hoger wordt, want je voegt iets toe aan een woning en dat op dat moment zeg maar je op een andere manier ook zeg maar de opbrengsten aan het verhogen bent doordat je gewoon je basis goed hebt. Dat was eigenlijk de kwintessens van de opmerking. En niet of u wel of niet goed controleert. De voorzitter: Dank. Een reactie, mijnheer de wethouder, maar u kunt uw betoog ook vervolgen. Gaat uw gang. De heer Van Midden: Nou ja, in ieder geval, mijnheer de voorzitter, dank mijnheer Van den Berg voor de toevoeging. En volgens mij heb ik alle dingen gehad van mijn betoog. Als ik snel even controleer, maar u heeft meegeschreven, dus mocht ik iets vergeten zijn dan hoor ik het graag.
De voorzitter: De heer Loeff nog een omissie? De heer Loeff: Misschien nog een interruptie. Ik weet niet of u hetzelfde coalitieakkoord hebt als wij, maar de wethouder beaamt iets wat de fractievoorzitter van de VVD heel stellig zegt, namelijk dat wij zouden hebben afgesproken en dat het voor iedereen inzichtelijk is dat wij de OZB niet zouden verhogen. Ik lees dat niet in het coalitieakkoord terug, dus dat betekent dat wij volgens mij daarover nog debatten zouden kunnen voeren indien nodig. En ik verwijs toch echt even naar de kadernota en ik citeer: op dit moment geeft het structurele saldo aanleiding om na te denken over de noodzaak tot het treffen van extra OZB-maatregelen. U stelt het zelf aan ons als raad voor. Het uitgangspunt is niet een totale stijging van de opbrengst, maar we moeten er wel over nadenken. Mocht bij de begroting blijken dat extra maatregelen noodzakelijk zijn, ik citeer: dan zullen we het nieuwe college passende maatregelen voorgesteld moeten worden. Dus als u nu al zegt geharnast: wij van de VVD gaan in deze dualistische positie meteen mee met de fractievoorzitter die meent iets gelezen te hebben wat ik niet heb gezien in onze afsprakenlijst dan wil ik hem toch vragen nog eventjes goed in stukken te duiken en ook de kaderbrief als uitgangspunt te nemen. Dank.
De voorzitter: De wethouder mag reflecteren op deze interruptie, maar wel als wethouder van iedereen en niet alleen als wethouder van de VVD. Gaat uw gang. De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter ‘…’ Ja, ik zou eigenlijk willen zeggen van, eigenlijk weer herhalen: hold your horses. Laten we dit bespreken tijdens de begrotingsbespreking in november als we gaan praten over 2023 en verder. Want dan kunnen we namen zien en daar zit voor mij natuurlijk een belangrijk aandachtspunt: hoe gaan op de lange termijn onze inkomsten zich ontwikkelen versus de investeringen willen doen? En welke maatregelen zijn nodig om uiteindelijk ook eventueel extra inkomsten te genereren? De voorzitter: Dan heb ik nog één vraag openstaan, dat is de vraag van D66 of het college ook bereid is in het sociaal domein te evalueren hoe inwoners de kwaliteit ervaren. Maar de portefeuillehouder daarvan is vanavond niet aanwezig en met die mededeling kijk ik even naar de wethouder van financiën. Pagina 32 van 38
De heer Van Midden: Ja, ik zal het meenemen naar de portefeuillehouder. Maar ik weet dat zijn basishouding in ieder geval is om daar inwoners en ook, nou ja, mensen uit de medische hoek daarbij te betrekken in de hele besluitvorming. Of de hele besluitvorming, visievorming. Ja. De voorzitter: Wethouder, dank ter beantwoording van de eerste termijn. U mag gaan zitten en ik kijk of er vanuit de raad nog de wens is voor een tweede termijn. Ik kijk links van mij, dat is niet het geval. Ik kijk rechts van mij, dat is ook niet het geval. Kunnen we dan overgaan tot de vaststelling van de kadernota? Eens even zien, dan wordt aan de raad voorgesteld kennis te nemen van de kaderbrief met de kaderstelling voor het opstellen van de begroting 2023 en het college opdracht gegeven de financiële gevolgen vanuit deze kaderbrief op te nemen in de begroting en de meerjarenplanning. Wenst iemand hierover stemming? Dat is niet het geval, dan is de kaderbrief hierbij aangenomen. 10. Moties vreemd aan de orde van de dag. De voorzitter: Dan komen wij bij agendapunt 10, motie vreemd aan de orde. En dat is de motie van Groen Laren en het CDA over begrijpelijk Nederlands. En ik kijk naar de hoofdindiener, ik denk dat dat de fractie van Groen Laren is, om de motie namens de indieners in te leiden. Van achter het katheder, alstublieft. De heer Vos: Ja, dat doe ik graag, voorzitter, dank u wel.
Ik hoorde zonet mijnheer De Jong roepen: als ik het al niet begrijp. En als dat dan ongeveer maatgevend is voor de dingen die wij bespreken, want ik acht de heer De Jong zeer wel in staat tot de dingen te begrijpen die wij allemaal hier bespreken de hele avond. En begrijpelijk Nederlands is helemaal niet makkelijk, laat ik daarmee beginnen. Want ik heb behoorlijk zitten stoeien om jargon en zo te vermijden, om het zo simpel mogelijk te houden. Dus het is niet iets makkelijks wat ik vraag en het gaat ook best wat tijd kosten en inspanning kosten. Maar ik denk dat ik niemand hoeft te overtuigen van het feit dat je helder moet communiceren. Dat is geen enkel probleem. En ik kan een hele hoop mensen vragen om helder te communiceren maar ik denk dat we moeten beginnen met zelf duidelijke taal te gaan gebruiken, met helder te communiceren met taal die iedereen begrijpt. Want als we niet begrijpen worden, ja, hoe kunnen we dan in hemelsnaam in contact komen met de mensen die wij zeggen dat we vertegenwoordigen, waarvan wij zeggen dat wij het beste met ze voor hebben? En als die mensen ons niet begrijpen, dan hebben we volgens mij een probleem. En gelukkig heb ik al de heer Loeff en mijnheer Van Midden al enorme pleitbezorgers horen zijn voor een financiële bijsluiter. Ik kreeg dit pak papier, wat ik op zich al zonde van het drukwerk vindt, hoor, maar dit terzijde.
Hier kan toch geen normaal mens iets mee? Dit is volstrekt niet begrijpelijk. En wij zitten te wachten tot deze avond voorbij is. Een aantal mensen die hebben heel verstandig heel veel tijd ingestoken en zeggen hele goede dingen. Maar eigenlijk zijn het natuurlijk maar heel weinig mensen die zich er tegenaan bemoeien, terwijl zowel mijnheer Van Midden als mijnheer Loeff heel duidelijk aangeven dat zo’n financiële bijsluiter, dat dat een heel goed idee zou zijn. En dat is ook precies waar en dat is dan ook al zoiets vreemds, het heet dan, ons voorstel heet een motie vreemd aan de orde. Het heeft voor mij ook een tijdje geduurd wat er nou precies mee bedoeld werd. Maar dat soort dingen moeten we volgens mij eens kritisch naar gaan kijken: hoe gaan we nou dingen verwoorden? Hoe gaan we dat nou zeggen? En dat heb ik ook, hebben we ook geprobeerd met onze motie om in zo helder mogelijk Nederlands jullie ervan te overtuigen dat we dat gewoon moeten doen. Mag ik het daarbij laten, mijnheer de voorzitter? De voorzitter: Zeker. We hebben net bedacht ook al dat we het gewoon ingediende moties noemen. Maar ik kijk nog eventjes naar de andere indiener van de motie of er een extra toelichting op de hoofdindiener gewenst is.
Pagina 33 van 38
De heer Van den Berg: Ik hoop dat deze motie als een enthousiast ontvangst van onze gemeenteraad krijgt omdat de intentie die erachter zit, die moet ons allemaal aanspreken. De voorzitter: Ja. Ik kijk dan eerst naar het college, dat is wethouder Westerkamp. Om te reflecteren op deze ingediende motie. De heer Westerkamp: Voorzitter, leden van de raad en toehoorders thuis. Het college kan u zeggen dat wij dit ook omarmen. Maar als u het college-akkoord al heeft gelezen dan snapt u dat wij ook juist voor, heldere taal willen, betrokkenheid van inwoners, ik zie nog dat u in uw motie het woord participatie heeft staan. Nou, u ziet dat dat in ons coalitieakkoord niet voorkomt meer. Wij praten over inwonersbetrokkenheid, want dat snappen mensen. En wij omarmen het ook. En als u ook ziet in de organisatie wordt het al ingezet, er worden al cursussen gegeven om juist op dit niveau te gaan communiceren. Dus ik stel u ook voor dat deze motie zonder meer door u als raad wordt aangenomen, maar hij is geadresseerd aan het college. Maar ik denk dat u ook hem aan uzelf moet adresseren. Want het is net zo belangrijk voor u als voor de ambtelijke organisatie en het college om goed te communiceren naar mensen. Dus we zijn ermee bezig.
We kunnen hem overnemen en ook, nou, wethouder Van Midden heeft het al gezegd: ook op financieel gebied hebben wij al bij onszelf geconstateerd, ja, dit moet je op een veel andere manier gaan presenteren. Hier snapt niemand wat van. En ik denk ook in uw betogen die u vanavond heeft gehouden en dat is dan niet lelijk bedoeld maar ik denk dat de meeste mensen halverwege al zijn afgehaakt. Dus het is een oproep aan ons allen, denk ik, die u doet. En wij omarmen die en ik zou zeggen: adresseer hem ook nog aan uzelf. De voorzitter: Het college omarmt de motie. Ik kijk naar de indieners of ze hem in stemming willen brengen. Volgens mij suggereert het college dat ook, dus. De heer …: Ja, breng hem maar in stemming, denk ik toch? De voorzitter: Ik kijk nog even, excuus excuus, ik maak een fout. Wacht even, want de andere fracties mogen ook nog reageren. De heer Koldenhof kijkt zo verbaasd naar mij dat ik mij helemaal bewust ben van deze omissie. De heer Koldenhof. U kunt trouwens ontzettend goed verbaasd kijken. De heer Koldenhof: Voorzitter, dank u wel. Het gaat namelijk ook niet alleen maar om verba… of mondelinge communicatie of schriftelijke communicatie maar juist ook om non-verbale communicatie. Dus daar kan ik goed mee overweg, laat ik het zo zeggen. Niemand is tegen deze motie, niemand is tegen de strekking, laat ik het zo zeggen, van deze motie.
Ook de VVD niet, want het is onze verantwoordelijkheid als mensen die soms ingewikkelde besluiten moeten nemen om die zo eenvoudig en simpel mogelijk uit te leggen aan de mensen voor wie wij dit eigenlijk doen. Dus akkoord met de strekking van wat hier wordt gesteld. Ik merk tegelijkertijd dat ook mijnheer Grunwald nog best moeite heeft om in op B1-niveau of begrijpelijke taal iets te vertellen als wij hier in de raad zitten, want het komt te gekunsteld over. Dat was mijn indruk van zijn poging, niettemin wel waardering voor dat u überhaupt een poging doet. Waar het wel om gaat is wat mij betreft ook dat wij goed moeten letten op wat de wethouder eigenlijk ook al aangeeft: dat de gemeente hier al mee bezig is. Medewerkers worden al, krijgen al les in begrijpelijk schrijven. Er zijn schrijfwijzers, er zijn communicatietips. Het is misschien allemaal niet honderd procent verplicht maar ik geloof wel dat de mensen bij de gemeente hier hun best voor doen en er valt altijd wat aan te verbeteren. Wat we niet moet vergeten en daar wordt wel iets over gezegd in deze stukken, maar dat blijft ook altijd het verhaal naar de burgers toe: er is ook heel veel juridische basis voor besluiten of die bij besluiten komt kijken. En ook op het gebied van financiële stukken zijn gewoon terminologieën verplicht, bij wijze van spreken, om ook te kunnen communiceren met andere overheidsinstellingen.
Daar kunnen wij niet omheen. En ik vind dat we dat altijd in het oog moeten houden Pagina 34 van 38
met al nemen we een besluit of neemt de wethouder als ik het zo hoor eigenlijk gewoon het voorstel over. Dat zal altijd zo blijven en dat zal ook zo blijven in financiële stukken. Dus laten we elkaar niet met verwachtingen de deur uitsturen of neerleggen bij de bewoners dat het van nu af aan helemaal anders gaat: dat kan gewoon in heel veel gevallen niet. De voorzitter: Een interruptie van de heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ik denk ook dat, ja, nee, ik denk dat de heer Koldenhof van de VVD daar een terecht punt heeft maar het zou hem juist in die vertaalslag kunnen zitten van zo’n A4’tje schuine streep twee A4’tjes, drie A4’tjes, waarin je het wel wat begrijpelijker kan opschrijven. En uiteraard kan het niet zo zijn dat iedereen een financieel specialist wordt of een juridisch specialist wordt, daar ben ik het helemaal mee eens, maar daarom gaat het ook ons om de strekking van deze motie dat we het met elkaar erkennen en ook in de flow van vanavond blijven dat we gewoon onderwerpen met elkaar durven te bespreken buiten coalitie oppositie om maar gewoon en ook de warme woorden van de wethouder daarin omarmen. De voorzitter: De heer Koldenhof. De heer Koldenhof: Ja. Waar de VVD het niet helemaal mee eens is of in ieder geval met die overweging, we hebben een bepaalde traditie ook van het opstellen bijvoorbeeld van moties en amendementen.
En ik krijg een beetje de indruk dat dat ook misschien moet veranderen. Wat mij betreft wat moet veranderen dan is de overweging die bijvoorbeeld een partij die een motie indient zelf mee zeg maar in ogenschouwing neemt: hoe schrijf ik het op? Want daar zit hem vaak het probleem, niet in die vorm van de opzet van een motie of een amendement. Dus kijk dan en dat is ook wat de wethouder zegt, kijk ook naar uzelf hoe u dit dan doet. En dat kan ik ook alleen maar ondersteunen, maar ik ben niet voorstander van het wijzigen van die opzet van hoe een motie of een amendement eruit moet zien met een paar vormvoorschriften die we tot nu toe altijd al hanteren. Wat ik ook niet zo’n goed plan vindt wat eventueel hieruit zou kunnen voortkomen is dat wij de griffie gaan belasten zo meteen met de correctie naar B1-niveau. Daar zit een dreiging in dat dat zou kunnen gebeuren. Dat lijkt me geen goed plan. Het is de partijen zelf of aan de partijen zelf om hun verantwoordelijkheid te nemen om dit op een begrijpelijke manier te doen. Doen ze het niet, dan is dan ook de verantwoordelijk van die partij en dan kunnen we daar in het debat dan nog wel iets over zeggen. Wat ik nog wel heb, voorzitter, en daar komt ook toch de moeite met het indienen van deze motie vreemd aan de orde. U zal het niet verbazen want ik heb dat bij de eerste motie vreemd aan de orde al aangegeven.
Waarom een motie, waarom nu? Dat is mij gewoon volstrekt onduidelijk. Ik begrijp wel dat er financiële stukken op tafel liggen die een beetje ingewikkeld zijn, maar ik heb eigenlijk tegelijkertijd een voorstel hoe het anders kan. Namelijk, wij krijgen voor zover ik weet in het najaar een nota burgerparticipatie. Die wordt nu gemaakt of die is een haar na gevild. En ik zou het college dan willen meegeven om een onderdeel op te nemen over communicatie met de burger als onderdeel van het kunnen participeren als burger. Dan lijkt me dat een mooiere vorm en dan is het ook integraal verankerd met waar het eigenlijk om gaat. Want nu is het een motie die je wel niet een beetje hangt als aanleiding van financiële stukken. Dat vind ik eigenlijk zonde. Dus ik zou het liever op die manier verwoorden. Nu heeft de wethouder zelf al aangegeven: wij nemen de motie over, dus dan is de vraag of er nog een stemming zou moeten komen. Zou die er toch moeten komen, dan geef ik toch nog als tussenoverweging: zou u de motie niet gewoon intrekken, want wij begrijpen wat u bedoelt, de wethouder weet wat hij ermee wil en weet ook hoe hij er verder mee kan. En dan zijn we volgens mij allemaal eens. Dank u wel voorzitter.
Pagina 35 van 38
De voorzitter: De heer Koldenhof doet een oproep aan de indieners van de motie en maakt daarbij de nuancering dat het misschien niet helemaal mogelijk is om de gevraagde besluiten uit de motie helemaal letterlijk zo uit te voeren. Ik kijk naar de indieners. De heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel voorzitter. Ja kijk, de wethouder gaf dat ook al aan en dat staat ook in de motie: het is niet alleen een oproep aan het college, het is ook een oproep aan onszelf en ook aan alle andere mensen die betrokken zijn bij de gemeente om helder te gaan communiceren. En dat is ook inderdaad een oproep of een iets dat we onszelf zouden moeten voornemen, mijnheer Koldenhof. Dus dat u het in een wat groter perspectief wil zetten, dat vind ik alleen maar heel erg goed, dat is heel erg denk ik verstandig om het ook een bredere basis te geven. Maar het begint bij jezelf door begrepen te willen worden. En daar roepen we eigenlijk toe op, om begrijpelijk Nederlands te gaan doen. En ik ben ook begonnen met te zeggen: dat is heus niet zo makkelijk. Maar het heeft wel te maken met de intentie om begrepen te worden en door zoveel mogelijk mensen. En dat is eigenlijk wat ik u ook hoor zeggen. Of heb ik het nu verkeerd begrepen? De voorzitter: De heer Koldenhof. De heer Koldenhof: Nee, voorzitter, de heer Vos heeft mij op zich goed begrepen, alleen ik vind het dan niet een onderwerp voor een motie.
Want dan denk ik: ja, dat kunnen we in het presidium bespreken of hoe gaan we met elkaar om als raad van zullen we proberen wat begrijpelijker Nederlands te spreken? Maar ik vind het dan niet echt een motie waardig. De voorzitter: Uw standpunt is helder. De heer Van den Berg, ‘…’ van de indieners. De heer Van den Berg: Nou ja, de inbreng van de fractievoorzitter van de VVD is helder. Maar omdat u net zei: nou, we gaan hem in stemming brengen ben ik eigenlijk nog wel even benieuwd naar de reacties van Liberaal Laren, Larens Behoud en D66 in deze. Want daar heb ik nog niks van gehoord. De voorzitter: Nee, helder. Maar dan moeten de fracties zelf de intentie kenbaar maken dat ze willen reageren. Wie wil er dat? De heer Loeff. De heer Loeff: Voorzitter, ik ging uit van een rondje, dus bij deze. Dank. Voorzitter, de fractie van Larens Behoud heeft met belangstelling kennisgenomen van de motie van Groen Laren en het CDA. Ons standpunt wordt gevraagd en ik zal proberen dat helder te verwoorden. Ja, onze fractie schaart zich achter de motie dat wij allen duidelijk en eenvoudig schrijven. Helder taalgebruik draagt zeker bij aan dat ingewikkelde zaken door meer mensen kunnen worden begrepen. Wij willen er echter nog wat aan toevoegen. Want bij helder taalgebruik hoort ook het kort samenvatten van ingewikkelde zaken. En met name de laatste is vaak moeilijk, zo weten we uit ervaring.
De motie steunen we graag en goed dat we ons ook als raad hier deze motie aantrekken. Ik doe daarbij echter nog wel een oproep aan ons allen. Laten we ook onze inbreng in de raad kort en begrijpelijk houden. En val niet in herhaling. Dan wordt een vergadering voor de burger vanzelf ook leuker om te luisteren en om bij te wonen. Ook als je een tekstje voorleest en dit zijn nog geen 160 woorden. Dank u voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Loeff, wilt u de indieners vragen dit toe te voegen aan de motie? De heer Loeff: Laten we het informeel houden, het mag. De voorzitter: Mevrouw Van Dorst, of mevrouw Fontaine. Wat is er, mijnheer Van den Berg? Pagina 36 van 38
De heer Van den Berg: Nou, u vroeg aan de heer Loeff of hij die toevoeging en ik kijk even naar de overkant, maar dit is indachtig in de geest van deze motie, prima natuurlijk ook korte duidelijke samenvatting te creëren. De voorzitter: Mevrouw Fontaine, gaat uw gang. Mevrouw Fontaine: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik heb met grote blijdschap kennisgenomen van deze motie. Ik hou van taal, daar ben ik gek op. En de laatste motie, dat was een motie van de gemeente Huizen over een adviescommissie, die heb ik wel vier keer doorgelezen want er begon steeds zo’n zinnetje: in aanmerking nemende dat. En dan had ik die lange zin gelezen en dan moest ik weer terug. Nou, uiteindelijk heb ik het maar uitgeschreven helemaal want er was geen touw aan vast te knopen. En dat kost ontzettend veel tijd. Ik vind die moties ook vaak een beetje Aagje Deken en Betje Wolff stijl en ik denk dat we toch een beetje naar de modernere versies toe moeten, die korter zijn. Kort maar krachtig. En wij steunen deze motie van harte. Want het is niet alleen naar de inwoners van Laren toe maar ook onderling dat het prettig zou werken. De voorzitter: Dank, dank mevrouw Fontaine. Ik kijk naar de heer De Jong. Kort maar krachtig. De heer De Jong: Ja, ook wij, alles gehoord hebbende, kunnen volledig achter deze motie staan.
En ik probeer dat ook altijd te doen, maar het kost natuurlijk wel veel tijd en aandacht om iets goed te verwoorden en daar moet iedereen rekening mee houden. En ook in de stukken die we krijgen, ja, ik denk dat we dat daar ook mogen verwachten en ook daar zal het lastig zijn. En de intenties en de cursussen zijn er dus ook daar gaan we dan heel langzaam dadelijk verbetering zien. De voorzitter: Hartstikke goed. Ik kijk naar de indieners. Gaan we de motie in stemming brengen? Dat gaan we doen, ongewijzigd. De motie waarin de gemeenteraad wordt gevraagd begrijpelijke voorstellen, moties en amendementen door de gemeenteraadsleden te schrijven op taalniveau B1. De gemeenteraad vraagt aan het college om in alle berichten begrijpelijk Nederlands te gebruiken, de financiële overzichten van een lezersvriendelijke versie te voorzien, met de ambtenaren erop te letten dat de brieven, voorstellen en andere stukken aan de gemeenteraad ‘…’ leesbaar en begrijpelijk zijn. En dat formele aankondigingen met juridisch taalgebruik ook op B1-niveau uitgelegd moeten worden. Wil de fractie van de VVD een stemverklaring gegeven? De heer Koldenhof: Ja, precies. Dank u wel voorzitter. Had u goed door. Tekende dat misschien ook af van mijn gezicht dat daarin staat stemverklaring, dat zou natuurlijk kunnen.
Maar het feit is dat wij de strekking van de motie zoals ik al heb aangegeven in mijn betoog steunen. Ik zou ook niet willen communiceren naar buiten toe dat de VVD tegen dit verhaal is en dus de motie daarom niet zou willen steunen. Met andere woorden: wij steunen deze motie gehoord de beraadslagingen in deze vergadering. De voorzitter: Willen de fracties die de motie steunen dit kenbaar maken? Dat zijn de fracties van Groen Laren, de VVD, Liberaal Laren, Larens Behoud, D66 en het CDA. De motie is aangenomen. Dank aan de indieners. Sluiting De voorzitter: Dan hebben wij nog een agendapunt en dat is de sluiting. Maar die ga ik toelichten want deze sluiting gebruik ik ook om u een hele fijne zomer toe te wensen waarin u bijkomt en uitrust. En na de zomer weer fris aan de start staat. Ik wil u er echter nog op wijzen dat u vorig jaar een nota kunst en cultuur hebt Pagina 37 van 38
aangenomen waarin op pagina veertien een actie elf staat genoemd, namelijk het organiseren van een jaarlijks weekend van Laren waarin samen met alle culturele partners, creatieve makers, talenten, culturele initiatiefnemers, stichtingen, verenigingen, professionele cultuurinstellingen en Bijzonder Laren een jaarlijks weekend wordt georganiseerd waarin verenigingen zichzelf kunnen presenteren, inwoners mooie dingen kunnen doen, alle culturele instellingen opengaan en dat allemaal toegankelijk voor alle inwoners van Laren, ook met een programma waarin alle inwoners van Laren zich uitgenodigd voelen. En dat gaat na de zomer plaatsvinden in het weekend van 17 september en dat heet het Nazomerfeest. Daar ontvangt u nog een raadsinformatiebrief over en de promotie daarvan gaat los binnenkort. Daar wilde ik u graag nog op wijzen. En er is nog een gezellige na borrel waarin we nog elkaar even een fijne zomer kunnen wensen. Ik nodig iedereen op de publieke tribune ook daaruit aan deel te nemen en ik bedank ook alle medewerkers die aan alle stukken vanavond hebben meegewerkt. Met naam en toenaam ook Theo de Haar, die zijn handen inmiddels, zijn hoofd inmiddels in zijn handen heeft gelegd, dank je wel Theo. En ik sluit hierbij de vergadering.
Pagina 38 van 38