20220217RVSb21 02065 Contourendocument Omgevingsvisie Laren BIJLAGE leefomgevingsfoto
Tekst van het document
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 definitief 7 december 2021
Leefomgevingsfoto Laren
projectnummer 0470489.100 definitief 7 december 2021
Auteurs P.J. Verhoeven C.G. van Dam
Opdrachtgever BEL combinatie Zuidersingel 5 3755 AZ Eemnes
Gecontroleerd:
datum 7 december 2021
beschrijving definitief
vrijgave
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Beoordeling van de toekomstige situatie Beoordelingsmethodiek
1 1 2
2
Analyse
3
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
Gezondheid en welzijn Veiligheid Wonen en voorzieningen Natuurlijke leefomgeving Ruimtelijke kwaliteit Bodem, water en ondergrond Duurzaamheid Mobiliteit Werk en inkomen
3 10 13 19 24 27 33 39 45
3
Afsluiting
48
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De Omgevingswet wordt de komende jaren van kracht. Met de invoering van deze wet wil de overheid de regels op het vlak van ruimtelijke ordening vereenvoudigen en samenvoegen. De omgevingsvisie is één van de instrumenten van de Omgevingswet en vervangt de structuurvisie. In het kader van het opstellen van de Omgevingsvisie heeft de BEL-combinatie het initiatief genomen tot het opstellen van contourendocumenten voor de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren. In de contourendocumenten worden de opgaven en dilemma’s uitgekristalliseerd voor de verschillende gemeenten en geven daarmee input aan de op te stellen Omgevingsvisies. De eerste stap in de contourendocument vormt het opstellen van een leefomgevingsfoto.
1.2
Beoordeling van de toekomstige situatie De leefomgevingsfoto omvat een omschrijving van de toekomstige situatie van de gemeente Laren op verschillende thema’s. Om de toekomstige situatie te beschrijven is per thema gekeken naar de huidige situatie, het vigerende beleid en autonome ontwikkelingen. Gebruikte data omvat kaartmateriaal, cijfermatige data en overige informatie. Onderstaande tabel toont de thema’s die onderzocht zijn in de leefomgevingsfoto. Tabel 1.1: Thema’s beoordelingskader
Thema Gezondheid en welzijn
Veiligheid Wonen en voorzieningen
Natuurlijke leefomgeving
Ruimtelijke kwaliteit Bodem, water en ondergrond Duurzaamheid
Aspect Luchtkwaliteit Geluidhinder Geurhinder Gezondheidsstimulerende omgeving Omgevingsveiligheid Woningaanbod Woningvraag Voorzieningenniveau Leefbaarheid Beschikbaarheid en kwaliteit groen Natuurgebieden Biodiversiteit Archeologie Cultuurhistorie Oppervlaktewater Grondwater Bodemkwaliteit (bodemvervuiling) Aardgasvrij Energieverbruik Opwek duurzame energie Circulariteit
Blad 1 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
Mobiliteit
Werk en inkomen
1.3
Bereikbaarheid (auto, ov, fiets) Modaliteitsverdeling Duurzame mobiliteit Werklocaties: bereikbaarheid, kwaliteit
Beoordelingsmethodiek De beoordeling van een thema wordt visueel weergegeven aan de hand van een trendgrafiek. Een trendgrafiek toont hoe de ontwikkeling van het thema (positief of negatief) voor het verleden, het heden en de toekomst. Per aspect wordt gekeken welke ontwikkelingen in het verleden zich voor hebben gedaan en hoe deze ontwikkelingen zich verhouden tot de gewenste situatie. De gewenste situatie wordt afgeleid uit beleidsdoelen. Als er geen beleidsdoelen bestaan, dan wordt de huidige situatie als uitgangspunt genomen. In onderstaand voorbeeld is sprake van een negatieve trend: de situatie is de afgelopen 20 jaar verslechterd.
Vervolgens wordt aan de hand van beschikbare data een prognose gemaakt voor de toekomstige situatie van een aspect op basis van autonome ontwikkelingen. Onzekerheden vormen de aanleiding voor het gebruik van een bandbreedte. In onderstaand voorbeeld wordt de trend van de afgelopen jaren tot stilstand gebracht of kan de situatie nog licht verder verslechteren.
Blad 2 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
2
Analyse
2.1
Gezondheid en welzijn
2.1.1
Inleiding, beleid en beoordelingskader Inleiding Gezondheid bestaat uit twee onderdelen: Gezondheidsbescherming voor milieuaspecten die de gezondheid van de inwoners van Laren negatief kunnen beïnvloeden en gezondheidsbevordering door de mate van sporten en bewegen en de hoeveelheid overgewicht. Gezondheidsbescherming is relevant doordat de gezondheid van de mens onder druk staat door de aantasting van de milieukwaliteit. Blootstelling aan verschillende milieufactoren veroorzaakt naar schatting tot zo'n twee tot vijf procent van de totale ziektelast in Nederland. De belangrijkste factoren zijn fijn stof in lucht, geluidhinder en UV-straling. Andere factoren zijn bodemverontreiniging, geurhinder, vee-gerelateerde gezondheidshinder, de kwaliteit van het zwemwater, radioactieve straling en externe veiligheid. Daarnaast is er een onderdeel dat specifiek gaat over gezondheidsbevordering. Dit onderwerp gaat uit van “positieve gezondheid”: ‘het vermogen om zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven’. Veel verschillende factoren beïnvloeden de gezondheid: leefstijl van individuen, de sociale en fysieke omgeving, preventie en zorg, externe ontwikkelingen enz. Het is dus niet het domein van één sector.
Beleid Beleid voor gezondheidsbescherming (geluid en lucht bijvoorbeeld) is voornamelijk verankerd in nationale wetgeving. Het Rijk en de provincie Noord-Holland stellen op veel gebieden de kaders die leidend zijn voor een gezonde, veilige en schone leefomgeving. De gemeente kan hier beperkt op aanvullen. Dit heeft de gemeente Laren gedaan door het opstellen van het Actieplan Geluid 2018-2023 (2019) en de Nota Geluidbeleid (2016). Enkele hoofdpunten hieruit zijn: Industrielawaai Er wordt ruimtelijk een duidelijke functiescheiding aangebracht tussen bedrijfsactiviteiten en gevoelige functies (zoals wonen); Bij de ontwikkeling of herstructurering van een nieuw bedrijventerrein streeft de gemeente er naar een inwaartse (milieu)zonering aan te brengen. Bij de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein heeft de gemeente nadrukkelijk aandacht voor de verkeersaantrekkende werking van bedrijven en de hinder van transport op de gevels van woningen langs de ontsluitingsroutes. Wegverkeerslawaai De gemeente zet in op een bereikbaar, leefbaar en veilig Laren. Bij nieuwbouwplannen (zowel groot als kleinschalig) vormt geluid één van de belangrijkste factoren die als belemmering kan
Blad 3 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
werken voor ontwikkeling. Voordat enige vorm van ruimtelijke ontwikkeling wordt ingezet, wordt getoetst op de impact op geluidsbelasting door akoestisch onderzoek. Rijkswegen De gemeente zet zich er voor in te zoeken naar oplossingen om de geluidoverlast van de A27 en A1 te beperken. Door de aanleg van de spitsstroken op de A1 worden er geluidschermen geplaatst danwel opgehoogd om aan de wettelijk normen van de Wet geluidhinder te voldoen. Er wordt geluidsoverlast ervaren van de A27, maar Rijkswaterstaat, het bevoegd gezag, hoeft formeel geen maatregelen te treffen, omdat er niet sprake is van een wettelijk knelpunt. Laren heeft te maken met sluipverkeerd door het vollopen van de rijkswegen (A1, A27). Evenementen Per bedrijf is het toegestaan om maximaal 12 dagen per jaar individuele festiviteiten te houden. Voor buitenevenementen dient evenementenvergunning te worden. Er komen weinig klachten binnen over de evenementen. Afwegingskader Het volgende beoordelingskader wordt gebruikt voor het aspect ‘gezondheid en welzijn’. Thema Gezondheid en welzijn
2.1.2
Aspect Luchtkwaliteit
Streefwaarde/Ambitie WHO-advieswaarden
Geur
Afwezigheid geurhinder klachten
Geluid
WHO-advieswaarden
Gewenste beweging Reduceren luchtverontreiniging Verminderen geurhinder bronnen Terugdringen van ernstige geluidshinder en slaapverstoring
Huidige en toekomstige situatie Luchtkwaliteit Er is geen veilige concentratie bekend, waaronder géén nadelige gezondheidseffecten van fijnstof optreden. Wel zijn er wettelijke grenswaarden opgesteld, maar ook onder de in de wet genoemde grenswaarden kunnen gezondheidseffecten optreden. De luchtkwaliteit in de gemeente Laren is over het algemeen goed. De concentraties NO2, PM10, en PM2,5 voldoet in de volledige gemeente aan de wettelijke normen (bron: NSL Monitoring). tabel 2.1: Normen luchtverontreinigende stoffen Stof Norm Normen vanuit Europa/Nederland NO2 Jaargemiddeld 40 μg/m3 PM10 Jaargemiddeld Maximaal 40 μg/m3 PM10 Etmaalgrenswaarde Maximaal 35 maal per jaar meer dan 50 μg/m3 PM2,5 Jaargemiddeld Maximaal 25 μg/m3
WHO Streefwaarde Maximaal 20 μg/m3 Maximaal 10 μg/m3
Op het gebied van luchtkwaliteit en gezondheid zijn vooral de effecten van veehouderijen en wegverkeer van belang. Hierbij kunnen lokaal gezondheidsrisico’s optreden. Voor fijn stof (PM10) geldt dat in de nabijheid van de A1 en A27 de concentraties PM10/m3 hoger zijn. Dit is zichtbaar
Blad 4 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
op figuur 2.1. Op vrijwel ieder plek in de gemeente wordt voldaan aan de WHO-streefwaarden. In de directe nabijheid van de A1 en A27 wordt zeer lokaal niet voldaan aan de WHO-streefwaarde. De woongebieden zijn echter op voldoende afstand van de A1 en A27 gelegen. De concentratie PM2,5 voldoet eveneens in de hele gemeente aan de wettelijke normen en in gedeelten van de gemeente aan de WHO-advieswaarden.
Figuur 2.1: Jaargemiddelde PM10-concentraties in 2019
Figuur 2.2: Jaargemiddelde PM2,5-concentraties in 2019
Blad 5 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
De uitstoot van NO2 gebeurt voornamelijk door verkeer. De concentratie NO2 voldoet in de hele gemeente aan de normen die gesteld worden vanuit Europa en Nederland. Langs doorgaande wegen en voornamelijk parallel aan de A1 ligt de concentratie NO 2 hoger dan in de rest van de gemeente. Autonoom verbetert de situatie door het schoner worden van mobiliteit.
Figuur 2.3: Jaargemiddelde NO2-concentraties in 2019
Geluid Geluid hoort bij onze leefomgeving. Het kan prettig zijn, maar hinderlijk als het langdurig hard en ongewenst is. Het is daarnaast een bedreiging van de gezondheid door het ontstaan van stress en vermoeidheid door slaapverstoring. In Nederland zijn wegverkeer en buren de belangrijkste bronnen van geluidhinder. Op de kaart hieronder is zichtbaar hoeveel geluid verschillende bronnen bij elkaar opgeteld veroorzaken (buren zijn hierin niet in meegenomen). Het gaat hier om het gemiddelde geluidsniveau per jaar van wegverkeer, treinverkeer, vliegtuigen, industrie en windturbines. De WHO heeft advies uitgebracht over richtlijnen voor omgevingsgeluid gegenereerd door weg-, spoor- en vliegverkeer en windturbines. In dit advies worden huidige richtlijnen aangescherpt, omdat uit onderzoek naar voren is gekomen dat boven bepaalde geluidsniveaus negatieve gezondheidseffecten op kunnen treden. Tabel 2.2: WHO-advieswaarden geluid Bron Weg Rail Vlieg Windturbines
Lden 53 dB 54 dB 45 dB 45 dB
Lnight 45 dB 44 dB 40 dB -
Blad 6 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
Knelpunten doen zich voornamelijk voor langs de snelwegen. De kern Laren kent geluidhinder door de ontsluitingswegen. In het zuidoosten van de gemeente is sterk milieubelast door de geluidhinder van de autosnelwegen. Deze knelpunten verslechteren niet wezenlijk naar de toekomst.
Figuur 2.4: Cumulatieve geluidbelasting in de gemeente Laren
Geur Geurhinder kan optreden door de aanwezigheid van veehouderijen, wegverkeer of plaatselijke bronnen als houtkachels of barbecues. De impact van houtkachels en barbecues is niet goed generiek inzichtelijk te maken. Ongeveer 10% van de Nederlandse huishoudens bezit een met hout gestookte installatie. Het stoken van hout kan voor omwonenden overlast opleveren in de vorm van geurhinder, gezondheidsklachten en roetneerslag. Lokaal kan de achtergrondbelasting van geuren leiden tot (ernstige) hinder of misselijkheid, hoofdpijn, prikkeling van slijmvliezen, irritatie van ogen en neus, verstoring van dagelijkse activiteiten en slaapproblemen. De geurhinder door veehouderijen is laag tot non-existent in de gemeente Laren. De A1 en A27 kunnen (beperkt) tot geurhinder leiden. Lichthinder Bewoners kunnen last hebben van licht. Vaak komt de overlast door schijnwerpers tegen inbraak, lichtbakken met reclame of verlichte sportvelden. Onderstaande kaart toont de hemelhelderheid in de gemeente Laren de nacht. Te zien is dat Laren, naar Nederlandse maatstaven, redelijk tot matig presteert op het aspect lichthinder. Vanuit het ISS is de kern Laren goed zichtbaar. Het buitengebied is eveneens goed zichtbaar. De gemeente heeft weliswaar geen grote
Blad 7 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
lichtvervuilende bronnen als kassengebieden, maar wel een zeer verspreide verstedelijkt profiel met een groot netwerk van villawijken en infrastructuur.
Figuur 2.5: Hemelhelderheid in de nacht. Stedelijke kernen geven veel licht af.
Bewegingsuitnodigende omgeving Een beweegvriendelijke omgeving is een omgeving waarin publieke sportaccommodaties, speelplekken, recreatief blauw en groen en voorzieningen nabij zijn. Het RIVM heeft een tool ontwikkeld om op gemeentelijk schaalniveau een oordeel te kunnen vellen over de mate waarin een gemeente een bewegingsvriendelijke omgeving biedt. De gemeente Laren scoort bovengemiddeld hoog op deze schaal (62). Dit heeft voornamelijk met de hoge dichtheid sportaccommodaties (83) en de hoge dichtheid voorzieningen (67) te maken. De hoeveelheid recreatief blauw en groen (35) blijft enigszins achter bij het landelijk gemiddelde. Voor het aspect speelplekken is geen beoordeling gegeven.
2.1.3
Beoordeling De A1 loopt door de gemeente Laren. Deze rijksweg beïnvloedt verschillende gezondheidsaspecten, zoals luchtkwaliteit, geluidhinder en mogelijk geur, negatief. negatieve gezondheidseffecten. De impact van de A1 wordt beperkt, doordat het een duidelijk afgebakende structuur is en gevoelige bestemmingen, zoals woningen, op afstand zijn gelegen. De A27 ligt op afstand van de gemeente Laren, desondanks kan er lokaal ook overlast (geluid) worden ervaren door deze snelweg. Ook toekomstige ontwikkelingen (zoals woningbouw) worden langs de vigerende kaders gelegd die negatieve effecten zoveel mogelijk voorkomen. Op de langere termijn is de verwachting dat de impact van verkeer op de A1 vermindert wordt door het schoner en stiller worden van de mobiliteit. Hierdoor ontstaat er een afname van motorgeluid. Geluidsoverlast van snelwegen wordt grotendeels gevormd door bandengeluid. De mate van
Blad 8 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
overlast door dit geluid is sterk afhankelijk van het aantal auto’s dat gebruik maakt van de snelweg en kan bij een intensivering van het gebruik toenemen. De gemeente Laren ondervindt geen wezenlijke negatieve effecten van veehouderij, lichtbronnen of grote industrieën. Dit leidt tot de volgende beoordeling:
Blad 9 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
2.2
Veiligheid
2.2.1
Inleiding, beleid en beoordelingskader Inleiding “Veiligheid” is een breed begrip waar een heleboel onder geschaard kan worden. Hier kan onder andere verkeersveiligheid, waterveiligheid, omgevingsveiligheid onder geschaard worden. Voor de fysieke leefomgeving op het abstractieniveau van de Omgevingsvisie is voornamelijk van belang of er grote knelpunten ten aanzien van deze onderwerpen bestaan. Deze thema’s hebben gemeenschappelijk dat ze iets zeggen over de ruimtelijke situatie. Daarom is een onderwerp als veiligheid in de vorm van criminaliteit of sociale veiligheid niet meegenomen. Dergelijke onderwerpen vallen buiten de scope van deze LOF. Hoewel deze drie onderwerpen allen iets zeggen over de ‘ruimtelijke’ veiligheidssituatie, is er ook een duidelijk verschil. Zo gaan omgevingsveiligheid en waterveiligheid over de ‘kans op’ een ongeval met gevaarlijke stoffen of een overstroming door een dijkdoorbraak, terwijl verkeersveiligheid duidelijk te meten is aan de hand van slachtoffers die jaarlijks optreden bij ongevallen. Beleid Omgevingsveiligheid Het beleid voor Omgevingsveiligheid is voornamelijk verankerd in nationale wetgeving. In aanvulling daarop is op regionaal niveau de Beleidsvisie Externe Veiligheid Gooi- en Vechtstreek uit 2010 vastgesteld. Deze visie gaat uit van het karakter van de regio Gooi en Vechtstreek.
Dat karakter is vooral dat de Gooi en Vechtstreek een groen woongebied is, waar geen plaats is voor zware bedrijven met veel risico’s. Deze beleidsvisie sluit daarbij aan door uit te gaan van de volgende uitgangspunten: • • • • •
De nadruk ligt op het bieden van een veilige woonomgeving; Er moet ruimte zijn voor bedrijvigheid met en het vervoer van gevaarlijke stoffen; De risico’s moeten zoveel als mogelijk worden beperkt, afhankelijk van de functie van een gebied; Incidenten ten gevolge van activiteiten met gevaarlijke stoffen met een grote maatschappelijke ontwrichting tot gevolg vinden we niet acceptabel; De aard van de bedrijvigheid en de risico’s die dat met zich meebrengt moet passen in het karakter van de regio. Het vestigingsbeleid en het locatiebeleid worden daarop aangepast
Afwegingskader Het thema ‘veiligheid’ wordt behandeld aan de hand van het aspect “Omgevingsveiligheid”. Thema Veiligheid
Aspect Omgevingsveilighei d
Streefwaarde/Ambitie Aanvaardbaar veiligheidsrisico
Blad 10 van 50
Gewenste beweging Terugdringen van fysieke veiligheidsrisico’s
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
2.2.2
Huidige en toekomstige situatie Omgevingsveiligheid gaat over de kans dat mensen kunnen komen te overlijden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. In de Omgevingswet wordt in het kader van omgevingsveiligheid (dat onder huidige wetgeving nog externe veiligheid heet) drie aandachtsgebieden onderscheiden: • Brandaandachtsgebied van circa 30 meter bij een weg of spoorlijn • Explosieaandachtsgebied van circa 200 meter bij een weg of spoorlijn1 • Gifwolkaandachtsgebied van mogelijke enkele kilometers Bij inrichtingen hangt het aandachtsgebied erg af van de hoeveelheid stof en andere factoren hoe groot dit gebied is. Voor het gifwolkaandachtsgebied geldt eigenlijk dat mensen in een goed geïsoleerd huis (en zeker bij nieuwbouw) waar de ventilatie uitgezet kan worden, voldoende veilig zijn. Bovendien zijn de meeste inrichtingen die werken met giftige stoffen waar een dergelijke calamiteit zich voor kan doen, gevestigd op grote afstand van woongebieden. Het brandaandachtsgebied geldt dat dit een beperkte zone is rondom met name de A27. Het deel van de A1 dat gelegen is op het grondgebied van de gemeente Laren is niet aangewezen op de risicokaart als risicogebied voor een ongeval op land. In de nabijheid van de snelwegen liggen nagenoeg geen woningen en zijn nieuwe activiteiten ook niet toegestaan zonder maatregelen. Hier zijn geen knelpunten aanwezig in Laren.
Blijft over het explosieaandachtsgebied. Dit speelt bijvoorbeeld langs de A1, A27 en bij LPGtankstations. Over de snelwegen rijden in redelijk grote hoeveelheden tankauto’s met onder andere LPG, die bij een ongeval kunnen exploderen. Overzicht risicobronnen in Laren In Laren zijn bronnen aanwezig waar al deze drie typen effecten kunnen optreden. Vanuit externe veiligheidsoogpunt bezien is afstand houden het beste. Bij vrijwel alle stationaire bronnen is dit afstand houden geen probleem. Dit komt omdat vrijwel alle bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken of deze opslaan buiten de gemeente Laren gelegen zijn. De driehoekjes die kriskras door de gemeente aanwezig zijn, betreffen LPG-tankstations. In de afgelopen vijftien jaar zijn reeds vele LPG-tankstations in de gemeente gesaneerd, omdat deze vlak bij woongebieden lagen. Dit heeft geleid tot een afname van het risico in woongebieden. De overgebleven LPG-tankstations liggen op genoeg afstand van woonbuurten. Aandachtspunten met betrekking tot externe veiligheid vormen met name de transportassen, bijvoorbeeld de A1 of de buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Hier zijn in de huidige situatie veel transporten van gevaarlijke stoffen aanwezig. Woningbouwplannen in de nabijheid van deze transportassen dienen getoetst te worden op het aspect Omgevingsveiligheid.
Het spoor en hogedruk aardgasleidingen vormen meer lokaal aandachtspunten en hierbij zijn geen noemenswaardige aandachtspunten bekend binnen de gemeente.
1
Bij inrichtingen hangt dit af van hoeveel brandbare gassen in welke omstandigheden worden opgeslagen. Voor bijvoorbeeld LPG-tankstations geldt een explosie-aandachtsgebied van 160 meter.
Blad 11 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
Figuur 2.6: Overzichtskaart risicobronnen Laren
2.2.3
Beoordeling Op het vlak van omgevingsveiligheid bestaan er weinig ontwikkeling die autonoom voor verandering zullen zorgen. In de voorgaande jaren zijn verschillende LPG-tankstations gesaneerd wat heeft geleid tot een afname van het risico in woongebieden. Dit leidt tot de volgende beoordeling.
Blad 12 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
2.3
Wonen en voorzieningen
2.3.1
Inleiding, beleid en beoordelingskader Inleiding De afgelopen jaren heeft de woningmarkt grote veranderingen doorgemaakt. Van de crisis waarin de huizenmarkt zich tien jaar geleden in bevond, is al lang geen sprake meer. Woningprijzen stijgen en nieuwbouwprojecten raken snel verkocht. De vraag naar woningen is zeer groot. Zelfs zodanig dat het woningaanbod in de bestaande voorraad sterk is afgenomen. Het aantal voorzieningen voor bewoners van dorpen en steden hangt sterk samen met de groei of krimp van de regio. Deze paragraaf gaat in op de kwantitatieve en kwalitatieve woningvraag en -aanbod en het voorzieningenniveau. Daarbij is de demografische ontwikkeling van de gemeente van belang. Beleid Coalitieprogramma: Zelfstandig & kwalitatief: dichtbij de burger (2018 -2022) In het coalitieprogramma wordt de richting van de coalitie in de bestuursperiode uiteengezet. Op het gebied van volkshuisvesting wordt meer aandacht aan sociale woningbouw besteed. Het primaat is behoud van de beeldkwaliteit van het dorp. Daarnaast wordt er binnen het bestaande winkelaanbod gestreefd naar variatie. Omgevingsvisie NH2050 In de omgevingsvisie wordt als uitgangspunt voor nieuwe ontwikkeling zoals verstedelijking benoemd dat deze passend zijn bij de waarden, de karakteristiek en het draagvermogen van het landschap.
Nieuwe ontwikkeling worden zoveel mogelijk natuurinclusief en geclusterd uitgevoerd. De effecten op de ondergrond wordt meegewogen. Verkenning Gooi en Vechtstreek 2040 Ontwikkelingen en opgaven voor de lange termijn (2016) (Regio G&V) In de regio Gooi en Vechtstreek zijn er verschillende ontwikkelingen op het vlak van wonen en voorzieningen. Er ligt een woningbouwopgave voor de MRA. Invulling moet gegeven worden aan in welke mate en de manier waarop er invulling gegeven wordt aan de woningbehoefte. Er bestaat ook meer behoefte aan recreatieve voorzieningen. Het voorzieningsniveau staat onder druk in verschillende kernen. De verdichtingsopgave biedt mogelijkheden om deze te koppelen aan behoud van de regionale identiteit; en verbetering van de kwaliteit van leven in de steden en kernen. Woonvisie Regio Gooi en Vechtstreek 2016-2030 In het kader van de inclusieve regio zijn de doelen: behoud van de sociale huurvoorraad minimaal op peil; slagingskansen gelijk voor mensen met recht op huurtoeslag; monitoring effecten passend toewijzen op slagingskansen; maximaal 10 procent dure scheefwoners in 2030.
Voor de bouwende regio zijn de doelen: 9250 nieuwbouwwoningen tot 2030; 1/3 van de woningtoevoegingen betaalbaar; minimaal 20 procent van de woningtoevoegingen door transformaties; strategisch inzetten nieuwbouw; 1000 woningen in het middeldure huursegment; en onderzoek nieuwbouwambities lange termijn. De vernieuwende regio heeft tot doel het opstellen van een goede voorbeeldenboek ‘buurt gestuurd’ en het in kaart brengen van aandachtswijken.
Blad 13 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
Woonakkoord Regio Gooi en Vechtstreek 2021 De regiogemeenten, woningcorporaties en de Provincie Noord-Holland hebben gezamenlijk een woonakkoord gesloten. Herin zijn de actuele en aangescherpte ambities voor bouwen en betaalbaarheid opgenomen. Het woonakkoord bevat de onderstaande actiepunten: toevoegen 11.500 woningen toe tot 2040; aandeel betaalbaar groeit mee met de voorraad; toevoegen 1500 middeldure huurwoningen; toevoegen van voor senioren geschikte woningen toe waar dit strategisch handig is benutten tijdelijke kansen waar die zich voordoen; beter benutten van de bestaande voorraad. Daarnaast wil de regio klimaatneutraliteit, natuurinclusiviteit en circulariteit in de volle breedte stimuleren. Retailvisie Gooi- en Vechtstreek (Analyse bestaande structuur) (2012) Uitgangspunten van de retailvisie zijn: Goede ruimtelijke spreiding van voorzieningen Zo’n volledig mogelijk aanbod aan voorzieningen Voorkoming van ontwrichting van bestaande detailhandelstructuur als gevolg van nieuwe ontwikkelingen.
Zoveel mogelijk ruimtelijke concentratie van voorzieningen Versterken/herinrichten van bestaande winkelvoorzieningen Ruimte bieden voor dynamiek en innovatieve ontwikkelingen in de retailmarkt Geen solitaire grootschalige ontwikkelingen toestaan Nastreven van gethematiseerde PDV/GDV-locaties Ruimtelijke Structuurvisie gemeente Laren 2008 – 2023 (2008) De gemeente Laren zet op het vlak van wonen in op een plek voor oud en jong. Vergrijzing heeft invloed op de volkshuisvesting. Het vasthouden van jongeren en starters is belangrijk omdat zij het draagvlak voor voorzieningen in de toekomst moeten borgen. Huisvesting van deze groep dient met aandacht te gebeuren. Woonvisie Laren (2017-2022) Speerpunten in de woonvisie zijn: Betaalbaarheid en doorstroming Strategische inzet van nieuwbouw Maatwerk bestaande woningvoorraad Duurzaamheid Wonen met zorg Afwegingskader Het volgende beoordelingskader wordt gebruikt voor het aspect ‘wonen en voorzieningen’. Thema Wonen en voorzieningen
Aspect Woningaanbod
Streefwaarde/Ambitie Voor alle doelgroepen een betaalbare en passende woning Gelijk
Voorzieningenniveau
2.3.2
Huidige en toekomstige situatie
Blad 14 van 50
Gewenste beweging Meer betaalbare en passende woningen Toename
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
Het totaal aantal woningen in de gemeente Laren ligt op 5441 woningen. Hiervan is 80 procent een eengezinswoning en 20 procent een meergezinswoning. Het merendeel van de woningen (67 procent) betreft koopwoningen. De rest van de woningen (30 procent) betreft huurwoningen zowel corporatie (16.9 procent) als overig (15.1 procent). In Nederland wordt gemiddeld 42 procent van de woningen verhuurd (corporatie: 29.1 procent; overig: 13.3 procent).
Figuur 2.7: Woningen naar eigendom Laren
Woningen in de gemeente Laren zijn ruimer opgezet dan gemiddeld (140 m2 in Laren; 115 m2 in Nederland). De woningvoorraad in Laren is ouder dan de woningvoorraad van Nederland (1956 in Laren; 1969 in Nederland). Daarnaast is er een kleiner deel van de woningen met een bouwjaar van na 2010. 6.1 procent van de woningen in de gemeente Laren is gebouwd na 2010, terwijl het gemiddelde voor Nederland op 7.3 procent ligt. De gemiddelde WOZ-waarde van woningen in de gemeente Laren ligt ver boven het Nederlands gemiddelde. De gemiddelde vraagprijs voor woningen was in 2020 1.376 miljoen euro. De WOZ-waarde ligt op 719.000 euro. Tussen 2020 en 2021 is de WOZ-waarde met 8 procent toegenomen in de gemeente. Het aantal woningen dat te koop wordt aangeboden is de afgelopen jaren sterk afgenomen (januari 2014: 280 woningen; januari 2021: 53 woningen. Per maand worden ongeveer 30 hypotheken afgesloten.
Blad 15 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
Figuur 2.8: Aanbod koopwoningen
Leefbaarheid omvat veel verschillende aspecten. Het is dus nodig om hier een passende definitie voor vast te stellen. Door de nationale overheid, meer specifiek het ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties, heeft voor het meten van de leefbaarheid de leefbaarometer ontwikkeld. De leefbaarometer is indicator die weergeeft hoe inwoners de leefbaarheid van hun omgeving beleven. Deze score is gebaseerd op verschillende kenmerken van hun omgeving die onder de volgende vijf dimensies vallen: Woningen, Bewoners, Voorzieningen, Veiligheid en Fysieke leefomgeving. Een volledig overzicht van de 100 indicatoren die de leefbaarometer vormen kan via deze link geraadpleegd worden.
Blad 16 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
Figuur 2.9: Leefbaarheidsscore 2018 Laren
De leefbaarheidssituatie in de gemeente Laren wordt over het algemeen als uitstekend beoordeeld. Op het aspect bewoners, voorzieningen, veiligheid en fysieke leefomgeving scoort de gemeente Laren bovengemiddeld. Het aspect woningen wordt de afgelopen jaren redeijk stabiel negatief beoordeeld door ontwikkelingen op het vlak van de eigendomsverhouding, luxe woningen en kleine woningen. Het aantal voorzieningen in de kern Laren (zoals levensmiddelenwinkels) is hoog. In het omliggende gebied is zijn er ook verschillende winkels aanwezig.
Figuur 2.10: Aantal levensmiddelenwinkels binnen 1 km
Blad 17 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
In de huidige situatie ligt het aantal eenpersoonshuishoudens rond het Nederlands gemiddelde (Laren: 36,9 procent; Nederland: 38,5 procent). Het aantal huishoudens bestaande uit samenwonend zonder kinderen ligt iets hoger dan gemiddeld (Laren 30,8 procent; Nederland: 28,8 procent). De demografische druk, het aantal personen van 65 jaar of ouder of 20 jaar en jonger per 100 personen van 20 tot 65 jaar, ligt in de gemeente zeer hoog en loopt al enkele jaren op (Laren: 112.4 personen). Dit komt met name door de vergrijzing in de gemeente. Naar de toekomst toe is voor de ontwikkeling op de woningmarkt de demografische ontwikkeling in de gemeente Laren van belang. Een lichte groei in inwoners wordt verwacht (1.04 per duizend inwoners tussen 2018 en 2035).
Figuur 2.11: Huishoudenssamenstelling Laren
2.3.3
Beoordeling In de gemeente Laren staat het woningaanbod onder druk. De WOZ-waarde nam tussen 2020 en 2021 toe met 21 procent. Het woningaanbod op de huizenmarkt is daarentegen sterk gedaald. Het aanbod van sociale huurwoningen ligt gemiddeld lager dan in de rest van Nederland. Al met al is de betaalbaarheid van de woningen in de gemeente Laren sterk afgenomen. Over het algemeen wordt de leefbaarheid in de gemeente Laren als uitstekend beoordeeld. De gemeente Laren is sterk vergrijsd. Naar de toekomst toe wordt er een lichte groei aan inwoners verwacht.
Blad 18 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
2.4
Natuurlijke leefomgeving
2.4.1
Inleiding, beleid en beoordelingskader Inleiding De natuurlijke leefomgeving is belangrijk voor de mens en voor het duurzaam functioneren van bodem en water als dragers voor plantaardige productie en een gezonde omgeving. Een natuurlijke leefomgeving kan verschillende vormen aannemen, zoals publiek groen en natuurgebieden. In het natuurbeleid wordt veelal een onderscheid gemaakt in beleid voor gebieden en beleid voor soorten. Om het aantal soorten te omschrijven wordt het concept biodiversiteit gebruikt. Biodiversiteit is niet alleen iets van natuurgebieden, maar van de hele stad. Beleid Omgevingsvisie NH2050 In de omgevingsvisie voor Noord-Holland voor 2050 zijn de volgende punten opgenomen: Nieuwe ontwikkelingen gebeuren zoveel mogelijk natuurinclusief Ecologische verbindingen worden behouden aangevuld om het ecologisch systeem robuuster te maken. Programma Gooi en Vechtstreek 2016-2020 provincie NH (2016) Het programma om de kwaliteiten in de regio te behouden en te versterken heeft o.a. als speerpunt de ontwikkeling van robuuste natuur. Verkenning Gooi en Vechtstreek 2040 Ontwikkelingen en opgaven voor de lange termijn (2016) (Regio G&V) Er bestaan in de regio Gooi en Vechtstreek verschillende ontwikkelingen op het vlak van biodiversiteit. Nog maar 15 procent van de soorten is overgebleven. Voor het Natura2000- en NNNnetwerk moeten doelstellingen behaald worden o.a.
door het verbinden van natuurgebieden. Om de neergang van biodiversiteit tegen te gaan is een bredere aanpak benodigd. Ruimtelijke Structuurvisie gemeente Laren 2008 – 2023 (2008) In de structuurvisie van de gemeente Laren wordt worden verschillende lijnen uitgezet. De hoofdlijn is behoud en versterking van de beeldkwaliteit (groen, fraai en kleinschalig) van Laren. Verstening wordt tegengegaan. Eventuele noodzakelijke verstening moet in goede banen worden geleid. Er bestaan plannen voor drie ecoducten ter bevordering van natuurwaarden: bij Crailo, op d grens met de gemeente Baar (onder spoor en A1) en bij de A1/Hilversumseweg ten zuidwesten van het centrum. Groenprojecten provincie NH Gooi & Vechtstreek (2015) (Regio G&V) De provincie zet zich samen met gemeenten en andere actoren in voor meer groen in de provincie. In het Gooi wordt beheer op de landgoederen gericht op het samengaan van cultuurhistorische, ecologische en landschappelijke waarden en het verbinden van versnipperde natuurgebieden door natuurverbindingen. Afwegingskader Het volgende beoordelingskader wordt gebruikt voor het aspect ‘natuurlijke leefomgeving’.
Blad 19 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
Thema Natuurlijke leefomgeving
2.4.2
Aspect Beschikbaarheid en kwaliteit openbaar groen Natuurgebieden Biodiversiteit
Streefwaarde/Ambitie Huidige situatie
Huidige situatie Huidige situatie
Gewenste beweging Toename beschikbaarheid en kwaliteit Toename kwaliteit Toename biodiversiteit
Huidige en toekomstige situatie Het buitengebied van Laren is overwegend groen met uitzondering van een deel van het natuurgebied Laarderwasmeer. Het betreft een heide en stuifzandlandschap. In het stedelijk gebied van Laren komt overal in enige mate groen voor.
Figuur 2.12: Groenkaart (%) Laren
De biodiversiteit in Nederland staat onder druk. De soortendiversiteit in de gemeente Laren volgt de mate van verstedelijking in de gemeente. In het stedelijk gebied is deze lager (201-300 soorten) dan in het buitengebied (501-600 soorten). Hetzelfde beeld geldt voor rode lijst soorten. In het stedelijk gebied van Laren bevinden zich minder rood lijst soorten (11-20 soorten) dan in het buitengebied (51-60 soorten).
Blad 20 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
Figuur 2.13: Soortendiversiteit in Laren
Figuur 2.14: Rode lijst soorten Laren
Een groot deel van het buitengebied van Laren is natuur. Het buitengebied van Laren valt grotendeels onder Natuur Netwerk Nederland (NNN). De westerheide heeft te maken met vergrassing. De grote toename van Pijpenstrootje is een aandachtspunt. Het bos op het terrein is van één leeftijd. Door aanpassingen in beheer kan aan de ontwikkeling van een meer gevarieerd bos gewerkt worden. In Laren is een ecoduct aanwezig die de westerheide met de Blaricummer heide verbindt. Postiljon is een klein natuurgebied gelegen in tussen de A1 en Laren. Door het kleine oppervlakte met veel randen vormt bos- en struikontwikkeling een bedreiging voor
Blad 21 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
bestaande heide en stuifzandcomplexen. Beheer kan hierop inspelen en meer ruimte creëren voor heide en stuifzand. In het zuiden van Laren zijn de zuiderheide en Laarderwasmeer gelegen. In Laarderwasmeer is in de laag gelegen delen sprake van een overschot aan fosfaat. Dit kan leiden tot de ontwikkeling van storinglevensgemeenschappen. Dit zijn plant- en diersoorten die gebaat zijn bij een sterk veranderende omgeving. Deze plant- en diersoorten behoren niet bij het beoogde beeld voor het gebied. Verdere aandachtspunten voor deze twee gebieden zijn: Voorkomen van teveel verstoring (bijv. door loslopende honden) Creëren van voedselarme plekken en variatie Behouden solitaire bomen die als uitkijkplek kunnen dienen voor vogels De barrière overkomen die door de N525 gevormd wordt
Figuur 2.15: Natuur Netwerk Nederland (NNN) Laren
Stedelijke gebieden kunnen in vergelijking tot het landelijk gebied warmer worden op (zeer) warme (zomer)dagen dan het omliggend landelijk gebied. Dit gebeurt doordat in de stedelijke omgeving minder groene en blauwe structuren aanwezig zijn en de wind door het gebrek aan openheid niet de hitte verdrijft. Het stedelijk hitte-eiland effect heeft een negatief effect op het welzijn van mensen en dieren. In het buitengebied van Laren bevinden zich gebieden die nauwelijks opwarmen (+0 tot 0.2 graden Celcius). In Laren vormt zich een hitte-eiland effect waarbij het centrum tot 1.2 tot 1.4 graden Celsius warmer is dan het buitengebied.
Blad 22 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
2.4.3
Beoordeling In het stedelijk gebied van Laren komt overal in enige mate groen voor. Een groot deel van het buitengebied van Laren valt in Natuur Netwerk Nederland. Voor de natuurgebieden bestaan verschillende uitdagingen, zoals vergrassing en de aanwezige begroeiing. Daarnaast staat de algemene biodiversiteit ook onder druk in Nederland, niet alleen in natuurgebieden. De soortendiversiteit in de gemeente Laren volgt de verstedelijkingsgraad van de gemeente. Het stedelijk gebied scoort lager dan het buitengebied. In de gemeente Laren is een hitte-eiland effect aanwezig waarbij het binnenstedelijk gebied 1.2 tot 1.4 graden warmer is dan het buitengebied. Naar de toekomst is grote inzet nodig om het tij te keren. Door het veranderende klimaat kan het stedelijk hitte-eiland van de gemeente Laren versterkt worden. Dit brengt de volgende beoordeling teweeg:
Blad 23 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
2.5
Ruimtelijke kwaliteit
2.5.1
Inleiding, beleid en beoordelingskader Inleiding In de LOF wordt onder “ruimtelijke kwaliteit” het volgende verstaan: • Cultuurhistorie; • Landschap; • Archeologie; ‘Cultuurhistorie’ kan verschillende dingen betekenen. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed [RCE] onderscheidt drie categorieën, waarin alle bovenstaande criteria naar voren komen: 1. In de bodem (op land en onder water) bewaarde sporen en resten van menselijke bewoning vanaf het eerste begin van de menselijke bewoning; 2. Historische gebouwen, erven, tuinen, parken en stedenbouwkundige structuren; 3. Landschappelijke elementen, gebieden en ruimtelijke patronen waarin de historische wisselwerking tussen mens en maatschappij enerzijds en de fysieke omgeving anderzijds tot uitdrukking komt: het historische landschap Beleid Regionaal kwaliteitsbeeld cultuur & erfgoed (Regio G&V) (2015) De Gooi en Vechtstreek biedt een unieke combinatie van wonen, werken en welzijn. Voor cultuur en erfgoed wordt er gefocust op drie thema’s. Het landschappelijk groen en blauw en het toekomstig belang voor inwoners en stedelijke bezoekers Ondernemers- en handelskarakter en (historisch gegroeid) vakmanschap De verbinding tussen actuele kunst en landschap, erfgoed, cultuurhistorie, architectuur en archeologie. De combinatie van de sterke aanwezigheid van de beeldende kunsten en het landschap in kunstdorpen, zoals Laren, is uniek.
Gooi en vechtstreek Landschapsbeeld (Landschappelijke analyse, kwaliteiten en waardering (2018) (Regio G&V) Voor het Gooi zijn het de aaneengesloten bos- en heidegebieden, de brinken, het uitwaaierende wegenpatroon en de landgoederen en buitenplaatsen op de overgang naar het lager gelegen veengebied. Het behoud van de beeldbepalende landschappelijke structuren, elementen en ruimtelijke eenheden, is van groot belang voor het behoud en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de regio. Zij kunnen een meerwaarde leveren en een ruimtelijke kader vormen voor toekomstige en eigentijdse ontwikkelingen en de bijbehorende ontwerpopgaven. De benoemde structuren, elementen en eenheden vormen de basis voor de ontwikkeling van het toekomstige landschap. Bij de uitwerking van gedetailleerdere inrichtingsplannen, zal deze waardestelling verder moeten worden geconcretiseerd en gedetailleerd. Nota Archeologiebeleid Laren (2011) Met de vernieuwde Monumentenwet en de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het archeologisch beleid bij gemeenten komen liggen. De gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren hebben het wenselijk geacht een eigen archeologische waarden- en verwachtingenkaart en een beleidskaart
Blad 24 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
te laten opstellen, gekoppeld aan een archeologisch onderzoeksregime in de vorm van standaardregels/voorschriften. Welstandsnota Laren (2013) Het volgende beoordelingskader wordt gebruikt voor het aspect ‘ruimtelijke kwaliteit’. De Welstandsnota geeft een toelichting op het beleid in de gemeente, geeft welstandscriteria, beschrijft welstandsprocedures en benoemt, inventariseert en karakteriseert de lokale ruimtelijke karakteristieken. Deze karakteristieken zijn vervolgens vertaald in deelgebieden en thema’s en vormen de basis voor gebiedsgericht welstandsbeleid binnen de gemeente. Aan de hand van algemene-, gebiedsgerichte-, objectgerichte- en sneltoetscriteria is invulling gegeven aan de welstandseisen in de gemeente. Voort gelden welstandscriteria bij (her) ontwikkelingsprojecten en excessen. De gemeente heeft geen welstandsvrije gebieden. Afwegingskader Thema Ruimtelijke kwaliteit
2.5.2
Aspect Landschap
Streefwaarde/Ambitie Behoud van huidige kwaliteiten
Cultuurhistorie
Behoud van huidige kwaliteiten
Archeologie
Behoud van huidige kwaliteiten
Gewenste beweging Instandhouding landschappelijke waarden Instandhouding cultuurhistorische waarden. Erfgoed een volwaardige plek geven in ruimtelijke ontwikkelingen Instandhouding archeologische waarden.
Huidige en toekomstige situatie ’t Gooi was een typisch zandgebied met esachtige nederzettingen, heide en woeste gronden, dat vanaf eind 19de eeuw een ontwikkeling doormaakte tot suburbaan, lommerrijk woongebied van welgestelde Amsterdammers. Vanuit die geschiedenis zijn de dorpen als Laren ontstaan. De variatie in landschapstypen maakt Laren en omgeving een aantrekkelijke plek om te verblijven. De gaafheid van de zichtbare relicten uit de voorlaatste ijstijd en van de bewoningsgeschiedenis vanaf de prehistorie zijn een bijzondere kwaliteit van dit gebied. Laren, is in de 8ste of 9de eeuw ontstaan. Laren heeft nog steeds een brink, van waaruit het vee naar de heide werd gedreven. Buiten de dorp lagen de engen: aaneengesloten bouwlandcomplexen. De vruchtbaarheid van de engen werd op peil gehouden door er plaggen van de hogere woeste gronden op aan te brengen, vermengd met dierlijke mest. De engen zijn vrijwel geheel verdwenen ten behoeve van de woningbouw. De hogere, woeste gronden bestonden uit bos. Door kap, het steken van plaggen en overbeweiding, degradeerde dit in de 15de eeuw tot heide. Her en der zette de degradatie door en ontstonden stuifzanden. De woeste gronden werden ook gebruikt voor kleinschalige grind- en zandwinning en voor het houden van bijen. De laagstgelegen delen van het landschap werden gebruikt als weiland of hooiland. Dit waren de meenten of maatlanden.
Het waren gemeenschappelijke gronden; ze waren niet verdeeld en mochten worden gebruikt op grond van de oude gebruiksrechten.
Blad 25 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
Vanaf het einde van de 19de eeuw vestigden mensen die het zich konden veroorloven graag in ‘t Gooi. Men verliet de stad om onder meer de slechte hygiëne te ontvluchten. In ’t Gooi was de grond goedkoop, het was eenvoudig per spoor te bereiken en het landschap sprak de nieuwe bewoners aan. Aanvankelijk werden villa’s individueel gebouwd, maar later gebeurde dat veelal in grotere parken. De villaparken werden ontwikkeld door exploitatiemaatschappijen. Er werd een stuk grond gekocht, het liefst op een bestaand landgoed of men liet een architect een plan ontwerpen. De exploitatiemaatschappijen bouwden villa’s in eigen beheer om ze daarna te verkopen of te verhuren. De villaterreinen ontwikkelden zich in hoog tempo en breidden zich over ‘t Gooi uit. Bloeiperiodes waren in 1898-1914 en 1922-1928. In Laren bleef het agrarische karakter herkenbaar door handhaving van veel boerderijen als gebouw, maar dan met een woonfunctie. Latere uitbreidingen in de vorm van vrijstaande bebouwing in veel groen sloten op dit karakter aan. Het landelijke karakter van Laren oefende aan het einde van de 19de eeuw aantrekkingskracht uit op veel schilders, die zich hier deels ook vestigden. In het kielzog van de allerrijksten, volgde de gegoede burgerij begin 20ste eeuw het spoor naar ’t Gooi.
Opnieuw werden grote stukken grond – waaronder de oude engen – omgezet in nieuwbouwwijken, nu voor de middenklasse. In elk dorp in ’t Gooi zijn dergelijke wijken gebouwd.
2.5.3
Beoordeling Veel van de charme van Laren is geworteld in het verleden. De ontwikkelingen hebben geleid tot een rijk ensemble van villawijken, boerderijen en heide- en stuifzandgebieden. De kern Laren kent een veelheid aan rijksmonumenten en het buitengebied is volledig beschermd als Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) vanwege de hoge erfgoedwaarde en aardkundige waarde van het gebied. Door hedendaagse ontwikkelingen (woningbouw, verdroging en verzuring van de heide) staan deze waarden wel onder druk. Ook het gevoel van een gemeenschappelijke identiteit (een belangrijke waarde van Laren) verandert door de veranderende bevolkingssamenstelling en de individualisering van de maatschappij.
Blad 26 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
2.6
Bodem, water en ondergrond
2.6.1
Inleiding, beleid en beoordelingskader Inleiding Het aspect ‘bodem, water en ondergrond’ heeft betrekking op klimaatadaptatie, grondgebruik en bodemkwaliteit. Klimaatadaptatie is belangrijk met het oog op het bereiken van klimaatrobuustheid: het kunnen omgaan met de impact van extreme weerssituaties. Het bodemen watersysteem bieden hiervoor belangrijke randvoorwaarden. Daarnaast is de algehele gebruik van de bodem ook een belangrijk thema binnen dit aspect. Beleid Coalitieprogramma: Zelfstandig & kwalitatief: dichtbij de burger (2018 - 2022) Eén van de punten waar de coalitie op in wil zetten is duurzaamheid en milieu. Door indiening van een nieuw GRP worden effectieve maatregelen tegen wateroverlast nagestreefd. Omgevingsvisie NH2050 De omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland benoemt verschillende punten. Bij nieuwe ontwikkelingen worden de effecten op de ondergrond meegewogen. Duurzame bronnen, zoals grondwater en bodemenergie, gaan voor eenmalig gebruik (delfstoffen). Functies in de ondergrond kunnen naast elkaar plaatsvinden, mits ze elkaars functie niet schaden. Verkenning Gooi en Vechtstreek 2040 Ontwikkelingen en opgaven voor de lange termijn (2016) Een opgave naar de toekomst is het veranderende klimaat. Klimaatverandering heeft verschillende gevolgen: wateroverlast, droogte, stijging van het peil in het IJsselmeer en bodemdaling.
De regio zet in op mitigatie en adaptatie. Gemeentelijk Rioleringsplan Laren 2018 – 2022 o.a. Waterbestendig Laren Gemeenten hebben als zorgplicht om afvalwater af te voeren naar de zuivering; zicht te houden op grondwater en te zorgen dat grondwaterstanden de functies op bepaalde locaties niet storen. In openbaar gebied zijn ze verantwoordelijk voor het voorkomen van overlast door hemelwater. De gemeente Laren benoemd verschillende ambities voor de periode 2018-2022: Creëren van een duurzame omgeving; o.a. door het afkoppelen van hemelwater; onderzoek naar kwaliteitsverbetering van het watersysteem en het terugbrengen van het aantal vuilwateroverstorten. Klimaatadaptatie; o.a. door het creëren van meer inzicht in de risico’s van wateroverlast, hitte en droogte. Het project Waterbestendig Laren is toegevoegd aan het gemeentelijk rioleringsplan middels het project ‘Laren Regenklaar’. Dit project loopt langer door dan 2022. Het waterschap onderzoekt samen met de BEL-gemeenten en de gemeente Huizen of het mogelijk is om de RWZI’s van Blaricum en Huizen samen te voegen tot één nieuwe zuivering. Bestuurlijk wordt hier binnenkort verder over besloten. Afwegingskader Het volgende beoordelingskader is leidend bij het aspect bodem, water en ondergrond.
Blad 27 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
Thema Bodem, water en ondergrond
2.6.2
Aspect Oppervlaktewater
Streefwaarde/Ambitie Goede waterkwaliteit voor alle oppervlaktewaterlichamen
Grondwater
Huidige situatie
Waterbergend vermogen ondergrond
Huidige situatie
Bodemkwaliteit
Geen vervuilde locaties
Gewenste beweging Behalen KRW-status oppervlaktewaterlicham en Verbetering kwaliteit grondwater Beheersen en voorkomen van risico’s van droogte en extreme neerslag Minder vervuilde locaties
Huidige en toekomstige situatie In de gemeente Laren bevinden zich geen KRW-oppervlaktewaterlichamen. In het westen van de gemeente Laren zijn twee grondwaterbeschermings- en drinkwaterwingebieden gelegen. Het betreft drinkwaterwinning Laren en Laarderhoogt. In de drinkwaterwinning Laren is de invloed van bodemverontreinigingen boven de norm. De twee verontreinigingen welke de winning beïnvloeden zijn de Wasmerenpluim en de TRIverontreiniging vanuit het Philipsterrein. Uitgebreide nabehandeling van het water is nodig om de verontreinigingen uit het grondwater te halen. De waterkwaliteit van de drinkwaterwinning Laarderhoogt is van zeer goede kwaliteit. Er is blijvend aandacht nodig voor de invloed van o.a. bestrijdingsmiddelengebruik op de kwaliteit van toestromend grondwater.
Figuur 2.16: Grondwaterbeschermingsgebied (roze) en drinkwaterwingebied (blauw) Laren
Blad 28 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
De gronden van de gemeente Laren kennen over het algemeen een goed waterbergend vermogen. De gemeente Laren heeft daarnaast in de gehele gemeente een zeer diepe gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Klimaatverandering betekent voor deze gronden over het algemeen dat wateroverschotten goed vastgehouden kunnen worden in het gebied. De wateroverschotten infiltreren over het algemeen gemakkelijk in de bodem. Al bestaan er lokale verschillen tussen de infiltratiemogelijkheden per bodemsoort. Groot aandachtspunt is het reliëf in de gemeente Laren en de invloed hiervan op de afstroming van regenwater. Om de juiste omstandigheden te creëren voor het opvangen van neerslagextremen dienen maatregelen getroffen te worden (zoals het plaatsen van infiltratiekratten). Door klimaatverandering kan de grondwaterstand in de gemeente dieper komen te liggen. Dat betekent dat droogte een risico vormt voor de gemeente. De gemeente zet in op klimaatadaptatie, waarbij de aandacht o.a. ligt op het voorkomen van wateroverlast in stedelijk gebied.
Figuur 2.17: Waterbergend vermogen ondergrond
Blad 29 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
Figuur 2.18: Gemiddeld Laagste Grondwaterstand
Landelijk beleid stelt strikte eisen voor de bodemkwaliteit. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan de basisbodemkwaliteit voor de gewenste functies, Dit leidt ertoe dat bij ontwikkelingen de bodemkwaliteit enkel gelijk kan blijven indien deze voldoet aan de bodemkwaliteit voor de gewenste functie of kan verbeteren. In de gemeente Laren zijn twee voormalige Navos stortplaatsen gelegen. In een aanzienlijk deel van de kern Laren is voldoende onderzoek gedaan en/of gesaneerd. In enkele delen van de gemeente vindt sanering plaats.
Figuur 2.19: Voormalige Navos stortplaatsen
Blad 30 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
Figuur 2.20: Voortgang bodemonderzoek (bodemloket)
2.6.3
Beoordeling Er bevinden zich twee grondwaterbeschermings- en drinkwatergebieden in de gemeente Laren. In de drinkwaterwinning Laren is sprake van twee verontreinigingen. Blijvend aandacht is nodig voor de waarborging van de grondwaterkwaliteit door invloed van o.a. bestrijdingsmiddelen. Het waterbergend vermogen van de ondergrond in de gemeente Laren is over het algemeen goed. Lokaal bestaan er verschillen. De gronden hebben een diepe GLG. In het licht van klimaatverandering betekent dit dat neerslagextremen relatief gemakkelijk infiltreren. In gronden met een diepe GLG vormt droogte een uitdaging. In de gemeente zijn verschillende Navos stortplaatsen gelegen. Lokaal vinden er saneringsactiviteiten plaats. Een groot deel van de kern Laren is voldoende onderzocht en/of gesaneerd. Dit leidt tot de volgende beoordeling:
Blad 31 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
Blad 32 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
2.7
Duurzaamheid
2.7.1
Inleiding, beleid en beoordelingskader Inleiding Duurzaamheid is een aspect dat veel verschillende toepassingen heeft. Het beschrijft een manier van omgaan met de leefomgeving waarbij er integraal gekeken wordt naar het natuurlijk, economisch en sociaal systeem. Hierbij wordt het huidige gebruik van de leefomgeving zo ingevuld dat het geen schade berokkend aan de behoeften van toekomstige generaties. Beleid Coalitieprogramma: Zelfstandig & kwalitatief: dichtbij de burger (2018 - 2022) Een toenemende focus op duurzaamheid is nodig. De coalitie heeft verschillende doelen op dit vlak: Bij voorkeur nieuwbouw zonder gasaansluiting Stimuleren energietransitie (gasloos, zonnepanelen, windturbines, geothermie) Streven naar circulariteit Evaluatie afvalscheiding Omgevingsvisie NH2050 Door het samenbrengen van economische en andere stedelijke activiteiten nemen de kansen voor synergie en duurzaam ruimtegebruik toe. Het behouden en versterken van het landschap als onderdeel van het metropolitaan systeem is cruciaal. Het landschap biedt ruimte voor kleinschalige experimenten voor duurzame energie productie. Uitgangspunt voor de regionale optimale energiemix is dat deze past bij de regionale landschappelijke en gebiedskwaliteiten. Er wordt gekozen voor hernieuwbare energievormen die voor de meeste energieproductie gaan; terwijl deze een zo’n kleine mogelijke inbreuk doen op het landschap.
Vraag en aanbod van hernieuwbare energie wordt zodanig gebundeld dat sprake is van efficiënte benutting van bestaande en nieuwe energie-infrastructuur en van restwarmte. Goede afweging van de grote energievragers is nodig. Er wordt ruimte gereserveerd voor de directe aanwending, opslag en doorvoer van door wind op zee opgewekte energie. In de provincie wordt ingezet op een circulaire economie. Hiervoor is ruimte nodig voor de opslag en verwerking van reststromen. Verkenning Gooi en Vechtstreek 2040: Ontwikkelingen en opgaven voor de lange termijn (2016) Er komen verschillende transities op de regio af, zoals de omslag naar een circulaire economie, duurzaamheidsambities en de energietransitie. Een opgave is om een duidelijk beeld te ontwikkelen hoe met deze opgaven omgegaan moet worden. Regionaal Uitvoeringsplan huishoudelijk afval 2015-2022 ‘Van afval naar grondstof’ (2015) De regio Gooi en Vechtstreek volgt de het rijksprogramma van afval naar grondstof. Doelstellingen zijn: Het vergemakkelijken van het scheiden en aanbieden van grondstoffen. De inzamelmethode is passend bij de gebiedskenmerken en het bebouwingstypen. Jaarlijks monitoren, evalueren (en bijstellen) van de voortgang van het beleidsplan. De landelijke ambitie voor afvalscheiding is daarbij gesteld op 75 procent in 2022. Scheiding aan de bron heeft hierbij de voorkeur.
De hoeveelheid restafval dient te dalen van 234 naar 128 kg per jaar.
Blad 33 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid (NHZ) Voor de hele energieregio is de ambitie dat in 2030 2,7 TWh duurzame energie opgewekt wordt. Voor de Gooi- en Vechtstreek zijn verschillende zoekgebieden in kaart gebracht. Energieopwek in deze zoekgebieden heeft een potentie van 199 GWh. Uitgangspunten voor de opwekking van energie in de regio zijn: Behoud van de natuur- en cultuurhistorische kwaliteiten van de regio Benutten van de potentie van zon op grote daken, langs (spoor)wegen en parkeerplaatsen. Ontwikkelplan Circulaire economie Metropoolregio Amsterdam (2018) Binnen de regio wordt er ingezet op drie sporen om een circulaire MRA-economie verder te ontwikkelen: circulaire inkoop; grondstoffenstromen en interventies. Gooi en Vechtstreek zonder aardgas. De mogelijkheden voor een klimaat neutrale warmtevoorziening (2017) Aanbevelingen voor de regio als geheel zijn: Ontwikkel meer duidelijkheid over de beschikbaarheid van geothermie in de regio (prijs en hoeveelheid). Richt een ondersteunende organisatiestructuur op. Maak afspraken voor elke gemeente welke buurten wanneer starten met de warmtetransitie. Neem afspraken over de warmtetransitie op in prestatieafspraken met woningcorporaties. Gebruik het opstellen van een omgevingsvisie als een kans om de aanpak van de warmtetransitie vorm te geven.
Strategie Circulaire Regio Gooi en Vechtstreek (2019) De strategie kent een drietal sporen: Samen met burgers en bedrijven wordt de huidige situaties, wensen en opgaven in beeld gebracht. Er wordt ingezet op het beschikbaar maken van voldoende middelen en capaciteit. Het vertrekpunt wordt gevormd door lopende projecten. Nader onderzoek wordt gedaan waar nodig. Energiestrategie Gooi en Vechtstreek (2017) De Gooi en Vechtstreek heeft als ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Alle in de regio benodigde energie wordt duurzaam opgewekt. 73 procent van het energiegebruik vindt plaats in de bebouwde omgeving, daarom wordt met name op deze sector ingezet. In 2021 is een substantieel van de jaarlijkse nieuwbouw aardgasvrij. Er bestaan verschillende uitdagingen: het gevoel van urgentie ontbreekt en het bewustzijn is laag, de markt is er nog niet klaar voor, de gemeente heeft nog geen consistent beleid en de transitie kost geld. Klimaatbeleidsplan Laren 2018-2022 (2017) De nadruk voor verduurzaming van de gemeente Laren ligt, met name, op: Reductie van het aandeel warmte en energie (met name gas) (64%) Het opwekken van meer duurzame energie (16% in 2022) Het uitfaseren van de traditionele gasaansluitingen van woningen Nieuwbouw van het gas af.
Blad 34 van 50
Leefomgevingsfoto Laren projectnummer 0470489.100 7 december 2021 BEL combinatie
De doelstelling van de gemeente Laren is om tegen 2040 energieneutraal te zijn (exclusief de snelwegen). Dit wordt op twee manieren opgepakt: een buurtgerichte objectgerelateerde aanpak waarbij objectgerelateerde leningen op vrijwillige basis worden aangeboden; en verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Uitvoeringsplan Energietransitie Laren 2020 In het uitvoeringsplan wordt er verder invulling gegeven aan de klimaatdoelstellingen van de gemeente Laren en de Gooien Vechtstreek. Eerst wordt ingezet op de isolatie opgave, daarna komen energiezuinige installaties en duurzame energie-opwek aan de orde. Verschillende projecten worden benoemd die bijdragen aan het behalen van de verduurzamingsdoelstellingen, zoals het besparen van 28% CO2 in 2022 ten opzichte van 1990. Transitievisie Warmte (vaststelling december 2021) De gemeente Laren wil in 2040 klimaatneutraal zijn. Afscheid nemen van het aardgas is daar een belangrijk onderdeel van, en een flinke opgave. Deze ambitie is in lijn met het Duurzaamheidsprogramma. Voor de Transitievisie warmte is de doelstelling om in 2050 aardgasvrij te zijn. (Bij de herijking van het duurzaamheidsprogramma in 2022 zal worden bepaald of 2040 klimaatneutraal nog realistisch is) De Transitievisie Warme geeft verdere invulling aan deze ambitie en geeft de kaders om deze te realiseren.
De visie geeft ook meer inzicht in de opgave, de kansen en uitdagingen waarvoor wij staan. Per gebied / wijk is vervolgens met de kennis van nu aangegeven wat de mogelijke warmte alternatieven zijn voor het huidige aardgas. Het definitieve besluit over een vervanging van het aardgas neemt de gemeenteraad met het vaststellen van een Wijkuitvoeringsplan. Echter, er is meer onderzoek nodig om deze stap te nemen.