20220217RVSb21 02065 Contourendocument Omgevingsvisie Laren BIJLAGE contourendoc
Tekst van het document
Contourendocument Omgevingsvisie Gemeente Laren Eindconcept
30 november 2021
Gemeente Laren
Inhoudsopgave Blz. 1
Inleiding 2
2
Contourendocument: Op weg naar een Omgevingsvisie Wat is een Omgevingsvisie? Het Omgevingsvisieproces tot nu toe
3 4
3
Contouren voor vorm en opzet
5
4
Contouren voor de inhoud
7
5
Contouren voor proces en participatie
16
2.1 2.2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3
Uitgangspunten 5 Gebiedsgerichte aanpak 6 De strategische vraagstukken van Laren 7 De opgaven van Laren 9
Participatiestrategie 16 Wat hebben we al gedaan? 18 Contouren voor proces en participatie in de omgevingsvisie 18
Bijlagen 1.
1
3
Leefomgevingsfoto Laren
Contourendocument Omgevingsvisie
1. Inleiding
Voor u ligt het Contourendocument Laren. Het contourendocument is een belangrijke tussenstap op weg naar een omgevingsvisie voor onze gemeente, die we na de gemeenteraadsverkiezingen zullen opstellen. De omgevingsvisie is de strategische, integrale lange termijnvisie van de gemeente Laren voor de fysieke leefomgeving. Met de omgevingsvisie willen we bewoners, ondernemers en organisaties inspireren om onze gemeente nog leefbaarder, veiliger, toekomstbestendiger en duurzamer te maken. In de omgevingsvisie leggen we vast wat de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving zijn. Met andere woorden: “waar bestaat de fysieke leefomgeving uit en wat is de kwaliteit ervan?” Op basis daarvan leggen we vast welke doelen we nastreven en op welke manier we die bereiken. In dit contourendocument geven het huidige college van B&W en de huidige gemeenteraad hun kennis en ervaring mee aan de nieuwe raad. In het contourendocument worden door het huidige college van B&W en de gemeenteraad thema’s, gebieden en strategische keuzes aangereikt die in de verkiezingen een rol kunnen spelen. Hiermee geven college en de raad richting aan de verdere ontwikkeling van het dorp, de uitwerking tot volwaardige omgevingsvisie zal onder leiding van het nieuwe college en de nieuwe raad plaatsvinden.
De gemeenteraden van Blaricum, Eemnes en Laren hebben in mei 2019 een motie aangenomen om vanuit het oogpunt van efficiency te streven naar het zelfde proces voor zowel Blaricum, Eemnes als Laren. Dit principe is als uitgangspunt gehanteerd bij het opstellen van het contourendocument. Elke gemeente ontvangt tegelijk haar eigen contourendocument.
• • •
vastleggen van de te maken keuzes en de dilemma’s t.a.v. ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van het grondgebied van de gemeente; vastleggen van de vorm van de op te stellen Omgevingsvisie. vastleggen van de uitgangspunten voor het proces wat doorlopen wordt bij het opstellen van de Omgevingsvisie;
Leeswijzer
Richting geven en tegelijkertijd keuzeruimte aan de nieuwe raad en college geven. Het contourendocument is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 gaan we kort in op het instrument omgevingsvisie. Wat is het en wat hebben we voorafgaand aan dit contourendocument al gedaan? In hoofdstuk 3 schetsen we de contouren voor de vorm en opzet van de omgevingsvisie. In hoofdstuk 4 gaan we in op de contouren voor de inhoud. We sommen de belangrijkste opgaven en ambities op, zoals die blijken uit een analyse van de huidige situatie en het vigerende beleid. De opgaven en ambities hebben we samen met de ambtelijke organisatie, het bestuur en de gemeenteraden vertaald naar de belangrijkste strategische keuzes voor de fysieke leefomgeving van Laren. In hoofdstuk 5, tenslotte, presenteren we de contouren voor het participatieproces. Als bijlage bij dit contourendocument zit de Leefomgevingsfoto (LOF) Laren met daarin per beleidsthema de stand van zaken over de ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van het grondgebied van de gemeente.
Het contourendocument is de “menukaart” voor de omgevingsvisie. Het document ordent en sorteert opgaven en vraagstukken en geeft randvoorwaarden mee aan het te doorlopen proces van de omgevingsvisie. Dit helpt de nieuwe raad bij het opstellen van haar omgevingsvisie. Het contourendocument heeft de volgende doelen:
2
Gemeente Laren
2. Contourendocument: Op weg naar de Omgevingsvisie 2.1 Wat is een Omgevingsvisie? De Omgevingswet is bedoeld om de wetgeving op het vlak van de fysieke leefomgeving te vereenvoudigen en toegankelijker te maken. De Omgevingswet streeft naar meer samenhang tussen beleidsvelden door het samenbrengen van verschillende wetten op het vlak van de fysieke leefomgeving (bijvoorbeeld de Wet op de ruimtelijke ordening, de Wet Bodembescherming en de Wet Natuurbescherming) in één wet, de Omgevingswet. Naast dat de Omgevingswet de basis vormt voor een meer integrale behandeling van de leefomgeving verandert ook de houding van overheden bij ontwikkeling. Deze houding verschuift van “nee, tenzij” naar “ja, mits”. De invoering van de Omgevingswet gaat gepaard met verschillende nieuwe kerninstrumenten. Eén van de kerninstrumenten is de omgevingsvisie, een integrale langetermijnvisie die de gemeente opstelt voor de hele fysieke leefomgeving en haar grondgebied. De omgevingsvisie is een verplicht instrument voor elke Nederlandse gemeente. Een omgevingsvisie is vormvrij, maar bevat wel vaste elementen: • • •
een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving: waar bestaat de fysieke leefomgeving uit en wat is de kwaliteit ervan? de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van het grondgebied: wat gebeurt er/ gaat er gebeuren aan ontwikkelingen en instandhouding van het grondgebied? de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid: wat zijn de na te streven doelen en op welke manier worden die bereikt?
De fysieke leefomgeving is breder dan alleen de ruimtelijke aspecten. De Omgevingswet noemt verplichte aspecten die integraal terug moeten komen in de omgevingsvisie, zoals bijvoorbeeld het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, activiteiten waardoor emissies, hinder of risico’s worden veroorzaakt en het nalaten van activiteiten. Ook ontwikkelingen op het gebied van cultureel erfgoed, energie-infrastructuur, landbouw, landschap, milieu, natuur en water worden meegewogen en beschreven. De Omgevingswet biedt de mogelijkheden om
3
nieuwe ontwikkelingen meer integraal aan te pakken. Dat is nodig ook, want de onderwerpen waar we de komende jaren beleid over willen maken zijn complex, denk aan de energietransitie, mobiliteit, gezondheid of circulaire economie. Binnen de omgevingsvisie krijgen gemeenten meer ruimte om lokaal af te wegen en normen (bijvoorbeeld voor geluid) in bepaalde gebieden in de gemeente te verruimen.
Contourendocument Omgevingsvisie
2.2 Het Omgevingsvisieproces tot nu toe Op 27 januari 2021 stelde de gemeenteraad van Laren het programmaplan Implementatie Omgevingswet 2021-2023 “Verder Bouwen” vast. Het programmaplan bouwt voort op de eerste tranche, die in 2019 en 2020 grotendeels is afgerond. In het programmaplan worden verschillende vragen beschreven die de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren in het proces van het implementeren van de Omgevingswet willen invullen om recht te doen aan het gedachtegoed van de Omgevingswet. Deze vragen zijn: • • •
Wat wil/kan de gemeente loslaten en waar wil/moet de regie op worden gehouden? Welke werkwijze past bij de ambitie? Wil de gemeente gebruik maken van de nieuwe afwegingsruimte en op welke thema’s/gebieden/opgaven?
Ook hebben we in het programma verwoord hoe we als gemeente via omgevingsvisie, omgevingsplan en omgevingsvergunning overschakelen naar de Omgevingswet. Figuur 2.1 toont het te doorlopen stappenplan om te komen tot een omgevingsvisie. Het opstellen van de omgevingsvisie gebeurt in vier stappen. Stap 1, de inventarisatie van regelgeving en beleid is in 2019 afgerond. In stap 2 heeft de gemeenteraad gesproken over strategische en financiële scenario’s voor de toekomst. Deze gesprekken hebben nog niet geleid tot een actuele algemene overkoepelende visie. Dat betekent dat de “Ruimtelijke Structuurvisie Laren 20082023” nog steeds de meest recente toekomstvisie voor onze gemeente is. De omgevingsvisie zal de structuurvisie vervangen en het nieuwe integrale beleidskader voor de gemeente Laren worden. De omgevingsvisie zien wij als hét instrument om het gesprek aan te gaan met onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties over de toekomst van Laren. Hierover leest u meer in hoofdstuk 5.
Figuur 2.1: Stappen van de Omgevingsvisie (“Verder Bouwen”; Programmaplan Implementatie Omgevingswet 2021, 2022 en 2023)
Het opstellen van het contourendocument is stap 3. In het contourendocument wordt alle opgehaalde informatie uit stap 1 en 2 uitgewerkt tot thema’s, opgaven en strategische vraagstukken. Belangrijk onderdeel van deze stap is de Leefomgevingsfoto (LOF), die als bijlage aan het contourendocument is toegevoegd. Met de Leefomgevingsfoto voegen we op basis van objectieve gegevens uit herleidbare bronnen de huidige stand van zaken toe aan het overzicht van het beleid. De LOF laat zien hoe het vigerende beleid tot nu heeft uitgepakt én hoe reëel het beleid voor de toekomst is. De LOF levert daarmee een antwoord op de vragen: doen we de juiste dingen (wat laten we liggen?) en doen we de dingen goed? In dit contourendocument hebben we zo de opgaven waar we aan moeten werken als we aan onze beleidsambities en de wensen van hogere overheden tegemoet willen komen concreet kunnen maken. Dit aangescherpte inzicht stelt ons in staat de kernvraagstukken voor de fysieke leefomgeving te bepalen, die centraal staan bij het opstellen van de omgevingsvisie.
4
Gemeente Laren
3. Contouren voor vorm en opzet
Zoals in hoofdstuk 2 beschreven is het instrument omgevingsvisie vormvrij. In dit hoofdstuk formuleren we de contouren voor de vorm en opzet, waarbij we specifiek ingaan op de gebiedsgerichte aanpak van de omgevingsvisie.
•
3.1 Uitgangspunten De vorm van een omgevingsvisie is volgens de wet overigens niet aan vaste regels gebonden, behalve dat het een digitaal raadpleegbaar document moet zijn. We hebben als gemeente dus de vrijheid het document op te stellen, zoals wij dat passend vinden. Hierbij gelden voor ons de volgende twee uitgangspunten voor de vorm van de omgevingsvisie: • •
De omgevingsvisie zal uitnodigend zijn: door het schetsen van het gewenste toekomstbeeld willen we bereiken dat de visie een inspiratiebron vormt voor nieuwe ideeën en initiatieven. De omgevingsvisie zal een compact, gebruiksvriendelijk en overzichtelijk document moeten zijn, met veel kaart- en ander beeldmateriaal.
De Omgevingswet biedt geen sluitend overzicht van onderwerpen waarover in de Omgevingsvisie uitwerking aan moet of kan worden gegeven. Wel is bepaald welke aspecten de fysieke leefomgeving in ieder geval omvat en welke activiteiten gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. Aspecten waaruit de fysieke leefomgeving in ieder geval uit bestaat zijn bouwwerken, infrastructuur, water, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed. Activiteiten welke een impact kunnen hebben op de fysieke leefomgeving omvatten onder andere emissies naar water, bodem, en lucht en andere vormen van hinder en/of activiteiten met veiligheidsrisico’s. Wel is er een aantal zaken waar de omgevingsvisie in ieder geval aandacht aan moet besteden. In de afgelopen jaren hebben we met bestuurders, raadsleden en de ambtelijke organisatie uitgebreid gesproken over de opzet en reikwijdte van de omgevingsvisie. Uit dit proces volgen de volgende uitgangspunten voor de opzet van de omgevingsvisie: • Het is een strategische visie, gericht op de lange termijn. De planhorizon van de visie is 2030, maar we maken ook een doorkijk naar 2050 (mede gezien de opgaven op gebied van klimaat en energie).
5
•
•
• •
De visie moet richting geven aan ‘ruimte voor ontwikkeling met behoud van kwaliteit’, met een goede balans tussen beschermen (omgevingswaarden), benutten (toekomstwaarden, incl. afwegingsruimte) en behoud. De visie gaat dus niet alleen over ontwikkeling maar ook over beheer. Het samenbrengen van verschillend beleid in één visie vraagt om het maken van keuzes. De omgevingsvisie brengt verschillende beleidsdoelen en belangen samen, die elkaar vaak versterken, maar soms ook onderlinge spanning opleveren. De visie gaat in op ambities en doelen en de rolverdeling tussen gemeente en haar partners. Onze verantwoordelijkheid voor het algemeen belang vraagt om een goede beschrijving van de rol(len) van en de samenwerking tussen gemeente en haar partners: waar staan wij voor aan de lat, en wat verwachten wij van onze inwoners, ondernemers en organisaties. De omgevingsvisie is een integrale visie voor de gehele leefomgeving (en het hele grondgebied van de gemeente). De visie moet samenhangend zijn: een integraal document over de leefomgeving, waarbij we ook de verbinding zoeken met het economische en sociale domein. Nieuwe (integrale) uitdagingen zorgen ervoor dat we beleid veel meer in samenhang moeten gaan ontwikkelen.
Vanuit de ambitie “pragmatisch onderscheidend bouwen we voort op bestaande actuele beleidskaders, staan we open voor verbetering en vereenvoudiging van beleid en voeren we veranderingen gefaseerd door. Door het maken van richtinggevende keuzes en prioritering, geeft de omgevingsvisie een duidelijke koers aan welke kwaliteiten we willen behouden en welke ontwikkelruimte we willen bieden. Dit kan per deelgebied verschillen, vandaar ook dat we kiezen voor een gebiedsgerichte aanpak. Met een gebiedsgerichte indeling vormt de visie een goede basis voor de verdere vertaling naar het omgevingsplan. Bij de uitwerking is er een relatie met het digitaal stelsel omgevingswet (DSO) over de wijze van verbeelden van de omgevingsvisie en het vastleggen van informatie. De omgevingsvisie wordt onderdeel van de beleidscyclus. De visie is dynamisch van karakter: we kiezen voor periodieke monitoring en evaluatie. De omgevingsvisie is een toetsingskader voor toekomstige ontwikkelingen en de basis voor op te stellen omgevingsprogramma’s en omgevingsplan. Het is een middel voor het gemeentebestuur om haar ambities, opgaven en doelstellingen voor de langere termijn vast te leggen en zichtbaar te maken. De omgevingsvisie wordt hiermee een belangrijk sturingsinstrument voor de uitvoering.
Contourendocument Omgevingsvisie
3.2 Gebiedsgerichte aanpak De Omgevingsvisie Laren wordt met een gebiedsgerichte aanpak vormgegeven. Zo geven we invulling aan het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving. Deze aanpak biedt de mogelijkheid om vanuit kwaliteiten en opgaven in gebieden naar de toekomst te kijken en de belangrijkste kansen en ambities voor de fysieke leefomgeving te benoemen. Door de gebieden centraal te stellen benut Laren de kansen die de Omgevingswet biedt om meer maatwerk per gebied te leveren. Dit doen wij door samen met onze inwoners en partners de kaders per gebied vast te stellen. Per gebied geven we de actuele en relevante thema’s (beleidsvelden), de waarden van een gebied en de van toepassing zijnde ambities aan. Dit zijn de kaders voor toekomstige ontwikkelingen in dat gebied. Een initiatiefnemer wordt zo uitgenodigd om haar project binnen de kaders vorm te geven.
Past een initiatief binnen de kaders en levert het een bijdrage aan (het behouden/ versterken van) de waarden en de ambities in het gebied of het oplossen van de ruimtelijke vraagstukken (dilemma’s), dan kan de initiatiefnemer rekenen op een positieve houding van de gemeente. Zo geven we optimaal vorm aan uitnodigingsplanologie en de nieuwe rol van de overheid in het tot stand komen van projecten. Niet altijd als regisseur, maar ook als partner of enkel faciliterend. In het contourendocument onderscheiden we drie deelgebieden: het Centrum, de Woongebieden en het Buitengebied. De thema’s en waarden zijn per deelgebied verwoord. Bij het opstellen van de omgevingsvisie kan ervoor gekozen worden om de gebiedsindeling te wijzigen of verder te verfijnen, als daar vanuit de participatie of de inhoudelijke uitwerking aanleiding voor is. Centrumgebied Het centrumgebied van Laren heeft een groen en historisch karakter. In het centrum is een verscheidenheid aan voorzieningen aanwezig: een onderscheidend winkelaanbod, verschillende horeca, kunstgaleries en verschillende cultuurvoorzieningen, zoals podia en het Singermuseum. Laren heeft van oudsher een agrarische kern. De bebouwing bestond vroeger voornamelijk uit geconcentreerde boerderijen. Het centrum is grotendeels een beschermd gebied (Beschermd dorpsgezicht Brink). Woongebied Het woongebied van Laren komt uit verschillende bouwjaren.
Direct rondom het centrumgebied is oudere bebouwing gelegen. Vanaf 1880 werden deze voormalige landbouwgronden bebouwd. Verder van het voormalig agrarisch centrum lagen de overwegend slechte landbouwgronden. Hier zijn oudere villa’s en landgoederen te vinden. In de gemeente Laren is ook een uitbreidingsgebied van na de tweede wereldoorlog te vinden.
Figuur 3.1: In dit contourendocument gehanteerde gebiedsindeling. De gebiedsindeling kan tijdens de totstandkoming van de omgevingsvisie aangepast worden.
Buitengebied In het buitengebied van de gemeente Laren is overwegend natuurgebied te vinden. Een deel van deze gebieden wordt beheerd door het Goois Natuur Reservaat (GNR), zoals de Laarder Eng en de Zuiderheide.
6
Gemeente Laren
4. Contouren voor de inhoud
In dit hoofdstuk beschrijven we de opgaven en strategische keuzes voor de fysieke leefomgeving die in de toekomst richting geven aan de ontwikkeling van onze gemeente. Dit overzicht is het resultaat van een grondige analyse van de stand van zaken op de verschillende beleidsvelden (zie hiervoor de Leefomgevingsfoto in bijlage 1), werksessies met de ambtelijke organisatie, gesprekken met bestuurders en een bijeenkomst met de gemeenteraden over de kernvraagstukken voor de fysieke leefomgeving van Laren Deze analyse heeft geleid tot zeven strategische keuzes die de basis voor het gesprek over de inhoud van de Omgevingsvisie voor Laren vormen. Het uitgebreide overzicht met opgaven vindt u in paragraaf 4.2.
4.1 De strategische vraagstukken van Laren
Laren is een klein en karakteristiek dorp met een hoog voorzieningenniveau, omringd door waardevolle natuurgebieden. Alle ruimte in Laren is in gebruik en/ of beschermd. Er zijn echter ontwikkelingen en opgaven die om ruimte vragen, zoals woningen voor doelgroepen, bereikbaarheid en parkeren, klimaatadaptatie en de energietransitie. In de omgevingsvisie van Laren staat de “strijd om ruimte” centraal, zowel in kwalitatieve zin (conserveren van het aantrekkelijke karakter) als kwantitatieve zin (voldoende ruimte voor functies). De opgave voor de Larense omgevingsvisie bestaat uit het maken van ruimtelijke keuzes in de schaarse ruimte en/of het creëren van “nieuwe” ruimte door slimme oplossingen (hoogbouw, ondergronds, intensiever) en combinatie van functies op dezelfde plek. Kort gezegd, in de omgevingsvisie staat de zoektocht naar slimme, innovatieve combinaties om de schaarse ruimte optimaal te benutten centraal. Over de volgende ruimtelijke vraagstukken in de fysieke leefomgeving gaan we een keuze maken in de omgevingsvisie: •
7
Hoe gaan we om met de toenemende druk op het centrum vanwege het hoge voorzieningenniveau en aantrekkelijke evenementen met dorps karakter in relatie tot het behoud van de huidige karakteristiek? Laren is een dorp met karakter. Er is veel groen aanwezig in het bebouwde gebied, zoals de bomen op de Brink. Laren beschikt over een groot aanbod aan voorzieningen en er worden evenementen georganiseerd die bezoekers
aantrekken. Enerzijds vormen bezoekers één van de redenen waarom een hoogwaardig voorzieningenniveau (met luxe winkels en een breed horecaaanbod) mogelijk is in het dorp. Anderzijds brengen deze bezoeken overlast met zich mee. Het verkeer leidt tot parkeerdruk en overlast door verkeerd geparkeerde auto’s. De populariteit en schoonheid van Laren heeft een keerzijde: het dorp is niet gebouwd op grote stromen bezoekers (zoals bijvoorbeeld bij een expositie in het Singermuseum). Een strategische keuze is in welke mate we ruimte willen bieden aan voorzieningen en evenementen en welke keuzes we maken om de overlast in te perken binnen de randvoorwaarde dat de ruimtelijke karakteristiek van Laren behouden blijft. •
Hoe krijgen we de energietransitie (met name warmte) in de bebouwde omgeving voor elkaar met een woningvoorraad van overwegend relatief oude, grote woningen en beperkte ruimte voor duurzame opwekking? Individuele (per woning) of collectieve oplossingen (warmtenet)? Spanningsveld met behoud groen en karakteristieken van de huizen. De woningvoorraad van Laren wordt gekenmerkt door relatief oude, grote huizen. In de huidige situatie zijn voor deze huizen grote ingrepen nodig om de warmtetransitie te realiseren. Het kernvraagstuk richt zich enerzijds op de manieren waarop en in welke mate we de warmtetransitie kunnen invullen. Anderzijds is de impact van de warmte- en energietransitie op het ruimtelijke karakter van Laren onderdeel van het vraagstuk.
Contourendocument Omgevingsvisie
•
•
•
Hoe, waar en in welke mate geven we invulling aan de vraag naar woningen voor specifieke doelgroepen (starters, ouderen, statushouders, etc.)? Wonen in de gemeente Laren is lastig te betalen voor starters en middeninkomens. Door een vergrijzende bevolking neemt de behoefte aan levensloopbestendige woningen toe. Het kernvraagstuk op het vlak van wonen richt zich op de vraag in welke mate en hoe we de huidige huizenvoorraad kunnen aanpassen en/of uitbreiden om ruimte te bieden aan specifieke doelgroepen. In Laren is ruimte voor kleine vormen van inbreiding. De vraag is of we deze locaties willen inzetten voor woningbouw. Vanuit de wens de ruimtelijke kwaliteit van Laren te conserveren bestaat maatschappelijke weerstand tegen keuzes als bouwen in het groen, bouwen op de engen en brinken, het toepassen van hoogbouw of het splitsen van huizen en percelen. Bovendien hebben we als gemeente beperkte sturingsmogelijkheden, omdat we geen bouwgronden bezitten. Hoe krijgen we beter grip op het water in ons dorp? In het licht van klimaatverandering wordt onze gemeente geconfronteerd met verschillende uitdagingen op het vlak van de waterhuishouding, zoals wateroverlast door ernstige wateroverlast (zoals in 2014) en (op termijn) droogte. De verwachting is dat neerslagextremen vaker zullen voorkomen en heviger zullen zijn.
Om onze gemeente hier klaar voor te maken voeren we het masterplan Regenklaar Laren uit. Dit heeft tot doel om buien tot 60 mm per uur op te kunnen vangen zonder grootschalige schade. Binnen Regenklaar Laren zetten we ook in op de belangrijke rol die particulieren spelen bij de waterrobuust maken van de leefomgeving. Maatregelen en keuzes om onze leefomgeving verder waterrobuust te maken staan centraal bij dit vraagstuk. Dilemma tussen bereikbaarheid en veiligheid enerzijds en de karakteristieke uitstraling van de wegen in de woongebieden anderzijds. Onderdeel van de ruimtelijke karakteristiek van Laren zijn de klinkerwegen. De klinkerwegen zijn tegelijkertijd een bron van geluidsoverlast. Ook de begaanbaarheid en kwaliteit van stoepen en fietspaden vraagt om aandacht. De druk op de wegen groeit door onder andere pakketbezorgers, vrachtwagens
en het toenemende autobezit. Dat leidt ook tot een tekort aan parkeerplaatsen met name in het centrum. Het vraagstuk richt zich op het vinden van een goede balans (of keuze) tussen uitstraling en functie van de klinkerwegen. •
Hoe om te gaan met het dilemma tussen natuurbehoud en -gebruik? Het Goois Natuurreservaat ten dele in onze gemeente gelegen en is van groot belang voor de natuurlijke kwaliteit in het Gooi en voor het Larense karakter. De natuurwaarden hiervan staan (net als in de rest van Nederland) onder druk. Zo hebben heidegebieden te maken met de impact van stikstofbelasting en kan de recreatiedruk op natuurgebieden toenemen door de groei van steden in de
•
Hoe behouden we het typerende dorpse Larense identiteit en bijbehorende voorzieningen in het licht van een veranderende bevolkingssamenstelling? De gemeente Laren vergrijst. Het aantal 65+-ers zal stijgen van 2.900 in 2012 naar 3.400 in 2040. De demografische druk in de gemeente is hoog en loopt op. Een recente trend is dat jonge gezinnen (vaak met een verleden in Laren) zich vestigen in de gemeente. Dit vraagt om een adequaat onderwijs- en sportvoorzieningenniveau. Onderdeel van dit kernvraagstuk is hoe we een passend voorzieningenniveau behouden én de financiële draagkracht hiervoor overeind houden. De lange traditie van bijdragen aan het dorp (zowel in financiële zin als door inzet van gedreven vrijwilligers) kenmerkt de Larense gemeenschap en willen we graag behouden. De gemeente draagt financieel substantieel bij aan belangrijke voorzieningen zoals het Brinkhuis, het zwembad en Singer Laren.
8
Gemeente Laren
4.2 De opgaven van Laren In deze paragraaf gaan we nader in op de inhoudelijke opgaven. De opgaven vormen een inhoudelijke uitwerking van de strategische keuzes en komen voort uit zowel informatie uit de analyse van de Leefomgevingsfoto over de huidige staat van Laren en trends die verwacht worden naar de toekomst toe, als de onderliggende beleidsdocumenten. De opgaven staan op volgorde van de thema’s uit de Leefomgevingsfoto (en hebben in de hieronder gepresenteerde volgorde dus geen hiërarchie in mate van urgentie). Bij de opgaven is aangegeven op welk deelgebied ze van toepassing zijn.
Gezondheid en welzijn
1. Wegverkeerslawaai lokale wegen De lokale wegen bestaan voornamelijk uit klinkerwegen. De klinkerwegen dragen bij aan het authentieke karakter van Laren, maar veroorzaken ook geluidshinder. Daarnaast kent het centrum van Laren een plek waar exclusieve auto’s gespot worden. Deze exclusieve auto’s produceren door “revven”, gas geven zonder te koppelen, tot geluidsoverlast. Het streven is om de geluidsoverlast niet te laten verergeren. Geldt in deelgebied: Centrumgebied en Woongebied 2. Geluid en luchtkwaliteit van de A27 en A1 en lokale weg N525 is een issue Verkeer op de A27 en A1 heeft negatieve effecten op gezondheidsaspecten als luchtkwaliteit en geluid. Uit de leefomgevingsfoto blijkt dat op enkele locaties in de nabijheid van de A1 en A27 niet voldaan wordt aan de WHO-advieswaarden voor fijnstof (PM10 en PM2,5). Voornamelijk langs de A1 ligt de NO2 concentratie hoger dan in de rest van de gemeente. Langs de N525 wordt al langere tijd geklaagd over geluidsoverlast. De verwachting is dat de luchtkwaliteit zal verbeteren door o.a. elektrisch rijden. Knelpunten op het vlak van geluidsbelasting doen zich vooral voor langs de snelwegen. Autonoom wordt geen verslechtering van deze knelpunten verwacht. De opgave voor de komende tien jaar is verergering van geluidsoverlast te voorkomen. Geldt in deelgebied: Woongebied
9
Contourendocument Omgevingsvisie
miljoen euro was. Het aanbod sociale huurwoningen ligt lager dan in de rest van Nederland. In Nederland is gemiddeld 29,1 procent van de woningvoorraad bestemd voor sociale huur; in Laren is dit 16,9 procent van de woningen. Dit maakt wonen in de gemeente Laren lastig bereikbaar voor lage en middeninkomens en specifieke doelgroepen.
Veiligheid
3. Inbraak en sociale controle Het aantal geslaagde woninginbraken is de afgelopen jaren afgenomen. Het risico op een inbraak in Laren scoort echter boven het landelijk gemiddelde per 1.000 inwoners en is hoger dan het gemiddelde van district Gooi en Vechtstreek per 1.000 inwoners (bron: Integraal Veiligheidsplan Gemeente Laren 2019-2022). Het hoge aantal inbraken heeft mede te maken met de grote hoeveelheid van elkaar geïsoleerde villa’s. Criminelen wanen zich onzichtbaar. Uit het Integraal Veiligheidsplan 2019-2022 blijkt dat inwoners zich veilig voelen, doordat de samenwerking met veiligheidspartners is verstevigd en gezocht wordt naar effectieve interventies. De beleidsmatige aanpak is integraal en wijkgericht. Er wordt gestreefd naar een reductie van 10 procent voor woninginbraken en 20 procent voor auto-inbraken. Geldt in deelgebied: Woongebied
Wonen en voorzieningen 4. Meer betaalbare woningen voor doelgroepen (starters, lage en midden inkomens) De Larense woningmarkt staat onder druk. De woningmarkt heeft te maken met stijgende prijzen en een daling van het aantal te koop aangeboden woningen. Uit de leefomgevingsfoto blijkt dat de gemiddelde vraagprijs voor een woning in Laren in 2020 1,3
In de woonvisie worden speerpunten benoemd, zoals: • Betaalbaarheid en doorstroming: minimale gelijke voorraad sociale huur; jaarlijks actualiseren prestatieafspraken woningcorporaties en betaalbare nieuwbouw realiseren. • Strategische inzet van nieuwbouw: betaalbare nieuwbouw voor senioren en jongeren; 1/3 woningbouwprogramma betaalbaar; afspraken over eerste toewijzing nieuwbouw huuren koopwoningen. • Maatwerk bestaande woningvoorraad bijv. het splitsen van woningen. Voor de Omgevingsvisie kunnen twee opgaves worden geïdentificeerd. De eerste opgave is het minimaal gelijk houden van de voorraad sociale huurwoningen. De tweede opgave is om door een passend woningaanbod voor jongeren en ouderen doorstroming te creëren. Laren heeft te maken met vergrijzing. Dit betekent dat de behoefte groeit naar levensloopbestendige woningen (kleiner, gelijkvloers). De ambitie van de regio Gooi en Vechtstreek is de realisatie van 11.500 nieuwbouwwoningen waarvan 1/3e betaalbaar tot 2040. Daarnaast wordt er gestreefd naar de ontwikkeling van 1.500 woningen in het (lage) middenhuursegment. De grootste opgave ligt tot 2030 met circa 950 woningen per jaar voor de regio. De uitvoerbaarheid van deze ambitie is een belangrijk knelpunt in Laren.
Een belangrijke kanttekening: de ruimte is zeer beperkt, de gemeente heeft nauwelijks grond in eigendom en de marktprijs van een vierkante meter woonoppervlak is hoog. Geldt in deelgebied: Centrumgebied en Woongebied
10
Gemeente Laren
5. Invloed van vergrijzing: wonen en zorg De gemeente Laren vergrijst. Het aantal 65+-ers zal stijgen van 2.900 in 2012 naar 3.400 in 2040. De demografische druk in de gemeente is hoog en loopt op: per 100 personen tussen 20 en 64 jaar wonen in de gemeente 112,4 personen onder de 20 of boven de 65. De vraag naar woonvormen die gecombineerd kunnen worden met zorgvoorzieningen zal toenemen. De gemeente Laren zoekt naar adequate huisvestingsmogelijkheden voor ouderen: kleinere, gelijkvloerse woningen in de nabijheid van voorzieningen. In de woonvisie van Laren zetten we daarom onder andere in op betaalbare nieuwbouw voor senioren. In Laren zijn relatief veel woonzorgcomplexen aanwezig. De vraag naar onzelfstandige woonvormen voor ouderen blijft naar verwachting hoog, enerzijds door de mate van vergrijzing in onze gemeente en anderzijds door de bovenregionale functie die de woonvormen voor de regio hebben. Geldt in deelgebied: Centrumgebied en Woongebied 6. Evenementen zijn belangrijke ontmoetingsmomenten Het dorpse karakter van Laren wordt mede bepaald door evenementen, die zorgen voor levendigheid in het dorp. Er gelden duidelijke randvoorwaarden voor de evenementen om de overlast die evenementen met zich meebrengen in te perken. Het is belangrijk om een goede balans te vinden tussen evenementen en rust.
Overlast (geluid, drukte door bezoekers buiten de regio) moeten we zoveel mogelijk beperken. We vinden het “dorpse karakter” van de evenementen belangrijk; ze moeten zichtbaar bijdragen aan het leefgenot van onze inwoners. Geldt in deelgebied: Centrumgebied
11
7. Behoud van het voorzieningenniveau In Laren ligt het voorzieningenniveau op een hoog niveau. In onze gemeente zijn bovenregionale voorzieningen aanwezig, zoals het Singer Laren museum en theater en vele (luxe) winkels met een regionale aantrekkingskracht. Daarnaast kent het dorp verschillende lokale voorzieningen, zoals scholen en verenigingen. In het licht van de vergrijzing verandert de aard en omvang van de behoefte naar voorzieningen. De laatste jaren ontstaat ook druk op school- en sportvoorzieningen door de verstrekte instroom van gezinnen met jonge kinderen in onze gemeente. Geldt in deelgebied: Centrumgebied 8. Ontwikkeling Crailo Laren heeft beperkte ruimte voor (woningbouw) ontwikkelingen. Eén van de locaties waar in beperkte mate woningbouwontwikkeling plaatsvindt is Crailo. Crailo is een gebied dat eigendom is van de gemeenten Laren, Gooise Meren en Hilversum. Op Crailo worden 590 woningen gerealiseerd. Van het totale aantal te realiseren woningen in het gehele plangebied valt 1/3e in het sociale segment. Ook wordt er vijf hectare bedrijventerrein ontwikkeld, waarvan drie hectare in het Larense deel. Geldt in deelgebied: Woongebied
Natuurlijke omgeving
9. Impact klimaatverandering: hittestress Verschillende locaties in Laren hebben te maken met verstening. Een voorbeeld hiervan is het centrum. Verstening draagt bij aan het stedelijk hitte-eiland effect. In de huidige situatie is het stedelijk hitte-eiland relatief beperkt; maar door verdere
Contourendocument Omgevingsvisie
verandering van het klimaat kunnen risico’s toenemen. We zetten beleidsmatig in op vermindering van de mate van verstening o.a. in het kader van Laren Regenklaar. Een bijkomende opgave is een verdere vergroening van het centrum- en woongebied.
heidegebieden te maken met de impact van stikstofbelasting en toenemende recreatiedruk vanuit de steden. De opgave is het tegengaan van biodiversiteitsverlies en het creëren van verbinding tussen natuurgebieden.
Geldt in deelgebied: Centrumgebied en Woongebied
Geldt in deelgebied: Buitengebied
10. Privaat groen verdwijnt In Laren bestaat een aanzienlijk deel van de ruimte uit private percelen. Door ontwikkelingen op deze percelen, zoals (woning) bouw of betegeling, kan deze ruimte in Laren verstenen. Groen in tuinen is belangrijk voor het opvangen van regenwater en voor de biodiversiteit. Behoud en vergroening van de private ruimte is een opgave met een duidelijke samenhang met andere opgaven zoals hittestress, wateroverlast en biodiversiteit. Geldt in deelgebied: Woongebied 11. Biodiversiteitsverlies en verbinding natuurgebieden Rondom Laren bevinden zich verschillende natuurgebieden, die deels doorsneden worden door de snelwegen. De provincie Noord-Holland werkt aan het beschermen van de natuur o.a. door het verbinden van natuurgebieden door natuurcorridors (bijv. de natuurcorridor over de N265). Het buitengebied van Laren bestaat voor een groot deel uit het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Uit de analyse in de leefomgevingsfoto volgen aandachtspunten voor deze gebieden, zoals de grote toename van Pijpenstrootje, het creëren van variatie en behoud van solitaire bomen. Belangrijk voor Laren is het Goois Natuurreservaat (GNR). De natuurwaarden van het GNR staan onder druk. Zo hebben
12
Gemeente Laren
12. Recreatiedruk De natuurgebieden rondom Laren bieden ruimte aan een verscheidenheid aan natuurtypen, zoals bossen, stuifzanden en heidegebieden. De natuurwaarden in deze gebieden, en heel Nederland, staan onder druk bijv. door vergrassing van de heide door stikstofbelasting. Recreatie kan verschillende negatieve effecten hebben, door afval dat achtergelaten wordt of doordat recreanten buiten de paden treden. Door een te hoge recreatiedruk kunnen de natuurwaarden verder onder druk komen te staan. De opgave bestaat uit enerzijds ruimte te bieden aan mensen om van de natuur te genieten, maar anderzijds ook genoeg ruimte te bieden voor natuurbehoud en -herstel. Geldt in deelgebied: Buitengebied
Ruimtelijke kwaliteit 13. Conservering ‘Larense’ karakter De gemeente Laren heeft een eigen ‘Larense’ uitstraling. Het ‘Larense’ karakter heeft zowel een sociale als een fysieke component. Het sociale karakter van Laren bestaat uit cultuur, kunst en exclusiviteit, maar ook uit de vrijwillige inzet van onze inwoners om onze tradities en voorzieningen in stand te houden. De fysieke uitstraling van het dorp wordt gekenmerkt door monumenten, het beschermde dorpsgezicht en het karakteristieke groen waaronder de engen in beheer van de Stichting Oude Landbouwgewassen Laren (SOLL) De opgave bestaat uit het conserveren van de ‘Larense’ eigenheden op zowel sociaal als fysiek vlak in een veranderende wereld. Geldt in deelgebied: Centrumgebied en Woongebied
13
Contourendocument Omgevingsvisie
Bodem, water en ondergrond
Duurzaamheid
14. Impact klimaatverandering: wateroverlast In 2014 was er ernstige wateroverlast door zware regenval, onder meer bij het beginpunt van de Gooiergracht. De verwachting is dat neerslagextremen vaker zullen voorkomen en heviger zullen zijn. Om onze gemeente hier klaar voor te maken voeren we het masterplan Regenklaar Laren uit. Dit heeft tot doel om buien tot 60 mm per uur op te kunnen vangen zonder grootschalige schade. Beleidsmatig zetten we in op het terugdringen van de mate van verstening door onder andere het afkoppelen van regenwater, het terugbrengen van het aantal vuilwater overstorten en het stimuleren van eigenaren om private terreinen te vergroenen. Daarnaast is water als belangrijk thema geïdentificeerd voor de omgevingsvisie in het regionale koersdocument.
16. Energiebesparing en alternatieve warmtebronnen Verduurzaming van de private woningvoorraad is essentieel maar komt moeizaam van de grond. Uit de leefomgevingsfoto blijkt dat het gemeentelijk energiegebruik sterk boven het Nederlands gemiddelde ligt. Daarnaast ligt het aandeel duurzame energie lager dan gemiddeld. In Laren ligt dit op 4,7 procent, terwijl in Nederland 8,5 procent van de energie van duurzame oorsprong is. Een relatief klein deel van de woningen (3,6%) in Laren heeft zonnepanelen; voor heel Nederland is 12,3 procent. Autonoom zal de verdere verduurzaming van het energievoorziening in Laren langzaam verlopen. Het is een opgave om te ontdekken hoe we de verduurzaming kunnen versnellen en hoe we een alternatieve warmtebron kunnen vinden.
Geldt in deelgebied: Centrumgebied en Woongebied
Geldt in deelgebied: Centrumgebied en Woongebied
15. Impact klimaatverandering: Verdroging De gemeente Laren heeft te maken met een diepe grondwaterstand in de zomer. De verwachting is dat door klimaatverandering de grondwaterstand lager komt te liggen. Dat betekent dat droogte op termijn een risico kan vormen. Het inzetten op klimaatbestendigheid, zoals wordt gedaan in het kader van Laren Regenklaar, biedt de mogelijkheid om aan te passen aan het veranderende klimaat. Zo worden maatregelen genomen om hemelwater af te koppelen en risico’s te beperken. Geldt in deelgebied: Centrumgebied, Woongebied en Buitengebied
Mobiliteit 17. Verkeersveiligheid in het centrum Het centrum van Laren heeft een verkeersaantrekkende werking onder andere door de aanwezigheid van voorzieningen, zoals het Singer museum. De verkeersdruk in het centrum kan leiden tot verkeersonveilige situaties. Om de verkeersonveilige situaties aan te pakken zetten we in het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan in op een verbetering van de verkeersveiligheid van de Brink en het verbeteren van voetgangersroutes. Het verbeteren van de verkeersveiligheid van het centrum van Laren, zeker ten tijde van evenementen, is een opgave. Geldt in deelgebied: Centrumgebied
14
Gemeente Laren
18. Toegankelijkheid langzaam verkeer en hulpdiensten De toegankelijkheid van het centrum van Laren voor langzaam verkeer (fietsers en voetgangers) moet verbeterd worden. In het coalitieprogramma zijn een verbeterde verkeersveiligheid en een betere begaanbaarheid (met name van de stoep) als uitgangspunten genoemd. In Laren hebben veel wegen geen trottoir of is het trottoir van slechte kwaliteit. De smalle klinkerwegen met drempels maken dat sommige locaties lastig te bereiken zijn, bijvoorbeeld voor hulpdiensten. Geldt in deelgebied: Centrumgebied en Woongebied
Werk en inkomen
19. Voorkomen van verdringing van de horeca Bestaande horeca kan verdrongen worden wanneer er een overvloed aan horecavoorzieningen ontstaat. In de huidige situatie is het aanbod in Laren gebalanceerd. In het Centrumplan en het nieuwe bestemmingsplan stellen we restricties aan de ontwikkeling van nieuwe horeca. Uitgangspunt is dat we geen ruimte bieden aan de uitbreiding van horeca, tenzij het horeca concept een innovatieve aanvulling vormt op het huidige aanbod. Geldt in deelgebied: Centrumgebied
15
Figuur 4.1: Overzicht opgaven in Laren per deelgebied
Contourendocument Omgevingsvisie
5. Contouren voor proces en participatie
In de voorgaande hoofdstukken zijn al enkele contouren geschetst voor de omgevingsvisie op het vlak van de vorm en de inhoud. Dit hoofdstuk gaat in op de contouren van de omgevingsvisie voor het proces en de participatie.
5.1 Participatiestrategie Het doel van de omgevingsvisie is het op integrale en uitnodigende wijze vastleggen van een visie op de gewenste ontwikkeling en kwaliteit van de leefomgeving. Essentieel is dat we een door onze gemeenschap gedragen omgevingsvisie maken. In de Omgevingswet vormt participatie een belangrijke, noodzakelijke pijler voor beleidsvorming en uitvoering. Eén van de belangrijkste kenmerken van een omgevingsvisie volgens de Omgevingswet is dat ingegaan wordt op de rolverdeling tussen de gemeente en haar partners. De gemeente is uiteindelijk de hoeder van het algemeen belang. Voor de omgevingsvisie is het daarom van belang om de rollen van de gemeente en haar partners duidelijk te definiëren. De Omgevingswet schrijft niet voor hóe de participatie plaats moet vinden, maar kent wel een zogenaamde “motiveringsplicht”: de gemeente moet bij het besluit over de omgevingsvisie aangeven hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn. Bij de totstandkoming van dit contourendocument is door de gemeenteraad unaniem uitgesproken dat het cruciaal is om de wensen van onze inwoners goed te betrekken bij de totstandkoming van de omgevingsvisie.
Bij de beleidsinventarisatie (stap 1), de strategische en financiële scenario’s (stap 2) en dit contourendocument (stap 3) zijn onze inwoners nog niet betrokken geweest. De omgevingsvisie zal dus het moment zijn waarin we in dialoog gaan met de samenleving. Participatie is daarmee een essentiële bouwsteen voor het planvormingsproces. Het participatietraject heeft tot doel de wensen voor de fysieke leefomgeving goed op te halen, zodat inwoners zich herkennen in de keuzes en zich gehoord voelen bij de totstandkoming. Het betrekken van verschillende stakeholders in de gemeente Laren, zoals bewoners, (maatschappelijke) organisaties en ondernemers is van groot belang in het proces van het opstellen van de omgevingsvisie. Zo wordt de
omgevingsvisie een visie van de hele gemeente. Voorafgaand aan het opstellen van de omgevingsvisie stellen we een Plan van Aanpak op voor de participatie om te borgen dat we iedereen in de samenleving een passende positie geven in het proces om hun wensen kenbaar te maken en daarover met ons en met elkaar in gesprek te kunnen gaan. Het is belangrijk om in het Plan van Aanpak Participatie duidelijk vast te leggen wat de rollen, verwachtingen en verantwoordelijkheden zijn in het participatietraject. Voordat de participatie daadwerkelijk van start gaat, dienen we hier duidelijk naar alle doelgroepen over te communiceren. Een belangrijke bouwsteen voor het Plan van Aanpak wordt de nieuwe Participatienota Laren, die we momenteel aan het voorbereiden zijn. De nieuwe participatienota is een herijking van de Nota Burgerparticipatie in de BEL-gemeenten uit 2011. Op basis van de wensen en ideeën van gemeenteraad, college en inwoners en een evaluatie van de praktijk van de afgelopen jaren stellen we een eigentijds participatiebeleid op. De participatienota zal in 2022 ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad. In de Nota Burgerparticipatie in de BEL-gemeenten (2011) worden de kaders voor participatie uiteengezet.
We hanteren de volgende uitgangspunten voor burgerparticipatie: • Duidelijkheid: Het belangrijkste uitgangspunt voor participatie is dat er duidelijkheid moet ontstaan voor alle deelnemers. Het is belangrijk voor deelnemers om duidelijkheid te hebben over het doel van het proces, hun rol in het proces en de mate van betrokkenheid van stakeholders. Door duidelijkheid te geven kan er gestuurd worden op de verwachtingen van deelnemers aan het proces. • Flexibiliteit en maatwerk: Hoe participatie over ieder onderwerp wordt vormgegeven, dient afgestemd te worden op de doelgroep en het doel van het participatieproces. Participatie is maatwerk. • Bereidheid en competenties van inwoners: De interesse van stakeholders voor het proces is een bepalende factor voor het succes van de participatie. Het is belangrijk dat burgers de competenties (assertiviteit, publiek spreken) hebben om deel te nemen aan het participatieproces. Over het algemeen wordt
16
Gemeente Laren
aangenomen dat deze competenties voldoende aanwezig zijn. Binnen bepaalde participatieprocessen kan het wenselijk zijn extra in te zetten op specifieke deskundigheid. In de Nota Burgerparticipatie in de BEL-gemeenten werken we met een participatieladder als leidraad voor participatie. Hierbinnen passen verschillende rollen voor participanten en bestuur. In de verschillende fasen van het proces kunnen stakeholders verschillende rollen hebben. Toeschouwer zijn is de minimale rol die stakeholders hebben in het proces. Deze rol betekent dat de stakeholders geïnformeerd worden en de gemeente luistert en antwoord geeft op gerichte vragen. Tijdens het omgevingsvisietraject is het belangrijk dat iedere stakeholder minimaal de rol van toeschouwer in kan nemen. Daarnaast kunnen stakeholders op momenten in het proces voor het opstellen van de omgevingsvisie aan andere rol aannemen. Deze rol kan variëren van adviseur eind- of beginspraak waar stakeholders advies kunnen geven over bepaalde thema’s tot medebeslisser. Als medebeslisser kunnen stakeholders binnen de kaders die de gemeente stelt zelf beslissen. De participatieladder blijven we gebruiken als instrument bij het vormgeven van participatie.
In het Plan van Aanpak voor de omgevingsvisie zullen we op basis van de participatieladder concreet invulling geven aan de mate en wijze van participatie die we inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisatie bieden bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingsvisie.
17
Contourendocument Omgevingsvisie
5.2 Wat hebben we al gedaan? Vanuit het participatiebeleid hebben we de afgelopen jaren de nodige ervaring opgedaan met participatie. Onze inwoners hebben bij verschillende ruimtelijke projecten, maar ook bij het beheer van de buitenruimte, hun inbreng kunnen leveren. Zo is het Centrumplan Laren opgesteld door een samenwerking tussen gemeente Laren, inwoners van Laren en Bijzonder Laren. De uitvoering van het plan ligt ook in handen van gemeente Laren en Bijzonder Laren. We zien dat de maatschappelijke normen zijn verschoven en dit is merkbaar in de verwachtingen van inwoners ten aanzien van de houding en rolopvatting van overheden. Dit is goed te zien in de dagelijkse praktijk, zowel bij dossiers die mét als zónder inzet van participatie tot stand komen. Onze inwoners hebben hogere verwachtingen over de manier waarop zij kunnen meepraten en meebeslissen. In toenemende mate zetten inwoners zelf de eerste stap om te zorgen voor beleidsontwikkeling of planvorming op gebieden die hen na aan het hart liggen. In de herijking van het participatiebeleid nemen we deze ervaringen mee.
5.3 Contouren voor proces en participatie in de Omgevingsvisie De belangrijkste uitgangspunten voor communicatie en participatie zijn: •
•
•
We passen de uitgangspunten voor communicatie en participatie uit de Nota Burgerparticipatie in de BEL-gemeenten (2011) toe bij de inrichting van het participatieproces voor de omgevingsvisie. Op het moment dat de herijkte participatienota door de raad is vastgesteld, zal deze leidend zijn. Van de COVID-19 periode hebben we geleerd dat online participatie (zoals online discussieplatforms en social media polls) ook mogelijkheden biedt om participatie vorm te geven. Met een goede combinatie van online en fysieke participatie kunnen nog meer inwoners betrokken worden bij het omgevingsvisieproces. Door heldere communicatie over de rol van stakeholders in het proces werken we aan helderheid over de punten waarop stakeholders kunnen meebeslissen. Door verwachtingsmanagement voorkomen we teleurstelling binnen het proces.
Deze uitgangspunten zullen we voorafgaand aan de omgevingsvisie verder uitwerken in een Plan van Aanpak.
18
Colofon Auteurs: Johan van de Heijning Carlien van Dam Peter Verhoeven Opdrachtgever Gemeente Laren Eemnesserweg 19 1251 NA LAREN