20220217Rvs80 Wijziging Algemene plaatselijke verordening Laren 2020 (APV) BIJLAGE was-wordt tabel AANGEPASTE VERSIE
Tekst van het document
A
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
Artikel 4.10 Definities* 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: • bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld overeenkomstig artikel 4.1, sub a, jo. artikel 9.9, eerste lid, Wet natuurbescherming; • dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand; • hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; • houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; 2. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Artikel 4.10 komt te luiden:
De definities van artikel 4.10 worden aangepast in verband met de opgenomen definities in het Beleidsplan kapaanvragen Laren (hierna: kapbeleid). Daarnaast wordt een aantal definities toegevoegd, namelijk die van herplantfonds, hoogstamfruitboom, houtopstand als bedoeld in de Wet natuurbescherming en knotten/kandelaberen.
Artikel 4.10 Definities* 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: • bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld overeenkomstig artikel 4.1, sub a, jo. artikel 9.9, eerste lid, Wet natuurbescherming; • dunning: velling uitsluitend bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van de overblijvende houtopstand; • hakhout: een of meer bomen of boomvormers die, na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; • herplantfonds: fonds waar gelden in worden gestort ten gevolge van een opgelegde financiële herplantplicht als bedoeld in artikel 4.14, derde lid of artikel 4.16, derde lid; • hoogstamfruitboom: een fruitboom waarvan de vertakking met gesteltakken begint op minimaal 160 cm hoogte, gemeten vanaf het maaiveld; • houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; • houtopstand als bedoeld in de Wet natuurbescherming: houtopstand zoals gedefinieerd in het eerste lid van artikel 1.1 van de Wet natuurbescherming, te weten ´zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen´;
Het huidige tweede lid wordt vervangen door de definitie van vellen op te nemen in het eerste lid. In overeenstemming met het kapbeleid komt het ´snoeien van meer dan 20% van het kroonvolume´ onder de definitie van vellen te vallen, waardoor dit in beginsel vergunningplichtig is. Dat geldt dus ook voor de eerste keer knotten/kandelaberen van een boom (waarbij een gewone boom wordt omgevormd naar een geknotte boom/gekandelaberde boom). Het vervolgens knotten en kandelaberen als maatregel van periodiek noodzakelijk onderhoud wordt hiervan uitgezonderd.
1
APV nu
B
Artikel 4.11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden* 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen. 2. Het verbod geldt niet voor: a. bomen die een kleinere diameter hebben dan 20 cm, dan wel een omtrek van 63 cm, gemeten op 130 cm vanaf de grond (bij een meerstammige boom geldt de omvang van de dikste stam); b. coniferen, tenzij hoger dan 6 meter; c. wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouw gronden, beide voorzover bestaande uit niet-geknotte populieren of wilgen; d. vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; e. fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; f. kweekgoed; g. houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;
Voorgestelde wijziging • knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats geheel of gedeeltelijk verwijderen van uitgelopen takhout bij geknotte bomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; • vellen: kappen, rooien met inbegrip van verplanten, snoeien van meer dan 20% van het kroonvolume met uitzondering van knotten en kandelaberen, alsmede het handelen en nalaten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Artikel 4.11 komt te luiden: Artikel 4.11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden* 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen. 2. Het verbod geldt niet voor: a. bomen waarvan de stamomtrek, gemeten op 130 cm hoogte boven het maaiveld, minder is dan 63 cm (bij een meerstammige boom geldt de omvang van de dikste stam); b. houtopstand als bedoeld in de Wet natuurbescherming die is gelegen buiten de bebouwde kom, tenzij die houtopstand: • zich bevindt op erven en in tuinen; • bestaat uit hoogstamfruitbomen die niet voor bedrijfsmatige doeleinden worden gehouden of geëxploiteerd; •bestaat uit wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en/of eenrijige beplantingen
Toelichting
In dit artikel is de vergunningplicht opgenomen voor het vellen van houtopstanden. Ook bevat het artikel de uitzonderingen op de vergunningplicht. Een aantal uitzonderingen is aangepast of aangevuld naar aanleiding van het vastgestelde kapbeleid. Ook is een aantal uitzonderingen aangepast, zodat deze beter aansluiten bij de Wet natuurbescherming (voorheen Boswet). De omschrijving van sub a wordt aangepast. De diameter wordt niet meer genoemd, maar alleen de stamomtrek. 63 cm omtrek komt overeen met 20 cm doorsnede. De omtrek is voor inwoners eenvoudiger te meten dan de doorsnede van een boom. Ook ontstaat er geen discussie bij bomen met een ovale stam. Aangezien voor coniferen conform het kapbeleid nu dezelfde regels gelden als voor andere bomen is het apart noemen van coniferen in de apv niet meer nodig en wordt voorgesteld sub b van artikel 4.11 lid 2 te schrappen.
2
APV nu
Voorgestelde wijziging
h. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college; i. bomen en houtopstand waarvoor het college toestemming geeft tot het direct vellen van een boom of houtopstand, indien er sprake is van een situatie van acuut spoedeisend belang.
langs landbouwgronden, voor zover bestaand uit geknotte populieren of wilgen. c. wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouw gronden, beide voor zover bestaande uit niet-geknotte populieren of wilgen; d. fruitbomen, windschermen om boomgaarden en kweekgoed, voor zover voor bedrijfsmatige doeleinden gehouden of geëxploiteerd; e. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, voor zover bedrijfsmatig geteeld en indien niet ouder dan twintig jaar; f. houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld; g. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college; h. houtopstand waarvoor het college toestemming geeft tot het direct vellen van de houtopstand, indien er sprake is van een situatie van acuut spoedeisend belang. i. Boomsoorten opgenomen op de Europese Unielijst voor zorgwekkende invasieve uitheemse soorten alsmede Prunus serotina (bospest of Amerikaanse vogelkers).
Toelichting In sub b wordt een nieuw artikellid ingevoegd. De Wet natuurbescherming (Wnb) beschermt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen buiten de bebouwde kom. Voor het kappen van houtopstanden die onder de Wnb vallen, moet een kapmelding worden gedaan bij de provincie. Er gelden enkele uitzonderingen, deze staan vermeld in artikel 4.1 van de Wnb. In sub b (nieuw) is bepaald dat houtopstanden als bedoeld in de Wnb (oppervlakte > 10 are of rijbeplanting > 20 bomen) gelegen buiten de bebouwde niet onder de vergunningplicht van de APV vallen. Voor deze houtopstanden geldt in beginsel de meldplicht op grond van de Wnb. Voor sommige houtopstanden die zijn uitgezonderd van de meldplicht willen we als gemeente wel regels stellen. Dat geldt voor houtopstanden op erven en in tuinen, voor hoogstamfruitbomen die niet voor bedrijfsmatige doeleinden worden gehouden of geëxploiteerd en voor geknotte populieren of wilgen langs wegen, waterwegen en landbouwgronden. Deze houtopstanden zijn dus uitgezonderd van de meldplicht op grond van de Wnb (artikel 4.1 Wnb), maar vallen wel onder de vergunningplicht van de APV (tenzij een van de andere uitzonderingen van artikel 4.11, tweede lid van toepassing is). Sub c verandert inhoudelijk niet. Sub d tot en met f worden samengevoegd in een nieuw sub d en e.
In overeenstemming met het kapbeleid zorgt deze wijziging ervoor dat fruitbomen, windschermen om boomgaarden,
3
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting kweekgoed en naaldbomen (waaronder fijnsparren) alleen kapvergunningvrij zijn, als ze voor bedrijfsmatige doeleinden worden gehouden of geëxploiteerd / bedrijfsmatig worden geteeld. In lijn met de Wnb wordt ´fruitbomen´ (i.p.v. vruchtbomen) en ´windschermen om boomgaarden´ vermeld in sub d, en wordt voorgesteld in sub e bij naaldbomen toe te voegen ´indien niet ouder dan twintig jaar´. Voor het kappen van andere bomen uit deze categorieën, zoals hoogstamfruitbomen in parken, moet wel een vergunning worden aangevraagd. Voor deze bomen geldt dat de omtrek (zie sub a) bepalend is voor de vergunningplicht. Het huidige sub g en h veranderen inhoudelijk niet. In het huidige sub i worden de woorden ‘’bomen’’ en ‘’boom’’ geschrapt, omdat deze onder het begrip ‘’houtopstand’’ vallen.
C
Artikel 4.13 Weigeringsgronden* De vergunning kan worden geweigerd op grond van: a. de natuurwaarde van de houtopstand; b. de landschappelijke waarde van de houtopstand;
Artikel 4.13 wordt als volgt gewijzigd:
In het nieuwe sub i is in overeenstemming met het kapbeleid een nieuwe uitzondering opgenomen voor boomsoorten die voorkomen op de Europese Unielijst voor zorgwekkende invasieve uitheemse soorten en Prunus serotina (bospest of Amerikaanse vogelkers). Dit zijn boomsoorten die schade kunnen (gaan) veroorzaken. Verspreiding van deze soorten in het wild moet zo veel mogelijk worden voorkomen. In artikel 4.13 zijn de gronden opgenomen op basis waarvan een kapvergunning kan worden geweigerd. Sub f wordt tekstueel aangepast en in sub g wordt een nieuwe weigeringsgrond toegevoegd (de waarde van de houtopstand voor klimaatadaptie). Met deze aanpassing komen de weigeringsgronden
4
APV nu c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
D
Artikel 4.14 [gereserveerd]
E
Artikel 4.15 Bijzondere vergunningsvoorschriften* 1. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. 2. Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.
F
Voorgestelde wijziging
Toelichting overeen met het vastgestelde en in het kapbeleid opgenomen afwegingskader.
Sub f komt te luiden: f. de levensverwachting van de houtopstand; Na sub f wordt een nieuw sub g ingevoegd, dat komt te luiden: g. de waarde van de houtopstand voor klimaatadaptie. Komt te vervallen. Artikel 4.15 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 4.15 wordt vernummerd naar artikel 4.14. Na het tweede lid, worden een nieuw derde en vierde lid toegevoegd, luidende: 3. Indien niet ter plaatse dan wel elders op het perceel kan worden herplant, kan het bevoegd gezag aan de vergunning het voorschrift verbinden dat de houtopstand niet mag worden geveld alvorens een geldelijke bijdrage is gestort in het gemeentelijk herplantfonds. 4. Het college stelt nadere regels vast voor het bepalen van de hoogte van de in het vorige lid bedoelde geldelijke bijdrage. Na artikel 4.14 (nieuwe nummering) wordt een nieuw artikel 4.15 ingevoegd, dat komt te luiden: Artikel 4.15 Meldplicht*
In verband met hernummering van het huidige artikel 4.15 (zie de voorgestelde wijziging onder E), komt dit artikel te vervallen. Met deze wijziging wordt artikel 4.15 vernummerd naar artikel 4.14 en wordt de mogelijkheid geïntroduceerd om in plaats van een reguliere herplantplicht een financiële herplantplicht op te leggen. De financiële herplantplicht kan als voorwaarde aan de kapvergunning worden verbonden als herplant ter plaatse of op een andere plek op het perceel niet mogelijk is. De gestorte bijdragen worden gebruikt om nieuwe bomen in de gemeente Laren terug te planten. In het vierde lid is bepaald dat het college nadere regels vast stelt voor de hoogte van de geldelijke bijdrage. In overeenstemming met het kapbeleid wordt voor het vellen van een aantal categorieën houtopstanden een meldplicht ingevoerd. Het gaat om het dunnen van houtopstand (artikel 4.11, tweede lid, sub f), kap bij ziekte (o.g.v. de
5
APV nu
G
Artikel 4.16 Herplant-/instandhoudingsplicht* 1. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door zijn te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn. 2. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald
Voorgestelde wijziging
Toelichting
1. Het is verboden zonder voorafgaande melding aan het college een houtopstand te vellen of te doen vellen in de gevallen, zoals bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, onder f, g en i. Deze meldplicht geldt niet voor het vellen of het doen vellen van houtopstand die op grond van een van de overige artikelleden van artikel 4.11, tweede lid, is uitgezonderd van de vergunningplicht van artikel 4.11. 2. Het college kan regels stellen over de melding, bedoeld in het eerste lid. Deze regels kunnen in elk geval betrekking hebben op: a. de gegevens die bij de melding worden verstrekt; b. de termijn waarbinnen de melding wordt gedaan; en c. de wijze waarop de melding wordt gedaan.
Plantenziektewet) of na een aanschrijving of last van het college (artikel 4.11, tweede lid, sub g) en kap van boomsoorten opgenomen op de Europese Unielijst voor zorgwekkende invasieve uitheemse soorten en Prunus serotina (artikel 4.11, tweede lid, sub i).
Artikel 4.16 wordt als volgt gewijzigd: Onder vernummering van het derde en vierde lid, wordt na het tweede lid een nieuwe derde en vierde lid ingevoegd, die komen te luiden: 3. Indien niet ter plaatse dan wel elders op het perceel kan worden herplant, kan het bevoegd gezag bepalen dat door de in het eerste lid genoemde (rechts)personen een geldelijke bijdrage dient te worden gestort in het gemeentelijk herplantfonds.
De noodkap (artikel 4.11, tweede lid, sub h) is niet genoemd, omdat bij noodkap voorafgaande toestemming is vereist van het college. Een (aanvullende) meldplicht is daarom niet nodig. De meldplicht geldt niet voor het vellen van houtopstanden die onder een van de andere uitzonderingen op de vergunningplicht vallen. Bijvoorbeeld bomen met een stamomtrek van minder dan 63 cm. In het tweede lid is bepaald dat het college regels kan stellen over de melding en waar die regels in elk geval betrekking op kunnen hebben. Met deze wijziging wordt de mogelijkheid geïntroduceerd om in plaats van een reguliere herplantplicht een financiële herplantplicht op te leggen, in het geval houtopstand, waarvoor een kapvergunning is vereist, zonder vergunning wordt gekapt of op een andere manier teniet gaat. De financiële herplantplicht kan worden opgelegd als herplant ter plaatse of op een andere plek op het perceel niet mogelijk is. De gestorte bijdragen worden gebruikt om nieuwe bomen in de gemeente Laren terug te planten.
6
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen. 3. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen. 4. Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
4. Het college stelt nadere regels vast voor het bepalen van de hoogte van de in het vorige lid bedoelde geldelijke bijdrage.
In het (nieuwe) vierde lid is bepaald dat het college nadere regels vast stelt voor de hoogte van de geldelijke bijdrage. Vanwege deze wijziging, worden de verwijzingen in het zesde lid (nieuwe nummering) aangepast.
Het zesde lid (nieuwe nummering) komt te luiden: 6. Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid of het vijfde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
7