CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20220126RVSb22 00018 Bestemmingsplan en Beeldkwaliteitsplan voormalige Rabobank BIJLAGE aangepaste bijlagen 4

Gemeenteraad 26 januari 2022, gemeente larenBij agendapunt: Bestemmingsplan en Beeldkwaliteitsplan voormalige Rabobank5.442 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Colofon

Bomen Effect Analyse Rabobankterrein te Laren

Projectnummer:

17P2100059

Opdrachtgever:

Triumph BV T.a.v. de heer J.S. Breure Emmaplein 8 1075AW Amsterdam

Vestiging:

Pius Floris Boomverzorging Amsterdam

Procesmanager:

Dhr. H. Werner

Contactpersoon:

Dhr. J.V.C. Wernsen

Telefoon:

020-4974080

Onderzoeker & auteur:

Dhr. J.V.C. Wernsen, European Tree Technician, Geregistreerd taxateur bomen (NVTB)

Datum:

10 maart 2021

Versie:

Definitief

© 2021 PFBA Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande toestemming van de auteur.

WWW.PIUSFLORIS.NL

Inhoud 1. Inleiding............................................................................................................................. 4 1.1. 1.2.

Aanleiding ........................................................................................................................................... 4 Doelstelling ......................................................................................................................................... 4

2. Onderzoeksmethoden ...................................................................................................... 5 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5

Boominventarisatie ............................................................................................................................. 5 Visuele boombeoordeling ................................................................................................................... 5 Boom Effect Analyse ........................................................................................................................... 6 Groeiplaatsonderzoek ......................................................................................................................... 7 Beleidstatus......................................................................................................................................... 7

3. Bevindingen ...................................................................................................................... 8 3.1. Situatie ................................................................................................................................................ 8 3.2. Boominventarisatie een -veiligheidscontrole ..................................................................................... 8 Conditiebepaling .......................................................................................................................................... 8 Boomveiligheidscontrole .............................................................................................................................. 9

4. Groeiplaatsonderzoek....................................................................................................... 3 5. Boom Effect Analyse ......................................................................................................... 4 5.1. Voorgenomen werkzaamheden.......................................................................................................... 4 5.2. Risicoanalyse ....................................................................................................................................... 5 5.2.1. Wortelschade ................................................................................................................................. 5 5.2.2. Verdichting ..................................................................................................................................... 5 5.2.3. Ophoging ........................................................................................................................................ 5 5.2.4. Kroon- en stamschade .................................................................................................................... 5 5.2.5. Bronbemaling ................................................................................................................................. 6 5.3.

Ondergrondse kabels en leidingen ..................................................................................................... 6

6. Conclusie & advies ............................................................................................................ 6 6.1 6.2

Keuringresultaten ............................................................................................................................... 6 Boomefectanalyse .............................................................................................................................. 7

Bijlage - Fotomateriaal - Themakaarten - VTA-lijsten - Protocol werken bij bomen

1. Inleiding 1.1.

Aanleiding

In opdracht van Triumph BV is een Bomen Effect Analyse (hierna: BEA) uitgevoerd op het terrein van de voormalige Rabobank aan de Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat te Laren. De aanleiding voor dit onderzoek is het opgestelde ontwikkelingsplan waarbij onder andere een andere inrichting van het terrein en nieuwbouw zal plaatsvinden. Binnen de projectlocatie staan diverse bomen (zie figuur 1). De bijbehorende ontwikkelingen vinden binnen de invloedsfeer van volwassen bomen plaats.

1.2.

Doelstelling

Deze rapportage dient meerdere doelen. Het primaire doel van deze BEA is antwoord te geven op de vraag of behoud van de bomen mogelijk is op hun huidige standplaats met behoud van minimaal dezelfde toekomstverwachting, conditie en habitus in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden. Daarnaast dient deze BEA randvoorwaarden aan te geven en alternatieven te bieden in het kader van boombehoud. Op hoofdlijnen worden puntsgewijs de volgende onderdelen in de rapportage beoordeeld en vastgelegd: • • • • •

Inventariseren, VTA-keuren en het in kaart brengen van de bomen binnen het onderzoeksgebied; Het bepalen of de bomen (eenvoudig) zijn te verplanten; Het beoordelen van de (ondergrondse) groeiplaatsomstandigheden; Het opstellen van randvoorwaarden voor de bomen met betrekking tot de werkzaamheden; Het beschrijven van boombeschermende maatregelen tijdens de werkzaamheden;

Fig 1; Luchtfoto van het projectgebied (rode markering).

4

2.

Onderzoeksmethoden

2.1.

Boominventarisatie

Van de bomen zijn de inventarisatiegegevens opgenomen. Hierbij zijn gegevens over het geslacht, soort, hoogte en de stamdiameter opgenomen. Verder zijn gegevens met betrekking tot de standplaats opgenomen. De bomen zijn op basis van een digitale ondergrond en omgevingskenmerken in het veld gepositioneerd. De positie is hierbij niet landmeetkundig bepaald.

2.2.

Visuele boombeoordeling

De bomen zijn gekeurd volgens de VTA methode. VTA staat voor Visual Tree Assessment, oftewel visuele boombeoordeling. Deze onderzoeksmethode is te raadplegen in het handboek boomveiligheid van Mattheck 1 en Breloer. De onderzoeksmethode kent de volgende drie stappen in de procedure: Bij deze keuringsmethode worden bomen individueel bekeken en beoordeeld.Hierbij wordt onder andere gelet op de kroonopbouw en de kwaliteit van de stam(voet). De nadruk van deze inspectie ligt bij het opsporen van signalen die duiden op verstoringen van de balans binnen de boom. Op basis van de uiterlijke signalen wordt de conditie van de boom als goed, redelijk, matig of slecht beoordeeld. Goed:

De boom toont een goede groei, de twijgzetting en volledige ontwikkeling van de scheuten zijn als goed beoordeeld voor de soort;

Redelijk:

Degeneratie van de boom waarbij een verminderde groei van de twijgen knopzetting aanwezig is. De boom functioneert nog wel naar behoren;

Matig:

Er is duidelijk sprake van stagnatie en het afsterven van twijgen in de buitenkroon. Er is nauwelijks nog sprake van scheutlengtegroei. De kroon heeft een verminderde bladbezetting in het groeiseizoen;

Slecht:

De boom toont een aftakelend beeld waarbij zwaar dood hout en het afsterven van kroondelen en/of top zichtbaar is.

1. 2. 3.

Visuele controle op symptomen van verzwakking. Als er geen bedenkelijke tekenen worden gevonden, wordt het onderzoek beëindigd; Bij een indicatie van verzwakking wordt nader technisch onderzoek (NTO) geadviseerd; Geven de onderzoeksresultaten reden tot ongerustheid, dan moet worden vastgesteld hoe groot de risico’s zijn voor de omgeving.

Op basis hiervan wordt de boom geclassificeerd in één van de vier categorieën: Goedgekeurd:

Wanneer er geen symptomen van verzwakking zijn;

Attentieboom:

Wanneer er wel een symptoom van verzakking zichtbaar is maar geen direct risico bestaat;

Verhoogd risico:

Bomen waarbij een tijdelijk verhoogd risico aanwezig is zoals zwaar dood hout waarbij met een maatregel (snoei) het risico is weg te nemen.

Risicoboom:

Wanneer een symptoom van verzwakking een direct risico veroorzaakt en wanneer de ernst van een symptoom op het moment van controle niet kan worden vastgesteld.

1

Mattheck, C. en H. Breloer, 1995. Handboek boomveiligheid: de boombreuk in mechanica en rechtspraak. Pius Floris Producties, Almere-Haven.

5

Afgekeurd:

2.3.

Wanneer op het moment van controle duidelijk is dat de boom een risico vormt en in het kader van veiligheid verwijderd dient te worden.

Boom Effect Analyse

Aan de hand van het kaartmateriaal (zie bijlagen) is een inschatting gemaakt op welke manier en in welke mate de bomen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden vallen. Daarnaast worden gegevens vanuit de keuring en het groeiplaatsonderzoek geanalyseerd om het effect op de bomen te bepalen. Beoordeeld wordt welke veranderingen binnen de groeiplaats acceptabel zijn om een boom duurzaam te behouden. Het beschadigen van bijvoorbeeld gestelwortels is in het algemeen de hoofdoorzaak van het voortijdige uitvallen van bomen in de bebouwde omgeving. Het gevolg van verwijderde stabiliteitswortels tijdens werkzaamheden wordt vaak pas duidelijk na het verstrijken van een aantal jaren. Onderverdeling wortelschade Opnamebeworteling: • Lichte beworteling (<Ø 4 cm) die zorgt voor de opname van water en daarin opgeloste nutriënten. Deze beworteling bevindt zich hoofdzakelijk aan de buitenste zone van het wortelgestel. Het verwijderen van deze beworteling zal voor een (tijdelijke) terugval in conditie zorgen. Er is vaak geen sprake van een afname in stabiliteit. Stabiliteitsbeworteling: • Zwaardere beworteling (>Ø 4 cm) die de stabiliteit van de boom waarborgt. Het verwijderen van deze gestelwortels vormt een direct risico.

Totale wortelschade: De optelsom van de verwijderde opname- en stabiliteitsbeworteling geeft de totale wortelschade: • Totale wortelschade minder dan 20%: boom kan behouden blijven • Totale wortelschade meer dan 40%: boom verwijderen of ontwerpwijziging Het risicogebied Indien de totale wortelschade tussen de 20 en 40% (risicogebied) ligt, is er een individuele beoordeling van de schade nodig om vast te stellen wat de overlevingskans voor de betreffende boom is. De vragen en richtlijnen hierbij zijn als volgt: •

•

•

•

• •

De boomsoort: wat is de uiteindelijke boomgrootte en kroonvorm? Hoe sterk is de houtkwaliteit en hoe goed grendelt de boom verwondingen af? Wat is het natuurlijke bewortelingspatroon van de boom? De groeiplaats van de boom: wat is de grondsoort? Hoe is de indringingsweerstand van de bodem? Op welke diepte bevindt zich de grondwaterspiegel? De locatie van de boom: betreft het een vrijstaande of een beschut staande boom? Hoe staat de boom georiënteerd op de overheersende windrichting bij storm (in Nederland zuidwest en in mindere mate noordwest)? De locatie van de te verwijderen beworteling: bevinden de te verwijderen wortels zich aan de zijde met de hoogste windbelasting van de boom waar zich normaal gesproken de trekwortels bevinden die tijdens piekbelasting de stabiliteit moeten garanderen? Wat is de afstand van de te verwijderen beworteling tot de stamvoet van de boom? Kan de windvang van de boom worden beperkt door middel van uitdunsnoei of eventueel door kroonreductie?

6

Berekening wortelschade Voor het bepalen van wortelschade worden twee rekenmodellen gehanteerd: De eerste methode is het tellen van het aantal wortelaanzetten, waarbij het deel aan beschadigde wortelaanlopen een indicatie geeft van de toegebrachte schade. Bijvoorbeeld: een boom met vijf wortelaanzetten waarvan er twee zijn of worden beschadigd geeft een globale wortelschade van 2 : 5 = 40 %. Een verfijnde tweede methode is het berekenen van de oppervlakte van de groeiplaats, waarbij de kroonprojectie de spreiding van het wortelgestel aangeeft. Figuur 2 is een schematische weergave van de kroonprojectie van een boom in een natuurlijke situatie. Bij het doorsnijden van de kroonprojectie, door bijvoorbeeld een sleuf, valt een gedeelte van het wortelpakket af. Figuur 3 is een plattegrond van een voorbeeld situatie. De rode lijn geeft de doorsnijding van de wortelkluit aan. Met behulp van een rekenmodule kan nauwkeuriger het percentage wortelschade worden bepaald. De locatie van de beworteling, het bewortelingspatroon en diepte van de graafwerkzaamheden zijn de variabelen in deze berekening en moeten door de onderzoeker worden geïnterpreteerd. De eerste methode richt zich vooral op de stabiliteit van de boom. De tweede methode wordt veelal gebruikt om het percentage aan opnamebeworteling in kaart te brengen. Figuur 2: Schematische

Wortelzones (algemeen) weergave kroonprojectie Uit groeiplaatsonderzoeken blijkt dat gemiddeld genomen bij het hanteren van 10x de stamdiameter deze oppervlakte de directe wortelkluit van een boom omvat. Binnen deze (risico)zone zijn (zware) wortels aanwezig en leidt ontgraving al gauw tot substantiële schade (>45%) en stabiliteitsverlies. Buiten deze zone wordt nog steeds beworteling aangetroffen maar is er bij verwijdering minder invloed op de boom (opnamebeworteling). Tussen de afstand van 10x de stamdiameter en de rand van de kroonprojectie van een boom bevindt zich doorgaans lichtere opnamebeworteling. Binnen deze zone kan ontgraving leiden tot (sterke) conditievermindering (20 - 45%). Buiten de kroonprojectie van de boom is, afhankelijk van het aanwezige profiel, ook opnamebeworteling aanwezig (<20%). De boom loopt hier echter doorgaans geen direct conditieverlies van op. De bovenstaande regels gelden voor bomen in een open Figuur 3: Berekening groeiplaats of ruim aangelegde groeiplaats. Voor bomen in wegprofielen kunnen wortelschade andere restricties gelden.

2.4.

Groeiplaatsonderzoek

Steekproefsgewijs zijn op diverse locaties grondboringen uitgevoerd. De nadruk ligt hierbij onder andere op het bepalen van de gemiddelde wortelontwikkeling –spreiding en de bodemopbouw. Het onderzoek omvat de volgende facetten: • •

2.5

Het vaststellen van de samenstelling en samenhang van de bodem; Het bepalen van de wortelzones.

Beleidstatus

Bij de bomen is nagegaan of er waardevolle exemplaren op het terrein aanwezig zijn. De gemeente Laren hanteert geen waardevolle bomenlijst. Daarnaast komen er in het gebied geen bomen voor die een beschermde status hebben volgens de landelijk monumentale bomenlijst (Bomenstichting). Voor bomen met een diameter van meer dan 20 cm in doorsnede is een vergunningsplicht. Ook voor coniferen hoger dan 6 meter geldt een vergunningsplicht.

7

3.

Bevindingen

3.1.

Situatie

Het betreft een bedrijfsterrein van het voormalige bankgebouw van de Rabobank. Het terrein omvat een groot centraal gelegen kantoorpand, parkeerterrein en een kantoortuin. Aan de straatzijde is het terrein voornamelijk verhard met een enkele boom. Aan de westzijde van het terrein is een groenstrook aanwezig met enkele oudere bomen en ook aan de noordzijde worden 5 bomen aangetroffen waaronder 1 volwassen beuk (18). Binnen en aan de rand het projectgebied staan in totaal 20 bomen. Ter hoogte van de erfafscheiding van huisnr 14 staan 5 coniferen (nrs. 2-6) die niet op het terrein van de Rabobank staan (en waarschijnlijk ook niet in eigendom zijn). Omdat deze bomen echter met hun wortelkluit wel binnen het onderzoeksgebied vallen en hierdoor binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kunnen vallen zijn zij in de inventarisatie en keuring meegenomen. Boom 18 betreft een grote (beeldbepalende) beuk die het behouden waard is.

Fig. 2 overzicht locatie met boomnrs ten opzichte van het huidige bebouwing (blauw).

3.2.

Boominventarisatie een -veiligheidscontrole

De nulmeting, het beoordelen van de huidige kwaliteit van de bomen, is hieronder samengevat weergegeven en toegelicht. In de bijlagen zijn de individuele keuringsresultaten per boom weergegeven. -

De kwaliteit van de bomen is over het algemeen als redelijk beoordeeld. Uitzonderingen hierop zijn de bomen 9 en 11 verkerend in een slechte conditie en die duidelijke tekenen van afsterving vertonen. Bomen 7 en 13 tonen bloedingsvlekken die waarschijnlijk als gevolg van Phytophthora (wortelrot) zijn ontstaan. Boom 19 betreft een ceder met een uitgescheurde tak. Diverse bomen tonen snoeiachterstand waarbij er zwaar dood hout is ontstaan.

Conditiebepaling De meeste bomen verkeren over het algemeen in een redelijke conditie. Enkele bomen tonen een matige tot slechte conditie. De conditie wordt vooral bepaald door de (arme zandgrond) groeiplaatsomstandigheden in combinatie met de ouderdom.

8

Conditie Goed

1, 5, 6, 14, 15, 16, 17, 18

Boomnummers

Toekomstverwachting >20 jaar

totaal 8

Redelijk

2, 3, 4, 7, 8, 10, 13, 19 20

>10 jaar

9

Matig

12

>5 jaar

1

slecht

9, 11

< 5 jaar

2

Tabel 1: Conditie & toekomstverwachting

Acht bomen blijken in meer of mindere mate last te hebben van stagnerende groei. Ook het onderhoud is achterstallig waardoor er dood hout, opschot e.d. wordt aangetroffen.

Boomveiligheidscontrole Op basis van de boomveiligheidscontrole (BVC) komt naar voren dat 16 bomen in hun huidige standplaats en voorkomen te handhaven zijn. Er zijn 2 bomen die nu als attentieboom zijn gekwalificeerd op basis van de boomveiligheid. Er zijn nu 4 bomen afgekeurd die geveld moeten worden. In dit kader is het daarnaast noodzakelijk om enkele beheermaatregelen toe te passen en uit te voeren. Veiligheidsstatus Afgekeurd

Boomnrs. 9, 11, 12, 13

Totaal 4

Risicoboom

0

0

Attentieboom

4, 7

2

Goedgekeurd

1, 2, 3, 5, 6, 8, 10, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20

14

Tabel 2: Veiligheidsstatus

-

-

Het is bijvoorbeeld noodzakelijk om de volwassen bomen te snoeien (dood hout) om te voorkomen dat er een zwaar dood hout uitbreekt; Boom 4 betreft een boom in eigendom van de buren. Bij de boom is stamschade ontstaan door het uitbreken van een dubbele stam. Deze boom dient jaarlijks visueel gekeurd te worden om het verloop te monitoren. Bij bomen 7 en 13 dient overwogen te worden deze in verband met de aantasting op voorhand te verwijderen. Bij boom 4 dient een nader technisch onderzoek te worden uitgevoerd om de stabiliteit van de stam en kroon te onderzoeken. Voor de overige bomen geldt dat onderhoudssnoei volstaat om de bomen weer op beeld te brengen; Voor de bomen 9, 11 en 12 verkerend in een slechte conditie of met een slechte toekomstverwachting (< 5 jaar) wordt een kapadvies afgegeven. De controle frequentie ligt bij de grote bomen op eens per 3 jaar (uitgezonderd de attentiebomen). Voor de overige bomen kan een lagere controlefrequentie worden aangehouden.

9

4.

Groeiplaatsonderzoek

Om een beeld te schetsen van de ondergrondse omstandigheden zijn op 3 locaties verspreid over het onderzoeksgebied grondboringen verricht (zie kaart in de bijlage). De boringen zijn uitgevoerd ter hoogte van boom 6, boom 10 en boom 14.Het doel hierbij is een inschatting te verkrijgen over de ondergrondse omstandigheden, grondgelaagdheid en wortelspreiding. De resultaten geven informatie over een eventuele verplantbaarheid (14) en op de vraag in hoeverre werkzaamheden kunnen leiden tot wortelschade. Het gaat hier echter wel om een algemeen beeld. Het kan noodzakelijk zijn om bij verdere planontwikkeling bij sommige bomen door aanvullend onderzoek een hogere detaillering te krijgen. Het onderstaande profiel geeft een gemiddelde van de heersende ondergrondse omstandigheden aan.

0 cm

Open grond (maaiveld) Wortelzone 10 - 100 cm. Beworteling Ø 0,1 -10 cm Humusrijk zand. 0-100 cm -mv Organische stof <5-8%. Verdichting gem. 2,0 Mpa (open groeiplaats)

-50 cm

0-30 cm extensief beworteld Ø 0,1 -2 cm 50-80 cm intensief beworteld Ø 0,1 -10 cm 80-100 cm extensief beworteld Ø 0,1 -1 cm

-80 cm Vanaf -90 cm worden humusarme zandlagen aangetroffen. Er is tot op -100 cm geen grondwater aangetroffen -100 cm . -120 cm Grondwater 120 cm -mv.

Beworteling Wortelzone Grondwater

Profielboring ter hoogte van Boom 6 Figuur 4: Uitkomst profielboringen

-

-

Bij de 3 profielboringen is een uniform beeld aangetroffen ten aanzien van de grondopbouw; De grondslag bestaat uit een (zeer) humeuse zandlaag (5-8% org. stof).; Op een diepte van 100 cm – mv is een overgangszone naar een humusarmere zandlaag aanwezig; De wortelzone is tot 50 cm –mv extensief (opnamebeworteling) en vanaf 50 cm tot 80 cm –mv intensief (stabiliteitsbeworteling). Vanaf 80 cm –mv tot 100 cm – mv is er extensief opnamebeworteling aangetroffen; De verdichting gemeten in MegaPascal (MPa) is redelijk tot matig (3- 4 MPa); De stabiliteitsbeworteling wordt voornamelijk aangetroffen in de risicozone (10 x stamdiameter).

3

4.1.

Verplantbaarheid

Op basis van de gegevens uit boomveiligheidscontrole kan worden geconcludeerd dat drie bomen in aanmerking komen voor een eenvoudige verplanting. Het gaat hierbij om bomen met een stamdiameter <30 cm en verkerend in minimaal een redelijke conditie. De bomen zijn daarnaast relatief jong en hebben een toekomstverwachting van minimaal 10 jaar. De bomen dienen hierbij ten minste 1 groeiseizoen te worden voorbereid op verplanting of kunnen met een verplantmachine (zonder voorbereiding) worden verplant Het betreft de volgende jonge bomen: 14, 15, en 16. De overige bomen komen door hun boomgrootte en of conditie niet in aanmerking voor verplanting.

5.

Boom Effect Analyse

5.1.

Voorgenomen werkzaamheden

Voor de beoordeling van de effecten op de bomen is gebruik gemaakt van de tekening ruimtelijke optimalisatie dorpsbouwkundig ontwerp van 10 juni 2021. Het project betreft een herinrichting van het plangebied ten behoeve van nieuwbouw van het terrein. In eerste instantie zal het oude gebouw worden verwijderd waarna er nieuwbouw zal plaatsvinden in de vorm van vier vrijstaande gebouwen. De bouwvlakken liggen hierbij voornamelijk in het middengebied van het terrein waardoor de meeste bomen (gesitueerd aan de randen) niet direct binnen de invloedsfeer komen te staan. Voor een viertal jonge bomen zal dit wel betekenen dat deze op hun huidige positie niet gehandhaafd kunnen blijven.

Fig 5. Uiteindelijke ontwerp terrein Rabobank (juni 2021).

Uit het ontwerp valt op te maken dat de meeste bomen op het terrein zijn te handhaven. Wel is het van belang de te handhaven bomen tijdens de diverse fases van de werkzaamheden afdoende te beschermen. Belangrijke voorwaarde voor boombehoud is het afschermen van de groeiplaats en het creëren van een beschermd boomgebied. Door het plaatsen van vaste bouwhekken kunnen de bomen worden beschermd/afgesloten van de ontwikkeling. 4

5.2.

Risicoanalyse

De randvoorwaarden gaan grotendeels over de algemene regels hoe om te gaan met het risico op schade aan bomen tijdens de werkzaamheden. Een belangrijk onderdeel binnen deze randvoorwaarden is de omvang van de groeiplaats van de boom en de wortelontwikkeling binnen deze gebieden. De criteria rondom wortelzones, risicozones en kroonprojecties zijn toegelicht in hoofdstuk 3 Onderzoeksmethoden. Aangenomen wordt dat de bewortelingszone van de bomen nagenoeg gelijk is aan de grootte van de kroonprojecties. Er valt daarom (wortel)schade te verwachten bij de genoemde voorgenomen werkzaamheden.

5.2.1.

Wortelschade

De beworteling van de bomen tot buiten de kroonprojectie mogelijk. Voorafgaand aan het type grondwerkzaamheden moet daarom bepaald worden wat mogelijk is. Vanuit het groeiplaatsonderzoek en de boominventarisatie is geconcludeerd dat diverse bomen een wat dieper wortelgestel hebben ontwikkeld wat in principe gunstig is. Bij de aanleg van ondergrondse infra (riool, gas, elektra, etc.) wordt vaak dieper ontgraven en dient men vooraf de tracés te beoordelen op eventuele doorsnijding van het wortelgestel. Binnen de kroonprojectie van de betreffende bomen dienen de richtlijnen voor werken bij bomen gehanteerd te worden. Bij ontgravingen ten behoeve van fundatie, cunetten etc. dienen de randvoorwaarden betreffende de bomen in acht te worden genomen. Bij het verwijderen van de huidige (onder)beplanting ten behoeve van de nieuwe inrichting kan wortelschade ontstaan wanneer dit niet zorgvuldig wordt uitgevoerd. Een stobbenfrees of kraan kunnen de boomwortels beschadigen indien binnen de groeiplaats wordt ontgraven, zorgvuldig (handmatig) voorsteken en verwijderen kan onnodige schade voorkomen.

5.2.2.

Verdichting

Dit kan ontstaan wanneer er geen voorzorgsmaatregelen getroffen worden om verdichting tegen te gaan. Werken volgens het protocol ‘Werken bij bomen’ (zie bijlagen) is noodzakelijk. Vooral het berijden binnen de kroonprojectie met zware machines, de opslag van materialen, etc. dient goed te worden begeleid, maar liever te worden vermeden. Leg bijvoorbeeld een platenbaan aan om verdichting te voorkomen. Indien er bouwhekken geplaatst worden rondom de kroonprojectie hoeft er geen verdichting van de groeiplaats te ontstaan.

5.2.3.

Ophoging

Ophogen binnen de kroonprojectie is van invloed op de bodemgasdiffusie en de wateropname. Over het algemeen leidt sterke ophoging tot wortelsterfte. Wanneer de boom veel wortels verliest heeft dit invloed op zijn conditie en stabiliteit. Tot op welke hoogte er rondom de boom kan worden opgehoogd hangt sterk af van de boomsoort, zijn conditie en het gebruikte materiaal. Verhogen van het maaiveld is binnen de kroonprojectie met maximaal 10 cm. toegestaan met een licht substraat als bomengrond. Een goede uitwisseling van vocht en gassen moet mogelijk blijven en verdichting zal moeten worden voorkomen.

5.2.4.

Kroon- en stamschade

Indien er met groot materieel binnen de kroonprojectie gewerkt moet worden. Kan schade aan laaghangende of overhangende takken ontstaan. Om tevens verdichting te voorkomen zal er zoveel mogelijk vanaf de bestaande verharding binnen de kroonprojectie gewerkt moeten worden. Eventueel kunnen enkele laaghangende takken (maximaal 20% en geen gesteltakken) worden gesnoeid. Vanuit de boomveiligheidscontrole dienen enkele bomen bij voorbaat al gesnoeid te worden.

5

De kans bestaat dat materieel in aanraking komt met de stam(voet). Bouwhekken ter hoogte van de kroonprojectie kan deze schade beperken. Wanneer het plaatsen van bouwhekken niet mogelijk is dient er op z’n minst stambescherming te worden toegepast. Gebruik hiervoor lokale afscherming voor de bomen: omwikkel de stam met ribbeldrain en bevestig verticaal geplaatste, en met spandraad bevestigde, houten planken.

5.2.5.

Bronbemaling

Bij het toepassen van (langdurige) bronbemaling ontstaan er (tijdelijke) schommelingen in de grondwaterstand. In de bladperiode zal het effect van deze bronbemaling het grootst zijn. Indien dit het geval is, dient er een monitoring van het vochtgehalte van de groeiplaatsen te worden opgezet en zal mogelijk een watergeefsysteem moeten worden aangelegd. Indien er geen watergeefsysteem wordt aangelegd mag er in principe geen bronbemaling tijdens de bladperiode (maart-november) wordt gebruikt. Door afgraving en daarmee een beperking van het percentage opnamebeworteling zal verdroging een grote rol kunnen spelen in het conditieverval van de bomen. Met name Indien de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd in de bladloze periode van de bomen spelen zaken als verdroging veel minder een rol. Schade aan beworteling wordt in deze periode beter verdragen, maar moet zo veel mogelijk worden voorkomen.

5.3.

Ondergrondse kabels en leidingen

Bij het uitbrengen van dit onderzoek zijn nog geen gegevens over ondergrondse infra aanwezig. Een inschatting van de gevolgen kan in dit stadium nog niet worden gegeven. Met oog op toekomstige werkzaamheden in de ondergrondse infra is het gebruik van mantelbuizen nabij bomen aan te bevelen indien omleggen onmogelijk is. Bij de ondergrondse inrichting is het belangrijk om een duidelijk onderscheid te maken tussen toekomstig groeiplaatsgebied en de kabel- leidingstraces. Dit om schade aan bomen en leidingen in de toekomst uit te sluiten.

6.

Conclusie & advies

Uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van een kantoortuin waarbij voornamelijk aan de randen van het perceel volwassen bomen staan. Conditioneel zijn de meeste bomen in een voldoende staat hoewel er sprake is van een langzame conditionele afname van de bomen aan de zuidzijde van het perceel. De impact van de ontwikkeling van het gebied zijn ten aanzien van de bouw beperkt. Ten aanzien van de verdere inrichting ten tijde van de bouw en bij de inrichting van het gebied moeten de randvoorwaarden een duidelijke aanwijzing geven over hoe om te gaan met bomen en hun groeiplaats. Vooral de beuk is in die zin het behouden waard. Een aandachtspunt vormen de natuurwaarden op het terrein. Binnen het kader van de natuurwet dient met vooraf op de hoogte te zijn van de aanwezigheid van vaste rust en verblijfplaatsen. Het kan daarom noodzakelijk zijn vooraf een schouw uit te voeren om eventuele flora en fauna soorten in kaart te brengen.

6.1

Keuringresultaten

Op basis van de boomeffectanalyse zijn de volgende conclusies getrokken. -

-

De algemene conditie en toekomstverachting van de meeste bomen is voldoende. Er zijn 5 bomen ( 7, 9, 11, 12 en 13 die conditioneel en boomtechnisch beter op voorhand kunnen worden verwijderd. De bomen 7 en 9 zijn in deze groep vergunningsplichtig (> 20 cm). De overige bomen vallen onder de vrijstelling. De bomen 4 en 7 geldt dat zij (indien niet verwijderd) in verband met aangetroffen gebreken jaarlijks moeten worden gekeurd. Voor boom 7 kan na nader onderzoek blijken dat deze in verband met de aantasting beter nu al verwijderd kan worden.

6

-

6.2

Voor de bomen 1, 8, 10, 18 en 19 dienen op voorhand door middel van onderhoudssnoei onderhouden te worden.

Boomefectanalyse -

-

-

-

Ten aanzien van de uiteindelijke ontwikkeling zijn de bomen 11, 12, 13, 14, 15, 16 en 17 niet op hun huidige positie te handhaven. Een drietal bomen ( 15 en 16 zijn (eenvoudig) te verplanten, de overige bomen zijn te groot of conditioneel niet geschikt. Boom 18 staat op voldoende afstand tot de nieuwe ontwikkeling en kan door het toepassen van algemene boombeschermende maatregelen behouden blijven. De te behouden bomen dienen tijdens de bouw te worden afgeschermd door het plaatsen van bouwhekken. Hierdoor voorkomt men schade aan de bomen en hun groeiplaats. De bouwhekken dienen minimaal ter hoogte van de kroonprojectie te worden geplaatst. Beter is echter om het gehele groeigebied af te schermen. Vooral werkzaamheden binnen de directe invloedsfeer vormen een bedreiging. Vooral bij verdere terreininrichting is het daarom noodzakelijk vooraf te toetsen op de randvoorwaarden. Overleg vooraf met de aannemer hoe om te gaan met de bomen. Het is raadzaam om een boomdeskundige aan te wijzen die in geval van boombedreigende situaties advies kan geven. Het plan is niet alleen maar negatief, er zijn tijdens de inrichting ook kansen om de groeiplaatsen op te waarderen, te verbeteren en te vergroenen waarbij een duurzame groeiplaatsinrichting mogelijk is. Verdere uitwerking van de plannen is daarbij noodzakelijk.

7

In het vertrouwen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, teken ik hoogachtend en met vriendelijke groet,

Pius Floris Boomverzorging Amsterdam Afdeling onderzoek, taxaties, ecologie en advies

J.V.C. Wernsen, European Tree Technician (ETT), Geregistreerd taxateur (lid NVTB) Gecertificeerd Flora en Faunadeskundige (niveau 4)

Onderzoek wordt verricht en adviezen worden uitgebracht, alleen op voorwaarde dat de aanvrager afstand doet van ieder recht op aansprakelijkheid

8

Beeldbijlage De foto toont het entreegebied van de voormalige Rabobank waarbij de ceder (1) het behouden waard is.

De foto (rechts) toont de coniferen die niet op het perceel staan maar wel zijn meegenomen.

De foto (links) toont de uitgegroeide coniferen voor de bomen 9 en 10. Deze coniferen zijn niet vergunningsplichtig en daarom niet opgenomen.

De foto (links) toont boom 13 waarbij bloedingsvlekken zijn aangetroffen. Hierdoor is de boom niet geschikt voor verplanting.

De foto (rechts) toont de situatie ter hoogte van boom 10, 9 en 8 langs de erfgrens.

De foto (links) toont de groeiplaats van de beuk (18) en de ceder (19) die het behouden waard zijn.

Conditieoverzicht bomen Rabobankterrein Legenda huisnrs Bomen Goed Redelijk Matig Slecht

kroonprojectie. kroonprojectie.

R

A

15 15 15 m m m m 15 15 15 m

Triump Bv Burg. van Nispen van Sevenaerstraat 10 Laren

Zwaar dood hout > 4 cm

1

Cedrus libani

Libanonceder

40

12-15

42

Goed

> 20 jaar

2

Chamaecyparis lawsoniana

Californische cypres

35

15-18

40

Redelijk

> 20 jaar

groep

Goedgekeurd Goedgekeurd

3

Chamaecyparis lawsoniana

Californische cypres

45

18-24

40

Redelijk

> 10 jaar

groep

Goedgekeurd

4

Chamaecyparis lawsoniana

Californische cypres

35

15-18

40

Redelijk

> 5 jaar

5

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

55

18-24

44

Goed

> 20 jaar

6

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

55

18-24

44

Goed

Inrotting/holte > 30%

Ad vi e

s

VT A nc lu si e Co

O pm er ki ng

Kr oo n-

St am vo

et

in ge n Aa nt as t

ve

rp la St ntb am a ar

ko m st To e

St am di am H oo et gt er e (m ) Le ef tij d Co nd iti e

l) (N m so or t Bo o

Bo o

m Bo num ta ni me sc r he na am

projectnr. 17P2100059 Maart 2021 dhr. J.V.C. Wernsen, European tree technician, geregistreerd taxateur bomen

Veiliggheidssnoei

uitgescheurde stam, plakoksel Attentieboom scheefstand natuurlijk Goedgekeurd scheefstand natuurlijk Goedgekeurd bloedingsvlekk en

7

Tilia x europaea 'Euchlora'

Krimlinde

55

18-24

50

Redelijk

> 5 jaar

phytoptera

8

Acer platanoides

Noorse esdoorn

55

18-24

50

Redelijk

> 5 jaar

Goedgekeurd

9

Acer platanoides

Noorse esdoorn

45

18-24

50

Slecht

< 5 jaar

Afgekeurd

10

Acer platanoides

Noorse esdoorn

65

18-24

50

Redelijk

> 10 jaar

11

Fagus sylvatica

Gewone beuk

15

0-6

14

Slecht

< 5 jaar

12

Carpinus betulus

Gewone haagbeuk

15

0-6

14

Matig

< 5 jaar

13

Tilia x europaea

Europese linde

25

0-6

18

Redelijk

> 5 jaar

14

Tilia x europaea

Europese linde

25

0-6

18

Goed

> 20 jaar

ja

Goedgekeurd

15

Carpinus betulus

Gewone haagbeuk

15

0-6

16

Goed

> 20 jaar

ja

Goedgekeurd

16

Carpinus betulus

Gewone haagbeuk

15

0-6

16

Goed

> 20 jaar

ja

Goedgekeurd

17

Carpinus betulus

Gewone haagbeuk

25

0-6

20

Goed

> 20 jaar

18

Fagus sylvatica

Gewone beuk

75

15-18

80

Goed

> 20 jaar

Klimop in kroon

Goedgekeurd

19

Cedrus libani 'Glauca'

Blauwe ceder

55

15-18

50

Redelijk

> 10 jaar

uitgescheurde tak

Goedgekeurd

20

Chamaecyparis lawsoniana

Californische cypres

35

15-18

35

Redelijk

> 10 jaar

Inrotting/holte <15%

Inrotting/holte > 30%; Afgestorven groeibaan terugsterven kroon Phytophthora

bloedingsvlekken

Attentieboom

Goedgekeurd

Afgekeurd

Vellen (verwijderen)

Afgekeurd

Vellen (verwijderen)

Goedgekeurd

Goedgekeurd

tegen hek

Vellen (verwijderen)

Goedgekeurd

Zorgoverzicht bomen 2021 Legenda huisnrs Bomen Afgekeurd Attentieboom Goedgekeurd

grens

R

A

25 25 25 m m m m 25 25 25 m

Legenda huisnrs Bomen Afgekeurd Attentieboom Goedgekeurd

kroonprojectie. kroonprojectie.

beschermd_boomgebied risicozone risicozone

grens BGT_WEGDEEL BGT_SCHEIDING BGT_VEGETATIEOBJEC BGT_PAND BGT_OVERIGBOUWWER BGT_OPENBARERUIMT BGT_ONBEGROEIDTER BGT_GEBOUWINSTALLA BGT_BEGROEIDTERRE afstandslijn luchtfoto: actueel_winter actueel_winter

15 15 15 m m m m 15 15 15 m m

Themakaart verwijderen tbv nieuw ontwerp Legenda huisnrs Bomen verwijderen ivm o

verplantbaar

R

A

20 20 20 m m m m 20 20 20 m

Protocol Werken bij bomen

Inleiding. Duidelijke richtlijnen voorkomen schade aan bomen. In de praktijk is het zo dat beperkingen met betrekking tot werkzaamheden rond bomen tijdverlies en extra kosten voor de uitvoerenden met zich meebrengen. Het invullen van deze beperkingen met betrekking tot het behoud van de bomen kan daarom niet vrijblijvend aan de goede wil van de uitvoerenden van het werk worden overgelaten. Dit beleidsprotocol voor werkzaamheden bij bomen is opgesteld ter voorkoming van schade. Bomen vertegenwoordigen een bepaalde waarde. De boomeigenaar kan ter voorkoming van boomschade de werkzaamheden volgens vooraf bepaalde richtlijnen laten uitvoeren. Hierdoor wordt het risico op boomschade tot binnen aanvaardbare grenzen teruggebracht en kan na het ontstaan van schade de verantwoordelijke aansprakelijk gesteld worden. De insteek van deze effectrapportage werken bij bomen is niet het bestraffen van de uitvoerenden, maar dient gezien te worden als een handleiding ter voorkoming van schades en pretendeert de samenwerking tussen boomeigenaren en uitvoerenden te bevorderen door vooraf duidelijkheid te verschaffen aangaande rechten en plichten met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van bomen. Het protocol werken bij bomen omvat 3 stappen: 1 Beoordelingsbijlage werken bij bomen. Deze beoordelingsbijlage kan meegegeven worden bij iedere aanvraag tot afgifte van een bouwvergunning.

Hierdoor wordt inzichtelijk of het noodzakelijk is om een kapvergunning aan te vragen of dat een effectrapportage werken bij bomen gewenst is. De beoordelingsbijlage werken bij bomen omvat een vragenlijst die doorlopen dient te worden door de vergunningaanvrager. Indien een van de vragen met ja beantwoord wordt, betekent dit dat er kapvergunningplichtige bomen aanwezig zijn binnen de sloop-, aanleg- of bouwlocatie. 2 Effectrapportage werken bij bomen. De effectrapportage werken bij bomen wordt ingezet bij voorgenomen (her)inrichtingsplannen of naar aanleiding van een teruggezonden beoordelingsbijlage en is bedoeld om voorafgaand aan de werkzaamheden duidelijk in beeld te brengen wat de effecten van de bouwplannen zijn op het aanwezige bomenbestand. De effectrapportage maakt inzichtelijk wat de mogelijkheden zijn om de bomen duurzaam in stand te houden tijdens en na afloop van de werkzaamheden en welke maatregelen daarvoor nodig zijn. 3 Vuistregels werken bij bomen. Rekening houdend met het kennisniveau van de uitvoerenden met betrekking tot bomen zijn de 11 vuistregels voor bouw en aanleg bij bomen ontwikkeld. Deze praktische handleiding dient meegestuurd te worden bij iedere afgifte van een bouwvergunning waarbij bestaande bomen betrokken zijn. Later tijdens de uitvoering dient er conform deze richtlijnen gewerkt te worden. Attentiepunten.

Het standaard aanvraagformulier bouwvergunning van het ministerie van VROM maakt geen melding van een mogelijke kapvergunningsplicht. Hierdoor is het boombelang vaak niet inzichtelijk voor de afdeling groenbeheer van een gemeente. Een ander attentiepunt is het feit dat bomen op zich geen weigeringgrond vormen voor de afgifte van een bouwvergunning. Een kapvergunning dient wel te worden aangevraagd, echter de gemeente heeft dan veelal geen juridische mogelijkheden om de kapvergunning te weigeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11077763/1