CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20220126RVSb22 00018 Bestemmingsplan en Beeldkwaliteitsplan voormalige Rabobank BIJLAGE aangepaste bijlagen 3

Gemeenteraad 26 januari 2022, gemeente larenBij agendapunt: Bestemmingsplan en Beeldkwaliteitsplan voormalige Rabobank2.936 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ADVIES NATUURINCLUSIEF BOUWEN BURGEMEESTER VAN NISPEN VAN SEVENAERSTRAAT 6 TE LAREN

Rapportage advies natuurinclusief bouwen Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 te Laren Opdrachtgever

Triumph BV Emmaplein 8 1075 AW Amsterdam

Rapportnummer Versienummer

14374.006 D1

Status

Eindrapportage

Datum

9 april 2021

Vestiging

Doetinchem

Opsteller

De heer G.J. Assink, BSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

De heer M.C. de Haas, BSc

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt. In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2 2.1 2.2

Huidig gebruik plangebied en omgeving .......................................................................... 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ..................... 4

3

VOGELS ..................................................................................................................................... 5

4

VLEERMUIZEN .......................................................................................................................... 6

5

ZOOGDIEREN ............................................................................................................................ 8

6

INSECTEN .................................................................................................................................. 9

7

TUINEN EN GROENELEMENTEN .......................................................................................... 10

14374.006

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Triumph BV opdracht gekregen voor het opstellen van een advies natuurinclusief bouwen voor de nieuwbouw aan de Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 te Laren. In dit advies wordt beschreven hoe er rekening kan worden gehouden met stedelijke flora en fauna bij het realiseren van de nieuwbouw. De rapportage voor natuurinclusief bouwen is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. Hiertoe wordt de huidige bebouwing gesloopt en zullen hier enkele nieuwe panden voor in de plaats komen. Deze rapportage voor natuurinclusief bouwen heeft als doel om in de toekomstige situatie een verbetering van de biodiversiteit te waarborgen. Door natuurinclusief te ontwerpen krijgt het project een positieve uitwerking op de lokale biodiversiteit en natuur. Omdat de voorgenomen planvorming nog niet definitief is, is onderhavige rapportage bedoeld om ideeën op te doen die opgenomen kunnen worden in het ontwerp. Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen. In dat kader verklaart Econsultancy ten behoeve van de onderzoekslocatie niet eerder betrokken te zijn geweest voor ecologische advisering of ecologisch onderzoek.

RAPPORT 14374.006 versie D1

Pagina 1 van 10

2 2.1

GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik plangebied en omgeving

Het plangebied (± 5.240 m²) ligt aan de Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6, gelegen in de kern van Laren. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 143.715, Y = 474.325.

Figuur 1. Topografische ligging van de onderzoekslocatie.

Op de onderzoekslocatie staat een groot kantoorgebouw, dat voor het grootste gedeelte leeg staat, maar een deel wordt gebruikt als kunstexpositie. Het gebouw bestaat uit bakstenen muren voorzien van een spouwmuur. Langs de dakranden is het gebouw voorzien van boeidelen. Het dak is bedekt met dakpannen, die beschikken over een ondervorstband. Onder het gebouw bevindt zich een parkeergarage die toegankelijk is via de westzijde van het gebouw, ware het niet dat de deur volledig overgroeid is met klimop. Westelijk op de onderzoekslocatie is een parkeerterrein dat tijdens het veldbezoek grotendeels overgroeid is met mos. Aan de noord- en oostzijde is een kleine tuin aanwezig en op veel plaatsen is de onderzoekslocatie omgeven door heesters en bomen. De onderzoekslocatie ligt aan de westelijke rand van het centrum van Laren. Aan de oostzijde bevinden zich daarom voornamelijk winkelpanden en aan de westzijde van de onderzoekslocatie bevinden zich woonhuizen, veelal met groene tuinen. In figuur 2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 8 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.

RAPPORT 14374.006 versie D1

Pagina 2 van 10

Figuur 2. Luchtfoto onderzoekslocatie en directe omgeving.

Figuur 3. Zuidzijde van de onderzoekslocatie.

Figuur 4. Noordzijde van de onderzoekslocatie.

Figuur 5. Westzijde van de onderzoekslocatie. De ingang van de parkeergarage is overgroeid door klimop.

Figuur 6. Het parkeerterrein is deels overgroeid door gras en mos.

Figuur 7. Tuin op de onderzoekslocatie.

Figuur 8. Veel groen aan de randen van de onderzoekslocatie.

RAPPORT 14374.006 versie D1

Pagina 3 van 10

2.2

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen

De initiatiefnemer is voornemens nieuwbouw te realiseren op de onderzoekslocatie die bestaat uit woningen en een commerciële functie in de plint van het hoofdgebouw (zuidoostelijk op de kavel). De nieuwe bebouwing zal bestaan uit verschillende gebouwen. De huidige parkeergarage zal worden behouden en worden aangepast. In figuur 9 wordt de toekomstige situatie weergegeven. Ten behoeve van de voorgenomen plannen dient het huidige gebouw gesloopt te worden. Voor de toekomstige situatie wordt het merendeel van de huidige beplanting worden verwijderd.

Figuur 9. Planinrichting van de onderzoekslocatie. Bron: Triumph BV.

RAPPORT 14374.006 versie D1

Pagina 4 van 10

3

VOGELS

De huismus is een soort die voor geschikte nestlocaties afhankelijk is van bebouwing. Doordat in veel gevallen nestplaatsen verdwijnen bij nieuwbouw, neemt deze soort in Nederland gestaag af. Toch is deze soort gemakkelijk te helpen bij het creëren van geschikte nestlocaties. De meest eenvoudige methode is het plaatsen van het vogelschroot onder de derde pannenrij van onder, in plaats van onder de gebruikelijke eerste rij. Dit biedt ruimte aan huismussen om onder de eerste drie rijen dakpannen hun nesten te maken. Daarnaast is het mogelijk om voor huismussen kunstmatige nestgelegenheden aan te bieden in de vorm van nestkasten of neststenen (figuur 10). Nestkasten die aan de gevel worden gehangen, bestaan vaak uit meerdere compartimenten, omdat huismussen graag in groepen nestelen. Als het enkele kasten zijn, is het aan te raden om er meerdere bij elkaar op te hangen. Voor een lange levensduur zijn kasten van houtbeton aan te bevelen. Deze kasten moeten beschut zijn tegen zon en wind en kunnen daarom het beste aan de noord of noordoostzijde worden geplaatst. Er zijn ook nestkasten verkrijgbaar die in de gevel gemetseld kunnen worden, waardoor de gevel vrij blijft (figuur 11). Deze kasten dienen op dezelfde manier geplaatst te worden als normale nestkasten, dus met meerdere bij elkaar en gericht op het noorden of noordoosten. Tot slot zijn er ook nestpannen verkrijgbaar.

Dit zijn dakpannen met daarin ruimte waar huismussen een nest kunnen bouwen. Het is belangrijk dat deze pannen aan de oost of noordoostzijde geplaatst worden, om te hoge temperaturen te voorkomen.

Figuur 10. HMT1 nestkast voor huismussen (bron: faunaprojecten.nl).

Figuur 11. HMP2 inbouwkast voor huismussen (bron: faunaprojecten.nl).

Er zijn nog meer soorten die gebruik maken van nestkasten, zoals koolmezen, pimpelmezen, winterkoningen en zwarte roodstaart. Voor deze soorten zijn er verschillende soorten nestkasten te verkrijgen. In tegenstelling tot huismussen, nestelen deze soorten niet in de bebouwing en kunnen nestkasten voor deze soorten beter aan bomen of schuttingen worden opgehangen op plaatsen waar rust te vinden is voor deze vogels. Behalve het plaatsen van nestkasten zijn er nog enkele maatregelen waar vogels erg bij gebaat zijn. Een zeer eenvoudige, maar zeker in de zomer doeltreffende maatregel is het voorzien in drinkwater. In het stedelijk gebied is in de zomer weinig water te vinden, terwijl dit voor vogels van levensbelang is. Bij het creëren van een drinkplaats voor vogels, is het belangrijk dat deze drinkplaats schoongehouden kan worden om het verspreiden van ziektes te voorkomen. Ook is het belangrijk dat de drinkplaats veilig is ten aanzien van predatoren zoals katten. Tot slot moet het water niet te diep zijn, om te voorkomen dat jonge vogels er in kunnen verdrinken.

RAPPORT 14374.006 versie D1

Pagina 5 van 10

Een laatste maatregel ten aanzien van vogels is het aanleggen van zogenaamde ‘kwetterbosjes’. Deze bosjes bestaan uit dichte groenblijvende struiken, waarin vogels, zoals huismussen en andere vogels jaarrond beschutting kunnen vinden. Belangrijk is dat deze struiken een minimale hoogte van 1,5 meter hebben. Deze ‘kwetterbosjes’ kunnen ook dienen als natuurlijke afscheidingen tussen tuinen. Geschikte struiken zijn bijvoorbeeld hulst, vuurdoorn, beukhaag en taxus. Hoewel de besjes van de taxus in trek zijn bij vogels, zijn ze giftig voor mensen. 4

VLEERMUIZEN

Verschillende soorten vleermuizen, zoals de gewone Figuur 12. Huismus in taxusstruik (Bron: Geert Sines). dwergvleermuis en laatvlieger, hebben hun verblijfplaatsen in bebouwing. Met het verdwijnen van oude bebouwing, verdwijnen vaak ook de verblijfplaatsen van deze soorten. Het is echter gemakkelijk om in nieuwbouwwoningen nieuwe verblijfplaatsen te creëren. Veelal de gemakkelijkste maatregel is het toegankelijk maken van een open spouwmuur. Dit kan gemakkelijk door het aanbrengen van open stootvoegen (minimaal 1,5 cm breed en 4 cm hoog) of het plaatsen van een gevelsteen (figuur 13 & 14). Deze openingen worden op minimaal 3 meter hoogte aangebracht, zodat vleermuizen veilig in en uit kunnen vliegen. Het is belangrijk dat deze openingen niet onder directe invloed van verlichting geplaatst worden en een vrije aanvliegroute naar de openingen aanwezig is.

Figuur 13. VMPM4 Entreesteen voor het toegankelijk maken van een spouwmuur (bron: faunaprojecten.nl).

Figuur 14. Gebruik van een VMPM4 entreesteen (bron: faunaprojecten.nl).

Indien de woningen over een zadeldak beschikken, kan ook de nokvorst toegang geven tot ruimte onder het dak. In dat geval kan de nokvorst toegankelijk worden gemaakt voor vleermuizen. Hiervoor dient 2 centimeter ruimte overgelaten te worden bij de eindvorst en moet ervoor gezorgd worden dat de ondergelegen dakpannen elkaar niet raken, maar ook hier minimaal 3 - 4 centimeter ruimte aanwezig is.

RAPPORT 14374.006 versie D1

Pagina 6 van 10

Indien er geen open spouw aanwezig is waar vleermuizen hun verblijfplaatsen kunnen maken, dan kunnen er ook kunstmatige ruimten worden aangeboden. Dit kan door het plaatsen van vleermuiskasten aan of in de gevel. Er zijn vleermuiskasten die aan de gevel gehangen kunnen worden (figuur 15), maar het is mooier om deze in de gevel te metselen, waardoor de kasten vanaf de buitenzijde niet te ze zien zijn (afbeelding 16 & 17). Wanneer een woning voorzien wordt van enkele vleermuiskasten, is het verstandig om ervoor te zorgen dat de invliegopeningen op minimaal 3 meter hoog gehangen worden en dat er een vrije aanvliegroute aanwezig is. Wanneer er meerdere kasten in een woning worden geplaatst, is het aan te bevelen om deze aan verschillende zijden van de woning te plaatsen, om zo verschillende microklimaten te creëren.

Figuur 15. VMT1a vleermuiskast. Dit type kasten kan aan de gevel worden gehangen (bron: faunaprojecten.nl).

Figuur 16. VMPM1e inbouwkast met entreesteen. Dit type kast kan in de gevel gemetseld worden (bron: faunaprojecten.nl).

Figuur 17. Verschillende mogelijkheden voor het inmetselen van vleermuiskasten (bron: faunaprojecten.nl).

Indien er bij de nieuwbouw een overstek, boeidelen of gootbekisting geplaatst wordt, kunnen deze ook geschikt worden gemaakt voor vleermuizen. Dit kan door hierin vleermuizen kasten te plaatsen, of wanneer er een hellend vlak aanwezig is, kan er in de overstek gripgaas worden geplaatst en kunnen er enkele openingen in gemaakt worden, zodat vleermuizen toegang kunnen krijgen tot de aanwezige ruimten. Tot slot is het voor vleermuizen belangrijk dat er ’s nachts zo min mogelijk licht aanwezig is. Wanneer het weglaten van verlichting geen optie is, kan er worden gekozen voor vleermuisvriendelijke verlichting. Dit betreft verlichting met een aangepast armatuur, waardoor er geen uitstraling naar boven plaatsvindt, of speciale lampen zoals de LED Batlamp.

RAPPORT 14374.006 versie D1

Pagina 7 van 10

5

ZOOGDIEREN

In de omgeving van het plangebied komen verschillende soorten zoogdieren voor. Het gaat voornamelijk om de egel en de eekhoorn. Om het plangebied geschikt te maken voor egels, is het belangrijk dat de tuinen toegankelijk zijn. Dit kan door het gebruik van hagen, of wanneer er gebruik wordt van schuttingen, dan kunnen er zogenaamde egelsnelwegen worden aangelegd. Dit zijn kleine openingen aan de onderzijde van de schutting, waardoor egels andere tuinen kunnen bereiken. Voor egels is het ook van groot belang dat tuinen niet enorm opgeruimd zijn. Wanneer het mogelijk is, wordt er geadviseerd om het bladafval in de winter niet allemaal op te ruimen, maar dit op een grote hoop in een rustige hoek van de tuin te bewaren. Egels kunnen van deze hopen gebruik maken om te overwinteren. Eventueel kunnen er ook speciale egelschuilplaatsen geplaatst worden (figuur 18).

Figuur 18. Egelschuilplaats.

Figuur 19. Egel (bron: Dreamstime).

Eekhoorns kunnen geholpen worden door het planten van bomen. De voorkeur gaat uit naar inheemse bomen die in de regio ook voorkomen zoals beuk, zomereik en berk.

RAPPORT 14374.006 versie D1

Pagina 8 van 10

6

INSECTEN

Insecten zijn vaak een vergeten groep, maar deze dieren zijn juist extreem belangrijk voor de biodiversiteit. Daarnaast kunnen ze met enkele eenvoudige maatregelen goed geholpen worden. Zo kan er bij de beplanting van de tuin gekozen worden voor struiken en planten, waar voor veel insecten voedsel te vinden is. Goede voorbeelden van dergelijke planten zijn: vlinderstruik, Gelderse roos, meidoorn, sleedoorn en sporkehout. De laatste vier bieden in het najaar ook voedsel aan vogels, in de vorm van bessen. Het is belangrijk dat deze planten in de grond en niet in een pot geplaatst worden. Het wordt aangeraden om voor planten te kiezen die duurzaam en biologisch geteeld zijn. Gras of braakliggend terrein kan ingezaaid worden met een zadenmengsel waarin veel planten en bloemen ten gunste komen van insecten. Het is belangrijk om te kiezen voor een zadenmengsel dat inheems en regio gebonden is. Goede zadenmengels zijn te vinden bij Cruydhoek of Medigran. Voor bijen kan er een bijenhotel of insectensteen geplaatst worden (figuur 20). Deze zijn verkrijgbaar in veel verschillende vormen en maten, bij onder andere Vivara. Het beste is om deze ho- Figuur 20. Insectenhotel. tels te plaatsen in de nabijheid van een kruidenrijke beplanting en op een hoogte van 40 centimeter tot 2 meter.

Het is belangrijk dat het insectenhotel op het zuiden wordt geplaatst, zodat het snel opwarmt, en in de beschutting wordt geplaatst, zodat het niet te nat wordt tijdens een regenbui. Zorg ook voor een vrije aanvliegroute voor insecten.

RAPPORT 14374.006 versie D1

Pagina 9 van 10

7

TUINEN EN GROENELEMENTEN

Bij het beplanten van tuinen, wordt er bij voorkeur gekozen voor inheemse en overblijvende planten. Deze bieden vaak meer voedsel aan insecten dan exotische plantensoorten. Een goed voorbeeld is de sleedoorn, deze soort bloeit eerder dan de meeste andere gelijkende soorten en biedt voeding aan veel vroeg vliegende bijen en andere insecten. Voor vogels is het belangrijk dat er enkele groenblijvende planten aanwezig zijn, waarin ze jaarrond beschutting kunnen vinden. Dergelijke planten kunnen vaak ook dienen als schutting en bieden naast een erfafscheiding dan ook een rijkere biodiversiteit. Wanneer er oude muren op de locatie aanwezig zijn, kan het de moeite waard zijn om deze, of resten hiervan, te laten staan, om unieke muurflora een kans te bieden. Er kan ook een muurtje gebouwd worden, bestaande uit kalkrijke stenen en specie. Muren kunnen ook worden ingezaaid met planten zoals tongvaren, muurvaren, steenbreekvaren en muurleeuwenbek. Kies altijd voor inheemse en bij voorkeur regio gebonden soorten. Groene gevels bieden niet alleen een unieke kans aan de flora, maar geven bebouwing ook een unieke en groene uitstraling. Daarnaast dragen ze bij aan een stabielere stadsklimaat en zorgen ze voor meer insecten. Groene gevels kunnen enorm variëren in grootte, maar zijn bij voorkeur minimaal 2 meter hoog.

Daarnaast kunnen groene gevels op veel verschillende manieren worden vormgegeven, afhankelijk van de situatie. Belangrijk is wel om te kiezen voor inheemse, zelfvoorzienende en sterke planten, zoals klimop, bosrank, kamperfoelie of wilde hop. Een vijver is voor veel dieren van enorm belang. Zoogdieren en vogels kunnen er drinken, veel insecten kunnen er foerageren en eieren leggen en ook veel amfibieën leggen hun eieren in vijvers. Wanneer er een vijver op de locatie wordt aangelegd, is het belangrijk om rekening te houden met een aantal punten. Ten eerste moeten de oevers van de vijver goed toegankelijk zijn voor amfibieën zoals kikkers en salamanders, maar ook voor vogels en eventuele andere dieren die bijvoorbeeld in de vijver gevallen zijn. Ten tweede is het belangrijk om te kiezen voor in- Figuur 21. Natuurlijke vijver (bron: tuinadvies.nl). heemse planten, om verspreiding van exoten tegen te gaan en een voedselbron te bieden aan insecten. Kies ook voor voldoende planten, zodat het water op een natuurlijke wijze gezuiverd wordt. Tot slot is het belangrijk om te zorgen voor een diepte van minimaal 50 centimeter. Om de vijver nog aantrekkelijker te maken voor libellen is het belangrijk dat er zitplaatsen direct naast of boven het water aanwezig zijn. Dit kan bijvoorbeeld door riet of takken naast of boven het water te plaatsen.

Econsultancy Doetinchem, 9 april 2021

RAPPORT 14374.006 versie D1

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11077764/1