CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20220126RVSb22 00018%20Bestemmingsplan%20en%20Beeldkwaliteitsplan%20voormalige%20Rabobank%20BIJLAGE%2013%20onderzoek%20vleermuizen

Commissie Ruimte en Infrastructuur 19 januari 2022, gemeente larenBij agendapunt: Bestemmingsplan en Beeldkwaliteitsplan voormalige Rabobank2.921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AANVULLEND ONDERZOEK BURGEMEESTER VAN NISPEN VAN SEVENAERSTRAAT 6 TE LAREN

Rapportage aanvullend onderzoek Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 te Laren Opdrachtgever

Triumph BV Emmaplein 8 1075 AW Amsterdam

Rapportnummer Versienummer

14374.006 D1

Status

Eindrapportage

Datum

27 september 2021

Vestiging

Doetinchem

Opsteller

De heer G.J. Assink, BSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

De heer K. Schilderman, MSc

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. Het onderzoek betreft echter een momentopname en geeft een inschatting van de aanwezigheid van beschermde soorten op de onderzoekslocatie. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is nooit met zekerheid uit te sluiten. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ..................... 3

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK ............................................................................ 3

4

ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 4

5

ONDERZOEKSRESULTATEN ................................................................................................... 5 5.1

Vleermuizen ...................................................................................................................... 5

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING ............................................................................. 6

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 7

14374.006

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Triumph BV opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 te Laren. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de voorgenomen sloop en nieuwbouw. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy in januari 2021 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 14374.003). Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.

Rapport 14374.006 versie D1

Pagina 1 van 7

2 2.1

GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

De onderzoekslocatie (± 5.236 m²) ligt aan de Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6, gelegen in de kern van Laren. In figuur 1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 143.715, Y = 474.325.

Figuur 1. Topografische ligging van de onderzoekslocatie.

De onderzoekslocatie betreft een groot kantoorgebouw, dat voor het grootste gedeelte leeg staat, maar een deel wordt gebruikt als kunstexpositie. Het gebouw bestaat uit bakstenen muren voorzien van een spouwmuur. Langs de dakranden is het gebouw voorzien van boeidelen. Het dak is bedekt met dakpannen, die beschikken over een ondervorstband. Onder het gebouw bevindt zich een parkeergarage die toegankelijk is via de westzijde van het gebouw, ware het niet dat de deur volledig overgroeid is met klimop. Westelijk op de onderzoekslocatie is een parkeerterrein dat tijdens het veldbezoek grotendeels overgroeid is met mos. Aan de noord- en oostzijde is een kleine tuin aanwezig en op veel plaatsen is de onderzoekslocatie omgeven door heesters en bomen. De onderzoekslocatie ligt aan de westelijke rand van het centrum van Laren. Aan de oostzijde bevinden zich daarom voornamelijk winkelpanden en aan de westzijde van de onderzoekslocatie bevinden zich woonhuizen, veelal met groene tuinen.

Rapport 14374.006 versie D1

Pagina 2 van 7

2.2

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen

De initiatiefnemer is voornemens nieuwbouw te realiseren op de onderzoekslocatie die bestaat uit woningen en een commerciële functie in de plint van het hoofdgebouw (zuidoostelijk op de kavel). De nieuwe bebouwing zal bestaan uit verschillende gebouwen. De huidige parkeergarage zal worden behouden en worden aangepast. In figuur 2 wordt de toekomstige situatie weergegeven. Ten behoeve van de voorgenomen plannen dient het huidige gebouw gesloopt te worden. Voor de toekomstige situatie wordt het merendeel van de huidige beplanting verwijderd.

Figuur 2. Planinrichting van de onderzoekslocatie.

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK

Uit de quickscan blijkt dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming er op sommige punten meer informatie is benodigd: Vleermuizen Om de functie van onderzoekslocatie te bepalen voor streng beschermde vleermuizen dient nader onderzoek te worden verricht in de meest gunstige periode van het jaar. Hiervoor zullen meerdere veldbezoeken, in verschillende periodes van het jaar (april - september), uitgevoerd moeten worden om de functie van de onderzoekslocatie te bepalen voor vleermuizen. Doordat vleermuizen iedere (verblijfs)functie slechts een beperkte periode van het jaar gebruiken, is onderzoek naar alle, op de onderzoekslocatie mogelijke, functies noodzakelijk. Deze functies betreffen zomerverblijf, kraamverblijf en baltsverblijf. Iedere functie voor vleermuizen geniet jaarronde bescherming. Indien uit aanvullend onderzoek blijkt dat er vleermuizen op de onderzoekslocatie aanwezig zijn, zullen de voorgenomen plannen leiden tot een overtreding van de Wet Natuurbescherming. Hiervoor zal een ontheffing moeten worden aangevraagd.

Rapport 14374.006 versie D1

Pagina 3 van 7

Overige soortgroepen Ten aanzien van algemene broedvogels kunnen overtredingen worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht ten aanzien van algemene zoogdieren en amfibieën. Dit kan door het verwijderen van takkenhopen, bladeren en andere materialen die door langdurige opslag of aanwezigheid schuilplaatsen bieden. Het verwijderen van de materialen dient daarom buiten de gevoelige periode van voortplanting of winterrust plaats te vinden. De meest geschikte periode voor het verwijderen van dergelijke materialen betreft de periode september tot en met november. 4

ONDERZOEKSMETHODIEK

Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn in de periode half april tot oktober in totaal vijf veldbezoeken uitgevoerd. De veldbezoeken zijn in de avonduren en ochtenduren worden uitgevoerd. De inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie januari 2021), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus. De onderzoeksinspanning is gebaseerd op de functies zomerverblijfplaats, kraamverblijf en paarverblijf/baltsplaats voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. Doordat vleermuizen iedere (verblijfs)functie slechts een beperkte periode van het jaar gebruiken, is onderzoek naar alle op de onderzoekslocatie mogelijke functies noodzakelijk. Iedere (verblijfs)functie afzonderlijk geniet een jaarronde bescherming. Het totaal aantal uitgevoerde veldbezoeken is vastgesteld op basis van de grootte van de onderzoekslocatie, uitgaande van twee waarnemers per veldronde. Verwacht wordt dat met vijf bezoeken omtrent deze soortgroep voldoende zekerheid is verkregen over de functie van de onderzoekslocatie. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van professionele batdetectors met opnamemogelijkheid (Pettersson D240x).

Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het determineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onderscheiden (met name Myotis-soort) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan geven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van analyseprogramma Batsound.

Rapport 14374.006 versie D1

Pagina 4 van 7

Overzicht veldbezoeken Het onderzoek zal bestaat uit diverse veldbezoeken. Onderstaande tabel bevat een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken. Tabel I.

Onderzoeksinspanning per soortgroep

april vleermuizen

tijdstip

mei -

juni

juli

2 x avond*, 1 x ochtend*

augustus -

september 2 x avond

datum

3 en 10 juni, 8 juli 2021

23 augustus en 13 september 2021

functie

zomer-/kraamverblijf

paar/baltsverblijf

* Het veldwerk is door twee personen uitgevoerd. Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van vleermuizen gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 10 ºC. De windsnelheid lag beneden de 3 Bft. en er was geen sprake van neerslag, anders dan een lichte motregen. Tabel II.

Omstandigheden aanvullende onderzoeken vleermuizen

Datum

Tijd

Temperatuur

Weersomstandigheden

3 juni 2021

21:50 - 23:55

19,7 oC

NW 2 Bft, geen neerslag

10 juni 2021

03:15 - 05:20

10,4 oC

ZO 1 Bft, geen neerslag

8 juli 2021

21:55 - 00:05

17,6 oC

NW 2 Bft, geen neerslag

23 augustus 2021

22:05 - 00:15

16,3 oC

NNO 2 Bft, geen neerslag

13 september 2021

20:30 - 00:30

15 oC

2 Bft, geen neerslag

5 5.1

ONDERZOEKSRESULTATEN Vleermuizen

In 2021 is middels 5 veldbezoeken onderzoek verricht naar de functie van de onderzoekslocatie voor vleermuizen. Gedurende de onderzoeken naar de functies van zomer- en kraamverblijfplaats werden geen in- of uitvliegende vleermuizen aangetroffen, waardoor gesteld mag worden dat de bebouwing op de onderzoekslocatie geen functie vervuld als zomer- of kraamverblijfplaats. Ook in de gebouwen in de directe omgeving werden tijdens het onderzoek geen in- of uitvliegende vleermuizen aangetroffen. Gedurende de onderzoeken naar de functie van paarverblijfplaats, werden in de omgeving van de onderzoekslocatie diverse baltsende gewone dwergvleermuizen aangetroffen (figuur 3). Geen van de baltsende vleermuizen vertoonde echter binding met de bebouwing op de onderzoekslocatie. Boven de parkeerplaats aan de westzijde van de onderzoekslocatie baltste een gewone dwergvleermuis. Deze vleermuis vertoonde sterke binding met de bebouwing aan de stationsweg 2, ten zuiden van de parkeerplaats. De overige baltsende gewone dwergvleermuizen baltsten verder verwijderd van de onderzoekslocatie en vertoonden ook geen binding met de bebouwing op de onderzoekslocatie.

Rapport 14374.006 versie D1

Pagina 5 van 7

Figuur 3. Verspreiding van baltsende gewone dwergvleermuizen (rode stippen) op en rondom de onderzoekslocatie.

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING

6.1 Vleermuizen Alle vleermuissoorten vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn en de conventie van Bonn, in de Wet natuurbescherming ondergebracht in artikel 3.5. De verboden handelingen die van toepassing zijn op de vleermuizen betreffen het opzettelijk verstoren, doden of vangen van de dieren en het beschadigen of vernielen van de rust- en voortplantingsplaatsen. Uit de verrichte veldonderzoeken naar vleermuizen bleek dat er geen beschermde functies op de planlocatie aanwezig zijn. De voorgenomen werkzaamheden zullen daarom niet leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen. Er zijn geen maatregelen noodzakelijk gedurende de werkzaamheden ten aanzien van vleermuizen.

Rapport 14374.006 versie D1

Pagina 6 van 7

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Econsultancy heeft in opdracht van Triumph BV een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 te Laren. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de voorgenomen sloop en nieuwbouw. Voorgenomen ingreep De initiatiefnemer is voornemens nieuwbouw te realiseren op de onderzoekslocatie die bestaat uit woningen en een commerciële functie in de plint van het hoofdgebouw (zuidoostelijk op de kavel). De nieuwe bebouwing zal bestaan uit verschillende gebouwen. De huidige parkeergarage zal worden behouden en worden aangepast. In figuur 2 wordt de toekomstige situatie weergegeven. Ten behoeve van de voorgenomen plannen dient het huidige gebouw gesloopt te worden. Voor de toekomstige situatie wordt het merendeel van de huidige beplanting worden verwijderd. Functie onderzoekslocatie voor beschermde soorten Uit het in 2021 uitgevoerde onderzoek naar vleermuizen is gebleken dat de onderzoekslocatie geen functie vervuld voor vleermuizen. Vleermuizen hebben geen verblijfplaatsen in de bebouwing op de onderzoekslocatie en baltsende vleermuizen in de omgeving van de onderzoekslocatie vertonen geen binding met de bebouwing op de onderzoekslocatie. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de onderzoekslocatie geen beschermde functie voor vleermuizen vervult.

Conclusie Uit het verrichte onderzoek naar vleermuizen blijkt dat er geen beschermde functies op de onderzoekslocatie aanwezig zijn. De voorgenomen werkzaamheden zullen daarom niet leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen. Er zijn geen maatregelen noodzakelijk gedurende de werkzaamheden ten aanzien van vleermuizen. Wel wordt vrijblijvend geadviseerd om zoveel mogelijk groen te realiseren en verblijfplaatsen te creëren in de toekomstige situatie.

Econsultancy Doetinchem, 27 september 2021

Rapport 14374.006 versie D1

Pagina 7 van 7

Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/EHS hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/ EHS, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden.

Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.

Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.

Ontheffing De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status.

Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Vaste rust- of voortplantingsplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk.

Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11038727/1