20220126RVSb22 00018%20Bestemmingsplan%20en%20Beeldkwaliteitsplan%20voormalige%20Rabobank%20BIJLAGE%2011%20rapportage%20watertoets
Tekst van het document
WATERTOETS BURGEMEESTER VAN NISPEN VAN SEVENAERSTRAAT 6 TE LAREN GEMEENTE LAREN
Rapportage watertoets Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 te Laren Opdrachtgever
Triumph bv Emmaplein 8 1075 AW Amsterdam
Rapportnummer Versienummer
14374.002 D3
Status
Eindrapportage
Datum
5 juli 2021
Vestiging
Boxmeer
Opsteller
ing. R. van den Berg
Paraaf
Kwaliteitscontrole Paraaf
Mevrouw M.G. van Meijel, BSc
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
LOCATIEGEGEVENS ................................................................................................................ 2
3
OMGEVINGSASPECTEN .......................................................................................................... 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
4
WATERRELEVANT BELEID ...................................................................................................... 7 4.1 4.2
5
Amstel, Gooi en Vecht ...................................................................................................... 7 Gemeente Laren ............................................................................................................... 7
PLANUITWERKING.................................................................................................................... 9 5.1 5.2 5.3 5.4
5.5 5.6 5.7 6
Hoogte .............................................................................................................................. 3 Bodemopbouw .................................................................................................................. 3 Geohydrologie .................................................................................................................. 3 Grondwater ....................................................................................................................... 4 Oppervlaktewater.............................................................................................................. 5 Ontwateringsnormen ........................................................................................................ 6 Riolering ............................................................................................................................ 6
Randvoorwaarden en uitgangspunten ............................................................................. 9 Verhard oppervlak ............................................................................................................ 9 Waterbergingsopgave .................................................................................................... 10 Hemelwaterafvoersysteem ............................................................................................. 10 5.4.1 Algemeen ......................................................................................................... 10 5.4.2 Bovengronds .................................................................................................... 10 5.4.3 Ondergronds..................................................................................................... 10 Calamiteit ........................................................................................................................ 11 Riolering .......................................................................................................................... 11 Kwaliteit .......................................................................................................................... 12
SAMENVATTING EN CONCLUSIE ......................................................................................... 12
BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4. 5.
- Topografische ligging - Locatieschets huidige situatie - Gegevens verkennend bodemonderzoek (4185.001) - Locatieschets parkeergarage - Locatieschets toekomstige situatie
14374.002
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Triumph bv opdracht gekregen voor het opstellen van een watertoets voor een ontwikkeling aan de Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 te Laren. De watertoets is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. In deze rapportage is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en de gemeente Laren). De watertoets is géén aparte procedure, maar is een traject dat geïntegreerd is in de procedure van het ruimtelijk plan of besluit. Uitgangspunt van de watertoets is dat een ruimtelijk besluit of plan geen slechtere waterhuishoudkundige situatie oplevert dan in het bestaande beleid is vastgelegd. Met het opstellen van de watertoets wordt beoogd dat water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen. Concreet betekent dit dat onderzocht moet worden hoe in het toekomstige plan op een duurzame wijze kan worden omgegaan met hemelwater. Uiteindelijk moet het resultaat zijn dat een nieuw plan/project, dan wel een wijziging hiervan, hydrologisch neutraal is, of -indien mogelijk- een verbetering met zich meebrengt.
In een zogenaamde "waterparagraaf" (onderdeel toelichting bestemmingsplan) wordt daarbij met name de wijze waarop de afvoer van hemelwater van daken en verhardingen plaats zal vinden, in de toelichting van het bestemmingsplan vastgelegd. De onderhavige watertoets ligt hieraan ten grondslag. De informatie over de planlocatie is onder andere gebaseerd op informatie uit het door Econsultancy uitgevoerd verkennend bodemonderzoek1 en informatie verkregen van de opdrachtgever.
1 Verkennend bodemonderzoek Burg. Van Nispen van Sevenaerstraat 6 te Laren, d.d. 18 januari 2018 (rapportnr.4185.001)
Rapport 14374.002 versie D3
Pagina 1 van 13
2
LOCATIEGEGEVENS
De planlocatie (± 5.236 m²) ligt aan de Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6, binnen de bebouwde kom en deels binnen de historische kern van Laren (zie bijlage 1). De planlocatie is kadastraal bekend gemeente Laren, sectie C, nummer 1746 en sectie F, nummer 405. De coördinaten van een centraalpunt zijn: X: 143.715 en Y: 474.325. De planlocatie is bebouwd met een pand van de Rabobank (± 1.600 m²) en is eveneens in gebruik als parkeerplaats, welke is voorzien van een klinker- en tegelverharding (± 1.900 m²). Het overige terreindeel is grotendeels onverhard. In figuur 1 is de begrenzing van de planlocatie weergegeven. Een verbeelding van de huidige situatie is eveneens opgenomen in bijlage 2.
Figuur 1.
3
Ligging planlocatie
OMGEVINGSASPECTEN
In dit hoofdstuk wordt de regionale geohydrologische situatie van de planlocatie beschreven. Hierbij wordt ingegaan op aspecten als bodemopbouw, grondwater, waterbeheer (peilbeheer en aan- en afvoer van water), waterkwaliteit en de riolering. Hierbij is uitgegaan van informatie verkregen van de opdrachtgever aangevuld met van gegevens van de provincie Utrecht, waterschap Amstel Gooi en Vecht en de gemeente Laren.
Rapport 14374.002 versie D3
Pagina 2 van 13
3.1
Hoogte
Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) ligt het maaiveld van west naar oost op een hoogte tussen circa 7,1 en 6,2 m +NAP. 3.2
Bodemopbouw
De planlocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland, in een niet-gekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft een podzolgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit grof zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. Uit locatiespecifiek onderzoek2 blijkt de bodem voornamelijk te bestaan uit matig humeus, zwak tot matig siltig, zeer tot matig fijn zand. De ondergrond bestaat overwegend uit zwak tot matig siltig, zeer tot matig fijn zand. Plaatselijk wordt in de ondergrond grof zand aangetroffen en is deze vanaf circa 2,0 m -mv bovendien afwisselend zwak tot matig grindhoudend. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend. In bijlage 3 zijn de gegevens van het verkennend bodemonderzoek weergegeven. 3.3
Geohydrologie
Om inzicht te krijgen in de gelaagdheid van goed doorlatende en slecht doorlatende lagen (hydrogeologische eenheden) van de (diepe) bodem is gebruik gemaakt van het REGIS II model v.2.2 van TNO. Het REGIS II model geeft op een schematische wijze inzicht in de hydrogeologische opbouw en doorlatendheid van de ondergrond op een regionale schaal. Op basis van de gegevens uit het REGIS II model van TNO blijkt het eerste watervoerend pakket te worden gevormd door zanden van respectievelijk de Formatie van Boxtel en de Formatie van Drente (tabel 1). Het eerste watervoerende pakket heeft een dikte van ± 13 m en wordt aan de onderzijde begrensd door holocene afzettingen met een dikte van ± 42 m. Tabel 1.
Geohydrologie Diepte m -mv
Formatie
Typering
Bodem
0–4
Formatie van Boxtel
WVP
Zand
4 – 13
Formatie van Drente
WVP
Zand
13 – 55
Holocene afzettingen
SDL
Klei/ zand
WVP = watervoerend pakket
SDL = slecht doorlatende laag
2 Verkennend bodemonderzoek Burg. Van Nispen van Sevenaerstraat 6 te Laren, d.d. 18 januari 2018 (rapportnr.4185.001)
Rapport 14374.002 versie D3
Pagina 3 van 13
3.4
Grondwater
Veranderingen in de grondwaterstand (stijghoogte) worden voornamelijk veroorzaakt door neerslag en verdamping, maar ook door ingrepen in de waterhuishouding. De stijghoogte kan daardoor van dag tot dag verschillen. Het grondwater staat in de winter van nature hoog en in de zomer laag. In de winter is de temperatuur laag, waardoor de verdamping gering is en alle neerslag het grondwater kan aanvullen. In de zomer gebeurt het omgekeerde: de temperatuur is hoog en dus verdampt er veel neerslag en is de stijghoogte laag. Voor beleid, vergunningen en ontwateringsdieptes is het belangrijk om te weten wat de actuele karakteristieken zijn, zoals de GHG en GLG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand). TNO-NITG voert het databeheer van in de omgeving aanwezige grondwaterpeilputten waarin de grondwaterstandstand in het eerste watervoerende pakket wordt gemonitoord. Middels de interactieve grondwatertools ‘Isohypsen’ en ‘Grondwaterdynamiek’ van de Geologische Dienst Nederland worden de historische grondwatermeetreeksen uit het archief van TNO gesimuleerd met behulp van dagelijkse metingen van neerslag en verdamping uit gegevens van het KNMI. In de directe omgeving van de planlocatie zijn meerdere grondwaterpeilputten gelegen (B32A0306 en B32A0593). De grondwaterpeilputten zijn gelegen op een diepte van maximaal 25 en 5,12 m -mv.
In figuur 2 zijn de locaties van de grondwaterpeilputten weergegeven. Tabel 2 bevat de gegevens van deze grondwaterpeilputten. Het grondwater stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, in westelijke tot zuidwestelijke richting.
Figuur 2.
Locaties grondwaterpeilputten TNO-NITG
Rapport 14374.002 versie D3
Pagina 4 van 13
Tabel 2.
Overzicht grondwaterpeilputten TNO grondwaterpeilput
windrichting t.o.v. locatie
afstand t.o.v. locatie (m)
meetperiode
GHG m +NAP
B32A1907
O
265
december 2016 - juni 2020
3,20
B32A0593
O
210
augustus 1992 - december 2011
3,15
B31A1905
NW
280
december 2016 - juni 2020
3,10
B32A1902
ZO
570
december 2016 - juni 2020
2,95
B32A1906
Z
580
december 2016 - juni 2020
2,20
Op basis van de gegevens van deze grondwaterpeilputten wordt voor de planlocatie uitgegaan van een Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) van circa 3,20 m +NAP. Hiermee zou de GHG zich tussen circa 3,0 en 3,9 m -mv bevinden. Ten tijde van het veldonderzoek3 (31 juli 2017), stond het grondwater tussen de 3,40 m -mv en de 3,60 m -mv. De planlocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied. 3.5
Oppervlaktewater
Op basis van de leggerkaart van waterschap Amstel, Gooi en Vecht is in de directe omgeving van de planlocatie geen oppervlaktewater gelegen. In figuur 3 is een uitsnede van de leggerkaart weergegeven.
Figuur 3. Legger waterschap Amstel, Gooi en Vecht en planlocatie (cirkel)
3 Verkennend bodemonderzoek Burg. Van Nispen van Sevenaerstraat 6 te Laren, d.d. 18 januari 2018 (rapportnr.4185.001)
Rapport 14374.002 versie D3
Pagina 5 van 13
3.6
Ontwateringsnormen
Om grondwateroverlast te voorkomen dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten. De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand. Uitgangspunt hierbij is dat bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied in principe wordt aangesloten bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen, en dat er ten gevolge van de inrichting van het betreffende gebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan (verdroging of vernatting). Met andere woorden, hydrologisch neutraal ontwerpen. Gangbare normen voor de ontwateringsdiepte zijn:
Woningen met kruipruimte: Woningen zonder kruiruimte: (Vloerpeil van woningen 0,30 m + maaiveld) Tuinen en openbare groenvoorzieningen: Primaire wegen: Secundaire wegen en woonstraten:
0,7 m -mv 0,3 m -mv 0,5 m -mv 1,0 m 0,7 m
Het huidige maaiveld is van west naar oost gelegen op een hoogte van tussen circa 7,1 en 6,2 m +NAP. De GHG is ingeschat op 3,20 m +NAP (3,0 m -mv tot 3,9 m -mv). De ontwatering zal ten aanzien van de (bouw)peilen in de toekomstige situatie voldoende zijn. Geadviseerd wordt om de toekomstige bouwpeilen circa 20 cm hoger aan te leggen dan het naastgelegen wegpeil. 3.7
Riolering
Het bestaande rioleringssysteem is, ter plaatse van de Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat, een gemengd systeem.
Rapport 14374.002 versie D3
Pagina 6 van 13
4
WATERRELEVANT BELEID
De planlocatie is gelegen binnen het beheersgebied van waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) en de gemeente Laren. 4.1
Amstel, Gooi en Vecht
Het beleid van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht is vertaald in het Waterbeheerplan 2016-2021 en de keur 2017. In het Waterbeheersplan is uitgewerkt hoe AGV invulling geeft aan haar taken op het gebied van waterbeheer, zoals veiligheid, waterkwaliteit, waterkwantiteit. De Keur is de waterschap verordening van AGV. De regels in de Keur beschermen de waterkeringen en watergangen. Voor werkzaamheden rond water of een dijk is een vergunning van het waterschap nodig. Bijvoorbeeld bij de aanleg van leidingen, lozingen op het oppervlaktewater, het plaatsen van bouwwerken of het onttrekken van grondwater. Bij ontwikkelingen waarbij sprake is van een toename van verhard oppervlak van meer dan 1.000 m2 dient de toename hiervan gecompenseerd te worden. Dit kan middels aanleg van oppervlaktewater, waarbij het oppervlak van het aangelegde water een omvang heeft van tussen de 10-20% van het toenemend verhard oppervlak. AGV bepaalt het benodigde oppervlak. Het toenemend verhard oppervlak kan ook gecompenseerd worden door alternatieve regenwaterbergingsvoorzieningen (vegetatiedaken, opvangconstructies). De bergingscapaciteit dient minimaal 70 m3/1.000 m2 (70 mm/dag) te bedragen. Een derde compensatiemaatregel is het aanleggen van alternatieve regenwaterberging met behulp van laaggelegen land. 4.2
Gemeente Laren
Het (hemel)waterbeleid is voor de planperiode 2018-2022 vastgelegd in het gemeentelijk rioleringsplan ‘Waterbestendig Laren’. Het Bouwbesluit 2012 stelt gescheiden aanlevering van hemel- en afvalwater voor nieuwbouwprojecten verplicht. Sloop en herbouw worden ook als nieuwbouw beschouwd. Bij herontwikkeling of nieuwbouw mag het hemelwater afkomstig van daken niet worden aangesloten op het riool. Elke (nieuwe) ontwikkeling dient dan ook in principe hydrologisch neutraal te zijn. Dit houdt in dat binnen de plangrenzen compenserende maatregelen moeten worden genomen om te voorkomen dat regenwater versneld tot afvoer komt (bergen, indien nodig zuiveren en afvoeren). Afstromend hemelwater mag daarbij niet worden afgewenteld op omliggende percelen of de openbare ruimte. De voorkeursvolgorde voor het afvoeren van hemelwater is:
Bovengronds bergen; Ondergronds bergen; Lozen (vertraagd) op oppervlaktewater; Lozen (vertraagd) in hemelwaterriool of andere collectieve voorziening.
Het hemelwatersysteem moet daarbij voldoen aan het hemelwaterbeleid van de gemeente en er moet worden gewerkt met materialen die niet uitlogen. Voor de aanpak van de wateroverlastproblematiek van Laren wordt de bui van 28 juli 2014 als referentie gebruikt. Bij een dergelijke bui mag geen schade aan eigendommen optreden en mogen essentiële (gebruiks)functies niet uitvallen. De bui van 28 juli 2014 heeft volgens de nieuwste klimaatscenario’s een herhalingstijd van ongeveer twintig jaar (T=20), zie figuur 4.
Rapport 14374.002 versie D3
Pagina 7 van 13
Figuur 4: Neerslagstatistieken van de KNMI en neerslaggebeurtenis 28 juli 2014 op basis van klimaatfactor 1,25
Voor de uitvoering van het hemelwaterbeleid is door de gemeenteraad gekozen voor ‘scenario IV’ uit het Beleids- en Actieplan Wateroverlast Laren dat bestaat uit een mix van gemeentelijke maatregelen in de openbare ruimte en het op eigen terrein verwerken van hemelwater. Het voorkomen van lozingen en transport van hemelwater via het riool staat in dat scenario centraal. De gemeente Laren gaat volgens dit besluit uit van een basisinspanning (bergingseis of normering) waaraan moet worden voldaan of aan getoetst kan worden van 40 mm/m2 (bui van 40 mm/uur). Deze bui dient op eigen terrein verwerkt te worden. De gemeente Laren conformeert zich verder aan het beleid van het waterschap.
Rapport 14374.002 versie D3
Pagina 8 van 13
5
PLANUITWERKING
5.1
Randvoorwaarden en uitgangspunten
Ten aanzien van het plan en de omgang met hemelwater zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.
100% afkoppeling van het verhard oppervlak. Niet afwentelen op anderen in ruimte en tijd. Toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren). Toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren). De ontwikkeling dient hydrologisch neutraal plaats te vinden (HNO). De wateropgave baseren op de daadwerkelijke toekomstig verharde oppervlakte. Vooralsnog is uitgegaan van 2.840 m2 verhard oppervlak. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren conform de normering van 40 mm gerekend over het aantal m2. De maximale ledigingsduur van het systeem bij voorkeur gelijk of kleiner dan 24 uur. Aanlegdiepte bergingsvoorzieningen boven de GHG. GHG is ingeschat op 3,20 m +NAP (± 3,0 en 3,9 m -mv). Bouwen volgens Duurzaam Bouwen (DuBo) principe.
5.2
Verhard oppervlak
De planlocatie is bebouwd met een bedrijfspand van de Rabobank (± 1.600 m²) en is eveneens in gebruik als parkeerplaats. Deze is voorzien van een klinker- en tegelverharding (± 1.900 m²). Het overige terreindeel is grotendeels onverhard. De initiatiefnemer is voornemens de locatie te herontwikkelen. De herontwikkeling voorziet in de sloop va de bestaande bebouwingen en de realisatie van meerdere woningen met een commerciële functie in de plint van het hoofdgebouw. De huidige parkeergarage blijft gehandhaafd en zal deels worden uitgebreid. In bijlage * is de situering van de parkeergarage weergegeven. Ten aanzien van het toekomstig verhard oppervlak wordt vooralsnog uitgegaan van een oppervlakte van ± 2.840 m2 (met inbegrip van bijgebouwen, erf verharding en/of bestrating). In tabel 3 staan de oppervlakten van de huidige en toekomstige bebouwing(en) en verhardingen weergegeven. De oppervlakten zijn bij benadering en bepaald aan de hand van de locatieschets toekomstige situatie waarvan in bijlage 4 een uitsnede is opgenomen. Tabel 3.
Gegevens huidige en toekomstig verhard oppervlak Type verharding
Huidig oppervlak (m²)
Toekomstig oppervlak (m²)
Dak
± 1.600
± 1.625
Terrein
± 1.900
± 1.215
Totaal verhard oppervlak
± 3.500
± 2.840
Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak afnemen met 660 m2. Dit zorgt dus per definitie voor een verbetering in de waterhuishouding. Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt circa 2.840 m2.
Rapport 14374.002 versie D3
Pagina 9 van 13
5.3
Waterbergingsopgave
Bij herontwikkeling of nieuwbouw mag het hemelwater afkomstig van het dak echter niet zonder meer worden aangesloten op het riool. Afstromend hemelwater mag eveneens niet worden afgewenteld op omliggende percelen of de openbare ruimte. Om dit te voorkomen dienen compenserende maatregelen worden genomen om te voorkomen dat regenwater versneld tot afvoer komt. Conform het beleid van de gemeente Laren geldt ten aanzien van de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak een basisinspanning (bergingseis of normering) waaraan moet worden voldaan of aan getoetst kan worden van 40 mm/m2 (bui van 40 mm/uur). Daarnaast dient het plan waterveilig te zijn voor een bui van 60 mm. Ten aanzien van de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak bedraagt de waterbergingsopgave circa 115 m3 (2.840 m2 x 0,04 m). Deze opgave dient in een voorziening op eigen terrein verwerkt te worden. Om het plan waterveilig te maken, mag de overige 20 mm (± 55 m3) niet afstromen naar aangrenzende percelen of richting openbaar gebied. Deze hoeveelheid zal binnen het groen en/of op straat geborgen moeten worden. 5.4
Hemelwaterafvoersysteem
5.4.1 Algemeen In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten, maar separaat binnen het plangebied worden verwerkt. Dit betekent dat bij de verdere planuitwerking water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen en dat hemelwater op een duurzame wijze wordt verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrologisch neutraal zijn. Om water in de planuitwerking expliciet, evenwichtig en waterveilig in beschouwing te nemen en duurzaam te verwerken (hydrologisch neutraal) wordt geadviseerd om in het ontwerp niet te veel verharding aan te bergen en bijvoorbeeld te werken met half verhardingen. Door daarnaast in het ontwerp te werken met hoogteverschillen kan tijdens regenbuien water worden vastgehouden in de onverharde (groene) buitenruimte door deze gebieden ten opzichte van de wegen en gebouwen lager aan te leggen. Daarbij dient in het ontwerp rekening te worden gehouden dat regenwater gemakkelijk naar deze delen kan stromen. 5.4.2 Bovengronds In de noordwest hoek van de planlocatie is momenteel een wadi of vijver voorzien. De wadi heeft een oppervlak van circa 60 m2, een lengte van 15 m en een gemiddelde breedte van 4 m. Uitgaande van een talud van 1:2 en een diepte van 1 m kan in de wadi circa 20 m3 water worden geborgen.
5.4.3 Ondergronds Om te kunnen voorzien in voldoende waterberging zal binnen het plan gezocht moeten worden naar een aan vullende hemelwaterbergingsvoorziening. Op basis van de ontwateringsdiepte behoort een ondergrondse hemelwatervoorzieningen tot de mogelijkheden. Voor de benodigde ondergrondse waterberging is gekozen voor het systeem type “Watertable” van Trewatin. Dit is een ondergronds modulair systeem van prefab beton elementen. Het Watertable systeem is mantoegankelijk waardoor het systeem is te inspecteren en te reinigen. De netto inhoud van de Watertable bedraagt circa 6.788 liter per element. Hierbij is uitgegaan van afmetingen per element: 2,0 x 2,0 m, hoogte uitwendig 2,0 m. Per m2 bedraagt de netto inhoud derhalve 1.697 liter (1,7 m3). In figuur 4 is een impressie opgenomen van het “Watertable” van Trewatin.
Rapport 14374.002 versie D3
Pagina 10 van 13
Figuur 4: Impressie watertable systeem (bron: www.trewatin.nl)
Uitgaande van een berging van 40 mm/m2 zijn minimaal 14 elementen benodigd om de rest opgave van 95 m3 (115 m3 - 20 m3) te kunnen bergen. Indien er voor wordt gekozen om het plan volledig waterveilig te maken en de volledige restgave van 60mm/m2 (115 m3 + 55 m3 - 20 m3 = 150 m3) te bergen zijn minimaal 22 elementen benodigd (150 m3 / 6,788 m3). 5.5
Calamiteit
Indien een voorziening wordt aangelegd uitgaande van een bui van 40 mm zal in een situatie waarbij in een korte tijd meer regen valt tijdelijk een water-op-straat situatie ontstaan. In een dergelijke situatie mag het hemelwater niet afstromen richting gebouwen en/of aangrenzende percelen (waterveilig). Met het toepassen van een ontwerpnorm van 60 mm/m2 wordt het risico van water-op-straat en eventuele overlast hierdoor bij gebouwen nog verder verkleind. 5.6
Riolering
Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling zorgen voor een afname in het aanbod van hemelwater op het riool. Dit heeft een positief effect op de waterhuishouding. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken moeten worden. Tevens zal voor de aansluiting een vergunning aangevraagd moeten worden.
Rapport 14374.002 versie D3
Pagina 11 van 13
5.7
Kwaliteit
Algemeen Uitgangspunt bij elke ruimtelijke ontwikkeling is, dat de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater niet mag verslechteren ten opzichte van de huidige situatie. Waar mogelijk wordt een verbetering nagestreefd. De waterkwaliteit wordt beïnvloed door het (veranderende) ruimtegebruik en het gebruik van bouwmaterialen. Bouwmaterialen De gemeente streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen (koper, zink, lood) om de water- en bodemkwaliteit niet negatief te beïnvloeden. Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen: Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheer en Utiliteitsbouw is een tweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) en is ook van toepassing op onderhavige planlocatie. De emissies vanuit bouwmaterialen richting het oppervlaktewater dienen in verband met de waterkwaliteit zoveel mogelijk te worden beperkt door bij voorkeur gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk. Onkruidwerende middelen Voor het gebruik van onkruidwerende middelen in groen en op verharding dient het landelijke beleid gevolgd te worden. Onkruidwerende middelen worden niet meer gebruikt in het openbaar groen. Voor bestrijding op verhardingen vindt gebruik, voor zover toegestaan, plaats via de DOB-systematiek en dient gezocht te worden naar alternatieven zoals branden, heet water en/of borstelen.
6
SAMENVATTING EN CONCLUSIE
De planlocatie is bebouwd met een bedrijfspand van de Rabobank (± 1.600 m²) en is eveneens in gebruik als parkeerplaats. Deze is voorzien van een klinker- en tegelverharding (± 1.900 m²). Het overige terreindeel is grotendeels onverhard. De herontwikkeling voorziet in de sloop va de bestaande bebouwingen en de realisatie van meerdere woningen met een commerciële functie in de plint van het hoofdgebouw. De huidige parkeergarage blijft gehandhaafd. Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt circa 2.840 m2. Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak afnemen met 660 m2. In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar separaat binnen de planlocatie worden verwerkt. Dit betekent dat bij de verdere planuitwerking water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen en dat hemelwater op een duurzame wijze wordt verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrologisch neutraal zijn. Bij herontwikkeling of nieuwbouw mag het hemelwater afkomstig van het dak echter niet zonder meer worden aangesloten op het riool. Afstromend hemelwater mag eveneens niet worden afgewenteld op omliggende percelen of de openbare ruimte.
Om dit te voorkomen worden compenserende maatregelen genomen om te voorkomen dat regenwater versneld tot afvoer komt. Conform het beleid van de gemeente Laren geldt ten aanzien van de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak een uitbasisinspanning (bergingseis of normering) waaraan moet worden voldaan of aan getoetst kan worden van 40 mm/m2 (bui van 40 mm/uur). Ten aanzien van de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak bedraagt de waterbergingsopgave circa 115 m3. De gemeente adviseert in het kader van waterveiligheid een ontwerpnorm van 60 mm/m2 aan te houden.
Rapport 14374.002 versie D3
Pagina 12 van 13
In een situatie waarbij in een korte tijd meer regen valt (60 mm) dan de ontwerpuitgangspunten kan tijdelijk water op het perceel blijven staan (water-op-straat situatie). In een dergelijke situatie mag het hemelwater niet afstromen richting gebouwen en/of aangrenzende percelen (waterveilig). Met het toepassen van een ontwerpnorm van 60 mm/m2 wordt het risico van water-op-straat en eventuele overlast hierdoor bij gebouwen nog verder verkleind. Om water in de planuitwerking expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing te nemen en hemelwater op een duurzame wijze te verwerken (hydrologisch neutraal) wordt in het ontwerp gewerkt met hoogteverschillen zodat tijdens regenbuien water gemakkelijk kan toestromen naar de onverharde (groene)buitenruimte en aldaar kan worden vastgehouden en infiltreren. Afstroming van hemelwater richting gebouwen en/of aangrenzende percelen wordt daarmee voorkomen. Op basis van de ontwateringsdiepte behoort een ondergrondse hemelwatervoorziening tot de mogelijkheden. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren.
Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan.
Econsultancy Boxmeer, 5 juli 2021
Rapport 14374.002 versie D3
Pagina 13 van 13
Bijlage 1
Topografische ligging
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Bijlage 2 Locatieschets huidige situatie
TOTAAL CA. 1600 M2 TOTAAL CA. 1900 M2
TOTAAL VERHARD CA. 3500 M2
BEBOUWD OPPERVLAK VERHARD TERREIN
1 / 500
0
5
10m
LOCATIE
RABOBANK LAREN
BESTAANDE JULI
2017
BEBOUWING
Bijlage 3
Gegevens verkennend bodemonderzoek (4185.001)
Pagina 1 van 4
Bodemprofielen
Boring:
01
Boring: 0
0
tuin Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
02 0
0
20
1 1 50
50
Boring:
Boring: 0 6
0
baksteen
Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
04 0 6
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, donker oranjebeige, Edelmanboor, Geroerd
1
50
50
03
baksteen
8
baksteen Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor
1 40
50
50
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50 2 90
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak oerhoudend, bruinoranje, Edelmanboor
100 3 130
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, licht beigeoranje, Edelmanboor
150 4
200
200
Boring:
05
Boring: 0 6
0
50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, licht bruinoranje, Edelmanboor, Geroerd
1 50
baksteen
06
20
1 50
baksteen
8
30
2 70
Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak kolengruishoudend, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak oerhoudend, bruinoranje, Edelmanboor
Projectcode: 4185.001
Boormeester:
Geven
Getekend volgens NEN 5104
Pagina 2 van 4
Bodemprofielen
Boring:
07
0
Boring: 0 6
baksteen
15
Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
1 50
50
08 0 6
0
20
1
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, oranjebruin, Edelmanboor
40
50 2 80
100
baksteen Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker beigebruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, donker grijsbeige, Edelmanboor
3
150 4
200
200
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, zwak keien, licht beigegrijs, Edelmanboor
5 250 6 300
300
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, grijsbeige, Edelmanboor 340
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, licht beigebruin, Edelmanboor
350
400
400
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht beigegrijs, Zuigerboor
450
500 510
Boring:
09
Boring: 0
0
20
1 50
50
Boring:
baksteen
8
11
1 50
Projectcode: 4185.001
1
50
tuin Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, matig wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak wortelhoudend, licht bruinbeige, Edelmanboor
12 0
0
baksteen
8 20
1 50
tuin Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, zwak wortelhoudend, bruin, Edelmanboor
50
50
Boring: 0 5
0
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
10
50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, grijsbruin, Edelmanboor
Boormeester:
Geven
Getekend volgens NEN 5104
Pagina 3 van 4
Bodemprofielen
Boring:
13
Boring: 0
0 1
50
50
Boring:
20
1 50
50
baksteen
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, bruin, Edelmanboor
0
1 20
2 50
50
tuin Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sterk wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, Edelmanboor
16 0
1
tuin Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
Boring:
tuin Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
50
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor
17
0
1
Boring: 0 7
0
0
50
15
0
Boring:
tuin Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
14
18 0
0
tuin Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, bruin, Edelmanboor
1 50
50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, sporen kolengruis, bruin, Edelmanboor
3 100
100
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht beigebruin, Edelmanboor
4 150
5 200 210
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, zwak oerhoudend, licht oranjebeige, Edelmanboor
6 250 7 290
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak oerhoudend, zwak gleyhoudend, oranje, Edelmanboor
300 8
350
350
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, licht grijsbruin, Edelmanboor
9 400
Projectcode: 4185.001
400
Boormeester:
Geven
Getekend volgens NEN 5104
Pagina 4 van 4
Bodemprofielen
Boring:
19
Boring: 0
0
baksteen
8 20
1 50
50
0
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor
20
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, brokken klei, oranjebruin, Edelmanboor, Geroerd
1 50
baksteen
8
50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, bruinbeige, Edelmanboor 2 100 110
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, bruin, Edelmanboor
3 150
150
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, matig baksteenhoudend, matig kolengruishoudend, sporen beton, donkerbruin, Edelmanboor
4 200 220
5 250
260
6 290
300
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak keien, zwak baksteenhoudend, sporen beton, donker bruinbeige, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sterk baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjebeige, Edelmanboor
7 330
Projectcode: 4185.001
Boormeester:
Geven
Getekend volgens NEN 5104