20220126RVSb22 00018%20Bestemmingsplan%20en%20Beeldkwaliteitsplan%20voormalige%20Rabobank%20BIJLAGE%20nota%20van%20zienswijzen docx
Tekst van het document
Natura 2000-gebied gelegen op een grotere afstand dan 5 km ook meegenomen worden. Dit leidt overigens niet tot enige toename op een Natura 2000-gebied. De zienswijzen leiden niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.
11. Bezonning Met betrekking tot bezonning dienen twee aspecten te worden onderscheiden: bezonning van tuinen en terrassen van omwonenden en afname van (zon-)licht in de woningen van omwonenden. Met betrekking tot de bezonning van tuinen en terrassen is reeds een bezonningsstudie uitgevoerd waaruit blijkt dat de mate van bezonning ten aanzien van een beperkt aantal woningen in geringe mate wijzigt, doch met name in de wintermaanden. Het betreft hier een wijziging van de bezonning die in een verstedelijkte omgeving kan voorkomen. Het belang van de omwonenden dient te worden afgewogen tegen het algemeen belang bij uitvoering van het plan, waarbij de raad de argumenten zoals opgenomen onder 1. Behoud van het huidige kantoorgebouw voor de uitvoering van het plan in de voorgenomen volumes doorslaggevend acht. Voor zover door reclamanten is aangevoerd dat zij geen zonnepanelen meer kunnen aanleggen op hun eigen daken kan dat standpunt niet gevolgd worden, omdat de mate van bezonning op de respectievelijke daken niet of hooguit in zeer ondergeschikte mate wijzigt. Met betrekking tot de mogelijke afname van (zon-)licht in de woningen van omwonenden is aanvullend onderzoek gedaan op basis van de zogeheten lichte TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden ) in het midden van de vensterbank.
Dit leidt tot een nieuwe versie van de bezonningsstudie die wordt aangehecht aan het bestemmingsplan (deze studie wordt als ambtshalve wijziging toegevoegd aan het bestemmingsplan). Wij vinden het redelijk (en in lijn met jurisprudentie daaromtrent) om de lichte TNO-norm toe te passen, omdat de woningen gelegen zijn in een redelijk verstedelijkte omgeving, de bestudeerde gevelopeningen geheel of grotendeels zijn gelegen in uitbouwen en er reeds sprake is van bomen en begroeiing in het plangebied en rond de percelen van reclamanten. Hierbij is gekeken naar bezonning van ramen op de begane grond. Indien ook de ramen op de verdiepingen worden meegenomen geeft dat een (nog) positiever beeld. Daarbij is ook gekeken naar de huidige feitelijke situatie, die positiever is of kan zijn dan de maximale planinvulling onder het huidige bestemmingsplan. In de huidige situatie voldoen alle woningen, met uitzondering van Bij Den Toren 5 aan de lichte TNO norm. In de nieuwe situatie voldoen alle woningen, inclusief Bij Den Toren 5, aan de lichte TNO norm. Hoewel er dus tot op zekere hoogte en in bepaalde gevallen een vermindering van zonlicht in de (uitbouwen van) woningen optreedt, blijven alle woningen tenminste voldoen aan de lichte TNO norm en verbetert de situatie voor Bij Den Toren 5.
Onder die omstandigheden achten wij de gevolgen van het plan in relatie tot de met het plan te behalen doelstellingen aanvaardbaar. De zienswijzen leiden niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.
23
12. Behoud groenstrook Reclamant wenst dat de bestaande groenstrook (grenzend aan diens perceel Dammaat 11) behouden blijft en daaraan een zodanige bestemming of functieaanduiding te geven dat geen sprake meer is van achtererf, waardoor de mogelijkheid van het vergunningvrij realiseren van bijbehorende bouwwerken zoals een schuur in die strook niet mogelijk meer is. De raad ziet echter geen noodzaak voor het verder reguleren van de bebouwingsmogelijkheden anders dan reeds opgenomen is in artikel 4.2 van het bestemmingsplan. Vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken is niet mogelijk omdat sprake is van een beschermd dorpsgezicht. De door reclamant bedoelde groenstrook is derhalve al beschermd en heeft geen bijzondere functie ten opzichte van de overige onderdelen van de tuin die nog aanvullende bescherming noodzakelijk maakt. Terzijde wordt opgemerkt dat in de huidige landschapsinrichting van het project geen bebouwing is voorzien in de betreffende strook. De zienswijze leidt niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.
13. Privacy, overlast en geluid Het voorgenomen plan kan leiden tot wijziging van de wijze waarop omwonenden inkijk en geluidsoverlast ervaren. Echter, niet kan worden gesteld dat die wijzigingen alleen negatief zouden zijn of zodanig zwaarwegend dat daarmee het project geen of alleen gewijzigd doorgang zou kunnen vinden. Daarbij is van belang dat de bouwvlakken verder van de woningen van omwonenden zijn gesitueerd dan de gevel (en het bouwvlak) van het huidige gebouw. Daarnaast zijn de woningen reeds gelegen in een redelijk verstedelijkte omgeving, zodat enige wijziging in de mate waarin privacy en geluidsoverlast zou worden ervaren verwacht mag worden. Die omstandigheid is tot op zekere hoogte anders voor omwonenden rond het meest westelijke bouwvlak, waar tot op heden geen bebouwing was toegestaan en feitelijk ook geen bebouwing was opgericht. Ook onder die omstandigheden kan echter niet worden gesteld dat het onaanvaardbaar zou zijn dat op de afstanden, waar nu sprake van is, bebouwing op te richten. Dat er geen recht is op blijvend uitzicht wordt door de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State bevestigd, bijvoorbeeld in de uitspraak van 14 juni 2017 (201606542/1R1): Wat betreft de gevolgen van de beoogde planregeling voor het woon- en leefgenot van appellanten overweegt de Afdeling als volgt.
Op het perceel G 4847, direct ten oosten van het perceel van appellanten, worden 6 zorgwoningen gerealiseerd met een goot- en nokhoogte van 5 en 11 meter. In de beoogde situatie bedraagt de minimale afstand tussen de gevel van deze woningen tot het perceel en de woning van reclamanten 7 en 10 meter. In de bestaande feitelijke situatie is het perceel G 4847 onbebouwd. Appellanten hebben in zoverre ongestoord uitzicht vanaf hun perceel richting het oosten, met dien verstande dat op ongeveer 75 meter ten oosten van hun woning feitelijk een groenstrook, althans begroeiing is gesitueerd. Hoewel de door de raad beoogde situatie leidt tot een vermindering van het uitzicht van appellanten alsook, voornamelijk in de ochtendperiode, tot schaduwwerking, is de Afdeling van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat deze gevolgen niet onaanvaardbaar zijn. Bij dit oordeel is van belang dat het perceel van appellanten gesitueerd is binnen een (in ontwikkeling zijnde) woonwijk. Blijkens de verbeelding alsook de luchtfoto is binnen het plangebied sprake van een betrekkelijk hoge concentratie aan bebouwing, waarbij de afstand tussen woningen onderling en tussen de woningen en andere voorzieningen gering is. De 24
omstandigheid dat in dit geval geen sprake is van reguliere woningen maar van zorgwoningen leidt niet tot een ander oordeel, omdat niet aannemelijk is geworden dat de ruimtelijke gevolgen van zorgwoningen aanmerkelijk meer belastend zullen zijn voor de naaste omgeving dan van reguliere woningen. Hoewel deze uitspraak en de casus niet volledig vergelijkbaar is met het voorliggende bestemmingsplan en de bouw van appartementen, zijn er ook duidelijke overeenkomsten. De afstanden van de appartementen tot de woningen en tuinen van omwonenden is daarbij nog iets groter dan in de genoemde casus (9 tot 12,5 meter respectievelijk 7 meter). Hierbij is nog van belang dat de percelen van de omwonenden gesitueerd zijn binnen het centrum van het dorp Laren. In het centrum is sprake van een betrekkelijk hoge concentratie aan bebouwing, waarbij de afstand tussen woningen onderling en tussen de woningen en andere voorzieningen gering is. De zienswijzen leiden niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.
14. Overlast op het terrein Reclamanten wijzen op de mogelijkheid van overlast door bijvoorbeeld hangjongeren. Er is echter geen reden om aan te nemen dat dit bouwplan tot onaanvaardbare overlast zou leiden die noopt tot wijziging van het plan. De zienswijzen leiden niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.
15. Doorgang De strook aan de oostzijde van het perceel, waar reclamanten op doelen, is bestemd als Centrum, waarbinnen de functie “verkeer” is toegestaan. Niet valt in te zien waarom het open houden van deze strook tot zodanige parkeer- of verkeersoverlast zou leiden dat deze bestemming zou moeten worden gewijzigd. Gezien de maatvoering van de strook zouden daar hooguit voetgangers kunnen passeren, hetgeen ook de bedoeling is. Dat dit zou leiden tot meer parkeeroverlast op de Bij den Toren /Dammaat kan niet worden ingezien omdat de kortste looproute van die parkeerplaatsen naar de Naarderstraat/de Brink niet wordt verkort door deze passage. Dit is mogelijk anders voor Rivièra Maison, maar voor die winkel is al voldoende parkeermogelijkheid aan de voorzijde van de winkel en dus op kortere afstand. De zienswijzen leiden niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.
16. Sloop- en bouwoverlast Dat reclamanten overlast door de sloop- en bouwwerkzaamheden verwachten is begrijpelijk, maar bouwverkeer en overlast door sloop- en bouwwerkzaamheden hebben geen betrekking op het plan zelf maar op de uitvoering daarvan. Bovendien gaat het om een tijdelijke situatie. De zienswijzen leiden niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.
17. Participatie Het College heeft specifiek met het oog op het participatieproces ten aanzien van dit plan een communicatiebureau ingeschakeld. Dit heeft geleid tot participatietrajecten: •
Twee werksessie met de Raad 25
• • • •
Twee dialoogsessie met de dorpsgemeenschap Drie formele klankbordgroep bijeenkomsten met direct belanghebbenden (omwonenden, naburige winkels, ondernemers en vertegenwoordigers van belangengroepen) Vier informele klankbordgroep bijeenkomsten met direct belanghebbenden (omwonenden, naburige winkels, ondernemers en vertegenwoordigers van belangengroepen) Een Raadsinformatie avond in aanwezigheid van de klankbordgroep
De verantwoordelijk wethouder heeft daarnaast toegezegd om in gesprek te gaan met omwonenden. Deze gesprekken hebben ook plaatsgevonden. Uiteraard heeft een ieder de gelegenheid gehad om zienswijzen in te dienen. Er is voor dit plan dan ook een bovengemiddelde mate van participatie geweest, waarbij een ieder in staat is gesteld daaraan deel te nemen. Ook is onduidelijk om welke redenen de betreffende reclamant[en] niet in de gelegenheid zouden zijn geweest om deel te nemen aan het participatieproject. De zienswijzen leiden niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.
18. Milieuzonering Onduidelijk is waarom reclamant zich op het standpunt stelt dat Rivièra Maison een milieuzonering zou hebben die in de weg zou staan aan het project. In de VNG brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’, bijlage 4 (Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging), is detailhandel ingedeeld in categorie A. Activiteiten in categorie A betreffen activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. Overigens is het beleid van de gemeente er op gericht, dat in het centrum naast winkels, horeca en dienstverlening ook wordt gewoond. Op grond van het bestemmingsplan Centrum Laren 2018 is wonen boven en naast deze voorzieningen en bestemmingen mogelijk De zienswijze leidt niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.
26
C. AMBTSHALVE WIJZIGINGEN De ambtshalve wijzigingen betreffen: 1. Het rapport van Econsultancy van 27 september 2021 wordt als bijlage opgenomen bij het bestemmingsplan. 2. De parkeernormen, die zijn afgeleid van de CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig Parkeren' zijn cijfermatig overgenomen in het bestemmingsplan (in plaats van de enkele verwijzing naar deze CROW publicatie). Zie artikel 8.4.1. 3. Op de verbeelding wordt een functieaanduiding “in-/uitrit parkeergarage” opgenomen en in artikel 4.1.b van het bestemmingsplan wordt opgenomen dat in- en uitritten uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van deze functieaanduiding. 4. De bezonningsstudie van 13 december 2021 van Architectuur Studio Kuiper BV wordt aan de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd. 5. Het meetrapport van Bureau Object en Co Nederland B.V. d.d. 27-9-2021 wordt als bijlage aan bestemmingsplan toegevoegd.
27
D. Conclusies en aanpassingen bestemmingsplan
1. De zienswijzen nrs. 1 t/m 5 voor wat betreft de wijziging van het bouwvolume en parkeren gegrond te verklaren en voor het overige ongegrond te verklaren 2. De zienswijze nr. 6 voor wat betreft de wijziging van het bouwvolume gegrond te verklaren en voor het overige ongegrond te verklaren 3. De zienswijze nr. 7 voor wat betreft de wijziging van het bouwvolume en parkeren gegrond te verklaren en voor het overige ongegrond te verklaren 4. De zienswijzen nrs. 8 tot en met 16 ongegrond te verklaren 5. De zienswijze nrs. 17 en 18 ongegrond te verklaren 6. De zienswijze nr. 19 voor wat betreft de wijziging van het bouwvolume en parkeren gegrond te verklaren en voor het overige ongegrond te verklaren 7. De zienswijze nr. 20 voor wat betreft de wijziging van het bouwvolume gegrond te verklaren en voor het overige ongegrond te verklaren 8. De zienswijze nr. 21 ongegrond te verklaren 9. De zienswijze nr. 22 voor wat betreft parkeren gegrond te verklaren en voor het overige ongegrond te verklaren 10. Het rapport van Econsultancy van 27 september 2021 als bijlage op te nemen bij het bestemmingsplan 11. De bezonningsstudie van 13 december 2021 van Architectuur Studio Kuiper BV als bijlage op te nemen bij het bestemmingsplan 12. Het meetrapport van Bureau Object en Co Nederland B.V. d.d. 27-9-2021 als bijlage op te nemen bij aan bestemmingsplan 13.
Aan de definitie van ‘horeca in lichte vorm’ (artikel 1.35 ) toe te voegen: ‘Niet zijnde een restaurant met bezorg- en/of afhaalservice (o.a. pizza, chinees, drive- in restaurant en/of fastfoodrestaurant 14. Bij de artikelen 3.1 sub a en 3.1 sub c ‘detailhandel’ en ‘dienstverlening’ te schrappen 15. De artikelen 3.4 en 3.5.1 aan het bestemmingsplan als volgt te laten luiden: 3.4 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor kantoor, als bedoeld in lid 3.1, met een grotere oppervlakte dan 320 m2; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor horeca in lichte vorm, als bedoeld in lid 3.1, met een grotere oppervlakte dan 160 m2.
3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Toevoegen functies Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 onder sub a en/of sub c en/of lid 3.4 sub a en/of sub b, ten behoeve van het toestaan van detailhandel en/of kantoor en/of dienstverlening en/of horeca in lichte vorm, mits: a. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van het levendig centrumgebied; b. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; c. wordt voldaan aan sublid 8.4.1 dan wel sublid 8.4.2 wat betreft de parkeerbehoefte; d. de gezamenlijk oppervlakte van detailhandel, kantoor, dienstverlening en horeca in lichte vorm niet meer bedraagt dan 800 m2.
16. Artikel 4.1 als volgt te laten luiden: 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen;
28
b. in- en uitritten, met dien verstande dat de in- en uitgang voor gemotoriseerd verkeer van een parkeergarage uitsluitend toegestaan is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van centrum, in-uitrit'; c. ondergrondse parkeervoorzieningen en hellingbanen; met de daarbij behorende: d. groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen en terreinen; e. waterhuishoudkundige voorzieningen en waterberging.
17. Artikelen 8.4.1 en 8.4.2 als volgt te laten luiden: 8.4.1 Norm Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat voor het parkeren van motorvoertuigen en/of fietsen, alsmede voor het laden of lossen van goederen voldoende voorzieningen worden getroffen op het betreffende bouwperceel, overeenkomstig het geldende parkeerbeleid van de gemeente Laren of de daarvoor in de plaats komende regeling, en bij gebreke van parkeerbeleid van de gemeente Laren aan de ASVV (2012) en CROW (2018) de normen als opgenomen in de onderstaande tabellen. Functie
Minimum aantal parkeerplaatsen per 100 m2 brutovloeroppervlakte
Kantoor (zonder baliefunctie)
1,55
Dienstverlening (kantoor met baliefunctie)
2,05
Detailhandel
3,3
Horeca in lichte vorm
5
Functie
Minimum aantal parkeerplaatsen per woning
Wonen
2
8.4.2 Afwijkingsbepaling Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sub lid 8.4.1 en de parkeernormen die gehanteerd worden voor het parkeren of stallen van auto's, fietsen, bromfietsen en voor het laden en lossen van goederen, indien: a. op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien; b. nadere besluitvorming ten aanzien van het parkeerbeleid en/of parkeernormen aanleiding geeft om af te wijken van de in het CROW (2018) sublid 8.4.1 opgenomen parkeernormen; c. het voldoen aan de parkeernormen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.
19. Artikel 11 (Algemene wijzigingsbevoegdheid) aan te passen, dat de overschrijding van de bestemmingsgrenzen beperkt is tot 2 meter en het bestemmingsvlak met niet meer dan 5% 20. Op de verbeelding de ingang van de parkeerkelder aan te geven. 21. De toelichting van het bestemmingsplan aan te passen conform dit besluit
29
30