20220120 M&F transcript
Tekst van het document
Ik heb daar zelf nog pogingen ondernomen om te zeggen van: “Menen jullie dat nou echt? En als we nu samen de andere kant opgaan?” Zeiden ze: “Nou, helaas is ons vertrouwen in een samenwerking dusdanig ondermijnd dat wij daar niet aan beginnen.” Dus daarom is het ook gelopen zoals het gelopen is. En zo snel als mogelijk is, zorgvuldig, met alle inbreng van de raad -zoals ik al net zei- uitgebreide bespreking van nieuwe governance van het Brinkhuis. Wat hier meermalen in de raad is langs geweest. Dus het lijkt mij dat de vraag van de heer Van den Berg daarmee afdoende is beantwoord. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vos: Ik blijf hangen met de vraag. Het is goed dat de toelichting komt, hoor, voor het debat. Het bestuur heeft, dat was een zwaar hangijzer, meegegeven. Zo is mij net meegegeven. Maar toen, dat bestuur is volgens mij vorig jaar ergens afgetreden, ergens rond de zomer. Even zo uit mijn hoofd gezegd. Toen was het college al tweeënhalf, drie jaar onderweg. Als dat bestuur toen op dat moment technisch dat ook al als een beperking heeft ontvangen, waar is dan op dat moment het niet zo gegaan dat het college heeft gezegd van: ja, daar heeft u gelijk in. Dat zien wij als een beperking voor u, bestuur, nieuwe directie. U gaat dat gewoon doen. Dat komt dan nu naar boven.
Maar dat had dan ook vorig jaar, anderhalf jaar geleden toen dat bestuur is opgestapt, was dat kennelijk een argument. Maar dan nogmaals, ook dit wordt nu politiek. Maar ik mis de technische samenhang. En de uitleg van de wethouder is, vanuit zijn positie. Maar als ik er gewoon van afstand naar kijk, dan blijft dit gewoon een uitleg die niet te bevatten is. De voorzitter: Ik mag u er wel op attenderen dat dit punt al eerder in de raad, in de commissie geweest is. Van dit punt, in samenhang met het Hart van Laren. De heer Vos: Maar nu werd, bij mijn inbreng, werd mij verweten dat ik iets zou missen in mijn overwegingen. En vandaar dat ik erop inga. Kennelijk mis ik iets in mijn overweging. Maar als je dat uitpelt en over door debatteert, komen er ook weer andere vragen boven. Dus ik dank u dat ik er nog even op in mocht gaan. En volgende week is er weer … De voorzitter: Ik wou nu dit punt afsluiten en doorgaan. Nee, ik heb geen derde ronde gedaan. De heer Stam: Microfoon.
Pagina 31 van 51
De voorzitter: Ja, dat wou ik direct doen, ja. Ik wou het doorleiden naar de raad. Ja, ik wil het doorleiden nu naar de raad. De heer Vos: Nou begrijp ik het even niet meer, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: U heeft net uw vraag herhaald. De heer Stam heeft … De heer Vos: Dat is helemaal niet waar. Ik heb juist gezegd dat ik nog antwoord op mijn vraag wilde hebben, die niet beantwoord is. En dan kunt u al zeggen: nou, dat kan niet meer. Maar dat vind ik wel een beetje een raar model, eerlijk gezegd. Ik gaf daarstraks aan: ik heb nog twee vragen waar ik geen antwoord op gekregen heb. Toen bent u naar mijnheer Van den Berg gegaan. Heeft u gezegd: mijnheer Van den Berg, welke dingen wilt u graag nog weten? Mijnheer Van den Berg krijgt antwoord. Ik weet niet of dat bevredigd is. Dat is aan hem. Maar ik had nog twee vragen, waar ik nog steeds geen antwoord op gekregen heb. En dan kunt u zeggen: we gaan geen derde ronde doen. Nou, doen we geen derde ronde. Maar dan wil ik nog graag uitbreiding van de tweede … De voorzitter: Volgens mij zijn ze beantwoord. Maar, stelt u ze. Mevrouw Niekus: Interruptie, voorzitter, mag ik iets vragen? Iets voorstellen? Misschien is het handig als deze twee vragen schriftelijk gedaan worden. En dat er dan op geantwoord wordt. Want ik denk eigenlijk dat er allemaal twee vragen per fractie, zouden volgens mij voldoende zijn.
En de rest kan je allemaal schriftelijk opsturen. Kunnen de wethouders er allemaal op reageren. Maar dit, we zijn nu bijna tweeënhalf uur bezig over één onderwerp. En ik weet, het is een heel belangrijk onderwerp. Maar hier wordt wel heel veel woorden gebruikt om de avond maar zolang mogelijk en ingewikkeld … De inwoners die begrijpen er niks meer van. Dus ik stel voor: twee vragen per fractie. En dan zou het genoeg moeten zijn. De heer Vos: Ja, maar als je dan twee vragen stelt en je krijgt er geen antwoord op, mevrouw Niekus. Dan kunnen we net zo goed lekker voetballen gaan kijken de hele avond. Want dan gebeurt er ook niks. Ik vind dit echt een hele merkwaardige reactie die u nu heeft. Want een normale vraag, daar kan een antwoord op komen. En als je na zelfs twee pogingen geen antwoord kríjgt. En u gaat dan suggereren: nou, stelt u die vraag dan maar schriftelijk. Dan is dat eigenlijk een beetje merkwaardig. Mevrouw Niekus: Mijnheer de voorzitter, er zijn ook nog andere onderwerpen. De voorzitter: Nu geen discussie… Mijnheer Vos, wilt u de vraag herhalen, of niet? De heer Vos: Ja, dat wil ik heel graag. De voorzitter: Graag dan nu. Geen discussie, nu die vraag. De heer Vos: Goed. Ik ga ze nogmaals herhalen. Mijn vraag was eigenlijk heel simpel. En hij is ook eigenlijk impliciet al de hele tijd aan de orde geweest.
U heeft het over service voor de burgers, bereikbaarheid voor de bezoekers, laagdrempelig, persoonlijke benadering. Medische hulp die graag zou worden gevonden. Dat zijn allemaal elementen die ik juist van u gewogen wilde zien: wat vindt u nou belangrijk, wat vindt u nou minder belangrijk? Wat vindt u belangrijk? Dat die burger dicht bij de raad is? Of dat die minder dicht bij de raad is? Wilt u dat die burgers allemaal medische zorg krijgen? Of vindt u dat minder zwaar wegend als dat we allemaal ons paspoort live en direct overhandigd krijgen? En het schijnt dat ik daarin les geef, zegt mijnheer
Pagina 32 van 51
Stam. Ja, ik denk nog niet wat ik morgen ga doen, maar dat volgens mij nog niet. Maar dat is wel een heel belangrijk element. En volgens mij zitten we daar ook de hele tijd over te steggelen. Wat vinden we nou belangrijk, behalve die centen? En wat vinden we nou echt de moeite waard? En als ik vraag, mijnheer de voorzitter, om daar een weging aan te brengen, dan vindt mevrouw Niekus dat ik dat schriftelijk af ga doen. Maar dat kan toch helemaal niet? Dat is toch onzin? En dan mijn tweede vraag. En misschien is dat voor mijnheer Wegter interessant. Ik vroeg: medisch centrum, is dat dan reden om het gemeentehuis te willen verkopen? Nou, ja, nou, daar kreeg ik een beetje halfslachtig antwoord. Als dat dan zo is, waarom stond dat niet in het coalitieakkoord? En wel de verkoop van het gemeentehuis? Dat zou mijnheer Wegter ook bevreemden, denk ik. Dus mijn vraag ga ik nogmaals herhalen: is de motivatie om het gemeentehuis te verkopen de zo gewenste vorming van een medisch centrum? En u kunt heel veel zuchten, mevrouw Niekus, maar het is écht mijn vraag. Mevrouw Niekus: Als u de volgende keer uw vraag gewoon kort stelt, dan snapt iedereen waar u het over heeft. Dank u wel, voorzitter. De heer Vos: Ik geloof niet dat u het begrijpt. De voorzitter: De heer Stam, wilt u deze vraag beantwoorden? De heer Stam: Ja, ik heb de vragen nog eens gehoord.
En ik heb op het medisch centrum volgens mij al een antwoord gegeven. Zelfs geloof ik twee keer, inmiddels. We kunnen wel blijven vragen. Maar ik heb gezegd: in het coalitieakkoord staat dat wij een onderzoek zullen doen naar de verkoop van het raadhuis. Daar staat helemaal niet bij wat daar de precieze achtergrond van was. Als dat gevraagd had kunnen worden, had u dat vier jaar geleden moeten doen. En ik heb aangegeven dat de achterliggende reden was dat we het belangrijk vonden dat dat concept zou worden vervolmaakt. En dat natuurlijk wij niet achterlijk zijn en ook het idee hebben: het zou wel onplezierig zijn als we daar een miljoen euro aan gingen verliezen. En dus in die zin hoopten we op een gunstig resultaat. En daar hebben we dat onderzoek voor gedaan. Het onderzoek gaat heel sterk uit van de invulling van die medische functie. En komt uiteindelijk tot een conclusie dat het ook financieel nog een haalbare kaart is ook. Dat heb ik duidelijk gemaakt. En ik snap niet wat daar onduidelijk aan is. En als u het heeft over de afweging waarvan ik heb gezegd: wij voelen - althans ik spreek nu even niet namens het college, dan zouden we elkaar even moeten consulteren- maar ik denk niet dat wij er behoefte aan hebben om daar nou een uitgebreide studie aan te wijden.
Wij hebben van dat raadhuis duidelijk gemaakt wat de waarde is die wij aan het raadhuis zouden willen gaan toekennen. Er is duidelijk gemaakt dat we -en dat heeft de burgemeester volgens mij heel uitdrukkelijk, en andere wethouders zijn er ook op ingegaanduidelijk gemaakt dat de waarde die we aan het Brinkhuis toekennen, en mijnheer Wegter heeft er naar gevraagd, een sterke maatschappelijke functie is in een heleboel onderdelen. En we hebben duidelijk gemaakt dat we grote waarde hechten aan het feit dat het bestuur in het Brinkhuis komt, om dicht bij de burger te zijn. Nou, als u daar nou punten aan wilt toekennen, vind ik het allemaal prima. Maar dat zijn de waarden die wij op een rijtje hebben gezet. Dat is de reden dat wij uiteindelijk tot dit voorstel komen. De voorzitter: Dank u wel. Ik wilde het voorstel raadsbesluit doorverwijzen naar de raadsvergadering van volgende week, als bespreekpunt. Ik wil alleen het college wijzen: in het raadsbesluit wat bij de stukken zit, daar wordt verwezen onder punt 2, naar punt 2a. Maar er is geen 2a. Dus waar de 266.000 euro voor is, is voor een ander doel. Dus dat getal moet aangepast worden. De heer Vos: Voorzitter, dat heeft dus niemand gezien, behalve u.
Pagina 33 van 51
De voorzitter: Dat is wat anders, ja. De heer …: Daarom hebben we hem er ook in gestopt. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil voorstellen vijf minuten de vergadering te schorsen. De heer Stam, ik wil beginnen. 5.2 Opstart verkoop Raadhuis De voorzitter: Ik heropen de vergadering. En wil naar punt 5.2, onderwerp: opstart verkoop Raadhuis. In dat vorige raadsbesluit hebben we het hier al vrij veel over gehad. Dus ik hoop dat u alleen nieuwe zaken, technische zaken doet, geen politieke zaken. Want dat doen we volgende week. De heer Stam wordt bijgestaan door Frank van de Graaf, behandelend ambtenaar. Welkom. Mijnheer Jacobse, mag ik u het woord geven? Pardon, de heer Stam, wilt u eerst uw inleiding nog houden? De heer Stam: Als je het niet erg vindt, gelet op de tijd, zou ik … Want ik ga dan toch datgene herhalen wat hier ook op papier staat. De voorzitter: Oké. De heer Stam: Zou ik dat willen overslaan. De voorzitter: De heer Jacobse. De heer Jacobse: Dan heb ik een verrassing voor u: dat doe ik ook. Dank u wel. De voorzitter: De heer Vos. De heer Vos: Wat doet u ook? De heer Jacobse: U bent aan de beurt. De heer Vos: Oh, dan doe ik het ook. De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Nou, de complimenten aan de voorzitter.
Want inderdaad, doordat we in de vorige termijn, bij het vorige onderwerp ruim de tijd hebben gekregen, kan het ook allemaal wel misschien iets korter. Want eigenlijk is dit alleen maar politiek. Ik probeer er nog een technische vraag uit te vissen. Het is straks genoegzaam gegaan over de visie en over het medisch centrum, laat ik het zo nu noemen. Maar in de afgelopen periode is ook wel eens een keer ergens in een debat langsgekomen: er kan ook op die plek wat anders. Nou, of je er nou sociale woningbouw moet willen, of et cetera. Maar het is een belangrijke plek midden in ons dorp. En ik vraag me eigenlijk, technisch gezien af -natuurlijk, begrotingstechnisch verkast het gebouw met een waarde van de ene kant van de balans naar de andere kant- als het straks liquide is gemaakt. Maar waarom kiest het college er niet voor om, los van de discussie of we gaan verhuizen, om een goede visie te hebben op het centrumgebied? En de wethouder die haalde straks aan, in het vorige onderwerp, de toekomst van de school, College De Brink, dat er ook allemaal veranderingen, teruglopende aantallen. Hij noemde daar zelfs een periode dat hij niet wist of tussen de vijf en de tien jaar hoe het er dan met De Brink Pagina 34 van 51
voorstaat. En mijn technische vraag is of die overwegingen, in technische aard, zijn meegenomen om nu tot het voorstel te komen om nu te gaan verkopen, anno nu? Op een moment dat geld op de bank heel weinig waard is - en schuine streep stenen en vastgoed in ons dorp sky-high is- wat dan de technische afwegingen zijn, financieel, om dan nu te gaan verkopen. U hoort aan mijn vraagstelling al dat het bijna onmogelijk is om daar niet politiek te vragen. Maar dit is ook de enige vraag die ik heb. Voor nu. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Jong, Liberaal Laren. De heer De Jong: Ja. De vorige keer heeft de wethouder Financiën al aangegeven -want toen had ik gevraagd een financiële analyse te maken, over een aantal jaren; kosten, opbrengsten mee te nemen en te kijken hoe het is bij verkoop en behouden door de gemeente- maar ik vraag het nu nog een keer. Ik hoop dat het, omdat we nu wensen en bedenkingen mogen aangeven, dat dit ook echt de volgende keer ook dan gebeurt. Ja, wordt er volgende week besloten om die gemeente te verhuizen, ja, dan kan het beperkt blijven tot verkoop en behoud. En niet meer de wisselwerking tussen wel en niet de gemeente in te laten. En anders blijft de gemeente daar, dan zou ik ook die beide afwegingen graag willen zien. Mijnheer Vos kwam daarnet met een uitspraak om die verkoopwaarde om die in de balans te zetten. Ik heb toch nog twee opmerkingen.
Cushman & Wakefield is met een bedrag gekomen, een fors bedrag. Maar er zijn ook andere bedragen. De WOZ-waarde van de gemeente van het raadhuis is 2.000.533. En de boekwaarde 2,2 miljoen. Die WOZ-waarde ís de marktwaarde. De gemeente schat in dat dat de marktwaarde is, waarvoor je hem kan verkopen. En dat betekent dus dat we dan maar drie ton winst maken. De volgende is … De heer Wegter: Punt van orde, voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Wegter: Ik heb de indruk dat nu misbruik gemaakt wordt van de gegevens die geacht worden op dit moment niet publiek te zijn. De heer De Jong: Dat is niet waar, mijnheer. Want dit staat in de jaarrekening. De heer Wegter: Ik denk dat het verstandig is, mijnheer De Jong, om dit soort bedragen en dit soort opmerkingen niet te maken. De heer De Jong: Dit klopt niet, voorzitter. Deze staan in de jaarrekening. Iédereen kan ze lezen in Laren. U heeft geen financieel verstand. Dus u moet geen opmerkingen maken die niet kloppen. De voorzitter: Mijnheer De Jong … De heer De Jong: Ja, dit klopt gewoon niet. Het staat in de jaarrekening. Iedereen kan het nalezen in het dorp. De heer Van den Berg: Voorzitter, u met uw belegenheid, kunt u even één klein punt van rust inbrengen? Want dit gaat nergens meer over de inhoud. De voorzitter: Nee, toch? De heer De Jong: Goed.
‘2:24:40.3’, op dit moment ligt de huurwaarde -die is ook terug te lezen uit de jaarrekening- ligt ongeveer op drie ton. Een projectontwikkelaar betaalt ongeveer tien keer de huurwaarde voor een pand. Dat betekent dat die drie miljoen zou willen over hebben voor dit pand. Dat zijn de waardes Pagina 35 van 51
die in Nederland gebruikelijk zijn in de vastgoedmarkt. Dus misschien dat die veel hogere opbrengsten ziet met andere huurders, dat hoger wordt. Maar dit is op dit moment. Dus mijn vraag is -want dan zou de boekwinst maar acht ton zijn- ja, gaan we verkopen voor acht ton? Dus wat klopt nu? De waarde die de gemeente geeft, of de waarde die in de markt gebruikelijk is? Of de waarde van mijnheer Cushman & Wakefield? Ik weet het niet. Dus ik denk, ja, ik vraag het nu. Maar ik denk dat het college daar ook al naar had moeten kijken. En ons had moeten aangeven: nou, deze dingen liggen er. En hoe zit dat nu? Wat klopt nu? Ik weet het niet. Dus oprecht, dit is een oprechte vraag van: hoe zit het nu? Wat is de waarde en waar zijn we mee bezig? De voorzitter: Er is een interruptie van de heer Jacobse. De heer Jacobse: Ja, ik begin me een beetje te ergeren. Er is een mate van vertrouwelijkheid afgesproken over cijfers. En ik heb nu toch echt het idee dat we hier met elkaar praten alsof er niks aan de hand is. De heer De Jong: Dit staat in de jaarrekening. Dit kan iedereen nalezen. Ik noem helemaal niets van Cushman & Wakefield. Dat mogen we niet zeggen. Dat doe ik dus ook niet. Maar dit staat gewoon in de jaarrekening. Als u de jaarrekening leest, kunt u deze dingen terugvinden. De heer Jacobse: Maar u suggereert toch dat hier een discussie over komt.
Of niet? Of op zijn minst de antwoorden van de wethouder? De heer De Jong: Ja, zeker. De heer Jacobse: Dat is dan duidelijk. De heer De Jong: Ja. De vraag, tweede vraag. Zitten de huisartsen marktconform? Of zitten ze niet marktconform? En als er straks verkocht wordt, wat gaan de nieuwe eigenaren doen? Willen die dan de huren verhogen van die huisartsen en andere mensen? Dus ja, dat is een vraag. Of ze dus marktconform zitten of niet. En wat gaat het college doen met de wensen en bedenkingen? Want die gaan we nu geven. Komt er daarna een nieuw beslisvoorstel, wat naar de raad komt? Of gaat daarna het college beslissen, zelf beslissen hoe het verder gaat? Hoe gaan we daarmee om? De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Midden, VVD. De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik heb geen vragen verder. De voorzitter: Heer Wegter. De heer Wegter: Een vraag. Er worden uitgangspunten genoemd bij de vervreemding van het gebouw. Ik vind het wordt vervreemding zo interessant. Het is verkoop, maar men zegt vervreemding. Oké. Bij die uitgangspunten wordt niet genoemd de mogelijkheid, optie wellicht, dat een deel van het gebouw vooraan op een of andere wijs zou kunnen worden geëxploiteerd.
Of is het de bedoeling dat hoe dan ook het totale oppervlak alleen een maatschappelijke bestemming moet hebben? Kortom, het is niet denkbaar dat de koper bijvoorbeeld daar voorin een aantal appartementen gaat bouwen, bijvoorbeeld. Gewoon voor de verkoop. Dat is uitgesloten, begrijp ik. Daar zou ik graag duidelijkheid over hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het college? De heer Stam.
Pagina 36 van 51
De heer Stam: Ja, ik probeer korte antwoorden te geven. Die vervreemding, ja, het is wel een vreemd woord. Maar soms heet het toch zo in het jargon. Een vervreemding, of het te verkopen. Wat wij in het Cushman & Wakefield-rapport hebben gevraagd, is ons een waardering te geven. En ook de kansen aan te geven voor de mogelijkheid tot verkoop in het kader van een uitbouw naar een -zoals ik het net heb genoemd- die anderhalvelijns medische zorg. Daar hoort niet in thuis appartementen of wat dan ook. Daar is duidelijk uitgegaan van die uitgangspunten. En dat zou ik zelf ook willen handhaven. En als u daar andere bedenkingen over heeft, kan dat natuurlijk. Maar dan is dat niet wat het college op dit moment voor ogen heeft. De heer Wegter: Oké. De heer Stam: Nog even terug dan naar de opmerking van mijnheer De Jong. Kijk, natuurlijk is het zo -maar daar kan mijnheer Calis beter dan ik nog wat over zeggen- maar ik weet uit eigen ervaring dat soms de WOZwaarde niet helemaal weerspiegelt de waarde in het maatschappelijk verkeer. Dat merken we. Soms haalt de werkelijkheid ons snel in. En als u het heeft over tien keer de huurwaarde, dan heeft u het over een periode van denk ik wel twintig jaar geleden. Want er worden op dit moment, is het zeer gebruikelijk om achttien tot twintig keer de huurwaarde te betalen, hoor. Dus dat is een veel gebruikelijkere.
Want u kent ook de rente en de rentabiliteit op dit moment in de markt. Kunt u zelf ook wel uitrekenen wat voor factor je behoort te gebruiken bij het verkopen van onroerend goed. Dus die tien keer dat is echt een achterhaald idee. Die huisartsen marktconform. Volgens mij, uit die tijd dateren die contracten nog, dus u weet zelf of ze marktconform zijn. Maar we hebben tegelijkertijd met Cushman & Wakefield afgesproken dat de contracten die op dit moment bij de huidige huurders lopen -als we in de verkoop gaan, in het geval dat we in verkoop gaan- door de kopende partij dienen te worden gerespecteerd. Ik kan me voorstellen dat dat ook de raad tegen ons zal zeggen: dat dient u als voorwaarde mee te nemen in uw verkoopvoorwaarden. Dus wat dat betreft. En het verhaal van de kosten en de baten, ik weet niet, er is een vraag rechtstreeks aan mijnheer Calis gegaan. Dus laat ik dit maar even aan hem over. En dan de vraag van CDA: kan er ook wat anders? Ja, wij hebben duidelijk een keuze gemaakt voor dat medisch-maatschappelijke concept. En waarom niet? Ja, omdat we geloven dat dat voor de burger en de inwoners van het dorp een betere zaak is dan andere zaken dan dat in dat pand te huisvesten. Bovendien is het natuurlijk zo dat op dit moment een belangrijk deel van de huisvesting al wordt ingenomen door diezelfde mensen die die medisch-maatschappelijke functie vervullen.
Dus het is een kwestie van veredelen, of verbeteren, of uitbreiden. Anders zou je namelijk die medische functie die er in zit, die zou je dan weer moeten uitponden. En dat lijkt me niet een verstandige keus, wat het college betreft. De voorzitter: De heer Calis. De heer Calis: Ja, dank u wel, voorzitter. Eventjes over dat langetermijnvisie, waar de heer De Jong om vroeg. Kijk, wij hebben een zeer zorgvuldige analyse gemaakt van zowel de structurele als de incidentele voordelen van deze transactie. En de structurele voordelen die openbaren zich al op korte termijn. En als je dat over tien jaar gaat bekijken, dan zal dat tien keer die structurele effecten zijn. Dus ik zie niet zo in wat daar nog aan meer inzicht van moet komen. Dat financiële voordeel is glashelder. Dan zegt de heer De Jong iets over de WOZ-waarde, de marktwaarde en daarbij geldt ook nog eens een keer de boekwaarde. Dat zijn drie afzonderlijke begrippen. Heel veel huizen in Laren hebben een WOZ-waarde … En hij heeft gelijk als hij zegt: dat wordt verondersteld de waarde in het vrije verkeer in de markt te zijn. Maar we zien allemaal dat, zeker nu, veel huizen -met name de nieuwere huizen- die zijn gebouwd voor een miljoen, gaan in de verkoop voor 1,2 vraagprijs. En worden verkocht voor 1,4. En ja, dus de boekwaarde bij de eigenaren was een miljoen, de WOZ-waarde waarschijnlijk ook.
Maar wat dan de marktwaarde is, is wat ervoor betaald wordt. Waar we het
Pagina 37 van 51
hier over hebben, het financiële voordeel, is niet over WOZ, maar over de geschatte opbrengst van de verkoop minus de boekwaarde. En dat betekent … Dus dat is een aanmerkelijk verschil. Want een eerdere uitspraak van de heer Vos, die zei van: dat maakt niet uit of het nou steen is of geld wat op de balans staat. Dat klopt ook als je er geen winst op maakt. Als je de gemeentehuis verkoopt tegen de boekwaarde, dan maakt het inderdaad niks uit. Het gaat erom inderdaad dat die aanzienlijke overwaarde gerealiseerd wordt en ten gunste kan komen van de algemene reserve. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vos, wilt u nog? De heer Vos: Ja, mag ik een verhelderende vraag stellen, mijnheer de voorzitter? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Vos: Ja? De voorzitter: Ja. De heer Vos: Ja, u noemt, mijnheer Calis, dat bij die verkoop de financieel structurele voordelen op de lange termijn gaan ontstaan. Toch? Dat heb ik u juist horen zeggen, toch? De heer Calis: Ik zei: er zijn onmiddellijk structurele voordelen die over een langere termijn alleen maar meer zullen worden. De heer Vos: Ik dacht dat … Ja, oké, ik probeer het te parafraseren. Welke zijn dat dan? Zou u mij daar een of twee voorbeelden dan van kunnen noemen?, Behalve dat het dan misschien leuk op de balans staat.
Maar volgens mij gaan we het opeten, toch? Of zie ik dat verkeerd? De heer Calis: Nee, u moet niet het structurele en incidentele door elkaar gooien, mijnheer Vos. De heer Vos: Weet ik wel, mijnheer de wethouder. De heer Calis: Structureel betekent dat we minder lasten hebben aan het huidige gemeentehuis en minder subsidie voor het Brinkhuis. Dat is structureel. Dat is een absolute no-brainer. De heer Vos: Maar het is dan toch niet ten gevolge van de verkoop? Want dat zie ik niet als voordeel. Ja, dat is een besparing. Maar dat is niet ten gevolge van de opbrengst, neem ik aan. De heer Calis: De besparing die we kunnen realiseren voor het raadhuis, die kunnen alleen te gelde worden gemaakt als je het verkoopt. De heer Vos: Dus het gaat alleen om een besparing. Dat is het enige structurele. Maar u kunt toch wel ja of nee zeggen? De heer Calis: Het is toch niet te geloven, mijnheer Vos. De heer Vos: Waarom niet?
Pagina 38 van 51
De heer Calis: ik heb het hier nou drie keer uitgelegd. En gezegd: het incidentele aspect is dat er een zeer belangrijk financieel voordeel is bij de verkoop. De heer Vos: Ja. De heer Calis: Dus waarom herhaalt u nu de hele tijd … De heer Vos: Nee. Nee, nee, nee, nee. Echt, ik … De heer Calis: ik heb er meer dan genoeg van. De heer Vos: Nou, daar zal u toch echt genoegen mee moeten nemen dat ik af en toe dingen … Ik vroeg u de structurele voordelen. En daarvan zegt u: dat zijn dus de besparingen die we hebben op de huisvesting. Dat heb ik dan goed begrepen? De voorzitter: De heer Van den Berg? De heer Van den Berg: Ja, de verfijnde vraag. Toen de wethouder net antwoordde over de visie, betrok ik daar ook de scholengemeenschap bij. Een observatie dat misschien over vijf of tien jaar die scholengemeenschap daar misschien wel helemaal niet meer is. En in dat verband vroeg ik of -maar ik kan het ook volgende week herhalen, maar dan is het een politieke vraag- maar ik vroeg me af in die belangenafweging van dat medisch centrum -ik neem aan dat die iets eerder is gemaakt, want nu komt het huisvestingsgebeuren met die scholen opploppen- of dat niet tot een veranderend inzicht komt als wij ons vastgoed daar verkopen, aan de Eemnesserweg. Met daarachter een vrij groot terrein voor een scholengemeenschap.
Of dat nu dan handig is om nu, op de korte termijn, een winst te maken, of dat dat met een vooruitziende blik toch handig is om het niet te verkopen. En dan niet omdat ik dat niet wíl, dat staat dus los van het vorige onderwerp, maar daar is de wethouder niet op ingegaan. En dat brengt mij ook nog even bij de vraag, voorzitter, en dan kijk ik even naar u. Het is een beetje van procedurele aard. Het vorige onderwerp dat zijn vier varianten. En ik had toen nog een vraag van: op het moment dat ik bijvoorbeeld in die variant zou zeggen “B en W blijft in het raadhuis en wij gaan hier vergaderen“. Moet ik dat dan met een amendement doen, of -want ik heb wel eens begrepen dat, je kan alleen maar kiezen uit die vier varianten. En dat is 1,2, 3 of 4.- of moet ik dan nog een amendement indienen? En dat hangt ook wel een beetje met dit verhaal samen. Van: gaan we wel of niet verkopen? Dus kunt u daar nog iets over zeggen, als voorzitter? De voorzitter: Wel of niet verkopen staat hier gedeeltelijk los van. Er wordt alleen aan de raad gevraagd -niet bent u ervoor of tegen- eventuele wensen en bedenkingen als raad op te geven. Niet als individuele partij. Dus we moeten volgende week met elkaar, als raad, met bedenkingen en wensen komen. Dat is de ene discussie. En als u op het vorige -dat zijn raadsvóórstellen- als u daar een ander voorstel wil, is dat een amendement.
De heer Van den Berg: Ja, oké, dank u wel. Ja, helder. De voorzitter: Nee. Als u uw vraag nog eens … Gaat uw gang. De heer Calis: Om mijnheer Van den Berg. Want anders krijgen we misschien toch weer mijn vragen niet beantwoord. Ik heb alleen daarvan gezegd: ik kan -zoals de Amerikanen zeggen “the future is not what is used to be”- ik heb alleen maar, ik heb het ook zo genoemd, een speculatieve gedachte hebben dat misschien over vijf tot tien jaar misschien wel eens die Brink weg zou kunnen zijn. Maar ja, om daarop je koers te bepalen, dat
Pagina 39 van 51
lijkt mij een tamelijk onzinnige bezigheid. Ik vind dat je op dit moment moet kijken naar de casus die voorligt. En daar hebben we volgens mij uitgebreid over gepraat. En daar gaat het volgens mij ons om. De voorzitter: Goed. De heer De Jong. De heer De Jong: Heb ik u goed begrepen, dat die wensen en bedenkingen dat we die volgende week dus moeten geven? Mijn vraag was nog aan het college van: hoe gaan we daar dan mee verder? Komt er daarna een nieuw beslisvoorstel? En gaat dat dan weer naar de raad? Of gaat dat nieuwe beslisvoorstel, blijft dat binnen het college? De voorzitter: Het ligt eraan of we volgende week een meerderheid wensen- en bedenkingenlijst kunnen samenstellen. Als die er niet komt, kunnen we gewoon door. De heer De Jong: Dan ligt dit besluit er dus? De voorzitter: Ja, dan ligt dit besluit er. De heer De Jong: Maar dit zijn wensen en bedenkingen. Maar ligt er dan een besluit dat we het raadhuis gaan verkopen? De voorzitter: Dat de opstart kan, ja. De heer De Jong: De opstart start? De voorzitter: Ja. De heer De Jong: Maar de opstart betekent dus dat we het definitief gaan doen? De voorzitter: Als, het ligt aan wat de raad volgende week … Als die geen mensen en bedenkingen hebben. De heer De Jong: Dan wordt het verkocht. De voorzitter: Dan gaat die opstart beginnen. De heer De Jong: Prima.
Nee, voorzitter, maar dan wordt het dus ook verkocht? De heer …: Voorzitter, u zegt … De heer Mol: Voorzitter, even, met permissie. Helpt het als ik even duidelijkheid geef? We hebben in het presidium als volgt afgesproken. Als wij het voorstel over de herhuisvesting van het gemeentebestuur, de raad beslist dat het gemeentebestuur in het raadhuis blíjft, vervált het raadsvoorstel Opstart verkoop raadhuis. Als de raad bij het eerste beslispunt inderdaad beslist dat het gemeentebestuur vertrekt uit het raadhuis, blijft het tweede beslispunt staan. Het is inderdaad de bevoegdheid van het college om het raadhuis te verkopen, maar het college vraagt daarvoor wel instemming vanuit de raad. En als de raad érnstige bedenkingen ten aanzien van de verkoop van het raadhuis te berde brengt, neemt het college dat zeker serieus. En dat hangt af van de discussie volgende week.
Pagina 40 van 51
De heer De Jong: Maar dan kom je toch op de vraag, voorzitter … En toen werd ik geïnterrumpeerd door de burgemeester. Maar punt blijft, zoals het nu voorligt -even los van of de fractievoorzitter van de VVD het wel of niet van de agenda gaat afhalen als voorstel- als wij volgende week in meerderheid … Er kunnen héél veel zwaarwegende bedenkingen zijn, maar als de meerderheid van de raad volgende week -en dat zijn er acht tegen zeven- zeggen: “Prima, ga zo door.“, dan is dat in principe gewoon een gelopen race. Dan wordt het gemeentehuis gewoon verkocht. Daar gaat het mij om. Want het moet geen misverstand zijn dat als wij volgende week nog een beetje fifty-fifty blijven hangen, dat het college zegt van: nou, dan ga ik het niet doen. Er ligt gewoon keihard een voorstel. Precies. De voorzitter: Daarom zeg ik: het moet door de raad, volgende week een lijst, en niet een fractie. Zullen we dus doorleiden naar de raad, als bespreekpunt. Indien een fractie nu al bedenkingen heeft, zullen ze dat het beste kunnen doen via een motie of een amendement. De heer De Jong: Een amendement? De voorzitter: Een amendement. De heer De Jong: Dus een amendement op dit voorstel, om dan niet te gaan verkopen, bijvoorbeeld. De voorzitter: Bijvoorbeeld. De heer De Jong: Maar dat gaat dus niet in de zin van stemmen, door te zeggen van: nou, er zijn acht die zijn tegen verkoop.
Dus klaar, er wordt niet verkocht. Het moet dan met een amendement? De voorzitter: Nee, als u … Nee, want dit… De heer …: Voorzitter, de griffier legt het uit. De heer Nedermeijer: Voorzitter? De voorzitter: De griffier. De heer Nedermeijer: De bevoegdheid voor de verkoop van het raadhuis ligt bij het college. Het college heeft besloten om de raad om wensen en bedenkingen te vragen. Dus als de raad wensen en bedenkingen heeft, dan moeten die geuit worden. En die moeten ook met een meerderheid worden aangenomen. En omdat het een raadsbesluit is en er gevraagd wordt om eventueel wensen en bedenkingen in te dienen, moet er een amendement komen. Dus dat is zeg maar de techniek die er achter zit. Dus als u eigenlijk tegen het college wilt zeggen van: wij willen niet dat u het raadhuis verkoopt, is dat zeg maar de wensen en bedenkingen die u uit. En als u daar een meerderheid voor heeft, dan neemt het college dat mee. Maar het college is wel ook bevoegd om die ook naast zich neer te leggen, die wensen en bedenkingen. Dus daarna is het aan het college om te bepalen wat ze ermee doen. De heer De Jong: Nou, dan komt er dus een amendement. De voorzitter: Goed, dan gaan we naar het volgende punt. De heer …: Voorzitter, mag ik even? Ik had nog even een kleine opmerking. Misschien niet relevant, maar over de grafiek die erin staat.
Want het totaal van 65-plussers en 80-plussers voor dit jaar is meer dan het huidige Pagina 41 van 51
aantal inwoners van Laren. Wat volgens mij 11.500 om en nabij is, dus. Nee, maar de prognose voor vandaag, 2022, daar zitten we totaal al op 13.000 inwoners. En volgens mij hebben we er 11.500. En die bestaan niet alleen maar uit 65-plussers en 80-plussers. Dus misschien even wat aandacht aan … De voorzitter: Heb ik niet gezien. 5.3 Actualisering gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek De voorzitter: Goed we gaan naar het volgende punt: actualisering gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek. De heer Calis, wilt u dat toelichten? De heer Calis: Jazeker, voorzitter, dank u wel. De gemeenschappelijke regeling is toe aan een actualisatie, vanwege verschillende aspecten. Niet onbelangrijk is de uittreding van Weesp, wat zijn weerslag vindt in de verschillende aspecten van de regeling. Wat ook aan de orde is daar, is dat bestuursleden hadden een gewogen stem. Waardoor bij het uittreden van Weesp het dagelijks bestuur meer stemmen zou hebben. Dat is ook veranderd, in één stem per lid. Waardoor het dagelijks bestuur niet meer stemmen heeft dan het algemeen bestuur. Daarnaast is er ook opgenomen en gekeken naar de governance-adviezen van de heer Mol. En dat alles bij elkaar heeft geresulteerd in deze aanbeveling tot actualisatie van de gemeenschappelijke regeling. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting.
De heer De Jong, mag ik bij u beginnen? De heer De Jong: Ja, even kijken, wat hadden wij? Ja, ik heb één vraag daar; gesprekken in het nieuwe college. Een vraag van: moeten we dit niet in het nieuwe college gaan bespreken in de toekomst? Dat klopt toch, hè? De voorzitter: Dat was het, heer De Jong? De heer De Jong: Ja, dat was het. De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Geen opmerkingen; prima zo. De voorzitter: De heer Wegter. De heer Wegter: Ik heb even een ordevoorstel, voorzitter. Kunnen we misschien besluiten om de resterende punten van de agenda als zodanig vast te stellen en door te leiden naar de raad? Dan hebben we volgende week een adequate voorbereiding met betrekking tot deze onderwerpen. Dat is mijn voorstel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Wegter: Niet alleen dit onderwerp, maar de resterende voorstellen allemaal zo doorleiden naar de raad. En die mogen wat mij betreft als hamerstuk worden beschouwd. De heer Van Midden: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van Midden.
Pagina 42 van 51
De heer Van Midden: Het is een interessante observatie. Maar het is 22:53 uur, dus op zich kunnen we toch nog wel even een kwartiertje doorgaan. Kijken als we ons inhouden, dat misschien toch een aantal onderwerpen wel behandeld kunnen worden. De voorzitter: Dat laatste wou ik inderdaad vragen. Als we alleen de hoogst noodzakelijke dingen ... Lijkt me nuttig om ze wel allemaal even te noemen. En komen we iets dat er veel discussie komt, dan moeten we inderdaad dat volgende week bespreken. Heer Van Midden. U had geen opmerking? De heer Van Midden: Nou ja, ik wilde een opmerking maken over wat de heer Wegter opmerkte. Dat ik graag in ieder geval het laatste punt van de agenda nog even aan de orde wil stellen, wil bespreken. Maar u gaat nu alle punten toch even na, begrijp ik. De voorzitter: Ik wil even proberen het kort te houden en wel alle punten even aanroeren. De heer Van Midden: Dat had ik begrepen, dus vandaar. Dan heb ik niks meer te … De voorzitter: En u mag zeggen over 5.3. De heer Van Midden: Oh, dat had ik al gezegd. Geen opmerkingen over. Prima zo. De voorzitter: Goed. De heer Wegter. De heer Wegter: Geen opmerkingen. De voorzitter: Heer Vos. De heer Vos: Een vraag naar aanleiding van 5.3, hè? De voorzitter: Ja. De heer Vos: Nee, heb ik geen opmerkingen. De heer Van den Berg: Ook het CDA heeft geen opmerkingen, voorzitter. De voorzitter: Heer Calis, er is één vraag.
De heer Calis: Ja, de suggestie van Liberaal Laren, van mijnheer De Jong, om dit besluit uit te stellen. Zodat een volgend college en de volgende raad zich erover kunnen buigen. Naar mijn zeer oprechte mening bevat dit voorstel geen enkele politieke of strategische keuze. Is het puur een technische update. En kan het uitstekend door de huidige raad en college vastgesteld worden. De voorzitter: Goed, dan zullen we het doorleiden naar de raad als hamerstuk. 5.4 Aanpassen verordening sociaal domein Laren 2018 (onderdeel Wmo) en intrekken verordening Wet inburgering 2010 De voorzitter: Volgende onderwerp: aanpassen verordening sociaal domein Laren 2018. De heer Den Dunnen, wilt u dat nog …?
Pagina 43 van 51
De heer Den Dunnen: Ja, het betreft puur een technische aanpassing naar aanleiding van een besluitvorming die we hier gehad hebben. De voorzitter: Heer Jacobse? Heer Vos? De heer Vos: Ja, ik denk dat ik ruzie krijg met mevrouw Niekus. Maar zoudt u mij in hele simpele bewoordingen kunnen vertellen wat dan die aanpassing is? Want ik kom de inburgering tegen. Dan denk ik ineens aan hele andere dingen. Zoudt u een poging willen wagen, mijnheer Den Dunnen? De heer Den Dunnen: Ik kan het heel kort doen, mijnheer de voorzitter. Wij hebben de RTC-regeling. Dat was voor chronisch zieken en gehandicapten. Die regeling hebben we besloten af te schaffen. En daarvoor bijzondere bijstand in de plaats te brengen. En het leerlingenvervoer gaan we over van zoneregeling naar kilometerregeling. Dat is toen besloten in de raad. En dit zijn de aanpassingen, technisch, in de verordening. Voor wat betreft de inburgering. Er is een nieuwe Wet inburgering. Die is op 1 januari van kracht gegaan. En de oude wet is vervallen. Dus moeten we ook een nieuwe verordening maken. De heer Vos: En nog een vervolgvraag stellen, mijnheer de voorzitter? De voorzitter: Ja, mag.
De heer Vos: Heeft dat verstrekkende consequenties voor de mensen die daar gebruik van maken? Of is het met name gewoon meer een rekenkundige exercitie? De heer Den Dunnen: Voor het leerlingenvervoer heeft het geen enkel gevolg voor wat betreft de ouders en de rechten en plichten die ze hebben. En voor wat betreft de Wet inburgering, daar hebben wij een uitvoeringsbesluit voorgenomen. En dat heb ik aan het begin van de avond gezegd. Dat uitvoeringsbesluit krijgt u binnenkort met een raadsinformatiebrief naar u toe. Maar de ouwe verordening moet worden ingetrokken en daar komt een nieuwe voor in de plaats. De heer Vos: Dank u wel. De voorzitter: Naar aanleiding, heer Den Dunnen, u zegt leerlingenvervoer. Maar dat is toch de volgende raadsvoorstel? De heer Den Dunnen: Ja, dat is de volgende. De voorzitter: Ja? Oké. De heer Van den Berg? De heer Van den Berg: Nee, wederom, voorzitter. Dank aan de wethouder voor de toelichting. De voorzitter: Oké. Dit kan dus ook naar de raad als hamerstuk? Er zijn geen …? Gaat uw gang. Mevrouw Niekus: Dank u, mijnheer de wethouder, voor de toelichting. Ik heb drie korte vragen. En ik wil 5.4 en 5.5 wil ik aan mekaar plakken. Ik wil bij de Wmo wil ik vragen: de personen met een gebonden budget die gaan mee met rolstoel of een taxi.
Ik wil u vragen wat de begeleider van zo’n persoon, gaat die dan ook mee onder het persoonsgebonden budget? Of moet die dat zelf regelen? Of gaat die met de auto er achteraan? Dan heb ik bij het leerlingenvervoer, heb ik gezien dat de adviesraad -en ik wil dat allemaal overnemen van de adviesraad- er zouden antwoorden komen op de vragen van de adviesraad. Zijn die inmiddels ontvangen door Pagina 44 van 51
de adviesraad? Want dat kan ik hier niet in terug vinden. En dan nog even de afstand van school naar huis. Dat mag niet meer zijn dan zes kilometer. Dat houdt dus in dat de HBEL dan als een gemeente gezien wordt. En als er een co-ouderschap is en de vader woont bijvoorbeeld in Laren en de moeder woont in Huizen, dan moet dat apart aangevraagd worden in de gemeente zelf waar de persoon woont. En moet dat dan weer apart in Laren en in Huizen, als je toch eigenlijk dit als één gemeente ziet? Dat zijn de drie vragen. Dank u wel. De voorzitter: De heer De Jong, ik was u vergeten net. Sorry. De heer De Jong: Prima zo. De voorzitter: Oké. Mijnheer Wegter, heeft u over deze twee aanpas… Goed. De heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Ja, bij de Wmo. De begeleider die gaat op hetzelfde pgb mee. En hoeft daar niet afzonderlijk voor te betalen. De antwoorden van de adviesraad dat moet ik opzoeken voor u. Voor wat betreft van school naar huis en ook aparte aanvragen, heeft binnen de BEL, wordt alles afgewikkeld in het leerlingenvervoer zoals dat … De aanvraag kunt u gewoon in de gemeente doen waar u gehuisvest bent en waar het kind eventueel gehuisvest is. Die zal ongetwijfeld een adres hebben bij de vader of bij de moeder. En in die gemeente vraagt u het leerlingenvervoer aan. Mevrouw Niekus:: Ja, dat klopt denk ik inderdaad.
Maar als de kilometerafstanden van zes kilometer, dat is Huizen en Laren, hoever ligt dat uit elkaar? Want dat houden ze dan bij, toch, zes kilometer? Want als je er overheen gaat, woon je in Bussum en in Laren. En dan moet je in Bussum aanvragen en in Laren. Maar hier moet je dan in Huizen en Laren aanvragen, ook. Of is het één gemeente nog? De heer Den Dunnen: Het hangt er vanaf waar de officiële woonplaats van het kind is. En in die gemeente vraagt u het leerlingenvervoer aan. En zoals de regeling er nu is, voor alle mensen die dus nú leerlingenvervoer hebben, wijzigt met deze regeling niets. De voorzitter: Dank u wel voor deze toelichting. 5.5 Aanpassing verordening Sociaal Domein Laren 2018, onderdeel leerlingenvervoer De voorzitter: Ook dit 5.4 en 5 zijn dus hamerstukken in de raad. Zullen we doorverwijzen. 4 5.6 Financiële beleidsdocumenten De voorzitter: 5.6 Financiële beleidsdocumenten. Mijnheer Calis? De heer Calis: Ja, dit gaat over twee zaken, mijnheer de voorzitter. De ene is Verordening risicomanagement en weerstandsvermogen. En de tweede is het verlengen van het Treasurystatuut. En als we kijken naar de regels rond risicomanagement en weerstandsvermogen, dan worden daar wat aanpassingen gevraagd en voorgesteld. Maar die zullen geen materiële effecten hebben op de risico’s zoals de gemeente Laren die heeft geïdentificeerd, noch op het weerstandsvermogen.
En het Treasurystatuut is een verlenging om in de loop van 2022 beter de vereiste gevolgen en de manier van organiseren te kunnen inschatten. Om dat dan per 2023 opnieuw in te stellen. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Jong.
Pagina 45 van 51
De heer De Jong: Dat gaat over het weerstandsvermogen. De wethouder zei zo-even dat dat nu allemaal goed loopt. Wat ik zag, en wat nu hier in dit artikel staat, is dat het verschil tussen stille reserves en boekwaarde, die mogen niet meegenomen worden als beschikbaar weerstandsvermogen. Dit mag alleen als er verkocht gaat worden. Dan mag je die op die panden meenemen. De gemeente Laren doet dit dus niet. Wij zetten ieder jaar 12,4 miljoen te veel aan weerstandsvermogen in de jaarrekening. Vandaar ook dat de provincie hiermee komt, neem ik aan. Dus ik wil de wethouder verzoeken om met de volgende jaarrekening het weerstandsvermogen goed te laten berekenen. En niet meer een deel van de stille reserves boven de boekwaarde, dat dat niet meer meegenomen wordt. Want dat gebeurt nu al jaren, is altijd gebeurd. Maar de provincie scherpt zijn beoordeling aan. Vandaar dat ze hiermee komen. Omdat waarschijnlijk ook meer gemeenten dit doen. Er staat ook in het stuk dat stijging van de rente een risico is. En dat moet worden ingeschat. Mijn verzoek is ook om dat ook gelijk al in de komende jaarrekening te gaan doen. Want ook die risico’s worden mogelijk groter. En dan is het goed als wij als raad weten welke risico’s er in onze jaarrekening zitten op basis van de rentecomponent. De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Ik heb geen vragen over de analyse. Dank u wel.
Ik zit even te denken over wat mijnheer De Jong opmerkte. Het klopt inderdaad wat hij zegt over het opnemen van stille reserves, het weerstandsvermogen. Maar volgens mij is tussen de geleerden daar nog wel een discussie over of dat mag. En natuurlijk is het voor ons handig. Want dat betekent dat je algemene reserve in feite minder hoeft te zijn, bij solvabiliteit meerekenen. Maar ik weet niet of het nou zo absoluut is zoals de heer De Jong het stelt. Maar het kan natuurlijk wel zijn dat vanuit de provincie die eis gesteld wordt. En daar moeten we dan aan voldoen. Voor de rest heb ik geen vragen over het stuk. De voorzitter: De heer Jacobse. De heer Vos. De heer Vos: Ja, ik heb één vraag. En dat gaat met name over het financieel beleidsdocumentbijlage. Er is één ding wat mij verrast heeft. En met name in paragraaf 1.2 daar wordt een en ander bepaald, waar we het over hebben. En de heer De Jong had het al over de weerstandscapaciteit. En er wordt gesproken over risico’s. En dat natuurlijk dat hele document erover gaat. En dan lees ik even hier: een risico is kans op optreden van een positieve dan wel een negatieve gebeurtenis. Ik heb altijd begrepen dat een risico per definitie negatief moet zijn. Is dat dan gemeentelijk zo vastgelegd, of zo? Want volgens mij is een positieve verandering, is een kans. Maar misschien hoort het in het jargon van gemeentelijke risicoduiding.
Ik weet dat u mij niet graag iets uitlegt. Maar misschien zoudt u tóch nog één poging willen wagen, mijnheer de wethouder? De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Eigenlijk meer een beetje een verduidelijkende vraag aan de wethouder. In 2009 was er een Treasurystatuut. Dat is in 2014 … En opeens dacht ik van: ja, wanneer heb ik hem voorbij zien komen? Dat was in de toenmalige eerste raadsperiode weer. Zit er een termijn aan? Of is het handig, vraag ik aan de wethouder, om te zeggen van: nu gaan we dit als oude raad nog even doen. En in dit najaar moet de nieuwe raad het herzien, zoals u dat zegt. Om daar veel korter op te gaan zitten door bijvoorbeeld dat een keer in de twee jaar, zodat het iedere keer ook in raadsperiode middenin terugkomt om te herzien. Of … ik zie hem al schudden. Of dat er redenen zijn om dat veel langjariger te houden, zoals het nu is. Ik zie nu een hink-stapsprong van 2009-2014-2021, 22 inmiddels. Daar gaat mijn vraag over, waarom dat nu moet. Zodat de nieuwe wethouder/toekomstige portefeuillehouder financiën zeg maar op het goede spoor gezet wordt.
Pagina 46 van 51
De voorzitter: Mijnheer Calis. De heer Calis: Treasury is een vak apart. Is cashflowmanagement. En het Treasurystatuut schrijft voor waaraan voldaan moet worden, hoe je in het werk moet gaan. En ja, als je dat goed hebt opgesteld, dan kan je daar een hele tijd mee vooruit. Behalve als het Rijk bijvoorbeeld andere bepalingen invoert over overheidsbankieren, beleggingen, dat soort zaken. Dan zou je dat aan moeten passen. Maar het Treasurystatuut dat zou eigenlijk voor langere tijd moeten gelden. Dus alleen externe oorzaken kunnen aanleiding zijn om dat te herzien. Dan de vraag van de heer Vos. Ja, als je kijkt in onze jaarrekening en in de begroting, dan wordt er uitgebreid stilgestaan bij risico’s. En ik moet zeggen dat ik daar in die lijst ook nog geen risico van positieve gebeurtenissen heb gezien. Wat er gebeurd is, er wordt een risico ingeschat op basis van het bedrag wat ten nadele zou kunnen komen van de gemeente. En dat wordt gewogen met een percentage. Met name van wat wordt geacht dat het de kans van optreden van dit risico is. Dat wordt allemaal opgeteld en dan komen we tot het bepaalde risico voor de gemeente. Voor Laren telt dat nu op tot twee - twee en een half miljoen. De opmerking van de heer De Jong dat hij zegt: ja, de overwaarde van de boekwaarde mag niet meegenomen worden. Daar ga ik in elk geval wel naar kijken. Het lijkt me niet redelijk.
Want het gaat erom dat het weerstandsvermogen is de som van de algemene reserve plus de stille reserves die binnen een jaar liquide gemaakt kunnen worden. En dan zou ik wel eens willen weten, als je kijkt van “Hoe moet je risico’s opvangen?“ en je verkoopt dan een stille reserve, waarom ik dan die opbrengst maar voor de helft mee zou mogen nemen in dat weerstandsvermogen. Het totale vermogen van Laren is ongeveer nu vier - vijf miljoen in de algemene reserve. Elf en een half à twaalf in liquide reserves die dus liquide binnen een jaar gemaakt kunnen worden. En daar komt nog bij zeven miljoen voor langere termijn. Dus een totaal van 22 miljoen.. Als we kijken naar de vastgestelde weerstandsvermogen, is dat dus die elf miljoen -vier plus zeven van de stille reserves- elf miljoen gedeeld door twee. En dat is ruim vijf. Terwijl u in dit stuk kan lezen dat de aanbeveling is om ten minste een weerstandsvermogen van twee te hebben. Dus wat dat betreft denk ik, ook als we dat -ik ga dat nog nakijken- maar als we dat corrigeren, dan denk ik dat we nog steeds ruim aan de norm voldoen. Dank u wel. De voorzitter: De heer De Jong. De heer De Jong: Het lijkt me verstandig dat de wethouder toch nog even heel goed hier naar kijkt. Want het zou niet prettig zijn als de provincie na de jaarrekening vertelt dat het niet goed meegenomen is.
Dus het lijkt me heel verstandig om hier nog even heel goed naar te kijken. De voorzitter: Dit stuk kan volgens mij ook tot een hamerstuk volgende week. Geen dingen? Dan kan dit ook als hamerstuk. 5.7 Zienswijze Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s De voorzitter: Dan komen we bij het laatste stuk. De Zienswijze Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s. De heer Mol, heeft u nog een toelichting? U vindt ze zo duidelijk dat …? De heer Van den Berg, mag ik bij u beginnen? De heer Van den Berg: Ja, dat mag. Ja, het enige wat ik me eigenlijk afvroeg, in het kader van alles op afstand regio, gemeenschappelijke regelingen, veiligheid- kan de portefeuillehouder daar eens even puntig toelichten waarom het in een aparte stichting gegoten moet worden? Ik kan natuurlijk lezen wie er in die stichting gaan zitten. Maar wat nu precies, of dat landelijk overal gebeurt, ook weer iets is omdat de wet ingewikkeld wordt?
Pagina 47 van 51
Ik zie iets over verharding van de verzekeringen, et cetera. Kan de portefeuillehouder daar nog even op ingaan, voorzitter? De voorzitter: De heer Vos. De heer Vos: Nee, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Larens Behoud? D66? De heer Van Midden. De heer Van Midden: Ja, dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik kan me eerlijk gezegd vinden in de zienswijze. Waarbij met name gevraagd wordt van: joh, geef ook inzicht in de financiële consequenties van de besluitvorming. En ik denk dat dit inderdaad een heel belangrijk punt in dit verhaal is. Want ik vraag me af, als ik dit stuk lees, wat nou eindelijk de ambities van het expertisebureau … Want er wordt gesproken over het inkopen en afhandelen van ongevallenverzekeringen. Nou, dat is vrij overzichtelijk. En dat zijn verzekeringen die makkelijk in te kopen zijn en te begrijpen zijn. Op momenten dat je de producten uitbreidt met aansprakelijkheidsverzekeringen, kom je in een hele complexe markt terecht. En dat wordt dan inderdaad de harde markt genoemd, doordat aansprakelijkheidsrisico’s over het algemeen heel moeilijk onder te brengen zijn. Het vereist in ieder geval een hele goede marktexpertise en ook hele goeie rekenexpertise.
En zeker als ik lees dat er ook overwogen wordt om dat deel wat uiteindelijk niet te verzekeren is om dat via een onderlinge waarborgmaatschappij te gaan dekken -waarbij dus de gemeenten gezamenlijk het risico gaan dragen in een waarborgmaatschappij- ja, dan vraag ik me af wat uiteindelijk de bedoeling is. En met name ook vanuit het oogpunt op het moment dat je zo’n expertisebureau in gaat richten: waar ga je die expertise ook vandaan halen? Want in beginsel is dit hele schaarse expertise. Die zit bij hele grote makelaars, die ook een keer heel zwaar betaald worden. Dus ik vraag me af, heel kort, wat die ambitie nou is. En hoe ik dat verder moet zien in de volgende stappen. Het belangrijkste wat ik eigenlijk wil zeggen, is dat we … Gaan we nu akkoord met de zienswijze? Maar ik denk dat we bij alle volgende stappen weer even terug moeten naar de raad, of naar de commissie, van wat die stappen nou inhouden en verdere besluitvorming. Omdat ik toch wel een aantal -we hebben het net over risicomanagement gehad- toch wel in termen van risicomanagement een aantal risico’s zie. Waar we denk ik toch kórt op moeten zitten. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Jong. De heer De Jong: Ik begrijp het stuk. De maatschappij verhardt. Er gebeuren dingen waardoor er de nodige ongevallen en zaken zijn, wat tot forse uitkeringen leidt.
En dat verzekeraars er huiveriger worden. Maar ja, we hebben toch moeite als de overheid en de gemeenten als verzekeraar wordt. En dan twee stichtingen gaan oprichten, expertisebureau, er zal fors geld apart moeten gaan worden voor deze aansprakelijkheid. Ja, zou je toch niet nog eens even moeten overdenken voordat je dat allemaal gaat doen en uiteindelijk zelf gaat doen. Want het is geen kernbusiness van de overheid. En ik zou haast zeggen: als het in Nederland niet is, haal het elders. Maar zorg in ieder geval niet dat je dat helemaal naar je toe gaat trekken, met alle risico’s van dien. De voorzitter: Mijnheer Mol, wilt u hier nog op reageren? De heer Mol: Zeker, voorzitter. Een inbreng van mij eerder deze avond heeft de connotatie ‘tranentrekkend’ gekregen. Dus het geeft mijn zelfvertrouwen een waanzinnig grote oppepper dat de commissie ervan uitgaat dat ik zomaar de antwoorden voor deze technische vragen allemaal in mijn binnenzak heb. Dat heb ik niet. Maar ik ga wel proberen ze zo goed mogelijk te beantwoorden. En om u even mee te nemen wat hier precies staat. Dit is een voorstel voortkomend uit het Veiligheidsberaad, het landelijk Veiligheidsberaad. En het Pagina 48 van 51
landelijk Veiligheidsberaad, dus dat elke donderdag bij elkaar komt om met alle voorzitters van de veiligheidsregio’s de coronastrategie te bespreken, heeft ook met elkaar besloten -geconstateerd dat de huidige ongevallenverzekering voor medewerkers bij de veiligheidsregio onvoldoende dekkend is om hen gerust te stellen dat hun risico’s voldoende dekkend zijn- om daar een eigen regeling voor te treffen. En ik had al het vermoeden dat er een paar vragen zouden komen. Dus ik heb even nagevraagd: hoe zit het nou precies met de financiële risico’s? En onze eigen veiligheidsregio heeft mij laten weten dat de instandhouding van deze stichting per veiligheidsregio een bijdrage kost van 22.500 euro, inclusief btw, per jaar. En de verwachting is dat deze kosten door de voordelen van de collectieve landelijke inkoop van de ongevallenverzekering en de makelaarsfunctie op termijn kunnen worden terugverdiend. En de verantwoording van deze kosten gaan we jaarlijks opnemen in de jaarrekening. Betekent dat als alle veiligheidsregio’s meedoen -en verwachting is dat dat het geval is- dat dat dan ongeveer onze kosten kunnen zijn. En ik ga er vanuit dat als het Veiligheidsberaad dit aan de veiligheidsregio voorstelt, op nationaal niveau, dat dat voldoende degelijk is uitgezocht.
En dat het een spannende markt is die van de verzekeringen, zeker die van de ongevallenverzekering, daar sluit ik mij meteen ook aan bij de heer Van Midden. Dus als u wenst dat wij daar nog een kritische vraag voor opnemen in de zienswijze, dan sta ik daar volledig achter. Maar ik moet wel zeggen: het is zo’n technische vraag, ik zou willen voorstellen dat u schriftelijk de toevoeging op die zienswijze ons doet toekomen. Dan laten we die daar onderdeel van uitmaken. En dan zorgen we ervoor dat die volgende week onderdeel is van de besluitvorming in de raad. En als we het helemaal goed doen, kan het dan misschien een hamerstuk zijn. Als u die van tevoren hebt gezien. Ik kijk nog even snel of ik de andere vragen heb beantwoord. Ja, de fractie van Liberaal Laren vraagt: is het nou verstandig als de gemeente als verzekeraar optreedt? Soms kan dat. Als het zo specifiek optreedt dat we daar zelf in een stichting voorzien. U vroeg: als het niet in Nederland beschikbaar is, kunnen we dat niet elders halen? Ik ga ervan uit dat u daarmee internationaal bedoelt. Ja, geen idee. Ik weet niet of dat nou zo verstandig is. Het CDA heeft gevraagd: waarom zo geregeld? Ik hoop dat ik dat voldoende heb toegelicht. Het is een voorstel van ons eigen Veiligheidsberaad, om dit zo specifiek te organiseren. Voorzitter, dank. De voorzitter: Dank u wel voor uw toelichting.
De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, mag ik nog heel even kort ingaan. De voorzitter: Ja. De heer Van Midden: Ik zal het inderdaad op schrift zetten. Mijn verhaal was juist dat de ongevallenverzekering een hele overzichtelijke verzekering is. Zelfde als inkoop van reisverzekeringen en dat soort dingen. Maar de uitbreidingen, zoals ik nu het lees, naar de aansprakelijkheidsverzekeringen en de aansprakelijkheidsmarkt, dat is een enorm risico. Dat is een complexe markt, met ook grote financiële risico’s op het moment dat je het gedeeltelijk kan verzekeren en gedeeltelijk zelf het risico gaat dragen. Dus dat is mijn verhaal. En ik zou zeggen: de zienswijze, zoals die nu is -die richt zich op de ongevallenverzekeringen- die is oké. En mijn pleidooi is eigenlijk dat bij volgende stappen -dus als je de verzekering gaat uitbreiden met onder andere aansprakelijkheidsverzekeringen- dat we dan weer even de voorstellen laten terugkomen, om daar eens goed naar te kijken. En daar expliciet ook iets over te zeggen. Maar ik wil het met alle liefde ook even kort op papier zetten. De heer Mol: Ik denk dat het heel verstandig is. Ook omdat dit echt gewoon een landelijke regeling is, waar we nu instappen. En ik niet voorzie dat het nog heel vaak hier gaat terugkeren. Want wij stappen hier collectief als veiligheidsregio in. En dan hebben we dit als veiligheidsregio ook zo geregeld.
Dus ik denk dat we aan de
Pagina 49 van 51
voorkant even scherp moeten zijn. Met name om onze eigen veiligheidsregio er scherp op te maken. Ik zie niet 1-2-3 dat wij hier nog losse voorstellen over terug gaan krijgen hier. De heer Van Midden: Nou, dan probeer ik even een verhaal op papier te zetten in het weekend. De heer Mol: Dank u. De heer Van Midden: Graag gedaan. De voorzitter: Dank u wel, de heer Van Midden. We zullen dit doorleiden naar de raad. Als er een stuk brief bijkomt, is het een bespreekpunt. En dan niet als hamerstuk. 6.
Rondvraag De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende punt, de rondvraag. De heer Wegter? De heer Wegter: Dank u. De voorzitter: Mevrouw Niekus? De heer Van Midden? De heer De Jong? De heer De Jong: Ja, voorzitter, een rondvraag. En vooral ook omdat de wethouder Sociaal domein er zit en ook de wethouder Financiën. We lopen ertegen aan dat steeds meer mensen langer thuis blijven wonen. Ook als je minder goed bent. En dan kun je in de mantelzorg terechtkomen. En de vraag, kort door de bocht, is van: of er een beeld is, of kan geschetst worden -en dat kan schriftelijk, hoor. Dat hoeft niet nu.- hoeveel mantelzorgwoningen wij in Laren in de afgelopen jaren -laten we even gemakshalve zeggen in de huidige collegeperiode- hoeveel aanvragen daarvoor zijn. En ook hoe wij daar als gemeente mee omgaan, met die aanvragen voor mantelzorgwoningen. En tegelijkertijd -en dat is misschien de vraag meer richting financiën, voorzitter- welk vergunningenstelsel/legesstelsel zit er aan zo’n tijdelijke voorziening van een mantelzorgwoning, mantelzorgunit? Die twee vragen heb ik eigenlijk aan het college. De voorzitter: Dank u wel. Heer Vos? De heer Vos: Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Jacobse? De heer Jacobse: Nee, dank u.