20211222Rvs81 Besluit op bezwaar geheimhouding grondexploitatie 2020 + risicoanalyse Crailo en brief van de GEM Crailo BIJLAGE advies cie bezwaarschr
Tekst van het document
Postbus 71 3755 ZH Eemnes
Eemnesserweg 19 1251 NA Laren Tel.: 035-751 3444 Fax: 035-751 3101 info@laren.nl www.laren.nl
ADVIES COMMISSIE VOOR DE BEZWAARSCHRIFTEN Zaaknummer: Datum: Aan: Onderwerp:
Bezwaarde:
Z21003341 5 november 2021 de raad van de gemeente Laren bezwaar tegen het besluit d.d. 30 juni 2021 van de raad van Laren tot afwijzing van een verzoek om opheffing van geheimhouding betreffende grondexploitatie 2020 en risicoanalyse Crailo te Laren De Stichting Natuur en Landschap het Gooi, vertegenwoordigd door mevrouw C. Bosmann (voorzitter van de stichting) en de heer mr. drs. P.B.Ph.M. Bogaers (secretaris, vicevoorzitter van de stichting)
Procedure Bij brief van 15 juni 2021 heeft de Stichting Natuur en Landschap het Gooi (hierna: SNLG) aan de gemeente Laren, het college van burgemeester en wethouders, dan wel de raad, verzocht om opheffing van de geheimhouding en om alle stukken betreffende de grondexploitatie 2020 en risicoanalyse Crailo en de brief van de GEM Crailo van 14 mei 2020, alsmede het verslag van de vergadering van het college van 26 mei 2020 toe te zenden. Het verzoek is behandeld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 29 juni 2021 en is voorgelegd aan de raad. De raad heeft in de vergadering van 30 juni 2021 besloten om de geheimhouding van de grondexploitatie 2020 en risicoanalyse Crailo en de brief van de GEM Crailo d.d. 14 mei 2020 in stand te laten en het verzoek om opheffing van de op deze stukken berustende geheimhouding af te wijzen. Het besluit van de raad is aan de SNLG bij brief, gedateerd op 1 juli 2021, verzonden op 6 juli 2021 (hierna: bestreden besluit). Bij brief van 13 juli 2021 is door de SNLG, vertegenwoordigd door mevrouw C. Bosmann (voorzitter) en de heer mr. drs. P.B.Ph.M. Bogaers (secretaris, vicevoorzitter, hierna: gemachtigde) bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. Bij brief van 16 juli 2021 is een aanvulling op het bezwaarschrift ingediend. Het bezwaarschrift is in handen van de commissie voor de bezwaarschriften gesteld voor advies.
Op 1 september 2021 is een verweerschrift namens de raad ingediend. Partijen zijn uitgenodigd voor een op 30 september 2021 gehouden hoorzitting, waarbij zij in de gelegenheid zijn gesteld te worden gehoord door de commissie. Verwezen wordt naar het hiervan opgemaakte verslag. Ontvankelijkheid Verzocht is om opheffing van geheimhouding en om openbaarmaking van documenten waarvan geheimhouding is opgelegd op grond van artikel 25 van de Gemeentewet. Volgens de thans geldende jurisprudentie moet een verzoek om openbaarmaking van documenten waarvan geheimhouding is opgelegd worden opgevat als een verzoek om opheffing van die geheimhouding, en wordt de verzoeker aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 23 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3140. Het is de commissie ook overigens niet gebleken van feiten of omstandigheden die zich tegen de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift verzetten.
Bezwaren Namens de SNLG zijn - verkort weergegeven - de volgende bezwaren aangevoerd. o Al hetgeen in de bestemmingsplanprocedure naar voren is gebracht dient als volledig ingelast te worden beschouwd in het bezwaarschrift. Op pagina 1 tot en met pagina 18 van het bezwaarschrift zijn 7 kaders opgenomen die dienen als context van het bezwaarschrift. De SNLG wenst informatie over de bodemvervuilingen en de saneringssituatie in het plangebied Buurtschap Crailo. o In het bestreden besluit is vermeld dat de stukken waarop de geheimhouding rust voornamelijk economische en financiële informatie bevatten. Met de toevoeging “voornamelijk” wordt aangegeven dat economische en financiële informatie niet interessant zou zijn, omdat er verder nagenoeg geen andere aanvullende of toelichtende informatie zou zijn. De SNLG wenst dat zelf te beoordelen. o Het argument dat marktpartijen met kennis van de informatie bijvoorbeeld strategisch gaan inschrijven op aanbestedingen is van commerciële aard. De SNLG begrijpt dat anders het hele project in duigen valt, want wanneer partijen weet hebben hoe de feitelijke saneringssituatie per project ligt, zullen zij weigeren het volle pond te betalen voor grond die vervuild blijkt te zijn, maar waarover de overheid de marktpartijen niet heeft ingelicht.
Dit kan juist grote schade veroorzaken, wanneer partijen na het ontdekte verzwijgen de gemeente zullen bestoken met financiële claims. o Artikel 25, tweede lid, van de Gemeentewet geeft geen enkel materieel criterium aan het college en evenmin aan de raad om tot geheimhouding in deze zaak te besluiten. o Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) geeft ook geen enkel materieel criterium om tot geheimhouding te besluiten, maar geeft in het tweede lid, onder b en g, algemene criteria wanneer het verstrekken van informatie de economische of financiële belangen van de gemeente kan schaden, dan wel het voorkomen van bevoordeling of benadeling van de betrokken natuurlijke of rechtspersonen dan wel derden. o Het gaat hier echter om de prijs van de grond en de grondexploitatie. De contractsvrijheid wordt gedwarsboomd door de marktpartij feitelijke informatie te onthouden, terwijl de saneringskosten over elke marktpartij worden uitgesmeerd. o Het besluit is in strijd met artikel 37 (Milieubescherming) van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. o Als een gemeente op deze manier gebruik maakt van een bevoegdheid tot geheimhouding, wordt het ergste gevreesd voor het optreden van de overheid op andere beleidsterreinen. o Het besluit is in strijd met de behoorlijkheidsnormen die de Nationale Ombudsman heeft opgesteld.
o Door de brief niet direct op 1 juli 2021 te verzenden, is fundamentele informatie aan de SNLG onthouden en waren de debatten van de drie gemeenten op 6 en/of 7 juli 2021 spookdebatten. In het verzoek van 15 juni 2021 is verzocht om tijdige toezending van de geheime stukken vóór de raadsvergadering van de gemeente Laren. o Gesteld wordt dat de raad in de vergadering van 30 juni 2021 geen besluit heeft genomen. Onder het punt 7 “Bekrachtiging geheimhouding” is tijdens de vergadering door de burgemeester gezegd dat er geen onderwerpen voor dit agendapunt zijn aangebracht. De burgemeester wilde het punt niet bespreken. Wettelijk kader Het wettelijk kader bestaat uit de Awb, de Gemeentewet en de Wob. Verwezen wordt naar de bijlage wettelijk kader bij dit advies. Inhoudelijke overwegingen De commissie overweegt met betrekking tot het bestreden besluit en de hiertegen ingediende bezwaren het volgende. De commissie stelt voorop dat het gaat om een verzoek om openbaarmaking van stukken waarvan geheimhouding is opgelegd en om de opheffing van de geheimhouding en niet om een Wob-verzoek. In de e-mail van 21 juni 2021 van de behandelend ambtenaar is aan de SNLG bevestigd dat de SNLG telefonisch heeft aangegeven dat het verzoek niet is bedoeld als Wob-verzoek, maar als verzoek om opheffing van de geheimhouding die rust op de gevraagde stukken.
2
Bij besluit van 27 mei 2020 is door de raad de door het college opgelegde geheimhouding inzake de aan de raad overgelegde grondexploitatie 2020 en risicoanalyse Crailo en de brief alsmede het behandelde in de besloten vergadering over dit voorstel bekrachtigd. Dit besluit is thans onherroepelijk. Volgens vaste jurisprudentie dient bij een verzoek om opheffing van geheimhouding te worden getoetst aan artikel 10 van de Wob. Daarbij moet beoordeeld worden of de belangen krachtens artikel 10 van de Wob voortzetting van de geheimhouding rechtvaardigen, zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 4 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4084, AB 2020,54. Bij een verzoek om opheffing van de geheimhouding vindt, anders dan bij de Wob, een integrale toetsing plaats of de geheimhouding van de documenten kan worden opgeheven. De bepalingen van de Gemeentewet vormen een bijzondere wet ten opzichte van de Wob, zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 26 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:610, AB 2014,147. In het bestreden besluit is aangegeven dat er sinds de oplegging van de geheimhouding geen veranderde opstandigheden zijn en voorts dat het verzoek om opheffing van de geheimhouding is afgewezen op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b en g, van de Wob.
In het verweerschrift namens verweerders is uiteengezet dat het daadwerkelijk gaat om belangen van grondexploitatie en grondprijzen die in het kader van de onderhavige ontwikkeling niet openbaar gemaakt kunnen worden, Het gaat niet om het geheim houden van gegevens over bodemvervuiling. Ter zitting is op 30 september 2021 door verweerder aangegeven dat de grondexploitatie niet is uitgewerkt en dat er voor de gemeente grote financiële belangen op het spel staan. Ten aanzien van de bezwaren met betrekking tot de grondsanering verwijst verweerder naar de bestemmingsplanprocedure, waarin de grondsanering aan de orde is geweest. De commissie stelt vast dat de stukken waarvan de opheffing van geheimhouding is geweigerd financiële gegevens inzake de grondexploitatie van de gemeente bevatten en dat de grondexploitatie nog niet is uitgewerkt. Nu openbaarmaking van de documenten ertoe leidt dat dit voor eenieder openbaar is, kunnen derden bij openbaarmaking hun onderhandelingspositie bij verkoop van gronden ten opzichte van de gemeente op die gegevens afstemmen. Openbaarmaking van deze stukken kan de onderhandelingspositie van de gemeente zodanig beïnvloeden, dat haar economische of financiële belangen geschaad worden.
Volgens vaste jurisprudentie vormen deze omstandigheden voldoende redenen voor het oordeel dat belangen op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b en g, van de Wob aanwezig zijn om het verzoek om opheffing van de geheimhouding af te wijzen, zie onder meer bovengenoemde uitspraak van de Afdeling van 4 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4084, AB 2020,54. De commissie onderschrijft het standpunt van het college dat na afweging van alle belangen die van de gemeente zwaarder mochten wegen dan die van de SNLG. Bespreking agendapunt tijdens de raadsvergadering van 30 juni 2021 De SNLG voert aan dat het agendapunt niet juist is behandeld tijdens de raadvergadering van 30 juni 2021. De commissie stelt vast dat het door de SNLG genoemde agendapunt 7 een standaardagendapunt betreft inzake bekrachtiging van geheimhouding conform artikel 25, derde lid, van de Gemeentewet. Er was in de betreffende vergadering geen voorstel ingebracht om een geheimhoudingsbesluit te bekrachtigen. In casu gaat het om een verzoek om opheffing van een eerder opgelegde en bekrachtigde geheimhouding op grond van artikel 25, vierde lid, van de Gemeentewet. Het agendapunt is op juiste wijze behandeld onder voorstel 8.11 van de besluitenlijst. De commissie concludeert op grond van het voorgaande dat het bestreden besluit inzake de afwijzing van de opheffing van de geheimhouding op juiste gronden is genomen.
3
Advies De commissie adviseert om: o het bezwaarschrift ontvankelijk en ongegrond te verklaren; o het bestreden besluit in stand te laten. Vastgesteld op 5 november 2021, de commissie voor de bezwaarschriften, mede namens de voorzitter, mr. I. Lelieveld Secretaris commissie bezwaarschriften Dit advies is digitaal ondertekend door I. Lelieveld op 5 november 2021.
4
Bijlage wettelijk kader Algemene wet bestuursrecht Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen Titel 1.1. Definities en reikwijdte Artikel 1:2 1 Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. 2 Ten aanzien van bestuursorganen worden de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd. 3 Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen. Hoofdstuk 3. Algemene bepalingen over besluiten Afdeling 3.2. Zorgvuldigheid en belangenafweging Artikel 3:2 Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. Artikel 3:4 1 Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit. 2 De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Afdeling 3.7. Motivering Artikel 3:46 Een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering. Gemeentewet Titel II. De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur Hoofdstuk II.
De raad Artikel 25 1 De raad kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de raad worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de raad haar opheft.
2 Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.
3 De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien de oplegging niet door de raad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.
4 De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan leden van de raad overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan de raad is voorgelegd, totdat de raad haar opheft. De raad kan deze beslissing alleen
5
nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht. Wet openbaarheid van bestuur Hoofdstuk V. Uitzonderingsgronden en beperkingen Artikel 10 2 Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen: o a. de betrekkingen van Nederland met andere staten en met internationale organisaties; o b. de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen; o c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten; o d. inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen; o e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; o f. het belang, dat de geadresseerde erbij heeft als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie; o g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.
6