20211222 Transcript raad
Tekst van het document
En daarvoor zouden we dan groen, danwel rood licht moeten geven. Nou, dat past wel aardig bij kerstmis. Het zijn de goede kleuren. Voorzitter, ik heb u al aangegeven hoe wij daarover denken. Eén vraag nog die ik in de commissie heb gesteld aan de wethouder en daar wil ik graag een toezegging voor hebben. Ik heb in de commissie gevraagd: kunt u eens aangeven hoe dat juridisch zit wanneer deze woningen uitsluitend zouden worden toegewezen aan Laarders die woonruimte achterlaten. Ik hoef daar nu geen antwoord op, maar een toezegging zou het voor mij nog aardiger maken. Dank u wel.
De voorzitter: Dank de heer De Bondt. Het woord is aan de heer Vos. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Tijdens de commissie vond de heer Van Den Berg dat ik een beetje infantiele vraag gesteld had toen het ging over bomen of mensen. En ja, dat is niet zo infantiel. Dat is juist volgens mij waar het om gaat. Waar kies je voor, bomen of mensen? En volgens mij hebben mijn voorgangers, de twee voorgangers, dat zojuist hebben daar ook al één en ander over gezegd. Kijk, bomen zijn hartstikke belangrijk. Bomen zijn ook vreselijk onmisbaar. En we hebben ze ook vreselijk hard nodig. Maar uiteindelijk zijn de bomen er voor de mensen, en zijn de mensen er niet voor de bomen. Want als dat zo was, dan hadden we als gemeente wel een beetje beter gezorgd voor die zogenaamde Larense Kweek. Want opschot noemde mijnheer De Bondt het al. Er is een tijdje niks aan gedaan, en ja, dan gaat het onkruid zijn gang. En ja, natuurlijk, bomen zijn belangrijk en bomen zijn ook mooi en ze zijn ook leuk. Maar als je een keuze moet maken, dan moet je toch volgens mij nog eens heel goed kijken wat je dan wilt. Wat is dan belangrijker? En als we dan eventjes luisteren naar de argumenten die gebruikt zijn, dan zijn er toch wel een paar dingen die mij in het oog springen. Allereerst, hij werd ook al gememoreerd, er is een enorm gebrek aan locaties. We hebben niet zo gek veel plekken waar het nog zou kunnen.
En inderdaad, een beloofde lijst van acht locaties waar de hele tijd mee geschermd werd. Ik heb ze niet gehoord. Er is een enorm gebrek aan woningen. En dat geldt voor bepaalde doelgroepen in het bijzonder. Met name inderdaad voor ouderen, ook voor jongeren. En als we daar wat aan kunnen doen, en dan zijn het er maar zes. Dat zijn er toch maar weer zes. Dan maken we toch voor zes mensen maken we de problemen minder groot. En dat is toch wel denk ik heel erg belangrijk. Volgens mij willen we mensen happy maken, en niet aan het huilen krijgen. De beperkte waarde van het plekje, ja, weet je, je kan er van alles en nog wat van vinden. Je kan het weer helemaal in orde maken. Ik zou ervoor kiezen om dan maar huisjes neer te zetten. Ik heb dat tijdens de commissie gezegd: ik vond het een prachtig verhaal wat er gebeurd is in het stukje achter het Sint Jansgebouw. Waar een heel klein, miezerig stukje wat gedomineerd werd door bramen en brandnetels, en waar ook allerlei mensen riepen dat er sprake was van een woud, vergelijkbaar met het Corversbos, en wat echt onmiddellijk op de lijst van de Verenigde Naties moest komen. Dat dat verschrikkelijk beschermd moest worden want de konijntjes sprongen er metershoog in de lucht: geweldig. Daar staan nu huisjes, en ik kijk er met genoegen naar. En ik fiets er vaak langs.
En ik denk dat die mensen die daar wonen, dat die het erg naar hun zin hebben. En ik vind het razend knap hoe je op zo’n klein pisstukkie, excusez moi mijnheer de voorzitter, zo iets neer kunt zetten. En ik stel me iets soortgelijks voor op het plekje waarvan ik nu denk: ja, het is wel een strookie. En ik begrijp ook dat de omwonenden denken: jemig, ik keek eerst op bomen en nu gaan daar gelukkig mensen wonen. Ik heb liever opgeschoten bomen dan gelukkige mensen, wat ik een vreemde afweging vind hoor. Maar goed. We kiezen hier voor een principe-uitspraak. En daar wordt namelijk al aan gerefereerd. En volgens mij moeten we hier ook ons duidelijk realiseren dat we kiezen voor een kleinere portemonnee voor mensen die we moeten helpen. En appartementen van één mio plus, die zijn er genoeg te krijgen in het dorp. En daar doen een aantal mensen hier aan tafel hun uiterste best voor, om die keuze wat groter te maken. En dat is ze van harte gegund. Maar in dit geval zou ik toch een andere keuze willen maken. En de diaconie, het klinkt … Ik vind het een beetje een naar woord eerlijk gezegd. Het klinkt mij een beetje naar hulp waarvan je daarna met je hand … met je pet in de hand moet zeggen: dank u wel, mevrouw. Maar goed, in de moderne variant van de diaconie mag dat dan. Dus ik vind het heel mooi. En ja. Kijk. Het is niet zo moeilijk om in bezwaren je uit te putten.
Dat is helemaal geen kunst. Er werd al gesuggereerd door mijnheer Wegter: een ‘…’ ligt altijd op de loer. Er worden altijd een hele hoop argumenten genoemd waarom het niet zou kunnen. Dat is niet zo’n kunst. En ook … Er is een beetje hier wel de neiging ontstaan om misgunnen tot een deugd te verklaren. Ik zou gunnen eerder een deugd willen maken. Dat we mensen gunnen die het lastig hebben, die een woning nodig hebben. Dat we die een mooi, passend woninkje, want we hebben het niet over Paleis Soestdijk. Er werd gesuggereerd dat er een Vinex wijk zou verrijzen. Het gaat om piepkleine huisjes waar mensen volgens mij heel happy van worden. En
we kunnen ons enorm gaan verdiepen in allerlei bezwaren, procedureel, Raad van State, noem maar op. We halen de Verenigde Naties erbij wat mij betreft, onbehoorlijk bestuur. Maar volgens mij gaat het om één zaak en dat is volgens mij: willen we het mensen mogelijk maken om een beetje happy te worden. Daar wou ik het graag bij laten, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank, mijnheer Vos. Dat was de eerste termijn van de zijde van de raad. Ik heb slechts één vraag gehoord en de meeste fracties hebben hun standpunt eigenlijk al kenbaar gemaakt. Er was één vraag van de zijde van de VVD aan de wethouder. Ik neem aan dat de wethouder nog wel wil reageren. Maar ik heb ook nog wel even een vraag aan de wethouder, ook voor de mensen die thuis meeluisteren, misschien is het heel goed als u het nog wel even goed uitlegt hoe het vervolgproces eruit ziet. Wat we nou vanavond besluiten, hoe de vervolgstappen eruit zien en wie wanneer weer aan zet is. Wethouder Stam. De heer Stam: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Voor de luisteraars thuis: er ligt aan de orde iets wat helaas teveel in twijfel wordt gebracht. Is namelijk dat de raad, dat het college vanavond aan de raad voorstelt om kaders vast te stellen en daar een besluit over te nemen.
En het wordt … En wat we dan doen is datgene wat een raad denk ik ook wel, wat een college betaamt en wat een raad kan volgen: wij geven in dit geval geeft het college een voorzet om kaders vast te stellen. Dat zijn in het algemeen hoofdlijnen die de raad dan meegeeft aan het college om aan de slag te gaan. En daarmee verdwijnt de verantwoordelijkheid van de raad niet, maar is het aan het college om te zorgen dat er een behoorlijk plan komt. Wat inhoudt een behoorlijk bestemmingsplan, een plan wat in het algemeen aangeeft wat er moet gaan gebeuren, onderzoek wat er moet plaatsvinden, om vervolgens de raad en de commissies die daarover gaan nog alle gelegenheid te geven om daar hun zegje over te doen. In al of niet veranderde vorm. Dat is wat er in de komende maanden zal gaan gebeuren. Ik heb vorige keer al aangegeven dat dat vermoedelijk pas in mijn derde termijn zal plaatsvinden. Maar dat zal niet voor de verkiezingen plaatsvinden. Dan een reactie op datgene wat er gezegd is. Ik denk dat een aantal, zoals u zelf al aangeeft, een aantal fracties duidelijk hebben gemaakt wat ze ervan vinden. Ook ik ben het met, het zal u niet verbazen, met mijnheer De Bondt eens dat termen zoals mevrouw Timmerman gebruikte, als onbehoorlijk bestuur meer onbehoorlijk zijn te vinden dan ik daar op in wil gaan.
Ik vind het een onbehoorlijke manier om op deze manier processen te beschrijven die wij in de afgelopen maanden zorgvuldig hebben bewandeld. Er is uitgebreid overleg geweest met de Gooi en Om. Uitgebreid overleg met de diaconie. En er is ook meer dan voldoende gelegenheid gegeven en ook gelegenheid door het college genomen, om met betrokken partijen in de buurt tot afspraken te komen. Waarbij ik tegelijkertijd erbij zeg dat we het niet met diegene, met die buurt, die daar in de buurt woonden, het eens zijn geworden. Nou is dat … Dat is niet een verwonderlijk verschijnsel. Het komt wel vaker voor, wat zeg ik, het komt meestal voor. Maar we hebben wel degelijk zowel met de insprekers als met degenen die daar in de buurt wonen uitgebreid, via de diaconie in het algemeen maar ook door mij persoonlijk, overleg gevoerd. Als je kijkt naar participatie, wil ik nog wel even op ingaan, we hebben dat vanavond niet behandeld. Maar als je kijkt wat ook de Omgevingswet aangeeft, dan is aangewezen, en dat doen wij ook altijd, dat we tegen de initiatiefnemers zeggen: gaat u eens zelf praten met degenen die om u heen bij de ontwikkeling betrokken zijn, en kom terug met de opvatting daarover. Zo is het ook gegaan, en zo hoort het ook als je kijkt naar de lijnen die de Omgevingswet op het gebied van participatie uitzet.
Wat mij buitengewoon verbaast en ook stoort, is dat mijnheer Van Den Berg opnieuw probeert duidelijk te maken dat de grond al verworven zou zijn. Hij zegt dat niet rechtstreeks, maar hij suggereert het wel. En ik heb in de commissie uitdrukkelijk gezegd, en ik wil dat ook uitdrukkelijk vanavond nog eens stipuleren: er is noch door mij, noch door wie dan ook enige grondtransactie heeft plaatsgevonden. En er zijn ook geen afspraken over gemaakt. En elke suggestie die dat wel doet werp ik in ieder geval ver van mij af. Dan, mijnheer De Bondt vraagt, ik heb dat in de commissie ook aangegeven, ik zou het buitengewoon, als ik hem zo mag vertalen, ik zou het wel zeer op prijs stellen als bij de criteria van toewijzing rekening wordt
gehouden met het achterlaten van sociale woningen. Ik heb daarvan gezegd dat ik dat ook van harte steun en dat ik er op zal toezien dat dat criterium ook zal worden opgenomen in de criteria die gaan gelden bij de toewijzing van woningen. En dan lijkt me wanneer de heer Vos wijst op een project onder de bogen wat nog onder dit college tot stand is gekomen, ik wil er nog wel eens op wijzen dat zijn partij in deze raad die op geen enkel moment ooit voorstander van iets zijn geweest. We hebben grotere woningen ontwikkeld waar ze altijd op tegen waren. We hebben sociale woningen ontwikkeld waar ze altijd op tegen zijn geweest. We hebben midden huur en midden koop ontwikkeld waar ze altijd op tegen zijn geweest. Laat Liberaal Laren nou eens aan ons duidelijk maken wat ze echt willen. Want mij ontgaat dat totaal. En dit college is in ieder geval in staat gebleken, ook waar het gaat om sociale woningen, om zijn bijdrage te willen leveren aan het dorp. En dat doen we op deze manier ook nog een keer. Dank u wel. De voorzitter: Dank van de zijde van de beantwoording van de heer Stam. Wat wel goed is … Want er ontstond in de eerste termijn wat onduidelijkheid over: is dit nou een beslisvoorstel, of is dit … Stellen we hier kaders et cetera. Het is goed om te weten dat boven elk voorstel wat wij naar de raad sturen altijd beslisvoorstel staat, wat u ook besluit.
En als u een besluit neemt zo meteen, is dat wel uw verantwoordelijkheid en is het ook uw besluit geweest. Ik ga naar de tweede termijn. Ik begin bij de heer Loeff. De heer Loeff: Dank u, voorzitter. Volgens mij zijn heel veel argumenten gewisseld en ik wil daar niet heel veel verder op ingaan. Het enige wat mij … Er waren eigenlijk twee punten waar ik mij nog eventjes iets over wilde zeggen. Het eerste was dat arrest. Dat is een heel interessant arrest. Ik heb het ook bestudeerd. En niemand weet eigenlijk nog precies hoe het verder moet. Maar het is heel simpel: als je de samenvatting leest staat er heel duidelijk: ja, de gemeente moet andere gelijke kansen bieden. Nou, dat kan. En de gemeente stelt daarbij in dit geval voorwaarden. En de voorwaarde is dat er een sociaal project komt, voor armlastige inwoners van het dorp. Met sociale huurwoningen. Dus samenwerken in realisatie met een corporatie. Een stichting oprichten om vervolgens charitatief die woningen beschikbaar te stellen. Ik nodig iedereen uit om dat te doen. En of nou de diaconie uiteindelijk degene is die dat project verder trekt of een ander die veel geld heeft, dat zou een prima optie kunnen zijn als je het arrest zo zou willen uitleggen. Want gelijke monniken, gelijke kappen. Dit is een charitatieve kans en dat vergt dus dat er charitatieve uitnodigingen worden gedaan aan andere partijen.
En ik zou het wel heel erg leuk vinden als we dat arrest inderdaad zo gaan volgen, want als dan charitatieve partijen iets willen realiseren en we hebben nog een paar andere locaties, dan komen we echt stappen verder. Dus ik vind het interessant om het arrest nog eens een keer door te akkeren. We zijn hier allemaal kennelijk jurist. Leest u het nog eens een keer goed, zeg ik tegen de heer Van Den Berg en mevrouw Timmerman. En ik ben gaarne bereid om ook buiten de vergadering er nog een keer met u over van gedachten te wisselen. Dan hebben we het over zorgvuldigheid. Volgens mij is het inderdaad heel zorgvuldig gegaan. We hebben het over bomen gehad. Ja, het is opschot. Het zijn uitgegroeide kweekboompjes. Zo simpel is het. En het allerbelangrijkste staat bij ons vooraan. Namelijk dat we hier zorgen voor kaders, inderdaad van principe naar kaders. We beslissen daarover. Om dit uit te werken. En we denken dat er een heel mooi projectje kleinschalig kan worden gerealiseerd. De voorzitter: Dank, mijnheer Loeff. Het woord is aan de heer Van Den Berg. De heer Van Den Berg: Voorzitter, dank u wel. Ik kom op een paar opmerkingen terug. Om maar even bij de allerlaatste te beginnen dat we kennelijk allemaal jurist zijn: nou, dat pretendeer ik niet te zijn. Maar het is wel zo inderdaad dat Grondzaken Nederland diverse seminars aan ons gegeven wordt.
Zo heb ik er zelf ook al één bij mogen wonen. En wat daaruit blijkt is dat de wereld nog niet in beton is gegoten, maar je moet wel je zaakjes op orde hebben. En dat is nou juist wat hier niet helemaal het geval is. En daarover door discussiëren,
dat zal de komende jaren moeten blijken. Waar het hier om gaat is dat wij een deugdelijk besluit nemen. En daar heb ik de gemeente in de eerste termijn wat handvatten moeten geven dat je daar je vraagtekens bij kan zetten. Wat ik aardig vind, is dat wij volgens mij hier zonder last en ruggespraak zitten. Dus daar waar de D66fractie in veel mindere mate de VVD-fractie verwijst naar de christendemocratische titel en mogelijk mijn lidmaatschap van deze protestantste gemeente. Zou ik eigenlijk jullie op de middenstip willen leggen in de goede oude tijd, toen wij hier negen of tien zetels hadden, wat dan die fracties die nu in opkomst zijn gekomen daarvan gevonden hadden als wij goed gedaan hadden wat wij vinden dat goed is voor de kerk. En ik stel het maar even zo bout, omdat ik het eigenlijk, voorzitter, niet goed vind dat op die manier hier nu politiek wordt bedreven. Dat hebben wij de afgelopen jaren ook niet vanuit het CDA gedaan. We proberen hier op een ordentelijke manier te besturen en met elkaar mee te kijken, dus ik vind het ook, laat ik het maar afzwakken, flauw als die kaart gespeeld moet worden. Maar goed, dat dat kennelijk gedaan moet worden, dat is dan ook aan de inbrengers daarvan.
Ik heb ook eens in de historische kring al gelezen dat D66 voor is en onlangs in de krant, toen de kerststollen werden rondgebracht door een inwoner, werd het project ook nog even aangekondigd. Dus als ik dat lees denk ik: Oké, dat mag je vinden. Net zo goed als dat gezegd wordt dat binnen de VVD iemand afwijkend mag stemmen zou ik toch ook een afwijkend standpunt mogen innemen. Maar goed, wat voor het één geldt, geldt voor het ander kennelijk niet helemaal weg. En dan komen we toch nog op een aantal andere opmerkingen. Dan zegt de heer Vos nog infantiel. Dat woord heb ik zeker niet gebruikt. Ik heb wel iets volgens mij anders gebruikt. Maar dat had niet zozeer met infantiel te maken. Maar goed, dat is ook een woordspel waar we niet naartoe moeten. Het is duidelijk hoe de heer Vos … De voorzitter: Mijnheer Van Den Berg. Ik kan u iets heel geruststellends mededelen. Er is maar één CDA fractie en dat bent u. En u spreekt namens het CDA. De heer Van Den Berg: Ja, maar daar gaat het ook niet om. De voorzitter: Zullen we verder voor de rest van de avond een beetje proberen de orde wat te … De heer Van Den Berg: Nee, het is mij wel verweten dus ik vind dat ik daar wel iets van mag zeggen. De voorzitter: Nee, maar u kunt gerustgesteld zijn: u bent het CDA. De heer Van Den Berg: En als D66 blij is met die laatste CDA stem dan moeten ze dat vooral lekker doen.
Want ik ben hier helemaal niet bezig met de politiek of de verkiezingen. Dit gaat erom dat wij een deugdelijk besluit nemen. En dat deugdelijke besluit, de zaakjes op orde hebben, dat is hier gewoon niet het geval. Dus al zou je het project omarmen, dan zijn we gewoon op dit moment niet wijs bezig. Dan de wethouder die dan nu zegt dat ik heb gekondigd dat de grond verkocht zou worden. Nou, dat heb ik niet als eerste ingebracht. Dat kwam inderdaad in de commissie aan de orde. Ik heb het zojuist genoemd, dat als je hier scherp naar gaat kijken en de beraadslagingen hoort en daar naar luistert, je voorzichtig de conclusie zou kunnen trekken als je kwaad wil, dat er wel degelijk sprake is van een overeenkomst/ een mondelinge overeenkomst. Dat is het enige wat is zeg, en dan kan de wethouder zeggen: dat is mijnheer Van Den Berg, die zet mij in de hoek, die legt mij woorden in de mond. Ik stel gewoon die vraag aan mijzelf en het is namelijk zo dat als dit college had meegenomen dat dat hele arrest en alles eromheen allemaal ordentelijk in de papieren zit, dat er niks aan de hand is. En dat is gewoon allemaal niet het geval. Het wordt nu echt gewoon neergezet als een principe, we doen dat niet veel, maar er ligt gewoon een verkavelingsvoorstel. Dat hebben we bij de Rabobank ook gezien. Je kan met goede gemoed zo meteen nog weer terug allerlei andere dingen verzinnen.
Dan nog even als laatste. De woningcorporaties, de diaconie. Wat dan overigens zo meteen een private club gaat worden, of een stichting. Dan gaan we een kerstboom optuigen, en ik denk, en dat politieke punt heb ik gemaakt in de
eerste termijn maar daar wordt ook niet op ingegaan maar dat hebben we ook niet duidelijk als vraag gesteld, maar is al ingebracht meerdere keren, op al die andere locaties hadden wij wel degelijk andere besluiten kunnen nemen door gewoon wettelijk te volgen: dertig procent goedkoop, dertig middel en dertig duur. Dat dat niet gebeurt, dat is een politieke keuze. Zo ook met de locaties die genoemd zijn. Ik heb met de kerk allerlei locaties langs genoemd. Als ik de Schepe noem dan mag het niet omdat een voormalige wethouder van het CDA dat niet wil hebben, vervolgens als ik dan nu zeg: we hebben een gemeentehuis wat we geloof ik gaan verkopen. Daar zit een bovenetage, kijk eens naar herontwikkeling, zet er nog een etage bovenop, hoe dicht wil je bij je verzorging zitten. Ik noem hem nu maar gewoon om aan te geven dat wij in de breedte wel degelijk een discussie moeten voeren over waar wij betaalbaar wonen. Maar niet op deze manier. In dit proces. Waarbij ik gewoon echt denk: het is allemaal hartstikke mooi, maar als wij zo meteen een juridische procedure in gaan dan zijn die woningen voorlopig ook nog niet gebouwd. En dan zou het gewoon terugnemen en iets ordentelijker voorbereiden volgens mij een veel beter resultaat geven. En ik vind zeven eigenlijk te mager.
Want eigenlijk denk ik dan: waarom kunnen er dan niet gewoon tien komen? En ik heb zelfs in de kerk gezegd: liever nog twintig of dertig. En wij moeten gewoon in het dorp die discussie gaan voeren, maar die wordt nooit gevoerd. Dat gezegd hebbende, voorzitter, ik denk dat het rondje afgemaakt gaat worden. En volgens mij als ik kan tellen rekenen weten we waar het besluit van deze gemeenteraad dan heen gaat. Maar ik wil daar straks dan nog wel een stemverklaring bij geven. De voorzitter: U kunt een poging wagen om de kaders te amenderen hè. Of om een wijziging voor te stellen. De heer Van Den Berg: We lopen achter de feiten aan, dus dat gaan we niet doen. De voorzitter: Mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman: Dank u wel, voorzitter. Ik wil eerst eigenlijk even op de woorden van mijnheer Stam ingaan. Die verwijt mij dat ik het begrip onbehoorlijk bestuur in de mond neem. En hij zegt ook dat er een zeer zorgvuldig proces is gevoerd. Waarschijnlijk wel met de diaconie, maar niet met de gemeenteraad. Dit project is in 2019 gestart hebben we gelezen. En stond op de agenda: het Diaconieproject. Wat het dan ook mocht zijn want daar wisten we nog weinig vanaf. Voor februari 2022. Met meningen en gevoelens peilen.
En dat zou nou precies zijn zoals een aantal mensen hier die voor dit plan zijn de zaak bagatelliseren: je kan nog alle kanten op en het is meer van meningen en dergelijke, en we beslissen nog helemaal niets. We beslissen het wel degelijk, dat daar zeven woningen komen en daarvoor moet dus dat hele bosjes wijken. Met alle ellende van dien. En daar ga ik het niet allemaal over hebben. In februari van dit jaar zijn de vragen gesteld door mijnheer Faas. Eén van de antwoorden van de wethouder was: we gaan eerst in het college behandelen wanneer het rijp is voor behandeling, wanneer dus ook alle feiten bekend zijn. Nou, dat zijn ze dus nu niet. En dan vragen we u: wat vindt u er van? En dat is dus meningen en gevoelens peilen. Maar in plaats daarvan werden wij een paar weken geleden in één keer verrast dat het is december op de agenda kwam. En ook in de raad er even doorheen gejast moest worden. En dat is van een geheel andere orde, dat daar in één keer zeven woningen komen. En dan heb ik het over onbehoorlijk bestuur. Zeker … Ik heb het ook gehad over ondeugdelijk bestuur. En mijnheer Wegter vroeg mij om dat te duiden. Nou, dat zal ik zeker doen. Een voldragen voorstel is een voorstel waarin alle feiten en gevolgen van tevoren bekend zijn. Dan kan de gemeenteraad de voors en de tegens voor de bevolking en voor hun eigen besluitvorming tegen elkaar afwegen.
Dat is hier niet het geval. We gaan er volslagen black box in. Het enige dat we weten, is dat het bosje naar de haaien gaat en dat er zeven woningen komen. De stichting is nog niet eens opgericht. Bevoegdheden, verantwoordelijkheden van de stichting: onbekend. Criteria ten aanzien van de toewijzing van wie daar komen wonen: onbekend. Het zou goed geweest zijn, als … De stichting is namelijk opgericht om aan de criteria van
de woningbouwvereniging, om daaronderuit te kunnen. Normaal gesproken is de woningbouwvereniging degene die de criteria voor de toewijzing doet. En nu wordt er een stichting opgericht, verwijzend naar Sherpa, van een totaal geheel andere orde die ook begeleiding van mensen doet. Om daaronderuit te komen. Ik vind het echt stuitend. Er is geen behoorlijke burgerparticipatie geweest. En dan zegt de wethouder wel: ja, maar in de Omgevingswet dan ga je vragen aan degenen die willen ontwikkelen wat ze doen. Maar dat is stap één, en dat is niet de laatste stap. De gemeente blijft ten alle tijden verantwoordelijk. En dan heb ik het ook nog over de uitspraak van de Hoge Raad waar ik de wethouder helemaal niet meer over gehoord heb. En alleen een uitleg van meneer Loeff. Ik heb een andere uitleg gehoord. En die verontrust mij ten zeerste. En dan zou ik als college zeggen, wij schorten dit in ieder geval op totdat we dat hebben uitgezocht in plaats van ons het bos in te sturen met en onze beslissing te komen op iets waarvan je van tevoren al weet dat het niet kan. Ja en... De voorzitter: Mevrouw Timmerman, u heeft een interruptie van meneer Vos. De heer Vos: Ik heb nog wel een vraag voor u. Als je het bos in gestuurd wil worden, bedoelt u dan dat bosje tegenover De Binckhorst? Want het is wel heel nee... Mevrouw Timmerman: Meneer Vos, u blijft wel heel erg hangen...
De voorzitter: Mensen dit is geen relevante interruptie. U hoeft hier niet op te reageren mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman: U speelt wel steeds dezelfde langspeelplaat af. Mensen of bomen. En ik vind het een beetje zielig worden, sorry. Er wordt ook gesproken over dat was ook meneer Vos gebrek aan locaties voor sociale huurwoningen. Ja spijt komt na de zonde. De Ligweide, de Rabo, de Chinees en ook achter het SintJansgebouw waar meneer Vos het over had. Want daar had namelijk het heel oude zusterhuis daar hebben wij nog voor gelobbyd om daar sociale woningen van te maken net zoals Wielendaal. Dat is niet gebeurd, want dat was niet de sociale werkelijkheid. En dan kijk ik even naar de wethouder van het de financiën van het ziekenhuis. En daarom moest er als pleister op de wonden het bosje waar heel veel ook oude eenzame mensen in Wielendaal ongelofelijk van genoten van de eekhoorntjes en van de vogeltjes die daar kwamen moest wijken want daar moesten nog als pleister op de wonden een viertal sociale woningen komen. Ik vind het schandalig dit beleid. De voorzitter: De heer Wegter. De heer Wegter: Ja schandalig en ondeugdelijk. De kern is blijkbaar dat mevrouw Timmerman haar zin niet krijgt. En dan wat om zich heen slaat. Nou dat mag ze natuurlijk rustig doen. Maar ik denk niet dat dat in het belang is van Laren.
Ik weet ik dacht te weten dat er een woningnood is in Nederland van ongekende omvang. Alle dorpen en steden worstelen daarmee. In Laren hebben we de grootste moeite om inderdaad in de categorie sociale woningbouw op een of andere wijze te leveren. De grondprijs is daar natuurlijk de belangrijkste oorzaak van. Dus als we een kans krijgen om te laten zien dat we toch onze verantwoordelijkheid willen nemen juist voor die categorie is het dit project. De voorzitter: Meneer Wegter, u heeft een interruptie van mevrouw Timmerman.
Mevrouw Timmerman: Ja ik verbaas me heel erg. Want wat denkt u dan over de Ligweide en de Rabobank en het Pastoor Hendrikspark en al die andere locaties waar dus op een normale manier geen sociale woningbouw is gekomen? De voorzitter: De heer Wegter. De heer Wegter: Ik meen me te herinneren dat de woningnotitie die vier dagen geleden door deze coalitie is gemaakt. Ik ben niet van de coalitie. Maar ik meen dat de coalitie vrij consequent heeft uitgevoerd wat we met elkaar vier dagen geleden hebben afgesproken. Namelijk dat we proberen zowel duurdere als minder dure appartementen en woningen te bouwen. Dat gebeurt ook, ‘…’ is daar een voorbeeld van. Er zijn andere voorbeelden. Dus dat we gaan zeggen alsof we geen rekening houden met de principes die we toentertijd hebben afgesproken is eenvoudig onjuist. En de kern van de zaak is dat mevrouw Timmerman gewoon niet wil. Ze vindt Laren daar niet geschikt voor. Daar moet je voor naar Eemnes. Daar zijn voldoende woningen en dan kunt u daar wel naartoe. Dat is wat gezegd werd ‘…’ en dat herhaalt u vanavond niet. Maar dit is de kern van de zaak. U moet er niet omheen draaien. Alle mogelijke argumenten noemen over arresten en zo. Dat doet er allemaal niet toe. U wilt het gewoon niet. U vindt het geen verstandig project. U vindt dat Laren Laren moet blijven in uw termen en daar past dit niet in. Heel simpel.
De voorzitter: U heeft wederom een interruptie van mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman: Meneer Wegter, ik protesteer hier echt ongelofelijk over tegen. En u legt mij woorden in de mond die ik nooit gezegd heb en die ik ook niet denk of ooit zal uitspreken. Dit zegt meer over u dan over Liberaal Laren. De voorzitter: Oké beste mensen, de toon wordt wel steeds scherper. Ieders inbreng is stevig maar ik ontwaar een crescendo. Dus laten we vanaf hier weer stabiliseren. Meneer Wegter. De heer Wegter: Ja ik vind het helemaal niet erg hoor dat er mensen eerlijk voor de zaak uitkomen. Op het niveau van de RNI was mevrouw Timmerman heel helder hierover. Ik neem daar kennis van. Ik neem haar dat niet kwalijk. Ik stel vast dat zij zegt dat het in Laren niet past. Moet daarvoor naar Eemnes. En dat was ook een van de omwonenden die dat beweerde voor zover de alternatieven in Laren ontbraken. Dat is de kern van de zaak. Dus ik vind dat wij als Laren de verantwoordelijkheid hebben om onze verantwoordelijkheid te nemen om ook in deze categorie daarbij enigszins mogelijk is om daar stappen te zetten. Mag ik nog een en ik wil de toon zo zuiver mogelijk houden voorzitter als u me toestaat toch nog een woord... De voorzitter: Wacht even, mevrouw Timmerman maar dat is de laatste interruptie. Want u heeft het drie keer gedaan nu.
Mevrouw Timmerman: Ja ik zou de voorzitter willen verzoeken dat als het niet over feiten of over de zaak gaat maar dat personen worden aangevallen met dit soort zaken dat de voorzitter dan ingrijpt. De voorzitter: Oké. We hebben allemaal een beetje boter op ons hoofd mevrouw Timmerman vanavond wat dat betreft. Meneer Wegter gaat uw gang. De heer Wegter: Ja ik wil de zaak prettig houden hoor en ook in richting van de heer Van den Berg die ik natuurlijk bijzonder apprecieer als een uitstekend constructief raadslid. Ik stel alleen vast dat hij zich afficheert onder de term Christendemocratisch Appèl. Dat is de formele situatie. En ik heb moeite om dan zijn standpunt
daarmee in overeenstemming te brengen. Maar dat is zijn verantwoordelijkheid. Ik neem daar kennis van en als hij dat kan verantwoorden moet hij weten. Ik heb er in ieder geval moeite mee. Ik acht dit inderdaad een sociaal project van de eerste orde waar wij als Laren een verantwoordelijk voor hebben. Er zijn zeker tegenargumenten te vinden. Ik woon er zelf vlakbij. En die paar boompjes die daar staan die zijn me ook zeer lief. Maar je moet alles tegen elkaar afwegen en dan kom je uiteindelijk tot een besluit en dat besluit in dit geval is heel helder. Het is in het belang van Laren om dit project door te zetten. En dus denk ik vanavond voorzitter zal ik met genoegen straks voor stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank meneer Wegter: Overigens mevrouw Timmerman heeft wel een punt, laten we het wel zoveel mogelijk beperken tot het voorstel wat ter tafel ligt. De heer De Bondt. De heer De Bondt: Voorzitter, als je in de vergadering woorden als onbehoorlijk bestuur uit dan moet je natuurlijk niet aan de voorzitter vragen om in te grijpen als een ander een wat scherpere opmerking maakt van een heel ander indringend karakter als onbehoorlijk bestuur. Dat is wel het grofste verwijt wat je kunt maken. En in mijn ogen was dat ook uitermate onterecht. Tegen de heer Van den Berg wil ik nog even zeggen, uw hoofdargumenten die u aanvoert zijn de procedure.
En eventueel een ondeugdelijk besluit. Maar mij is ontgaan in ieder geval in uw betoog wat u nou eigenlijk vindt van het bouwen van woningen voor die speciale doelgroep op die locatie. Ik heb wel van mevrouw Timmerman dat ze het een sympathiek voorstel vond maar een verkeerde locatie. Ja dan denk ik, misschien doen we wel weer een stap terug in de tijd. Vroegere werden bejaarden ook aan de periferie gehuisvest. En dan zou je in dit geval aan de Gooiergracht nog wel wat locaties kunnen bedenken misschien. Maar juist in het centrum wat voor deze doelgroep uitermate belangrijk is is een locatie als deze uiterst uniek. En daarom ja het heeft geen zin ik zou haast zeggen heroverweeg uw standpunt nog eens. Of kom met een leuk alternatief voorstel wat we met zijn allen kunnen steunen. En dan sluit ik me aan bij wat de heer Loeff daarover zei. Elk initiatief wat daaraan beantwoord kan rekenen op onze steun. Voorzitter dank u wel. De voorzitter: Dank de heer De Bondt. Het woord is aan de heer Vos. De heer Vos: Ja dank u wel voorzitter. Als je een besluit of iets wil tegenhouden of wil traineren of in ieder geval iets niet wil en dat wil je echt niet dan zijn er altijd twee beproefde recepten die je kunt gebruiken. En volgens mij heb ik ze vanavond wel gezien. En de eerste niet zo heel erg.
Het eerste beproefde recept om iets niet te willen besluiten of niet te doen is vragen om meer onderzoek. Ja we weten nog niet genoeg, dat moet meer uitgekristalliseerd zijn, we weten niet alle voors en tegens. Dat is een beproefd recept. Het tweede beproefde recept heb ik ook gehoord, en dat is dan eigenlijk alleen maar kijken naar mogelijke fouten in het proces. Aangeven dat het proces niet netjes is, niet zorgvuldig is, te langdradig is, te kort is. Niet geraadpleegd is. Kortom, zoeken naar fouten in het proces. Volgens mij heb ik ze allebei mogen constateren hier aan tafel. Het maakt voor mij niet zo heel veel uit eerlijk gezegd. Maar misschien is het wel een nou een manier om te kijken naar waar we vanavond nou eigenlijk over hebben. En ik denk dat het aan mijn oordeel niet zoveel zal veranderen. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank meneer Vos. Ik kijk nog even naar de zijde van het college, de heer Stam. De heer Stam: Meneer de voorzitter, ja ik denk dat ook van deze kant voldoende gewisseld is. Ik wou nog wel even ingaan op het punt van dat was me inderdaad ontgaan, het ‘…’ arrest. Duidelijk wat ons betreft is dat de bedoeling is dat we hier gaan bouwen sociale huur voor ouderen met een kleine beurs. Ik heb ook al aangegeven aan op een vraag van de heer De Bondt dat we met name zullen zoeken naar die mensen die ook sociale woningen achterlaten.
En van belang is natuurlijk dat die woningen ook daadwerkelijk bij die beoogde
doelgroep terecht gaan komen. En dat betekent dat daarmee in het algemeen al de meeste partijen die daarvoor in aanmerking komen de corporaties zullen zijn. En aangezien wij in Laren één corporatie hebben, daar ben ook zelf blij mee. Je kunt zeggen ik kwam van de partijen van de concurrentie maar dat is in dit geval niet zo. Ik was blij dat toen de twee kleintjes er waren dat daar hadden we voldoende problemen mee dat dat nu overgegaan is in een woningcorporatie die op zichzelf waar ik, ik hoop u ook, ook tevreden mee bent. Dat betekent dat in dit geval de corporaties niet nog gaan zullen concurreren op prijs. En dat is ook niet in het belang van betaalbare volkshuisvesting lijkt mij. Daarnaast speelt het is nog een maar dat is meer een technisch punt, het verhuren van sociale huurwoningen wordt beschouwd als een DAEB-activiteit. En op grond van eerdere jurisprudentie kan er wel worden gesteld dat een grondtransactie voor een DAEB-activiteit niet aanbestedingsplichtig is. Dus ook om die reden verwacht ik eigenlijk niet dat dat tot grote problemen zal leiden in het licht van het ‘…’ arrest. Neemt niet weg dat we zorgvuldig moeten blijven op dat punt. Ik denk wel dat het is allemaal heel recent.
Ik de contacten die ik heb gehad met de juristen die ik heb geraadpleegd op dit punt waar ik nu een antwoord op formuleer wijzen er in ieder geval op dat het niet een bezwaar zal hoeven te zijn. Maar we zullen dat zorgvuldig in de gaten houden. Voor het overige denk ik dat ja er zijn een aantal dingen het woord van onbehoorlijk bestuur komt voortdurend terug. Daar is geloof ik door leden van de raad al op ingegaan. Het lijkt me niet verstandig als ik dat nog een keer doe. Ik denk dat we geprobeerd hebben in het proces op een goede manier tot een conclusie te komen. Dat hebben we gedaan in een proces wat vrij lang geduurd heeft omdat we ook gekeken hebben naar mogelijkheden, alternatieven. Maar nu op een punt zijn gekomen dat we tegen de raad juist zeggen mag ik van u weten of daar in principe mee akkoord kunt gaan? Dan gaan we het verder uitwerken in een procedure die daar geschikt voor is. Dus ik zou de raad willen vragen om het college de gelegenheid te geven om daarmee verder te gaan. Dank u wel. De voorzitter: Meneer Stam, kunt u nog even voor de duidelijkheid ook nog aangeven wanneer op welke manier de raad weer aan zet is? En het voorstel hier weer terugkomt? De heer Stam: Ja dat is als wij vandaag besluiten om dit hiermee akkoord te gaan dan gaan wij verder uitwerken datgene wat de raad ons opdraagt. Hier heeft de kaders om het verder uit te werken.
En daar zullen we mee aan de gang gaan. En dan zullen we uiteindelijk terugkomen met een discussie over het bestemmingsplan en de onderzoeken die daarbij horen. En ik verwacht dat dat ja ik hoop nog dit jaar maar ongetwijfeld in een raad nog eens aan de orde zal gaan komen. De voorzitter: We hebben een eerste en een tweede termijn van de raad en van het college gehad. Onderdeel van het beslisvoorstel zijn kaders. Het uitgewerkte voorstel komt nog bij u terug. De kaders vormen het uitgangspunt voor het college om een voorstel voor u uit te werken. Er zijn geen wijzigingsvoorstellen voor de kaders ingediend of kaders gewijzigd. Wat ik kijk nog even rond. Wat mij betreft kunnen we overgaan tot stemming. Ja niet wat mij betreft maar ik hoor geen aanleiding voor een derde termijn. Meneer Van den Berg, is dit voor een derde termijn of heeft u een stemverklaring? De heer Van den Berg: Nee volgens mij zijn er wat collega's die een vraag hebben gesteld maar als daar geen belangstelling is om dat aan te horen wat het antwoord op die vragen is dan vind ik het goed hoor... De voorzitter: Meneer Van den Berg excuus, als er bepaalde vragen niet zijn beantwoord krijgt u hier de gelegenheid in een derde termijn om daarvoor nog even een repliek te vragen aan het college.
De heer Stam: Nou in ieder geval de vraag die was vrij luid en duidelijk en misschien heb ik die inderdaad niet goed herhaald. Maar in het verleden wel geuit. Die was van collega De Bondt. Die kennelijk in mijn betoog had gemist wat ik ervan vond op die locatie. Ik heb volgens mij uitgebreid gezegd dat er verschillende locaties
afgelopen jaren voor het CDA allemaal bespreekbaar geweest waren om betaalbare woningen, sociale woningen te bouwen. En uiteindelijk door andere keuzes we nu op deze plek terechtkomen. En deze plek niet de meest gelukkige plek is. Het is een unieke plek. Maar je kan uniek op twee manieren uitleggen. En dit plan had dit plan dus want het plan, het idee van de diaconie in zijn totaliteit een warm hart toedragen. Liever nog tien of twintig woningen zoals ik net al zei. Maar deze plek daar had wel iets anders over gedacht mogen worden. Dat is een keuze. En nogmaals ik refereer eraan dat binnen de fractie van de VVD er ook verschillend over gedacht wordt. Dus ik denk dat dat ook gewoon toegestaan zou moeten zijn als we het volwassen doen zonder elkaar hier de maat te nemen dat dat mag. En daar is niet dat de een voor of tegen bomen is. Of de ene tegen voor inwoners is. Dat is even als antwoord op de heer De Bondt. Ik weet niet of dat voldoende duidelijk is wat ik nu zeg. Maar ik hoop het wel. En dan wordt er nog even door de heer Wegter wel complimenterende woorden gesproken, maar die legt dan toch nog even de bal nog weer neer dat het in het Christendemocratisch gedachtengoed direct wordt verbonden aan dit plan. En nogmaals, wij zijn voor nog meer betaalbare woningen en sociale woningbouw maar over dit plan mag je best verschillend denken.
En ik vind het ook eigenlijk dus nogmaals dat dat zo gekoppeld wordt aan het CDA hebben we ook besproken met de kerkenraden en de dominee en ik zie die zonder lastenruggespraak. En ik vind dat ik mag vinden wat ik vind. En dat de gronden die we daarvoor aanwenden dan sluit ik af met de reactie van de wethouder dat ik toch zou framen nog een keer dat er wel of niet verkocht is. Als u dit plan al mooi, ordentelijk er doorheen wil leiden vind ik dat je gewoon de zaak mag beoordelen. En dan kom ik terug bij de heer Faas. Er werd net nog uitdagend gezegd, komt u met betere suggesties. Volgens mij was de mooiste suggestie die de heer Faas deed was van zullen we met elkaar er nog eens een keer heel goed naar kijken en een aantal slagpunten nog uitwerken. En dan hadden ook nog best wel andere locaties aan de orde kunnen komen. Maar goed, dat is niet de wens. En nou ja dat is een gegeven. En zo neem ik het ook gewoon aan. Ga er verder ook geen drama over maken. De meerderheid van de raad neemt een besluit en we zullen meemaken in de komende jaren hoe het zich ontwikkelt. En als de gemeenteraad een meerderheidsbesluit heeft genomen en de woningen staan er uiteindelijk dan is het zo zoals men het dan nu heeft besloten. De voorzitter: Ik kijk nog even rond.
Zijn er vragen onbeantwoord gebleven van de zijde van het college? De heer De Bondt heeft wel een heldere vraag gesteld aan de heer Stam over kunt u bewerkstelligen dat de realisatie van deze woningen uiteindelijk leidt tot ruimte elders? Dat het fatsoenlijke doorstroom voor de sociale woningbouw geldt. De wethouder heeft toegezegd dat die dat bij de uitwerking van het plan meeneemt. En ik neem aan dat als het definitieve voorstel naar de raad toekomt de raad ook goed geïnformeerd zal worden over hoe uiteindelijk de toewijzing et cetera en de doorstroming gestalte zal moeten krijgen. En de wethouder knikt. We gaan over tot besluitvorming. Willen de fractie... ho de heer Faas. De heer Faas: Ik wil graag een stemverklaring afleggen. De voorzitter: Meneer Faas, u mag een stemverklaring afleggen. Gaat uw gang. De heer Faas: Dank u wel. Nou voorzitter er tekent zich een zelfde stemverhouding af als bij mijn voorstel, mijn ordevoorstel om het uit te stellen en in een later stadium de nieuwe raad daarover te laten beslissen. Het is derhalve een gelopen race. Om die reden heb ik mij ook niet al te zeer in de discussie gemengd. Ik heb wel behoefte alvorens ik aangeef dat zal geen verrassing zijn dat ik tegen zal stemmen. Om even aan te geven waarom ik tegen zal stemmen. Ik wil het stukje bos bij de oostelijke entree van Laren gewoon heel graag behouden.
Als we daar nu gaan bouwen dan komt het nooit meer terug. Er is ook niemand in deze raad die van plan is om de Larense Eng te bebouwen. En dit ligt dit is ook een mooi stukje groen op een mooie plek. En ik vind dat we dat niet zouden moeten doen. Ik ben overigens voor het bouwen van sociale woningen voor
eenzame ouderen. Daar kan niemand ook tegen zijn. Ik heb dat ook bij RNI aangegeven. Alleen niet op deze plek. Dat is mijn enige bezwaar. Laat dat duidelijk zijn. En er zijn natuurlijk best wel met een beetje moeite en een beetje creativiteit alternatieve locaties te bedenken. De wethouder heeft zelfs in een ander gremium een keer een out-of-the-box-plan gehad om bijvoorbeeld in ongebruik geraakte schoolgebouwen te herontwikkelen en te bestemmen als sociale woningbouw. Nou dat zou best eens nader onderzocht kunnen worden. In het centrum is al niet zoveel groen meer. En het is doodzonde dit stukje bos om zeep te helpen. Voorzitter, ik zal tegen stemmen. De voorzitter: Dank meneer Faas. Ik zal er bij de stemming rekening mee houden en opmerken dat u tegen stemt. Daar hoeven we niet per se een hoofdelijke stemming voor te hebben als niemand daarom vraagt. Ik verzoek de leden van de raad de fracties die het voorstel steunen en dan luidt het voorstel, in te stemmen met de kaders zoals in de bijlage zijn opgenomen voor de bouw van zeven sociale huurwoningen voor ouderen waarvan één woning wordt gebruikt als ontmoetingsruimte en noodopvang op perceel naast Eemnesserweg 12C. De fracties die het voorstel steunen kunnen die dit kenbaar maken? De heer ...: Voorzitter, een stemverklaring moet die nu of zo meteen als ik...
De voorzitter: U moet nu een stemverklaring want ik ben nu aan het stemmen. U bent echt te laat. De heer ...: Nee ik heb net een stemverklaring gezegd dat ik die aankondig. En u kijkt alleen naar rechts of naar links voor u voor die anderen hier. De stemverklaring is dat ik tegen zal stemmen met dien verstande dat het project an sich met een warm hart wordt toegedragen. Maar niet op deze plek en liever nog veel meer van deze woningen en daarover moet de discussie in de Larense gemeenteraad gaan. Veel meer betaalbare woningen maar niet alleen op deze plek. De voorzitter: Heldere stemverklaring. Nogmaals, die fracties die het voorstel steunen kunnen die dit kenbaar maken? Dat zijn de fracties van Groen Laren, de fractie van de VVD waarbij het lid Hans Faas tegen stemt, de fractie van D66, en de fractie van Larens Behoud. Kunnen de leden die tegen het voorstel stemmen, de fracties die tegen het voorstel stemmen dit kenbaar maken inclusief ja. Dat zijn de fracties van het CDA, de fracties van Liberaal Laren en het lid Hans Faas. Ik kijk naar de griffier. Is de uitslag van de stemming zo voldoende duidelijk voor de beraadslaging? Dan is het voorstel aangenomen. Dan gaan we door met de agenda. Kom ik bij agendapunt... dan moet ik van de griffier dat altijd vanaf heden netjes zeggen.
Het agendapunt 9.9 wijziging algemene plaatselijke verordening naar aanleiding van het kapbeleid vervalt. Want het heeft van de agenda afgehaald. Het agendapunt adviesrecht en delegatie wordt uitgesteld dus dat behandelen we ook niet. Het agendapunt 9.11 participatie bij aanvraag van een omgevingsvergunning vervalt ook want ook daar krijgt u een technische briefing over. 9.13 Transitievisie warmte De voorzitter: Het besluit agendapunt 9.12 besluit op bezwaar geheimhouding grondexploitatie Crailo heeft u al bij de hamerstukken vastgesteld. En dan kom ik bij het laatste bespreekstuk transitievisie warmte. En daar is door de fractie van D66 een amendement op ingediend. Dus ik geef het eerste het woord aan de heer Wegter. Waarbij hem ook duidelijk wordt gevraagd indien hij dat wenst meteen in de eerste termijn zijn amendement in te dienen. De heer Wegter: Dank u zeer voorzitter. Dit document werd vorige week door een van mijn collega's in de RNI bestempeld als een wat terughoudend document. Een beetje weinig ambitieus. En daar ben ik het mee eens.
Ik denk dat hoe de ontwikkelingen niet alleen in Den Haag maar ik zou ook daar buiten graag willen kijken zijn zodanig dat er alle aanleiding is om in de hoogste versnelling te werken aan het klimaatbeleid. Daar hebben we in Laren wat moeite mee. Er kwam ooit een energietransitiedocument. En daar kwam ten hoogstens dat we daar kennis van wilden nemen. Maar ondertussen worden we door de feiten ingehaald. En is het coalitieakkoord duidelijk ook nu dat er spijkers met koppen moeten worden geslagen en wel op korte termijn. Natuurlijk het uiteindelijke doel is 2050. Dan moeten we CO2-neutraal zijn. Maar we kunnen geen tijd verliezen. Dat is ook de teneur die je terugvindt in de overeenstemming die in Den Haag is bereikt en die vind je bijvoorbeeld ook heel sterk terug als je bijvoorbeeld naar Duitsland kijkt. Kortom, we moeten alles in het werk stellen om zoveel mogelijk te anticiperen op mogelijkheden. Er wordt van de zijde van het college gezegd, we nemen een afwachtende houding aan en ondertussen gaan we door met isoleren. Dat is op zich dat we doorgaan met isoleren lijkt me verstandig. Maar dan zou ik ook graag zien dat er taken worden vastgesteld zodat we van jaar tot jaar kunnen beoordelen hoe ver zijn we dan met die isoleren en welke andere mogelijkheden dienen zich ondertussen aan. In het stuk wordt in feite gezegd tot 2026 wachten we af. En gaan we verder met isoleren.
Dat lijkt me onvoldoende, lijkt me geen duidelijk signaal naar de burgers dat de urgentie moet worden onderstreept. Vandaar dat dit amendement wil aangeven dat we van jaar tot jaar gaan herijken. Dus niet wachten tot 2026. Maar ieder jaar zal het college een soort rapportage moeten overleggen wat hebben ze het afgelopen jaar gedaan, wat zijn de taken voor het komende jaar en hoe ver zijn we daar nou mee? Dan denk ik geven we aan dat we inderdaad ons bewust zijn van de urgentie van dit probleem. Vandaar dat amendement en ik hoop van harte dat de collega's dat willen onderstrepen. Dank u wel. De voorzitter: Dank meneer Wegter. Ik kijk eerst naar het college voor een reactie op het amendement. De heer Stam: Ja meneer de voorzitter, daar is natuurlijk in de commissie al uitgebreid over gesproken. Ik hoe sympathiek het voorstel ook is hebben wij toegelicht dat we niet voor niks tot dit voorstel zijn gekomen. Dat is niet omdat we niet zien zitten dat we met zijn allen vinden dat er een serieus probleem in de komende jaren op ons af komt. Maar dat tegelijkertijd de termijn die ons wordt gegeven om in 2026 al een wijk aan te wijzen die overgaat naar een andere warmtebron dat dat voor ons een veel te korte termijn is. En dat we ons wat dat betreft beter kunnen concentreren op wat meneer Wegter ook zegt, isoleren, isoleren en isoleren. Dat is op zichzelf al een enorme opgave.
Ik heb al de vorige keer in de commissie geloof ik ook gezegd dat als we alleen al kijken naar de kosten die gepaard gaan met het isoleren alleen en je praat over zeg maar 4000 woningen, 4500 woningen wellicht, die nog zullen moeten worden geïsoleerd ‘…’ van 60, 70, 80.000 euro. Dan praat je al over honderden miljoenen euro's. En dat is alleen een enorme opgave die wij met elkaar te verwerken hebben. Waarbij tegelijkertijd het zo is dat de Rijksoverheid tot op dit moment in ieder geval nog niet in het licht van de zich voortslepende coalitieonderhandelingen nog niet gekomen is tot een helder standpunt hoe het nou wel zou moeten gaan. Dus wat dat betreft denk ik sympathiek maar onhaalbaar om het op dit moment te volgen. De voorzitter: Dank aan het college voor de reactie op het amendement. Dan ga ik beginnen aan de eerste termijn verder voor de zijde van de raad om en te reageren op het hoofdvoorstel en op het amendement. Ik begin bij de heer Vos. De heer Vos: Dat doet me veel plezier meneer de voorzitter. Ja ik kan het alleen maar volstrekt eens zijn met het amendement van meneer Wegter van D66. Want het stuk zoals het nu voor ons ligt is natuurlijk behalve teleurstellend ook tamelijk zeer verontrustend. Want eigenlijk ja isoleren, isoleren, isoleren ja dat begrijp ik. Maar het is ook wel heel erg erg behoudend en er gebeurt wel heel erg weinig. En waarom alles pas over
zoveel jaren? 2050, 2040, dat zijn allemaal verschrikkelijke einden weg. Met een beetje mazzel nou nee laat ik het anders zeggen, met een beetje pech zijn we hier dan niet eens meer. En hebben het dus over letterlijk over ons graf heen geregeerd. En dat zou niet zo best zijn als we dan over ons graf heen geregeerd hebben en er eigenlijk een beetje een zooitje van gemaakt hebben om het maar even onparlementair te zeggen. Ik begrijp het ook niet zo goed eerlijk gezegd. We hebben ons uiterste best gedaan om als dorp zelfstandig te blijven, kleinschalig te blijven, korte lijnen te houden met mensen. Mensen goed te kennen. Een vrijwilligersnetwerk opgezet hebben. En wij zijn dus enorm in het voordeel in onze kleinschaligheid om een bepaalde wijk op te pakken. Ik denk dat er wijken zijn in Amsterdam, Rotterdam en andere steden die zijn aanzienlijk groter dan ons hele dorpje. Dus het argument ja we hebben geen wijk waar we dat zouden kunnen proberen, nou ik denk het wel. Ik denk dat wij al een wijk op zich zijn. Dus ik snap niet zo goed waarom we geen gebruik maken van dat sterke punt. En dat eigenlijk dus nu alleen maar gebruiken als waarom we het niet zouden moeten doen. Het is bijna een beetje een herhaling van zetten van de discussie van daar straks. Het werd toch gezegd? Een cyclus van vijf jaar.
Er gaat dus nu niks veranderen en er gaat over vijf jaar natuurlijk ook niks veranderen, want dan gaan we nog een beetje terughoudend zitten wezen. Ondertussen gaan we ook niet de vinger aan de pols houden. De heer Wegter gaf dat ook al aan. Dan moeten we wel doen. We moeten natuurlijk meelopen. We kunnen voorop lopen, maar dan moet je het wel willen. En er zullen groepen en mensen, die zullen misschien wel willen. Die zullen wel voorop willen lopen. En hoe gaan we die dan helpen? Hoe gaan we dan hun helpen met het inrichten en veranderen van hun huis? Want als wij als gemeenteraad roepen, nou, dat kost zoveel geld, begin daar maar niet aan hoor. Dan geven we wel een heel gek signaal af eigenlijk, want volgens mij wordt zojuist als de wiedeweerga aan de slag gegaan en die mensen die dat wel willen enorm helpen en stimuleren en na gaan denken over het inrichten en het vullen van fondsen om mensen te steunen. Eigenlijk niet zo’n sterk argument, maar ik noem hem toch. Als we dan toch helemaal achteraan gaan lopen in het peloton wat u allemaal voorstelt begrijp ik, ja, in die eindfase zullen er waarschijnlijk een hele hoop mensen zijn die alsnog wel mee willen doen. En daar staan we dan, een beetje achteraan in de rij, in de drukte. Dat lijkt mij niet het mooiste moment eigenlijk.
Wat ik al zei, met een beetje mazzel maak ik het nog mee dat we achteraan staan, maar met een beetje pech staat mijn kleindochter helemaal achteraan en dat gun ik eigenlijk niemand. Daar wou ik het eigenlijk bij laten, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dan, mijnheer Vos. Het woord is aan de heer Faas. De heer Faas: Dank u wel, voorzitter. Bij RMI hebben we het hier ook al uitgebreid over gehad en wij hebben toen namens de VVD fractie ook betoogt dat het zeker niet verstandig is om op dit moment al te ver voor de muziek uit te lopen als het hier om gaat, bij de klimaattransitie. Techniek ontwikkelt zich razendsnel en wijken nu versneld of in ieder geval snel aardgasvrij maken, terwijl het coalitieakkoord van Rutte vier zicht geeft op de waterstofoplossingen die eraan zitten te komen. Dat lijkt in ieder geval niet slim. Wat het college aangeeft om vol in te zetten op klimaatadaptie, dus met name isoleren, dat heeft onze steun en ook dat vinden we terug in het coalitieakkoord uit Den Haag. Daar is flink geld voor beschikbaar de komende jaren, dus laten we daarop inzetten en laten we zorgen dat we geen desinvesteringen moeten doen van te snel genomen besluiten. De voorzitter: Mevrouw Timmerman … De heer Faas: Misschien nog even in dat verband gezien, het amendement van D66 zullen wij ook niet steunen. De voorzitter: Dank voor deze toevoeging. Mevrouw Timmerman.
Mevrouw Timmerman-Hamers: Dank u wel, voorzitter. Ja, wij ondersteunen de terughoudendheid die in dit voorstel naar voren komt. Alles gaat zo erg snel. We hebben dat in de commissie ook al gezegd. Op dit moment is het isoleren en uitkijken naar kernenergie, ook al was dit een jaar geleden nog een vies woord hier in de gemeenteraad. Gas en kernenergie zijn door Europa als in groene energie bestempeld en ik denk ook dat dat komt omdat men iets realistischer wordt om te zien dat als de zon niet schijnt en het waait niet, dan zit iedereen in de kou of dan valt het net uit. En andere zaken zijn gewoon onmogelijk en niet realistisch. Ook in het regeerakkoord, het nieuwe regeerakkoord staat, stappen ze af van aardgasvrij maken. En als ik nou kijk naar de wijken die in de afgelopen jaren wel voorop liepen, de gemeente die wijken aardgasvrij hebben gemaakt, dan heb ik het dus niet over nieuwe huizen, maar oude huizen, dat is een ramp nog steeds. Dus wij juichen dit voorstel van harte toe. Dank u wel. De voorzitter: En het amendement? Mevrouw Timmerman-Hamers: Nee, het amendement absoluut niet, want die loopt vooruit op de veranderingen die er nog allemaal aankomen. De voorzitter: Dan, mevrouw Timmerman. Het woord is aan de heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja voorzitter, dank u wel. Nou, er is al veel over gezegd. Ik denk dat we het stuk kunnen vaststellen zoals het voorligt.
Met betrekking tot het amendement heb ik nog een vraag aan de indiener, aan de heer Wegter. Kijk, er wordt ook gezegd, nadat je nog een proactieve houding aanneemt, zou ik me nog iets bij kunnen voorstellen, maar er wordt ook gezegd om wijk uitvoeringsplannen te maken en ik kan me zo voorstellen dat daar ook gewoon een budget bij hoort en daar lees ik nu niks over. Ik dacht ook niet dat ik de wethouder daar iets over heb horen zeggen, dus dat zou ik nog graag aanvullend willen horen. Maar zoals het er nu voorstaat is het amendement aardig, maar niet voor nu om mee te nemen. Maar ik hoor nog wel graag antwoorden op die twee vragen. De voorzitter: Dan, mijnheer Van den Berg. Mijnheer Loeff. De heer Loeff: Ja, dank u voorzitter. Een visie die realistisch is en die terughoudend is. En dat is wat het college voorlegt en daar kunnen wij van harte mee instemmen. Als je ziet inderdaad hoe snel ontwikkelingen gaan, dan is dat heel erg snel. En het interessante bij deze discussie is dat er ook wel een soort mantra heerst dat we met elkaar heel snel van dat gas af zouden moeten. Dat is ook een beetje de teneur die in deze notitie leesbaar is. En ik vind het heel interessant om die teneur te volgen, maar ik ben er persoonlijk van overtuigd dat dat geen houdbaar statement is, omdat gas, mevrouw Timmerman zei het ook al, is in principe een duurzame energiebron.
Er zit een geopolitiek kader achter en een probleem in Groningen waardoor het gas minder makkelijk verkoopbaar is, om het zo maar te zeggen. En daarbij wordt natuurlijk heel erg ingezet op een economie van nieuwe technieken die al dan niet duurzaam geproduceerd c.q. her te gebruiken zijn, maar die wel in no-time, nog sneller dan ze leverbaar zijn zo ongeveer, geïnstalleerd moeten worden. En die snelheid, dat Hollandse wensdenken, dat is natuurlijk fantastisch, maar alleen de monteurs zullen we de komende tijd dan niet kunnen vinden. Dus in die zin pleit ik erg voor het volgen van de terughoudendheid in de visie, hoe goed het ook is om te kijken naar duurzaam milieu en naar minder warmteverbruik. Wat dat betreft is het natuurlijk heel interessant om ook eens te kijken naar onze eigen inwoners, want wat wij natuurlijk hebben gedaan is dat we alle tussendeuren uit de woningen hebben gedaan, alle zoldertjes gebruiken, alles continu twintig graden willen stoken. En ja, dat doen we dan met een ander techniekje en daarmee kunnen we het warmteniveau op hetzelfde peil houden, met als effect dat we niets doen aan dat milieu. Dus het interessante zou nog wel eens kunnen zijn, die discussie wil ik nog wel eens aangaan, dat we
met elkaar een programma starten voor de inwoners van Laren, misschien wel gecombineerd met andere gemeenten, om eens te stoken waar het nodig is en om eens de meter in de gaten te houden en misschien wat minder te stoken op bepaalde momenten. Wat dat betreft is deze nota ook interessant omdat het gaat over individuele oplossingen versies collectieve oplossingen. En het college stuurt terecht aan op individuele oplossingen als eerste, want dat is wat je hier doet in een omgeving waar heel veel specifieke panden staan, waar het allemaal kleinschalig is waardoor het niet alleen makkelijk wordt, maar juist ingewikkelder wordt om kleine gebiedjes te verduurzamen. Dat is allemaal maatwerk. Dus in die zin is een collectieve oplossing hier niet een hele goedkope oplossingen. En die individuele oplossingen, en ze worden nu ook weer gepresenteerd, de hybride warmtepompen die eraan zitten te komen, zijn misschien wel hele goede oplossingen om daarbij straks te gaan promoten of misschien wel te gaan subsidiëren. Wie zal het zeggen, als we dat geld beschikbaar hebben? Wat betreft het amendement van de heer Wegter, ik heb in de commissie gezegd dat ik het heel prettig zou vinden als hij een amendement zou maken voor een jaarlijkse evaluatie en dat ondersteun ik nog steeds.
Ik zou het heel fijn vinden om deze notitie jaarlijks een keer uit de kast te halen en te bespreken en om dat dan tegen het licht van nieuwe technieken en ontwikkelingen en maatschappelijke trends en wenselijkheden nog eens tegen het licht te houden, omdat ik denk dat we inderdaad jaarlijks best wel iets kunnen bijstellen aan deze visie omdat die ontwikkelingen zo snel gaan. Wat dat betreft ben ik het dus niet eens, zijn het niet eens met de verkenningsbuurten en de uitvoeringsplannen, want dat gaat weer heel erg uit van het idee dat we dus alles als een soort collectief gaan aanpakken. Dus voorstander zijn we voor deze visie. Een prima visie die uitgaat van als eerste de individuele aanpak, terughoudendheid voor het collectieve, maar wel een voorkeur om dat jaarlijks nog een keertje te bespreken en dat we daar dan ook eens een keer een leuke Klimaatdag van houden. Dan kunnen we misschien met elkaar eens kijken van goh, doet de gemeente nog wat we zouden moeten doen? En dan hoeft het ook niet in een debatsfeer, maar we kunnen we met elkaar eens nadenken over of recreatieve oplossingen kunnen verzinnen die helpen. De voorzitter: Dank, mijnheer Loeff. En het amendement? De heer Loeff: Wij dus niet steunen. De voorzitter: Oké, dank u. Het woord is aan de heer Stam. Er zijn door de fractie van het CDA twee expliciete vragen gesteld. De heer Stam.