CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20211027Rvs59 Begrotingswijziging 2021 maatwerkvoorzieningen SD adhv prognose 2021 BIJLAGE memo ontwikkelingen

Commissie Maatschappij en Financiën 14 oktober 2021, gemeente larenBij agendapunt: Begrotingswijziging 2021 maatwerkvoorzieningen Sociaal Domein aan de hand van prognose 20214.026 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ontwikkelingen financiën sociaal domein - Laren 1. Kernboodschap Verwacht tekort in 2021 In het najaar van 2020 heeft u de programmabegroting 2021-2024 vastgesteld. Vervolgens is in het voorjaar 2021 een uitgebreid programma van lokale besparingsmaatregelen geschreven en gecommuniceerd, waarbij het effect van deze maatregelen volgens planning vanaf 2022 zichtbaar is. Dit effect is opgenomen in de kadernota 2022. Jaarlijks moet de begroting worden geactualiseerd. Op basis van een doorrekening van de laatste regionale cijfers verwachten we helaas opnieuw structureel hogere uitgaven voor Wmo en Jeugd in 2021. Voor de Jeugdwet verwachten we een extra uitgaven van € 304.200 ten opzichte van de begroting in 2021. Dit wordt veroorzaakt door hoge kosten voor Ernstig Enkelvoudige Dyslexie, ambulante jeugdhulp en jeugdhulpverblijf. Voor de Wmo betreft dit € 217.000 ten opzichte van de begroting in 2021. Dit wordt veroorzaakt door hoge kosten voor Wmo begeleiding, hulp bij huishouden en trapliften. Ten opzichte van de jaarrekening 2020 verwachten wij dat de kosten voor de bovengenoemde voorzieningen licht gaan dalen. In deze memo zullen wij deze ontwikkelingen verder toelichten. Het Rijk heeft toegezegd extra middelen voor Jeugdhulp voor 2022 vrij te maken na het zwaarwegende oordeel van de arbitragecommissie over de financiën met betrekking tot jeugdhulp.

Dit oordeel doet recht aan de reële situatie waarin Laren, net als vele andere gemeenten, zich bevindt: ondanks grote inspanningen is het ondoenlijk om deze kosten met de huidige budgetten te betalen. Vastgestelde maatregelen voor structurele besparingen en zicht en grip op financiën blijven essentieel Ondanks deze extra middelen voor de Jeugdwet, hebben we de komende jaren nog geen sluitende begroting en is het nog steeds essentieel om de besparingsmaatregelen waartoe vorig jaar is besloten om de kosten structureel te beteugelen, volop uit te voeren. Zo ook de maatregelen om het zicht en grip op de financiën in het sociaal domein te versterken. Hierop moeten we blijven inzetten om het perspectief de komende jaren gunstig te houden. Immers bij doorgaande groei van de uitgaven zijn ook de extra middelen te weinig. Begrotingssystematiek De begroting voor 2021 is gebaseerd op het kostenniveau van realisatie 2019. Voor de verwachte stijging in 2020 was geen goede trend aan te geven in verband met het begin van de coronacrisis en dat deze crisis wellicht voornamelijk incidentele kosten met zich meebracht. Om deze reden is de geprognosticeerde stijging voor 2020 in de risicoparagraaf van de begroting opgenomen. Helaas heeft de stijging zich wel voortgezet in 2021.

2. Belangrijkste ontwikkelingen

Hieronder wordt eerst ingegaan op de extra rijksmiddelen. Daarna geven we een overzicht van de de prognoses 2021. We beschrijven alleen de voorzieningen waar we grote kostenontwikkelingen verwachten. Vervolgens gaan we in op de vraag waarom deze kostenstijgingen niet eerder in beeld waren en de maatregelen die hierop genomen zijn (beheersing). Tenslotte gaan we per onderdeel/voorziening meer specifiek in op de inhoudelijke oorzaken van de kostenstijgingen en geven we een korte stand van zaken van de in het voorjaar van 2021 gecommuniceerde lokale besparingsmaatregelen.

1

2.1 Autonome ontwikkeling & besparingen Overigens geldt voor alle producten/voorzieningen dat er in de prognose rekening is gehouden met de autonome ontwikkeling in aantallen (voorzieningen). We hebben in de prognoses rekening gehouden met de producttarieven voor 2021. Uit voorzichtigheid hebben we in deze prognose 2021 nog geen rekening met de verwachte besparingen gehouden. De maatregelen zijn pas onlangs geïmplementeerd en de verwachting is dat het effect vanaf 2022 zichtbaar wordt. Mede hierom verwachten we in 2021 nog altijd een toename van de kosten i.p.v. afname. Alleen voor Wmo hulp bij het huishouden zien we de 1e effecten in 2021. Hierover zal later dit jaar nog apart worden gerapporteerd. 2.2 Extra Rijksmiddelen Op 2 juni jl. hebben de VNG en het Rijk in een bestuurlijk overleg gesproken over de uitspraak van de Commissie van Wijzen inzake het jeugddossier. Op basis van de afspraken in dit overleg stelt het Rijk voor 2022 € 1,314 miljard extra ter beschikking aan gemeenten ter compensatie voor de tekorten op het gebied van jeugdhulp. Voor 2021 is reeds eerder een incidentele bijdrage vanuit het Rijk toegekend. Voor Laren betekent dit een extra inkomst in 2021 van € 137.206 en in 2022 € 412.469. Hiermee volgt het kabinet de uitspraak van de Commissie.

In het overleg is ook vastgesteld dat het nieuwe kabinet een besluit dient te nemen over de structurele financiële bekostiging van gemeenten vanaf 2023 op dit dossier en dat rijk en VNG zich committeren aan een Hervormingsagenda Jeugd. Onduidelijk is nog in hoeverre deze middelen geoormerkt zijn en in hoeverre ze daadwerkelijk ingezet kunnen worden om de tekorten tegen te gaan in de begroting sociaal domein. Omdat de middelen vooralsnog alleen voor het jaar 2022 zijn toegekend, blijft de vraag bestaan hoe gemeenten hiermee om mogen gaan in meerjarig perspectief bij het opstellen van de begroting voor volgend jaar. Om gemeentes duidelijkheid te geven, hebben de provinciaal toezichthouders onderling afgesproken dat 75% geraamd mag worden van de bedragen waar de Arbitragecommissie van uitgaat. Voor meer informatie, zie de VNG ledenbrief in de bijlage. 2.2 Prognose 2021 In de onderstaande prognoses gaan we in op de belangrijkste ontwikkelingen binnen het Sociaal Domein. Dit is geen volledige begroting van de Wmo en de Jeugdwet, onderdelen zoals bijvoorbeeld Wmo vervoer, woningaanpassingen, landelijk transitiearrangement en pgb zijn niet meegenomen. Wij verwachten op deze onderdelen geen grote afwijkingen met betrekking tot de begroting 2021.

De prognose 2021 laat voor het sociaal domein de volgende kostenstijgingen ten opzichte van de begroting 2021 zien: Omschrijving Jeugd-begeleiding EED Ambulante Jeugdhulp Jeugdhulpverblijf Totaal

Jaarrekening 20201 Begroting 2021 Prognose 2021 Saldo € 382.245 € 423.000 € 380.000 € 53.891 € 952.303 € 459.282

€ 59.000 € 901.000 € 120.800

€ 74.000 € 980.000 € 374.000

€ 1.847.721

€ 1.503.800

€ 1.808.000

€ 43.000 -€ 15.000 -€ 79.000 -€ 253.200 -€ 304.200 20%

1 Deze jaarrekeningcijfers wijken af van de cijfers die eerder gecommuniceerd zijn in de jaarrekening 2020 en de bestuursrapportage 2020.

In de jaarrekening en de bestuursrapportage is uitgegaan van de voorlopige cijfers van 1 mei 2021. Van de Regio Gooi en Vechtstreek hebben we 1 juni 2021 definitieve cijfers ontvangen en deze hebben we verwerkt in deze memo. We gebruiken deze cijfers omdat de prognoses 2021 hierop gebaseerd zijn.

2

Omschrijving Wmo-begeleiding

Jaarrekening 20201 Begroting 2021 Prognose 2021 Saldo € 588.701 € 507.000 € 590.000 -€ 83.000

Hulp bij huishouden

€ 619.701

€ 503.000

€ 610.000

-€ 107.000

Trapliften

€ 59.804

€ 35.000

€ 62.000

-€ 27.000

Totaal

€ 1.268.206

€ 1.045.000

€ 1.262.000

-€ 217.000 21%

2.3 Waarom waren deze verdere kostenstijgingen niet eerder volledig in beeld? Bij het opstellen van P&C producten zoals jaarrekeningen en bepalen van prognoses zijn wij – naast onze eigen registratiesystemen - afhankelijk van de financiële gegevens uit het regionale systeem voor berichtenverkeer (toewijzingen en declaraties) met de aanbieders: het digitaal leefplein (DLP). Ervaring leert dat pas eind mei de definitieve cijfers over het voorgaande jaar beschikbaar zijn. Daarnaast zijn dan de eerste financiële gegevens over de eerste maanden van het lopende jaar beschikbaar. Op basis hiervan kunnen we een redelijke prognose maken. Het is voor een goede doorrekening voor 2021 extra belangrijk te beschikken over de definitieve jaarcijfers 2020. Prognosticeren van de uitgaven 2021 op basis van incomplete jaarcijfers over het coronajaar 2020 vonden wij niet verantwoord. Als deze cijfers vervolgens beschikbaar zijn en worden doorgerekend, kunnen we geconfronteerd worden met onvoorziene kostenstijgingen, zoals dit jaar en vorig jaar het geval was. Hoe komt dit? - De Regio blijft namens ons inzetten op het terugdringen van late declaraties. Hier lopen we wel tegen grenzen aan: we kunnen late declaraties proberen terug te dringen, maar we kunnen deze in het huidige stelsel niet voorkomen. De wettelijke grens van het indienen van declaraties is 5 jaar. Dit kunnen wij niet veranderen.

Wel zetten we in op financiële prikkels zoals boetes bij het laat indienen. Maar deze boetes maken minder indruk bij grotere aanbieders voor wie wij als regio een relatief kleine financierder zijn. Declaraties aan ons hebben een relatief lage prioriteit bij bovenregionale spelers of aanbieders die het overgrote deel van hun inkomsten uit de zorgverzekering of WLZ (Wet Langdurige Zorg) halen. Zo worden we toch elk jaar weer geconfronteerd met declaraties van zorg die jaren geleden is ingezet. Uiteraard wordt bij het opstellen van onze begroting rekening gehouden met de verplichtingen (toewijzingen van zorg) die zijn aangegaan, het zogenaamde onderhandenwerk. Het is echter lastig begroten op toewijzingen van vele jaren geleden die nog steeds niet (volledig) zijn uitgenut en waarvan het niet zeker is of deze daadwerkelijk nog worden benut, hier zit een onzekerheid in de begroting. - In regionaal verband maken we in het kader van de administratieve lastenverlichting maatwerkafspraken met aanbieders waardoor soms met terugwerkende kracht toewijzingen in het DLP worden geplaatst. Toewijzingen (door externe verwijzers) zijn door het jaar heen voor een deel niet in beeld, waardoor gemeenten geen zicht hebben op de aantallen en de kosten. - Bij de regionale inkoop van zorg lukt het niet altijd om op alle percelen (met name jeugdverblijf) voldoende of passende zorg in te kopen.

Dit betekent dat we als gemeente zelf met aanbieders van onder meer verblijfplekken raamcontracten afsluiten om er toch voor te zorgen dat jeugdigen de juiste zorg op de juiste plek krijgen. Het inkoop en contractbeheer van deze zorg is intern belegd. De implementatie van de bijbehorende werkprocessen zoals de verplichtingenadministratie is nog niet volledig, hier moeten nog stappen worden gezet. 2.4 Maatregelen om de financiële beheersing te verbeteren Zoals hierboven al aangegeven, hebben we op een deel van bovenstaande oorzaken beperkt invloed. Er zijn echter wel zaken waar wij zelf invloed op hebben en waar we verbeteringen kunnen doorvoeren. Hieronder de belangrijkste getroffen maatregelen voor een betere financiële beheersing met in het kort de stand van zaken: - Van de maatregelen die getroffen zijn ter verbetering van de financiële beheersbaarheid van het sociaal domein - zoals het gebruik van het dashboard, de inzet van managementtool iNzicht en de 3

-

-

ontwikkeling van de prognosetool Jeugd - zien we de eerste resultaten. Maar deze instrumenten zullen in de loop van dit jaar pas volledig operationeel zijn en zijn op dit moment in de cyclus nog niet inzetbaar voor het duiden van de financiële ontwikkelingen. Het contractbeheer van de contracten die wij zelf (en niet in regionaal verband) aangaan met aanbieders is uitgewerkt en wordt verder geïmplementeerd. Met name de verplichtingenadministratie zullen wij dit jaar realiseren. Daarnaast is nog onvoldoende uitvoering gegeven aan de gezamenlijke werkagenda waarin financiën, bedrijfsvoering, beleid en de uitvoering samenwerken om externe en interne verplichtingen zo snel mogelijk inzichtelijk te maken en aandachtspunten te signaleren. De werkagenda is opgesteld maar nog niet compleet ingevoerd. De toename op lokale uitgaven onderstrepen nog maar eens het belang om deze werkagenda volgens planning te implementeren. Tot slot hebben wij met onze besparingsmaatregelen gekozen voor een andere manier van financieren voor een deel van de voorzieningen in plaats van PxQ financiering in een open-house systeem: lichte begeleiding zelf uitvoeren met een vast aantal medewerkers. Daarnaast gaan we specialistische begeleiding aanbieden via samenwerking met een beperkt aantal aanbieders op basis van partnerschap, subsidieplafonds en lumpsum financiering.

Hierdoor zijn de uitgaven straks voorspelbaarder en beter te beheersen. Het effect hiervan verwachten we stapsgewijs in de komende jaren te zien.

2.5 Voortgang maatregelen structurele besparingen Na een fase van voorbereidingen, zitten we nu volop in de fase waarin we diverse maatregelen implementeren. We zijn er nog niet, diverse maatregelen worden stapsgewijs geïmplementeerd, maar we zitten op koers op basis van de gepresenteerde planning. Tot nu toe is onder meer gerealiseerd met betrekking tot de besparingsmaatregelen: - Lichte ambulante ondersteuning lokaal: De eerste vier medewerkers die lokaal lichte ambulante ondersteuning jeugd en Wmo bieden, zijn in mei 2021 gestart. - Verbinding uitvoeringsdienst-voorveld: Samenwerking is versterkt tussen de lokale ambulante ondersteuners, voorveld en groepspraktijken: afspraken over samenwerking op cliëntniveau en optrekken bij relevante ontwikkelingen. - Specialistische begeleiding via partnerschappen met een beperkt aantal aanbieders door gebruik van lumpsum financiering: Er wordt gewerkt aan een routekaart om te komen tot het proces, aandachtspunten en keuzes duidelijk te maken. - Nieuw normenkader voor Huishoudelijke hulp: Is geïmplementeerd, resultaten tot nu toe wijzen er op dat we op koers zitten om de geplande besparingen te halen. - Woningaanpassingen: Het risico op vergoeden van dure woningaanpassingen is verminderd door o.a.

in het werkproces bij dure aanvragen externe bouwkundige expertise in te schakelen en in te zetten op voorliggende, goedkoopst adequate voorzieningen. - Aanspraak op de RTC wordt met ingang van 2022 afgeschaft, tegelijkertijd zijn de mogelijkheden voor tegemoetkoming van de kosten binnen de bijzondere bijstand verruimd. - Samen met andere gemeenten in de regio, is via de zienswijze op regionale besparingsmaatregelen de Regio gevraagd te komen met een voorstel om de eigen bijdrage te verhogen voor Wmo vervoer en te kijken naar mogelijkheden voor differentiatie van de kosten.

3. Toelichting per onderdeel: ontwikkelingen, eerste analyse, stand van zaken maatregelen Jeugd

3.1 Jeugd begeleiding Jaarrekening 2020: € 382.245 Begroting 2021: € 423.000 Prognose 2021: € 380.000 (voordeel € 43.000) 4

In 2020 was er een stijging van 6% van het aantal voorzieningen Jeugd begeleiding. In 2021 zien we dat het aantal voorzieningen jeugd begeleiding licht toeneemt en de intensiteit licht daalt. Door beide ontwikkelingen verwachten we dat de kosten ten opzichte van de jaarrekening 2020 stabiel zijn. Deze kosten zijn binnen de gestelde begroting. Er is wel een mate van onzekerheid bij de prognose, omdat we niet weten in hoeverre coronamaatregelen in 2020 en begin 2021 de vraag heeft beïnvloed en in hoeverre eventuele effecten kortdurend of langdurig zijn. De afgelopen jaren zien we de vraag naar jeugd begeleiding toenemen. In mei 2021 zijn we gestart met lichte begeleiding jeugd aan te bieden vanuit een lokaal team. Op dit moment zijn er voor de HBEL gemeenten 2 begeleiders werkzaam. De effecten van dit lokale team zijn in 2021 nog niet zichtbaar. We verwachten dat in 2022 als het lokaal team meer mensen ondersteunt, de kosten van geïndiceerde begeleiding jeugd minder toenemen. Relevante (besparings)maatregelen: - Lichte ambulante ondersteuning lokaal: De eerste vier medewerkers die lokaal lichte ambulante ondersteuning jeugd en Wmo bieden, zijn in mei 2021 gestart.

- Verbinding uitvoeringsdienst-voorveld: Samenwerking is versterkt tussen de lokale ambulante ondersteuners, voorveld en groepspraktijken: afspraken over samenwerking op cliëntniveau en optrekken bij relevante ontwikkelingen. - Specialistische begeleiding via partnerschappen met een beperkt aantal aanbieders door gebruik van lumpsum financiering: Er wordt gewerkt aan een routekaart om te komen het proces, aandachtspunten en keuzes duidelijk te maken. - Analyse casussen en toegang jeugd: in ontwikkeling. Analyse van 85 casussen, werkproces en relevante andere ontwikkelingen. Eerste uitkomsten zijn de wenselijkheid voor meer aandacht om (mogelijke) overgang van cliënten naar de Wlz gerichter te ondersteunen en versterken van inzet vier ogen principe bij zware casussen. - Waardentraject: na de zomer zijn er raadsbijeenkomsten, onder meer gericht op aanscherpen waar we als gemeente wel/niet voor zijn. 3.2 Ernstig Enkelvoudige Dyslexie Jaarrekening 2020: € 53.891 Begroting 2021: € 59.000 Prognose 2021: € 74.000 (nadeel € 15.000) Wanneer kinderen in de leeftijd van 7 tot 12 jaar ernstige problemen hebben met taal en spelling, dan kunnen deze kinderen worden aangemeld door de school en of ouders om te onderzoeken of zij ernstige enkelvoudige dyslexie (EED) hebben.

Voordat deze kinderen worden aangemeld, moet de school er alles aan hebben gedaan om deze kinderen te helpen naar een aanvaardbaar niveau op het gebied van taal en spelling. De school dient voor elk gemeld kind over een dossier te beschikken waarin staat wat de school heeft gedaan om het gesignaleerde probleem op te heffen. Als blijkt dat er vermoedens zijn van dyslexie kan er een melding worden gedaan voor diagnostiek en behandeling. De aanvragen voor diagnostiek en behandeling worden beoordeeld door een onafhankelijk bureau (Zien in de Klas) voor alle kinderen in onze regio. Zien in de Klas beoordeelt de aanvragen op getantaliseerde criteria en voorwaarden en geeft vervolgens advies. Sinds 2015 is het beleid en de voorwaarden om toegelaten te worden voor EED niet gewijzigd. Ondanks dat er geen wijzigingen zijn, zien we wel een stijging de afgelopen jaren van het aantal kinderen dat ondersteuning nodig heeft in alle gemeenten. Dit heeft waarschijnlijk er mee te maken dat scholen dyslexie eerder signaleren en beter de weg weten te vinden naar zorg voor deze leerlingen. Als gevolg van deze stijging, verwachten we dat de kosten ten opzichte van 2020 opnieuw zullen stijgen in 2021. 3.3 Jeugd: ambulante jeugdhulp 5

Jaarrekening 2020: € 952.303 Begroting 2021: € 901.000 Prognose 2021: € 980.000 (nadeel € 79.000) In het jaar 2020 was er gemiddeld -ten opzichte van 2019– sprake van een daling van 5%. Door het nu verwerken van achterstallige declaraties zien we nu juist een lichte toename en wat duurdere pakketten. Dit zorgt voor het feit dat bij de originele begroting 2021 van te lage aantallen en een lagere intensiteit is uitgegaan. Daarnaast zien we dat het uitnuttingspercentage voor de ambulante jeugdhulp toeneemt met ongeveer 10%. Deze twee ontwikkelingen samen zorgen ervoor dat we een nadeel van € 79.000 verwachten ten opzichte van de begroting. Er is wel een mate van onzekerheid bij de prognose, omdat we niet weten in hoeverre Coronamaatregelen in 2020 en begin 2021 de vraag heeft beïnvloed en in hoeverre eventuele effecten kortdurend of langdurig zijn. Sinds 2019 zien we in Laren dat ongeveer 75% van de jongeren met ambulante jeugdhulp verwezen is door de huisarts. Dit is in vergelijking tot landelijke cijfers hoog. Door goede samenwerking tussen wijkteams en huisarts krijgen kinderen tijdig de juiste jeugdhulp, worden niet onnodig doorverwezen of krijgen snel specialistische hulp als dat nodig is. De Praktijkondersteuners Jeugd bij de huisarts vervullen hierin een spilfunctie, blijkt uit een recent onderzoek.

De Praktijkondersteuner jeugd (POHjeugd) is de positieve schakel door zijn ervaring, inzicht in jeugdproblematiek en samenwerking in de wijk(teams). Dit blijkt uit het nieuwe onafhankelijke onderzoek in opdracht van de NVO, de Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen. Gemeente Laren heeft op dit moment geen POH-jeugd in de gemeente. Relevante (besparings)maatregelen: - Verbinding uitvoeringsdienst-voorveld: Samenwerking is versterkt tussen de lokale ambulante ondersteuners, voorveld en groepspraktijken: afspraken over samenwerking op cliëntniveau en optrekken bij relevante ontwikkelingen. - Analyse casussen en toegang jeugd: in ontwikkeling. Analyse van 85 casussen, werkproces en relevante andere ontwikkelingen. Eerste uitkomsten zijn de wenselijkheid voor meer aandacht om (mogelijke) overgang van cliënten naar de Wlz gerichter te ondersteunen en versterken van inzet vier ogen principe bij zware casussen. - Waardentraject: na de zomer zijn er raadsbijeenkomsten, onder meer gericht op aanscherpen waar we als gemeente wel/niet voor zijn. - Regionale maatregelen: Als uitkomst van de zienswijze op de regionaal verkende besparingsmaatgelen, worden naar verwachting twee regionale maatregelen uitgewerkt die dit onderdeel raken: - ‘van vindplaats naar werkplaats’: kortdurende jeugdhulp op scholen inzetten.

- ‘in dialoog verwijzen naar effectieve jeugdhulp’: meer eenheid tussen de verwijzers in de verwijzingen. 3.4 Jeugdhulpverblijf Jaarrekening 2020: € 459.282 Begroting 2021: € 120.800 Prognose 2021: € 374.000 (nadeel € 253.200) Niet voor alle klanten is het regionale jeugdaanbod passend voor hun specifieke problematiek en behoeften, met name bij specifieke verblijfsplekken. Daarom is voor een aantal klanten lokaal een raamovereenkomst aangegaan met aanbieders, buiten regionale contracten om. Voor jeugdigen die voorheen op de wachtlijst stonden en niet (goed) in beeld waren, en waarbij snelle inzet van een verblijfsplek essentieel is, hebben we door lokale inkoop bijgedragen aan een passende oplossing. Er wordt voor € 170.000 buiten de regionale contacten om ingezet. 6

We zien deze kostenpost de afgelopen jaren verder oplopen. In 2020 was dit ook het geval. Klanten die (voorheen) buiten beeld waren en/of de wachtlijst stonden, zijn lastig te begroten en in de originele begroting 2021 niet opgenomen. Voor dit jaar zijn er al voor 3 klanten verplichtingen aangegaan, hetgeen leidt tot de bovenstaande ingeschatte extra kosten ten opzichte van de reeds in de begroting 2021 opgenomen kosten voor lokale raamcontracten. Relevante (besparings)maatregelen: - regionaal transformatieplan jeugd: inzetten op meer pleegzorg en gezinsvervangende huizen, in plaats van intramuraal verblijf. Insteek is om vanaf 2023 langjarige afspraken maken. Hiervoor wordt de komende jaren gezamenlijk met zorgaanbieders, verwijzers, gemeenten en inwoners een toekomstbestendig en breed gedragen plan gemaakt voor de nieuwe inrichting.

Wmo

3.5 Begeleiding Jaarrekening 2020: € 588.701 Begroting 2021: € 507.000 Prognose 2021: € 590.000 (nadeel € 83.000) In 2021 is er een stijging zichtbaar van het aantal voorzieningen specialistische begeleiding. Daarnaast zien we een afname van het aantal voorzieningen reguliere begeleiding, waardoor het totaal aantal voorziening ongeveer gelijk blijft ten opzichte van 2020. Dit past in trend dat door vergrijzing, ambulantisering van de ggz en toename van de wachtlijst beschermd wonen (waardoor mensen langer thuis blijven wonen en daar begeleiding ontvangen) de complexiteit van de ondersteuningsbehoefte toeneemt. Daarnaast veroorzaken de coronamaatregelen in 2020 en begin 2021 een toename van klachten bij ( kwetsbare) groepen mensen die al in beeld waren. De afgelopen jaren zien we de vraag naar begeleiding toenemen. In mei 2021 zijn we gestart met lichte begeleiding Wmo aan te bieden vanuit een lokaal team. Op dit moment zijn er voor de HBEL gemeenten 2 begeleiders werkzaam. De effecten van dit lokale team zijn in 2021 nog niet zichtbaar. We verwachten dat in 2022 als het lokaal team meer mensen ondersteunt, de kosten van geïndiceerde begeleiding minder toenemen. Relevante (besparings)maatregelen: - Lichte ambulante ondersteuning lokaal: De eerste vier medewerkers die lokaal lichte ambulante ondersteuning jeugd en Wmo bieden, zijn in mei 2021 gestart.

- Verbinding uitvoeringsdienst-voorveld: De samenwerking is versterkt tussen de lokale ambulante ondersteuners, voorveld en groepspraktijken: afspraken over samenwerking op cliëntniveau en optrekken bij relevante ontwikkelingen. - Specialistische begeleiding via partnerschappen met een beperkt aantal aanbieders door gebruik van lumpsum financiering: Er wordt gewerkt aan een routekaart om te komen het proces, aandachtspunten en keuzes duidelijk te maken. - Waardentraject: na de zomer zijn er raadsbijeenkomsten, onder meer gericht op aanscherpen waar we als gemeente wel/niet voor zijn. - Versnellingsplan ambulantisering beschermd wonen: regionaal pakket van acties, onderdeel van het werkveld bescherming en opvang, om de instroom te verminderen naar beschermd wonen en de uitstroom te vergroten. 3.6 Hulp bij het huishouden Jaarrekening 2020: € 619.701 Begroting 2021: € 503.000 Prognose 2021: € 610.000 (nadeel € 107.000) 7

Ondanks de invoering van het nieuwe normenkader, verwachten we in 2021 een toename van de kosten ten opzichte van de begroting 2021. In 2020 is er een stijging geweest van 15% van het aantal voorzieningen ten opzichte van 2019. Deze sterke stijging heeft effect op de kosten van 2021, omdat deze inwoners ook in 2021 huishoudelijke hulp zullen ontvangen. In 2021 zien we opnieuw een stijging van het aantal inwoners met huishoudelijke hulp. Zowel de stijging in 2020 als de stijging in 2021 zorgen ervoor dat de verwachting is dat de kosten voor 2021 €610.000 zullen bedragen. Op basis van de ervaringen sinds de start van de herindicaties dit jaar, zien we dat de gemiddelde indicatie, die voorheen 170 minuten bedroeg, bij nieuwe instroom 2021 ongeveer 120 minuten bedraagt. Doordat er jaarlijks inwoners uitstromen en de indicatie van de nieuwe instroom op basis van het nieuwe normenkader lager dan voorheen wordt vastgesteld én door de afname van de bestaande indicatie bij indicaties van meer dan 120 minuten, ziet het ernaar uit dat de beoogde bezuiniging van 30% de komende jaren volgens planning gerealiseerd kan worden. Begin september wordt u geïnformeerd door middel van een rapportage over de effecten van het nieuwe normenkader.

Relevante (besparings)maatregelen: - Nieuw normenkader voor HH: Is geïmplementeerd, resultaten tot nu toe wijzen er op dat we op koers zitten om de geplande besparingen te halen. 3.7 Trapliften Jaarrekening 2020: € 59.804 Begroting 2021: € 35.000 Prognose 2021: € 62.000 (nadeel € 27.000) Bij hulpmiddelen is het lastig om een trend te zien (door de vele pieken en dalen). Het eerste halfjaar 2021 zien we dat het aantal toegekende aanvragen voor hulpmiddelen ongeveer gelijk is aan het aantal toekenningen het eerste halfjaar in 2020. Op basis hiervan verwachten we dat de kosten voor trapliften in 2021 ongeveer gelijk zullen zijn aan de kosten van 2020. Relevante (besparings)maatregelen: - Woningaanpassingen: Het risico op vergoeden van dure woningaanpassingen is verminderd door o.a. in het werkproces bij dure aanvragen externe bouwkundige expertise in te schakelen en in te zetten op voorliggende, goedkoopst adequate voorzieningen.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10665393/1