CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20210929Rvs57 Bestemmingsplan en Beeldkwaliteitsplan Harmen Vosweg - Ruiterweg BIJLAGE bestemmingsplan

Commissie Ruimte en Infrastructuur 22 september 2021, gemeente larenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Harmen Vosweg en BKP21.027 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

25

Harmen Vosweg - Ruiterweg

afdoende milieuhygiënische maatregelen bij de bron, bij de overdracht of bij de ontvanger, kunnen een kortere afstand eventueel mogelijk maken. De onderstaande toetsing bevat een onderdeel dat aandacht besteedt aan bedrijven en functies in de omgeving die al dan niet hinder kunnen ondervinden van dit project alsook in hoeverre het project al dan niet hinder kan ondervinden als gevolg van bedrijven en functies in de omgeving. Situatie plangebied In de nabijheid van het plangebied zijn enkele sportverenigingen gelegen waaronder een hockeyvereniging. Op basis van de VNG uitgave Bedrijven en Milieuzonering is een dergelijke vereniging aangemerkt met een milieucategorie 3.1. Dit houdt in dat er ten minste 50 afstand gehouden dient te worden tussen de hockeyvelden en gevoelige functies zoals woningen, in dit geval op basis van het aspect geluid. Dit initiatief ligt op meer dan 50 meter afstand van de hockeyvereniging. Aanvullend onderzoek in het kader van Bedrijven en Milieuzonering is niet noodzakelijk. Voor het overige zijn er geen gezoneerde inrichtingen in de nabijheid van het initiatief. Conclusie Op basis van de bovenstaande analyse is het plan wat betreft het aspect milieuzonering uitvoerbaar.

4.9

Verkeer & Parkeren

4.9.1

Verkeer

Voor het berekenen van de verkeersgeneratie als gevolg van de realisatie van de acht woningen is gebruikgemaakt cijfers van CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig Parkeren’. In deze gids worden verschillende functies onderscheiden en wordt per functie een onderscheid gemaakt tussen en de ligging van het project (centrum of juist buitengebied) en de mate van stedelijkheid. Voor het planvoornemen geldt dat deze valt te typeren als weinig stedelijk gebied en als de rest van de bebouwde kom. De CROW-publicatie maakt een onderscheid in type woningen. Voor het planvoornemen betekent dat sprake is van sociale huurwoningen met de bijbehorende verkeersgeneratie. Op basis van publicatie 381 voorziet een sociale huurwoning maximaal in 6 voertuigbewegingen per dag. Totaal voorziet het project daarmee in 48 voertuigbewegingen per dag. Dit aantal autoverkeersbewegingen kan ter plaatse goed worden afgewikkeld. Aanvullend onderzoek of maatregelen zijn niet noodzakelijk. 4.9.2

Parkeren

Ten aanzien van parkeren geldt dat de parkeerbehoefte van het projectvoornemen eveneens met de cijfers van CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig Parkeren' kan worden berekend. De CROW-publicatie leert dat bij koopappartementen in het dure segment in matig stedelijk gebied in een centrum een parkeerbehoefte ontstaat van 1,2 tot 2,0 parkeerplaatsen per sociale huurwoning. Dat vertaalt zich naar 9,6 tot 16 parkeerplaatsen voor de geplande acht woningen. Ter plaatse van het initiatief wordt voorzien in 12 parkeerplaatsen. Er wordt hiermee voorzien in de gemiddelde parkeerbehoefte van de woningen.

4.10 Water Wettelijk kader en beleid Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet bij ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Het is verplicht plannen te toetsen op wateraspecten. Het doel van de watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Behalve landelijke wetgeving hanteert de gemeente Laren ook het 'Beleids- en actieplan wateroverlast Laren'. De volgende uitgangspunten zijn in het beleids- en actieplan benoemd:

26

Harmen Vosweg - Ruiterweg

De gemeente accepteert tijdelijk water op straat en ziet kritisch toe op het ontwerp en inrichting van de bebouwde omgeving, zodat berging op straat met beperkte overlast mogelijk is. Schade aan eigendommen en/of het uitvallen van essentiële (gebruiks-) functies vindt de gemeente Laren niet acceptabel. Om in te spelen op klimaatveranderingen wordt de neerslaggebeurtenis van 28 juli 2014 als referentie toegepast bij het uitwerken van verbetermaatregelen. Particulieren verwerken het hemelwater op eigen terrein, tenzij ze aantonen dat dit niet haalbaar en redelijk is. De gemeente hanteert in de openbare ruimte de voorkeursvolgorde voor de afvoer van afstromend hemelwater: 1. Afvoer naar de bodem, indien nodig via een zuiverende voorziening, zoals bodemverrijking; 2. Afvoer via het riool naar de rioolwaterzuivering (als verontreinigingen worden verwacht). De gemeente koppelt het hemelwater afkomstig van verhard openbaar oppervlak af van het gemengde riool als dit doelmatig is: gelijktijdig met een voorgenomen rioolvervanging en als de voordelen opwegen tegen de kosten. Beleid Amstel, Gooi en Vecht Het plangebied valt binnen het beheersgebied van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Waternet zorgt namens het waterschap voor schoon oppervlaktewater, veilige dijken en het waterpeil in de sloten en vaarten.

Het verzorgingsgebied van Waternet omvat de gemeente Amsterdam en een groot gebied in de provincie Utrecht en Noord-Holland. Het beleid van AGV is verwoord in het Waterbeheerplan en diverse beleidsnota’s. In de Keur van het waterschap zijn geboden en verboden opgenomen voor de bescherming van de functionaliteit van waterlopen en waterkeringen. Met de Keur wil het waterschap de waterkwaliteit verbeteren, de doorstroming in sloten veilig stellen en de dijken sterk houden. Bij de Keur horen Keurkaarten met informatie over wateren en waterkeringen. Er is sinds 1 november 2019 een nieuwe Keur AGV 2019 van kracht die meer geënt is op de Omgevingswet en ruimte biedt aan maatwerk. In de legger van het waterschap worden gegevens vastgelegd over de locatie van wateren, dijken en kunstwerken, aan welke eisen deze moeten voldoen (diepte, hoogte, sterkte etc.) en de onderhoudsverplichtingen. De legger dient als basis voor de vergunningverlening door de waterbeheerder. Het waterschap hanteert het beleid dat bij het aanbrengen van meer dan 1.000 m² verharding in stedelijk gebied of meer dan 5.000 m² in landelijk gebied 10 % daarvan gecompenseerd moet worden in de vorm van oppervlaktewater voor waterberging. Door compensatie wordt voorkomen dat ernstige peilstijging optreedt door afstromend regenwater met wateroverlast tot gevolg.

Afweging De herontwikkeling voorziet in de realisatie van acht sociale huurwoningen. Het project voorziet in een realisatie van 800 m2 verhard oppervlak. Daarnaast wordt er ook verharding verwijderd (gebouwen en paden) van totaal 570 m2 . In totaal wordt er 230 m2 verhard oppervlak toegevoegd als gevolg van de ontwikkeling. In het plangebied is verder geen open water aanwezig. In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet direct op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten, maar separaat binnen het plangebied worden verwerkt. Dit betekent dat bij de verdere planuitwerking water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen en dat hemelwater op een duurzame wijze wordt verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrologisch neutraal zijn. Conform het beleid van waterschap Amstel, Gooi en Vecht en de gemeente Laren is ten aanzien van de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak geen specifieke compenserende waterberging benodigd. Bij herontwikkeling of nieuwbouw mag het hemelwater afkomstig van het dak echter niet zonder meer worden aangesloten op het riool. Afstromend hemelwater mag eveneens niet worden afgewenteld op

27

Harmen Vosweg - Ruiterweg

omliggende percelen of de openbare ruimte. Om dit te voorkomen, is het aanleggen van een bergingsvoorziening aan te raden. De gemeente Laren kent geen minimale of specifieke bergingseis. De initiatiefnemer is hierdoor vrij om te bepalen hoeveel waterberging wordt aangelegd. In een situatie waarbij in een korte tijd meer regen valt dan de ontwerpuitgangspunten kan tijdelijk water op het perceel blijven staan (water-op-straat situatie). Om inzicht te krijgen in het ruimtebeslag dat bij een potentiële voorziening hoort, is een situatie uitgewerkt waarbij ervoor is gekozen de norm van waterschap Amstel, Gooi en Vecht aan te houden (70 m3 / 1.000 m2 ). Ten aanzien van de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak bedraagt de waterbergingsopgave in een dergelijke situatie circa 16,1 m3 (230 m2 x 0,07 m). Om de wateropgave te kunnen verwerken wordt een infiltratieriool aangelegd, conform gemeentelijk beleid gericht op een regenbui van 70 m3 /1000 m2 . Indien sprake is van werkzaamheden in de grond en/ of bemalingen is een watervergunning benodigd. Gelet op de aard en omvang van de werkzaamheden is niet de verwachting dat er bemaling nodig is. Bij de ontwikkeling worden geen uitlogende materialen gebruikt die in contact komen met het water dat afwatert op de bergingsvoorziening.

Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan. Conclusie Het milieuaspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavig projectvoornemen.

4.11 Milieueffectrapportage 4.11.1

Wettelijk kader

De wet- en regelgeving voor milieueffectrapportage (m.e.r.) is vastgelegd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in de AMvB Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de Wet milieubeheer zijn vooral de procedurele verplichtingen opgenomen. In Besluit m.e.r. is opgenomen wanneer een m.e.r. verplicht is. Globaal zijn er 3 soorten m.e.r.. 1.

Een plan-m.e.r. is wettelijk verplicht wanneer: a. Het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor een (project-)m.e.r. noodzakelijk is, dan wel waarvoor beoordeeld moet worden of een (project-)m.e.r. noodzakelijk is. Dit zijn de activiteiten die genoemd zijn in kolom 1 van Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Voor een activiteiten uit Bijlage D geldt de plan-m.e.r. plicht direct als ze groter is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2. Als ze kleiner is dan die drempelwaarden, wordt de plan-m.e.r. plicht bepaald door de vormvrije m.e.r.-beoordeling. b. De activiteiten in het bestemmingsplan leiden tot mogelijk significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden (passende beoordeling noodzakelijk).

Bij een plan-m.e.r. gaat het om besluiten uit kolom 3 van Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. 2.

Een project- of besluit-m.e.r. is wettelijk verplicht wanneer: a. De activiteit genoemd is in Bijlage C van het Besluit m.e.r. b. De initiatiefnemer of het bevoegd gezag besloten hebben dat voor een activiteit uit Bijlage D van het Besluit m.e.r. een milieueffectrapport opgesteld wordt, cq. moet worden.

Bij een project- of besluit-m.e.r. gaat het om besluiten uit kolom 4 van Bijlage C of D va het Besluit m.e.r. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een bestemmingsplan dat in directe zin woningbouw mogelijk maakt waarvoor een m.e.r.-plicht geldt, of om een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een bedrijf (met

28

Harmen Vosweg - Ruiterweg

aanzienlijke milieugevolgen). 3.

Een m.e.r.-beoordeling is wettelijk verplicht voor de activiteiten in kolom 1 van Bijlage D van het Besluit m.e.r.

Indien de activiteit groter is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2 van Bijlage D dient de in de wet milieubeheer beschreven m.e.r.-beoordelingsprocedure beschreven te worden. Indien de activiteit kleiner is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2 van Bijlage D dient beoordeeld te worden of de in de Wet milieubeheer beschreven m.e.r.-beoordelingsprocedure al dan niet nodig is. Dit noemt men vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling gaat het om besluiten uit kolom 4 van Bijlage 4 van het Besluit m.e.r. 4.11.2

Onderzoek

Onderzocht is of het bestemmingsplan het ruimtelijk kader biedt voor activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel C of D van het Besluit MER. Daarbij is alleen naar de ontwikkeling van dit plan gekeken. Voor de beoordeling of een project m.e.r plichtig is relevant of de activiteit is opgenomen in de in Bijlage II van het besluit m.e.r. Er moet, in dit geval, getoetst worden aan Onderdeel D11.2. De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Dit plan betreft het realiseren van een locatie naar maximaal 8 woningen in een stedelijk gebied. Om een inschatting te kunnen maken van de nadelige gevolgen op het milieu ten gevolge van deze ontwikkeling wordt getoetst aan de selectiecriteria uit de Europese richtlijn, Bijlage III (Richtlijn 2001/42/EG). In onderstaande tabel is de vormvrije mer-beoordeling opgenomen. Tabel: Vormvrije mer-beoordeling 1 kenmerken van het project Omvang van het project (relatie met Dit project maakt de ontwikkeling mogelijk van maximaal 8 drempel D lijst) woningen mogelijk. Dit is een stedelijke ontwikkelingsproject als vermeld in bijlage D van het besluit m.e.r (Nr D11.2). De omvang van dit project is klein. De milieueffecten op de omgeving van de huidige bestemming en de woningen is weinig verschillend.

In hoofdstuk 4 is onderbouwd dat de verschillende milieuaspecten niet negatief beïnvloed worden, of dat maatregelen getroffen worden om deze effecten te compenseren. Cumulatie met andere projecten

Geen

Gebruik natuurlijke hulpbronnen

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen is in dit geval niet aan de orde. De nieuwe inrichting van het gebied heeft geen effect op natuurlijke hulpbronnen, zoals mineralen, ertsen, fossiele brandstoffen.

Productie van afvalstoffen

Huishoudelijk afval, afvalwater.

Verontreiniging en hinder

De woningen veroorzaken verontreiniging door verkeer.

CO2

uitstoot

en

lucht

2 Plaats van het project Bestaand grondgebruik

Huidige grond gebruik is een woonlocatie voor één woning met bijhorende dierenweide

Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratieve Geen vermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied

29

Harmen Vosweg - Ruiterweg

Opnamevermogen milieu met aandacht In de onmiddellijke omgeving van het plangebied liggen voor wetlands, kustgebieden, berg- en geen beschermde natuurgebieden. bosgebieden, reservaten en natuurparken, Cultuurhistorische waarden komen niet voor in het HA/ Richtlijnengebied, gebieden waar plangebied. milieunormen worden overschreden, Archeologische waarden worden beschermd. gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, Geen overschrijding normen luchtkwaliteit in en rond landschappelijk historische cultureel of plangebied. archeologische gebieden van belang 3) kenmerken van potentieel effecten Bereik van het effect (Geografisch en Dit project leidt niet tot veranderingen van de effecten op grootte getroffen bevolking) de omgeving. Grensoverschrijdend karakter

Nee

Orde van grootte en complexiteit effect

De effecten zijn niet groot en niet complex

Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect Verbruik van bouwmaterialen is beperkt. Conclusie De realisatie van de woningen leidt niet tot significante omgevingseffecten. 4.11.3

Resultaten

Het bestemmingsplan biedt geen ruimtelijk kader voor activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Milieugevolgen ten gevolgen van deze activiteit kunnen derhalve worden uitgesloten. 4.11.4

Conclusie

Op dit bestemmingsplan rust geen plicht tot het uitvoeren van een MER. De transformatie van de locatie veroorzaakt geen nadelige gevolgen voor het milieu. 4.11.5

M.e.r.-beoordelingsbeslissing

Op pm heeft het college van Laren op basis van voorgaande vormvrije m.e.r.-beoordeling besloten dat een project-m.e.r. in dit geval niet noodzakelijk is.

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische vormgeving

Algemeen

Voor dit bestemmingsplan is gebruikgemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen moeten in onderlinge samenhang worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.

30

Harmen Vosweg - Ruiterweg

5.2

Opzet van de regels

De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels voor het hele plangebied. Hoofdstuk 2 geeft de bestemmingsregels. Hoofdstuk 3 geeft vervolgens de algemene regels waaronder (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. In dit derde hoofdstuk kunnen belangrijke algemene bepalingen zijn opgenomen die van invloed zijn op het bepaalde in hoofdstuk II. Ten slotte regelt Hoofdstuk 4 de overgangs- en slotbepalingen. Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: Bestemmingsomschrijving (in elk bestemmingsplan); Bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); Nadere eisen (bestemmingsplanafhankelijk); Afwijken van de bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); Specifieke gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); Afwijken van de gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (bestemmingsplanafhankelijk).

5.3

Beschrijving van de regels

Bos In het plangebied is een beeldbepalende houtopstand aanwezig. Deze gronden hebben de bestemming ‘Bos’ gekregen. Groen De groene en recreatieve functies zijn voorzien van de bestemming 'Groen'. Binnen deze bestemming zijn tevens voet- en fietspaden en in- en uitritten ten behoeve van aangrenzende percelen toegestaan. Ook een kleinschalig dierenverblijf is mogelijk ter plaatse van de aangegeven aanduiding. Tuin De bestemming ‘Tuin’ is gelegd op alle tuinen en de grote gemeenschappelijke tuin. De beoogde bergingen zijn specifiek aangeduid. Verkeer De wegen in het plangebied, met hoofdzakelijk een functie voor het af- en aanrijdende verkeer, zijn bestemd tot ‘Verkeer’. Binnen deze bestemming zijn naast wegen onder meer parkeervoorzieningen en bermen toegestaan. Binnen de bestemming ‘Verkeer’ mogen geen gebouwen worden gebouwd. Wonen De nieuw te bouwen woningen zijn bestemd tot ‘Wonen’, waarbij per blok van woningen een bouwvlak op de verbeelding is weergegeven. Hierbinnen mag het hoofdgebouw op de middels een aanduiding weergegeven bouwwijze worden gebouwd. Goot- en bouwhoogtes van de woningen zijn op de verbeelding weergegeven. Waarde - Archeologie 3 Ter bescherming en veiligstelling van mogelijke archeologische waarden in het plangebied is de dubbelbestemming archeologie opgenomen. Afhankelijk van de verwachtingswaarde voorziet het plan in een tweedeling.

Voorgaande heeft tot gevolg dat de omvang van de bodemverstoring bepaald of nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Waarde - Landschap Voor de beeldbepalende houtopstand is de dubbelbestemming ‘Waarde - Landschap’ opgenomen. Deze

31

Harmen Vosweg - Ruiterweg

dubbelbestemming heeft tot doel de ter plaatse voorkomende landschappelijke waarden te beschermen.

5.4

Verbeelding

Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken et cetera. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart Nederland en kadastrale kaart).

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid

Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld naar aanleiding van een verzoek van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer draagt de uit het plan voortkomende kosten. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is een planschadeovereenkomst afgesloten. Op basis van deze overweging is het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar. De uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan wordt niet door onvoldoende economische uitvoerbaarheid belemmerd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voorbereidingsfase De gemeente heeft in samenwerking met woningcorporatie Het Gooi en Omstreken en met de buurtvereniging van omwonenden een stedenbouwkundige verkaveling gemaakt. De stedenbouwkundige verkaveling vormt de basis voor dit bestemmingsplan. De gemeente Laren voert ten behoeve van de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek uit naar de bestaande situatie en de mogelijke (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente stelt voor het overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Bro haar voornemen (vaak als een concept- dan wel voorontwerpbestemmingsplan) beschikbaar aan de besturen en diensten van hogere overheden. Er zijn twee vooroverlegreacties ingediend. Op basis van de reactie waterschap Amstel, Gooi en Vecht is de waterparagraaf (4.10) bijgesteld. Terinzageleggingsfase Het bestemmingsplan wordt voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode heeft een ieder de gelegenheid een zienswijze op het plan in te dienen.

32

Harmen Vosweg - Ruiterweg

Bijlagen toelichting Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan

33

• • • • • • • • • • • •

•

•

•

•

• • •

p • • • • • • • • •

•

•

•

•

•

•

•

Harmen Vosweg - Ruiterweg

Bijlage 2 Bodemonderzoek

54

Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren (sectie F, nr. 192, 654 en 2041)

Projectnummer

Autorisatie

01.20.2040

Redactie:

Paraaf

Datum 23-06-2020

G. Hofma

Status

Eindredactie/kwaliteitscontrole

Definitief

B. Scholten

Paraaf

Datum 23-06-2020

01.20.2040 – Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

Colofon Opdrachtgever

:

Gemeente Laren – Afdeling Aanleg en Beheer

Contactpersoon

:

De heer H. de Jong

Project

:

Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

Projectnummer

:

01.20.2040

Datum

:

23-06-2020

Redactie

:

G. Hofma

Eindredactie

:

B. Scholten

Versie

:

1

Postadres

:

Postbus 409, 3900 AK Veenendaal

Telefoon

:

0318-611810

Internet

:

www.infrasoil.nl

Infrasoil BV

© Infrasoil, 2020 De rechten van intellectueel eigendom verblijven te allen tijde bij Infrasoil.

01.20.2040 – Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

Inhoudsopgave

blz.

1. Inleiding

5

2. Vooronderzoek

6

2.1. Algemene informatie

6

2.2. Resultaten vooronderzoek

6

2.2.1. Historie

6

2.2.2. Bodemopbouw en geohydrologie

7

2.2.1. Bodemloket

8

2.2.2. Asbestverdachtheid

8

2.2.3. Bodemkwaliteitskaart/PFAS

8

2.3. Bespreking gegevens vooronderzoek

8

3. Onderzoeksopzet

9

4. Uitvoering

11

4.1. Kwalibo en richtlijnen

11

4.2. Veldwerk

11

4.3. Zintuiglijke waarnemingen

11

4.4. Laboratoriumonderzoek

12

4.4.1. Grond en grondwater

12

4.5. Beoordelingskader

13

4.6. Analyseresultaten

15

4.6.1. Grond en grondwater

15

4.7. Interpretatie resultaten

17

5. Conclusies en aanbevelingen

18

5.1. Resultaten en conclusies

18

5.2. Aanbevelingen

19

6. Aansprakelijkheid

20

01.20.2040 – Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

Bijlagen: 1.

Regionale ligging

2.

Tekening terreinsituatie en monsternamelocaties

3.

Boorprofielen

4.

Originele analysecertificaten

5.

Toetsing aan Wet bodembescherming en Besluit bodemkwaliteit

6.

Foto’s

7.

Veldverslagen

01.20.2040 – Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

1. Inleiding In opdracht van de gemeente Laren heeft Infrasoil BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Harmen Vosweg en de Lingenskamp te Laren. De percelen zijn kadastraal bekend als sectie F, nr. 192, 654 en 2041 (ged.). Het perceel bestaat momenteel deels uit een weg met halfverharding en deels uit een groenstrook met bosschage aan de rand. De aanleiding voor het uitvoeren van het bodemonderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning, onderdeel Bouw. De locatie zal worden ontwikkeld waarbij een parkeerplaats en nieuwbouwwoningen worden gerealiseerd. Het doel van het bodemonderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater. Daarnaast wordt de bodemopbouw bepaald en wordt onderzocht of de halfverhardingslaag asbesthoudend is. De opdrachtgever Infrasoil BV heeft zorg gedragen voor de opzet en uitvoering van het bodemonderzoek. Infrasoil BV is geen eigenaar van het perceel en is onafhankelijk van de opdrachtgever. Het veldwerk is uitgevoerd door de heer J. Streef werkzaam bij Marvin Milieutechniek te Nieuwegein (BRL SIKB 2000 gecertificeerd). De chemische analyses zijn uitgevoerd door Eurofins Analytico BV, een door de RvA geaccrediteerd milieulaboratorium. Interpretatie van de resultaten is verricht aan de hand van de richtlijnen uit de Wet bodembescherming en bijbehorende circulaires.

In deze rapportage wordt ingegaan op de beschikbare gegevens (hoofdstuk 2), waarna in hoofdstuk 3 de hypothese en de onderzoeksinspanning worden gedefinieerd. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de uitvoering en de resultaten van het onderzoek besproken. Het rapport wordt afgesloten (hoofdstuk 5) met de aan het onderzoek te verbinden conclusies en een hoofdstuk 6 ter zake de aansprakelijkheid. Er is gestreefd naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Echter de grond- en grondwatermonsters zijn steekproefsgewijs genomen. Hierdoor kunnen lokale afwijkingen in de bodem niet worden uitgesloten. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Na uitvoering van het onderzoek kunnen de kwaliteit van grond en grondwater onder andere beïnvloed worden door graafwerkzaamheden op het terrein of de aanvoer van grond van elders zonder kwaliteitsgegevens. Mede hierdoor hebben de onderzoeksresultaten een beperkte geldigheidsduur.

5

01.20.2040 – Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

2. Vooronderzoek Het doel van het vooronderzoek conform de NEN 5725 is het verzamelen van informatie voor het verkrijgen van een adequate invulling van het veld- en laboratoriumonderzoek. Het vooronderzoek draagt bij aan de verklaring van de resultaten van het bodemonderzoek. Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: 

Bodemkaart van Nederland (www.pdok.nl);

Omgevingsdienst Flevoland en Gooi & Vechtstreek;

Landelijk bodemloket;

Topotijdreis;

Archeologie in kaart;

Ruimtelijke plannen.nl;

Dinoloket.

2.1. Algemene informatie De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de overzichtskaart in bijlage 1. Het bouwperceel heeft een oppervlakte van circa 1.200 m2 . De locatie zal ontwikkeld waarbij een parkeerplaats en nieuwe woningen zullen worden gerealiseerd. Tabel 1: Kadastrale percelen, oppervlakten en gebruik Kadastraal perceel gemeente Laren

Oppervlak [m2]

Waterbodem [m]

Bebouwing/gebruik

F - 192

1.250

-

Halfverharding

F - 654

2.340

-

Groenstrook + bosschage

F - 2041

2.420

-

Halfverharding

2.2. Resultaten vooronderzoek 2.2.1. Historie De Harmen Vosweg en de Lingenskamp zijn vanaf omstreeks 1875 op historisch kaartmateriaal zichtbaar. De tussengelegen groenstrook is vanaf dat moment ook zichtbaar.

6

01.20.2040 – Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

Tabel 2: Historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl)

1873

1910

1962

1985

2.2.2. Bodemopbouw en geohydrologie De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van circa 4,4 m +NAP. De regionale bodemopbouw bestaat uit de formatie van Boxtel, tot circa 4,0 m-mv. en daaronder de formatie van Drenthe, tot circa 10,0 m-mv. De

regionale

stromingsrichting

van

het

grondwater

is

globaal

noordwestelijk.

Op

de

onderzoekslocatie wordt geen grondwater onttrokken. De gemiddelde stand van het grondwater bedraagt

naar

verwachting

circa

4,0

m-mv.

De

grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.

7

onderzoekslocatie

ligt

niet

in

een

01.20.2040 – Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

2.2.1.

Bodemloket

Uit de informatie van het Bodemloket (www.bodemloket.nl) zijn geen verdachte aspecten naar voren gekomen. Van de locatie zijn geen bodemonderzoeken bekend. Op een aangrenzend perceel is wel een verkennend bodemonderzoek1 uitgevoerd. Uit dit onderzoek zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen. 2.2.2.

Asbestverdachtheid

Op de locatie is een halfverhardingslaag aanwezig. Van deze laag is de samenstelling onbekend. Puin is standaard verdacht op asbest als niet duidelijk is wanneer het puin is aangebracht en/of het puin onder certificaat is aangebracht. 2.2.3.

Bodemkwaliteitskaart/PFAS

Voor de regio ‘t Gooi waar de gemeente Laren in valt is geen bodemkwaliteitskaart vastgesteld. Hierdoor gelden de generieke landelijke normen en is er geen specifiek hergebruiksbeleid binnen de gemeente. Voor PFAS geldt het landelijke Tijdelijk Handelingskader PFAS.

2.3.

Bespreking gegevens vooronderzoek

Er is geen aanleiding voor het definiëren van een verdachte deellocatie. In het onderzoek dient wel aandacht te worden besteed aan de mogelijke aanwezigheid van asbest in de halfverhardingslaag. In bijlage 6 zijn foto’s opgenomen van de onderzoekslocatie.

1 Verkennend bodemonderzoek Lingenskamp 51 te Laren, Econsultancy, kenmerk: 14063575, d.d. 08-08-2014

8

01.20.2040 – Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

3. Onderzoeksopzet Uit het uitgevoerde historisch onderzoek is naar voren gekomen dat op de locatie, behalve de mogelijke aanwezigheid van asbest in de halfverhardingslaag, geen sprake is van potentieel bodembedreigende

(voormalige)

bedrijfsactiviteiten.

Onderstaand

is

de

gedetailleerde

onderzoeksopzet weergegeven. Asbestonderzoek NEN 5897 Uit voorgaand onderzoek is gebleken dat er een halfverhardingslaag aanwezig is op de Lingenskamp en de Harmen Vosweg. Deze verhardingslaag wordt derhalve indicatief volgens de NEN 5897 verkennend onderzocht. De doelstelling van het verkennend onderzoek asbest is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en om een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in het puin. Er worden drie gaten graven in de bovengrond (30x30 cm) en boringen verricht tot de onverdachte ondergrond. Vervolgens vindt steekproefsgewijze monsterneming van de uitgegraven gaten plaats en/of boringen inclusief monstervoorbehandeling. Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Om een goed beeld van de algemene milieuhygiënische bodemkwaliteit te verkrijgen, wordt de gehele locatie onderzocht conform de NEN 5740/A1. Omdat er geen sprake is van potentieel bodembedreigende activiteiten, wordt uitgegaan van de strategie onverdacht overeenkomstig de NEN 5740, Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV-NL; paragraaf 5.1).

Aangezien de gemeente Laren voor PFAS momenteel nog geen specifiek achtergrondbeleid heeft vastgesteld (bron: kaart expertisecentrum PFAS) wordt, in verband met mogelijke afvoer van de grond en puin, deze onderzocht op PFAS (28 PFAS verbindingen conform de geldende normen).

Op basis van de verkregen informatie is de volgende onderzoeksinspanning gedefinieerd: 9

01.20.2040 – Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

Tabel 3: Onderzoeksopzet NEN 5740 Oppervlakte

gaten/boringen

1.200 m2

0,5 m-mv

Asbestgat

Peilbuizen

tot

Analyse grond

grondwater

gws 2 x STAP gr + PFAS (0,0-0,5 mmv) Onderzoekslocatie

ONV/NEN5897

6

1

3

1

1 x STAP gr

1 x STAP gw

(0,5-2,0 mmv) 1 x asbest in puin Standaardpakket grond: Metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), minerale olie, PCB, organische stof en lutum. Standaardpakket grondwater: Metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN, styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen, minerale olie.

10

01.20.2040 – Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

4. Uitvoering 4.1. Kwalibo en richtlijnen Het veldwerk (de grondbemonstering) is uitgevoerd op 2 juni 2020 door de heer J. Streef en zijn zoon V.

Streef,

beide

werkzaam

bij

Marvin

Milieutechniek

(gem.

Nieuwegein)

conform

de

Beoordelingsrichtlijn Veldwerk bij Milieuhygiënisch onderzoek, de BRL SIKB 2000. Op 9 juni 2020 is het grondwater bemonsterd door de heer J. Streef. De analyses zijn uitgevoerd door Analytico, een door de RvA geaccrediteerd laboratorium en conform de richtlijnen van de in juli 2007 in werking getreden AS3000 regeling, die onderdeel uitmaakt van de per 1 oktober 2006 in werking getreden KWALIBO-regeling.

4.2. Veldwerk Het veldwerk is conform de onderzoeksopzet uitgevoerd. Voor de positionering van de asbestgaten, boringen en peilbuis wordt verwezen naar de situatietekening, bijlage 2. De boringen zijn verricht met behulp van een Edelmanboor. De peilbuis is geplaatst met behulp van een zuigerboor. De asbestgaten in de puinlaag zijn verricht met behulp van een schop en breekhamer. Van het opgeboorde bodemmateriaal is per halve meter en/of verontreinigde bodemlaag een monster genomen. Verder is het opgeboorde materiaal zintuiglijk beoordeeld op samenstelling, het voorkomen van verontreinigingen alsmede de kleur en geur. De zintuiglijke waarnemingen van het veldwerk, uitgewerkt in boorstaten, zijn opgenomen in bijlage 3. In bijlage 6 zijn foto’s opgenomen van het aangetroffen puin. In onderstaande tabel zijn de resultaten van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 4: Metingen grondwater Peilbuis 01

Filterdiepte

Grondwaterstand

pH

EC

Troebelheid

(m -mv)

(m -mv)

(-)

(µS/cm)

(NTU)

2,3 – 3,3

1,90

6,5

280

5.6

4.3. Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het veldwerk is een zandige boven- en ondergrond aangetroffen tot de maximale geboorde diepte van 3,3 m-mv. Tijdens het veldwerk is de verwachtte puinverharding aangetroffen. De puinlaag is 40 cm dik (0,0-0,40 m –mv) en is sterk baksteen-, sintel- en glashoudend. Onder de puinlaag bevindt zich zintuiglijk schoon matig fijn zand. In de onderstaande tabel zijn de volledige zintuiglijke afwijkingen beschreven. 11

01.20.2040 – Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

Tabel 5: Zintuiglijke waarnemingen Asbestgat 03

Diepte boring

Traject

(m -mv)

(m -mv)

0,90

0,00 - 0,40

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Puin

Sterk baksteenhoudend, sterk sintelhoudend, zwak glashoudend, matig grindhoudend matig, zwak karton,Gewicht voor zeven: 25,3 kg Fractie >20 mm: 9,6 kg

04

0,90

0,00 - 0,40

Puin

Sterk baksteenhoudend, zwak sintelhoudend, matig grindhoudend, Gewicht voor zeven: 25,8 kg Fractie >20 mm: 4,1 kg

05

0,90

0,00 - 0,40

Puin

Matig baksteenhoudend, matig grindhoudend, zwak betonresten, Gewicht voor zeven: 27.80 kg Fractie >20 mm: 9,5 kg

4.4. Laboratoriumonderzoek 4.4.1. Grond en grondwater In de onderstaande tabel is de samenstelling van de grond- en grondwatermonsters en puin met bijbehorende analysepakketten weergegeven. Op basis van onder andere de veldgegevens heeft de selectie van de monsters plaatsgevonden. Tabel 6: Overzicht grondmengmonsters, grondwater en puin met analysepakket Analyse-

Traject

monster

(m -mv)

Deelmonsters

Analysepakket

03 (0,40 - 0,60)

Standaardpakket grond incl. LUOS

Grond MMBG01

zand 0,40 - 0,90

onder

04 (0,40 - 0,90)

puinverharding

05 (0,40 - 0,90)

MMBG02

0,00 - 0,50

01 (0,00 - 0,50)

Standaardpakket grond incl. LUOS

02 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) MMOG01

0,50 - 3,30

01 (2,30 - 2,80)

Standaardpakket grond incl. LUOS

01 (2,80 - 3,30) 02 (0,50 - 1,00) 02 (1,00 - 1,50) Pfas1-1 puin

0,00 - 0,50

03 (0,00 - 0,50)

PFAS (28) Handelingskader

04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) Pfas2-1 zand

0,00 - 0,40

01 (0,00 - 0,40)

PFAS (28) Handelingskader

12

01.20.2040 – Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

Analyse-

Traject

monster

(m -mv)

Deelmonsters

Analysepakket

02 (0,00 - 0,40) 07 (0,00 - 0,40) 08 (0,00 - 0,40) Grondwater 01-1-1

2,30 - 3,30

-

Standaardpakket grondwater

0,00 - 0,40

03 (0,00 - 0,40)

Asbest Puin NEN5898 2016

Verhardingslaag MMVHL01

04 (0,00 - 0,40) 05 (0,00 - 0,40) Standaard pakket bodem: Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), Minerale olie (GC), PAK (10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB). Luos = lutum en organisch stof. Standaardpakket grondwater: Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN, styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen, minerale olie.

4.5. Beoordelingskader Wet bodembescherming Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de monsters is gebruik gemaakt van de toetswaarden zoals deze zijn opgenomen in de Circulaire bodemsanering van juli 2013, alsmede van de Achtergrondwaarden zoals geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van de gehalten aan stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Bij gehaltes beneden de achtergrondwaarden spreekt men van niet verontreinigde grond. Bij gehaltes boven de achtergrondwaarden (en beneden de tussenwaarden) spreekt men van een lichte verontreiniging. De streefwaarden voor grondwater geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. Dit komt overeen met het niveau waarbij de functionele eigenschappen, die de bodem voor mens, dier of plant heeft, zijn veiliggesteld. Bij gehaltes beneden de streefwaarden spreekt men van niet verontreinigd grondwater. Bij gehaltes boven de streefwaarden (en beneden de tussenwaarden) spreekt men van een lichte verontreiniging. De tussenwaarden (toetsing grond) zijn de halve som van de achtergrond- en interventiewaarden. Voor grondwater geldt dat de tussenwaarde de halve som van de streefwaarde en de interventiewaarde is.

Bij concentraties aan verontreinigende stoffen boven de tussenwaarde geldt dat een nader onderzoek naar de ernst en omvang van de verontreiniging noodzakelijk is. Men spreekt dan van een matige verontreiniging.

13

01.20.2040 – Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

De interventiewaarden geven het concentratieniveau aan waarboven sprake is van een sterke mate van bodemverontreiniging. Hierbij is sprake van een zodanige bodemverontreiniging, dat de functionele eigenschappen van de bodem ernstig dreigen te worden verminderd. Bij concentraties boven de interventiewaarde spreekt men van een sterke verontreiniging. De toetsingswaarden voor grond zijn berekend aan de hand van het lutumgehalte en humusgehalte van de diverse grond(meng)monsters (bodemtypecorrectie, zie ook bijlage 5). Voor de berekening van deze waarden voor verontreinigingen in bodems met gemeten organische stofgehalten van meer dan 30% respectievelijk minder dan 2% worden gehalten van respectievelijk 30% en 2% aangehouden.

Barium Opgemerkt wordt dat de normstelling ten aanzien van de toetsing van barium in grond is aangepast. Deze aanpassing houdt in dat, in afwachting van een nieuw toetsingskader, voor barium in grond geen toetsing meer wordt uitgevoerd, tenzij in situaties waar met zekerheid kan worden vastgesteld dat sprake is van een antropogene bodemverontreiniging. Dat is op de huidige locatie niet het geval. Omdat barium nog wel in het standaardpakket grond wordt geanalyseerd, is deze stof wel opgenomen in de tabellen.

Asbest Voor de toetsing van asbest is uitgegaan van de huidige wet- en regelgeving voor asbest in bodem/puin. Voor asbest is alleen de interventiewaarde vastgesteld. De interventiewaarde voor asbest is bepaald op 100 mg/kg d.s. gewogen asbest. De gewogen asbestconcentratie is de totale concentratie Serpentijnasbest en 10 maal de concentratie Amfibool asbest in het grondmonster en het verzamelmonster samen. De hergebruikwaarde voor asbest is in dit kader gelijk gesteld aan de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. In het ‘Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem, protocol asbest’ is geregeld wanneer voor een bodemverontreiniging met asbest sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Voor een bodemverontreiniging met asbest is het volumecriterium voor het vaststellen van de ernst van het geval niet van toepassing.

PFAS Onlangs heeft het RIVM risicogrenzen opgeleverd voor de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX) in grond. PFOA en PFOS zijn zeer zorgwekkende stoffen en worden evenals GenX zowel bij puntbronnen als diffuus verspreid aangetroffen in de (water)bodem. Daarnaast is een tijdelijk handelingskader met normen vastgesteld. Op dit moment kan PFAS-houdende grond/bagger vaak niet gestort worden omdat de verleende vergunningen dit niet toestaan. Het is daarom bij grondverzet essentieel om in ieder geval voor de bovengrond de stoffengroep te laten analyseren. Per gemeente/omgevingsdienst wordt momenteel 14

01.20.2040 – Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

de geldende bodemkwaliteitskaart aangevuld met achtergrondwaarden voor PFAS. Onderstaand worden de generieke normen weergegeven. Bij het toetsen van alle toepassingsnormen uit het tijdelijk handelingskader hoeft tot een organisch stofgehalte van 10% geen bodemtypecorrectie toegepast te worden.

Uit: Tijdelijk handelingskader.

4.6. Analyseresultaten 4.6.1. Grond en grondwater De originele analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 4. In bijlage 5 is de volledige toetsing en het toetsingskader volgens de Wet bodembescherming opgenomen. Tevens zijn de resultaten indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. In onderstaande tabellen is een samenvatting van de getoetste waarden ten opzichte van de Wet bodembescherming opgenomen (grond en grondwater), alsook van de toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit (grond). Tabel 7: Toetsing aan Wbb en Bbk Analyse-

Traject

monster

(m -mv)

MMBG01 zand 0,40 - 0,90

Toetsing aan Wbb

Toetsing Bbk

> AW (+index)

>T

> I (+index)

Zink (0,21)

-

-

Klasse Industrie

Lood (-)

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

Altijd toepasbaar

onder puinverharding MMBG02

0,00 - 0,50

PAK (0,01) MMOG01

0,50 - 3,30

-

> AW

: > Achtergrondwaarde

>T

: > Tussenwaarde

>I

: > Interventiewaarde

Index

: (GSSD - AW) / (I - AW)

15

01.20.2040 – Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

PFAS In de onderstaande tabel zijn de resultaten van de PFAS analyses weergeven. In de tabel worden alleen de concentraties PFOS en PFOA weergeven. De overige PFAS parameters zijn weergeven in het analysecertificaat in bijlage 4. Tabel 8: Resultaten PFAS Grondmonster

org, stof

Concentratie PFOS

Toetsing

Concentratie PFOA

(μg/kg ds)

Toetsing

(μg/kg ds)

MMBG01 puin

1,2

0,9

-

0,3

-

MMBG02 zand

3,6

0,5

-

0,1

-

Toetswaarde Wonen

3

7

-: geen overschrijding, voldoet

Grondwater In onderstaande tabel is de toetsing van het grondwater aan de Wet bodembescherming opgenomen. De originele analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 4. In paragraaf 4.7 worden de resultaten uit bovenstaande tabel besproken. Tabel 9: Wbb overschrijdingstabel grondwater Watermonster

Filterdiepte

> S (+index)

>T

> I (+index)

-

-

-

(m -mv) 01-1-1

2,30 - 3,30

> AW

: > Achtergrondwaarde

>T

: > Tussenwaarde

>I

: > Interventiewaarde

Index

: (GSSD - AW) / (I - AW)

In onderstaande tabel zijn de resultaten van het asbestonderzoek weergegeven. Tabel 10: Asbestgehalte halfverhardingslaag Monster

asbestgehalte grove fractie

Asbestgehalte fijne fractie

Totaalgehalte

(mg/kg ds)

(mg/kg ds)

asbest

Toetsing

(mg/kg ds) MMVHL01 -

gemeten

gewogen

gemeten

gewogen

gewogen

n.a.

n.a.

0,0

0,0

<0,4

: geen overschrijding van de hergebruikswaarde/interventiewaarde

16

-

01.20.2040 – Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

4.7. Interpretatie resultaten Grondslag en zintuiglijke waarnemingen Tijdens het veldwerk is een zintuiglijk schone zandige boven- en ondergrond aangetroffen tot de maximale geboorde diepte van 3,30 m-mv. Tijdens het veldwerk is de verwachte halfverhardingslaag aangetroffen met een dikte van 40 cm. De grondwaterstand ten tijde van het veldwerk is 1,90 m-mv.

Analyseresultaten grond en grondwater In het zandige grondmengmonster van de laag onder de verharding, MMBG01, wordt een licht verhoogd gehalte aan zink aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarde. In het grondmengmonster van de zandige bovengrond ter plaatse van de groenstrook MMBG02 is een licht verhoogd gehalte aangetroffen voor lood en PAK. Deze gehaltes overschrijden de achtergrondwaarde. In het mengmonster van de zandige ondergrond MMOG01 zijn geen verhoogde gehaltes aangetroffen boven de achtergrondwaarde.

Asbest In het mengmonster van de halfverhardingslaag MMVHL01 is géén asbest aangetroffen.

PFAS De mengmonsters van de puinlaag en de zandige bovengrond ter plaatse van het bosschage voldoen aan de toetsingswaarde Klasse wonen voor PFAS.

Grondwater In het grondwater zijn geen verhogingen aangetroffen boven de streefwaarde.

17

01.20.2040 – Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

5. Conclusies en aanbevelingen 5.1. Resultaten en conclusies In opdracht van de gemeente Laren heeft Infrasoil BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Harmen Vosweg te Laren. Het perceel is kadastraal bekend als sectie F, nr. 192, 654 en 2041, (ged.). Het perceel bestaat momenteel deels uit een weg met halfverhardingslaag en een groenstrook met bosschage. De locatie zal worden ontwikkeld ten behoeve van de aanleg van een parkeerplaats en nieuwbouwwoningen. De

aanleiding

voor

het

uitvoeren

van

het

bodemonderzoek

is

de

aanvraag

van

een

omgevingsvergunning, onderdeel Bouw. Het doel van het bodemonderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater. Daarnaast is de bodemopbouw bepaald en is onderzocht of de halfverhardingslaag asbesthoudend is. Op basis van het bodemonderzoek zijn de volgende resultaten bekend geworden: -

Uit historisch onderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie sinds omstreeks 1870 in gebruik is als weg en groenstrook.;

-

Tijdens het veldwerk is een 40 cm dikke halfverhardingslaag aangetroffen. Zintuiglijk zijn er verder geen afwijkingen aangetroffen.

-

In de bovengrond wordt in het zand onder de halfverhardingslaag een licht verhoogd gehalte zink aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarde. Ter plaatse van de bosschage overschrijden in de zandige bovengrond lood en PAK de achtergrondwaarde. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehaltes aangetroffen boven de achtergrondwaarde.

-

In de halfverhardingslaag is géén asbest aangetroffen.

-

De zandige bovengrond onder de verhardingslaag (0,4-0,9 m-mv) wordt indicatief conform het Besluit Bodemkwaliteit ingedeeld als klasse Industrie.

-

De ondergrond en de bovengrond ter plaatse van de bosschage worden indicatief conform het Besluit Bodemkwaliteit ingedeeld als klasse Altijd Toepasbaar. De grond is elders binnen de begrenzing van het gebied waarop de geldende bodemkwaliteitskaart van toepassing is, milieutechnisch altijd toepasbaar.

-

PFAS ##

-

In het grondwater zijn geen verhoogde gehaltes aangetroffen boven de streefwaarde.

Op basis van de resultaten zijn er milieuhygiënisch gezien geen bezwaren voor het afgeven van een Omgevingsvergunning, onderdeel Bouw. De gehaltes geven geen aanleiding tot nader onderzoek. De bodem is geschikt voor de beoogde bestemming.

18

01.20.2040 – Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

5.2. Aanbevelingen Bij toekomstig grondwerk als onderdeel van een mogelijke herontwikkeling, kan licht verontreinigde grond kan vrijkomen. Indien er sprake is van een positieve grondbalans en deze grond dus niet kan worden hergebruikt op de bouwlocatie, dient in het kader van het Besluit bodemkwaliteit een AP04 keuring te worden uitgevoerd. Het doel van de partijkeuring is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de partij om te kunnen beoordelen wat de hergebruiksmogelijkheden zijn.

19

01.20.2040 – Verkennend bodemonderzoek Harmen Vosweg te Laren

6. Aansprakelijkheid Infrasoil streeft bij elk bodemonderzoek naar een optimale representativiteit. Een milieukundig bodemonderzoek is echter gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal grondboringen. Het chemisch analytisch onderzoek is beperkt tot het analyseren van enkele grond(meng)monsters en grondwatermonsters. Hierdoor blijft het mogelijk dat informatie niet verkregen is met betrekking tot plaatselijke afwijkingen in samenstelling van grond en/of grondwater. Infrasoil bv, Ingenieursbureau voor Infrastructuur en Milieu, acht zich niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook.

20

BIJLAGEN

STATUS

PROJECT

Harmen Vosweg te Laren

CONCEPT

OPDRACHTGEVER CONCEPT

D. D.

BEL combinatie

27-05-2020

D. D.

-

Regionale ligging

SCHAAL

1:10.000

GETEKEND

FORMAAT

A3

GECONTROLEERD

Ravelijn 7 3905 NT VEENENDAAL Postbus 409 3900 AK VEENENDAAL 0

100

200

300

400

T: 0318 - 611810 F: 0318 - 612147 E: info@infrasoil.nl I: www.infrasoil.nl 500 meter

DOOR DOOR

KBl

PROJECTNUMMER

01.20.2040

GHo

DOCUMENTNUMMER

01

01 Regionale Ligging.dwg, Plotdatum 27-5-2020 15:29:54

OMSCHRIJVING DEFINITIEF

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

Harmen Vosweg

P

P

P

P

P

P

51

P P

P

P

P

P

P

P

P

57

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

55

02

Projectgrens

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

p

m ska

P

gen

Lin

P

Bestaande bebouwing

4

P

P

P

53

04

P

LEGENDA

P

P

P

P

01

03

P

P

P

P

P

08

Peilbuis

2

06

01

P

P

07

02

Boringen tot 2 m-mv

03

Asbestgat 0,3x0,3x0,5

06

Boring tot 0,5 m-mv

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

05 P

P

P

P

P

P

P

42 P

P

P

40

P

P

P

P

P

STATUS P

men

BEL combinatie

27-05-2020

D. D.

weg

VPos

CONCEPT

OPDRACHTGEVER

P

P

P

Har

P

7

P

38

Harmen Vosweg te Laren

DEFINITIEF P

P P

PROJECT

08-06-2020

Monsternemingslocaties

P

P

D. D.

P

P

P

P

5

OMSCHRIJVING DEFINITIEF

P

P

1:500

SCHAAL

G E T E K E NPD

DOOR

KBl

PROJECTNUMMER

01.20.2040

GHo

DOCUMENTNUMMER

02

P

G E C O N T R OPL E E R D

A3 P

FORMAAT

P

P P

P

P

1

Ravelijn 7 3905 NT VEENENDAAL Postbus 409 3900 AK VEENENDAAL P

P

3

P

P

P

P

P P

T: 0318 - 611810 F: 0318 - 612147 E: info@infrasoil.nl I: www.infrasoil.nl

P P

P 0

5

10

15

20

25 meter

P

DOOR

02 Boorplan.dwg, Plotdatum 8-6-2020 15:26:48

P

Pagina 1 / 3

Bijlage 3: Boorprofielen

Boring:

01

Boring:

02

X:

144539,00

X:

144536,85

Y:

474658,36

Y:

474668,70

Datum:

2-6-2020

Datum:

2-6-2020

0

0

bosgrond Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1 50

50 2

-100

150

150 4

7

-200

200

5 6

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

3

4

300

-100

100 Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

3

250

bosgrond Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1

2 100

200

0

0

-230

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor -330

Boring:

03

Boring:

04

X:

144511,92

X:

144550,55

Y:

474657,63

Y:

474673,85

Datum:

2-6-2020

Datum:

2-6-2020

0 1 50

2 3

0

verharding

-40 -60

Edelmanboor, Baksteen sterk sintels sterk glas zwak grind matig karton zwak 25-30-15.70 kg

-90

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

0 1 50

0

verharding

-40

Ramguts, Baksteen sterk sintels zwak grind matig 25.80-21.70 kg

-90

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

2

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

Projectnaam: Laren Projectcode: 01.20.2040 getekend volgens NEN 5104

Pagina 2 / 3

Bijlage 3: Boorprofielen

Boring:

05

Datum:

2-6-2020

0

0 1 50

-40

2 -90

verharding Ramguts, Baksteen matig grind matig beton resten zwak 27.80-18.30 kg

Boring:

06

X:

144548,88

Y:

474643,55

Datum:

2-6-2020

0

0

bosgrond

-50

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1 50

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

Boring:

07

Boring:

08

X:

144539,53

X:

144526,61

Y:

474642,41

Y:

474653,17

Datum:

2-6-2020

Datum:

2-6-2020

0

0

bosgrond

-50

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1 50

0

0

bosgrond

-50

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1 50

Projectnaam: Laren Projectcode: 01.20.2040 getekend volgens NEN 5104

Pagina 3 / 3

Bijlage 3: Boorprofielen

Boring:

MM01

Boring:

Pfas1

Datum:

2-6-2020

Datum:

2-6-2020

0

0

verharding

0

2 1

0

bosgrond

-50

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1 50

Boring:

Pfas2

Datum:

2-6-2020

0

0

verharding

1

Projectnaam: Laren Projectcode: 01.20.2040 getekend volgens NEN 5104

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand

bentoniet afdichting

filter

Infrasoil - Veenendaal T.a.v. Gydo Hofma Postbus 409 3900 AK VEENENDAAL

Analysecertificaat Datum: 09-Jun-2020

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2020084063/1 01.20.2040 Laren 01.20.2040 02-Jun-2020

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer

01.20.2040 Laren 01.20.2040

Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina

Monsternemer Monstermatrix

Grond (AS3000) Eenheid

Analyse

1

2

3

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

% (m/m)

95.7

95.8

85.2

2020084063/1 03-Jun-2020 09-Jun-2020/15:08 A,B,C 1/2

Voorbehandeling

Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses

S

Droge stof

S

Organische stof

% (m/m) ds

1.2

3.6

<0.7

Gloeirest

% (m/m) ds

99

96

99

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

2.1

<2.0

<2.0

S

Metalen

S

Barium (Ba)

mg/kg ds

62

<20

<20

S

Cadmium (Cd)

mg/kg ds

<0.20

<0.20

<0.20

S

Kobalt (Co)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

<3.0

S

Koper (Cu)

mg/kg ds

<5.0

7.0

<5.0

S

Kwik (Hg)

mg/kg ds

<0.050

0.063

<0.050

S

Molybdeen (Mo)

mg/kg ds

<1.5

<1.5

<1.5

S

Nikkel (Ni)

mg/kg ds

<4.0

<4.0

4.5

S

Lood (Pb)

mg/kg ds

31

34

<10

S

Zink (Zn)

mg/kg ds

110

27

<20

Minerale olie (C10-C12)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

<3.0

Minerale olie (C12-C16)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

<5.0

Minerale olie (C16-C21)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

<5.0

Minerale olie (C21-C30)

mg/kg ds

<11

<11

<11

Minerale olie (C30-C35)

mg/kg ds

5.6

<5.0

<5.0

Minerale olie (C35-C40)

mg/kg ds

<6.0

<6.0

<6.0

Minerale olie totaal (C10-C40)

mg/kg ds

<35

<35

<35

Minerale olie

S

Polychloorbifenylen, PCB

S

PCB 28

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 52

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 101

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 118

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

Nr. Monsteromschrijving

Datum monstername

Monster nr.

1

MMBG01 03 (40-60) 04 (40-90) 05 (40-90) MMBG02 01 (0-50) 02 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-50) 08 (0-50)

02-Jun-2020 02-Jun-2020

11397270

2 3

MMOG01 01 (230-280) 01 (280-330) 02 (50-100) 02 (100-150)

02-Jun-2020

11397272

11397271

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

TESTEN RvA L010

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer

01.20.2040 Laren 01.20.2040

Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina

Monsternemer Monstermatrix

Grond (AS3000)

Analyse

Eenheid

1

2

3

S

PCB 138

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 153

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 180

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

S

mg/kg ds

PCB (som 7) (factor 0,7)

0.0049

1)

0.0049

2020084063/1 03-Jun-2020 09-Jun-2020/15:08 A,B,C 2/2

<0.0010 1)

0.0049

1)

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK

S

Naftaleen

mg/kg ds

S

Fenanthreen

mg/kg ds

S

Anthraceen

mg/kg ds

S

Fluorantheen

mg/kg ds

S

Benzo(a)anthraceen

mg/kg ds

S

Chryseen

mg/kg ds

S

Benzo(k)fluorantheen

mg/kg ds

S

Benzo(a)pyreen

mg/kg ds

S

Benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

S

Indeno(123-cd)pyreen

S

PAK VROM (10) (factor 0,7)

<0.050

<0.050

<0.050

0.11

0.18

<0.050

<0.050

0.067

<0.050

0.17

0.44

<0.050

0.093

0.27

<0.050

0.10

0.30

<0.050

<0.050

0.13

<0.050

0.074

0.23

<0.050

0.063

0.17

<0.050

mg/kg ds

0.056

0.16

<0.050

mg/kg ds

0.78

2.0

0.35

Nr. Monsteromschrijving

1)

Datum monstername

Monster nr.

1

MMBG01 03 (40-60) 04 (40-90) 05 (40-90) MMBG02 01 (0-50) 02 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-50) 08 (0-50)

02-Jun-2020 02-Jun-2020

11397270

2 3

MMOG01 01 (230-280) 01 (280-330) 02 (50-100) 02 (100-150)

02-Jun-2020

11397272

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

11397271

Akkoord Pr.coörd.

VA TESTEN RvA L010

Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat 2020084063/1 Pagina 1/1 Barcode

Monstername ID/Monsteromsch.

Monster nr.

Boornr

Omschrijving

Van

Tot

11397270

03

2

40

60

0537337481

MMBG01 03 (40-60) 04 (40-90) 05 (40

11397270

04

2

40

90

0537337075

MMBG01 03 (40-60) 04 (40-90) 05 (40

11397270

05

2

40

90

0537337080

MMBG01 03 (40-60) 04 (40-90) 05 (40

11397271

01

1

0

50

0537337470

MMBG02 01 (0-50) 02 (0-50) 06 (0-50

11397271

02

1

0

50

0537337468

MMBG02 01 (0-50) 02 (0-50) 06 (0-50

11397271

06

1

0

50

0537337467

MMBG02 01 (0-50) 02 (0-50) 06 (0-50

11397271

07

1

0

50

0537337477

MMBG02 01 (0-50) 02 (0-50) 06 (0-50

11397271

08

1

0

50

0537337480

MMBG02 01 (0-50) 02 (0-50) 06 (0-50

11397272

01

7

280

330

0537337478

MMOG01 01 (230-280) 01 (280-330) 0

11397272

02

2

50

100

0537337474

MMOG01 01 (230-280) 01 (280-330) 0

11397272

02

3

100

150

0537337487

MMOG01 01 (230-280) 01 (280-330) 0

11397272

01

6

230

280

0537337490

MMOG01 01 (230-280) 01 (280-330) 0

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2020084063/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)

De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10570200/1