20210929Rvs53 Zienswijze voorstel transitiecommissie MRA samenwerkingsafspraken
Tekst van het document
BESLISVOORSTEL RAAD LAREN Besluitvormend orgaan 2021/53.
Gemeentecode Laren.
Onderwerp
Zienswijze t.a.v. voorstel transitiecommissie MRA inzake samenwerkingsafspraken. Portefeuillehouder P.A.M. Calis. Openbaar Ja.
Korte inhoud
De MRA heeft op basis van het voorstel van de transitiecommissie, de inbreng van raden en Staten en een aantal sessies met bestuurders en raadsleden de concept
samenwerkingsafspraken opgesteld. Zoals gevraagd door meerdere participanten worden deze eerst ter consultatie aan de raden en Staten voorgelegd. Na verwerking van de inbreng worden de definitieve samenwerkingsafspraken aan de raden en Staten
voorgelegd ter besluitvorming. U wordt nu gevraagd om uw zienswijze te geven op de voorliggende concept samenwerkingsafspraken. Besluiten
De voorliggende concept zienswijze op de concept samenwerkingsafspraken MRA vast te stellen.
Aanleiding voorstel
De Metropoolregio Amsterdam (MRA) is een samenwerkingsverband van 32 gemeenten, 2 provincies en de Vervoerregio Amsterdam. Aan de samenwerking ligt een convenant ten
grondslag. Gooi en Vechtstreek is een van de zeven deelregio’s in de MRA. De MRA is een bestuurlijk netwerk. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de raden en Staten van de deelnemers.
Pagina 1 van 8
Historie evaluatie
In de regiegroep van 10 oktober 2018 is afgesproken de MRA samenwerking te evalueren op basis van de afspraken uit het convenant dat in 2017 is gesloten. In december 2020
heeft de MRA Regiegroep besloten vanuit haar eigen gelederen een transitiecommissie in te stellen die de beschikbare bouwstenen heeft verwerkt in een voorstel voor zowel de
doelen en profilering van de MRA als voor de governance. Beschikbare bouwstenen waren onder andere het rapport ‘Meer richting en resultaat’ (zomer 2019) en de adviezen van Ben Verwaayen (State of the region, december 2020).
In maart 2021 heeft de transitiecommissie haar advies opgeleverd waarin een voorstel
wordt gedaan voor zowel de doelen en profilering van de MRA als voor de governance. In april-mei 2021 is aan de raden en Staten gevraagd hun wensen en opvattingen in te brengen bij het voorstel.
De MRA heeft op basis van het voorstel van de transitiecommissie, de inbreng van raden en Staten en een aantal sessies met bestuurders en raadsleden de concept
samenwerkingsafspraken opgesteld. Zoals gevraagd door meerdere participanten worden deze eerst ter consultatie aan de raden en Staten voorgelegd. Na verwerking van de inbreng worden de definitieve samenwerkingsafspraken aan de raden en Staten
voorgelegd ter besluitvorming. U wordt nu gevraagd om uw zienswijze te geven op de voorliggende concept samenwerkingsafspraken.
Wijze van inbreng gemeenten
De gemeenten in de Gooi en Vechtstreek kiezen ervoor hun inbreng in de MRA in dit traject zoveel mogelijk gezamenlijk vorm te geven. Dit geeft de inbreng vanuit onze
deelregio meer kracht. Tegelijkertijd moet er ruimte zijn voor lokale aanvullingen en zwaartepunten.
In de nieuwe samenwerkingsafspraken krijgen gemeenten een meer directe invloed in de MRA via de Algemene Vergadering en de Raadtafel. Tegelijkertijd blijven onderdelen deelregionaal georganiseerd; zoals de vertegenwoordiging in het bestuur en in de
platforms. Wanneer de definitieve samenwerkingsafspraken voorliggen is het goed om
ook de werkafspraken binnen de regio Gooi en Vechtstreek te actualiseren. Uitgangspunt hierbij is de kracht van het samen optrekken als deelregio te behouden met voldoende
ruimte voor lokale inbreng en het uitoefenen van de autonome bevoegdheid van de raad. Ook is het goed op het gemeentelijk niveau afspraken te maken, bijvoorbeeld over de
afstemming tussen het collegelid wat zitting heeft in de Algemene Vergadering, leden van de Raadtafel en de gemeenteraad. Doel
De gemeenteraden worden geconsulteerd over de concept samenwerkingsafspraken. Op basis van de inbreng van alle raden en staten worden de definitieve
samenwerkingsafspraken opgesteld. Deze worden in het najaar ter besluitvorming
voorgelegd. Om binnen de consultatieperiode te kunnen reageren dient de zienswijze in de eerste raad na het zomerreces geagendeerd te worden.
Pagina 2 van 8
Toelichting besluit (argumenten)
De MRA heeft meerwaarde voor de gemeenten in de Gooi en Vechtstreek
Voor Gooi en Vechtstreek is de noordelijke metropool een logische schaal van
samenwerking op ruimtelijk-economische opgaven. De noordelijke metropool bestaat bestuurlijk uit de MRA en de MRU (metropoolregio Utrecht). Onderlinge relaties in dit gebied zijn sterk. Het vormt een zogenoemd ‘daily urban system’. Onze inwoners,
werknemers en bedrijven bewegen zich op deze schaal en ontwikkelingen in het gebied om ons heen beïnvloeden het eigen leefgebied. De MRA en de EBU verbinden als netwerkorganisaties mondiale en lokale opgaven.
De MRA is een belangrijke gesprekspartner voor het Rijk, voor de invulling van de
gebiedsprogramma’s als vertaling van de Nationale omgevingsvisie. De belangen van het
gebied en de verschillende deelregio’s worden via de Verstedelijkingsstrategie bij het Rijk ingebracht in het MIRT-overleg en het Bestuurlijk overleg Leefomgeving (BOL). Op deze manier kunnen deelregio’s via de MRA mede richting geven aan besluiten van het Rijk.
Het zorgen voor een goede betrokkenheid van belanghebbende gemeenten is zowel een kans als aandachtspunt.
De waarde van de samenwerking zit op verschillende aspecten: -
kennisuitwisseling en het op de hoogte zijn van wat er speelt op ruimtelijk en economisch gebied in andere gemeenten
-
het gezamenlijk uitvoeren van onderzoek en verkenningen
belangenbehartiging richting Rijk en Europa. Binnen de MRA zitten verschillende
invloedrijke medeoverheden. Door gezamenlijk op te trekken en krachten te bundelen geven we een sterk(er) signaal richting Rijk en Europa.
De samenwerkingsafspraken dragen bij aan meer transparantie en focus op inhoudelijke voortgang
De MRA is en blijft een bestuurlijk netwerk. Met de samenwerking in de MRA worden geen bevoegdheden overgedragen. Met de nieuwe samenwerkingsafspraken wil de MRA de transparantie verbeteren en de focus leggen op inhoudelijke voortgang, zodat alle
betrokkenen meer zicht hebben op de inhoudelijke meerwaarde van de samenwerking.
Dit streven is vertaald in de volgende wijzigingen ten opzichte van het huidige convenant; -
Om de raden en Staten beter bij de inhoudelijke voortgang te betrekken komt er elk voorjaar een voortgangsnota en elk najaar een termijnagenda.
-
In het bestuur, de platforms en portefeuillehoudersoverleggen zijn alle deelregio’s en beide provincies vertegenwoordigd.
-
Alle participanten zijn rechtstreeks vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering. De raadtafel wordt geformaliseerd en krijgt een duidelijke adviserende rol.
De samenwerkingsafspraken bestaan uit twee delen; -
de eigenlijke samenwerkingsafspraken die door de raden en Staten worden
vastgesteld en vierjaarlijks worden geëvalueerd. Dit deel beschrijft de basisprincipes, Pagina 3 van 8
ambities en doelstellingen, positie raden en Staten en de rollen en taken van diverse gremia. -
De werkafspraken; een operationalisering en nadere duiding van de samenwerkingsafspraken uit het eerste deel.
De inbreng vanuit Gooi en Vechtstreek is grotendeels verwerkt
Bij de consultatie over het voorstel van de Transitiecommissie hebben de gemeenten in Gooi en Vechtstreek een regionale zienswijze ingebracht, aangevuld met specifieke inbreng per gemeente.
Ook andere deelregio’s hebben deels gezamenlijk en deels als gemeente hun wensen en opvattingen ingebracht. U vindt de totale inbreng hier:
www.metropoolregioamsterdam.nl/metropool-van-grote-klasse/
Alle inbreng is gewogen en verwerkt in de voorliggende samenwerkingsafspraken. Een groot deel van de inbreng vanuit Gooi en Vechtstreek is verwerkt in de
Samenwerkingsafspraken. In de bijlage 4 vindt u een overzicht van de inbreng en de wijze waarop deze al dan niet verwerkt is in de samenwerkingsafspraken. In grote lijnen kunnen we u dan ook adviseren om in te stemmen met de concept samenwerkingsafspraken.
Vastgesteld wettelijk- en beleidskader
Gemeenschappelijke regeling regio G&V. Samenwerking MRA.
Relatie BEL-gemeenten en BEL Combinatie
Dit voorstel wordt ook voorgelegd aan college en raad van Blaricum. Kanttekeningen
Samenwerken vraagt in gesprek blijven
Afspraken kunnen de samenwerking faciliteren en verbeteren maar nooit alle krachtenvelden ondervangen die hierbij spelen. Samenwerken betekent ook
compromissen sluiten, vertrouwen op andere spelers in de samenwerking en elkaar
kunnen en durven aanspreken. Soms is het rechtstreeks belang van een gemeente of deelregio volledig duidelijk maar soms is dit indirecter.
De basis is een gezamenlijk bewustzijn van de meerwaarde van samenwerking op de MRA-schaal voor onze inwoners. Het behoud van democratische legitimiteit en
voortdurende communicatie over doelen en behaalde resultaten is hierbij belangrijk. De samenwerkingsafspraken dragen hieraan bij door meer transparantie en het zichtbaar maken van inhoudelijke resultaten.
Aandachtspunten in de Samenwerkingsafspraken
De inbreng vanuit Gooi en Vechtstreek bij het voorstel van de Transitiecommissie is
grotendeels verwerkt. Bijlage 5 geeft een overzicht van onze inbreng, de wijze waarop Pagina 4 van 8
deze verwerkt is in de Samenwerkingsafspraken en tenslotte welke opmerkingen we hierop in de zienswijze nog willen meegeven.
Belangrijkste aandachtspunten die in de concept zienswijze zijn verwerkt zijn: -
Uitwerking van de overkoepelende doelstellingen volgt in de MRA agenda en
werkplannen. Wij geven hierbij nogmaals aan dat het streven naar sociaal evenwicht moet worden ingevuld vanuit de ruimtelijk economische opgaven en niet leiden tot het oppakken van taken vanuit het sociaal domein binnen de MRA. (B2) -
De samenwerkingsafspraken bieden meer mogelijkheden voor betrokkenheid van
kleine gemeenten. Bijvoorbeeld door de directe vertegenwoordiging in de Algemene Vergadering en Raadtafel. Wij verzoeken u wel om bij het invullen van de
informatievoorziening zoals beschreven in de samenwerkingsafspraken ook te kijken naar compacte informatievoorziening en bij kleine gemeenten op te halen of dit voldoende wordt gefaciliteerd. (algemeen) -
De wisselwerking tussen platform en portefeuillehoudersoverleg wordt niet verder uitgewerkt in de samenwerkingsafspraken. Het is de verantwoordelijkheid van het
platform om hierover onderling goede afspraken te maken. Het is goed om na het
overgangsjaar of bij de volgende vierjaarlijkse evaluatie te kijken of nadere uitwerking gewenst is. Ook moet goed afgewogen worden wanneer het instellen van een vast portefeuillehoudersoverleg het juiste instrument is of wanneer beter een andere
invulling kan worden gekozen. Bijvoorbeeld door als platform een themasessie over een bepaald onderwerp te organiseren voor alle portefeuillehouders van participanten. De afspraken bieden hiervoor ruimte. (C4) -
Alle deelregio’s zijn vertegenwoordig in de platforms. De afspraken bieden echter ook de mogelijkheid om te besluiten dat per deelregio meer bestuurders kunnen
deelnemen. Wij zijn hier niet direct voorstander van. Natuurlijk kan een bestuurder als bestuurlijk trekker, vanuit een expertise of lokaal belang uitgenodigd worden bij een agendapunt maar dit is iets anders dan structureel deelnemen aan de overleggen. (C4) -
In de beschrijving onder C2 staat dat de vergadering van de AV niet over inhoudelijke onderwerpen gaat. Tegelijkertijd geeft u in de samenvatting aan dat de AV
kaderstellend en controlerend is. Het vaststellen van kaders en het beoordelen of – gegeven de door de raden en Staten vastgestelde kaders – de MRA effectief haar doelen realiseert, is wel degelijk een inhoudelijk rol. Wij verzoeken u dit in de definitieve samenwerkingsafspraken nog iets meer aan te scherpen. (C2 en samenvatting) -
Het is belangrijk dat de raden en Staten goed geïnformeerd zijn over de wijze waarop de MRA gemeenten en provincie vertegenwoordigt in overleg met het Rijk, zoals in
het BO MIRT en BOL, zoals ook staat beschreven onder C1. Een goede terugkoppeling van belangrijke overleggen richting raden is daarom gewenst. Dit kan ook via de deelregio zodat op de lokale informatiebehoefte kan worden ingespeeld.
Pagina 5 van 8
-
We kunnen ons vinden in de invulling van de externe rol van de MRA. Waar een
‘coalition of the willing’ wordt gevormd moet wel bewust afgewogen worden of het onderwerp nog steeds passend is op de MRA schaal. (2.6) -
De invulling van de Raadtafel met één lid en een plaatsvervangend lid is in
overeenstemming met onze regionale inbreng. Een aantal gemeenten (binnen en buiten Gooi en Vechtstreek) hebben ingebracht bij voorkeur twee leden in de
Raadtafel af te vaardigen. Dit leidt in de afstemming tot een grote groep maar kan wel het draagvlak vergroten. Door het twee-ogen principe zonder politieke lading kunnen raadsleden met meer rugdekking opereren. We verzoeken u nogmaals naar deze afweging te kijken en een onderbouwing te geven bij de definitieve keuze in de samenwerkingsafspraken. (C1) -
De inzet voor de MRA directie en de flexibele schil wordt op basis van een
verdeelsleutel op deelregio-niveau verdeeld. In de concept samenwerkingsafspraken
is de verdeelsleutel voor de basisbijdrage naar inwoneraantal. Voor de personele inzet is de verdeelsleutel nog niet nader gedefinieerd. We verzoeken u invulling te geven aan een verdelingssystematiek die niet alleen rekening houdt met inwonersaantal
maar ook met ieders ambitieniveau en wat eenieder binnen de doelstellingen te halen en te brengen heeft. (B3 en C5) -
In de samenwerkingsafspraken worden de processen duidelijk beschreven. Om hierop als gemeente te kunnen acteren en ook deelregionale afstemming mogelijk te maken is het belangrijk te werken met een jaaragenda waarin overlegdata en verzenddata
duidelijk staan vermeld. Een goede lange termijnagenda maakt het zelfs makkelijker
om een korte termijn tussen verzending en overleg te hanteren omdat hiermee vooraf rekening kan worden gehouden in de bestuurlijke agenda’s. -
Voor de consultatie van raden en Staten is de termijn van acht weken uit het huidige convenant gehandhaafd. Deze termijn is krap omdat ook deelregionale afstemming moet plaatsvinden en de aanlevering van stukken niet altijd past in de jaarplanning
van de gemeenteraden. Ook hierbij helpt een jaaragenda. Wij geven u in overweging om de termijn naar 9 of 10 weken te wijzigen. Belangrijk is dat tenminste bij de
termijn van 8 weken het zomerreces en het kerstreces niet wordt meegerekend. (B1 en 2.7) Financiën
Onder C6 in de samenwerkingsafspraken worden de afspraken met betrekking tot de P&C cyclus uitgewerkt. Hierin is een aantal punten verwerkt die eerder door onze
regiogemeenten zijn ingebracht in de zienswijzen bij de begroting. Het gaat hierbij om
indexering, verrekening van overschotten en tekorten en het vierjaarlijks vaststellen van de bijdrage per inwoner gekoppeld aan de MRA agenda.
Bij het afsluiten van het convenant in 2016 is een bijdrage per inwoner vastgesteld van
€1,50. Bij de vaststelling van de begroting 2021 is de bijdrage verhoogd naar €1,53. Bij de uitwerking van de samenwerkingsafspraken is het streven het budget en dus de kosten voor gemeenten gelijk te houden.
Pagina 6 van 8
Een aandachtspunt hierbij is de wijze waarop de MRA directie en flexibele schil wordt gevormd. In de huidige setting levert een gemeente of deelregio op basis van eigen
afweging en ambitie. In de voorstellen in de samenwerkingsafspraken (B3 en C5) wordt voorgesteld dat de inzet op basis van een verdeelsleutel op deelregio-niveau wordt verdeeld. Dit voldoet aan de inbreng van onze regio dat de inzet in relatie tot de
begroting inzichtelijk moet worden gemaakt maar zal tot een herverdeling van kosten leiden die op basis van de nu voorliggende stukken lastig in te schatten is. Begrotingswijziging nodig? Nee.
Uitvoering
De transitiecommissie bereidt voorstellen voor. De Regiegroep neemt hierover besluiten. De inbreng van alle raden en Staten worden betrokken bij de definitieve
samenwerkingsafspraken. Deze worden in het najaar ter besluitvorming aan de raden en Staten voorgelegd.
Voor deze zienswijzeprocedure is er voor gekozen een regionale zienswijze voor te
bereiden. Deze kan door gemeenten indien gewenst worden aangepast of aangevuld. Dit betekent dat er zeven gemeentelijke zienswijzen naar de MRA gaan met een stevige regionale basis en voldoende ruimte voor lokale inbreng.
De deadline voor de zienswijze is gesteld op september, waarbij de MRA verzoekt de zienswijze zo vroeg mogelijk in september in te dienen. In praktijk betekent dit
behandeling in de eerste raadsvergadering na het zomerreces. Vanuit de regio wordt verzocht de zienswijze voor 1 oktober in te dienen via de regio. Communicatie
Na besluitvorming door de raad zal de zienswijze worden verstuurd via de regio. Bijlagen
Bijlage 1 Concept raadsbesluit
Bijlage 2 Oplegger samenwerkingsafspraken Bijlage 3 Samenwerkingsafspraken
Bijlage 4 Overzicht verwerking inbreng/zienswijzen in samenwerkingsafspraken Bijlage 5 basis regionale zienswijze G&V (concept)
Pagina 7 van 8
Steller
P. van Dijk(pdijk). Registratiedatum
2 augustus 2021. Burgemeester en wethouders van Laren,
S. van Waveren
drs. N. Mol
secretaris
burgemeester
Pagina 8 van 8