CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20210630Rvs40 Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid 1 0 (RES 1 0) BIJLAGE reg energie strategie vanaf blz 126

Commissie Ruimte en Infrastructuur 22 juni 2021, gemeente larenBij agendapunt: Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid 1.0 (RES 1.0)24.636 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Huidige situatie In Haarlemmermeer wordt op dit moment al hernieuwbare elektriciteit door wind opgewekt nabij knooppunt Burgerveen. In totaal wordt circa 27 GWh met windturbines opgewekt in Haarlemmermeer.

Wind

Voor de uitwerking van de zoekgebieden zijn denkrichtingen ontwikkeld en mogelijkheden onderzocht. De uitwerkingen daarvan zijn in participatietrajecten voorgelegd aan omwonenden, belanghebbenden en inwoners van Haarlemmermeer. We gaan hierna respectievelijk in op de zoekgebieden voor wind en zon.

8.3 Elektriciteit en warmte

Mogelijkheden In het proces van de RES is gekeken naar potentiegebieden voor windenergie. Dit zijn de gebieden waar – wettelijk en technisch – ruimte is voor windturbines (gebieden die buiten onder meer de geluids- en veiligheidseisen vallen). Ook gezien de hierboven genoemde beperkingen bevindt de enige mogelijkheid voor windenergie in Haarlemmermeer zich in het zuiden van de deelregio, mits er aan de hoogtenorm van Schiphol wordt voldaan.

Beperkingen De veiligheidsbeperkingen gelden met name rondom Schiphol en woonkernen. Door de ligging van Schiphol zijn de plaatsingsmogelijkheden voor windturbines beperkt. Naast veiligheidsbeperkingen gelden er ook beperkingen vanuit het provinciaal beleid: een deel van de deelregio ligt in een zogenoemd BPL-gebied en is onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast loopt de Stelling van Amsterdam door Haarlemmermeer; dit is aangemerkt als UNESCO Werelderfgoed. Tevens valt de gemeente deels binnen het Groene Hart.

Beperkingen De beperkingen voor zonne-energie op land liggen met name in het noorden van de deelregio vanwege het provinciaal beleid. Het Bijzonder Provinciaal Landschap Haarlemmermeer-Noord, het Natuurnetwerk Nederland (inclusief een

Huidige situatie In Haarlemmermeer wordt op dit moment 103 GWh door zon opgewekt. Een groot deel hiervan wordt opgewekt op daken. Daarnaast vindt elektriciteitsopwekking onder andere plaats in zonnepark de Groene Hoek bij Hoofddorp, bij de A4 nabij Rijsenhout en op het water rondom het pompstation van PWN. Daarnaast is er een wens van een tomatenkweker bij de A4 die zonnepanelen wil plaatsen op een groot waterbassin.

Zon

Denkrichtingen Voor het onderzoek naar de mogelijkheden voor opwek van windenergie is een zoekgebied in Haarlemmermeer-Zuid gehanteerd dat op de kaart met een contour is vermeld. Vijf mogelijke denkrichtingen voor concretere inrichting van het windzoekgebied zijn onderzocht op basis van ruimtelijk beleid en haalbaarheid (op technisch, financieel en organisatorisch vlak).

In het kader van de RES is ook een Regionale Structuur Warmte (RSW) opgesteld. In de RSW zijn de bo-vengemeentelijke warmtebronnen

Warmte

Uit de RSW blijkt dat er geen bovengemeentelijke warmtenetten aanwezig in de regio Haarlemmermeer, maar wel lokale warmtenetten. Uitbreiding van deze lokale netten biedt in de toekomst wellicht mogelijk-heden voor koppelingen. Verder vormt Haarlemmermeer een belangrijke vestigingsplaats voor datacenters. Restwarmte van datacenters (lagetemperatuurwarmte) is in theorie volop aanwezig doordat er veel datacenters zijn en ook nieuwe datacenters zich willen vestigen in Haarlemmermeer. Het datacentercluster aan de oostkant van Haarlemmermeer vormt dan ook een potentiële warmtebron. Ook de WKRleidingen zijn een potentiële warmtebron en kunnen dienen als warmtetransportleidingen in Haarlemmermeer.

Mogelijkheden De potentie voor grootschalige zonneakkers bevindt zich – zoals beschreven in het Beleidskader Zonneakkers – voor een groot deel rondom Schiphol. Dit gebied is in het zonbeleid aangewezen als meest wenselijke locatie. Daarnaast zijn er aanvullende mogelijkheden langs infrastructuur (in bijvoorbeeld wegbermen), in beperkte mate in PARK21, op tijdelijke locaties waar in de toekomst bedrijvigheid beoogd is en op meer kleinschalige locaties (bijvoorbeeld binnen het agrarisch bouwblok). Daarnaast zijn er mogelijkheden voor zonnepanelen boven grote parkeerterreinen en uiteraard op grote daken. Met name in het oosten van Haarlemmermeer liggen hier grote kansen, rondom Schiphol en aanpalende bedrijventerreinen. Andere potentiële warmtebronnen in Haarlemmermeer zijn geothermie, restwarmte, WKO’s, aquathermie en biogrondsto en. Uit nog op te stellen biomassabeleid zal blijken of en zo ja, voor welke toepassingen de gemeente de inzet van biogrondsto en voor

en warmte-infrastructuur geïnventariseerd en wordt ingegaan op de bovengemeentelijke samenwerking op het gebied van warmtebronnen, warmtevraag, warmteinfrastructuur en kennis.

weidevogelkerngebied) en de Stelling van Amsterdam beperken hier de mogelijkheden voor zonne-energie. Ook in het westen van de deelregio zijn beperkingen voor zon op land vanwege woningbouwontwikkelingen.

Voor zowel de hybride route als voor lagetemperatuuroplossingen, is het wenselijk om woningen tot minimaal label B te isoleren. Daar komt bij dat ook ventilatie belangrijker wordt voor deze woningen. Naast goede isolatie en ventilatie, zet de gemeente Haarlemmermeer ook in op andere energiebesparing. Hieronder valt het slimmer inzetten van lokaal opgewekte elektriciteit door zogenoemde smart grids en opslag. Het streven voor 2050 is om in de bestaande gebouwde omgeving 50 procent energie te hebben bespaard. In 2022 is het streven om, ten opzichte van 2018, een besparing van 2,5 procent te hebben bereikt.

Besparing

Meer informatie over de warmtebronnen, warmtevraag, warmte-infrastructuur en de bovengemeentelijke samenwerking rondom warmte van Haarlemmermeer is te vinden in de Regionale Structuur Warmte.

energietoepassingen toe wil staan. Vooralsnog staat ze overwegend negatief tegenover de verbranding van biogrondsto en voor energietoepassingen.

Uit de analyse is naar voren gekomen dat het aanbod voor grootschalige opwek in de deelregio Haarlemmermeer qua capaciteit alleen op de elektriciteitsnetten past als deze verdeeld wordt over het regionale net van Liander en het transportnet van TenneT. Waar en op welke wijze op het elektriciteitsnet zal worden ingevoed is een uitwerking die samen

Netbeheerder Liander heeft doorgerekend wat inpassing van grootschalige opwekking van elektriciteit uit zon en wind betekent voor het elektriciteitsnetwerk. Voor zon is daarbij gekeken naar zowel gebouwgebonden als nietgebouwgebonden zonopwek.

8.4 Energieinfrastructuur

met de netbeheerders is opgepakt richting de RES 2.0. Hierbij wordt rekening gehouden met de maatschappelijke kosten. Wel is duidelijk dat inpassing alleen mogelijk is als de initiatieven zo groot mogelijk zijn en daarmee de hoeveelheid aansluitingen zo klein mogelijk wordt gehouden. Het is van belang dat hier rekening mee wordt gehouden. Mogelijk ontstaat er een knelpunt bij onderstation Vijfhuizen als gevolg van grootschalige niet-gebouwgebonden zonopwek in het zonnecarré. Eventuele knelpunten voor het aansluiten van de zonneakkers kunnen naar verwachting worden opgevangen met een slimme verdeling over het netwerk.

Participatie tot aan concept-RES (april 2020) In 2019 en 2020 is in totaal met een vijftal ateliers en diverse serious games het draagvlak voor lokale elektriciteitsopwekking verkend bij een brede groep betrokkenen. Bij deze bijeenkomsten waren onder andere raadsleden, inwoners, energiecoöperaties, woningcorporaties, belangenvertegenwoordigers (zoals de Landen Tuinbouworganisatie) en (nuts)bedrijven aanwezig. Alle betrokkenen hebben zo de gelegenheid gekregen inbreng te leveren in de plannen en strategieën en het beleid voor elektriciteitsopwekking in Haarlemmermeer.

De participatie is tot nu toe verlopen in twee fasen: tot aan de concept-RES en vanaf de concept-RES naar de RES 1.0.

Samen zoeken

8.5 Participatie en draagvlak

Jaap Rebel, coördinator RES en beleidsadviseur energietransitie Haarlemmermeer (bron: website Energieregio NHZ)

3DUWLFLSDWLH LV RRN PHQVHQ PHHQHPHQ LQ GH PRJHOLMNKHGHQ HQ HYHQWXHOH EHSHUNLQJHQ YDQ KHW JHELHG 2P RS WH KDOHQ ZDW ]LM EHODQJULMN YLQGHQ 'DW NDQ DOOHHQ DOV MH HHUVW HHQ JRHG EHHOG JHHIW HQ YHUVFKLOOHQGH YDULDQWHQ ODDW ]LHQ

In het tweede Energieatelier zijn de drie uitgewerkte scenario’s gepresenteerd, met daarbij nu ook de e ecten (GWh, hectares en ruimtegebruik, kosten en baten, natuur en landschap) per scenario. Doel van deze sessie was om bij de deelnemers op te halen of de scenario’s duidelijk zijn, welke bouwstenen een belangrijke rol spelen in de deelregio en met welke bouwstenen verder moet worden gegaan. Uit de ateliers kwam naar voren welke bouwstenen interessant zijn voor de regio. In de latere ateliers gingen gemeente en aanwezigen verder aan de slag met de

In de twee regionale Energieateliers ging Haarlemmermeer aan de slag met het voorbereiden van de verkennende scenario’s. Deelnemers benoemden speerpunten en ambities in de deelregio om vervolgens na te denken over de plek daarvan in de energietransitie. Dit resulteerde in een lijst van leidende principes: principes die voor de gemeente Haarlemmermeer belangrijk zijn en als leidend in een scenario gezien konden worden. Dit vormde de input voor de verdere uitwerking van de scenario’s. In het eerste Energieatelier is voortgeborduurd op de opgehaalde leidende principes in de vorm van drie mogelijke scenario’s, te weten: Synergetische energiestad, Leefomgeving als drager en Duurzame e ciëntie. Er is veel opgehaald tijdens het proces. Als rode draad komt naar voren dat er veel kansen zijn voor het opwekken van elektriciteit, waarbij vooral gekeken wordt naar goede (ruimtelijke) inpassing en het benutten van locaties die weinig overlast geven maar bovenal naar het benutten van no-regretlocaties. Er is vaak aangegeven dat (grote) daken en parkeerterreinen sowieso benut moeten worden. Daarnaast worden ook veel kansen gezien voor het benutten van wegbermen, taluds en geluidschermen. Het concentreren van de (grootschalige) opgave wordt als positief gezien. Voor zonnepanelen wordt vooral het gebied rondom de landingsbanen van Schiphol genoemd en de

Zoekgebieden voor opwek van elektriciteit Voor de verdere uitwerking van de RES voor Noord-Holland Zuid zijn zoekgebieden aangewezen voor opwekking van wind- en zonne-energie. Tijdens meerdere lokale ateliers met stakeholders en belanghebbenden zijn de meest geschikte zoekgebieden gedefinieerd. Voor een aantal zoekgebieden geldt dat verdere uitwerking en afstemming nodig zijn, vanwege verschillende standpunten van betrokken partijen.

bouwstenen die naar voren kwamen in de Energieateliers.

Fase 1: Voorbereidingsfase. Eerdergenoemde doelgroepen werden in deze fase gevraagd om input. Wij hebben een inventarisatie gemaakt

Fase 0: Informeren en motiveren van stakeholders. Hierbij lag de nadruk op inventarisatie van (deel)belangen en zorgen. Dorpsraden werden geïnformeerd via verschillende routes over het proces dat de gemeente doorloopt. De bekende belangengroepen, omwoners, grondeigenaren en pachters ontvingen een uitleg over de procedure.

De mogelijkheden voor opwekking van zonneen windenergie zijn in de periode september tot en met januari verder uitgewerkt met verschillende (belangen)groepen. Deze participatie is in zes fasen opgebouwd:

Van concept-RES naar RES 1.0

stroken langs rijksinfrastructuur. Het gebied rond het banenstelsel van Schiphol wordt in het Beleidskader Zonneakkers het ‘zonnecarré’ genoemd. Voor windturbines werd de zuidpunt van Haarlemmermeer genoemd, nabij de bestaande turbines en langs spoor- en snelweg. Meer kleinschalige ontwikkelingen – verspreid over de gemeente – werden als minder positief gezien.

Fase 3: Tweede participatieronde. verrijken van de ideeën. Alle stakeholders mogen terugkoppelen op de voorgestelde schetsen, met als doel om inzichten te krijgen in kansen en bedreigingen voor de mogelijkheden en een eerste stap te zetten richting een gedragen beeldkwaliteitsplan. De eerste ronde zorgde ervoor dat al rekening gehouden werd met realistische scenario’s. Naast de georganiseerde groepen, zoals dorps- en wijkraden, is bij beide bijeenkomsten ruimte gemaakt voor vertegenwoordiging door inwoners die zichzelf individueel hebben

Fase 2: Eerste participatieronde. De verschillende belangen en zorgen zijn voorgelegd aan experts. Dit zijn personen die professioneel betrokken zijn bij de realisatie van zonneakkers en windturbines van het gebied, maar ook personen die een rol spelen bij andere gebiedsontwikkelingen, zoals landschap, recreatie, ecologie en infrastructuur. In een gezamenlijke sessie leggen zij elkaar de dilemma’s voor, zodat één restrictiekaart gemaakt kon worden.

van (deel)belangen, zorgen en procesmatige vragen. Hierop hebben wij de participatie inhoudelijk aangepast én extra uitleg gegeven over de processtappen die zij kunnen nemen om hun belangen te behartigen.

Fase 5: Het voorstel voor de vervolgaanpak gaat het politieke proces in. Het college doet verslag van de participatie en biedt de RES 1.0 aan de raad aan. In het gehele proces is steeds gewezen op de raadsbevoegdheden en de wijze waarop hier invloed op uitgeoefend kan worden.

Fase 4: Raadpleging. De ideeën uit fase drie leiden tot een aantal keuzes die voorgelegd worden aan alle inwoners van de gemeente. De huishoudens in en om de zoekgebieden hebben een brief ontvangen. De inwoners worden via (sociale) media en posters gewezen op de raadpleging.

aangemeld. Ook zijn alle grondeigenaren en pachters persoonlijk uitgenodigd. Doel van de tweede bijeenkomst is om tot een inventarisatie van de wensen te komen (en om uitleg te geven over de uitdagingen in het gebied).

9

De zoekgebieden zijn reeds in de conceptRES opgenomen en gebaseerd op een technische analyse van de mogelijkheden en randvoorwaarden in de regio, de uitkomst van meerdere (lokale) ateliers met stakeholders en belanghebbenden en uiteindelijk een politieke keuze. In de RES 1.0 is gestart met het verder verkennen van de haalbaarheid, wenselijkheid en invulling van de zoekgebieden. De RES 1.0 is een dynamisch document en geeft de inspanning weer waar de deelnemers zich in de komende jaren voor zullen inzetten.

De theoretische potentie voor de opwekking van duurzame energie in de zoekgebieden in IJmond & Zuid-Kennemerland is 560 GWh (0,56 TWh). Deze potentie bestaat uit de huidige opwek (160 GWh) en de opwek uit zoekgebieden (400 GWh). In de kaart zijn hiervoor de globale zoekgebieden ingetekend.

9.1 Samenvatting Deze zoekgebieden zijn richtinggevend voor het aanbod naar het Rijk, maar de precieze haalbaarheid, wenselijkheid en invulling worden (lokaal) nader onderzocht. Daarnaast sluit deze kaart met zoekgebieden nieuwe initiatieven niet uit. Er kunnen dus zoekgebieden bij komen en ook nog afvallen.

Floor Bal, wethouder Velsen (bron: website Energieregio NHZ)

,QZRQHUV EHGULMYHQ JHPHHQWHQ HQ ZDWHU VFKDSSHQ PRHWHQ KHW PHW HONDDU HQ YRRU HONDDU GRHQ

•

•

•

•

•

•

•

Voldoende afstand rond de (grootschalige) woonbebouwing, zoals de gebieden langs de A9 (Hofgeest, Grote Buitendijk en Broekpolder). De deelregio ziet kansen voor zonne-energie op grote daken en zet daar actief op in. Ook zijn er goede kansen voor zonne-energie boven parkeerterreinen, mits landschappelijk ingepast. Bij de verkenning van de zoekgebieden voor de RES 1.0 hebben de IJmond-gemeenten zich overigens eerst gericht op de benoemde zoekgebieden voor ‘zon en+ wind’ en nog niet gekeken naar zon op grote daken en parkeerplaatsen. De gemeente Haarlem onderzoekt de mogelijkheden om meer zonnepanelen in het beschermd stadsgezicht inpasbaar te maken. Drijvende zonnepanelen op wateren biedt mogelijkheden. Zonne-energie langs infrastructuur is eveneens een goede mogelijkheid, met name in combinatie met geluids-schermen.

Uitgangspunten voor aanbod en de zoekgebieden en realisatie

•

•

•

•

•

•

Er is geen draagvlak voor windturbines of zonnepanelen in natuurgebied zoals de duinen. Het duingebied en de binnenduinrand moeten dan ook worden ontzien voor grondgebonden energieopwekking. Het streven naar minimaal 50 procent lokaal eigendom. De regio werkt intensief aan energiebesparing en duurzame warmte. Zoekgebied 7: N208. De westelijke randweg N208 is een zoekgebied voor zon omdat deze randweg een vrij ruim profiel heeft waar mogelijk zonnepanelen geplaatst kunnen worden. Zoekgebieden wind. Er lijken kansen voor windenergie op en langs de grote industrieterreinen zoals Tata Steel, Waarderpolder, en langs de A9 en het Noordzeekanaal, al zijn er ook beperkingen in het gebied. In Haarlem zijn er kansen om de bestaande turbines te vervangen voor een grotere turbine. Zoekgebied 8: Waarderpolder. In het gebied ten oosten van de Waarderpolder in Haarlem zijn kansen voor een energielandschap waar een •

•

combinatie van wind- en zonne-energie opwek mogelijk is. Vanwege de lucht-vaart nabijheid van Schiphol, worden eisen gesteld aan de maximale hoogte voor windturbines in dit gebied. Daarnaast gelden er beperkingen op het gebied van natuur- en cultuurhistorisch beleid. Zoekgebied 9: Schalkwijk. In Schalkwijk zijn plassen waar kansen zijn voor drijvende zonnepanelen. De Meer-wijkplas heeft een hoge ecologische waarde, waardoor deze minder geschikt is. De Schouwbroekerplas en de Molenplas worden gezien als kansrijke locaties en zullen in de RES 2.0 nader onderzocht worden op haal-baarheid. Het recreatiegebied Spaarnwoude is door de gemeenteraad van Velsen aangemerkt als aanvullend zoek-gebied. De mogelijkheden binnen Spaarnwoude worden meegenomen bij de zoekgebieden rondom de A9, het Noordzeekanaal en bij de generieke zoekgebieden zon op parkeerplaatsen en zon op grote daken.

De stad Haarlem en het Bloemendaalse Park/ Duin zijn beschermd stadsgezicht. In het oostelijk deel van de deelregio IJmond & Zuid-

De deelregio IJmond & Zuid-Kennemerland is zeer divers en kan weer onderverdeeld worden in de regio’s IJmond en Zuid-Kennemerland. IJmond bestaat uit de gemeenten Beverwijk, Heemskerk en Velsen die samen bijna 148.000 inwoners hebben. Zuid-Kennemerland omvat de gemeenten Haarlem, Heemstede, Bloemendaal en Zandvoort, waar samen circa 230.000 mensen wonen.

Stedelijke zone Achter het jonge duinlandschap langs de kust van IJmond & Zuid-Kennemerland ligt

Regionale context IJmond & Zuid-Kennemerland

Natuur en landschap De deelregio kent naast de aanwezige bebouwing en de bedrijven veel beschermde natuurgebieden. Het uitgestrekte duingebied en de landgoederen in de binnenduinen behoren tot het Natuurnetwerk Nederland n/ of het Europese Natura2000 netwerk. Deze zijn ten zuiden van het Noordzeekanaal onderdeel van het Nationaal Park ZuidKennemerland. Het resterende deel van het buitengebied kent diverse kleinere natuurgebieden, natuurverbindingen en weidevogelleefgebieden. Daarnaast zijn er beschermde landschappen (Bijzonder Provinciaal Landschap).

9.2 Kenmerken en ambities IJmond & ZuidKennemerland

een aaneengeschakeld stedelijk gebied met Heemskerk, Beverwijk, Velsen, Haarlem en Heemstede. Zandvoort, IJmuiden aan Zee en Wijk aan Zee zijn bekende kustplaatsen in deze regio, terwijl Bloemendaal deel uitmaakt van de binnenduinrand. De regio wordt doorsneden door het Noordzeekanaal met de daaraan aangrenzende havens en de daar gevestigde logistieke en industriële bedrijvigheid. Toonaangevend in economisch en landschappelijk opzicht is Tata Steel.

Dit gezamenlijke proces heeft geleid tot een intensieve ambtelijke en bestuurlijke samenwerking tussen zowel de gemeenten onderling als met de waterschappen, provincie, inwoners, belangenorganisaties, natuur- en milieuorganisaties, Liander, energiecoöperaties, en andere lokaal betrokkenen. Regionaal wordt geïnvesteerd in gezamenlijke programma’s voor lokaal eigendom, energiebesparing, kleinschalig opwekken van duurzame energie en duurzame warmte bij particulieren, huurders en bedrijven.

Ambitie De deelregio IJmond & Zuid-Kennemerland wil een significante bijdrage leveren aan de nationale opgave van de realisatie van 35 TWh in 2030. Daarvoor hebben gemeenten en betrokken partijen zorgvuldig gewerkt aan de verkenning van zoekgebieden om wind- en zonne-energie op te wekken, rekening houdend met de technische en landschappelijke beperkingen. Deze eerste verkenning wordt nog verder afgewogen. Denk daarbij aan maatschappelijke belangen zoals gezondheid en leefomgeving, technische en ruimtelijke aspecten, landschappelijke inpassing en ontwikkelingen in het gebied.

Kennemerland ligt de Stelling van Amsterdam met de status van UNESCO Werelderfgoed.

Voor windenergie gelden veel beperkingen in het gebied. Naast de natuur- en landschappelijke waarden zijn er veiligheidsen geluidsbeperkingen rond het geclusterde stedelijk gebied. Verder zijn ten oosten van Haarlem hoogtebeperkingen vanwege de nabijheid van Schiphol. Rondom het industriële cluster ten noorden van het Noordzeekanaal zijn risicozones. In het duingebied loopt een aantal buisleidingen en langs de A9 zijn hoogspanningslijnen aanwezig. De aanlanding van windenergie op zee in Wijk aan Zee en Beverwijk betekent eveneens een ruimtelijke beperking. De kernzone van de waterkering is in het noordelijke duingebied breed en kan hier een beperking opleveren voor windenergie. Al deze beperkingen zijn per zoekgebied in beeld gebracht.

Wind: aandachtspunten en mogelijkheden

9.3 Elektriciteit en warmte

Rond het stedelijk gebied is een aantal plekken met mogelijkheden voor zonnevelden op landbouwgrond, veelal tegen het bebouwde gebied aan. Daarnaast zijn er op de bedrijventerreinen grote daken waar zonneenergieprojecten gerealiseerd kunnen worden.

In het kader van de RES is ook een Regionale Structuur Warmte (RSW) opgesteld (zie daarvoor hoofdstuk 3). In de RSW zijn de bovengemeentelijke warmtebronnen en warmte-infrastructuur geïnventariseerd en wordt ingegaan op de bovengemeentelijke samenwerking op het gebied van warmtebronnen, warmtevraag, warmteinfrastructuur en kennis. Onderstaand wordt ingegaan op generieke en specifieke warmtebronnen en de werkagenda voor de deelregio IJmond & Zuid-Kennemerland.

Generieke warmtebronnen Alle gemeenten in IJmond & ZuidKennemerland hebben geothermie, aquathermie (warmte uit oppervlaktewater en uit afvalwater bij de RWZI’s van Velsen en Beverwijk) en groen gas in beeld als potentiële bovengemeentelijke warmtebron.

Bovengemeentelijke bronnen voor IJmond & Zuid-Kennemerland De deelregio beschikt (in potentie) over bovengemeentelijke warmtebronnen. Belangrijke bronnen zijn de industrie en geothermie.

Warmte: bronnen

Zon: aandachtspunten en mogelijkheden In bijna heel de deelregio liggen beperkingen voor zonne-energie. Het hele duingebied is onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. Ten zuiden van het Noordzeekanaal ligt achter de duinen een aantal gebieden die zijn aangemerkt als NNN-gebied, Natura2000 of BPL (met daarbinnen onder andere aardkundige monumenten). Bij Heemskerk is het gebied achter de duinen tuinbouwconcentratiegebied; zonneenergie is daar moeilijk inpasbaar. Aan de oostzijde van Haarlem en de drie IJmondgemeenten is het gebied onderdeel van de Stelling van Amsterdam (dat valt onder het UNESCO Werelderfgoed) en BPL (waaronder weidevogelgebieden). Het recreatiegebied Spaarnwoude is NNN-gebied of BPL. Haarlem en Bloemendaal kennen een beschermd stads- of dorpsgezicht.

Werkagenda De algemene werkagenda voor de gehele regio Noord-Holland Zuid heeft voor deze regio een aantal specifieke aandachtspunten: • De potentie, verduurzaming en optimale inzet van de warmte uit de industrie voor de gebouwde omgeving. • Het verdelingsvraagstuk van de WRKleidingen, aangezien deze relevant zijn voor meerdere gemeenten in de gehele regio Noord-Holland Zuid (en daarbuiten). • De resultaten van het lopende SCAN-traject naar de potentie van geothermie.

Specifieke warmtebronnen Restwarmte uit industrie is een potentiële bron voor Heemskerk, Velsen en Beverwijk. De WRK-leidingen zijn een potentiële bovengemeentelijke warmtebron voor Zandvoort, Heemstede, Haarlem en Velsen. Daarnaast kan restwarmte van datacenters in Haarlemmermeer ingezet worden als potentiële warmtebron in Haarlem.

In de IJmond zelf staan drie transformatorstations; in IJmuiden, Velsen en Beverwijk. Daarnaast voedt station Uitgeest ook een deel van de IJmond. In Zuid-Kennemerland staan er vijf, in en rondom Haarlem. Op deze

Door de energietransitie en de economische groei in de regio neemt de druk op het elektriciteitsnet toe. Om de energietransitie te kunnen faciliteren en een toekomstbestendig elektriciteitsnet te kunnen garanderen, wordt het net nu al op een aantal plekken uitgebreid en aangepast. Zo bouwen we op dit moment aan station Schalkwijk in Haarlem.

9.4 Energieinfrastructuur

Impact op elektriciteitsstations op basis van het RES 1.0 bod Aan de terugleveringszijde (door duurzame opwek) verwachten we dat de volgende transformatorstations de maximale capaciteit

De potentie in de regio is verhoogd ten opzichte van de concept-RES. De grootste verandering is de hogere opbrengst van zon op dak (+145 GWh). Dit kan worden verklaard doordat er meer technisch potentieel lijkt te bestaan voor zon op dak (onder andere door ‘betere’ zonnepanelen en het benutten van daken op het noorden).

Netimpactanalyse RES 1.0

stations wordt hoogspanning omgezet in ‘stroom uit het stopcontact’, maar grootschalige opweklocaties, zoals zonneweides en windturbines, worden hier ook direct op aangesloten. Dit vereist niet alleen transportcapaciteit, maar ook aansluitcapaciteit: de zogenoemde vrije velden, een soort enorme ‘stopcontacten’. In de regio IJmond zijn maar weinig vrije velden op de stations. Ook hierdoor moet Liander uitbreidingen realiseren. Zo wordt de infrastructuur aangepast om aan de toekomstige energievoorziening te kunnen voldoen.

Daarnaast hebben de stations in de IJmond weinig vrije "stopcontacten", de zogenoemde velden, om grote energievragers en -opwekkers aan te sluiten. Aan de afnemerskant (door toenemende vraag) zijn er vijf transformatorstations waar mogelijk de maximale capaciteit bereikt wordt: • Station Beverwijk: door de warmtetransitie en elektrisch vervoer. • Station Uitgeest: door de warmtetransitie en elektrisch vervoer. • Station Overveen: door de warmtetransitie en elektrisch vervoer. • Station Waardepolder: door datacenters en overige industriële energievraag. • Station Schalkwijk: door de warmtetransitie en elektrisch vervoer.

bereiken voor 2030: • Station Beverwijk: door grootschalig zon op dak. • Station Velsen: door grootschalig zon op dak en zonneweides in de regio • Station Uitgeest: door zonneweides in de regio Alkmaar. In het bod van RES 1.0 van de deelregio ontstaan er op verschillende locaties knelpunten door opwek van zonne-energie. Door systeeme ciëntie toe te passen op zoekgebieden zijn er minder uitbreidingen of nieuwe transformatorstations nodig: • Het is interessant om te kijken of geplande grootschalige projecten verplaatst kunnen worden van gebieden met weinig beschikbare capaciteit naar gebieden met veel capaciteit. Bij voorkeur wordt er zon ontwikkeld op en rondom industrieterreinen waar al veel verbruik is. • Combineer wind en zon en maak gebruik van cable-pooling: de combinatie van wind en zon komt terug in meerdere zoekgebieden. Door wind en zon op één aansluiting wordt het netwerk e ciënt ingezet. Bovendien kan door een goede wind en zon verdeling meer duurzame energie opgewekt worden binnen dezelfde netcapaciteit dan wanneer voor wind óf zon gekozen wordt. Met name rondom het Noordzeekanaal gebied liggen hier kansen. • Realiseer één groot project in één van de zoekgebieden 2 t/m 6. Aansluiten in het westelijk havengebied, aangezien er in de deelregio Amsterdam een nieuw onderstation gebouwd wordt waar dit zoekgebied op kan worden aangesloten.

Aandachtspunten •

Gezamenlijk een uitvoeringsprogramma opstarten geeft meer grip op de haalbaarheid van de realisatie van de (opwek) ambities vóór 2030. Netuitbreidingen kennen lange doorlooptijden, waardoor een goede en transparante afstemming nodig is tussen de plannen in de regio en de planning van de netbeheerder. Bovendien vereist niet alleen duurzame opwek ruimtelijke inpassing, maar ook energie-infrastructuur. Dit dient samen te komen in een samenwerking binnen een uitvoeringsprogramma. Optimale invulling en een gezamenlijk uitvoeringsprogramma van de zoekgebieden vergroot de haalbaarheid van de RES-doelstellingen in regio IJmond & Zuid-Kennemerland.

Ondersteuning richt zich onder meer op kennisdeling, het organiseren van actiesessies en een community manager. Daarnaast hebben de individuele gemeenten uit de deelregio veelvuldig contact met de lokale energiecoöperaties.

De regio onderschrijft het belang van lokaal eigendom en draagvlak bij locaties om wind- en zonne-energie op te wekken. Om lokaal eigendom te stimuleren is er op regionaal niveau samenwerking, waarbij de lokale energiecoöperaties ondersteund worden bij de realisatie hiervan.

9.5 Lokaal eigendom en draagvlak In de RES wordt gestreefd naar het realiseren van 50 procent lokaal eigendom. De term ‘lokaal eigendom’ is niet centraal uitgewerkt en laat daarmee ruimte voor interpretatie, zoals het onderscheid tussen eigendom en profijt. Het is dus aan de gemeenten zelf om dit lokaal, dan wel samen met andere gemeenten in te vullen.

Voor de uiteindelijke invulling van lokaal eigendom en draagvlakactiviteiten is ervoor gekozen dit per zoekgebied en betrokken gemeente(n) te organiseren. Dit maakt het mogelijk dat activiteiten optimaal aansluiten bij de lokale situatie en behoeften van de betrokken partijen.

10

De regionale potentie is gebaseerd op een technische analyse van het potentieel, een analyse van beleidsmatige mogelijkheden en beperkingen en afstemming met stakeholders en inwoners. Deze potentie bestaat uit zon op daken, parkeerterreinen en bedrijventerreinen (boven op de bestaande opwek en wat in de pijplijn zit). De uitgeefbare (niet in gebruik genomen) gronden op bedrijventerreinen vallen af op grondgebieden van Zaanstad, Beemster en Edam-Volendam. Naast deze generieke zoekgebieden staan er op de

De theoretische potentie voor opwekking van duurzame energie in de zoekgebieden van de regio Zaanstreek/Waterland is 320 GWh (0,32 TWh) zonne-energie op grote daken, boven parkeerterreinen en op nog uit te geven bedrijventerrein. Daarbovenop komt de huidige opwek (90 GWh / 0,09TWh). De totale potentie van Zaanstreek/Waterland telt dus op tot 410 GWh (0,41 TWh).

10.1 Samenvatting

De regio Zaanstreek/Waterland omvat acht gemeenten die samen het karakteristieke noorden van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) vormen. Het is een streek met veel cultuurhistorisch en industrieel erfgoed, zoals de historische lintbebouwingen, herkenbare verkavelingsstructuur, gebouwde en archeologische monumenten, maar ook het dagtoerisme naar het ‘oude Holland’, zoals de Zaanse Schans en klederdrachten in Volendam en Marken. Daarnaast zijn er de polders met diverse, waterrijke landschappen, de waardevolle veenweidenatuur en UNESCO Werelderfgoed De Beemster en de Stelling van Amsterdam. De mogelijkheden voor zonne- en windenergie zijn op basis van het huidige beleid beperkt vanwege vele beschermde (natuur)gebieden. Gezien de landschappelijke kwaliteiten van Zaanstreek/ Waterland is een integrale benadering voor de grootschalige energieopwekking in het buitengebied van belang, waarbij ook gekeken wordt naar andere (toekomstige) opgaven.

Tijdens de bijeenkomsten met professionele stakeholders, bestuurlijke sessies en ateliers voor geïnteresseerden en belanghebbenden is brede steun uitgesproken voor deze aanpak. Er is ook brede steun voor het handhaven van

De regio Zaanstreek/Waterland wil zich de komende jaren met name richten op maximale benutting van beschikbare daken. Hierbij is rekening gehouden met de volgende kernwaarden en opgaven: • Het landschap als basis. • Andere opgaven in de regio (onder andere op het gebied van woningbouw, veenweide en recreatie). • Natuurrestricties (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland) worden als harde belemmering beschouwd.

Uitgangspunten van de regio

kaart nog vier ‘specifieke’ zoekgebieden: zon op de Bukdijk (Waterland), wind bij de Nes (Waterland), zon en wind in het Noordzeekanaalgebied (Zaanstad) en zon langs de A7 (berm), A8 en ten noorden van de A10. De haalbaarheid, wenselijkheid en invulling hiervan moeten nader worden verkend. De energietransitie is een dynamisch proces, waarbij wordt gezocht naar koppelkansen en mogelijkheden.

Daarnaast worden ook particuliere woningeigenaren, Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) en woningstichtingen gestimuleerd om de daarvoor geschikte daken te gebruiken voor energieopwekking. De zoekgebieden voor zon op grote daken, parkeerterreinen en uit te geven bedrijventerreinen leiden, inclusief de bestaande opwek en de aangevraagde SDE-projecten tot een potentiële opbrengst van 0,41 TWh. Daarnaast verwacht de regio Zaanstreek/Waterland de potentie te kunnen vergroten met energieopwek in de aanvullende zoekgebieden. De haalbaarheid, wenselijkheid en exacte invulling moeten echter nog nader onderzocht worden.

reeds bestaande zon- en windprojecten in de regio. Voor nieuwe grootschalige duurzameenergieprojecten zijn de volgende generieke zoekgebieden gedefinieerd: • Alle bestaande grote(re) daken (> 15 kWp = waar circa zestig panelen op kunnen) van bijvoorbeeld maatschappelijk, industrieel en agrarisch vastgoed. • Uitgeefbare, niet in gebruik genomen gronden van bedrijventerreinen. • Grote parkeerplaatsen. • Aangevraagde, maar nog niet gerealiseerde SDE-projecten.

Onze energievoorziening zal de komende decennia ingrijpend veranderen. In het Klimaatakkoord van Parijs is de ambitie vastgelegd om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2ºC. Deze mondiale afspraak vraagt om een reductie van het gebruik van fossiele energie, tot dicht bij nul in 2050. Elektriciteit wordt dan duurzaam opgewekt, gebouwen worden duurzaam verwarmd, bedrijven hebben hun productieprocessen aangepast en het vervoer is aangepast. Ook de regio Zaanstreek/ Waterland levert zijn bijdrage aan deze transitie.

De transitie naar een CO2-arme energievoorziening in 2050

10.2 Kenmerken en ambities Zaanstreek/ Waterland

Het Zaanse deel van Zaanstreek/Waterland kenmerkt zich door een van oudsher bijzondere mix van wonen en werken. Het is een streek met veel cultuurhistorisch en industrieel erfgoed, zoals de historische lintbebouwingen, herkenbare verkavelingsstructuur, gebouwde en archeologische monumenten en de Zaanse Schans. Daarnaast zijn er de polders met diverse, waterrijke landschappen

De regio Zaanstreek/Waterland omvat acht gemeenten: Zaanstad, Beemster, Edam-Volendam, Purmerend, Oostzaan, Wormerland, Landsmeer en Waterland. Deze vormen samen het karakteristieke noorden van de Metropoolregio Amsterdam (MRA).

Deze internationale ambitie is met het Nationaal Klimaatakkoord vertaald naar nationale doelen. Om deze te behalen is regionaal maatwerk nodig om te komen tot gedragen keuzes met maatschappelijke partners, inwoners en het bedrijfsleven. Dit geldt in het bijzonder voor de ruimtelijke inpassing van hernieuwbare opwek, opslag en de infrastructuur voor elektriciteit en warmte. In dit hoofdstuk staat beschreven hoe de deelregio Zaanstreek/Waterland tot zijn bijdrage aan de RES Noord-Holland Zuid is gekomen.

Het Waterlandse deel van Zaanstreek/ Waterland heeft een recreatieve en toeristische aantrekkingskracht op binnen- en buitenland, en een veelheid aan woonmilieus. De rust en ruimte van het polderlandschap en dijken, de vele fiets- en vaarroutes, havens en natuurlandschappen en rijkdom aan water en weidevogels zijn karakteristieke kenmerken van dit deel van de regio. Daartussen bevinden zich de vele historische (lint) dorpen en monumentale stadscentra zoals Monnickendam en vestingsteden Purmerend en Edam. En ook het ‘oude Holland’ met zijn klederdrachten in Volendam en Marken en UNESCO Werelderfgoed De Beemster en de

en de waardevolle veenweidenatuur. En natuurlijk de beeldbepalende rivier de Zaan. Traditioneel zijn economische clusters zoals de voedingsmiddelenindustrie, de logistiek, de nautische sector, de landbouw en de ambachtelijke maakindustrie goed vertegenwoordigd in de streek. Ook het toerisme is een belangrijke economische factor. De Zaanse Schans trekt jaarlijks 1,5 tot 2 miljoen bezoekers. De kwaliteit van het open veenweidelandschap is van grote recreatieve waarde voor de Zaanstreek en de MRA als geheel, nu en in de toekomst. Door de hoge natuur- en landschappelijke waarden zijn grote delen van Zaanstreek/ Waterland beschermd gebied. Binnen Zaanstreek/Waterland wordt op vele gebieden intensief samengewerkt. Grensoverschrijdende vraagstukken zoals economie, woningbouw en klimaatadaptatie worden regionaal afgestemd en opgepakt. Ook de energietransitie en in het bijzonder het opstellen van een Regionale Energiestrategie zijn onderdeel van deze duurzame samenwerking.

Stelling van Amsterdam zijn aantrekkelijk voor dagtoeristen. Deze karakteristieke waarden komen tot uiting in alle denkbare woonmilieus, van stads tot dorps en landelijk wonen, een zeer intensief busnetwerk en ruimte voor ondernemen, van agrarisch tot industrieel.

Uitzondering hierop is het een-op-een vervangen of opschalen van bestaande turbines door nieuwe turbines (eventueel met andere dimensies) op dezelfde plek (rekening houdend met eventuele restricties). Daarnaast geldt een uitzondering voor de herstructureringsgebieden windturbines binnen de MRA en kan Gedeputeerde Staten

Mogelijkheden en beperkingen wind. De provincie NoordHolland heeft in de Omgevingsverordening NH2020 gebieden aangegeven waar plaatsing van windturbines in principe niet is toegestaan.

10.3 Elektriciteit en warmte

Op gronden met nutsvoorzieningen of infrastructuur voor weg, spoor, water en vliegverkeer, mogen opstellingen voor zonne-energie in het landelijk gebied wel bij bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Als infrastructuur worden ook bijbehorende voorzieningen, zoals parkeerterreinen en

De provincie Noord-Holland heeft in de Omgevingsvisie NH2050 als doelstelling opgenomen om ruimte te bieden aan de energietransitie. De provincie ziet kansen voor zonne-energie in landelijk gebied mits goede landschappelijke inpassing en aansluiting op bestaande functies worden geborgd (aan de hand van uitgangspunten in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, 2018). De omgevingsverordening NH2020 gaat nog niet in op definitieve keuzes. Deze worden de komende periode verder uitgewerkt. De provincie stelt dat opstellingen voor zonneenergie in het landelijk gebied niet zijn toegestaan op gronden die zijn aangemerkt als erfgoed van uitzonderlijke universele waarden (de Stelling van Amsterdam).

Mogelijkheden en beperkingen zon

op verzoek van gemeenten binnen de MRA gebieden aanwijzen waar windturbines mogen komen. Ofwel ‘ja, mits in de MRA’.

Voor de regio Zaanstreek/Waterland zijn, met de Regionale Structuur Warmte (RSW), de huidige situatie en potentie van verschillende warmtebronnen en warmteinfrastructuur in beeld gebracht. De RSW gaat specifiek over bovengemeentelijke samenwerking en kennisdeling op het gebied van warmtebronnen, warmtevraag en warmteinfrastructuur. De RSW is nu nog een proces van verkennen, kennis delen en samenwerking zoeken. Hoofdstuk 3 beschrijft welke stappen er in Noord-Holland Zuid worden gezet.

Warmte

Door de hoge natuur- en landschappelijke waarden zijn grote delen van Zaanstreek/ Waterland beschermd gebied.

bermen van (spoor)wegen, aangemerkt. Voorwaarde voor inpassing van zonne-energie op dit soort gronden is dat de bestaande functie op die locatie wordt gehandhaafd. Er is dan sprake van zogenoemd meervoudig ruimtegebruik. Naast provinciaal beleid zijn de volgende beperkingen aan de orde: • Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland-gebieden en Bijzonder Provinciaal Landschap (waarbinnen onder andere weidevogelgebieden liggen). • Conflicterende bestemmingen (recreatieof sportterreinen, bebouwde kom).

Belangrijke bovengemeentelijke infrastructuur voor de regio Zaanstreek/Waterland is het warmtenet van Stadverwarming Purmerend. Daarnaast zijn geothermie, aquathermie en groen gas in beeld als potentiële bovengemeentelijke warmtebronnen voor de toekomst.

Maar er komen ook nieuwe bedrijventerreinen bij, zoals de Baanstee in Purmerend. De vraag naar elektriciteit is daardoor groot. En die vraag wordt alleen nog maar groter: de komende jaren moeten veel woningen worden bijgebouwd, de industrie stapt over op groene stroom, het vervoer wordt steeds

Regio Zaanstreek/Waterland is een gevarieerd gebied: drukke steden, afgewisseld door (beschermd) landelijk gebied. In de regio is van oudsher veel industrie en bedrijvigheid, zoals de Zaanse voedingsmiddelenindustrie en de Volendamse haven.

10.4 Energieinfrastructuur Wat is de huidige situatie van het energienet? In Zaanstreek/Waterland wordt veel energie opgewekt via zonnepanelen op daken. In de landelijke gebieden leidt dit vaak tot knelpunten, vanwege de lange dunne kabels die daar liggen. Maar ook in de stedelijke gebieden kan een forse groei van het aantal zonnepanelen op daken tot knelpunten leiden. Waar knelpunten ontstaan, verzwaart de netbeheerder het net. De grootste opgave is de uitbreiding van het netwerk in de stedelijke gebieden door de groeiende behoefte aan elektriciteit. Bijvoorbeeld door binnenstedelijke woningbouw, zoals het Hembrugterrein en Purmerend Stationsgebied, en de ontwikkeling van industrieclusters zoals Hoogtij. Ook de industrie vraagt steeds meer vermogen en moet daarom vaker direct op een transformatorstation worden aangesloten. Dat gebeurt via zogenoemde vrije velden, een soort stopcontacten op het station. Vrije velden zijn echter schaars.

meer elektrisch en bestaande huizen gaan van het gas af. Ook de opwekking van duurzame energie, vooral via zonnepanelen op daken, neemt gestaag toe. Het elektriciteitsnet in Zaanstreek/Waterland staat door deze ontwikkelingen onder druk.

In de concept-RES ging de deelregio vooral uit van het opwekken van duurzame energie door zon op dak. In de RES 1.0 staan ook plannen voor wind- en zonne-energie, bijvoorbeeld rondom het Noordzeekanaal en in Waterland rondom Marken. Met direct betrokkenen moeten deze plannen nog verder verkend worden.

Wat is de impact van de Regionale Energiestrategie 1.0?

De vraag naar stroom neemt sneller toe dan de netbeheerder kan bijhouden. Tussen 2025 en 2030 verwacht Liander dat de meeste transformatorstations hun maximale capaciteit hebben bereikt en dat de transportcapaciteit is verdubbeld. Dit zorgt voor veel werkzaamheden aan de energie-infrastructuur de komende jaren. Voor verschillende nieuwe of uit te breiden stations is de netbeheerder al begonnen met de voorbereidingen en lopen er gesprekken met de betrokken gemeenten. Dit is essentieel, want de uitbreiding of bouw van een transformatorstation duurt gemiddeld vijf tot acht jaar. Zeker in de schaarse ruimte van hoogstedelijke gebieden is het een tijdrovende opgave om locaties te vinden. Ook het doorlopen van de bijbehorende vergunningstrajecten en inspraakprocedures kosten veel tijd.

Uit de netimpactanalyse komen de volgende bevindingen naar voren: • Het merendeel van de transformatorstations heeft voldoende capaciteit om de zoekgebieden voor grootschalige opwek binnen Zaanstreek/Waterland aan te sluiten. Alleen transformatorstation Edam heeft op dit moment onvoldoende capaciteit voor de twee zoekgebieden in Waterland. De investeringsplannen van netbeheerder Liander gaan echter al uit van de bouw van een nieuw station in de omgeving van Purmerend. Hierdoor kunnen ook deze zoekgebieden vóór 2030 worden aangesloten. Voor alle transformatorstations geldt wel dat de stopcontacten schaars zijn. • Zon op dak brengt grote uitdagingen met zich mee in de lokale netten. Zon op dak wordt niet direct op de transformatorstations aangesloten, maar op het middenspannings- of laagspanningsnet. De versnippering van zon op dak zorgt daarbij voor uitdagingen over de hele deelregio. Door de piekbelasting van zon op dak zal Liander veelal lagergelegen netdelen (transformatorstations, kabels) moeten verzwaren. Dit is een enorme opgave omdat daarvoor veel •

straten opengebroken moeten worden. Deze werkzaamheden kennen lange doorlooptijden en brengen hoge maatschappelijke kosten en overlast met zich mee. Knelpunten op stations ontstaan door de toenemende vraag naar energie door woningbouw, industrie en elektrische mobiliteit. Dit zorgt voor het bereiken van de maximale capaciteit bij zeven transformatorstations vóór 2030. Op twee stations is voldoende capaciteit tot na 2030. De investeringsplannen van Liander gaan uit van drie nieuwe en vijf uit te breiden stations die voor 2030 in bedrijf moeten gaan. Met deze uitbreidingen kunnen de voorziene knelpunten worden opgelost. Voor de bouw en uitbreiding van stations geldt een gemiddelde realisatietijd van vijf tot zeven jaar. Het zoeken naar een geschikte locatie is daarbij het meest cruciale onderdeel. Om tijdig de toenemende vraag naar energie aan te kunnen sluiten, is het van belang deze zoektocht naar geschikte locaties samen met de regio te organiseren.

Door het energiesysteem e ciënt in te richten, zijn er minder uitbreidingen en nieuwe transformatorsta-tions nodig. Om hierop in te spelen geeft de netbeheerder een aantal principes mee: • Cluster energieopwek. Door het opwekken van energie te clusteren in een project, zijn minder verbindingen en stopcontacten nodig op het transformatorstation. Zo kunnen bijvoorbeeld windturbines langs het Noorzeekanaal als één project worden ontwikkeld maar ook als meerdere projecten waardoor je meer stopcontacten op het transformatorstation nodig hebt. De stopcontacten zijn schaars op de transformatorstations in Zaanstreek/ Waterland. Door te clusteren binnen een zoekgebied kunnen uitbreidingen worden voorkomen. • Combineer wind en zon en maak gebruik van cable pooling. Door wind en zon te combineren op één aansluiting wordt het netwerk e ciënt gebruikt en zijn er minder stopcontacten op het station nodig. Deze mogelijkheid kan verder verkend worden bij bijvoorbeeld het zoekgebied Noordzeekanaal.

Wat kan de regio doen?

•

•

Combineer vraag en aanbod. Voor zon op dak is veel draagvlak, maar tegelijkertijd brengt dit potentieel enorme uitdagingen met zich mee voor het elektriciteitsnet. Dit vraagt om coördinatie vanuit de regio. Liander adviseert om eerst te beginnen op daken die geclusterd liggen of waar een hoog constant verbruik van energie is. Dit zorgt voor minder kabels en minder transport van energie doordat de opgewekte energie tegelijkertijd verbruikt wordt op de locaties. Bedrijventerreinen zijn, vanuit slim gebruik van het elektriciteitsnet, in de regel een goed startpunt. Maar ook de koppeling van grote energievragers (zoals industrie langs het Noordzeekanaal) met grootschalige opwek (wind, zonneweides) kan transport van energie voorkomen. Benut zo’n bestaande energieaansluiting van de industrie óók voor opwek. Plan opweklocaties in de buurt van transformatorstations met teruglevercapaciteit. Bij de zoekgebieden in Waterland is de afstand tot een transformatorstation groot. Dit vraagt om kabels over lange afstanden door gronden van meerdere eigenaren. Hierdoor is de realisatie niet alleen kostbaar en tijdrovend, maar gaat dit ook gepaard met impact op de omgeving gedurende

Daarnaast adviseert de netbeheerder om gezamenlijk (gemeenten, provincie, ontwikkelaars, netbeheerders enz.) een uitvoeringsprogramma op te starten. Dit geeft meer grip op de haalbaarheid van de realisatie van de (opwek)ambities vóór 2030. Niet alleen duurzame opwek vereist ruimtelijke inpassing, ook energieinfrastructuur. Dit dient samen te komen in een samenwerking binnen een uitvoeringsprogramma.

graafwerkzaamheden. Locaties dicht bij een transformatorstation, zoals langs het Noorzeekanaal rondom Hoogtij, hebben daarom vanuit het energiesysteem de voorkeur.

In 2018 is Zaanstreek/Waterland gestart met het opstellen van zijn bijdrage aan de Regionale Energiestrategie in de deelregio. Voor het opstellen van de concept-RES zijn meerdere werksessies, twee regionale ateliers en twee regioraden en diverse informatieavonden georganiseerd. Tijdens deze sessies met professionele stakeholders, bestuurders, geïnteresseerden en belanghebbenden, waaronder energiecoöperaties, is brede steun uitgesproken voor het opwekken van zonne-energie door maximale benutting van beschikbare daken (met een capaciteit voor meer dan zestig panelen) en op grote

Samen zoeken

10.5 Participatie en draagvlak

De haalbaarheid van de specifieke zoekgebieden en het draagvlak hiervoor worden in 2021 verder verkend tijdens diverse bijeenkomsten.

Tijdens de ateliers die werden georganiseerd voor de deelregio Zaanstreek/Waterland is gezocht naar aanvullende zoekgebieden. Dit zoekproces en de reacties van de gemeenteraden hebben geleid tot de volgende aanvullende zoekgebieden, die terugkomen in de potentie voor Zaanstreek/Waterland in de RES 1.0: • Zon op de Bukdijk (Waterland). • Wind bij de Nes (Waterland). • Zon en wind in het Noordzeekanaalgebied (Zaanstad). • Zon langs de A7 (berm), A8 en ten noorden van de A10 (Polder Oostzaan en Landsmeerderveld).

parkeerplaatsen. In een aantal gemeenten wordt ook gekeken naar zonne-energie op uitgeefbare of niet in gebruik genomen gronden op bedrijventerreinen.

Thijs Kroese, wethouder Purmerend (bron: website Energieregio NHZ)

+HW ODQGVFKDS YDQ =DDQVWUHHN :DWHUODQG LV YDQ RXGVKHU HHQ HQHUJLHODQGVFKDS (U LV KLHU DOWLMG WXUI JHVWRNHQ HQ ZLQGHQHUJLH RSJHZHNW RP SROGHUV WH EHPDOHQ 'H YUDDJ LV :DW LV HHQ HQHUJLHODQGVFKDS DQQR HQ KRH SDVW GDW LQ RQ]H UHJLR"

11

Hoewel deze opgaven geen deel uitmaken van de RES 1.0, belicht dit hoofdstuk de relatie met die andere opgaven en de kansen en aandachtspunten die de energietransitie met zich meebrengt. Dit hoofdstuk dient als extra informatie bij de RES en heeft als focus NoordHolland Zuid. De teksten in dit hoofdstuk zijn in samenspraak met verschillende partijen tot stand gekomen.

De Regionale Energiestrategie (RES) richt zich op de opgave om over te stappen van fossiele brandsto en op duurzame elektriciteit en warmte voor de gebouwde omgeving. Daarbij ligt de focus op grootschalige opwek van hernieuwbare energie en het inzetten van bovenregionale warmtebronnen. Die opgave staat echter niet op zichzelf en heeft relaties met andere opgaven, thema’s en sectoren. Energietransitie in het Noordzeekanaalgebied De industrie heeft haar ‘eigen’ Klimaattafel, waar landelijk en regionaal afspraken worden gemaakt over terugdringing van de CO2uitstoot en de te zetten stappen in de energieen warmtetransitie. Het Noordzeekanaalgebied (NZKG) is een van de vijf nationale industrieclusters die in Nederland als koploper worden gezien voor de energietransitie en die internationaal een belangrijke rol spelen. De bedrijven, overheden en de zeehavens in het Noordzeekanaalgebied hebben de koploperrol opgepakt en streven naar een bijna volledig CO₂-neutrale en circulaire economie in 2050. Voor 2030 is het doel om 49 procent minder CO₂ uit te stoten ten opzichte van 1990. Voor de industrie in het NZKG komt dit neer op een reductiedoelstelling van 4 Mton.

Industrie

11.1 Klimaattafels

De industrie en de Regionale Energiestrategie De RES gaat over de gebouwde omgeving, maar heeft veel dwarsverbanden met de industrie. Zo wordt vanuit de RES sterk gekeken naar de bedrijventerreinen en infrastructuur in het NKZG om windturbines en zonneparken en -panelen (op daken) te realiseren. Ook ziet de RES de industrie als potentiële leverancier van warmte voor de gebouwde omgeving en beschikken de industriële bedrijven en de energieproducenten over de processen, kennis en faciliteiten om bijvoorbeeld waterstof en biobrandsto en te produceren. Misschien wel de belangrijkste relatie tussen de RES en de energietransitie in de industrie zijn de energienetwerken. De energietransitie vraagt om een nieuwe, robuustere energieinfrastructuur. Naast modernisering van de huidige elektriciteitsinfrastructuur gaat het op termijn om het gebruikmaken van nieuwe energiedragers zoals waterstof. Daarbij moet worden verkend of en zo ja, in welke mate integratie van de verschillende energiedragende systemen kan bijdragen aan de nieuwe energie-infrastructuur.

De CES omvat een analyse van de energievraagontwikkeling van de industrie en geeft aan welke energie-infrastructuur daarvoor nodig is. In dit kader wordt bij 25 grote energieverbruikers en -aanbieders in de regio Noord-Holland Zuid geïnventariseerd welke plannen zij hebben en wat er nodig is om deze plannen te realiseren op het gebied van infrastructuur, ruimte en andere randvoorwaarden. Bedrijven worden gevraagd de mate van waarschijnlijkheid van toekomstige investeringen aan te geven. De netbeheerders brengen mede op basis van de inventarisatie in beeld welke infrastructuur benodigd is in 2030, met een doorkijk naar 2050. Dit heeft betrekking op alle energiedragers. Op deze manier vormt de CES onderbouwing voor de nut en noodzaak van infrastructuurprojecten.

Cluster Energie Strategie (CES) Noordzeekanaalgebied Het NZKG heeft in het voorjaar van 2020 een Regioplan opgesteld en werkt momenteel aan een Cluster Energie Strategie (CES). De aanleiding voor de CES is het kabinetsbesluit dat alle industrieclusters een CES moeten opstellen als uitvloeisel van het advies van de Taskforce Infrastructuur Klimaatakkoord Industrie (TIKI). Het tijdig beschikbaar hebben van de benodigde energie-infrastructuur is een aandachtspunt. Op dit moment is de infrastructuurontwikkeling reactief en komen de beschikbaarheid (daar waar je het wilt hebben) en gelijktijdigheid (evenwicht tussen vraag en aanbod) onder druk. Door schaarser wordende (milieu)ruimte en de sterk groeiende energievraag, neemt de doorlooptijd van infrastructuurontwikkeling toe. Het doel van de CES, die tweejaarlijks wordt geactualiseerd,

Een van de sporen in het Regioplan NZKG is het geleidelijk omzetten van het aardgasnet naar een waterstofnet, inclusief aansluiting op een landelijk net. Er is groeiende behoefte aan waterstof ter vervanging van aardgas en als energieopslag. Het NZKG is een voor de hand liggende locatie voor waterstofproductie, vanwege het aanbod aan hernieuwbare energie (aanlanding wind op zee) en de omvangrijke (potentiele) vraag. De opgave is om de aardgasnetten voor waterstof geschikt te maken. De haven van Amsterdam zet in op de ontwikkeling van regionale waterstofinfrastructuur (Hydroport) om bedrijven in het Havengebied te faciliteren bij hun overstap naar groene waterstof. In het kader van het H2ermes-project werkt de regio samen met onder andere de Gasunie aan de waterstofinfrastructuur. Er wordt naar gestreefd deze in 2024 beschikbaar te hebben.

Waterstof in het NZKG

is om een groeiend wederzijds commitment te krijgen tussen bedrijven, netbeheerders en overheden. Deze ketensamenwerking moet stap voor stap tot stand komen en vergt vertrouwen en commitment van partijen. Met de CES 1.0 wordt hiermee een begin gemaakt.

Waterstof in de gebouwde omgeving Een serieuze toepassing van waterstof in de gebouwde omgeving is niet voorzien voor 2030. Dit komt onder meer doordat de toepassing van waterstof in de gebouwde omgeving nog niet voldoende ontwikkeld is. Het vergt tijd en experimenteerruimte om de toepassing van waterstof in de gebouwde omgeving te ontwikkelen. Tot 2030 vinden enkele pilotprojecten plaats. In Graft-De Rijp vindt momenteel een haalbaarheidsanalyse plaats en op Texel worden de mogelijkheden voor de inzet van waterstof onderzocht.

Onderzoek naar en de productie van waterstof vormt geen onderdeel van de RES. Deze opgave ligt bij de Klimaattafel Industrie. Door de energietransitie is er steeds meer aandacht voor waterstof als energiedrager en brandstof. Een duurzame energiedrager is vereist om de klimaatdoelen te halen, specifieke sectoren te verduurzamen en in de toekomst grootschalig energie op te slaan. Waterstof zal naar verwachting (een deel) van deze oplossing kunnen zijn. Waterstof is een energiedrager en geen duurzame energiebron. Waterstof levert zelfstandig dan ook geen bijdrage aan de duurzame opwek van elektriciteit of warmte.

Waterstof

Ook in zwaar transport over lange afstanden zal waterstof naar verwachting een rol gaan spelen. Batterijen zijn mogelijk te zwaar, te duur en te groot voor specifieke toepassingen van transport. Toch zullen voor veel transporttoepassingen batterijen gebruikt gaan worden. Voor de verduurzaming van de industrie en transport wordt ingezet op de energiebron die past bij de specifieke context. Dit kan elektrificatie betekenen, maar ook de inzet van waterstof en andere brandsto en. De context bepaalt uiteindelijk de keuze.

Waterstof voor industrie en transport De noodzaak voor waterstof in de industrie is groter dan in de gebouwde omgeving. De industrie heeft hogetemperatuurwarmte nodig die nu vaak uit aardgas komt. Deze temperaturen kunnen zeer lastig bereikt worden met warmtepompen of boilers, zoals huishoudens die kunnen gebruiken. Met waterstof is het opwekken van deze hogetemperatuurwarmte wel mogelijk, wat het een belangrijke energiedrager voor de industrie maakt.

Het katern Energie-infrastructuur bevat een uitgebreide toelichting op de uitdagingen en inzet van waterstof in de gebouwde omgeving.

Datacenters hebben een grote invloed op het energiesysteem vanwege hun grote energievraag. Nederland huisvest een derde van de Europese datacentercapaciteit en ruim 70 procent daarvan bevindt zich in de MRA. Het aantal datacenteraanvragen neemt snel toe en wederom het grootste deel daarvan wil zich wegens connectiviteitsredenen vestigen in de MRA. Het elektriciteitsnetwerk van Noord-Holland Zuid zit echter aan zijn capaciteitsgrenzen (zie de netimpactanalyse en de Systeemstudie Infrastructuur NH 20202050). Daarnaast hebben de datacenters een

Datacenters en de energietransitie

Waterstof zal een groeiende rol gaan spelen in de industrie en transport richting 2030. Hoe groot deze rol gaat zijn, is echter nog onzeker. De Nederlandse overheid en Gasunie werken aan het ontwikkelen van een zogenoemde waterstofbackbone. Deze omvat waterstofnetwerken in de vijf industriële clusters en grote nationale leidingen die deze clusters verbinden. Er bestaan verschillende plannen voor waterstoftankstations, gericht op vracht- en personenvervoer. De eerste tankstations worden in 2021 in Noord-Holland opgeleverd.

De land- en tuinbouwsector is cruciaal in de energie- en klimaattransitie waar Nederland voor staat. Enerzijds om op een duurzame manier met warmte- en elektriciteitsgebruik om te gaan en om de uitstoot van CO2 en stikstof te verminderen. Anderzijds om op verantwoorde wijze ruimte te vinden voor de grootschalige hernieuwbare energieopwek

Energie- en warmtetransitie in de land- en tuinbouwsector

grote ruimteclaim en is ruimte in toenemende mate schaars. Vanuit infrastructuuroogpunt is het slim om de datacenters dicht bij elektriciteitsaanbod te plaatsen (systeeme ciëntie). Momenteel (eerste helft 2021) wordt uitgezocht wat de beste plek is voor een vierde datacentercluster in de MRA. Er is een ‘principekeuze’ gemaakt voor Almere/ Zeewolde. Deze plek is geen onderdeel van de RES Noord-Holland Zuid, maar wordt zijdelings wel meegewogen omdat die keuze wordt gekoppeld aan het traject van de MRAVerstedelijkingsstrategie. Ook het tijdsbeslag overstijgt de periode tot 2030, de afweging neemt al gauw een periode in beslag van meer dan tien jaar In de RES 2.0 zal, indien relevant voor de regio Noord-Holland Zuid, een update van deze ontwikkeling worden opgenomen.

Gezamenlijke opgave Van alle betrokken partijen wordt inzet verwacht om de doelen te bereiken: van de boeren, van gemeenten en provincie en van

Doel: vermindering emissie broeikasgassen met 3,5 Mton in 2030 In het Klimaatakkoord (juni 2019) en het Tuinbouwakkoord (maart 2019) zijn afspraken gemaakt over vermindering van CO2-uitstoot en verduurzaming van energieverbruik. De ambitie van de agrarische sector is om de onvermijdelijke uitstoot van broeikasgassen en de productie en het gebruik van hernieuwbare energie met elkaar in balans te brengen. In het Klimaatakkoord hebben de landbouwen landgebruiksectoren (grondeigenaren en bos- en natuurbeheerders) een taakstellende opgave gekregen voor een additionele afname van 3,5 Mton broeikasgasemissies in 2030. Doel hiervan is om een bijdrage te leveren aan de kabinetsdoelstelling van 49 procent CO2reductie voor Nederland.

waar de RES over gaat. In deze paragraaf wordt deze opgave geschetst. Boodschap van de sector is dat deze zijn verantwoordelijkheid neemt, maar dat wel gedegen rekening moet worden gehouden met het belang van de land- en tuinbouwsector en de andere opgaven waar deze voor staat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10309296/1