CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20210630Rvs40 Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid 1 0 (RES 1 0) BIJLAGE reg energie strategie vanaf blz 126

Gemeenteraad 30 juni 2021, gemeente larenBij agendapunt: Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid 1.0 (RES 1.0)24.636 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Vraagstuk verschilt per type landbouw Afhankelijk van het type landbouw – bloembollenteelt, akkerbouw, vollegrondsgroenteteelt, glastuinbouw, melkveehouderij en veeteelt – ligt bij de energievraag de nadruk op warmte of elektriciteit. De agrarische sector staat voor tal van opgaven die gekoppeld zijn aan de energietransitie. Denk daarbij aan de verduurzaming van het energiegebruik, de uitbreiding van de energie-infrastructuur en de levering en opwekking van elektriciteit. Naast benodigde energiebronnen voor warmte, is er met name in de glastuinbouw ook elektriciteit nodig voor opslag, koeling en toenemend gebruik van ledverlichting. Daarnaast is een betrouwbare en betaalbare CO2-voorziening (in een klimaatneutrale glastuinbouw zonder aardgas moet de CO2 die nodig is voor de teelt uit andere bronnen komen) van groot belang voor de transitie in de glastuinbouw.

het Rijk. Vertegenwoordigers van Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO) en de glastuinbouw en andere partijen die de agrarische sector raken, zijn nauw betrokken bij het RES-proces. In de RES-regio NoordHolland Zuid zetten deze partijen zich in om te zorgen voor optimale benutting van de mogelijkheden op en rond het boerenerf voor de opwek van hernieuwbare energie.

De druk op de ruimte is groot, de boeren geven er daarom sterk de voorkeur aan om de agrarische gronden primair te gebruiken voor productiedoeleinden. Toch zijn deze gronden niet bij voorbaat uitgesloten voor de opwek van duurzame energie. Op landbouwgrond waar wel opwek mogelijk is, pleit de sector ervoor dat boeren kunnen participeren, in lijn met het streven naar 50 procent lokaal eigendom.

Het buitengebied als plek voor opwek van hernieuwbare energie Voor de opwek van duurzame energie ligt de meeste ruimte in het buitengebied. Daarmee biedt de agrarische sector mogelijk een deel van de oplossing en is de sector actief betrokken bij de RES. De agrarische sector wil hieraan bijdragen door de koppeling te leggen tussen de eigen opgaven en die van de RES. Om de ambities van de RES op een evenwichtige manier te realiseren, en die recht doet aan alle belangen, pleit de agrarische sector ervoor om regionale gebiedsaanpakken te ontwikkelen om energie, natuur en landbouw in synergie te laten opereren (zie kader op volgende pagina). Maatschappelijke belangen en bedrijfseconomische overwegingen maken dat energie een van de belangrijkste actuele thema’s is in de glastuinbouw. De energiestromen zijn leidend. De glastuinbouw heeft als basisbehoeften betaalbare elektriciteit voor de belichting, warmte, water en CO2. Ongeveer 30 procent van de bedrijfskosten betreft deze energiestromen.

Zwaartepunt van de energieopgave ligt bij de glastuinbouw Het energieverbruik van de glastuinbouw (9-10 PJ) domineert het verbruik in de landbouw in de provincie (17-18 PJ. Het energieverbruik en de CO2-emissie van de sector worden grotendeels bepaald door het glasareaal, teelttype (belicht of onbelicht, koude of warme teelten) en door de soort energievoorziening.

Boerenerf optimaal benutten Overheden en agrarische partijen zetten zich in om te zorgen voor optimale benutting van de mogelijkheden op en rondom het boerenerf voor de opwek van hernieuwbare energie (zie kader hiernaast).

Na het opleveren van de concept-RES is aan de thematafel Energietransitie: kansen voor agrariërs, met elkaar gesproken over het toekomstbeeld van de sector en wat nodig is om samen te werken aan de gemeenschappelijke doelstellingen. Bij LTO en de glastuinbouw bestaat grote bereidheid om bij te dragen aan het gesprek en de uitvoering van de opgave rondom de regionale opwek van hernieuwbare energie. Ter inspiratie hebben zij hun beeld bij het ‘erf van de toekomst’ gepresenteerd. In deze schets ziet men door de oogharen hoe het boerenerf, de bijbehorende agrarische gronden en de glastuinbouwgebieden in de toekomst mogelijk kunnen worden ingezet. Daarnaast is geschetst welke mogelijkheden en innovaties er zoal (te verwachten) zijn. Hoewel niet alle onderdelen van deze toekomstvisie passen in het bestaande beleid van provincie en gemeenten, biedt de schets een uitstekend handvat voor het gesprek met alle deelnemers. Aan tafel is gesproken over kansen en belemmeringen om het ‘erf van de toekomst’ te kunnen realiseren. Naast verkennen van (toekomstige) technische oplossingen voor opwek en opslag, ging het gesprek vooral over de manier waarop in een gebied draagvlak en een goede balans met het elektriciteitsnet ontstaan.

Het katern Thematafels bevat een inhoudelijke samenvatting van het ‘erf van de toekomst’ (schets met toelichting), zowel vanuit de visie van LTO als die van de glastuinbouw.

Thematafel Energietransitie: kansen voor agrariërs

Bij de verdere uitwerking naar uitvoeringsplannen, moeten de ontwikkeling van ruimte, van economie en de energieontwikkeling met elkaar in evenwicht worden gebracht.

Greenport Aalsmeer In 2020 zijn in Greenport Aalsmeer gebiedsinventarisaties uitgevoerd die in 2021 samen met gemeenten en ondernemers de komende jaren lokaal worden uitgewerkt tot uitvoeringsplannen. De inventarisaties geven een eerste beeld van de energieopgave in de tuinbouw. Landelijke programma’s glastuinbouw • Vanuit het programma Kas als Energiebron  is een schat aan informatie en (teelt)technische kennis over energiebesparing en duurzame invulling van een glastuinbouwteelt beschikbaar. Het Nieuwe Telen (HNT) is daarbij een aanpak die ontstaan is vanuit het programma Kas als Energiebron om via een betere kennis van natuurkunde en plantfysiologie beter, preciezer te kunnen telen hetgeen automatisch blijkt te leiden tot energiebesparing. Veel van de mogelijkheden tot energiebesparing en duurzame energie zijn nog niet gerealiseerd omdat de opties onvoldoende bekend zijn, er risico’s aan kleven of (nog) niet economisch rendabel zijn. Verdiepend onderzoek wordt landelijk aangepakt. Regionaal liggen er kansen voor een intensievere uitrol van kennis die al is opgebouwd. • Na het Klimaatakkoord is daarnaast het transitiecollege Kas als Energiebron in het leven geroepen.

Dit college is verantwoordelijk voor de operationalisering, uitvoering en borging van de afspraken die betrokken partijen (ministerie, provincies, GreenPorts Nederland en andere) in het Klimaatakkoord en Tuinbouwakkoord hebben gemaakt. De afspraken betre en bijvoorbeeld de aanvoer van CO2, warmte en elektriciteit en hebben als doel een klimaatneutrale glastuinbouwsector in 2040. • Vanuit het plattelandsontwikkelingsprogramma POP3 wordt onderzocht of er middelen gereserveerd kunnen worden voor de Verplaatsingsregeling van landbouwbedrijven. Naast een bijdrage aan de ruimtelijke schuifpuzzel, draagt deze regeling ook bij aan de modernisering van de glastuinbouw. Deze regeling stimuleert clustering om opgaven op het gebied van verduurzaming collectiever gedragen te krijgen. Ook gelijkspanning kan daar bijvoorbeeld een rol in spelen, evenals warmtenetten.

Om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord uit te werken, wordt een Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP) Noord-Holland & Flevoland opgesteld. Vanuit het RMP wordt gestreefd naar het verminderen van de CO2uitstoot naar een maximale uitstoot van 4,2 Mton voor de sector mobiliteit en transport. Dit is voor heel Noord-Holland en Flevoland samen in 2030. Het streven van maximaal 4,2 Mton is een reductie van 16 procent ten opzichte van het niveau in 1990. Dit betreft de minimale te halen doelstelling op basis van afspraken uit het Energieakkoord. Op basis

Opgave, doelstellingen en aanpak In de huidige situatie neemt de mobiliteitssector (personenvervoer, vrachtverkeer, binnenvaart, mobiele werktuigen) ongeveer 20 procent van het energieverbruik in NoordHolland voor zijn rekening. Uit de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA 2017) blijkt dat de mobiliteitsbehoefte van met name het zuidelijke deel van Noord-Holland tot 2040 fors groeit. Het terugdringen van het gebruik van fossiele brandsto en en de omslag naar een circulaire economie moeten dus gecombineerd worden met een groeiende mobiliteitsopgave. De transitie van fossiel naar voornamelijk elektrisch rijden zal zorgen voor een toenemende vraag naar elektriciteit voor mobiliteit.

Mobiliteit

Het RMP ontwikkelt een samenhangend pakket aan maatregelen voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Dit maatregelenpakket geeft een overzicht van wat alle individuele betrokken partijen uitvoeren, gaan uitvoeren en kunnen gaan uitvoeren. Het uitvoeringsprogramma wordt gebruikt om stap voor stap naar het doel in 2030 toe te werken. De processen voor het RMP en de RES lopen parallel aan elkaar en er vindt intensieve afstemming plaats tussen beide programma’s. Het maatregelenpakket dat wordt opgesteld door het RMP en de daarbij behorende doorberekening worden half 2021 verwacht. Deze doorberekening geeft ons meer inzicht in duurzame mobiliteitsmaatregelen die e ectief zijn in het terugdringen van de

van het Klimaatakkoord (49 procent) en de nieuwe EU-doelstelling om te komen tot 55 procent reductie, streven we in Noord-Holland en Flevoland nadrukkelijk naar een maximale uitstoot van 2,2 Mton in 2030. Dit betreft dan een reductie van 55 procent ten opzichte van 1990 conform de EU-doelstelling. Ter referentie: als alle inwoners van Nederland één tot twee dagen per week thuiswerken, dan scheelt dit 1,3 Mton CO2-uitstoot per jaar. Ontwikkelingen op het gebied van duurzame mobiliteit in Noord-Holland Naast het opstellen van een RMP spelen er nog meer ontwikkelingen rondom duurzame mobiliteit, zoals de transitie naar elektrisch personenvervoer. Vanaf 2020 realiseert Pitpoint (in opdracht van MRA-Elektrisch) 20.000 nieuwe laadpunten in de provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht. De stroom hiervoor wordt onder andere geleverd door 134.000 nog te plaatsen zonnepanelen. De zoekgebieden in de RES bieden de mogelijkheid om plekken te vinden waar deze zonnepanelen geplaatst kunnen worden. Daarnaast zijn steeds meer gemeenten bezig met het ontwikkelen van zero-emissiezones, zero-emissiestadslogistiek en zero-emissieov-concessies. Al deze ontwikkelingen vragen om laadinfrastructuur en groene stroom

CO2-uitstoot. De verwachting is dat het stimuleren van elektrisch vervoer hier een positieve bijdrage aan kan leveren. In nauwe samenwerking met de RES wordt gezocht naar bijpassende opwekmogelijkheden voor zonne- en windenergie om de toenemende elektriciteitsvraag vanuit de mobiliteitssector te kunnen faciliteren. en beïnvloeden daarmee de benodigde vraag naar duurzame energie in de provincie Noord-Holland. De verwachte elektriciteitsvraag voor mobiliteit in 2030 is circa 1,3 TWh  . Alle ontwikkelingen op het gebied van duurzame mobiliteit in Noord-Holland worden opgenomen in het RMP.

 Meer informatie hierover lees je in het katern Energie-infrastructuur.

Kansen voor verduurzaming energiegebruik Op bedrijventerreinen wordt veel energie verbruikt voor bedrijfsprocessen, verwarming van gebouwen en voor transport. Waar veel wordt verbruikt, kan ook veel worden bespaard. Daarnaast kan op bedrijventerreinen ook veel energie worden opgewekt. Denk aan grote daken voor zonnepanelen en – onder voorwaarden – aan windenergie. Verder liggen er mogelijkheden om het energienetwerk te ontlasten. Het huidige systeem van centrale energieopwekking wordt in toenemende mate omgevormd naar meer lokale en regionale opwekking. Op bedrijventerreinen is in het algemeen de fysieke en milieutechnische ruimte om dit te faciliteren in de vorm van energieopslag, transformatorstations enz.

Bedrijventerreinen

11.2 Economie, ruimte en maatschappij

Initiatieven op bedrijventerreinen in Noord-Holland Zuid In Noord-Holland Zuid zijn 230 bedrijventerreinen. Op een groot aantal hiervan ontplooien ondernemers, gemeenten en omgevingsdiensten gezamenlijk initiatieven om de energietransitie op gang te brengen. Koplopers in de energietransitie op bedrijventerreinen in Noord-Holland Zuid zijn onder andere de initiatieven SAENZ U.A. (Zaanstad) en GreenBiz IJmond (zie kaders op de volgende pagina). Ook in andere deelregio’s en gemeenten start het Projectbureau Herstructurering Bedrijventerreinen (PHB)

Ontwikkeling naar energiehubs Gezien het bovenstaande, kunnen bedrijventerreinen een ontwikkeling doorlopen naar belangrijke energiehubs. Hiermee ontstaan bedrijventerreinen die zelfvoorzienend (al dan niet in interactie met de omgeving), CO 2-neutraal en minimaal energieneutraal of zelfs energiepositief zijn. De potentie om een bijdrage te leveren aan de energietransitie verschilt sterk per bedrijventerrein. Deze hangt samen met zaken als grootte van het terrein, ouderdom van de gebouwen, type bedrijventerrein, de ruimte op het energienet, de nabijheid van energiestations, warmtebronnen en woningen. samen met gemeenten en ondernemers, initiatieven om op bedrijventerreinen energie te besparen en duurzaam op te wekken, voor een belangrijk deel door zonnepanelen op daken.

De 75 aangesloten bedrijven hebben in totaal een verbruik van circa 5 MW en een gasverbruik van 600.000 m3. Circa 20 procent hiervan is op het bedrijventerrein Noorderveld/Molletjesveer. De afgelopen jaren zijn op het bedrijventerrein onder coördinatie van SAENZ 18.000 zonnepanelen geplaatst, verdeeld over veertig bedrijfsdaken. Op dit moment is SAENZ actief met de volgende projecten: • plaatsen van elektrische laadpalen en laadpleinen bij bedrijfsverzamelgebouwen; • realiseren van zonnepanelenprojecten op bedrijfsdaken van aangesloten leden; • onderzoek naar het realiseren van een lokaal energieplatform (koppeling lokale opwek versus lokaal verbruik); • onderzoek naar opslagmogelijkheden duurzame energie; • onderzoek naar het delen van energie en warmte met een aangrenzend nog te realiseren wooncomplex. Dit gebeurt in samenwerking met de ontwikkelaar van het wooncomplex.

In de vier IJmond-gemeenten Beverwijk, Uitgeest, Velsen en Heemskerk zijn ‘GreenBiz Deals’ getekend waarbij meer dan zestig ondernemers zijn betrokken. Hieruit blijkt dat de samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven werkt en e ect heeft in termen van CO2-reductie en verlaging van het energieverbruik. In de komende periode wordt verder uitgebreid en opgeschaald.

GreenBiz IJmond heeft de ambitie om de bedrijventerreinen in IJmond energiepositief te maken door de bedrijven op deze terreinen te ondersteunen bij hun eigen duurzaamheidsambities op basis van een collectieve aanpak van ondernemers. De huidige activiteiten van GreenBiz IJmond worden uitgevoerd in de IJmond-regio.

GreenBiz IJmond GreenBiz IJmond is een vereniging voor en door ondernemers. Doel van de vereniging is om ondernemers en gemeenten te helpen met het verduurzamen van hun bedrijf en het bedrijventerrein. Het initiatief is gericht op energie besparen, duurzame energie opwekken, educatie en circulaire economie.

SAENZ U.A.

SAENZ U.A. (SAENZ) is een in 2016 gestarte coöperatieve vereniging van, voor en door ondernemers. De bij SAENZ aangesloten bedrijven zijn gevestigd in Wormerveer op de bedrijventerreinen Noorderveld en Molletjesveer. Sinds 2020 kunnen ook bedrijven op bedrijventerreinen in Zaanstad zich aansluiten. Doelstellingen van de vereniging zijn: • gezamenlijke inkoop (exploitatievoordeel te realiseren voor de aangesloten leden) en; • ondersteuning van leden bij duurzaamheidsvraagstukken.

Investeren in opslag en infrastructuur Het is duidelijk dat de energietransitie meer vraagt dan alleen het plaatsen van ledverlichting en zonnepanelen. Het nemen

Potentie in Noord-Holland verder benutten Er gebeurt kortom al het nodige, maar er liggen veel meer kansen voor energieverduurzaming op bedrijventerreinen in Noord-Holland. PHB en Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord hebben daarom gezamenlijk opdracht gegeven voor een onderzoek naar de potentie in de energietransitie van de bedrijventerreinen in Noord-Holland Noord en de MRA. Dit onderzoek moet de kansen voor de energietransitie op alle 380 bedrijventerreinen in beeld brengen op basis van beschikbare databronnen. Tevens worden per deelregio de meest kansrijke bedrijventerreinen in kaart gebracht, inclusief de te nemen maatregelen en de in te zetten instrumenten. De uitkomsten hiervan moeten ondernemers, gemeenten en andere betrokkenen inzicht bieden in de kansen om aan de slag te gaan met de energietransitie op bedrijventerreinen. Om met de uitkomsten aan de slag te gaan zijn extra inspanningen van het Rijk, de provincie en gemeenten noodzakelijk maar nog belangrijker is draagvlak en investeringsbereidheid bij het bedrijfsleven. Businesscases sluitend maken Om dergelijke ontwikkelingen mogelijk te maken is het noodzakelijk dat er voor deze fase van onderzoek en experimenteren voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. Dit geldt met name voor het inzetten van technieken en innovaties die nog geen positieve businesscase hebben.

Dit betekent dat er subsidies of andere financieringsmogelijkheden noodzakelijk zijn om onrendabele toppen weg te nemen. Dit is

Ondersteuning door PHB PHB ondersteunt en adviseert initiatieven van ondernemers(verenigingen), gemeenten en andere betrokken stakeholders. Het doel is om bedrijventerreinen toekomstbestendig te maken door, onder andere, in te zetten op de energietransitie. In opdracht van de provincie en de MRA helpt PHB ondernemers te ontzorgen om zo de eerste stappen richting verduurzaming te maken.

Op een aantal bedrijventerreinen waar ondernemers vooroplopen in de energietransitie is men inmiddels gestart met de eerste onderdelen om tot een slim netwerk (zogenoemde smart grids) te komen. Dit betekent dat onderzoek en proeven worden gedaan met energiemanagementsystemen om de opwek en het gebruik van energie zo goed mogelijk met elkaar in balans te brengen, zoals opslag in batterijen, omzetting naar waterstof, groen gas, warmtenetten en warmteopslag. Deze ontwikkelingen zijn bouwstenen om tot energieneutrale of energiepositieve bedrijventerreinen te komen.

Provinciale subsidieregelingen Aanvullend zijn er ook enkele provinciale subsidieregelingen beschikbaar om plannen financieel te ondersteunen. Zo is er de subsidieregeling Ondersteuning Toekomstbestendige Werklocaties (OTW) waarmee financiering voor het verduurzamingsproces op bedrijventerreinen kan worden verkregen. Hiermee kunnen plannen worden opgestart en uitgewerkt. Tevens komt per begin april 2021 2,5 miljoen euro aan subsidie beschikbaar voor fysieke investeringen in collectieve duurzaamheidsinitiatieven. Deze ‘HIRB Fysiek Duurzaamheid’ is onderdeel van de motie

des te belangrijker omdat met de ontwikkeling van slimme netwerken het elektriciteitsnetwerk beter kan worden benut en congestie op het netwerk kan worden voorkomen.

van andere maatregelen en de opslag van duurzaam opgewekte energie worden steeds belangrijker, ook gezien de problemen met het elektriciteitsnetwerk.

Ook de monitor van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), waarin de dertig conceptRES’en worden geanalyseerd, benoemt de beschikbaarheid van geschikte arbeidskrachten als een knelpunt voor de uitvoering van de RES’en. Daarbij wordt met name gewezen

De opgave op de arbeidsmarkt De energietransitie kan alleen gerealiseerd worden met voldoende arbeidskrachten die over de juiste vaardigheden beschikken. Dat is niet vanzelfsprekend. Het is nodig om meer mensen aan te trekken met aantrekkelijk en veilig werk, goede arbeidsvoorwaarden en perspectief, maar ook om het werk slim te organiseren. Om dit te bereiken wordt in het Klimaatakkoord aangegeven dat gezamenlijke, langdurige en sectoroverstijgende commitment nodig is.

Arbeidsmarkt en scholing

Economisch Herstel en Duurzaamheidsfonds die in mei 2020 door Provinciale Staten is aangenomen. Hiermee kunnen plannen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. De subsidies zijn financieel een steun in de rug, maar investeringen van ondernemers en ook gemeenten zijn cruciaal om de beoogde opschaling en versnelling van de grond te krijgen.

De inzet op een gezamenlijke aanpak op regionaal niveau Onderwijs- en arbeidsmarktissues overstijgen het niveau van de individuele gemeente en vragen ook op regionaal niveau om samenwerking met werknemers- en werkgeversorganisaties. Het gaat om een landelijke opgave die vraagt om een regionale vertaling. De noodzaak om op regionaal niveau te komen tot samenwerking tussen werkgevers- en werknemersorganisaties en lokale en regionale overheden, vraagt

De arbeidsmarkt is daarmee medebepalend voor het tempo en de betaalbaarheid van de energietransitie. Omgekeerd wordt de energietransitie de komende jaren bepalend voor de arbeidsmarkt. Als het lukt om gezamenlijk de energietransitie met een gerichte aanpak aantrekkelijker te maken om aan te werken en in te investeren, biedt dat Noord-Holland volop kansen. Allereerst op een duurzame toekomst, maar ook om voorop te lopen in een innovatieve economie met toekomstgerichte banen, ook voor mensen die in andere sectoren werkloos (dreigen te) raken.

op de zorgen bij netbeheerders over de beschikbaarheid van arbeidskrachten voor de benodigde aanpassingen van het elektriciteitsnetwerk.

De MRA heeft samen met House of Skills, in 2018 het initiatief genomen om met de provincies Flevoland en Noord-Holland de HCAK op te stellen. Op basis van deze agenda werken stakeholders samen aan de uitvoering van het Klimaatakkoord op het gebied van arbeidsmarkt en scholing. De ervaring die de afgelopen jaren vanuit het programma House of Skills is opgedaan, evenals de ervaringen vanuit de arbeidsmarktregio’s en de provincie, worden als rode draad gebruikt bij het opstellen van de HCAK. Naast de HCAK zijn ook de provinciale visie Arbeidsmarkt & Onderwijs, een gedragen samenwerkingsmodel én een nog te ontwikkelen governancemodel, instrumenten waarin de arbeidsmarktopgaven die voortvloeien uit de RES’en worden meegenomen.

Human Capital Agenda Klimaatopgave

om middelen die vormgeven aan die samenwerking. In Noord-Holland gebeurt dit onder andere via de Human Capital Agenda Klimaatopgave (HCAK).

In het kader van en in samenhang met het HCAK-traject zijn onder andere de volgende activiteiten opgezet: • Door het wetenschappelijk instituut SEO Economisch Onderzoek (SEO) is globaal in kaart gebracht wat de arbeidsmarkte ecten van de energietransitie voor onze regio zullen zijn. • De noodzaak van een regionale HCAK is in gesprekken, tijdens stakeholdermeetings en via een enquête getoetst bij diverse stakeholders en er is gepeild hoe zij hun rol daarbij zagen. • De opgeleverde visualisatie van de aanpak en talentinfrastructuur hebben, tevens via de actualisatie van de visie op Arbeidsmarkt & Onderwijs en de inzet van een herstel en duurzaamheidsfonds in het kader van de gevolgen van corona op de economie, geleid tot een actieagenda die tot een samenwerkingsmodel wordt ontwikkeld.

Stand van zaken met betrekking tot de HCAK

De arbeidsmarkte ecten van de energietransitie Onderzoek laat zien dat voor de uitvoering van de afspraken in de investeringsagenda in Noord-Holland jaarlijks tot maximaal 16.000 fte’s nodig zijn. Dit betreft het arbeidsvolume dat nodig is om alle plannen uit te voeren (brutowerkgelegenheid). Dit werk wordt deels uitgevoerd door (1) werknemers in bestaande banen in de energietransitie, (2) werknemers

Intussen is door COVID-19 de wereld veranderd en is specifieke aandacht nodig voor de impact die de coronacrisis heeft op de arbeidsmarkt. Hoe kunnen we mensen die door de coronacrisis hun baan zijn kwijtgeraakt of dreigen kwijt te raken, koppelen aan banen voor de klimaatopgave? Welke impulsen kunnen we in de regio organiseren om investeringen naar voren te halen om werkgelegenheid te creëren (zoals met het plan Banenmotoren Amsterdam)? En welke partijen willen hieraan bijdragen? In dit kader wordt in de MRA verkend of via afspraken tussen regionale overheden, bedrijfsleven en onderwijsinstellingen zowel de energietransitie kan worden versneld als een impuls kan worden gegeven aan duurzaam en inclusief economisch herstel. De HCAK moet faciliteren dat over meerdere jaren voldoende vakmensen beschikbaar zijn voor dit herstel.

Vervolgstappen voor een gezamenlijke aanpak Het is belangrijk dat stakeholders gezamenlijk inventariseren welke kansen en uitdagingen er zijn bij de uitvoering van het bredere Klimaatakkoord. Het recente onderzoek van SEO (2020) biedt daarvoor een basis. Daarnaast is het nodig om de regionale plannen voor de energietransitie, gebaseerd op de RES’en én de Transitievisies Warmte (TVW’s), te vertalen naar de regionale arbeidsmarkt. Wanneer helder is welk soort werk er op een regio afkomt, kan worden bepaald wat de spanning is tussen plannen en de beschikbare arbeidscapaciteit. Deze gezamenlijke analyse stelt stakeholders in staat om een actieplan op te stellen met afspraken over voldoende menskracht, eigentijds onderwijs en een slimme, lerende uitvoering. Deze kan worden ingepast in de regionale aanpak, voorzien van heldere afspraken over doelen en beoogde voortgang.

die elders werkten maar nu werk gaan uitvoeren dat voortvloeit uit de investeringen en (3) personen die tot dusver inactief waren. De bijdrage aan de nettowerkgelegenheid kan op jaarbasis zo’n 4.000 fte’s zijn, maar dit e ect is sterk afhankelijk van de omvang van de werkloosheid.

beeld aan het Innovatiefonds Noord-Holland, het versnellingsprogramma GO-NH!

 Denk bijvoor-

van MRA Duurzaam.

 Bron: website

warmte is cool.

 Bron: website

Hoewel we ons die luxe niet kunnen permitteren, is het belangrijk om met elkaar volop in te zetten op het ontwikkelen en delen van kennis en het stimuleren van product- en procesinnovaties. Daarbij is het belangrijk om te benadrukken dat het niet alleen gaat over kennis en innovaties die betrekking hebben op technologie. Zo kan sociale innovatie helpen om werkenderwijs via nieuwe vormen van samenwerking, inwoners, buurten en bedrijven meer te betrekken bij de energietransitie. Dit kan bijdragen aan een grotere acceptatie van nieuwe oplossingen in de maatschappij. Zo kan design thinking (zie katern Innovatie)

Dat er bij het opstellen van de RES’en moet worden uitgegaan van bestaande en bewezen technologieën, laat onverlet dat innovatie cruciaal is om de ambities uit het Klimaatakkoord te realiseren. Innovatie zal namelijk leiden tot nieuwe oplossingen voor het opwekken, opslaan en transporteren van energie. Hierdoor kan er meer tempo gemaakt worden, of kan dit leiden tot kostenreducties of minder ruimtebeslag. Hierdoor ontstaat ook een dilemma, want zicht op toekomstige innovaties kan leiden tot de roep om ‘dan maar’ te wachten op deze oplossingen om de transitie minder ingrijpend te maken.

Kennisontwikkeling en innovatie

Nieuwe kennis en innovatieve oplossingen zullen uiteraard deels van buiten onze regio komen. Dat neemt niet weg dat we als regio volop moeten inzetten op het adopteren, delen en ontwikkelen van nieuwe kennis. En ook op het ontwikkelen, toepassen en opschalen van nieuwe innovaties. Zo kunnen deze kennis en innovaties worden benut bij het opstellen van nieuwe versies van de RES. Via verschillende initiatieven en partijen is de basis hiervoor inmiddels gelegd. Zo zijn de volgende activiteiten al ondernomen: • Vanuit de MRA is het programma Warmte & Koude opgezet (dat onder andere als taak heeft om via kennisdeling en nieuw onderzoek de toepassing van duurzame warmtebonnen te stimuleren) en is een innovatieprogramma Smart Energy Systems ontwikkeld. • Met name de provincie Noord-Holland heeft meerdere instrumenten om innovatieve trajecten te ondersteunen. • Start-ups worden via allerlei trajecten (zoals challenges, incubator- en

helpen om duurzame oplossingen te ontwikkelen die beter inpasbaar zijn in de ruimtelijke en maatschappelijke context van Noord-Holland.

Voor de komende jaren is het de uitdaging om via samenwerking te komen tot de ontwikkeling van een gezamenlijk portfolio en gezamenlijke innovatieagenda, die ons helpen om de beschikbare middelen zo e ectief mogelijk in te zetten. De Regionale Ontwikkelingsmaatschappij (ROM) die in oprichting is, kan daarbij een nuttige rol spelen omdat deze organisatie de financiering van nieuwe innovaties van marktpartijen of consortia op het gebied van de energietransitie, moet gaan vereenvoudigen.

•

acceleratieprogramma’s) uitgedaagd nieuwe oplossingen te ontwikkelen om de energietransitie in de MRA te versnellen. De gemeente Amsterdam en het AMS Institute hebben de Innovatieagenda Amsterdam Klimaatneutraal laten opstellen. Deze moet de innovatieopgaven helder maken en focus aanbrengen in de inspanningen en samenwerkingen op innovatiegebied door bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen in stad en regio.

 Een voor de RES relevant voorbeeld is de Clean Energy Challenge

Kijken naar korte én lange termijn In de verstedelijkingsstrategie worden uitspraken gedaan over verschillende systemen op MRA-niveau, zo ook het energiesysteem. Hierbij wordt in de eerste plaats gekeken naar de korte termijn. Welke aanpassingen moeten er worden gedaan voor 2030 om de ruimtelijke economische ontwikkelingen (waaronder de bouw van 175.000 woningen) en het huidige energiesysteem goed aan

Scope: brede blik op een brede opgave De verstedelijkingsstrategie die de MRA samen met het Rijk uitvoert, heeft een brede inhoudelijke blik die aansluit bij de breedte van de geschetste verstedelijkingsopgaven op het gebied van leefbaarheid, wonen, werken, bereikbaarheid, landschap, klimaatadaptatie, circulaire economie en energietransitie. De strategie bevat de volgende onderdelen: • Verstedelijkingsconcept voor de MRA voor de middellange en lange termijn (op hoofdlijnen). • Fasering en prioritering van te ontwikkelen gebieden met samenhang tussen de beleidsterreinen. • Investeringsstrategie (bekostiging en financiering) waarin een innovatievere en e ciënte inzet van middelen wordt uitgewerkt.

Verstedelijking en MRA Agenda

MRA Agenda De MRA Agenda 2.0 van april 2020 biedt de inhoudelijke basis voor de regionale samenwerking in het gebied waarin ook de RES-regio Noord-Holland Zuid valt. De MRA is een regio die de afgelopen jaren goed presteerde, maar ook – voordat

Bij het opstellen van het verstedelijkingsconcept worden voor de lange termijn (2030-2050) de ruimtelijk-economische ontwikkelingen (industriecluster, woningbouw, datacenters), de opweklocaties voor duurzame energie (opbrengsten uit de RES’en NoordHolland Zuid en Flevoland) en de aanpassingen en aanvullingen van energienetwerken in samenhang bekeken. Dit kan ertoe leiden dat de Verstedelijkingsstrategie gedeeltelijk richting meegeeft dan wel vraagt aan de programma’s waarin wordt gewerkt aan de aanvulling en aanpassing van de energienetwerken op nationaal, regionaal en lokaal schaalniveau.

elkaar te verbinden? Op de korte termijn is er een aantal knelpunten in de energiedistributie die moeten worden opgelost. Daarbij wordt de blik gericht op no-regretmaatregelen. De ‘no regret’ wordt onder andere afgemeten aan hoe de oplossingen aansluiten op waar voor de lange termijn aan wordt gewerkt.

De coronacrisis heeft de MRA – door zijn internationale oriëntatie en sectorstructuur – harder geraakt dan andere regio’s in Nederland. Toch vormt deze crisis geen aanleiding om de MRA Agenda 2.0 drastisch te herzien. De basis onder de economie van de MRA is immers nog steeds gezond en de opgaven die er lagen voordat de coronacrisis uitbrak, blijven om aandacht vragen.

Coronacrisis

de coronacrisis uitbrak – stond voor urgente, grote en complexe opgaven. De woningmarkt staat onder hoogspanning, de arbeidsmarkt is voor veel sectoren buitengewoon krap, op diverse plekken zette het toerisme de leefbaarheid onder druk, het mobiliteitssysteem heeft zijn grenzen bereikt en de sociaaleconomische verschillen binnen de regio groeien. Daarbovenop komen nog de transitieopgaven, waaronder de energietransitie, die net zo urgent, complex en omvangrijk zijn. Vraagstukken die vragen om samenwerking, tussen overheden in de regio en tussen overheden en andere partijen.

Rol van kernenergie in de RES In de RES’en spelen kerncentrales geen rol, omdat ze – onder meer vanwege de zeer complexe realisatieprocedures – niet voor 2030 gerealiseerd kunnen worden en omdat niet de regio maar de rijksoverheid hierover gaat. Er worden echter veel vragen over kernenergie gesteld en er is veel aandacht voor in de landelijke politiek. Daarom besteden we er hier kort aandacht aan. Van belang is om te constateren dat – mocht landelijk voor de periode na 2030 voor kernenergie worden

Kernenergie

RES is input voor de verstedelijkingsstrategie De RES is input voor de verstedelijkingsstrategie. Aandachtspunt hierbij is het goed laten aansluiten van de opbrengsten uit het RES-traject met de ideeën over systeemoplossingen in het verstedelijkingsconcept. Wanneer er een mismatch zit tussen systeemuitspraken in het verstedelijkingsconcept met de opwekplekken uit de RES, kan dat tot draagvlakproblemen voor het verstedelijkingsconcept leiden. Aan de andere kant kan het ook leiden tot ondersteuning en het vergroten van kansen van energieopwek en -distributie door de kaders die voortvloeien uit het verstedelijkingsconcept. Hoewel de RES NHZ een andere geografische scope heeft dan de MRA-samenwerking, zijn er sterke dwarsverbanden. Zo is de MRA Agenda er mede op gericht om: • het thema energietransitie te verbinden met andere MRA-thema’s als ruimte, landschap, economie, bouwen/wonen, mobiliteit en met MRA-trajecten als verstedelijkingsstrategie en de MRAdatacenterstrategie; • via programma’s als het Warmte/ Koude-programma, het programma Herstructurering Bedrijventerreinen en de Human Capital Agenda Klimaatopgave, concrete input en ondersteuning te bieden voor de RES-trajecten; • via het gezamenlijke investeringsfonds ROM MRA (in oprichting) onder meer ruimte te creëren voor investeringen in innovatieprojecten op het gebied van de energietransitie.

Dwarsverbanden RES en MRA

Kerncentrales stoten geen CO2 uit bij de productie van elektriciteit. Daardoor kunnen ze een bijdrage leveren aan het tegengaan van klimaatverandering. Langetermijnklimaatscenario’s zoals van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) bevatten daarom vaak een deel kernenergie, met name de scenario’s die de temperatuurstijging beperken tot 1,5°C.

Landelijk is er momenteel veel aandacht voor kernenergie. Daarbij gaat het over nut en noodzaak, de kosten en de veiligheid en inpasbaarheid (ook van de afvalberging). Maar ook in welk tempo nieuwe typen reactoren op de markt zouden kunnen komen, en de vraag of de overheid de ontwikkeling van kernenergie financieel zou moeten steunen. Het kabinet is nu bezig met een marktconsultatie over de voorwaarden waaronder marktpartijen bereid zijn te investeren in kerncentrales in Nederland. Het kabinet onderzoekt welke publieke ondersteuning daarvoor nodig is en welke regio's belangstelling hebben. Het rapport van dit onderzoek wordt voor de zomer van 2021 verwacht.

gekozen – de RES’en daarmee niet overbodig worden. Om aan de vraag te blijven voldoen, zijn straks alle bronnen nodig.

In Europa zijn er veertien landen met een kerncentrale. Daarmee werd in 2019 25 procent van de totale elektriciteitsbehoefte opgewekt. Nederland heeft één kerncentrale van 480 MW in Borssele. Deze levert 4 procent van onze elektriciteit en wordt in 2033 gesloten. In Nederland zijn drie locaties aangewezen waar een kerncentrale mag worden gebouwd: in Borssele, op de 1ste Maasvlakte en bij de Eemsdelta. Deze locaties liggen niet in Noord-Holland. In Petten is wel een belangrijk nucleair onderzoekscentrum, van de Nucleair Research Group. Hier wordt onderzoek gedaan naar de productie van medische isotopen, maar ook naar de ontwikkeling van nieuwe typen kernreactoren.

Huidig aandeel kernenergie en ontwikkelingen

Rol van wind op zee in de RES De RES’en gaan over het aanmerken van zoekgebieden op land en/of binnenwateren voor de grootschalige opwek van duurzame energie. In het totstandkomingsproces van de RES’en is door verschillende betrokkenen regelmatig gevraagd naar de mogelijkheden om de doelstelling van de RES’en met windenergie op zee op te wekken, en daarmee ons relatief drukbezette landoppervlak te ontzien. Daarnaast is er in de regionale en landelijke media veel aandacht voor dit onderwerp. Daarom besteden we er hier kort aandacht aan.

Wind op land versus wind op zee

Parallel aan de opgave voor elektriciteit op land (RES) wordt door het Rijk gewerkt aan de opgave wind op zee. De Noordzee is een intensief gebruikte zee, waar de ruimte schaars is en waar diverse belangen spelen, zoals die van de scheepvaart, de zandwinning, de natuur en visserij. Binnen dit complex van belangen is er ook ruimte nodig voor wind op zee. Wind op zee speelt in de RES’en geen rol, enerzijds omdat de opgewekte energie van wind op zee in het Klimaatakkoord is toegerekend aan een andere, zogenoemde Klimaattafel: Industrie, en anderzijds omdat het overgrote deel van de opwekmogelijkheden binnen de Nederlandse (zee)grens al gerealiseerd is of al in procedure is. Er is dan ook nauwelijks nog ruimte voor additionele grootschalige opwek van wind op zee.

B

Biogas is gas dat verkregen wordt bij de vergisting van

Biogas

Woningen en gebouwen die gebruikt worden voor dienstverlening (kantoren, scholen, ziekenhuizen enz.).

Bebouwde omgeving

Aquathermie gaat over het gebruik van warmte uit water. Dat kan oppervlaktewater zijn, zoals kanalen, rivieren en meren, of afvalwater uit het riool.

Aquathermie

Zie geothermie.

Aardwarmte

Niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas. Dit betekent niet gasloos; er kan groen gas worden toegepast.

Aardgasvrij

Bijlage I Begrippenlijst

Gezuiverd afvalwater dat de rioolwaterzuiveringsinstallatie verlaat.

Elektrolyse Een chemische reactie waarbij onder invloed van een elektrische stroom samengestelde sto en worden ontleed tot enkelvoudige sto en en/of andere samengestelde sto en.

CO2-neutraliteit Terugdringen van de CO2footprint door de CO 2-uitstoot te minimaliseren. Het ultieme doel is om, deels via compenserende maatregelen, de uitstoot van broeikasgassen te neutraliseren.

Structurele verandering naar een duurzame energiehuishouding.

Energietransitie

Nederland is voor de RES’en in dertig energieregio’s ingedeeld die aangeven hoeveel duurzame warmte en elektriciteit op eigen grondgebied kan worden gerealiseerd.

Energieregio

E uent

Draagvlak

Circulaire economie

Bouwstenen zijn een bepaalde techniek van energieopwekking (bijv. een windturbine), op een plek (bijv. agrarische grond) en onder een bepaalde conditie (bijv. langs de snelweg).

Producten en grondsto en worden hergebruikt en zo min mogelijk vernietigd.

Energieneutraal

Netwerk om elektriciteit te kunnen transporteren, zoals elektriciteit of aardgas.

Energie-infrastructuur

Een coöperatie die zich richt op het bevorderen van een duurzame energievoorziening.

Energiecoöperatie

Positieve houding of steun ten opzichte van een doel, principiële keuze of concreet besluit.

is energie waarover de mensheid voor onbeperkte tijd kan beschikken en waarbij, door het gebruik ervan, het leefmilieu en de mogelijkheden voor toekomstige generaties niet worden benadeeld.

Duurzame energie, groene energie of hernieuwbare energie

Bij klimaatneutraliteit worden alle broeikasgassen meegerekend.

Wanneer in een regio het totale energiegebruik niet groter is dan de hoeveelheid uit hernieuwbare bronnen opgewekte energie, bijvoorbeeld zon, wind, aardwarmte en (onder voorwaarden) biomassa.

Bouwsteen

Plantaardig en dierlijk (rest) materiaal dat als grondstof wordt gebruikt voor de energieopwekking of direct als biobrandstof.

Biomassa

organisch afval en dat voor energieopwekking gebruikt kan worden.

Infrastructuur Zie Energie-infrastructuur.

GJ (gigajoule)

De energie-inhoud van aardgas wordt uitgedrukt in MJ (megajoule) of GJ (gigajoule).

Gigawattuur: hoeveelheid energie die opgewekt kan worden.

GWh

Duurzame variant van aardgas, die wordt gemaakt door biogas op te waarderen tot het dezelfde kwaliteit heeft als aardgas.

Groen gas

Ongezuiverd afvalwater.

Monitoringportaal van het Rijk dat gegevens voor de monitoring van

Klimaatmonitor

Klimaatneutraal heeft betrekking op bepaalde activiteiten die geen negatief e ect hebben op het klimaat, wat betekent: geen CO2emissie.

Klimaatneutraal

Klimaatadaptatie is het aanpassen aan de huidige of toekomstige e ecten van klimaatverandering.

Klimaatadaptatie

Influent

Overkoepelende term voor gas dat is opgewekt uit hernieuwbare bronnen. Naast groen gas valt een gas als waterstof hier ook onder.

Geothermie (aardwarmte) maakt gebruik van warmte uit de grond. Hiervoor wordt een gat geboord van gemiddeld 2 tot 4 kilometer diep. Warm water wordt hieruit omhoog gepompt om bijvoorbeeld water in een warmtenet te verwarmen.

Hernieuwbaar gas

De hoeveelheid energie die gebruikt wordt in de regio.

(Diepe) geothermie

Hernieuwbare energie Schone, duurzame en onuitputtelijke energie die het leefmilieu niet schaadt.

Energievraag

Rijk, provincies en gemeenten stellen ieder een omgevingsvisie op: een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving.

Omgevingsvisie

De Nederlandse invulling (juni 2019) van het Klimaatakkoord van Parijs, bestaande uit meer dan zeshonderd afspraken tussen bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 te halveren ten opzichte van 1990.

Nationaal Klimaatakkoord

Megawatt: eenheid voor elektrisch vermogen.

MW

Het opslaan van koude of warmte ten behoeve van respectievelijk koeling of verwarming, bijvoorbeeld van (tap)water of een gebouw.

Koude/warmteopslag (KWO)

lokaal en regionaal klimaat- en energiebeleid presenteert.

Het deel van de RES dat over warmte gaat, heet de RSW. Die afkorting staat voor Regionale Structuur Warmte. De RSW brengt de vraag naar, het aanbod van en de infrastructuur van warmte in kaart.

Regionale Structuur Warmte (RSW)

De landelijke afspraken van het Nationaal Klimaatakkoord worden uitgewerkt in dertig Regionale Energiestrategieën. Iedere regio onderzoekt zijn vraag naar warmte en elektriciteit en geeft aan hoeveel duurzame warmte en elektriciteit op eigen grondgebied kan worden gerealiseerd.

Regionale Energiestrategieën (RES’en)

Een joule is gelijk aan een wattseconde, een kilowattuur is dus 3,6 miljoen joule. Eén petajoule staat gelijk aan 1 x 10^15 joule (1 miljoen miljard joule). Ter illustratie: dat is ongeveer gelijk aan het jaarlijks elektriciteitsverbruik van 80.000 huishoudens.

Petajoule

Restwarmte

Restwarmte is warmte die overblijft bij (industriële) processen. Wanneer deze warmte niet inzetbaar is in het proces zelf, wordt gesproken van restwarmte.

In de Transitievisie Warmte wordt vastgelegd op welke termijn wijken aardgasvrij worden en welke alternatieve warmtevoorziening het meest voor de hand ligt.

Transitievisie Warmte

TWh Terawattuur: hoeveelheid energie die opgewekt kan worden. 1 TWh is 1000 GWh.

Scenario’s zijn mogelijke toekomstbeelden die bedoeld zijn om inzicht te geven in ontwikkelrichtingen en e ecten die samenhangen met die scenario’s. De scenario’s zijn dus geen inhoudelijke handelingsperspectieven waartussen een keuze gemaakt moet worden, maar een hulpmiddel om het gesprek te voeren.

Thermische Energie uit Oppervlaktewater. Uit oppervlaktewater zoals meren en rivieren kan in de winter warmte worden gewonnen en in de zomer koude, om daarmee bijvoorbeeld woningen respectievelijk te verwarmen en te koelen.

Scenario’s

Bij riothermie wordt warmte uit het afvalwater van het riool gehaald. Deze warmte kan worden gebruikt om het water in een lagetemperatuur-warmtenet te verwarmen.

Riothermie

TED Thermische Energie uit Drinkwater.

Het opwaarderen van bestaande windparken of windturbines.

TEO

TEA Thermische Energie uit Afvalwater.

Repoweren

De maximale afstand waarop een onderdeel van een windturbine bij falen terecht kan komen.

Werpafstand

De hoeveelheid warmte die nodig is om woningen of andere gebouwen te verwarmen.

Warmtevraag

Zie: Koude/warmteopslag (KWO).

Warmte/koudeopslag (WKO)

Een warmtenet is een netwerk van leidingen onder de grond waardoor warm water stroomt. Dat warme water, afkomstig van een warmtebron in de buurt, kan worden gebruikt om huizen of andere panden te verwarmen.

Warmtenet

Een bron waar warmte uit gewonnen kan worden, bijvoorbeeld warmte uit de aarde (geothermie) of uit het water (TEO/TEA/TED).

Warmtebron

Dienstverlening, ofwel kantoren, scholen, ziekenhuizen enz.

Utiliteit

Zoekgebieden zijn gebieden waar de mogelijkheid voor grootschalige opwek van wind- en zonne-energie nader onderzocht gaat worden. De zoekgebieden zijn richtinggevend voor het aanbod naar het Rijk, maar de precieze haalbaarheid, wenselijkheid en invulling worden nader onderzocht. Nieuwe initiatieven buiten de zoekgebieden worden niet uitgesloten en worden ook onderzocht op haalbaarheid.

Zoekgebied

Woningequivalenten zijn een methode om de warmtevraag van kantoren en ander vastgoed (utiliteit) op te kunnen tellen bij die van woningen. Een woningequivalent is gelijk aan één woning of 130 m2 utiliteit.

Woningequivalenten

Aan de berekeningen van de energetische potentie van de RES ligt een reeks uitgangspunten ten grondslag die ook tijdens de concept-RES zijn gehanteerd. De belangrijkste bron voor deze uitgangspunten zijn de Analysekaarten van het Nationaal Programma RES (NP RES) van oktober 2019.

Door het gehele document zijn de bronnen vermeld die zijn gebruikt. In de analyses is gebruikgemaakt van diverse, algemeen beschikbare landelijke databronnen.

Een consortium van vijf adviesbureaus (APPM, CE Delft, Decisio, Generation.Energy en Tauw) heeft het proces inhoudelijk en procesmatig ondersteund.

De RES 1.0 Noord-Holland Zuid is gebaseerd op diverse studies, verkenningen en beleidsdocumenten. Op de website van Energieregio Noord-Holland Zuid zijn deze achtergronddocumenten te vinden.

Bijlage II Verantwoording en bronnen

In december 2020 is een nieuwe versie van de NP RES Analysekaarten uitgebracht. Deze versie vervangt de eerdere versie van de kaarten én achterliggende uitgangspunten. De nieuwe versie bevat herzieningen van uitgangspunten voor de berekening van de potentie van duurzame elektriciteitsopwekking. Deze herzieningen zijn gebaseerd op achterliggende studies die gepubliceerd zijn nadat de concept-RES gereed was. Daarmee geven de herziene

De NP RES Analysekaarten zijn gebaseerd op open data zoals die van het CBS, de Klimaatmonitor, het PBL en het Kadaster. Gegevens over gerealiseerde projecten met SDE+-subsidie komen van RVO. Voor berekeningen van toekomstige energievragen is gebruikgemaakt van de scenario’s van het PBL en Welvaart en Leefomgeving (WLO), Primos-prognoses voor woningbouwgroei en de Nationale Energieverkenning. De gegevens van de NP RES Analysekaarten zijn lokaal en regionaal door publieke en private partijen aangevuld in de ateliers en via e-mail en dergelijke.

De uitgangspunten beschrijven op welke manier de potentie berekend kan worden voor de bouwstenen die in de RES worden gebruikt.

Ten aanzien van zoekgebieden met zon is besloten om de nieuwe uitgangspunten wel te hanteren. Voor de RES 1.0 is op basis van de nieuwe uitgangspunten opnieuw berekend welke energetische potentie er voor deze zoekgebieden in de deelregio’s beschikbaar is. Dat betekende dat er vier typen zoekgebieden opnieuw bekeken moesten worden: 1. zon op dak; 2. zon op parkeerplaatsen; 3. zon op geluidsschermen; en 4. zon op land/water.

In de regio Noord-Holland Zuid is besloten om ten aanzien van de berekening van de potentie van wind geen veranderingen door te voeren. In veel zoekgebieden met wind waren de deelregio’s al aan de slag gegaan met de zoekgebieden voordat de nieuwe uitgangspunten beschikbaar waren. Dit gebeurde met de standaard zoals die in de concept-RES werd gehanteerd: een 3 MWturbine.

uitgangspunten een scherper beeld van de maximale potentie die met duurzame elektriciteitsopwekking gerealiseerd kan worden.

 NP RES Analysekaarten

De bovengenoemde veranderingen moeten bij elkaar worden opgeteld. Daardoor wordt de maximale potentie veelal naar boven

Wat veranderde er voor de uitgangspunten rondom zoekgebieden zon? • Het rendement van zonnepanelen is bijgesteld. Dit betekent dat iedere vierkante meter zonnepaneel meer energie opwekt dan waar voorheen van uitgegaan werd. • Het aantal vollasturen voor de verschillende toepassingen is gewijzigd. Voor zon op kantoordaken is dit naar beneden bijgesteld en voor zon op agrarische daken naar boven. • De hoeken waarin panelen geplaatst kunnen worden zijn aangepast. Dit leidt tot een nauwkeuriger gemiddelde voor benutting van verschillende daken. • De benutbaarheid van zowel dak- als veldopstellingen is aangepast. Dakvlakken zijn opnieuw beschouwd, waardoor meer potentieel dakvlak is geïdentificeerd. De achterliggende studies geven voor zon op veld vaak een hoger percentage te benutten gronden aan. Dit betekent dat er e ectief meer oppervlakte zonnepaneel kan worden gelegd op eenzelfde oppervlakte.

April 2021

Zoals ook in het document beschreven zijn de diverse paragrafen over de relaties met andere thema’s in samenspraak met verschillende partijen tot stand gekomen. De netbeheerder heeft tot slot een netimpactanalyse gedaan van de opwek en de zoekgebieden zoals die begin februari bekend waren. De netimpactanalyse is als bijlage bij dit document gevoegd.

Zoals in het document beschreven zijn regionale en lokale bijeenkomsten gehouden waarin met deskundigen en belanghebbenden is gediscussieerd over de verschillende bouwstenen. De bouwstenen in de zoekgebieden van de RES zijn medebepaald op basis van de uitkomsten van deze ateliers. Op https://energieregionhz.nl/documenten vindt u per deelregio de uitkomsten van de regionale en lokale bijeenkomsten.

bijgesteld. Met deze nieuwe uitgangspunten wordt nog nadrukkelijker dan in de conceptRES gerekend aan de (maximale) potentie van bouwstenen voor de deelregio’s en de energieregio. Dit levert een verschil op tussen de potentie van de concept-RES en de RES 1.0.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10345546/1