20210630Rvs40 Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid 1 0 (RES 1 0) BIJLAGE reg energie strategie vanaf blz 126
Tekst van het document
In de studie zijn vier scenario’s uitgewerkt: laag, midden, hoog en ‘Amsterdam ambitie’. Bepalende factoren hierin zijn groei van de stad, aardgasvrij maken woningvoorraad, zon, elektrische mobiliteit en industrie, datacenters en grootschalige elektriciteit-opwek.
De gemeente Amsterdam en de netbeheerder hebben samen een verkenning gedaan naar de impact van de plannen en ontwikkelingen in Amsterdam op het elektriciteitsnetwerk. In deze ‘TSA’ is niet alleen gekeken naar de e ecten van de groei van de stad, maar ook naar de ambities en ontwikkelingen op het gebied van de energietransitie, datacenters en de veranderende mobiliteit. De TSA wordt tweejaarlijks geactualiseerd op basis van nieuwe inzichten. Zo wordt er samengewerkt aan een duurzaam, betrouwbaar en e ectief netwerk. De eerste update (TSA 2.0) is voorzien in het voorjaar 2021. De ambitie van de RES is hierin verwerkt.
Thematische studie elektriciteit Amsterdam (TSA)
zien dat in 2030 80 procent van de stations overbelast zijn door vraag naar elektriciteit (verbruik). Voor opname van elektriciteit is voldoende capaciteit aanwezig (teruglevering).
Drie sporen voor een toekomstbestendig elektriciteitsnetwerk Om in het licht van deze ontwikkelingen tot een toekomstbestendig elektriciteitsnetwerk te komen, werken de netbeheerder en de gemeente Amsterdam intensief samen binnen het programma Elektriciteitsvoorziening Amsterdam (EVA) langs drie sporen: 1. Ruimtelijke planning van de benodigde uitbreidingen. 2. Het onderzoeken en testen van innovatieve toepassingen om de impact op en van het netwerk te reduceren. 3. Het strategisch en integraal plannen van ambities en opgaven. De uitkomsten van de RES zijn hier input voor.
Vraagontwikkeling zeer snel met grote onzekerheidsmarge De snelheid van de ontwikkelingen is zeer hoog. In 2050 is de vermogensvraag drie (laag scenario) tot vier keer (hoog scenario) zo hoog in vergelijking met 2019. De elektriciteitsvraag van datacenters heeft de grootste ‘netimpact’. De zogeheten onderstations (stedelijk schaalniveau) zijn bepalend voor de capaciteit. Uit de TSA 2.0 (2021) blijkt dat 20 van de 25 onderstations overbelast raken in 2030 in een middenscenario, wanneer geen uitbreidingen van het netwerk zouden plaatsvinden. Daarnaast is er op buurtniveau ruimte nodig voor extra infrastructuur. Uit de studie is verder gebleken dat de inpassing van duurzame opwekking met wind en zon uit het RES-bod van Amsterdam niet voor knelpunten zorgt op de onderstations: er is voldoende capaciteit om elektriciteit op te nemen in het netwerk. Ook is berekend dat innovatieve toepassingen kunnen bijdragen aan een reductie van 10-30 procent van de vermogensvraag. De inpassing van de infrastructuur in de ondergrond vraagt extra aandacht.
Impact energietransitie is aanzienlijk De impact van de energietransitie op de fysieke leefomgeving is aanzienlijk. Het is een van de grootste ruimtelijke opgaven in de komende decennia. Een duurzaam energiesysteem vergt meer ruimte dan een fossiel systeem. Bovendien zullen er tijdelijk verschillende systemen naast elkaar bestaan. Duurzame energie is ook zichtbaarder: steden en landschappen gaan er door de transitie anders uitzien. Dit betekent dat de transitie direct zichtbaar en voelbaar wordt in de leefomgeving van mensen. In elke gemeente moet de energieopgave gecombineerd worden met andere transities en grote opgaven, zoals woningbouw en klimaatadaptatie.
6.6 Leefomgeving en ruimte Warmte, wind, zon en bijbehorende infrastructuur vragen om ruimte in de bebouwde en onbebouwde omgeving. Deze opgaven worden nu voorzien op de daken van de gebouwen, langs infrastructuur- en verkeersknopen en aan de randen van de stad (zie kader “duurzame stadsentrees”). Windenergie heeft de grootste visuele impact, voor zonne-energie is relatief veel oppervlakte nodig. Het schuurt op verschillende momenten tussen duurzaamheidsambities en ruimtelijke ontwikkelingen in de stad, maar er zijn ook kansen voor het clusteren en combineren van functies.
In de steeds verder verdichtende stad Amsterdam is deze opgave voelbaar. Daar waar Amsterdam binnen de stadsgrenzen voorziet in meer ruimte voor wonen, werken en voorzieningen ligt ook de opgave om te verduurzamen. Dat gaat niet altijd samen. Denk hierbij aan windmolens die op afstand moeten staan van geluidsgevoelige bestemmingen.
Ruimtelijke integratie
Bijzondere aandacht verdient het onderwerp biodiversiteit en natuur. In de vervolgfase wordt er onderzoek gedaan naar de gevolgen van zonneweides en windturbines voor de biodiversiteit in de zoekgebieden van de RES. Ook worden de maatregelen verkend die bij de aanleg van zonneweides en windturbines kunnen voorkomen dat de biodiversiteit achteruit gaat - of die bevorderen dat de biodiversiteit vooruit gaat.
In de vervolgfase van de RES 1.0 speelt onder regie van de gemeente de ruimtelijke integratie een belangrijke rol. Hiervoor wordt over gemeentegrenzen heen en met verschillende stakeholders samengewerkt. De eerste verkenningen rond de gebiedsaanpak Diemerscheg geven aan dat een goede samenwerking mogelijk is.
De ruimtelijke integratie vraagt om een duidelijke visie op de ruimtelijke inpassing en een rechtvaardige verdeling van lusten en lasten. In het participatietraject wordt open het gesprek gevoerd over mogelijke gevolgen van bepaalde maatregelen en kansen door meeprofiteren van de coöperatieve energieopwekking.
Om deze opgaven en dilemma’s in de toekomst goed te kunnen aanpakken en vanuit een integraal ruimtelijk verhaal te kunnen benaderen, hebben de gemeente Amsterdam en de Academie van Bouwkunst de handen ineengeslagen. Sinds 2019 werken de Academie van Bouwkunst en de gemeente Amsterdam samen om de ruimtelijke dimensie van de energietransitie te verkennen. Concreet doet de gemeente dit door een Masterclass te organiseren waarin beleidsmakers, stedenbouwkundigen, planologen, landschapsarchitecten en ontwerpers van de openbare ruimte de energietransitie verkennen als integrale ontwerpopgave. Het doel van de Masterclass is dat de deelnemers op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen in de energietransitie en weten hoe deze toe te passen - ook met het oog op andere opgaven.
Masterclass energielandschappen door gemeente Amsterdam en Academie van Bouwkunst In 2020 is de Masterclass georganiseerd rond de RES en gingen de deelnemers aan de slag met het energievraagstuk in de DiemerschegAmsterdam. Ook buurgemeenten participeerden in de Masterclass en waren aanwezig bij de eindpresentatie. Deze aanpak, de aansluiting bij de RES, een concrete case en samenwerking met deelgemeenten en stakeholders, wordt in 2021 voortgezet. Dan gaan de deelnemers zich buigen over het energievraagstuk bij de Noorder IJ-plas.
Het Klimaatakkoord benadrukt het belang van maatschappelijke acceptatie om de gestelde doelen te kunnen realiseren. Participatie van de samenleving is daarvoor een veelgenoemd instrument. Het intensiever betrekken van burgers bij besluitvorming is een manier om tot gedragen besluiten te komen en om (lokale) kennis te mobiliseren. Maar maatschappelijke betrokkenheid betekent in de uitvoeringsfase van de RES dat er ook wordt gezocht naar commitment bij bewoners om zelf verantwoordelijkheid te nemen. Dat vraagt om een intensievere benadering van en samenwerking met bewoners. De uitvoering van de RES is een leerproces waarin de
6.7 Participatie en maatschappelijke acceptatie Vanaf begin van het RES-proces zijn stakeholders en bewoners betrokken. Voor en na het vaststellen van de concept-RES is er gecommuniceerd naar en met bewoners en andere betrokkenen in met name de directe omgeving van de zoekgebieden voor windenergie. In deze beleidsfase is ingezet op het periodiek informeren van alle betrokkenen over het proces. Met (digitale) bijeenkomsten waarvoor uitgenodigd is met geotargetting heeft Amsterdam zoveel mogelijk bewoners betrokken bij de doelen van de concept-RES: het bepalen in welke (zoek)gebieden meer duurzame energie kan worden opgewekt en de argumentatie hiervoor of tegen. Over de uitkomsten van de diverse bijeenkomsten met bewoners is verslag gedaan aan de deelnemers en ook via onder andere nieuwsbrieven. Ook heeft Amsterdam een website en nieuwsbrief specifiek over windenergie gemaakt waar uitvoerige en actuele informatie over (de ontwikkeling van) windenergie in Amsterdam wordt gedeeld. Op de website is ook informatie over het besluitvormingsprocestraject in een tijdlijn te vinden.
Beleidsproces RES met intensieve betrokkenheid van Amsterdammers
overheid samen met bedrijven en bewoners met elkaar op zoek gaan naar manieren om de strategie tot uitvoering te brengen.
Na de vaststelling van de RES 1.0 volgt een tussenfase voordat medewerking wordt verleend aan een initiatief. Die tussenfase wordt nog geconcretiseerd. Deze tussenfase draagt eraan bij om op participatieve wijze het gesprek te voeren over hoe windenergie het beste gerealiseerd kan worden in de verschillende zoekgebieden. Het gesprek is gericht op welke andere (ruimtelijke) opgaven tegelijkertijd onderdeel kunnen worden van de uitwerking, hoe de maatschappelijke samenwerking vorm krijgt, en waar de ruimte zit voor optimalisatie. De opbrengsten van deze tussenfase kunnen worden verwerkt in het participatieplan en eventueel in de te sluiten intentieovereenkomst met de initiatiefnemer(s).
Nieuwe dialoog over windenergie na vaststelling RES 1.0
Dit neemt echter niet weg dat ondanks deze inspanningen vanuit de gemeente er in de samenleving behoefte bestaat naar (nog) meer en intensievere vorm van dialoog en participatie. De gemeente neemt deze zorgen heel serieus en start na de RES 1.0 een nieuwe dialoog over windenergie.
Amsterdam stimuleert mogelijkheden voor financiële participatie en lokaal eigenaarschap (in paragraaf 6.2. is hier al op ingegaan). Zo stimuleert Amsterdam collectieve inkoop van zonnepanelen en biedt de gemeente ondersteuning en leningen aan maatschappelijke organisaties (scholen, gebedshuizen) en bedrijven voor het realiseren van zonprojecten. Voor windenergie organiseert de gemeente gesprekken met belanghebbenden en organisaties en is het gewenste minimum van tenminste 50% lokaal eigendom een belangrijk aspect voor medewerking bij lokale windinitiatieven (zie ook paragraaf ‘Gemeente voert regie op het proces en de participatie’). In de warmtetransitie organiseert onder meer Amsterdam collectieve inkoopacties voor isolatiematerialen en geven energiecoaches advies aan Amsterdamse huishoudens om energiezuinig gedrag te stimuleren. Daarnaast kunnen particulieren en organisaties eenmalig een subsidie aanvragen om een duurzaam project of programma voor te bereiden via de subsidieregeling Ruimte voor duurzaam initiatief .
Amsterdam stimuleert lokaal eigenaarschap
Amsterdam dringt er bij het Rijk en de provincie op aan de benodigde instrumenten en kaders te leveren.
Samenwerking in de regio en met het Rijk Amsterdam doet het maximale om op eigen grondgebied oplossingen te vinden, maar is afhankelijk van de energie-import uit andere regio’s. Nagenoeg alle zoekgebieden van Amsterdam bevinden zich aan de gemeentegrens. Daarom is de gemeente Amsterdam continue in gesprek met de buurgemeenten, met de andere gemeenten in Noord-Holland Zuid en met de provincie. In dit proces wordt van elkaar geleerd en wordt gezorgd voor samenhang.
Met de websites Duurzame Wegwijzer en Zon zonder Zorgen biedt gemeente Amsterdam handelingsperspectief aan bewoners en organisaties op het gebied van onder andere duurzaam wonen en zonnepanelen op je eigen dak of via energiecoöperaties.
7
De zoekgebieden zijn aangepast na de wensen en bedenkingen, daarbij is een aantal zoekgebieden komen te vervallen maar zijn
De theoretische potentie voor de opwekking van duurzame energie in de zoekgebieden in Gooi en Vechtstreek is 229 GWh (0,23 TWh). Deze potentie bestaat uit de huidige opwek (30 GWh) en de opwek uit zoekgebieden (199 GWh). In de kaart op de volgende pagina zijn de zoekgebieden ingetekend. De zoekgebieden zijn gebaseerd op een technische analyse van de mogelijkheden en randvoorwaarden in de regio, de uitkomst van meerdere (lokale) ateliers met stakeholders en belanghebbenden en toetsing aan beschermingsregimes. Daarnaast zijn de reacties op de conceptRES en de uitkomsten van de wensen en bedenkingen verwerkt in de zoekgebieden.
Potentie van Gooi en Vechtstreek
7.1 Samenvatting
ook nieuwe kansen naar voren gekomen. Die nieuwe kansen zijn nu terug te vinden in de potentie. De regio blijft kijken naar mogelijke nieuwe zoekgebieden. Daarnaast blijft de regio
Gooi en Vechtstreek heeft weinig vrije ruimte; het landschap om de kernen is grotendeels cultuur- of natuurlandschap en de kernen hebben veelal een beschermde status. Dit zorgt ervoor dat er weinig plekken zijn waar grootschalige opwekking van duurzame energie, zoals zonneweides en windturbines, inpasbaar is. Uitgangspunt voor de energietransitie is dat de toekomstige energiemix passend dient te zijn bij de unieke regionale landschappelijke en gebiedskwaliteiten en de economische kansen van het gebied. Dit betreft zowel de hernieuwbare energie in de ondergrond, als op de bovengrond en in de bebouwde omgeving. Hiermee rekening houdend staat de ambitie om een klimaatneutrale regio in 2050 te zijn. Daarnaast zoekt de regio naar andere mogelijkheden om bij te dragen aan de energietransitie. Zo zet Gooi en Vechtstreek extra in op energiebesparing en vermindering van CO2-uitstoot door extra inzet op de verduurzaming van bebouwing en de aanpak van bodemdaling in het veenweidegebied.
De regio Gooi en Vechtstreek heeft een aantal uitgangspunten opgesteld voor duurzame energieopwekking in de regio: • De gemeenten in Gooi en Vechtstreek willen de kwaliteiten die de regio biedt zo veel mogelijk behouden. Daarom willen ze zorgvuldig omgaan met het werelderfgoed, de cultuurlandschappen en de natuurgebieden in de regio. Ze doen dit door rekening te houden met de beschermende regimes van bijvoorbeeld UNESCO Werelderfgoed, Natura 2000, stiltegebieden en Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast houden ze rekening met de weidevogelkerngebieden, Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) en de beschermde stads- of dorpsgezichten. • De regio wil de potentie voor zon op grote daken, langs (spoor)wegen en op parkeerplaatsen zo veel mogelijk benutten.
Uitgangspunten
openstaan voor nieuwe initiatieven en zullen deze worden onderzocht op haalbaarheid. De RES is een dynamisch document en geeft de inspanning weer waar de deelnemers zich in de komende jaren voor zullen inzetten. Nieuwe initiatieven buiten de zoekgebieden worden niet uitgesloten en worden ook on-derzocht op haalbaarheid.
•
•
•
•
Vliegveld Hilversum. Op het vliegveldterrein Hilversum zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden voor de opwek van zonneenergie op land verkend. 12 Naarderwoonbos. In dit zoekgebied worden de mogelijkheden voor het plaatsen van een geluidswal met zonnepanelen langs het Naarderwoonbos verkend. 13 Crailo. Zoekgebied voor zon. Daken van woningen en bedrijven en boven collectieve parkeerplaatsen worden voorzien van zo veel mogelijk zonnepanelen. In het energieleverend buurtschap Crailo wordt gebruikgemaakt van de zon als natuurlijke energiebron en warmtepompen voor de verwarming van de woningen. Er wordt voldoende energie opgewekt voor het gehele buurtschap inclusief de benodigde energie voor elektrisch vervoer. Generieke zoekgebieden. Zonnepanelen op daken, zonnepanelen boven parkeerplaatsen en zonnepanelen langs (spoor)wegen.
Het aanbod van de regio Gooi en Vechtstreek is opgebouwd uit de volgende zoekgebieden:
De deelregio Gooi en Vechtstreek bestaat uit de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren. De regio telt in totaal ruim 250.000 inwoners. Kenmerkend voor de regio zijn de bijzondere cultuurhistorische kwaliteiten en de vele natuur. De diversiteit van gebieden als de Gooise stuwwal, de Vechtweiden, het Naardermeer (Nederlands eerste natuurmonument), de voormalige Zuiderzee en de veenplassen, binnen één regio in de Randstad is uniek. De regio wordt ook gekenmerkt door enkele landschappen van (inter)nationale waarde, zoals de waterlinies en de buitenplaatsen van ’s-Graveland.
Algemeen
7.2 Kenmerken en ambities Gooi en Vechtstreek
Deelnemer lokale bijeenkomst Huizen
+RH ZRUGW HHQ NHX]H JHPDDNW WXVVHQ GH KRHYHHOKHLG RSZHN HQ GH QHJDWLHYH HIIHFWHQ" :LH EHSDDOW KRH de ‘schui es JHVFKRYHQ ZRUGHQ " De ambitie van de regio is om in 2050 een klimaatneutrale regio te zijn. Om te komen tot een gezamen-lijke strategie en aanpak voor een klimaatneutrale regio werken gemeenten, energiecoöperaties, de netbeheerder, waterschap Amstel Gooi en Vecht, provincie Noord-Holland, bedrijfsleven en woningcorporaties sinds november 2017 samen. Samen op Pad is het regionale programma waarin een langjarige intensieve samenwerking met partners voor de
Regionaal beleid en bestuurlijke ambities
De regio heeft weinig vrije ruimte; het landschap om de kernen is grotendeels cultuur- of natuurlandschap en de kernen hebben vaak een hoge stedenbouwkundige, architectonische of monumentale waarde, vaak met een beschermde status. Dit zorgt ervoor dat er weinig plekken zijn waar grootschalige opwekking van duurzame energie, zoals zonneweides en windturbines, inpasbaar is. Om deze reden zoekt de regio naar andere mogelijkheden om bij te dragen aan de energietransitie. Zo zet Gooi en Vechtstreek extra in op energiebesparing en vermindering van CO2-uitstoot door extra inzet op verduurzaming van bebouwing en aanpak van bodemdaling in het veenweidegebied.
Povincie Noord-Holland, Nieuwbouwlocaties 2019
Bronvermelding Provincie Noord-Holland, Structuurvisie 2040
Landschapstypen en stedelijke functies
energietransitie is vastgelegd. De focus ligt daarbij op de ge-bouwde omgeving, omdat daar de grootste energie- en warmtevraag ligt. Voor de jaren 2019-2022 is een strategische samenwerkingsagenda opgesteld. Een van de speerpunten is ‘een duurzaam Gooi en Vechtstreek’. Gemeenten willen dit realiseren door: • inwoners te ondersteunen vanuit een regionaal energiedienstenbedrijf bij het isoleren, ventileren en elektrificeren van de gebouwde omgeving; • mkb-bedrijven vanuit een regionale aanpak te ondersteunen bij het realiseren van zonne-energie en het verduurzamen van hun vastgoed; • met partners geschikte plekken en bronnen (zon, wind, water, geothermie) voor hernieuwbare energie (elektriciteit en warmte) in Gooi en Vechtstreek aan te wijzen in de RES en de Transitievisie Warmte; • de slagkracht, kennis en expertise op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit en milieu te bundelen. De samenwerkingsagenda is vertaald in een uitvoeringsprogramma waarin bovenstaande aanpak is geconcretiseerd. De regio heeft een aantal uitgangspunten vastgesteld waarbinnen de energietransitie plaats dient te vinden. Zo dient de toekomstige energiemix passend te zijn bij de unieke regionale landschappelijke en gebiedskwaliteiten en de economische kansen van het gebied. Dit betreft zowel hernieuwbare energie in de ondergrond als op de bovengrond en in de bebouwde omgeving.
Kansen voor geothermie en aquathermie als energiebron wegen volwaardig mee. Tot slot heeft de energiebesparingsopgave in de gebouwde omgeving prioriteit in Gooi en Vechtstreek.
Regionale uitgangspunten
In Gooi en Vechtstreek is de gebouwde omgeving verantwoordelijk voor 58 procent van de CO2-uitstoot in de regio. Het energiebesparingspotentieel in de regio bedraagt 43 procent ten opzichte van de uitstoot in 2016. Om deze reden ligt de nadruk van de energietransitie in de regio op energiebesparing. Vanuit de gedachte ‘wat je bespaart, hoef je ook niet op te wekken’, is dit de meest e ectieve manier om de CO2-uitstoot te verminderen. De regio richt zich daarbij op alle inwoners, bedrijven en instellingen. Uitgangspunt is dat iedere partij verantwoordelijkheid neemt om een concrete bijdrage te leveren aan de landelijke opgave
Inleiding
7.3 Energiebesparing Gooi en Vechtstreek
Het bouwjaar van de woningen is bepalend voor de te nemen maatregelen. Twee derde van de woningvoorraad in Gooi en Vechtstreek
Onder de gebouwde omgeving worden alle woningen en bedrijven in de regio verstaan. In Gooi en Vechtstreek gaat het om circa 115.000 woningen en 30.000 bedrijven. Bijna 60 procent van de woningen is in bezit van particulieren, een kleine 30 procent is sociale huur en de rest particuliere huur. Circa 70 procent van de bedrijven (veel eenmansbedrijven/zzp’ers) zijn gevestigd op zogenoemde informele werklocaties. Op bedrijventerreinen zijn 7200 en op kantoorlocaties zijn 1800 bedrijven gevestigd. Kenmerkend is dat wonen en werken dicht bij elkaar liggen in Gooi en Vechtstreek.
Kenmerken gebouwde omgeving
Gemeenten faciliteren, samen met regionale partners, inwoners en bedrijven bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Daarvoor werken gemeenten en stakeholders onder andere samen in het Regionaal Energietransitie Team (RET) en het Bestuurlijk Overleg Gooi en Vechtstreek (BOEG).
uit het Klimaatakkoord: een reductie van de uitstoot van CO2 met 49 procent in 2030 ten opzichte van 1990. is gebouwd vóór 1975. De isolatiewaarde van deze relatief oudere woningen is meestal niet goed. Daarbij is dit type woningen vaak niet geschikt voor verwarming met lage temperatuur, zoals bij vloerverwarming. De mate van geschiktheid hangt naast de isolatiewaarde ook af van de kwaliteit van het verwarmingssysteem. Dat maakt dat het grootste deel van de woningvoorraad in Gooi en Vechtstreek op dit moment onvoldoende geschikt is om over te stappen op lagetemperatuur-warmtebronnen.
De totale CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving in de regio in 2017 is 1.384.500 ton per jaar. Om de CO2-uitstoot met 49 procent te verminderen in 2030, zijn er drie opties: vermindering van de energievraag, verduurzaming van het energie-aanbod en toepassing van duurzame oplossingen en producten. De besparing gaat de regio stimuleren bij woningen en bedrijven en instellingen.
CO2-reductie van de gebouwde omgeving
De opgave voor de gebouwde omgeving richt zich daarom in de komende periode op het versnellen van de verduurzaming van woningen en bedrijven door de bestaande voorraad te isoleren. Zonder deze stap is het vervangen van de warmtebronnen geen e ectieve maatregel. Gelet op de omvang van de particuliere voorraad moet het huidige tempo sterk omhoog om de landelijke doelstelling van 49 procent reductie in 2030 te halen. Indien alle woningen uiterlijk in 2050 zijn verduurzaamd, betekent dit dat er de komende dertig jaar jaarlijks bijna 3800 woningen aangepakt moeten worden.
Energieaanbod verduurzamen Gooi en Vechtstreek kijkt in deze RES naar onder andere de aanwezigheid en potentie van duurzame warmtebronnen voor de gebouwde omgeving. Daarvoor zijn verschillende bronnen onderzocht. Daarnaast zet Gooi en Vechtstreek in op het stimuleren van zonnepanelen op daken van woningen en bedrijven en zoekt de regio naar geschikte locaties voor grootschalige opwekking van duurzame energie. Dat geldt niet alleen voor bestaande daken, maar ook voor nieuwbouw. Een sprekend voorbeeld hiervan zijn de
Energievraag verminderen Voor het verminderen van de energievraag zijn diverse maatregelen mogelijk. Een eerste zogenoemde no regretmaatregel in gebouwde omgeving is isolatie, mits op de juiste wijze toegepast. Daarbij houdt de regio rekening met verschillende typen gebouwen, bouwjaren en functionele, technische en economische veroudering. Een tweede no-regretmaatregel is het sturen op energiezuinig gedrag. Dit kan met energiemanagementsystemen, al dan niet in combinatie met gedragsbeïnvloeding. Maar er moet ook gedacht worden aan het installeren van energiezuinige apparaten en het optimaal inregelen van bestaande installaties. Toepassen duurzame installaties en producten Technologische ontwikkelingen zijn bepalend in de energietransitie en gaan heel snel. Denk hierbij aan ontwikkelingen op het gebied van (hybride) warmtepompen, opslag in de vorm van een (warmte)batterij en toepassingen van aquathermie en geothermie. Wat nu nog onhaalbaar lijkt, zal straks wellicht dé oplossing blijken. Daarom is regelmatige herijking van de RES en de gemeentelijke Transitievisie Warmtes noodzakelijk. Flexibiliteit en een gefaseerde aanpak zijn nodig om nieuwe kansen te benutten en een verdere CO2reductie te realiseren.
plannen voor het energieleverend buurtschap Crailo. Hier wordt gebruikgemaakt van de zon als natuurlijke energiebron en warmtepompen voor de verwarming van de woningen. Er wordt voldoende energie opgewekt voor het gehele buurtschap inclusief de benodigde energie voor elektrisch vervoer. Daken van woningen en bedrijven en boven collectieve parkeerplaatsen worden voorzien van zo veel mogelijk zonnepanelen. In totaal worden er ruim 23.000 m2 zonnepanelen gerealiseerd, waarvan ruim 17.000 m2 op woningen en 6.000 m2 (circa 0,2 GWh) op bedrijfsdaken en boven collectieve parkeerplaatsen.
Het financieren van de verduurzamingsmaatregelen is een ander knelpunt. Een tweede hypotheek met langjarige looptijd is een goede mogelijkheid, maar is niet voor iedereen bereikbaar. De energiebespaarleningen via gemeenten (SvN) en het Nationaal Warmte Fonds met een
Particuliere woningbouw Voor inwoners kunnen er verschillende redenen zijn om geen maatregelen te nemen om het energieverbruik terug te dringen. Gebrek aan juiste of volledige informatie kan een argument zijn, maar ook onzekerheid over de garanties van adviezen. Het huidige aanbod van diensten en producten in de regio is divers en moeilijk onderling te vergelijken. Dat geldt voor enkelvoudige maatregelen, maar nog meer voor aardgasvrij en energieneutraal renoveren. Ook de financiële situatie kan een belemmering vormen om te handelen, of een afwachtende houding richting de overheid. Los van enkele maatregelen zoals spouwmuurisolatie, HR++-glas en zonnepanelen, is er relatief weinig vraag naar aardgasvrije renovaties. Daarnaast blijft een passend en ruim aanbod vanuit de bouwsector achter, en wordt er ook onvoldoende ingezet op opleiding en training van personeel.
Aanpak
Energiedienstenbedrijf Gooi en Vechtstreek Gooi en Vechtstreek werkt aan een aanpak voor het verduurzamen van particuliere woningen, die op grote schaal kan worden doorgevoerd en impact oplevert. Hiervoor is het Energiedienstenbedrijf Gooi en Vechtstreek in 2020 opgericht om samen met partners in de keten een ‘one stop shop-
Om de particuliere woningen te verduurzamen, kiest Gooi en Vechtstreek voor een aanpak gericht op het ontzorgen van de particulier: duurzame keuzes zo makkelijk en aantrekkelijk mogelijk maken. Energiebe-sparing is voor de huiseigenaar slechts een van de motivaties om met de eigen woning aan de slag te gaan. Vaak is het een combinatie van besparen met comfort, gezond binnenklimaat, levensloopbestendig wonen en groot onderhoud. Ontzorgen betekent niet alleen dat je de huiseigenaar zo veel mogelijk uit handen neemt. Het gaat ook om betrouwbaarheid, transparantie, prestatiegarantie, financiering en de mogelijkheid om te participeren in wijkprocessen. Welk ‘pad’ de huiseigenaar ook kiest, in alle gevallen moet het proces duidelijk zijn.
korte looptijd (10-15 jaar) zijn geschikt voor renovaties die veelal onder de 25.000 euro blijven. loket’ te vormen dat de huiseigenaar ontzorgt. Van voorlichting en onafhankelijke advisering tot uitvoering door regionale bedrijven en energieprestatiegarantie. Belangrijke onderdelen van deze aanpak zijn: • een goed onafhankelijk woningadvies voor woningeigenaren door een energieloket met intensieve samenwerking met de energiecoöperaties, technisch adviseurs en bedrijvencoalities uit de tweede en derde lijn; • het opleiden van aannemers en installateurs in duurzame oplossingen en werkwijzen en het stimule-ren van samenwerking tussen deze partijen op het vlak van energietransitie; • bevordering van regionale samenwerking van de lokale energiecoöperaties en doorontwikkeling van hun onafhankelijke rol in het informeren, stimuleren en enthousiasmeren van inwoners; • het optimaliseren van de samenwerking tussen deze vrijwilligers, het Energiedienstenbedrijf Gooi en Vechtstreek, de technisch adviseurs, communicatieadviseur en de bedrijven; • doorontwikkeling van een speciale aanpak voor Verenigingen van Eigenaars (VvE’s); • samen met het bedrijfsleven vier zogenoemde product-marktcombinaties (PMC’s) inclusief energie-prestatiegarantie In het Klimaatakkoord is een belangrijke rol voor de corporaties weggelegd. De
Afspraken De woningcorporaties zijn actief betrokken bij de RES. Sectorbreed zijn er afspraken gemaakt om de woningvoorraad in 2050 CO2neutraal te laten zijn. Dit gaat niet in één keer, maar wordt stapsgewijs aangepakt. De eerste doelstelling, gemiddeld label B eind 2020, is voor veel corporaties reeds bereikt of ligt binnen handbereik voor de corporaties in Gooi en Vechtstreek.
De corporaties in de regio In de zeven gemeenten van Gooi en Vechtstreek zijn in totaal veertien woningcorporaties actief. Samen beheren zij circa 32.000 (2020) huurwoningen. De vier grootste woningcorporaties bezitten bijna 90 procent van alle huurwoningen.
Sociale woningbouw
•
uitwerken, die het gehele woningwerkveld afdekken. Indeling PMC’s op basis van bouwjaren en de benodigde kennis, kunde en specifieke aanpak; opleiden en trainen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, maar ook begeleiding van werk naar werk.
De opgave van de corporaties is niet alleen gelegen in duurzaamheid. Ook beschikbaarheid (forse nieuwbouwopgave)
In Gooi en Vechtstreek bestaat 27 procent van de woningvoorraad uit huurwoningen van woningcorporaties. De woningportefeuille is zeer divers: eengezins- en meergezinswoningen, laagbouw en hoogbouw, verspreid en geconcentreerd en jong en oud vastgoed. Het aantal doelgroepen is daarbij breed: starters, gezinnen, senioren, inwoners met een zorgvraag enz. De woningportefeuille is deels gefragmenteerd bezit. Dat wil zeggen geen hele blokken of woongebouwen in eigendom, een deel van de woningen is in eigendom van particulieren. Veel woningen zijn monumentaal (beschermd dorpsgezicht en gemeentelijke monumenten, enkele rijksmonumenten).
corporaties worden in staat geacht te fungeren als een startmotor. Ambitie is om 100.000 woningen aardgasvrij of aardgasvrij-gereed te maken in de periode 2019-2022. Dat kan door vergelijkbare woningen in een wijk samen aan te sluiten op een bestaand warmtenet, door grootschalige verduurzaming met (hybride) warmtepompen of met isolatie. Doel is om zo snel mogelijk een stevig begin te maken met de verduurzaming van de woningvoorraad. Zo worden nieuwe technieken ontwikkeld en dalen de kosten voor de investeringen.
Startprojecten • Corporaties denken mee bij onderzoeken (door lokale energiecoöperaties) naar mogelijke alternatieve warmtebronnen (Kerkelanden, Hilversumse Meent, Ankeveen). • Corporaties werken samen met gemeenten en regio om te komen tot de Transitievisies Warmte. • Verduurzaming bestaande woningvoorraad.
Oog voor de huurder Bij het uitwerken van de energietransitie is het van belang het belang van de huurder voor ogen te houden. Kosten voor energie, vastrecht, levering enz, mogen niet leiden tot hoge lasten voor een toch al financieel kwetsbare groep. Dit is ook van belang voor het te creëren draagvlak voor de transitie.
en betaalbaarheid zijn belangrijke aandachtspunten in deze regio. Bovendien is duurzaamheid ook breder dan alleen de warmtetransitie; zo wordt er ook gewerkt aan een betere klimaatadaptatie en circulair bouwen. Bij iedere investering moet de afweging gemaakt worden of de andere doelen niet te veel in het gedrang komen. De haalbaarheid van de verduurzamingsopgave staat hierdoor onder druk. De verduurzaming van de bestaande woningvoorraad wordt onder meer op de volgende locaties aangepakt: • St. Vitus/Faisantenstraat, Hilversum: 13 eengezinswoningen • Stad en Lande, Laren: 76 eengezinswoningen • Gooiergracht e.o., Laren: 42 eengezinswoningen • Diverse eengezinswoningen Laren: 114 woningen (in onderzoek) • +/- 5500 woningen in de periode 20202030 integrale aanpak naar label A/B • Modulaire aanpak voor overige woningen (verduurzaming op logische onderhoudsmoment) • Label B – Hilversum: 395 woningen • Label B – Gooise Meren: 614 woningen • Orchidee Hilversum: 30 woningen • Van Speijklaan Hilversum: 54 woningen • Verduurzamen van VvE’s (duurzaam MJOB) • Aanpak zonnepanelen op daken
Aanpak Een e ectieve ketenaanpak bestaat uit een combinatie van informeren & stimuleren (wortel) en toezicht & handhaving (stok), waarbij bedrijven versneld energie besparen, en minimaal voldoen aan de vereisten in de Wet milieubeheer. Daar waar aanwezig, worden bedrijven gestimuleerd om platte daken te gebruiken voor de opwekking van duurzame energie. Zonnepanelen op grote daken is een van de bouwstenen die op veel draagvlak kon rekenen in de lokale ateliers van de RES. De deelregio pleit voor een aanpassing van het Bouwbesluit zodat de regelgeving voldoende ondersteuning biedt in het versnellen van deze transitie. Startprojecten Stimulerend toezicht: ondersteuning van ondernemers bij het doorvoeren van de verplichte energiebesparende maatregelen. Aanbieden van een packagedeal waarin de besparingsopgave voor de ondernemer inzichtelijk wordt aan de hand van onder andere de Erkende Maatregelenlijsten energiebesparing (EML’s) en de kosten en terugverdientijden direct bekend zijn. In een energiebesparingsplan staat beschreven waar de ondernemer bij wordt ondersteund
Utiliteitsbouw In Gooi en Vechtstreek is nauwelijks industrie maar zijn er vooral mkb-bedrijven. Het Mediapark in Hilversum is een van de grootste energieverbruikers. Veel bedrijven voldoen nu nog niet aan de energie-eisen uit de Wet milieubeheer. Uit actuele cijfers blijkt dat in Noord-Holland slechts 11 procent van de bedrijven volledig voldoet aan de energiebesparingsplicht van het Activiteitenbesluit Wet milieubeheer (2 juli 2020, Directoraat-generaal Klimaat en Energie). Hierdoor wordt het besparingspotentieel niet benut en zijn de doelen uit het Energieakkoord van 2013 niet gehaald.
Ondernemers hebben een grote rol in de opgave om in 2050 energieneutraal te zijn. Toch zijn energiebesparing en het opwekken van duurzame energie meestal niet de core business van een ondernemer. In het kader van de energietransitie ontbreekt het de ondernemer vaak aan een combinatie van inhoudelijke kennis, kennis van projectontwikkeling, tijd, samenwerkingspartners en/of geld. Hierdoor worden kansen onvoldoende benut en stranden initiatieven vaak vroegtijdig.
opdat deze binnen drie jaar voldoet aan het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Informatieplicht energiebesparing. Hierbij wordt de koppeling gemaakt met de aanpak voor zonnepanelen op grote (bedrijfs)daken.
Een beperkende factor voor de aanleg van windturbines en grootschalige toepassingen van grondgebonden zonnesystemen is dat grote delen in de regio zijn aangemerkt als UNESCO Werelderfgoed, Natura 2000-gebied, stiltegebied, NNN-gebied en BPL. Er zijn momenteel geen zoekgebieden voor wind in de regio. Momenteel wordt er 21 GWh via grootschalige zonne-energie opgewekt in de regio Gooi en Vechtstreek. Tot nu toe is er in Gooi en Vechtstreek alleen sprake van zonnepanelen op daken en één grondgebonden opstelling.
Zon en wind
7.4 Elektriciteit en warmte
Deelnemer lokale bijeenkomst Gooise Meren
:H PRHWHQ HUELM VWLOVWDDQ GDW ZH NLMNHQ QDDU GH QDWXXU RS NRUWH WHUPLMQ WHUZLMO KHW KLHU JDDW RP QDWXXU RS GH ODQJH WHUPLMQ Aandachtspunten Voor toekomstige opweklocaties moet rekening gehouden worden met een aantal beperkingen van het gebied. Zo liggen op het buitengebied van Gooi en Vechtstreek bijna in zijn geheel beperkingen vanuit de ruimtelijke verordening. De (potentiële) UNESCOgebieden Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en Geopark Gooi en Vechtstreek doorsnijden het gebied. Een groot deel van het gebied is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland en Bijzonder Provinciaal Landschap, waarbinnen onder andere aardkundige monumenten en weidevogelkerngebieden zijn gelegen. Ook hebben diverse gemeenten (Hilversum, Naarden, Gooise Meren, Laren, Weesp en Muiden) één of meerdere beschermde stads- of dorpsgezichten.
Mogelijkheden Rekening houdend met bovenstaande beperkingen liggen mogelijkheden voor zonne-energie met name rondom infrastructuur (op geluidsschermen of in berm), parkeerplaatsen en op daken. Zon op grote daken is een belangrijk onderdeel. Omdat het unieke landschap veelal beschermd is en er nauwelijks zoekgebieden voor wind zijn, ligt de focus op de gebouwde omgeving. Zon op grote daken levert in potentie de grootste bijdrage aan opwekking van duurzame energie. Hoewel zonne-energie bezig is aan een opmars, blijven de meeste bedrijfsdaken vooralsnog onbenut. Daarom gaat de regio Gooi en Vechtstreek inzetten op doelgerichte ondersteuning en ontzorging. Door gebruik te maken van het lokale netwerk van bedrijven, wordt toegewerkt naar de realisatie van zonnesystemen op grote daken in de regio Gooi en Vechtstreek. Ondernemers worden professioneel en onafhankelijk geadviseerd over en ondersteund bij de realisatie van zonnepanelen op hun dak. Hierbij wordt er een relatie gelegd met de aanpak voor energiebesparing bij bedrijven. In de regio Gooi en Vechtstreek zijn de bronnen groen gas, geothermie en aquathermie in beeld als potentiële bovengemeentelijke warmtebronnen. Voor de gemeente Weesp geldt dat mogelijk ook gebruik kan worden gemaakt van de restwarmte van bedrijven die geproduceerd wordt binnen de eigen gemeentegrenzen.
Voor de regio Gooi en Vechtstreek zijn, met de Regionale Structuur Warmte (RSW), de huidige situatie en potentie van verschillende warmtebronnen en warmte-infrastructuur in beeld gebracht. De RSW gaat specifiek over bovengemeentelijke samenwerking op het gebied van warmtebronnen, warmtevraag, warmte-infrastructuur en kennis. De RSW is nu nog een proces van verkennen, kennis delen en samenwerking zoeken. Hoofdstuk 3 beschrijft welke stappen er in Noord-Holland Zuid worden en zijn gezet om tot de RSW te komen.
Warmte
Op dit moment is er op onderstationniveau geen transportschaarste in de regio Gooi en Vechtstreek. Qua grootschalige duurzame opwek is er nog voldoende ruimte op de stations in de regio om dit te kunnen faciliteren. Wel zien we hier en daar knelpunten ontstaan in de middenspanningsnetten. Dat komt vooral door een groeiende vraag naar energie. Er wordt veel nieuwbouw ontwikkeld en het alternatief voor aardgas zal met name all electric zijn
Huidige situatie
De regio zet vooral in op duurzame opwek met zonnepanelen op grote daken en langs infrastructuur.
7.5 Energieinfrastructuur
Omdat de zoekgebieden van Gooi en Vechtstreek nog niet concreet zijn, is het lastig om te bepalen waar de knelpunten zich precies zullen voordoen. De komende periode is het belangrijk om zeer vroeg in het proces af te stemmen over de mogelijke locaties voor zonnedakprojecten. Zo kan tijdig worden afgestemd om de impact op de energieinfrastructuur te bepalen en investeringen te doen om de opwek te kunnen faciliteren.
Op basis van de concept-RES bleek dat de duurzame opwek gefaciliteerd kon worden door de energie-infrastructuur van Liander. Het ging hierbij om grootschalige opwek door zon op land en wind op land. De plannen in de regio zijn veranderd, waardoor nu vooral wordt ingezet op het grootschalig opwekken van zonne-energie op daken. Deze zonneprojecten zullen vooral aangesloten worden op de middenspannings- en laagspanningsnetten in de regio. Dit zorgt voor extra druk op het netwerk en kan voor knelpunten zorgen op het gebied van capaciteit en spanningskwaliteit.
Netimpactanalyse RES 1.0
door het ontbreken van warmtebronnen in de regio. Daarnaast doet ook de transitie naar elektrische mobiliteit steeds meer haar intrede.
Ook door de groeiende vraag naar elektriciteit worden knelpunten verwacht. Op sommige plekken in Gooi en Vechtstreek is het netwerk verouderd en heeft het netwerk minder capaciteit. Op basis van een regionale studie wordt verwacht dat in 2030 op vier stations de maximale capaciteit bereikt wordt door de groeiende vraag naar elektriciteit. Het gaat om de volgende stations: 1. OS Weesp: door de groei van woningbouw, het verduurzamen van de bestaande stad, de komst van elektrisch vervoer en de groei van een aantal zakelijke klanten, wordt de maximale capaciteit van dit station bereikt. Op dit moment vinden gesprekken plaats met de gemeente Weesp om OS Weesp uit te breiden en een nieuw station te bouwen ten noorden van Weesp. 2. OS Naarden: dit station bereik de maximale capaciteit na 2030. Daarnaast moeten er ook kwaliteitsverbeteringen worden doorgevoerd. Er is een plan om een nieuw station (OS Crailo, zie punt 4) te bouwen. Dit station kan een deel van de belasting van OS Naarden overnemen. 3. OS Huizen: dit station bereikt de maximale capaciteit na 2030. Daarnaast moeten er ook kwaliteitsverbeteringen worden doorgevoerd. Ook hier kan het nieuwe station Crailo (zie punt 4) een deel van de belasting opvangen. Aandachtspunten • Breng de energievraag rond mobiliteit, industrie en de gebouwde omgeving scherper in kaart, zodat het netwerkontwerp toekomstbestendig blijft.
• Door de verschoven focus op het grootschalig opwekken van zonne-energie op daken, is er een grotere impact op de middenspannings- en laagspanningsnetten. Het is van belang om de netbeheerder tijdig te betrekken bij planvorming rondom zonop-dakprojecten, om zo de haalbaarheid van de projecten te vergroten.
Gezien de tijd die nodig is voor het aanpassen en uitbreiden van het net, moet op korte termijn gestart worden met uitbreidingen of nieuwbouw van stations.
4. OS Crailo: de komende jaren wordt een nieuw station gebouwd: OS Crailo. De gemeente is hier nauw bij betrokken. Dit station is begin 2024 gereed.
Daarnaast konden de volksvertegenwoordigers hun inbreng over de concept-RES via de wensen en bedenkingen meegeven aan hun bestuurders, bijvoorbeeld over aanpassing van een zoekgebied of over een onderzoeksvraag voor een zoekgebied dat binnen het gebied van hun gemeente valt. In de regio Gooi en
In de periode na de publicatie van de concept-RES is intensief contact gezocht met volksvertegenwoordigers, stakeholders, belanghebbenden en inwoners. Betrokkenen konden reageren op de concept-RES, onder meer door middel van een digitale consultatieronde.
7.6 Participatie en draagvlak
Zoekgebied Naarderwoonbos is een initiatief van inwoners en heeft een plek gekregen in de RES 1.0. De wens is om ook het zoekgebied A1 Muiden zo veel mogelijk door inwoners vorm te laten geven. Om dat zorgvuldig te kunnen doen, neemt Gooise Meren voldoende tijd voor een lokaal proces, zodat de belangen van inwoners goed worden afgewogen en inwonersinitiatieven en de energiecoöperatie een eerlijke kans krijgen bij het ontwikkelen van opweklocaties.
Voor het zoekgebied Vliegveld Hilversum zijn twee bijeenkomsten georganiseerd in samenwerking met de Participatie Coalitie Noord-Holland. Daarbij zijn verschillende partners uit de gemeenten, stakeholders zoals de Stichting Vliegveld Hilversum, belanghebbenden en maatschappelijke partners, betrokken. Hier konden betrokkenen hun zorgen en wensen meegeven voor de verdere uitwerking van het zoekgebied. Tevens is hierover een enquête gehouden onder de omwonenden van Hilversum en Wijdemeren en bij omliggende bedrijven.
Vechtstreek is hier door alle raden gebruik van gemaakt en zijn de wensen en bedenkingen op de concept-RES geuit. Dit leidde uiteindelijk tot het afvallen en toevoegen van zoekgebieden in deze RES 1.0.
8
De theoretische potentie voor de opwekking van duurzame energie in de zoekgebieden in Haarlemmermeer is 677 GWh (0,7 TWh). Deze potentie bestaat uit de huidige opwek (120 GWh) en de opwek uit zoekgebieden (557 GWh). In onderstaande kaart is het zoekgebied voor zon ingetekend. Het zoekgebied is eerder bepaald in ateliers op gemeenteniveau, na analyse van de ruimtelijke mogelijkheden en gemeentelijke energiedoelstellingen en is in 2020 door de gemeenteraad beperkt bijgesteld en vastgesteld. In 2020 is via ateliers het zoekgebied verder geconcretiseerd. In expertbijeenkomsten zijn de mogelijkheden in kaart gebracht; daarna is het gesprek gevoerd met in- en omwonenden en zijn de mogelijkheden voorgelegd in een brede raadpleging. De RES is een dynamisch document en geeft de inspanning weer waar de deelnemers zich in de komende jaren voor zullen inzetten.
8.1 Samenvatting
Haarlemmermeer richt zich nadrukkelijk op de eigen lokale opgave, te weten de elektriciteitsbehoefte van woningen, lokale bedrijven en mobiliteit op lokale wegen. Het energiegebruik van bijvoorbeeld datacenters is een landelijk vraagstuk. Zonnepanelen moeten bij voorkeur op daken worden geplaatst en alleen indien nodig op land komen. De ontwikkelingen op daken en andere locaties in de bebouwde omgeving mogen niet achterblijven. Voor zonopwek
Toelichting op de potentie van de zoekgebieden van Haarlemmermeer
De gemeente Haarlemmermeer heeft met de programmatische aanpak Energietransitie als doel vastgelegd dat het energiesysteem in Haarlemmermeer in 2050 CO2-neutraal is. Dat betekent onder andere dat de duurzame energie die wordt gebruikt ook zo veel mogelijk in Haarlemmermeer wordt opgewekt. Het is de ambitie van Haarlemmermeer om zich hiervoor maximaal in te spannen, maar wel met een aanpak met oog voor draagvlak en realisme. Waar mogelijk zorgt de gemeente Haarlemmermeer ervoor dat inwoners, ondernemers en instellingen kunnen profiteren van de economische voordelen die de transitie oplevert.
Naast de onderzoeken naar zonne-energie heeft in de afgelopen jaren een vergelijkbaar onderzoek naar de mogelijkheden voor windenergie plaatsgevonden. Hiervoor is een zoekgebied in Haarlemmermeer-Zuid gehanteerd dat met een contour op de kaart is opgenomen. Na de brede raadpleging stelt het college van B&W de raad voor om dit zoekgebied niet aan te wijzen maar het bij de voorbereiding van de RES 2.0 eerst verder uit te werken. Hieronder volgt een kaart en beschrijving van de onderzochte gebieden.
in de wachtlandschappen blijven in principe ook mogelijkheden bestaan. Naast ruimte voor energieopwekking, moeten er 20.000 nieuwe woningen gebouwd worden en er is ruimte voor kantoren en bedrijven nodig. Nieuwe infrastructuur en ruimte voor recreatie horen ook bij deze opgaven. De ruimte in Haarlemmermeer is dus schaars. Daarom concentreert Haarlemmermeer de opwek van duurzame energie op een of enkele plekken. Daar waar zonnepanelen op land gerealiseerd worden, gelden heldere ontwikkelprincipes die onder andere gaan over (ruimtelijke) inpassing, functiecombinaties, waarde voor de omgeving en milieue ecten.
Voor parkeerterreinen rond onder andere Schiphol denkt de gemeente dat het haalbaar is om voor 2030 circa 20 ha operationeel te hebben. Voor het eerste zonnecarportproject onderzoekt de gemeente de mogelijkheden voor haar eigen parkeerterreinen. In een vooronderzoek zijn terreinen geselecteerd van ten minste 1 ha groot, met genoeg zoninstraling en die dicht bij een netaansluiting liggen. Vier locaties in Haarlemmermeer
Voor het gebied Spoordriehoek, dat met een contour is aangegeven, zijn in het afgelopen jaar de mogelijkheden voor windenergie onderzocht. Windturbines zijn in Haarlemmermeer vanwege de hoogtebeperkingen rond Schiphol, alleen mogelijk in het zuiden. De westzijde van Haarlemmermeer-Zuid is het gebied met veel (nieuwe) woningen en is belangrijk als recreatief uitloopgebied. Dit gebied is daarom niet geschikt voor windturbines.
Zoekgebied 02 Spoordriehoek
Haarlemmermeer kiest voor concentratie van zon op land in het zonnecarré: het zoekgebied rond het banenstelsel van Schiphol (1.000 ha bruto). Haarlemmermeer wil beginnen met een eerste fase van circa 300 ha binnen het carré. Het gebied zal vanuit vliegtuigen zeer goed zichtbaar zijn en is het visitekaartje van Nederland. Voor de inpassing van een zonneakker in dit gebied wordt daarom een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarin begrenzingen duidelijk zijn aangegeven en waarin oog is voor de ruimtelijke kwaliteit. Naast ruimte voor zon spelen er andere belangen in het gebied, zoals de huidige landbouw, de aanwezige woningen, het uitloopgebied voor de aangrenzende kernen en de (langzaamverkeer)verbindingen door het gebied. Deze belangen gaan vóór de snelle ontwikkeling van een zonneakker.
Aanvullende ambities Opwek op daken, boven parkeerterreinen, langs infrastructuur en in wachtlandschappen Voor het benutten van de agrarische daken en bedrijfsdaken denkt Haarlemmermeer dat het haalbaar is om vóór 2030 circa 15 procent van de dakoppervlakte voor zonneenergie in te zetten. Op bedrijventerreinen wordt aan deze doelstelling invulling gegeven door gebiedsgericht werken. Op dit moment worden vanuit de aanpak Toekomstbestendige werklocaties op drie bedrijventerreinen collectief zonnepanelen ingekocht. Komend jaar wordt deze aanpak uitgebreid naar zes bedrijventerreinen. Naast een gebiedsgerichte aanpak onderzoekt het gemeentelijke energiebedrijf Tegenstroom hoe het individuele ondernemers kan ontzorgen bij het aanscha en van zonnepanelen.
Zoekgebied 01 Zonnecarré
De gemeente Haarlemmermeer wil de mogelijkheden onderzoeken om de zones langs infrastructuur in te zetten. Het gaat hierbij niet om een brede strook langs de snelwegen, maar alleen om zonnepanelen op taluds en bij op- en afritten van snelwegen. De gemeente Haarlemmermeer denkt dat het benutten van een oppervlakte van 25 ha daarvan haalbaar is. In de wachtlandschappen – gebieden die op termijn bebouwd worden als bedrijventerrein of voor glastuinbouw – houdt de gemeente in verband met de complexiteit van de dynamiek rekening met een beperkt beschikbare oppervlakte voor zonne-energie.
voldoen aan deze technische criteria: het westelijk parkeerterrein van de Expo Haarlemmermeer, het parkeerterrein bij de Paviljoenlaan Hoofddorp (Haarlemmermeerse Bos), P+R Nieuw-Vennep en het parkeerterrein bij Sportcomplex Koning Willem Alexander (SKWA). De gemeente onderzoekt de mogelijkheden binnen de bestaande functies van deze terreinen. De ambitie is om in 2021 met één zonnecarportproject te starten. Hoewel het technisch potentieel van zonnecarports in de gemeente hoog is, blijkt de inpassing lastiger dan verwacht. Dit komt doordat parkeerterreinen meerdere functies vervullen zoals opslag van goederen en evenementenlocatie.
Haarlemmermeer is een dynamische gemeente waar de komende jaren veel (gebieds)ontwikkelingen plaatsvinden. Er komen 20.000 nieuwe woningen bij in Haarlemmermeer. Aangrenzende
Lokale opgaven in relatie tot de energietransitie
De deelregio Haarlemmermeer is gelijk aan de gemeente Haarlemmermeer. Daardoor bestaat de deelregio uit één gemeente. De gemeente telt ruim 156.000 inwoners.
8.2 Kenmerken en ambities deelregio Haarlemmermeer De samenhang tussen de ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen wordt gekaderd in de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 en de Structuurvisie Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2035. Haarlemmermeer heeft een uniek landschap waarin de geschiedenis van de drooglegging en van de agrarische sector duidelijk leesbaar zijn. De openheid en de grote mate van ruimte worden gewaardeerd. Door de ligging tussen vele steden en dorpen is de druk op het recreatieve gebruik van het landschap groot. Haarlemmerliede en Spaarnwoude vormen een groene bu er tussen Haarlem
De samenhang tussen de ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen
gemeenten verdichten intensief, waardoor de behoefte aan groene uitloopgebieden in Haarlemmermeer groter wordt. Haarlemmermeer is een aantrekkelijk gebied voor kantoren, logistiek, datacenters en andere bedrijvigheid en glastuinbouw. Onder andere de aanwezigheid van Schiphol is aanleiding tot grote economische dynamiek. Naast de bovengrondse ruimtelijke uitdagingen, zorgen deze ontwikkelingen ook voor inpassingsvraagstukken in de ondergrond vanwege de benodigde energie-infrastructuur.
en Amsterdam met zowel verstedelijkte delen als een groen gebied dat landelijk en weids aandoet. Het groene gebied kenmerkt zich door de natuur- en landschappelijke waarden, recreatiemogelijkheden en agrarisch gebruik. In het veenweidegebied gaat het om natuur en landschap, gecombineerd met veeteelt. De agrarische kerngebieden van de vruchtbare kleigronden van de Haarlemmermeerpolder zijn belangrijk voor de voedselproductie. Ontwikkelingen vonden en vinden plaats met respect voor de aanwezige landschappelijke en natuurwaarden. Het is een uitdaging om de kwaliteiten van deze landschappen in harmonie met alle maatschappelijke ontwikkelingen te versterken en te verrijken. Ruimte zoeken voor het opwekken van duurzame energie geeft aanvullende uitdagingen, maar biedt ook kansen voor het ontsluiten en verder ontwikkelen van aantrekkelijke landschappen. Landschappen waarin de groeiende behoefte aan groen, openheid en recreatie ook invulling krijgt. De ruimtelijke, economische dynamiek onder andere rondom Schiphol zorgt voor druk op de ruimte. Gericht ruimtelijk beleid (onder andere Groene Hart-beleid) heeft ervoor gezorgd dat de openheid behouden is gebleven en stedelijke gebieden niet aaneengegroeid zijn. Dit beleid wil Haarlem-
In het ruimtelijke beleid zijn de ruimtelijke beperkingen van Schiphol en de rijks- en provinciaal beschermde gebieden zoals de Stelling van Amsterdam, NNN-gebieden en het Bijzonder Provinciaal Landschap van belang, net als de verkavelingsstructuren van de polder die zowel vanaf de weg als vanboven goed te herkennen zijn in het landschap. Haarlemmermeer heeft op dit moment mogelijkheden om agrarische gronden (tijdelijk) in te zetten voor energieopwekking. Haarlemmermeer heeft eigen beleid ontwikkeld om zijn energievraag ook voor een aanzienlijk deel zelf op te wekken. De opgave is te groot om
De samenhang met het bestaande ruimtelijke beleid
mermeer handhaven. De aanwezigheid van de luchthaven Schiphol brengt ruimtelijke beperkingen – bijvoorbeeld voor windenergie – met zich mee. Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Haarlemmermeer-Noord moet de openheid van het landschap bewaren. De Stelling van Amsterdam heeft de status van UNESCO Werelderfgoed. In Spaarnwoude is een aardkundig waardevol element aanwezig. De verkavelingsstructuren van de polder zijn zowel vanaf de weg als vanboven goed te herkennen in het landschap. Ambities Haarlemmermeer ziet de huidige energietransitie als een veranderopgave met een lange doorlooptijd. De veranderingen zijn groot en kosten tijd om te realiseren, maar vragen tegelijkertijd ook directe actie. Daarom vindt Haarlemmermeer het belangrijk om een langere termijn perspectief te hebben om zich op te richten. In Haarlemmermeer wordt daarom gezamenlijk gewerkt aan een energiesysteem dat in 2050 CO2-neutraal is. Dat gebeurt met behoud van leefbaarheid, welzijn en betaalbaarheid, in samenhang met andere gemeentedoelen en in nauwe samenwerking met de omgeving. Dit is vastgesteld in de Programmatische Aanpak Energietransitie Haarlemmermeer. In het programma is de ambitie uitgesproken dat de lokale elektriciteitsproductie in 2050 ten minste genoeg moet zijn voor het gebruik van de woningen, lokale bedrijvigheid en
Regionaal beleid en bestuurlijke ambities
ook in de vraag van andere gemeenten te voorzien, maar Haarlemmermeer voelt een duidelijke verantwoordelijkheid voor de lokale energievraag van woningen, lokale bedrijven en lokaal verkeer; het gaat daarbij dus niet om de energievraag van datacenters, glastuinbouw en de luchthaven.
• Betrokkenheid: richt zich op de voorbeeldrol van de gemeente en het proces ‘van iedereen’ maken. • Energiegebruik en fossielvrij: richt zich op de gebruikers met als doel het energiegebruik te halveren. • Lokale productie van duurzame energie: richt zich op het formuleren van de bijdrage van de gemeente aan de landelijke afspraken en het vastleggen van zoekgebieden. • Energie-infrastructuur: het tijdig realiseren van de energie-infrastructuur op een doelmatige en toekomstbestendige manier.
lokaal transport. Met de huidige kennis en verwachtingen voor de toekomst, betekent dit een enorme (ruimtelijke) opgave voor de bebouwde omgeving én het buitengebied. In de Programmatische Aanpak Energietransitie Haarlemmermeer heeft ook de RES een plek gekregen.
RES 1.0
162
Noord-Holland Zuid
Omgevingsvisie Haarlemmermeer De gemeente Haarlemmermeer stelt momenteel een Omgevingsvisie op. Doel is om als gemeente een samenhangende visie te bieden op de actuele opgaven op het gebied van energie, klimaatadaptatie, biodiversiteit, wonen, werken en mobiliteit, inclusief aandacht voor duurzaamheid en gezondheid. De informatie vanuit het RES-proces is dan ook inbreng voor de Omgevingsvisie Haarlemmermeer.
Structuurvisies binnen de gemeente Haarlemmermeer In de structuurvisies geeft Haarlemmermeer aan dat het werkt aan energiebesparing en -opwekking en dat alle ontwikkelgebieden energieneutraal moeten zijn.
Coalitieakkoord In het Coalitieakkoord 2019-2022 is uitgesproken dat Haarlemmermeer zich op korte termijn met name richt op het ontwikkelen van beleid en instrumenten om de energietransitie te realiseren. Daarnaast wordt ervaring opgedaan en worden initiatieven gestimuleerd. Vervolgens kan opschaling plaatsvinden. Daarbij maakt Haarlemmermeer gebruik van kennis en ervaring van andere gemeenten en het bedrijfsleven.
Deelregionaal beleid Zonbeleid In het kader van de Programmatische Aanpak Energietransitie Haarlemmermeer en de Omgevingsvisie Haarlemmermeer, heeft de gemeente het Beleidskader Zonneakkers Haarlemmermeer ontwikkeld en vastgesteld. In het zonbeleid worden onder andere een zonneladder, inpassingseisen en een zoekgebied voor grootschalige zonneakkers beschreven. Bij de aanmerking van het zoekgebied is ervan uitgegaan dat er minimaal 1.000 ha aan zonneakkers nodig is om in 2050 aan de eigen lokale energiebehoefte te voldoen. Deze omvang staat gelijk aan vijftig oorspronkelijke polderkavels (vergelijkbaar met de omvang van PARK21). Bij de 1.000 ha is ervan uitgegaan dat 90 procent van de geschikte daken benut kan worden; daarnaast is uitgegaan van de energievraag van woningen en lokale bedrijven en wegen (zie afbeelding op de volgende pagina voor een overzicht van de door de gemeente doorgerekende scenario’s). De gemeente richt zich op het opwekken van de eigen opgave. De verwachting (en hoop) is dat technologische innovatie niet stilstaat en zonnepanelen een steeds kleiner ruimtebeslag hebben voor dezelfde hoeveelheid duurzame energie. Het Beleidskader Zonneakkers Haarlemmermeer gaat hand in hand met de inzet van de gemeente voor de RES. Het RES-proces is benut bij het vormgeven van een definitief zoekgebied.
Tegelijkertijd ziet de gemeente het beleidskader als leidend voor de inzet in de RES en in de omgang met initiatieven voor zonneakkers. Zowel het zonbeleid als de RES worden verankerd in de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan.
Het beleid zet in op clustering van de opgave om verrommeling van het landschap van Haarlemmermeer te voorkomen. Ook wordt in de gemeente Haarlemmermeer ingezet op het benutten van locaties waar al hinder is of waar andere ontwikkelingen lastig zijn. Op basis van het voorgaande is een zoekgebied vastgesteld voor grootschalige zonneakkers rond het banenstelsel van Schiphol. Haarlemmermeer vindt het belangrijk dat deze goed worden ingepast in de omgeving en dat de kansen voor meervoudig ruimtegebruik en medegebruik worden benut. Hiervoor is het Beleidskader Lokaal Eigenaarschap opgesteld. Daarnaast is het van belang dat de lokale omgeving participeert en profiteert van de ontwikkelingen. Dit wordt verder beschreven in een apart beleidskader over lokaal eigenaarschap.
Windenergie In 2007 heeft de gemeente inwoners gevraagd om een plan te ontwikkelen voor een windpark in het zuiden van Haarlemmermeer. Ondanks draagvlak onder een deel van de inwoners en grondeigenaren en bij de gemeente, is dit initiatief destijds niet verder ontwikkeld als gevolg van provinciaal beleid. In het Programma Energietransitie is de kans voor een windpark opnieuw benoemd. Voor de RES is nu opnieuw gezocht naar de mogelijkheden voor een zoekgebied voor wind. Hiervoor is in het afgelopen jaar een zoekgebied in Haarlemmermeer-Zuid gehanteerd dat nu op de kaart alleen met een contour is opgenomen. Na de raadpleging stelt het college van B&W de raad voor om dit zoekgebied niet aan te wijzen maar het bij de voorbereiding van de RES 2.0 verder uit te werken. Haarlemmermeer ziet de huidige energietransitie als een veranderopgave met een lange doorlooptijd. Bij de herijking van de RES kunnen nieuwe keuzes gemaakt worden afhankelijk van nieuwe inzichten, draagvlak en realisme. Energiescenario’s voor 2050 variëren in energievraag en benutting van dakoppervlak. In alle gevallen is dit exclusief luchtzijdig Schiphol. Een basiswaarde voor e ciëntieverbeteringen van zonnepanelen is meegenomen. Er werd daarnaast uitgegaan van vijftien windturbines in Haarlemmermeer. Aannames uit de Ruimtelijke Verkenning Energietransitie (2018) zijn overgenomen.