20210624 M&F transcript
Tekst van het document
Pagina 15 van 57
De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: …die GNR moet maken, buiten eigen schuld, als gemeentes plannen. De heer Calis: Dat is terecht, mijnheer Van den Berg. Dat heb ik over het hoofd gezien. Mevrouw Kos kan daar ook wellicht een verklaring voor geven. Kijk, bemoeienis met andere projecten zoals de ontwikkeling van natuur Monnikenberg, dat is een provinciaal project. De natuurbrug over de 51 en 5 is ook een provinciaal project. Waar GNR intensief bij betrokken is. En ik meen me zelfs te herinneren en bij Monnikenberg zeker te weten, dat GNR daarvoor ook een declaratie indient. De heer Van den Berg: Met dit heldere antwoord is eigenlijk de lading al gedekt van de vraag. Ja, dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Niekus had nog een tweede ronde? Mevrouw Niekus: Ja, even een korte opmerking. Ik hoorde mevrouw Kos zeggen dat de boswachters heel veel vuil hebben weggehaald uit alle groengebieden. En de mensen moeten zich inderdaad beter aan de regels gaan houden. En ik denk dat we daar heel slim mee aan de gang moeten. Want van de week heb ik ook gelezen in de krant dat de GAD zijn prijs omhoog gooit. Dat je moet gaan betalen voor afhalen van vuil. En ik ben zó bang dat de mensen dan misschien toch weer meer afval in het GNR-gebied gaan leggen. Dus ik denk dat we daar heel erg alert op moeten zijn.
De voorzitter: Mijnheer Calis, nog hierop antwoorden? De heer Calis: Ja, dat is een terechte opmerking van mevrouw Niekus. De bezuinigingen van de GAD zijn onderdeel van de bezuinigingen van de regio. En daar zijn voorstellen voor gedaan vanuit de regio. En daar is een zienswijze bij opgesteld. En ik dacht dat de zienswijze ook deze commissie en raad had gepasseerd. Dacht ik. De voorzitter: Raad volgende week. De heer Calis: Volgende week. Maar in elk geval zijn daar enkele aspecten die zijn nog zeker niet goedgekeurd. Onder andere het ophalen van oud papier en karton. Maar ook de tarieven voor het ophalen van grofvuil. Én het beperkter openstellen van de scheidingsstations. Heeft ook in ik meen alle gemeenten aanleiding gegeven om te zeggen: nou, ik weet niet of het verstandig is dat we dát moeten doen. Want het geeft veel meer kans op dumpen buiten de scheidingsstations. En zonder ervoor te hoeven betalen. En dat zal schade brengen aan onze natuur. Dus deze bezuiniging zult u ergens anders moeten realiseren. Dat is de zienswijze. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat we dit agendapunt kunnen afsluiten. Géén zienswijze in te dienen op, derhalve. Het lijkt mij dat gezien de opmerkingen, dat het een hamerstuk kan zijn in de raad. Niemand problemen? Een hamerstuk. Mevrouw Kos, bedankt voor uw bijdrage. Het is altijd goed om te weten wie achter die papieren zit.
En bedankt en heel veel succes. Dank u wel. Ik wil graag de vergadering 1 minuut even schorsen. Dat mevrouw Kos haar spullen kan pakken. 6.3 Concept beleidsplan Bescherming en Opvang 2021-2024 De voorzitter: En dan gaan we over naar 6.3 Concept beleidsplan Bescherming en Opvang 2021-2024. De wethouder heeft hier ambtelijke ondersteuning van Louisetta Eisses, beleidsmedewerker Sociaal Domein BELcombinatie. En Afke Jong, regio Gooi en Vechtstreek. Dames, er staan of twee aparte dingen, of achter u staat een tafel met ook, kunt u naast elkaar. Is wel iets ongezelliger, uit de kring, maar dan kunt u naast elkaar. Dan wil ik dus naar 6.3 Concept beleidsplan Bescherming en Opvang. Wethouder, mag ik u vragen dit in te leiden? Pagina 16 van 57
De heer Den Dunnen: Ja, dank u wel, mijnheer de voorzitter. In een ander leven als wethouder heb ik de totstandkoming van dit beleidsplan, het oorspronkelijke beleidsplan, meegemaakt. En toen dat in de gemeenteraad kwam, was eigenlijk de vraag van de gemeenteraad: moeten wij ons hier ook mee bemoeien? En toen was mijn antwoord: “Ja, daar moet u zich mee bemoeien. Want het is gedecentraliseerd beleid. En dat beleid moeten wij als gemeente met elkaar invullen.” Het is een heel belangrijk onderdeel van het Sociaal Domein. Hier gebeurt heel veel in, en gelukkig heel veel buiten de publiciteit. En de nota die nu voorligt, waarvan de beide dames achter mij de geestelijke moeders zijn, kan ik wel zeggen, die is nu aan, het is een herziening van de vorige nota waarbij geprobeerd is zo veel mogelijk bij de vorige nota te blijven zodat er geen grote veranderingen plaatsvinden op dit gebied, want bij de evaluatie is gebleken dat dat niet nodig is. Maar wel dat de nota gewoon geactualiseerd moet worden. Vanavond ligt voor een conceptnota en een zienswijze, en de bedoeling is dat u zich buigt over de zienswijze maar vooral ook als u nog suggesties heeft die in de nota verwerkt zouden kunnen worden, dat u die meegeeft zodat in de definitieve nota die eind dit jaar zal worden vastgesteld die opmerkingen mee kunnen worden genomen.
De nota heeft al een enorme ronde gemaakt langs, nou, u kunt het zien in de nota wie er allemaal al hebben ingesproken en wie er allemaal al hebben meegesproken. De bedoeling is ook om het zo breed mogelijk draagvlak te creëren voor deze nota, en eigenlijk ook nu dan de gelegenheid aan de raad van Laren om zeg maar hun inbreng te brengen en te zeggen van dat zou er nog bij kunnen of dat zou er nog bij kunnen of u zou dat nog eens kunnen aanpunten. En waar we zeker naar op zoek zijn, zijn woningen voor beschermd wonen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Grunwald, mag ik bij u beginnen? De heer Grunwald: Ja, dank u wel voorzitter. Ja. Het is natuurlijk wel een mooi beleidsplan, het is allemaal even nastrevenswaardig wat erin staat, het lijkt mij alleen nou de vraag eigenlijk: waar is het einde? Dus alles wat mensen beter maakt of gezonder maakt of zo, dat willen wij wel graag, maar we zijn natuurlijk wel aan onze financiële mogelijkheden gebonden omdat zich nou eens alles wat we willen en doen uiteindelijk ook in financiële cijfers vertaalt.
Dus wat ik een beetje mis is eigenlijk een soort taakstelling in dezen waarbij dus aangegeven wordt van nou ja, in welke mate willen en kunnen we dus onze wensen dan ook echt realiseren? Want anders is het natuurlijk ook een beetje weer een open eind verhaal en daarin staat natuurlijk wat we willen, een inspanningsverplichting, maar dus gezien ook de moeite die we hebben om het sociale domein kostenmatig in de hand te houden en dus ook zeg maar de inhoud daarvan te realiseren is het wat mij betreft zeer wenselijk om daar nog een hoofdstuk aan te wijden, en de vraag is van nou, had u dat zelf ook al bedacht en zo niet, kan dat dan nog komen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. VVD, mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: Dank u, voorzitter. Ik ben blij dat hier een conceptbeleidsplan voor ons ligt, het is een gemeentelijk of regionaal plan en het is in dit geval nog geen beslisnota dus we mogen met zijn allen meedoen, dank daarvoor. Het is een wettelijk stuk waaraan elke gemeente van de regio mee moet doen. En we praten hier over de zienswijze en daar staan inderdaad een paar punten in die voor Laren heel specifiek zouden moeten gelden, en daar gaat die zienswijze dan ook over.
Ik heb eerst even een kleine opmerking, bovenaan op die zienswijze staat: de gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 5 juli 2021, ik weet niet waar die datum vandaan komt maar dat geldt in ieder geval denk ik niet voor Laren, maar dan hoor ik graag even waarom die datum daarboven staat. Voor de rest is inderdaad de lokale infrastructuur wordt hier nog een keer extra om gevraagd om dat voor Laren inderdaad uit te werken, en dan ga ik eventjes door naar het stuk. Ik heb gezien dat de HBEL-adviesraad ook heel druk bezig geweest is met dit concept, en ik wil alle aanbevelingen die zij hebben gedaan wil ik ook overnemen. Onder andere de bezorgdheid uitspreken over de Pagina 17 van 57
huidige ontwikkeling op woningbouw voor ouderen, wat de wethouder net ook al heeft aangestipt, en lokaal waar het kan en regionaal waar het moet. En dat wordt ook uitgesproken in de zienswijze. Verder vind ik het heel belangrijk dat we gaan monitoren op kwaliteit, en op kwantiteit. Als eerste op kwaliteit en daarna op kwantiteit. Ik heb even een paar, ik ga even bladeren hoor, want ik heb her en der wat dingen opgeschreven die ik er eventjes zo bij moet halen. De basis van het hele stuk is prima en de doelen zijn duidelijk. Ik heb op bladzijde 6, daar staan de uitkomsten van de evaluatie, en punt 3 en 5 die worden echt wel heel duidelijk aangestipt. Het is niet goed gelukt om inwoners die veel begeleiding nodig hebben beschermd thuis te laten wonen. Gemeente en partners willen de komende tijd meer doen om beschermd thuis wonen mogelijk te maken. Dat is echt een aandachtspunt is dat, en dat wil ik dus ook eventjes uitstippen en dat is dus afgelopen periodes niet gelukt ondanks dat er toch wel heel veel geld naartoe gegaan is. Dat geldt hetzelfde voor punt 5, er ligt een goede basis voor de samenwerking tussen zorg, welzijn en veiligheid, maar de samenwerking kan en moet beter en meer worden bestendigd.
Dat is ook zo’n evaluatiepunt wat dus ook allemaal niet goed gegaan is de afgelopen periode, ondanks dat we met zijn allen moeite gedaan hebben en financiën erin gestoken hebben is dat dus nog steeds niet gelukt. Dan heb ik hier punt 8, inwoners, ervaringsdeskundigen, gemeenten en maatschappelijke partners willen meer herstelactiviteiten, inzet van ervaringsdeskundigen en lotgenotencontacten, ook voor familie en naasten. Dat is ook een mond vol, dus daar kunnen we weer heel druk mee aan de gang. Maar ik heb een suggestie gekregen van iemand uit het veld, want die heb ik ook dit laten lezen, en die heeft ook uit de praktijk suggesties. Want je kunt natuurlijk alles mooi op papier zetten, maar vaak in de praktijk werkt dat allemaal weer anders en dan werkt het toch weer niet zo zoals we het zelf bedoeld hebben. En punt 8 geeft zij dan ook aan, het zou laagdrempelig moeten, bijvoorbeeld online lotgenotencontact. En ik weet dat bijvoorbeeld Vivium al zoiets heeft opgezet en misschien kunnen we daarbij aansluiten. Ze heeft ook gezegd daarin, ze zegt: je moet eigenlijk veel meer met de patiënten zelf in contact komen, meer bellen, dus gewoon echt gaan vragen: wat willen de mensen, en zet daar iemand voor neer die echt persoonlijk contact zoekt met de inwoners.
Dan heb ik op bladzijde, even kijken hoor, integraal werken, ja, schotten tussen wetten en de financieringsstromen die zijn ondergeschikt te maken aan snelle en juiste hulp voor inwoners. En dat gaat dan verder eigenlijk op de volgende pagina, de gemeentelijke regisseur die op uitvoerend niveau eindverantwoordelijk is voor de realisatie en uitvoering van maatwerkoplossingen voor inwoners, heeft breed mandaat over domeinen heen om oplossingen te doen. Maar ja, dat is soms heel erg moeilijk om dat voor die ambtenaar te doen, want maatwerk, uiteindelijk beslist de ambtenaar maar de zorgverzekeraars zitten daar ook nog tussen. En zorgverzekeraars doen ineens vaak hele dingen zoals het voor henzelf gunstig uitkomt, want binnenkort gaat de Wlz wordt ingevoerd, er gaan mensen uit Laren en vanuit de hele regio over naar de Wlz, maar de zorgverzekeraar geeft daar vaak ook nog weer een duwtje aan waardoor de Wlz weer meer gevuld gaat worden, staat hier ergens in het stuk ook dat het ongeveer 165, met 60 procent, en dat komt natuurlijk in de zienswijze weer naar voren want ik wil graag voor Laren weten hoeveel mensen daaronder vallen in de gemeente Laren.
Dat is weer de zienswijze, even kijken wat ik hier vind, dan heb ik hier … O ja, dan hebben hier op bladzijde 12 hebben we natuurlijk maatschappelijke trends en ontwikkelingen, dat is toch wel een flinke pagina, maar ik wil eventjes aandacht voor punt 9, doordecentralisatie beschermd wonen, maatschappelijke opvang en begeleiding. Hier staat bij: vanaf 2023 worden gemeenten voor het Rijk gefaseerd verantwoordelijk gemaakt voor de financiën van beschermd wonen. Ik zou graag willen weten wat dat dan ook voor Laren inhoudt en daar vervolgens staat dan op dat 165 cliënten, 60 procent van het totaal, overgeheveld wordt naar de WLZ, en dat is dus mijn vorige vraag. Even kijken wat ik verder … Even zien hoor. Dan heb ik op bladzijde, pagina, zelfde natuurlijk, 22, en dat gaat even: wat gaan we doen, maatregelen. En dan staat bij punt 17B: wanneer gemeenten op basis van de gezamenlijke vastgestelde kwantitatieve ambitie en op basis van inwonertal onvoldoende een bijdrage levert of kan leveren, levert de betreffende gemeente jaarlijks een financiële bijdrage van 20.000 euro tot 30.000 euro per woonplek. Dit bedrag betreft de gemiddelde uitgave voor een gemiddelde inzet van specialistische begeleiding Pagina 18 van 57
op basis van 6 uur per week. Ik zou willen weten wat dat voor Laren betekent, want voor ons is het heel moeilijk inderdaad om de vraag in te vullen van beschermd wonen en betekent dat dan dat wij 20 tot 30.000 euro gaan inleveren? Even kijken, sturen op huisvesting maatschappelijke doeleinden, pagina 24 had ik iets over nog. Even zien hoor. Ja, alleen meer een opmerking inderdaad dat beschikbaarheid van die woningen en draagvlak in de buurt gewoon heel lastig is, en dan kom je weer terug op die 20, 30.000 euro. Tenminste, zo lees ik dat maar misschien is daar een andere verklaring voor. En dan nog even 26B, het duurt misschien wat lang voor sommige mensen maar ik denk ik neem even mijn tijd. Hier, bladzijde 27, maatregelen nog een keer, wat gaan we doen. B, verbeteren van de doorlooptijden door toevoeging van 3 fte’s. En daar kwam ik met een suggestie van iemand die hier mee heeft gelezen. Ze zegt: we zouden eigenlijk een chatbot moeten gaan inzetten. En ik wist niet wat een chatbot was, maar dat schijnt dus een chat en een robot te zijn die dus anoniem laagdrempelig de weg kan wijzen, en met name ook voor jongeren en ouderen, zodat je daar dus geen 3 fte’s neer hoeft te zetten maar dat je daar dus gewoon via een ander systeem, misschien zelfs wel een goedkoper systeem, dit kan oplossen. Dan, ja, kreeg ik de suggestie mee, inwoners als toetssteen. Ja, ja.
Ja, ze zeggen, het lijkt simpel maar je moet mensen gaan bellen, en niet driemaal gewoon sessies bij elkaar want dan krijg je er veel minder uit dan dat je de mensen persoonlijk belt, als je ze belt, je geeft ze aandacht, je hoort wat er gaande is en dat kan je monitoren en daar kan je veel vaker iets mee doen, en dan is het vaak nog goedkoper dan allerlei beleidsplannen maken voor al die mensen die dan weer allerlei dingen gaan uitvinden en gaan organiseren. Dus gewoon bellen is eigenlijk de beste oplossing. Tot zover eventjes mijn bijdrage, dank u wel. De voorzitter: De heer De Jong. De heer De Jong: Ja, ik heb maar één vraag. Op pagina 20 staat van het stuk 300 daklozen per jaar adequaat opvangen en voorzien van de juiste ondersteuning, terug naar zelfstandig of beschermd wonen. Ja, dan denk ik toch van dat gaat zeker niet lukken, want beschermd wonen is geen ruimte voor, zelfstandig wonen is ook geen woonruimte te vinden, dus hoe gaat dit per jaar dan aangepakt worden, of ja, blijft dat voor een groot deel gewoon liggen de komende jaren? Of zijn daar andere opties? En daar staat 1,7 miljoen voor begroot, gaat die 1,7 miljoen op aan ambtelijke kosten of is dat een deel ondersteuning van die daklozen? Dus dat waren mijn vragen. De voorzitter: Dank u wel. Larens Behoud, de heer Jacobse. De heer Jacobse: Dank u wel. Dank u wel, voorzitter.
Ik wilde in eerste instantie de dames een compliment maken voor de leesbaarheid van dit stuk. Ik ben zoals iedereen weet tegen documenten van 45 pagina’s, ik heb met … Ik ben er doorheen. Ik vind het een leesbaar werk, en wat nog veel belangrijker is, er straalt een zekere warmte uit. En dat kan ik meestal niet zo goed terugvinden in ambtelijke stukken, dus dat vond ik wel oké. En vooral moet ik zeggen, bladzijde 8 en vervolg, de visie en uitgangspunten, heb ik met, nou, plezier is wat anders, maar ik heb het tot me genomen, ik vond het oké. Prima, compliment. Ik werd getriggerd door de eerste zin van het blokje visie bescherming en opvang, maar daarmee zit ik in het vorige onderwerp van het G&R ook een beetje. In de Gooi en Vechtstreek doen inwoners naar vermogen mee in de samenleving. Dat woord vermogen dat kent dubbele uitleg hè, dat is wat we kunnen, dat wordt hier kennelijk bedoeld, en dat is wat we hebben, dan speelt vermogen weer een hele andere rol. Het is goed dat we doen wat we kunnen, ook in deze nota benoemd, en het is goed dat we dat steeds beter doen. Larens Behoud heeft in haar programma hier een paragraaf over. Dit is wat we doen, en dit moeten we goed doen, en dit doen we oprecht en dit doen we naar kunnen en weten. Dus ik kan me daar wel in vinden. De vraag is natuurlijk, maar dat is ‘…’, in hoeverre het de realiteit haalt, dit stuk.
Het moest geschreven worden, we gaan het veranderen. Ik sluit me niet Pagina 19 van 57
helemaal aan bij de detaillering van mevrouw Niekus maar een beetje ook weer wel. We moeten gewoon heel serieus kijken naar wat hier gebeurt. Nou, als de strekking van dit stuk van dien aard is en als dat ertoe leidt dan vind ik het fantastisch. Ik vind het een prima verhaal, dank je wel. De voorzitter: De heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel voorzitter. Ik sluit me aan bij een deel van het verhaal van mijnheer Jacobse inderdaad, het is een toegankelijk verhaal, maar ik heb toch wel één vraag en ik ben heel blij dat er twee dames zijn want die kunnen daar misschien in gezamenlijkheid een antwoord geven. Ik heb toch een beetje het gevoel bij een hele hoop van dit soort zaken, en dat speelt hier niet minder, in iets mindere mate eigenlijk, dat we toch nog heel erg te maken hebben met een soort symptoombestrijding. Het zijn allemaal hele nare, vervelende situaties waar je geen mens in toewenst, en dan is het heel mooi, heel fijn als je in dit land woont dat je in ieder geval niet hoeft te verhongeren of naar een of ander vluchtelingenkamp hoeft of zo.
Maar dat laat onverlet dat ik me toch wel afvraag, en daar kunt u misschien mij antwoord op geven, en u geeft al een stukje aan hoor, in de preventie daarvan, maar hoe komt toch al deze narigheid? Want we wonen in een land volgens mij waar kinderen zich allemaal heel gelukkig voelen, waar overgewicht een groter probleem is dan ondervoeding, en dan toch nog zo’n enorme hoop problemen? Die ik absoluut niet wil bagatelliseren, in tegendeel, maar mogelijk kunt u mij vertellen waar eigenlijk de diepere oorzaken in zitten, want u geeft wel aan hoe we dat eventueel zouden kunnen doen maar ik ben eigenlijk dus benieuwd naar nog het stapje daarvoor. Daar wou ik het bij laten, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja voorzitter, dank u wel. Ik ga het specifiek over één punt hebben, dank u wel overigens voor het rapport, wethouder. Mooi dat u nog even kon terugblikken op dat u ook bij het begin bent geweest, het is altijd goed om enig historisch besef te hebben. Ik zie op bladzijde 8 van bladzijde 52 van de evaluatie, en daar staat: toename met meldingen incidenten van personen van verward gedrag. En ik wilde eigenlijk dat punt gebruiken om zeg maar de inbreng voor deze discussie vorm te geven.
Onder die tabel staat dat het landelijk gemiddelde een toename van 20 procent is, en dat wordt afgezet dan tegen landelijk, en hier wordt eigenlijk de regio Gooi inclusief Weesp nog genoemd. En ik vroeg me even af welke vergelijking met andere regio’s dan gemaakt wordt, bijvoorbeeld Rotterdam is een hele grote regio maar dat is één grote stad, dus ik kan me zo voorstellen. En waarom ik dat vraag is dat die 20 procent, als je die in die tabel goed kijkt, dan zijn sommige gemeentes, eigenlijk alleen maar Wijdemeren die gelijk blijft of zelfs nog iets naar beneden gaat, Eemnes blijft gelijk, dus het dorp waar de wethouder vandaan komt dat is kennelijk, dat is goede lucht, want daar blijft het aantal verwarde personen gelijk. Maar in onze gemeente is dat gestegen. En tegelijkertijd zei de wethouder van eigenlijk gebeurt er door dit onderwerp, bescherming en opvang, heel veel buiten de publiciteit. En toen dacht ik: is dat dan eigenlijk wel goed dat dat buiten de publiciteit blijft, misschien kan hij daar nog iets over zeggen, die relatie tot die stijging van, nou, wat is het in Laren, bijna het dubbele, veertig extra verwarde mensen in twee jaar tijd. Waar dat dan toch vandaan komt in ons kleine dorpje.
Kijk, in een grote stad … Terwijl in Hilversum het verhoudingsgewijs eigenlijk veel minder toeneemt, zou het dan ook nog zo kunnen zijn dat mensen zeg maar uit andere gemeentes opeens dan in Laren verzeild raken en dat dat een antwoord is op mijn vraag? Daar zou ik graag wat reflectie op hebben, en tegelijkertijd vroeg ik mij af of in dit hele stuk ook meegenomen wordt, en ik spiegel dat elke keer maar weer af aan de glasbak tegenover mijn woonhuis die soms frequent door mensen wordt bezocht met de kruiwagen en de suf, of COVID of andere zaken in dit onderzoek nog, die staan niet in dit onderzoek, maar of daar actueel nog zeg maar op dit moment ten aanzien van dit rapport, deze evaluatie, andere ellendige zaken uit voortkomen die bijvoorbeeld in het jaar Pagina 20 van 57
daarop deze statistieken van bijvoorbeeld deze pagina van verwarde mensen nog extra zou doen stijgen. Nou, voorzitter, daar zou ik het in dit … De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Berg: Niet dat er niet heel veel meer vragen zijn, maar ik denk wel dat het compact moet gehouden worden omdat we anders verdwalen in alle tabellen. De voorzitter: Dank u wel, de heer Van … Wethouder Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Ja, dank u wel. Het makkelijkste is voor mij om altijd met de laatste vraag te beginnen. Het gaat hier om meldingen, en dat wil niet zeggen het aantal mensen. De 33 meldingen geloof ik zoals ze genoemd worden zijn meldingen die aan politie en dergelijke gedaan worden en als zodanig geregistreerd worden. Ik mag u in herinnering roepen dat er iemand was in Laren die nogal wat overlast veroorzaakte. Nou, u kunt zich voorstellen dat dat een veelvoud aan meldingen met zich meebrengt. Het zegt niet het aantal mensen die daarbij betrokken zijn. COVID-gevolgen, dat zit niet in deze nota. Daar hebben we dus ook nog niet bij stilgestaan. Dan begin ik bij mevrouw Niekus van de VVD, het is inderdaad zo dat alle adviesraden intussen hun adviezen hebben uitgebracht, en u kunt ook zien in de matrix dat al die adviezen dus ook in dank zijn ontvangen en ook, op een kleinigheidje na hier of daar, maar toch grosso modo allemaal verwerkt zijn in de nota.
En ook dalijk als de nota weer zeg maar naar de laatste ronde toe gaat, dan krijgen ook die adviesraden weer zeg maar de gelegenheid om te kijken of we de goede dingen met hun adviezen hebben gedaan en of de nota daar voldoende op is aangepast. U vroeg op een gegeven moment naar de evaluatie van beschermd thuis laten wonen, dat is niet gelukt. Nee, het lukt niet in alle gevallen om beschermd thuis te laten wonen, dat hoeft niet zozeer te liggen aan de persoon zelf of aan de begeleiding die er is, maar het is soms ook dat de omgeving het niet accepteert. Het is heel moeilijk op het moment dat iemand wat verward gedrag vertoont en zeg maar de volgende dag op tijd zijn medicijnen weer neemt en dan weer gewoon functioneert in de buurt, om dan de acceptatie van zo’n buurt toch zeg maar erbij te houden dat zo iemand toch in zo’n buurt kan wonen. Vroeger was dat kennelijk makkelijker, iedere buurt, elke streek die kende zijn, ja, ze noemden dat dan dorpsgek. En die werd eigenlijk gewoon geaccepteerd en daar werd op een gegeven moment naar gekeken: o, hij staat weer op het kruispunt, nou, laat hem maar even gaan, dat gaat wel weer over. Vandaag de dag is die acceptatie aanzienlijk minder en als mensen inderdaad last hebben en geluidsoverlast hebben, dan trekken ze heel snel aan de bel om daarover te klagen.
Dus dat is … En datzelfde geldt ook voor de samenwerking tussen verschillende partijen. Je moet op dat vlak moet je dan op dat moment moet je acteren, en dan moet je dus ook eigenlijk weten van wat is er met zo iemand aan de hand en eigenlijk zou je een buurt moeten informeren als daar een beschermd woning is, wie daar dan in woont. Maar goed, daar verzet de privacy zich weer tegen, maar eigenlijk zou dat dan goed zijn dat je zeker de naaste omgeving vertelt van wat woont er voor iemand, wat doet die, wat voor gedrag kan die vertonen, en wat ze dus ook vaak hebben is dat ze een kaart hebben waarop staat wat hun contactpersonen zijn en waar je dan heen kan bellen. En het ongeluk doet zich altijd voor dat dit soort dingen vaak in het weekend plaatsvinden en dat dan de desbetreffende hulpverlenersinstanties over het algemeen heel moeilijk te bereiken zijn. U zegt ja, een deel zegt u van u moet kijken naar hoe kunnen we het, hoe heet het, lotgenotencontact, hoe kunnen we dat online stimuleren, en aan de andere kant zegt u later ook weer van we moeten heel duidelijk het naar maatwerk, we moeten kijken hoe we met mensen in gesprek gaan, hoe we dus zeg maar het contact leggen met die mensen. Dat wil niet met een chatbox of een robot, deze mensen hebben juist behoefte aan warmte, aan contact, aan direct contact.
U vroeg van wat gaat er in 2023 gebeuren, nou, daar gebeurt niet zo heel veel anders dan dat er nu gebeurt, alleen met dit verschil dat op dit moment de gelden voor beschermd wonen en opvang en Pagina 21 van 57
dergelijke allemaal uitgekeerd worden aan de centrumgemeente, in ons geval is dat gemeente Hilversum, en die hebben dat weer gedecentraliseerd naar de regio. En in 2023 is het zo dat alle gemeenten zeg maar hun eigen portie krijgen en de vraag in de nota is dan ook inderdaad of na 2023 gemeentes ook bereid zijn om hetgeen wat ze dan krijg, om dat ook gewoon weer een-op-een door te betalen, door te schuiven naar de regio, zoals dat nu vanuit de centrumgemeente gebeurt. Dus dat is wel een belangrijk punt. U zei ja, goed, je zou dan, er worden dan 3 fte aangetrokken voor gesprekken. Nou, heb ik al beantwoord, en chatbot of een robot is dan niet direct voor deze mensen echt het geschikte middel, maar het is wel zaak waarmee je … Het is een opmerking denk ik die we gewoon in zijn algemeenheid mee moeten nemen, hoe kun je moderne hulpmiddelen inzetten in dit geval, hetzij in monitoring van de mensen, hetzij in alarmering van de mensen, hetzij in alarmering van de opvolging of het een of het ander, dat lijkt mij inderdaad wel heel nuttig hoe je, nou, hoe je de moderne middelen kan inzetten.
Ik zag zostraks, ik dacht gister op de televisie ook al iemand dat je dus na operatie direct naar huis gestuurd wordt en dat je een of het ander dingetje op je lijf geplakt krijgt en dat geeft 24 uur per dag, 7 dagen in de week al de basic informatie van de patiënt door naar het ziekenhuis waarin ze dat in het ziekenhuis zeg maar de patiënt zeg maar kunnen monitoren, en dan hoeven ze dus niet in het ziekenhuis te blijven liggen om daar dure bedden bezet te houden. Daar zit overigens wel een probleem, u gaf het ook al aan, hoe gaat dat dan met de mensen die dus onder de langdurige zorg gebracht worden, de Wet langdurige zorg. En daar zijn we op dit moment met zorgverzekeraars over bezig, want was is nu het geval, als de mensen thuis zijn en thuis verzorgd worden dan vallen ze onder de Wmo, zodra ze naar een zorginstelling of iets anders gaan dan vallen ze onder de Wlz, dan hebben gemeentes daar geen kosten aan. Maar als je nu probeert om zo lang mogelijk die mensen thuis te houden, dan hebben de gemeentes de kosten en de revenuen liggen bij de zorgverzekeraars. Dus daar is op dit moment een gesprek over en daarop komen ook die schotten die tussen die verschillende wetten nog zitten komen daar heel nadrukkelijk naar voren, en die moeten we proberen daar, nou ja, weg te halen.
Mijnheer De Jong vraagt over 300 per jaar, mag ik aan de dames vragen waar dat getal vandaan komt en of de 1,7 miljoen niet besteed wordt aan ambtelijke capaciteit? De andere financiële vraag zou ik ook even aan de dames willen doorgeven, dat is de vraag die gaat over de solidariteitsheffing, laat ik het zo maar even noemen, die gebruikt wordt, nou ja, als je zelf geen beschermd wonen kan creëren maar in de nabuurgemeentes moet wel centraal wonen gecreëerd worden, dan worden gemeentes geacht daar een bijdrage aan te geven. Misschien dat u dat even kunt uitleggen. Mevrouw …: Even kijken hoor, dat ging over die 1,7 miljoen voor de daklozenopvang. Dat zijn eigenlijk gewoon, ja, de voorzieningen die we hebben voor dak- en thuislozen, dus dat gaat over, nou ja, de nachtopvang, de dagopvang, de jongerenopvang. Ja, dat zijn eigenlijk gewoon onze bestaande voorzieningen.
En die vraag over de solidariteitsheffing, het is inderdaad zo dat, nou ja, nu de voorzieningen met name in Hilversum staan en ja, dat als inwoners van Laren beschermd wonen of maatschappelijke opvang nodig hebben dan gaan zij dus naar Hilversum en vaak, ja, als ze dan weer uitstromen dan stromen ze uit in Hilversum, dat is natuurlijk eigenlijk niet de bedoeling want hun netwerk zit hier, dus vandaar, nou ja, dat we hebben gekeken: hoe kunnen we nou zorgen dat mensen ook naar de gemeente van herkomst kunnen uitstromen? En daarover zijn afspraken gemaakt in het kader van solidariteit, van we gaan zo veel mogelijk proberen om toch in de gemeente te zorgen dat mensen kunnen uitstromen. Nou is dat in Laren heel lastig, want er is weinig woningbouw voor alleenstaande mensen die ook nog betaalbaar is. Dus nou ja, dan is de afspraak, nou, dan betaalt de gemeente van herkomst de kosten voor de begeleiding die Hilversum dan maakt. En nou ja, daarnaast zien we dat er in diverse gemeenten in Nederland tegenwoordig ook creatieve oplossingen worden bedacht om toch te zorgen dat inwoners dan weer terug kunnen stromen in hun eigen gemeente, zoals kijken kunnen we eengezinswoningen geschikt maken voor meerdere bewoning en dat soort dingen. En er was nog een vraag en die ben ik heel even kwijt.
Pagina 22 van 57
De heer De Jong: Nou, ik had in ieder geval ook nog de vraag … De voorzitter: De heer De Jong. De heer De Jong: Hoe die 300 daklozen, hoe je die weer, die wil je in ieder geval weer zelfstandig laten wonen of beschermd, maar die ruimte is er niet, dus hoe denkt u dat te gaan aanpakken? Mevrouw …: Nou, daarover is gesproken, nou ja, ook met mensen vanuit het fysieke domein, dus er zijn ook afspraken gemaakt over sociale woningbouw, en dat komt eigenlijk weer een beetje terug op wat ik net ook al aangaf, van dat we afspraken hebben gemaakt hoe kunnen we nou zorgen dat er ook sociale woningbouw komt voor juist deze doelgroep. Omdat deze doelgroep met name eigenlijk behoefte heeft aan eenpersoonsappartementen. De heer Den Dunnen: Nog voor de heer Vos, is het symptoombestrijding? Nee, ik denk dat we heel concreet problematiek aan het bestrijden zijn, en hoe dat komt, ik zal u een voorbeeld noemen. Iemand raakt in scheiding, gaat tijdelijk ergens wonen in een huurwoning, nou, zeg maar ruim boven de huursubsidiegrens. Kan dat vervolgens niet betalen, wordt die woning uitgezet en wordt dan, ja, waar moet die dan heen? Op dat moment wordt zo iemand dakloos en dan zie je dus dat wat er in de praktijk gebeurt is dat zo iemand dan naar De Cocon in Hilversum gaat, daar wordt er dan gehuisvest.
En dan zie je ook het vreemde fenomeen dat meneer dan bij ons uit de uitkering valt, dan moet de uitkering in Hilversum opnieuw worden aangevraagd en ook de betaling voor De Cocon moet dan ook via de uitkeringsinstantie van Hilversum gebeuren. Zo zit de, ja, zeg maar de regelgeving op dit moment in elkaar, maar het geeft ook aan van hoe kan iemand dakloos worden, dat kan, nou ja, zeg maar door dit eenvoudige voorbeeld, zo kan iemand dakloos worden. En dat is soms kun je niet eens spreken van schuld of geen schuld, maar het ontstaat gewoon. En datzelfde is met de opvang die we dus doen, we hebben een vrij grote vrouwenopvang in Almere, dat hebben we gemeenschappelijk met gemeentes uit de regio Gooi en Vecht en Almere daar neergezet, en ook die dames komen daar soms, ja, eigenlijk zonder dat ze daar zelf part noch deel aan hebben, maar geconfronteerd worden of met een omgeving of met een ex-echtgenoot die hun niet met rust laat en vervolgens hun het leven zuur maakt. Ik zou ook voorbeelden kunnen noemen van velerlei zaken die zich voordoen maar dat is helaas de praktijk dat in de normale maatschappij zoals wij die kennen, dat daar ook mensen uitvallen. En ik ben blij dat deze nota en ook bescherming en opvang, dat die in ieder geval een klein vangnet biedt voor deze mensen om hun mogelijkheden weer te zoeken, om de benen weer om hun eigen tafel te steken.
Ja, dat was wat ik eraan toe wilde voegen. De voorzitter: Is er behoefte aan een tweede ronde? De heer Vos. De heer Vos: Ja, mag ik daarop reageren, ‘…’? De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer Vos: Dank u wel voor het uitgebreide antwoord, mijnheer Den Dunnen, want al zouden er natuurlijk dingen aan te doen zijn, kijk, wat u noemt dat zijn rampzalige gevallen maar die zijn, daar is niet zo veel aan te doen, zal ik maar zeggen, behalve dat mensen niet meer mogen scheiden. Maar het gaat me er eigenlijk om, als ik u vraag goed begrijp, is er niet zozeer een soort structurele oorzaak te zien waar we wat mee zouden kunnen. Begrijp ik dat goed uit uw verhaal? Want symptoombestrijding bedoel ik niet negatief hè, maar we beginnen aan de ene kant van het touwtje en niet aan de andere kant van het touwtje.
Pagina 23 van 57
De heer Den Dunnen: Nee, er zijn een veelvoud van voorbeelden in de maatschappij die, ja, die mensen dus dwingen om tot bepaalde stappen te gaan. Dan is er de overheid als vangnet, maar je kan niet voorkomen dat mensen inderdaad in deze situaties terechtkomen. Dat ontstaat of in de huiselijke kring of het ontstaat in een maatschappelijke kring of het ontstaat ineens door inkomensval en dat soort zaken, dus er zijn vele oorzaken die kunnen, ja, zeg maar kunt aanwijzen waardoor dit soort dingen kunnen ontstaan. Het is helaas de werkelijkheid. De voorzitter: Mijnheer Van den Berg. O, pardon. De heer …: We hebben vorig jaar van uw voorganger een buitengewoon interessant boekje gekregen over, en u memoreerde dat ook al, hoe wij als samenleving aankeken tegen mensen met wat we tegenwoordig noemen een vlekje. Heb je dat gelezen, het boek? Met heel veel plezier gelezen, en als je nog in de kast hebt staan, het illustreert heel erg uw verhaal wat u vertelt over de visie op mensen die anders zijn, zal ik dan maar netjes zeggen. De heer Van den Berg: Ja, eigenlijk wilde ik nog vragen van dat er nog niet gereageerd was op dat gemiddelde van die 20 procent in de regio en met welke vergelijking.
En tegelijkertijd, ik zie de wethouder wel achteromkijken naar de dames dus de vraag mag alsnog blijven staan, maar eigenlijk wilde ik vervolgens eigenlijk aanhalen de indrukwekkende en gewogen woorden van de wethouder in zijn laatste zinnen in zijn eigen termijn, want ik haalde daar eigenlijk uit dat die voorbeelden die u noemt, Almere, dames, en mannen bij de Cocon, dat dat eigenlijk zomaar over u en mij kan gaan als je toevallig een beetje pech in het leven hebt. En toen dacht ik eigenlijk: ik ga geen vragen meer stellen maar ik ga hiermee afsluiten dat u dat op een mooie, gewogen manier heeft verteld, en dank daarvoor. De voorzitter: De heer Grunwald. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik heb van de wethouder nog geen antwoord op mijn vraag gehad naar een zekere taakstelling betreffende de beleidsvoornemens. Omdat ik aangegeven heb van nou ja, het zijn natuurlijk allemaal dingen, die willen we graag doen, die moeten we ook doen, maar er zijn grenzen aan ergens, lijkt mij. En de vraag was daarin gaande van nou, of er is nagedacht hoe dat te beperken of te verduidelijken. Dus of er moet een, betalende instanties moeten over de brug komen, of er moet ergens toch wel een grens gesteld worden aan wat we kunnen aanbieden, zeker ook om te voorkomen dat het aanbod uiteindelijk de vraag genereert natuurlijk hè, het moet andersom zijn. Dank u wel.
De voorzitter: Wethouder. De heer Den Dunnen: Ja, dank u wel mijnheer de voorzitter. Het staat ook ergens in de nota, vraag me niet precies waar, maar op dit moment door de vergaande gemeentelijke samenwerking die we hebben en doordat de gelden op het ogenblik nog op één plaats naar binnen komen en op zeg maar een-op-een doorgegeven zijn aan de regio, kunnen we alle maatregelen die op dit moment hier in de nota staan van die gelden betalen. Dus het is op dit moment is het niet zo dat we op bescherming en opvang, en dat komt met name door de wijze waarop we dat doen, en daar was, mag ook wel eens gezegd worden, daar was de regio Gooi en Vecht een van de eerste regio’s in Nederland die dit voor elkaar hadden, om gemeenschappelijk hier een beleid op te maken en de visie op te zetten. De heer Grunwald: Goed om te horen.
Pagina 24 van 57
De voorzitter: De heer Grunwald. Ja. De heer De Jong. De heer De Jong: Nee, dank u. De voorzitter: Mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: Ja, ik wilde inderdaad de dames en de wethouder heel erg bedanken voor de uitgebreide antwoorden. Het geeft een grote geruststelling, denk ook voor de inwoners die meeluisteren, dat dat allemaal goed geregeld is. Het is alleen nog even die zienswijze, die gaan wij inderdaad ook accepteren, alleen die 5 juli moet denk ik aangepast worden want we hebben geen vergadering op 5 juli. Ja. De heer …: Mijnheer de voorzitter, er moet nog een antwoord van de heer Van den Berg komen op de 20 procent. Mevrouw …: En dat was die 20 procent meer E33-meldingen, en waar die vergelijking vandaan komt. Daar zijn, nou ja, vanuit het, ik weet niet, vanuit justitie volgens mij, cijfers die je kan halen uit politiemeldingen. En zo kan je zeg maar onderling vergelijken, nou ja, hoe jouw regio er eigenlijk voorstaat. En nou ja, op die manier hebben we die vergelijking kunnen maken. Ik weet niet of dat voldoende antwoord is. De heer Van den Berg: Mag ik hem dan vertalen dat het eigenlijk, dat daar de veiligheidsregio’s dan misschien genoemd worden? Het staat er niet zo hoor, maar omdat hier wordt de regio Gooi en Vechtstreek genoemd maar dat is toevallig ook een veiligheidsregio.
Omdat er vergeleken wordt, daar ging het mij … Het ging mij om de vergelijking eigenlijk, maar … Mevrouw …: Ja, ‘…’. De heer Van den Berg: En eigenlijk, voorzitter, was dat nou bij dat punt wat ik eigenlijk nog wilde maken. Ik stelde de vraag omdat ik daar echt serieus even dacht van hoe zit dat nou, en tegelijkertijd wilde ik afsluiten met die gewogen woorden. Dus ik kan de vraag nog wel een keer op papier zetten maar voor nu vind ik het voldoende. De voorzitter: Dank u wel. De heer Jacobse. De heer Jacobse: Dank u wel. Ik zat weer terug te bladeren en werd getroffen door de zin: lokaal waar het kan en regionaal waar het moet. Dat lijkt een open deur, maar dat is het natuurlijk niet. Maar heel concreet, als ik Laren zoek in het document dan vind ik dat maar op één of twee plekken terug en dan blijkt dat we ongeveer net zo groot zijn als Blaricum maar dat wist ik al. Maar de concrete vraag eigenlijk, wat zijn de mogelijkheden, wat is er operationeel inzetbaar aan mogelijkheden voor deze mensen in onze gemeente? De heer Den Dunnen: Het antwoord daarop, mijnheer de voorzitter, is vrijwel niets. De heer Jacobse: Heel fijn. Dus we gaan … De voorzitter: Dank u wel. De heer Jacobse: Dus we gaan naar Hilversum. Oké, dank u wel.
Pagina 25 van 57
De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat dit onderwerp nu genoeg besproken is en dat we dit kunnen doorleiden naar de raad van 30 juni. Met kennisnemen van het concept, kennisnemen van de bijgevoegde nota en instemmen met de zienswijze. Ik denk wel dat het gezien het belang dit een bespreekpunt in de raad moet zijn, en dan zou ik het graag door willen leiden. Dames, bedankt voor uw ondersteuning. Even één minuut voor de dames. Ik vind het best, vijf minuten pauze. Dames en heren, de tijd is weer voorbij. Het is 10 over 8, ik wou graag de vergadering heropenen. 6.1 Vaststellen jaarstukken 2020 gemeente Laren De voorzitter: En we gaan naar 6.1, vaststellen jaarstukken 2020 gemeente Laren. Ambtelijke ondersteuning, de heer Rink heb ik niet gezien. Theo de Haar is er als ambtelijke ondersteuning, en accountant Erik Vriesen van HZG Accountants, welkom. Wethouder, wilt u het inleiden? De heer Calis: Ja, dat is prima, voorzitter. We hebben vorige week een sessie gehad met de financiële klankbordgroep, daar zijn nog enkele punten in naar voren gebracht, die zijn inmiddels beantwoord, maar ik denk dat voor een helder inzicht we het beste het eerste het woord kunnen geven aan, met uw goedkeuring natuurlijk, aan de accountant. De voorzitter: Goed, de heer Vriesen, wilt u, uw inleiding alstublieft? De heer Vriesen: Ja voorzitter, dank u wel. Goedenavond allemaal.
Ja, voor u liggen de jaarstukken en ook het concept accountantsverslag van de gemeente Laren over het jaar 2020. Nou, het is een uitdagend jaar geweest met werken op afstand, corona die zo zijn sporen nalaat. En dat is natuurlijk in eerste instantie zijn dat sporen in de maatschappij, maar tegelijkertijd vindt u de sporen van de coronacrisis ook keurig netjes terug in de jaarrekening van uw gemeente. Daar bent u overigens niet uniek in. Wat er voorligt is een goedkeurend oordeel over de getrouwheid van de cijfers, en ook een goedkeurend oordeel als het gaat over de rechtmatige totstandkoming ervan. Dat is het goede nieuws en dat is in die zin ook een felicitatie waard omdat we wel merken dat met werken op afstand en ook alle onzekerheden die er zitten rondom de verantwoording van coronamaatregelen in de jaarrekening die natuurlijk ook op een bepaalde manier vanuit het Rijk naar gemeenten zijn overgedragen, Tozo is daar een mooi voorbeeld van, de gemeente Hilversum voert dat voor u uit. Maar tegelijkertijd de controlekaders die daarop zaten, die zijn pas in april van dit jaar bekend geworden. Nou ja, dan kun je je wel voorstellen dat er zo links en rechts wat dingen misgaan, en dat je dan uiteindelijk tot een goedkeurend oordeel kunt komen daar ben ik alleen maar heel blij mee.
Als je kijkt naar de financiën van de gemeente Laren, een tekort van 24.000 euro als het gaat over wat is er gebeurd ten opzichte van de begroting, maar tegelijkertijd, en dat is een signaal wat u van mij inmiddels wel gewend bent, als je kijkt naar het saldo van baten en lasten en dus ook de mutatie in het eigen vermogen van de gemeente Laren, dan staat daar opnieuw een min en dit jaar is dat een min van 1,2 miljoen. Dat betekent dat, er zijn vorig jaar zo links en rechts wat opmerkingen over gemaakt, maar dat betekent wel dat, en dat heeft u gelukkig ook onderkend, dat er wel echt maatregelen nodig zijn. Nou, er ligt een ombuigingspakket, en het is wel van groot belang dat dat pakket ook gerealiseerd wordt, want als je gewoon kijkt naar de vermogenspositie eind 2020 dan is er wel echt serieus iets aan de hand binnen Laren. Waar we vorig jaar nog zeiden van ja, je zit op de ondergrens of er net iets onder, ja, dat gat is inmiddels wel serieus groot geworden. En ja, daar kun je op verschillende manieren tegenaan kijken, maar als je kijkt naar de kengetallen zoals die gebruikelijk zijn in gemeenteland, dan is dat wel wat er aan de hand is. Tegelijkertijd is het ook zo dat de volatiliteit in de gemeentelijke financiering nog nooit zo groot is geweest als nu, want iedereen heeft het over de herijking in het gemeentefonds.
Nou, de eerste signalen daarvoor voor de gemeente Laren waren meer dan een miljoen in de min. Nou, dat plan, dat hebt u ook allemaal meegekregen, is natuurlijk door de minister Pagina 26 van 57
even teruggetrokken voor een nadere heroverweging. Maar daar komt ongetwijfeld weer een nieuw plan voor terug, en ik ben bang dat dat voor Laren betekent dat er misschien wel iets minder van af gaat, maar ik ben niet zo optimistisch over dat u erop vooruit zult gaan. Dat is overigens wel zo in de meicirculaire die onlangs is verschenen, dus dat gaat over de financieringen voor dit jaar en voor volgend jaar. Daar zitten wel een aantal plussen in, en er is natuurlijk nog het incidentele geld voor de jeugdzorg. En ook daar krijgt natuurlijk de gemeente Laren zijn aandeel in. Als je kijkt naar de controle hebben we een aantal aandachtspunten benoemd, die ga ik niet allemaal bij langs omdat er ook een aantal in die zin een jaarlijks terugkerend fenomeen zijn en dat heeft met name te maken met de verantwoordingsketen in het sociaal domein. Die veronderstel ik maar even als bekend. Nou, waar we met de organisatie en ook met het college wel over gesproken hebben is: hoe ga je nou om met verantwoording van subsidies en coronasteunmaatregelen binnen de gemeente Laren? Instellingen moeten dingen aanpassen, de bibliotheek is dicht, het zwembad is dicht, en hoe ga je nou met dat soort gesubsidieerde partijen om als het gaat over, nou ja, tekorten, aanpassen van activiteiten.
Nou, daar is uiteindelijk vanuit de organisatie ook een actie opgezet en daar hebben we ook gewoon voldoende zekerheid kunnen krijgen dat dat past binnen de kaders zoals raad en college van Laren dat met elkaar met een stukje aanpassing vanwege corona, dat dat binnen die kaders past. Wat minder goed past binnen de kaders, maar dat is dan meer de verslaggeverskaders waar ik als accountant over ga, dat is de onderbouwing van de onderhoudsvoorziening. Het is heel verstandig dat er een onderhoudsvoorziening is, laat dat helder zijn, alleen vanuit de verslaggevingsregels is het dan wel de verplichting om die ook adequaat te onderbouwen en vervolgens aan te kunnen geven waar eventuele afwijkingen zitten. Nou, en wat is er aan de hand voor het derde jaar op rij inmiddels, is de uitgaven die op dat plan gedaan worden, de geplande uitgaven zijn aanmerkelijk lager dan datgene wat er in de planvorming stond. En enerzijds is dat een uitstekende onderbouwing voor een onderhoudsvoorziening, maar aan de andere kant, op het moment dat je voor het derde jaar pak hem beet 20 procent van het geraamde bedrag uitgeeft, dan is het de vraag of het plan nog wel aansluit bij de daadwerkelijke onderhoudsnoodzaak die er is. Nou, daar hebben we al eerder met het college over gehad en we hebben nu uiteindelijk gezegd van ja, dat vinden we onvoldoende.
En om die reden hebben we gezegd van ja, dan is dus ook de voorziening in die zin onzeker, omdat we wel zien dat er een onderhoudsverplichting is maar de onderbouwing moet gewoon beter. Nou, en dat past ook in bredere herziening van alle beheerplannen die überhaupt aan de orde is. Ja, dat is even wat mij betreft, voorzitter, voor dit moment de inleiding. U hebt het stuk allemaal kunnen lezen en ongetwijfeld zijn daar nog vragen over. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Jong, mag ik met u beginnen? De heer De Jong: Ik zal mij vandaag nog beperken tot de technische vragen. Ik zou al gelijk wel willen verzoeken om het volgende ook op de raadsvergadering te willen zetten. Er is verschil tussen baten en lasten, was 1,2 miljoen, wij hebben in de tussentijd afgelopen jaar een eenmalige opbrengst van 1,5 miljoen voor de burgemeesterswoning, dus het structurele tekort is 2,7 miljoen. De gemeente Eemnes zag ik vandaag in hun jaarverslag dat die ongeveer 8 ton coronakosten hebben, in het verslag van de accountant zag ik dat de gemeente Laren het door de VNG geadviseerde maar onverplichte paragraaf over de pandemie niet heeft opgenomen. Ik schat dat op een ton of 7, 8, dus dan heeft een kleine 2 miljoen structureel tekort heeft de gemeente Laren, terwijl het de twee jaren daarvoor 1,5 miljoen was. Dus wij hebben structureel op lange termijn nog steeds een zeer aanzienlijk tekort.
Ik las in het verslag van het college dat er een huurkorting van 130.000 euro afgesproken is met Hart van Laren over 2020, maar ik neem aan, omdat dat deze week gebeurd is, dat die niet in de jaarcijfers zit. Daar zou ik graag duidelijkheid over willen hebben. Op de financiële vergadering die wij gehad hebben is er gemeld dat het zwembad uiteindelijk nog een keer 275.000 extra tekort had, waardoor de bijdrage voor de gemeente Laren het afgelopen jaar 650.000 euro geworden is. Is dat Pagina 27 van 57
wat ineens plotseling nog pal voor de jaarrekening binnenkwam, die 275.000, dat heb ik dus niet gevraagd op die financiële commissie, is dat eenmalig of structureel en wat zijn dat voor kosten ineens? Dan was er nog één vraag die ik in de financiële commissie gesteld heb niet beantwoord. Bij de incidentele baten en lasten was er 3 ton inkomsten begroot, maar die zijn niet binnengekomen, en wat waren dit voor kosten? De voorzitter: Dat was het, heer De Jong? De heer Van Midden, VVD. De heer Van Midden: Ja, dank u wel mijnheer de voorzitter. Ja, ik heb inhoudelijk over de jaarrekening niet zo gek veel meer te vragen omdat die uitgebreid aan de orde gekomen is in de klankbordgroep en de vragen die daar nog gesteld werden die open waren uitstekend zijn beantwoord. Ik had zelf wat vragen over de Tozo, nou, die cijfers heb ik gisteren gezien, dat geeft duidelijkheid. Er zijn eigenlijk twee dingen waar ik aandacht aan wil vragen. Het eerste, en dat zou je zeggen: ja, daar komt hij weer, maar dat is eigenlijk de kwaliteit van de beheersing van de bedrijfsprocessen, mijnheer Van den Berg. Je ziet dat overal terugkomen, niet alleen bij de BEL maar ook in zeg maar de jaarrekening van Laren, ik noem even de, ja, incidenten hoop ik met de afvalstoffenheffing en de rioolbelasting, waarbij uiteindelijk voor mijn gevoel de sommetjes niet zo goed gemaakt zijn.
Nou, we hebben nu 2,1 miljoen aan leningen, aan Tozo-leningen op de balans staan, waar we ook het kredietbeheer voor moeten gaan voeren. Ik denk dat daar ook de beheersing van dat proces, ja, een belangrijke sleutel is om het uiteindelijk zeg maar in goede banen te leiden en ook zorgen dat het geld allemaal weer terugkomt, al is het fijn natuurlijk dat de overheid daar ook een financiële achtervang in heeft, denk ik toch dat je je eigen kredietbeheer op orde moet hebben. Dus dat is het pleidooi wat ik wil doen, ik zie het ook terugkomen in de management letter van de accountant die daar ook nog steeds weer aandacht voor vraagt. En het tweede, en sluit aan bij het verhaal van de heer De Jong, ja, we zien toch dat structureel nog steeds een fors tekort is. En of het nou 1,5, 2 miljoen is of iets daar tussenin, het is gewoon veel te veel. En de vraag is of zeg maar de huidige bezuinigingsmaatregelen zoals ze nu gepland zijn uiteindelijk voldoende zijn om die tekorten weg te gaan werken. Ik denk het niet, wat ik zie is dat we, ja, vrij krampachtig bezig zijn jaarlijks de begroting sluitend te maken, dus in boekhoudkundige termen: we zijn heel erg bezig met onze winsten- en verliezenrekening te managen, terwijl ons eigenlijke probleem zit in de balans.
Dus ik zou ervoor willen pleiten, en daar ontstond in de commissie ook draagvlak voor, om eens te kijken van joh, kunnen we dan niet een soort langetermijnplan maken, echt gericht op de versterking van de balans, waarbij we zowel naar de uitgavenkant als naar de inkomstenkant kijken. En voor wat de inkomstenkant staan er ook wat incidentele baten op de rol, om het even zo te zeggen, waarbij we in ieder geval afgelopen jaar gezien hebben, als het gaat om incidentele baten van de burgemeesterswoning, dat die als sneeuw voor de zon verdwenen is. Dat komt natuurlijk door COVID, want we hebben een miljoen aangewend voor het COVID-fonds maar je kan er vergif op innemen dat volgend jaar ook weer iets is waardoor het verdwijnt en het jaar daarop hetzelfde zal gebeuren. En voor je het weet zijn al jouw incidentele baten ook weer verdwenen. Dus mijn pleidooi is om uiteindelijk toch eens met zijn allen te kijken van joh, kunnen we nou, en misschien wel termijnoverstijgend tot een meerjarenplan komen dat echt is gericht op versterking van de balans en de ratio’s, zodat we uiteindelijk genoeg geld in kas hebben om weer echt leuke dingen te gaan doen in plaats van dingen af te gaan nemen. Ja, dat is eigenlijk het enige wat ik daar verder over wilde zeggen, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Jacobse.
De heer Jacobse: Dank u wel voorzitter, ik sluit mij opnieuw, zoals ook in de klankbordgroep besproken, aan bij wat de heer Van Midden zei. We hadden het toen over de OZB, wat zou het niet handig zijn om daar eens een plannetje voor te maken en dat te middelen voor een aantal jaren, vijf, acht, en dan dat jaarlijks toe te passen waarbij we niet alleen de burgers voortdurend lastigvallen maar ook elkaar niet naar het leven staan in de Pagina 28 van 57
raad. Ik ben erg tevreden met wat de heer Van Midden nu eigenlijk zegt, dat zou je in groter verband moeten doen. Dus je zou best eens eventjes, al is het, we noemen het even een droombegroting maar dat is natuurlijk flauwekul, ik … Laten we eens even in de toekomst kijken, want ik heb een aantal vragen voor de accountant, die kan hij ook zelf invullen. Hoe ziet dat er over drie jaar uit? Hebben wij voldoende kracht om dat in te vullen? Waar halen we de extra inkomsten vandaan schuine streep hoe drukken we de kosten naar beneden? Nou, in die discussie die ik graag aanga, en die we met elkaar zouden moeten voeren met de wethouder, denk ik dat we niet moeten schromen om eens out of the box aan plannetjes te denken om te kijken of we daar iets mee kunnen doen. Dan kan ik natuurlijk nog gaan roepen wat ik wel of niet vond van de begeleidende brief, bladzijde 4, vijfde blokje. Ik kan alleen maar zeggen dat ik tevreden ben met wat de accountant levert en dat zal die zelf ongetwijfeld ook zijn. Laat onverlet dat we op lange termijn natuurlijk op een soort vals plat zitten, waarbij onze solvabiliteit achteruit blijft gaan, en het lijkt mij interessant om vast te stellen waar het keerpunt is.
Laten we eens kijken hoe dat echt moet, anders dan dat we precies zoals eerder gezegd incidenteel en jaarlijks tot de conclusie komen dat de accountant het goed gedaan heeft, dat de wethouder zijn zaken op orde heeft, maar dat we met zijn allen naar het putje gaan. Dat kan de bedoeling niet zijn wat mij betreft, dus die suggestie wil ik de raad graag meegeven om er misschien eens een werkgroepje bij elkaar te halen om daar tot diep in de nacht over te bomen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel voorzitter. Voordat de coalitiepartijen elkaar huilend in de armen vallen van geluk omdat ze het zo met elkaar eens zijn gaan we toch eens eventjes een kleine verwijzing doen naar de plannen van het college met betrekking tot de komende jaren, waarbij alle problemen als een soort bulldozer vooruitgeschoven worden, en de heer Van Midden geeft het terecht aan: het tafelzilver is al versjacherd en ook al opgemaakt, en van een echte structurele oplossing is nog steeds geen sprake. En als we het aan het huidige college overlaten komt dat ook dit leven niet meer, volgens mij. Dus ik ben heel erg met mijnheer Jacobse eens dat er wat moet gebeuren, maar dan wel wat op wat kortere termijn.
En mijn vraag is dan ook aan de accountant, want die zal ongetwijfeld ook de voorstellen gezien hebben, de meerjarenramingen, dat kan zo niet blijven toch, neem ik aan, mijnheer de accountant, er zal toch echt structureel wat moeten gebeuren en er zal echt gekozen moeten worden? Alles kan maar niet alles tegelijk, en volgens mij moeten we geen werkgroepje hebben maar moeten we dat misschien inzet van de verkiezingen maken of zo, misschien is dat een leuke suggestie. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van de Berg. De heer Van den Berg: Nou, de heer Van Midden heeft ook namens de CDA-fractie gesproken en dus dat behoeft geen herhaling. Ik zou er eigenlijk nog twee dingen bij aan willen vullen en dat is op de agenda van de komende maanden komt bijvoorbeeld het Raadhuis langs en dat zie ik dan ook nog als een kroonjuweel dat dat mogelijkerwijs dan maar op de nominatie komt te staan om te gaan verkopen om op die manier zeg maar onze liquiditeit wat bij te stellen. Maar tegelijkertijd denk ik dan ook, dan komen we ook aan de activakant in de balans aan de verkeerde kant te zitten, want zoals mijnheer Vos ook zegt, dat geld verdampt dan ook weer. Dus daar, de discussie zal wat breder gevoerd moeten worden maar tegelijkertijd zegt dat niks over de jaarrekening nu, die er nu voorligt, en daar heeft de accountant denk ik voldoende duidelijke woorden over gesproken.
Ik vroeg me alleen in dit verband af, en dan kijk ik vooral even naar de wethouder: recentelijk verschijnen er wat verontrustende berichten in de krant over de Vervoer BV, ik denk niet dat die voor ons die kosten in 2020 zitten, maar ik zou wel eigenlijk in dit verband van de jaarrekening 2020 daar een opmerking
Pagina 29 van 57
over willen maken in hoeverre dat voor, zeg maar toch vrij actueel, voor Laren ook gaat uitpakken. En dat gezegd hebbende, voorzitter, laat ik het hierbij. De voorzitter: De heer Grunwald. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Ja, het jaar 2020 is afgesloten en het staat weer keurig opgesomd bij elkaar en kan de goedkeuring van de accountant wegdragen, dat is mooi, daar is veel werk in verricht en dus die administratieve organisatie daaromtrent die staat wel. Laat onverlet dat er toch een aantal opmerkingen over te maken zijn en een aantal vragen die ik nog heb naar aanleiding van het verslag. Nou, allereerst, ja, het accountantsverslag zit natuurlijk tussen de regels door. Soms heel openlijk en soms wat meer tussen de regels inderdaad, voor waarschuwingen en aanbevelingen, dus het is zoals alom hier bevestigd wordt hoog tijd dat er iets ingrijpends gebeurt om het tij te keren in die zin.
Wat ik naar aanleiding van het rapport nog voor vragen heb is allereerst over de COVID-situatie, is eigenlijk überhaupt te becijferen wat COVID eigenlijk de gemeente zoal kost in die zin? Welke kosten, met welke omvang heeft Laren eigenlijk daadwerkelijk gemaakt, wat dit betreft? Ik weet niet of dat nu al vastgesteld kan worden, maar het zou wel interessant zijn om dat op enig moment te weten zodat we dus het kaf van het koren kunnen scheiden en dus inderdaad weten van wat kunnen we aan COVID toeschrijven en wat valt in de reguliere huishouding. Een andere vraag is eentje met betrekking op het sociaal domein, daar komen we dus eigenlijk ettelijke miljoenen tekort, en de vraag is: nou, als dat nou op de een of andere manier dus in één keer bijgepast zou kunnen worden, is daarmee het bloeden van de wond gestelpt of is dat een, ja, blijft dat maar dooretteren in deze zin? Dat is een vraag, en wat betreft dus het onderhoud wat niet uitgevoerd is, is de vraag dan natuurlijk van wat zou het resultaat geweest zijn, financieel gezien, als het nodige wel was gedaan? Wat zijn eigenlijk, wat gebeurt er als het advies van de accountant opgevolgd wordt, wat gebeurt er dan in de financiële huishouding? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer de wethouder, de heer Calis. De heer Calis: Dank u wel, voorzitter. Ja, uitermate zinnig commentaar en vragen.
Mijnheer De Jong voor de zoveelste maal schetst hij de verslechterende positie van Laren, en ik denk dat doet hij al voor de derde keer in mijn termijn als wethouder en voor de derde keer zeg ik ook dat hij groot gelijk heeft. Het is zo dat de algemene reserve zien we kleiner en kleiner worden, daarbij roep ik in herinnering dat deze raad ook aanmerkelijke uitgaven in het verleden heeft goedgekeurd, ik denk even aan de lening van 3 miljoen voor Singer, 4 miljoen voor het zwembad, 2 miljoen voor het Brinkhuis, dat telt op tot 9 miljoen, en dat is toen allemaal flink uitgegeven en daar hebben we prachtige voorzieningen voor teruggekregen maar het verslechtert de balans. En zoals de accountant in ons gesprek zei: Laren is een arm dorp met rijke inwoners. En als je nog om je heen kijkt in Noord-Holland dan doen we het relatief nog goed omdat heel veel gemeentes de begroting langjarig niet sluitend krijgen en ook zo goed als geen reserves meer hebben. Voor die reserves verwachten wij toch, ja, kan je refereren aan het tafelzilver, maar het is natuurlijk er is een verschil tussen boekwaarde en marktwaarde.