CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20210622Rvs28 Vaststelling bestemmingsplan met MER en beeldkwaliteitplan ‘Buurtschap Crailo’ BIJLAGE reactienota

Commissie Ruimte en Infrastructuur 22 juni 2021, gemeente larenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan met MER en beeldkwaliteitplan ‘Buurtschap Crailo’63.688 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 7

Bijlage 1 betreft zoals in paragraaf 4.3.4. van de MER is aangegeven een vertrekpunt in de ambities en betreft geen limitatieve opsomming van maatregelen. Nu worden bramenstruiken en appelbomen als voorbeelden genoemd in het kader van het toevoegen van eetbaar bos maar daarmee is nu niet gezegd dat dit de meest passende soorten zijn. In bijlage 6 bij de toelichting van het bestemmingsplan is in paragraaf 4.3.4. toegelicht waarom het natuurtype 'voedseltuinen' bij de ambities past. Er is onder andere aangegeven dat dit moet bijdragen aan een veelzijdig (micro)habitat dat nu nog niet in het gebied aanwezig is. Ook is aangegeven welke soorten er gebruik van maken. Indiener reageert dus puur op een enkele maatregel en gaat voorbij aan het bredere kader op dit gebied. Om de biodiversiteit van de hogere zandgronden te versterken volgt het plan in de regio

Nee

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

58 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

modewoord, een containerbegrip. Het Ontwerpbestemmingsplan leidt tot het tegenovergestelde van wat het Verdrag inzake Biologische Diversiteit (Convention on Biological Diversity, CBD) beoogt. (p.69)

voorkomende natuurtypen als streefbeeld voor het openbaar groen. In Nederland komt veel natuur voor die cultuurvolgend is, en daarvan zelfs sterk afhankelijk is. Denk hierbij aan extensieve, kleinschalige akkerbouw en begrazingsgebieden. Dit type natuur maakt een kenmerkend deel uit van de Nederlandse biodiversiteit. Ook op de hogere zandgronden is kleinschalige akkerbouw en veeteelt eeuwenlang aanwezig geweest en was daarmee vormend voor de karakteristieke biodiversiteit. De inrichting van het derde deelgebied is hierop geïnspireerd. Het realiseren van extensief beheerde voedseltuinen en het aantrekken van de bijbehorende soorten past daarom goed binnen de door indiener aangehaalde verdragen met betrekking tot biodiversiteit.

Wijz

GM25/ L13/ H17be.

biodiversiteit

3.3.2. Indiener stelt dat terwijl daarenboven in regel 18 van bijlage 1 van het MER-rapport van 1 december 2020 over ,, biodiversiteit “ in kolom 3 vermeld staat over het ,,streven naar heide in het gebied Crailo, dat dit niet reëel is in een stedelijke omgeving, wordt ook daar – in strijd met de feiten (zie Zienswijze pg. 22 e.v. –vermeld:,, 4 natuurtypen, aansluitend bij bestaande natuurdoeltypen in omgeving:a. Heischraal grasland (is soortenrijker, en realistischer in woonomgeving dan heide)b. Bos, met een gradiënt naar open gebied in de vorm van een zoom (met name aan zuidkant bosstructuren)c. Poelen; hoewel deze momenteel niet op locatie voorkomen is het een wens van GNR en aansluitend bij natuurbrug Laarderhoogt. Bovendien vergroot het de biodiversiteitd. Voedselrijke tuinenwereld bij kazernecomplex ter aanvulling en verlenging bloeiperiodes wilde bijen en vlinders.” (p.69)

In de betreffende kolom is het realiseren van 4 natuurtypen die aansluiten bij de bestaande natuurdoeltypen in de omgeving opgenomen. Onder 'a' is aangegeven: 'Heischraal grasland (is soortenrijker, en realistischer in woonomgeving dan heide)', van belang is te constateren dat het niet beoogd is om 'heide' te realiseren, maar juist 'heischaal grasland'. In de zienswijze van indiener komt echter naar voren dat deze verwezenlijking van het natuurdoeltype 'heischaal grasland' op de betreffende locatie ook niet realistisch vindt. Daar zal hierna nog inhoudelijk op gereageerd worden. Van belang is echter dat hier sprake is van een besluit over een bestemmingsplan voor een gebied waar getracht gaat worden diverse duurzame ambities te verwezenlijken. Biodiversiteit is door de raden als 1 van de vier centrale speerpunten aangewezen die aan de plannen ten grondslag gelegd moet worden. Het bestemmingsplan is echter slechts 1 van de instrumenten om te borgen dat door de te nemen maatregelen de gestelde doelen bereikt worden. In dit geval is aangegeven dat het bestemmingsplan geen rol speelt bij de borging, maar dat dit gaat via de ontwikkelstrategie/uitgifteovereenkomsten en via beheercontracten. In het bestemmingsplan zijn wel zodanige vrij algemene bestemmingen opgenomen dat realisatie van deze natuurdoeltypen mogelijk is, maar is dit niet specifiek bestemd.

Dit betekent dan ook dat een besluit tot vaststelling van dit bestemmingsplan niet betekent dat de gronden puur voor de realisatie van deze natuurdoeltypen bestemd zijn en dat de vraag in hoeverre dit haalbaar is in het kader van de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet relevant is. Een en ander neemt natuurlijk niet weg dat wij op basis van het ecologisch advies van oordeel zijn dat het streven naar dit natuurdoeltype een passende maatregel is in het kader van biodiversiteit.De natuurtypen heischraal grasland en bos zijn gekozen als streefbeeld vanuit de ambitie van de GEM om gebiedseigen natuur te realiseren binnen het openbare groen. Het is mogelijk dat door te intensieve betreding, te hoge stikstofdepositie of een andere oorzaak het streefnatuurtype uiteindelijk niet de hoogst mogelijke kwaliteit behaald. Het blijft echter steeds het streven een zoveel mogelijk gebiedseigen natuurtype te realiseren door middel van langjarig consequent beheer. De achterliggende gedachte bij deze keuze is dat ook een mindere kwaliteit gebiedseigen natuur nog altijd meer waarde heeft voor de lokale soorten, en duurzamer is, dan een gebiedsvreemde groeninrichting (zoals grote gazons, gebiedsvreemde vaste planten en/of een parkachtige inrichting).

Nee

GM25/ L13/ H17bf.

biodiversiteit

3.3.2. Indiener verwijst naar regel 19 van bijlage 1 van het MER-rapport over biodiversiteit en stelt dat in regel 19 is vermeld 'Behoud waardevolle boomgroepen en solitaire bomen' en stelt de wijze waarop de gemeentelijke overheden invulling geven aan het verdrag van Rio de Janeiro de plank volledig mis slaat. Het is volgens indiener nog erger omdat bij de realisering van dit plan de beheerdoeleinden van het GNR op grove wijze geschaad zouden worden . De functionaliteit van de natuurbrug Laarderhoogt wordt onmogelijk gemaakt door het zich niet houden door de drie gemeente, c.q. de GEM aan de twee fundamentele afspraken ter zake van ten eerste de minimaal aan te houden afstand tussen de gebouwen en bouwwerken van Crailo in het gebied met de naam ,,Op Zuid” tot de teen van de natuurbrug, en ten tweede het niet nakomen van de aanleg door de GEM van een substantieel beschermende begroeide natuurwal van 5 meter hoog ter afscherming van de Natuurbrug Laarderhoogt. (p69 en 70)

Verwezen wordt naar de reactie onder punt GM25/ L13/ H17o.

Nee

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

59 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz

GM25/ L13/ H17bg.

Flora en fauna rond plangebied

3.3.2. Indiener stelt dat de stelling/suggestie in paragraaf 5.3.5.3. van de toelichting bij het bestemmingsplan dat er in de omgeving van het plangebied sprake is van 'rijke lokale flora en fauna' niet in maat en getal is gemotiveerd. (p 70)

In paragraaf 5.3.5. staat, anders dan indiener meent, dat het binnen het plangebied gebruiken van natuurdoeltypen die aansluiten bij de omgeving en de bestaande ondergrond resulteert in een rijke flora en fauna. Het gaat hier dus om de flora en fauna binnen het plangebied als beoogd resultaat, de stelling zegt niets over de rijkheid van de flora en fauna in de omgeving van het plangebied.

Nee

GM25/ L13/ H17bh.

Flora en fauna rond plangebied

3.3.2. Indiener stelt dat de omringende NNN-gebieden nu nog profiteren van de bestaande rust. Maar de Buizerd en de Grote bonte specht en de Zwarte specht die bij voorbeeld nog op 18 februari 2021 bij een onderzoek van het plangebied nog werden gehoord bij het Gebed zonder End aan de zuidkant van Crailo bij de ANWB-paddenstoel naar Bussum, Laren (Janskerkhof) en Hilversum etc. profiteren nu nog van de stilte en rust, evenals de dassenclan en de burcht bij de Watertoren van Laren op 220 meter afstand van het plangebied. Dit is minder dan de jurisprudentiële maatstaf van 250 meter van de ABRvS in staande jurisprudentie. Het plan is volgens indiener niet uitvoerbaar op voorhand. (p.70)

Zwarte specht en grote bonte specht zijn zogenoemde categorie 5 soorten. Dit zijn soorten die jaarlijks terugkeren naar hetzelfde nest of de directe omgeving daarvan, maar die voldoende flexibel zijn om zich in de directe omgeving te hervestigen. De kap van bomen wordt binnen Crailo zoveel mogelijk beperkt en bij de kap wordt vanzelfsprekend rekening gehouden met aanwezige broedende vogels in het kader van de Zorgplicht. Nestplaatsen van Zwarte specht zijn op dit moment niet bekend op Crailo. Rond het gebied is ruim voldoende alternatief leefgebied aanwezig. Daarnaast blijven meerdere boskernen en potentiële nestbomen in Crailo gespaard.

Ja

Binnen het gebied is een jaarrond beschermd nest van buizerd aangetroffen. Deze bevindt zich in een boskern die behouden blijft en aan het Goois Natuurreservaat is overgedragen. Indien, in verband met verstoring van het nest tijdens de aanlegfase, een ontheffing noodzakelijk is, zal deze worden aangevraagd. Op dit moment is het aannemelijk dat deze verkregen kan worden wat het plan uitvoerbaar maakt. Er is uitgebreid soortgericht onderzoek gedaan naar het gebruik van Crailo door de das. Daarbij zijn geen sporen of een burcht van de das aangetroffen. Daarnaast is met tientallen wildcamera's gezocht naar dassen. Tijdens dit nader onderzoek zijn in totaal slechts drie waarnemingen van das gedaan. Daaruit volgt dat Crailo geen essentieel onderdeel van het leefgebied uitmaakt en daarmee geen beschermde status voor de das geniet. Het kennisdocument Das (Meles meles) van BIJ12 geeft daarbovenop aan dat alleen activiteiten binnen 200 meter van de meest nabijgelegen toegang effect kunnen hebben op de functionaliteit wanneer de activiteiten plaats vinden tussen zonsondergang (of 19:00 wanneer de zon later onder gaat) en zonsopgang. Gezien het geringe gebruik van Crailo door de das, de aangegeven afstand en het feit dat veel werk overdag zal plaatsvinden zijn effecten uitgesloten. Voor het overige wordt verwezen naar paragraaf 3.3 van deze reactienota.

Mede naar aanleiding van deze reactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. De conclusie van paragraaf 3.3 is toegevoegd aan paragraaf 6.11 van de toelichting waarbij is aangegeven dat alle onderzoeken zijn opgenomen in bijlage 19 van de toelichting bij het bestemmingsplan GM25/ L13/ H17bi.

Onze referentie:

Haalbaarheid verrijking natuur en flora en fauna

- Datum: 12 april 2021

3.3.2. Indiener stelt dat De propaganda waardoor het ,,Stedenbouwkundig – en Landschapsplan 12/2019 van de ,,Buurtschap” Crailo” wordt gekenmerkt, met de opsomming van nauwelijks in het gebied voorkomende plant- en diersoorten niet getuigt van werkelijkheidszin. Interessant is volgens indiener dan ook de veelzeggende mededeling op pg. 27/72: ,, In het bestemmingsplan worden de natuurdoeltypen niet vastgelegd, wel wordt door bestemming groen en natuur én clustering van gebouwen ruimte voor deze streef- en natuurdoeltypen gefaciliteerd”. Zeer verstandig worden deze streefsoorten etc. niet vastgelegd, omdat bij de door de Commissie voor de milieueffectrapportage dringend geadviseerde ,,blijvende monitoring” zal blijken, dat van realisatie van dergelijke vestiging van soorten etc. niets terecht komt. Op voorhand is dit plan tot verrijking van natuur-en flora en fauna niet uitvoerbaar! Aan de huidige Wezenlijke Kenmerken en Waarden zal bij realisatie van dit stedelijk bouwplan afbreuk worden gedaan. In dit plan wil de GEM Crailo immers alles tegelijk, maar al die doelen gaan niet samen! (p. 70-71)

Zoals in een eerdere reactie is aangegeven wordt het bestemmingsplan inderdaad niet gebruikt om de natuurdoeltypen direct te bestemmen. Er wordt niets gesteld over het vastleggen van de streefsoorten in het bestemmingsplan. De vraag over de haalbaarheid van de ambities is er dan ook niet één die samenhangt met de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Op basis van het verrichte onderzoek achten wij de ambities ambitieus maar haalbaar, door in te zetten op een samenhangend pakket aan maatregelen en te blijven monitoren en bijsturen.

Nee

60 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz

GM25/ L13/ H17bj.

ecowal

3.3.2. Indiener wijst op de op het terrein aanwezige chaos en vraagt zich af of op die plek hoogwaarde natuur moet komen. Indiener wijst daarbij op een tekst in paragraaf 6.3.1. van de toelichting waarin on der andere is aangegeven dat de saneringskosten tijdig in kaart moeten worden gebracht. Indiener wijst op een tekst over grondverzet in paragraaf 6.3.1. van de toelichting waarin is aangegeven dat de ecowal binnen het grondwaterbeschermingsgebied ligt en dat daardoor strengere regels een aandachtspunt bij het grondverzet en hergebruik van materialen binnen het gebied vormt. N.a.v. een opmerking van mevrouw E. Vlaswinkel van de GEM Crailo in het ,,webinar’ van 4 februari 2021 ,, dat de ecowal zou worden opgebouwd met materiaal , dat gevonden wordt in dit gebied.” adviseert indiener hier niet aan te beginnen en de kosten te verhalen op het Ministerie van defensie en niet hoofdelijk om te slaan op de kopers en huurders van de woningen in Crailo. (p71 en 72).

Alle door u aangegeven aandachts- en zorgpunten, de kosten en financiering daarvan zijn voldoende bij ons in beeld en worden niet hoofdelijk op de kopers en huurders van de woningen in Crailo omgeslagen. Er is een ten minste positieve grondexploitatie ten doel gesteld en dus niet één die gericht is op winstmaximalisatie.

Nee

GM25/ L13/ H17bk.

Stikstofdepositie

3.3.2. Indiener stelt dat in paragraaf 6.11 van de toelichting over 'Natuur' geen aandacht wordt besteed aan de voortgaande stikstofdepositie vanuit de lucht en van door faecaliën van honden en katten van de toekomstige bewoners in dit plangebied op de natuur in dit gebied zelf en op de NNN gebieden, direct daaraan grenzend. Indiener verwijst hierbij naar hetgeen hierover eerder in de zienswijze naar voren is gebracht (p. 72 en 73)

De eventuele effecten van stikstofdepositie op de haalbaarheid van het vestigen van beoogde streefnatuurtypen wordt in reactie op het punt onder 'GM25/L13/H17be' behandeld.Een verhoogde stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuurtypen door de gebruiks- en aanlegfase door bijvoorbeeld voertuigen of uitwerpselen van het gebied betreft een extern effect op het Natuurnetwerk Nederland. In de provincie NoordHolland (en de nabijgelegen provincies Utrecht en Flevoland) hoeft niet getoetst te worden aan externe werking van een activiteit of voornemen.

Nee

GM25/ L13/ H17bl

Realiteit heischaalgrasland

3.3.2. Indiener stelt dat de Herstelstrategie H6230 in paragraaf 6.11 van de Toelichting ten onrechte niet in de bijlage 1 van het MER-rapport van 1 december 2020 is genoemd. In die bijlage wordt op pg. 2/12 in regels 18 en 19 kolom 3 geschreven ,,over de onhaalbaarheid van het creëren van Heide in stedelijk gebied”. Hetzelfde geldt volgens indiener, zoals uit de Herstelstrategie voor Heischrale graslanden duidelijk is, voor het creëren van Heischraal grasland in het plangebied Crailo. (p. 72)

De haalbaarheid van het vestigen van beoogde streefnatuurtypen wordt in reactie op het punt onder 'GM25/L13/H17be' behandeld.

Nee

GM25/ L13/ H17bm.

Realiteit heischaalgrasland

3.3.2. Indiener wijst er op dat in het Tauw-rapport van 22 november 2019 , ,, Biodiversiteit op Crailo(32 pagina’s) , rapportnummer R001-1267071JRE-V01-nda-NL ten behoeve van de GEM Crailo, projectnummer 1267071 (auteurs Jeroen Reimerink, Carolien Wegstapel en Martin van Oosterhout) voor Heischraal grasland op pg.5/32 een Ontwikkelingsduur van circa 10 jaar wordt genoemd en dat in gebieden ,, zonder betreding en zonder spel en vertier van kinderen, honden en volwassenen, zoals in de open gebieden van Crailo, het openbaar gebied van 25 hectare van vraag 26 ,, Webinar” van 4 februari 2021 het geval zal zijn. (p. 73)

Verwezen wordt naar de reactie op het punt onder 'GM25/L13/H17be' In aanvulling kan worden gesteld dat veel speelactiviteit zich rondom de speelplaatsen clustert en dat met een opruim- en aanlijnplicht, overlast door honden geminimaliseerd kan worden.

Nee

GM25/ L13/ H17bn.

Weglaten essentiële informatie

3.3.2. Indiener stelt onder verwijzing naar paragraaf 6.11.1.2. over stikstof dat Alle documentatie uit juni 2020, ,,Herstelstrategie H6230 Heischrale graslanden” (zie pg. 23 e.v. van de Zienswijze) ten onrechte niet is genoemd in de Toelichting. NB. Dit geldt volgens indiener ook voor de eerdere versie van de Herstelstrategie uit 2016, die evenmin in de Toelichting is genoemd. (p. 73)

De haalbaarheid van het vestigen van beoogde streefnatuurtypen wordt in reactie op het punt onder 'GM25/L13/H17be' behandeld.

Nee

GM25/ L13/ H17bo.

Crailo als stadswijk/nieuw stedelijk gebied

3.3.2. Indiener stelt n.a.v. paragraaf 6.12.1 'Entreegebied van Crailo en eventuele ontwikkelingen bij de knoop' dat met deze paragraaf wordt bevestigd, dat het gaat om een nieuw stedelijk gebied , aanknopende bij de bebouwde kom van Bussum. Hier wordt. zo stelt indiener, tevens gesproken van een ,, ondergrondse voet-/ fietsverbinding nabij het entreegebied onder de A1 naar de Tergooi-locatie: ,, Deze ondergrondse verbinding zal het profiel van het entree gebied (en daarmee van de hele stadswijk Crailo, SNLG) als knoop met een commerciële functie zeker versterken. Aan de kant van Crailo wordt in de planologie rekening gehouden met deze ontwikkeling zodat deze op termijn inpasbaar zal zijn. (p. 73 en 74)

Het gaat bij de ontwikkeling van Crailo inderdaad om een nieuwe stedelijke ontwikkeling, dat wordt niet ontkend. Het gebruik van de term 'Buurtschap' heeft hierover mogelijk tot verwarring geleid, verwezen wordt naar de reactie op de zienswijzen die betrekking hebben op het gebruik van deze term die is opgenomen onder id. GM25/ L13/ H17q.

Nee

GM25/ L13/ H17bp.

Algemeen oordeel

3.3.2. Indiener concludeert op basis hiervan dat het gaat om een grootschalig, moneydriven en uiteindelijk commercieel stedenbouwkundig project, dat niets uitstaande heeft met een ,,buurtschap” en evenmin met versterking van biologische diversiteit in dit plangebied. Integendeel.

Wij kunnen ons niet vinden in uw oordeel, zoals blijkt uit onze inhoudelijke reacties op de door u ingebrachte inhoudelijke punten

Nee

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

61 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz

GM25/ L13/ H17bq.

Kwaliteit NRD

3.4.2. Indiener stelt met betrekking tot de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (m.e.r.) Crailo (bijlage 8 bij de toelichting) dat deze niet aan de eis van volledigheid en correctheid van informatie voldoet omdat er nergens iets is opgenomen over de erbarmelijke staat, waarin het voormalige terrein van Defensie zich bevindt. (p.75)

De Notitie Reikwijdte en Detailniveau heeft van 26 april tot en met 6 juni 2019 ter visie gelegen, waarbij de gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen. Nu noch indiener, noch iemand anders, gebruik gemaakt heeft van de geboden mogelijkheid om dit punt naar voren te brengen op het daarvoor bedoelde moment, wordt daar op dit moment niet meer alsnog inhoudelijk op ingegaan.

Nee

GM25/ L13/ H17br.

Kwaliteit NRD

3.4.2. Indiener stelt onder verwijzing naar enkele in de zienswijze opgenomen citaten dat in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau wordt gesuggereerd dat het plangebied voor ondernemers en projectontwikkelaars, aannemers en bouwers 'een probleemloos gebied' is. In het stuk wordt melding gemaakt van het feit dat het terrein jarenlang afgesloten is geweest, zonder dat er iets over de nijpende en bittere noodzaak van een zeer kostbare saneringssituatie wordt medegedeeld. Indiener stelt op basis van eigen waarneming en na een telefoongesprek met de heer [anoniem gemaakt] van GNR dat de situatie zodanig is dat voor de sanering om tot 'natuur' te komen grote financiële offers moeten worden gebracht. Indiener wijst er op dat er in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau in paragraaf 3.4 'Raadsbesluiten' echter met geen woord wordt geschreven over de onhoudbare saneringssituatie op Crailo. Niets is er te vinden over staat en omvang van deze problemen. Over saneringskosten wordt nergens geschreven in de Notitie. (p. 75-78)

De Notitie Reikwijdte en Detailniveau heeft van 26 april tot en met 6 juni 2019 ter visie gelegen, waarbij de gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen. Nu noch indiener, noch iemand anders, gebruik gemaakt heeft van de geboden mogelijkheid om dit punt naar voren te brengen op het daarvoor bedoelde moment, wordt daar op dit moment niet meer alsnog inhoudelijk op ingegaan.

Nee

GM25/ L13/ H17bs.

Kwaliteit NRD

3.4.2. Indiener stelt dat het in paragraaf 5.1 van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau opgenomen kaartje (figuur &) een black-box is ter zake van de "landschappelijke kwaliteiten van dit plangebied”. Er lijkt geen vuiltje aan de lucht te zijn. Lezers van de Notitie hoeven er volgens indiener niet op alert te zijn.Er is volgens indiener sprake van een onoverkomelijk hiaat in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (m.e.r.).Ook in dit kaartje is niets te vinden over sanering (zie figuur 7: ,,Het plangebied voor de ontwikkeling van buurschap Crailo”). (p. 78)

De Notitie Reikwijdte en Detailniveau heeft van 26 april tot en met 6 juni 2019 ter visie gelegen, waarbij de gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen. Nu noch indiener, noch iemand anders, gebruik gemaakt heeft van de geboden mogelijkheid om dit punt naar voren te brengen op het daarvoor bedoelde moment, wordt daar op dit moment niet meer alsnog inhoudelijk op ingegaan.

Nee

GM25/ L13/ H17bt.

Kwaliteit NRD

3.4.2. Indiener stelt dat de in paragraaf 5.1 van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau beschreven 'referentiesituatie' nooit adequaat is vastgesteld. Zo de referentiesituatie ter zake van de bovengrondse en ondergrondse saneringssituatie in het plangebied Crailo ooit is geïnventariseerd, is dit volgens indiener niet adequaat gepubliceerd en is dit weggehouden uit de besluitvorming. (p. 78)

De Notitie Reikwijdte en Detailniveau heeft van 26 april tot en met 6 juni 2019 ter visie gelegen, waarbij de gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen. Nu noch indiener, noch iemand anders, gebruik gemaakt heeft van de geboden mogelijkheid om dit punt naar voren te brengen op het daarvoor bedoelde moment, wordt daar op dit moment niet meer alsnog inhoudelijk op ingegaan.

Nee

GM25/ L13/ H17bu.

Kwaliteit NRD

3.4.2. Indiener stelt dat de in paragraaf 5.2 van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau over de te onderzoeken ruimtelijke modellen evenmin wordt gesproken over de zwakke kanten van dit gebied. Indiener stelt dat een sterkte/zwakte analyse vanuit ruimtelijk oogpunt (zoals aangegeven in alinea 2 van par. 5.2 Notitie Reikwijdte en Detailniveau) door ARCADIS of de GEM Crailo BV, of door wie van de overheden ook, nooit is opgemaakt. (p. 78).

De Notitie Reikwijdte en Detailniveau heeft van 26 april tot en met 6 juni 2019 ter visie gelegen, waarbij de gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen. Nu noch indiener, noch iemand anders, gebruik gemaakt heeft van de geboden mogelijkheid om dit punt naar voren te brengen op het daarvoor bedoelde moment, wordt daar op dit moment niet meer alsnog inhoudelijk op ingegaan.

Nee

GM25/ L13/ H17bv.

Kwaliteit NRD

3.4.2. Indiener stelt dat er in par. 5.3 van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau over de te onderzoeken effecten met geen woord wordt gesproken over de aanwezige ruïnes, ondergrondse en bovengrondse puinbergen, metaal, èn ammunitie in het plangebied. Een globale, categoriale aanduiding van een ,, wirwar onder het maaiveld van leidingen en voorzieningen” is geen adequate beschrijving van de situatie en verhult de omvang van het probleem. Dit is een ernstig en onoverkomelijk hiaat en vaagheid in de Notitie. Wie hoeft er door deze tekst van de Notitie hier bij voorbeeld op verdacht te zijn op een door Defensie opnieuw in de grond verborgen ,, half vliegtuig” elders op het terrein, nadat het eerst moest worden verwijderd uit de grond om door te kunnen gaan met het nieuwe dierenverblijf, de stal op de manege Gooi en Eemland na de ruilverkaveling van dit bedrijf? (mond. mededeling van mevrouw [anoniem gemaakt] op woensdag 10 februari 2021 aan de heer [vertegenwoordiger van de SNLG]). (p. 78 en 79)

De Notitie Reikwijdte en Detailniveau heeft van 26 april tot en met 6 juni 2019 ter visie gelegen, waarbij de gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen. Nu noch indiener, noch iemand anders, gebruik gemaakt heeft van de geboden mogelijkheid om dit punt naar voren te brengen op het daarvoor bedoelde moment, wordt daar op dit moment niet meer alsnog inhoudelijk op ingegaan.

Nee

GM25/ L13/ H17bw.

Kwaliteit NRD

3.4.2. Indiener stelt dat er in par. 5.3 van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau over de te onderzoeken effecten nergens wordt gesproken over de saneringssituatie in Crailo en de betekenis die dat heeft voor de MERbeoordeling. Een aanduiding als ,, Bodem (bodem- en grondwaterkwaliteit)” ziet niet op deze zeer specifieke problematiek in het plangebied Crailo, hoewel het wel zijdelings terug komt in

De Notitie Reikwijdte en Detailniveau heeft van 26 april tot en met 6 juni 2019 ter visie gelegen, waarbij de gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen. Nu noch indiener, noch iemand anders, gebruik gemaakt heeft van de geboden mogelijkheid om

Nee

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

62 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

aspecten over de kwaliteit van het bouwpuin, aangetroffen op en in het terrein, dat ,,eerst na zuivering “ zou mogen worden toegepast in de ,,Ecowal” vanwege extra zware eisen, die gesteld worden aan materialen, gebruikt in dit waterwinningsgebied. Over explosieven en gifstoffen in deze puinbergen en de effecten daarvan op en voor mens en dier en flora wordt bij vrijkomen daarvan nergens in de Notitie gesproken. (p. 78)

dit punt naar voren te brengen op het daarvoor bedoelde moment, wordt daar op dit moment niet meer alsnog inhoudelijk op ingegaan.

Wijz

GM25/ L13/ H17bx.

Algemeen oordeel

3.4.2. Indiener concludeert op basis van de naar voren gebrachte punten over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau dat de de gesprekspartners en de bestuurders op alle niveaus en ook de Commissie voor de milieueffectrapportage hierover nimmer geïnformeerd, in ieder geval niet via deze Notitie van 3 april 2019, terwijl deze notitie het startschot moest afgeven voor het advies van de Cie M.e.r. over de Notitie Rijkwijdte en Detailniveau, het Stedenbouwkundig- en landschapsplan en het MER. Nu deze Startnotitie volgens indiener zo vervuild is met ,,propaganda voor het plangebied” zonder de desolate positie te beschrijven waarin dit plangebied door toedoen van het ministerie van Defensie zich bevindt kan deze notitie volgens indiener niet leiden tot betrouwbare en deugdelijke en volledig geïnformeerde vervolg rapporten en tot een waarheidsgetrouw MER-rapport. En het gevolg hiervan is zo stelt indiener, dat voortgaan op deze ingeslagen weg door de GEM Crailo BV door de drie gemeenten bij het vaststellen van het bestemmingsplan Crailo ca 2021, alleen maar kan leiden tot ,, fruits of a poisonous tree”. Geen heldere en geen toetsbare criteria zijn, zo stelt indiener, ontwikkeld door de GEM Crailo om gaande de ontwikkelingen er op toe te zien dat de uitvoering van dit plan aan zijn doelen beantwoordt.

Er is volgens indiener geen sprake van een goede ruimtelijke ordening, er is geen op voorhand uitvoerbaar plan.(p. 79 en 80)

De Notitie Reikwijdte en Detailniveau heeft van 26 april tot en met 6 juni 2019 ter visie gelegen, waarbij de gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen. Nu noch indiener, noch iemand anders, gebruik gemaakt heeft van de geboden mogelijkheid om dit punt naar voren te brengen op het daarvoor bedoelde moment, wordt daar op dit moment niet meer alsnog inhoudelijk op ingegaan. Ten overvloede kan opgemerkt worden dat de Commissie m.e.r. voorafgaand aan de advisering een locatiebezoek heeft gedaan en dat ook de bestuurders, college- en raadsleden, meermaals op het terrein zijn geweest.

Nee

GM25/ L13/ H17by.

Monitorings- en evaluatieprogramma

3.4.3. Indiener haalt in de zienswijze diverse onderdelen uit het Advies van de Commissie m.e.r. (d.d. 26 juni 2019) op de notitie Reikwijdte en Detailniveau naar voren. Onder 2.4 van dat advies wordt onder andere gesproken over toetsbare milieueffecten en het belang van het stellen van op doelbereik toetsbare doelen. Indiener stelt dat dat budget veronderstelt voor een reëel uitvoerbaar plan voor 0-metingen en vervolgmetingen in een longitudinaal 20 jaar doorlopend onderzoek en vraagt wie daar op toeziet? (p80-82)

In paragraaf 4.3.4 van het MER is aangegeven dat, om de ambities en maatregelen te verwezenlijken en in stand te houden, een instrument noodzakelijk is om deze ambities en maatregelen op een systematische manier bij elkaar te brengen en alle producten en stappen op weg naar realisatie te toetsen. Bij deze toetsing dient nagegaan te worden of de genoemde maatregelen op een consistente manier worden geïmplementeerd en of ook de instandhouding daarvan wordt geborgd. In bijlage 1 van het MER is het overzicht van maatregelen opgenomen, opgedeeld naar de verschillende fases richting realisatie. De maatregelen zijn toebedeeld aan de verschillende fases, namelijk het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte in combinatie met beeldkwaliteitsplan, de fase van ontwikkelstrategie resulterend in uitgifteovereenkomsten, de oprichting van een coöperatie en de fase waarin het inrichtingsplan wordt doorgezet in afspraken rondom beheer(-contracten).Onderkend dient te worden dat de ontwikkelingen in techniek en materialen ook komende jaren een doorontwikkeling door blijven maken, het bestemmingsplan dient deze ontwikkeling te faciliteren. In deze fase van de ontwikkeling is het toetsen van alle producten ondergebracht bij de GEM Crailo.

In een latere fase van de ontwikkeling worden deze overgedragen naar de drie gemeenten.Voor het overige wordt verwezen naar hoofdstuk 2 van de reactienota waarin dit onderwerp ook aan de orde komt naar aanleiding van het advies van de Commissie m.e.r.. Hoofdstuk 2 van deze nota kan als een oplegger worden gelezen op het MER.

Nee

GM25/ L13/ H17bz.

Advies Cie M.e.r. op NRD

3.4.3. Indiener haalt in de zienswijze diverse onderdelen uit het Advies van de Commissie m.e.r. (d.d. 26 juni 2019) op de notitie Reikwijdte en Detailniveau naar voren. In haar commentaar daar op stelt indiener dat de Commissie de complexiteit van om met elkaar onverenigbare doelen te realiseren scherp ziet. Vervolgens stelt indiener dat het nog ernstiger is op basis van paragraaf 3.2 van de Notitie Reikwijdte en detailniveau waarin een nog complexere opgave wordt geschetst. (p82-84).

Dank voor uw reactie, wij nemen deze voor kennisgeving aan en reageren aan de hand van de inhoudelijke punten van uw zienswijze.

Nee

GM25/ L13/ H17ca.

Bomenkap najaar 2020

3.4.3. Indiener stelt dat onder punt 3.1 van het Advies van de Commissie m.e.r. (d.d. 26 juni 2019) op de notitie Reikwijdte en Detailniveau het advies is opgenomen om zo uitgebreid als nodig is de activiteiten in de realisatiefase nauwkeurig te omschrijven. Indiener wijst er in dit kader op dat al voor het beoordelen van het MER en de zienswijze periode als voldongen feit bomen in de Groene mantel in het gebied "Op Zuid": zijn gekapt,

Verwezen wordt naar de reactie onder punt GM25/ L13/ H17y.

Nee

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

63 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz

waaronder het rooien en vellen van een dertig meter brede bosbegroeiing over de volle lengte van 265 meter vanaf het Gebed zonder End naar de meest zuidelijke punt langs het gebied , aangeduid als “Op Zuid”. (p. 84) GM25/ L13/ H17cb.

Bomenkap najaar 2020

3.4.3. Met betrekking tot de bomenkap als voornoemd stelt indiener: De besluiten die hiermee te maken hebben , kapvergunningen van de gemeenten Hilversum en Laren worden gaarne tegemoet gezien, mede in verband met het verbod op ,,détournement de pouvoir”, misbruik van bevoegdheid, waar deze kapvergunningen zien op toestemming tot verwijderen van ,, exoten” zoals de Amerikaanse Eik, terwijl de vergunningen zijn gebruikt om de hele Groene mantel en gehele bossen te verwijderen in verband met de als drogreden aangevoerde aanwezigheid van puin, metaal en ammunitie onder deze Groene mantel en onder de inmiddels verdwenen boscomplexen, of zoals de heer D. [anoniem gemaakt] op 18 januari 2021 uitlegde:,, Ja, maar we wilden met een schone lei beginnen”. Dat puin, metaal en ammunitie kwamen voor in het gebied, maar juist niet in deze bossen en de Groene mantel die tegelijk met de aanleg van het defensieterrein in 1938 zijn gevormd of daarvoor al bestonden. Graag wordt gevraagd door de SNLG naar de grondboekhouding van de gemeenten Hilversum, Laren en Gooise Meren, en van het GNR, om te begrijpen wat en waarom er precies is gebeurd, en waar en wanneer en door wie, en in wiens opdracht. Dit past volgens indiener ook bij het advies van de Commissie m.e.r. van 26 juni 2019 (in par 4.3 van het advies),, Geef deze informatie ook weer aan de hand van kaartmateriaal”.(p.85)

Verwezen wordt naar de reactie onder punt GM25/ L13/ H17y

Nee

GM25/ L13/ H17cc.

Brandveiligheid

3.4.3. Indiener stelt dat de Commissie onder 4.5.3. van het Advies van de Commissie m.e.r. (d.d. 26 juni 2019) op de notitie Reikwijdte en Detailniveau schrijft over de risico’s van inrichtingen met de opslag van gevaarlijke stoffen, en niet-gesprongen explosieven. In reactie hierop stelt indiener dat zowel de gemeenten, als de GEM Crailo BV en ARCADIS en anderen niet gedacht of beseft hebben, dat juist het plangebied Crailo van binnenuit en van buitenaf het externe en interne risico lopen van bos- en heidebrand. Indiener licht dit nader toe met een 'analyse van de SNLG 2021-02-15 Aantekeningen bij Brandveiligheid in Bouwbesluit 2012'. Tot slot stelt indiener dat ten onrechte het ernstige risico op bos en heidebrand juist in en om het plangebied Crailo buiten beschouwing wordt gelaten door de GEM Crailo BV e.a. (p. 85-88)

Verwezen wordt naar de reactie onder punt GM25/ L13/ H17aj.

Nee

GM25/ L13/ H17cd.

Monitorings- en evaluatieprogramma

3.4.3. Indiener wijst op het volgende advies van de Commissie in het Advies van de Commissie m.e.r. (d.d. 26 juni 2019) op de notitie Reikwijdte en Detailniveau tot het monitoren: ,,Het bestemmingsplan heeft een looptijd van 20 jaar en de ontwikkeling zal gefaseerd worden uitgevoerd. De Commissie adviseert daarom om de effecten van de ontwikkelingen te monitoren, deze tussentijds te evalueren om waar nodig tijdig te kunnen bijsturen. Met een monitorings- en evaluatieprogramma kan een vinger aan de pols gehouden worden in hoeverre de doelen en ambities gehaald worden en de (milieu-)effecten binnen acceptabele grenzen blijven (…)” In reactie hierop stelt indiener dat het GNR hier de tijd, geld en middelen niet tot heeft. Indiener stelt dat een monitoring- en evaluatieprogramma voorts voldoende budget veronderstelt én een reëel uitvoerbaar plan voor 0-metingen en vervolgmetingen in een longitudinaal, 20 jaar doorlopend onderzoek. indiener vraagt zich het volgende af: Wie stelt dit budget beschikbaar? Wie ziet daar op toe? En wie is verantwoordelijk en leidinggevend bij longitudinaal vervolgonderzoek? (p 88 en 89).

I Verwezen wordt naar de reactie onder punt GM25/ L13/ H17by.

Nee

GM25/ L13/ H17ce.

Kwaliteit Stedenbouwkundigen landschapsplan

3.4.4. Indiener stelt met betrekking tot het Stedenbouwkundig- en landschapsplan dat niemand dit heeft nagekeken en gecontroleerd op het gebied van hiaten, vaagheden, ongerijmde wendingen en tegenstrijdigheden op het niveau van de relevante bijzonderheden. Indiener brengt hier 2 onderwerpen bij naar voren: 1. Het feit dat de Groene Mantel in de randen van het gebied, en de bossen en bosschages in dit plangebied eerst werden gerekend tot ,, het kapitaal” van Crailo, om vervolgens te worden behandeld als een ,,sta-in-de-weg”. Indiener licht dit onder verwijzing naar verschillende teksten uit dit plan toe en komt met het commentaar dat: De tournure is verscholen in de bijlage in dit glanzende rapport. Zoals de Commissie voor de m.e.r. in haar advies van 26 juni 2019

Verwezen wordt naar de reactie onder punt GM25/ L13/ H17y.

Nee

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

64 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz

heeft opgemerkt, lezen mensen eerst de samenvatting, die in dit Stedenbouwkundig Plan overigens ontbreekt, maar mensen lezen zeker niet de bijlagen.De bossen en de Groene Mantel zijn van hun landschappelijke betekenis als visuele afscherming van het kazerneterrein en van een toekomstige bebouwing, van achter het bureaublad ontdaan. De natuur is hiertegen weerloos. (p. 89-91) GM25/ L13/ H17cf.

Kwaliteit Stedenbouwkundigen landschapsplan

3.4.4. Het tweede punt dat indiener in navolging naar voren brengt is het, volgens indiener, feit, dat er eerst in de tekst van het stedenbouwkundig- en landschapsplan telkens wordt benadrukt , dat er heide vegetatie zal komen met in de randen daarvan ,, Heischrale graslandvegetatie” (in de gekleurde kaartafbeeldingen te ontwaren als zeer smalle zomen) om vervolgens in de verdere tekst steeds meer afbreuk te doen aan het creëren van heide in dit bewoonde gebied (heide wordt niet meer genoemd), en de heischrale graslandvegetatie wordt gepromoveerd van de randen van de weggeschreven heidevelden tot het zogenaamd alom aanwezige heischrale grasland in alle open plekken en plekjes in het plangebied; Bij de nadere bespreking verwijst indiener hierbij op verschillende teksten uit het stedenbouwkundig- en landschapsplan. Als aanvullend commentaar wijst indiener ook op de schade die vrij loslopende en aangelijnde honden nog kunnen veroorzaken op basis van de ervaring op de naastgelegen Bussumerheide. Daarbij speelt volgens indiener ook de stikstofbemesting door de faecaliën van de honden een rol. (p89-92)

Zoals eerder aangegeven betreft de besluitvorming het vaststellen van een bestemmingsplan waarin de verschillende natuurdoeltypen niet specifiek bestemd zijn, maar met ruimere (Groen en Natuur) bestemmingen wel mogelijk worden gemaakt. Deel 3 van het stedenbouwkundig- en landschapsplan betreft de door de raad vastgestelde uitgangspunten voor de ontwikkeling van Buurtschap Crailo. Het bestemmingsplan is slechts één van de middelen om maatregelen mee te borgen. De haalbaarheid van het vestigen van beoogde streefnatuurtypen wordt in reactie op het punt onder 'GM25/L13/H17 be' behandeld.

Nee

GM25/ L13/ H17cg.

Kwaliteit Stedenbouwkundigen landschapsplan

3.4.4. Tevens typeert indiener dit plan als een blije reclamefolder die geen recht doet aan de adviezen van de Cie m.e.r. waarin feiten worden weggeschreven en niet benoemd. (p89)

Bedankt voor het geven van uw reactie, deze wordt aan de hand van de diverse specifieke punten bij de definitieve besluitvorming betrokken.

Nee

GM25/ L13/ H17ch.

Stikstofdepositie door honden

3.4.4. Indiener wijst op onderzoek over de invloed van stikstof in de ontlasting van honden op de vegetatie in voedselarme bos- en natuurterreinen waaruit blijkt dat de sitkstoftoevoer van het uitlaten van honden even groot of nog groter blijkt te zijn dan de atmosferische stikstofdepositie. Indiener stelt dat de openbare ruimten in het plan Crailo uitlaatplekken voor honden worden met navenant resultaat. (p92-93)

De haalbaarheid van het vestigen van beoogde streefnatuurtypen wordt in reactie op het punt onder 'GM25/L13/H17be' behandeld.

Nee

GM25/ L13/ H17ci.

Kwaliteit Stedenbouwkundigen landschapsplan

3.4.4. N.a.v. de naar voren gebrachte punten over het stedenbouwkundig- en landschapsplan concludeert indiener dat de GEM Crailo BV met haar raadgevende ingenieursbureaus zonder enige verklaringen ongerijmde wendingen inbouwt, in het Stedenbouwkundig – en Landschapsplan van december 2019. Het gaat hierbij om tegenstrijdigheden op het niveau van de relevante bijzonderheden. Indiener stelt dat de SNLG hierbij ernstige bezwaren maakt tegen deze wetenschappelijk en bestuursrechtelijk onverantwoorde manier van optreden door de GEM Crailo BV. Bekend is bijlage 1 van het MER-rapport van 1 december 2020, waar op pg. 2/12 in regel 18, kolom 3 wordt meegedeeld dat het creëren van heidevegetatie in bewoond gebied niet reëel is, maar dat geldt evenzo voor ,,Heischraal grasland”. Zie in deze Zienswijze pg. 23 e.v., paragraaf 3.1.2.4. (p.93)

Bedankt voor het geven van uw reactie, het punt over het heischaal grasland wordt naar aanleiding van eerdere punten uit uw zienswijze al besproken ('GM25/L13/H17be').

Nee

GM25/ L13/ H17cj.

ecowal

3.4.4. Indiener geeft n.a.v. de visualisatie op pagina 104 en 105 van het stedenbouwkundigen landschapsplan aan ernstig bezwaar te maken tegen het voorgenomen uitkijkpunt in de ecowal vanwege negatieve invloed van de aanwezigheid van mensen (geluid, zichthinder, geurhinder, lichthinder `s nachts door filmende en fotograferende personen, of mensen die elkaar daar ontmoeten , of daar ,, een feestje bouwen” etc.). Dit zal de beschermende functie voor de natuurbrug volgens indiener ernstig ondermijnen . (p.93)

Verwezen wordt naar de reactie onder punt GM19/ L28/ H5h.

Ja

GM25/ L13/ H17ck.

Kwaliteit MER

3.4.5.2. Indiener stelt dat de samenvatting van het MER-rapport bij eerste lezing nietduidelijk is. Indiener heeft hierbij veel vragen en stelt dat de samenvatting van het MERrapport en het MER-rapport zelf, positieve overtuigingskracht ontbeert. (p95).

Dank voor het geven van uw reactie, deze nemen wij voor kennisgeving aan. Op de concrete onderbouwingen van deze mening elders in uw zienswijze, reageren wij inhoudelijk.

Nee

GM25/ L13/ H17cl

Kwaliteit MER

3.4.5.2. Indiener stelt dat een heldere en toetsbare beschrijving van de doelen voor de ontwikkeling van buurtschap Crailo niet door het MER-rapport wordt gegeven. (p. 95)

Dank voor het geven van uw reactie, deze nemen wij voor kennisgeving aan. Op de concrete onderbouwingen van deze mening elders in uw zienswijze, reageren wij inhoudelijk.

Nee

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

65 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz

GM25/ L13/ H17cm.

Kwaliteit MER

3.4.5.2. Indiener stelt dat een beschrijving en onderbouwing van het voornemen en verschillende onderscheidene alternatieven / varianten” door dit MER-rapport niet wordt gegeven. (p. 96)

In paragraaf 6.1.2. van de toelichting bij het bestemmingsplan is aangegeven dat het MER en de toelichting op het bestemmingsplan vanwege de onderlinge verwevenheid zijn geïntegreerd. In deze paragraaf is aangegeven wat waar te vinden is. Aangegeven is dat de voorgenomen activiteit in hoofdstuk 5 van de toelichting van het bestemmingsplan is beschreven. De te beschouwen alternatieven zijn in paragraaf 3.3 van het MER beschreven.

nee

GM25/ L13/ H17cn.

Monitorings- en evaluatieprogramma

3.4.5.2. Indiener stelt dat ,,Een aanzet voor een monitorings- en evaluatieprogramma om te beoordelen of gedurende de looptijd van 20 jaar van het bestemmingsplan de doelen daadwerkelijk worden bereikt en de milieugevolgen acceptabel blijven“ wordt door dit MERrapport niet wordt gegeven.Dit maakt volgens indiener het ook niet- mogelijk extra maatregelen te nemen, indien gewenst. (p. 96)

Verwezen wordt naar de reactie onder punt GM25/ L13/ H17by

Nee

GM25/ L13/ H17co.

MER en BP door Arcadis

3.4.5.2. Indiener stelt dat het opstellen van een MER-rapport wordt gedaan door dezelfde instelling, hier ARCADIS, dat voor 100% betrokken is bij de planvoorbereiding vanaf het begin, kán niet onbevooroordeeld kijken naar zijn eigen werk. ARCADIS is als bureau verantwoordelijk voor het Ontwerpbestemmingsplan Buurtschap Crailo ca 2021. (p. 96)

Dat een adviesbureau zowel verantwoordelijk is voor een (ontwerp)bestemmingsplan als een bijbehorend MER is niet ongebruikelijk, veel van het onderliggend onderzoek is immers hetzelfde. Dat dit onderzoek gedeeltelijk al in een voorfase is opgesteld en ook deels is gebruikt voor het stedenbouwkundig- en landschapsplan doet ons inziens niets af aan het onbevooroordeeld naar de materie kunnen kijken door een professioneel adviesbureau. Van meet af aan is immers duidelijk dat het MER door de onafhankelijke Commissie m.e.r. zal worden getoetst en dat de plannen in ultimo in stand moeten blijven bij een eventuele toets door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Nee

GM25/ L13/ H17cp.

Kwaliteit MER

3.4.5.2. Indiener stelt dat het gezien het - in paragraaf 3.4.4. van deze zienswijze aangetoonde – feit, dat het Stedenbouwkundig en Landschapsplan kardinale tegenstrijdigheden op het niveau van de relevante bijzonderheden vertoont (1ste: : heide wordt ingeruild voor eveneens niet te realiseren heischraal grasland, 2de :Groene Mantel en bossen als ,,het kapitaal” van Crailo verdwijnen als sneeuw voor de zon, in nota bene een bijlage, 3de : een ecowal wordt voorzien van een uitkijkpost, als stoorzender voor de natuurbrug) en dit alles onder verantwoordelijkheid van ARCADIS , is het noodzakelijk het MER-rapport van ARCADIS van 1 dec. 2020 nauwkeurig te bestuderen. Ook wijst indiener op de enorme omvang van het MER rapport met bijlagen aan het einde, wat de controle daarvan volgens hem moeizaam en noodzakelijk maakt (p.96 en 97)

Dank voor uw reactie. Op de inhoudelijke punten daarvan wordt elders al ingegaan. Het feit dat een MER alle benodigde milieuinformatie moet bevatten om het milieubelang goed in de besluitvorming over het vaststellen van het bestemmingsplan te kunnen betrekken, heeft bij een ontwikkeling als deze tot gevolg dat een enigszins omvangrijk rapport met nadere bijlagen niet of nauwelijks te voorkomen is.

Nee

GM25/ L13/ H17cq.

Kwaliteit MER

3.4.5.2. Indiener wijst op het belang van een goed en nauwkeurige samenvatting van het MER-rapport en is nagegaan of de meest kritische samenvattende passage van het MER rapport (op pagina 176 en 177/204 van het MER-rapport) over het onderdeel soortenbescherming in de samenvatting is opgenomen. Indiener stelt dat een belangrijke mededeling op pagina 116/204 niet is opgenomen, maar volledig omgedraaid in zijn tegendeel.Volgens indiener is de samenvatting geen samenvatting, maar een verdichtsel van onwaarheden waarbij de steller verdwaald in het struikgewas van eigen denkbeelden. Indiener licht dit nog toe met voorbeelden van zaken die naar zijn oordeel niet of niet juist in de samenvatting zijn verwerkt. (p. 97-99).

In de samenvatting is in tabel S-2 Overzicht effectbeoordelingen drie modellen onder soortenbescherming voor de drie modellen een eindscore '--' meegegeven. Deze samenvattende score laat zien dat de drie modellen ten aanzien van soortenbescherming zeer negatief scoren. Wij volgen u daarin niet dat dit een omdraaien van feiten zou zijn. Daarbij is de constatering ten aanzien van vleermuizen aangehaald, de score omvat ook de overige gesignaleerde negatieve aspecten. Zoals aangegeven is de eindscore van de modellen niet onderscheidend, maar er zijn weldegelijk verschillen in de omvang van effecten tussen de modellen. Deze verschillen zijn in paragraaf 12.3.3 van het MER toegelicht.

Nee

GM25/ L13/ H17cr.

Kwaliteit MER

3.4.5.2. Indiener memoreert diverse eerder in zijn zienswijze naar voren gebrachte hiaten in het MER en stelt dat er sprake is van kokervisie bij de samenstellers. Indiener stelt dat de tekst niet coherent is maar wel hiaten, vaagheden, ongerijmde wendingen en tegenstrijdigheden op het niveau van de relevante bijzonderheden bevat. (p99-100),

Dank voor het geven van uw reactie, deze nemen wij voor kennisgeving aan. Op de concrete onderbouwingen van deze mening elders in uw zienswijze, reageren wij inhoudelijk.

Nee

GM25/ L13/ H17cs.

Algemeen oordeel

4. In 'Nawoord, verantwoording en conclusie SNLG' worden de belangrijkste conclusies uit de zienswijze herhaald. SNLG stelt op basis daarvan dat het ontwerpbestemmingsplan niet wordt voldaan aan de eis van 'een goede ruimtelijke ordening. Indiener stelt dat het plan niet op voorhand uitvoerbaar is.

Dank voor het geven van uw reactie, deze nemen wij voor kennisgeving aan. Op de concrete onderbouwingen van deze mening elders in uw zienswijze, reageren wij inhoudelijk.

Nee

GM21/ L14/ H30a.

Regels: definities

Wat betreft hoofdstuk 1. Inleidende regels, vestigen wij de aandacht op het ontbreken van de definiëring van "bebouwingsaccenten" als genoemd in hoofdstuk 2 Bestemmingsregels in casu art 6.3

Het voorstel van indiener om in artikel 1 van de regels een definitiebepaling van 'bebouwingsaccent' op te nemen en daarmee de omvang van de bebouwingsaccenten

Ja

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

66 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz

in te perken wordt overgenomen. De in dit verband door te voeren wijziging in het bestemmingsplan is in de reactie onder punt GM25/ L13/ H15f. opgenomen. GM21/ L14/ H30b.

Regels: definities

Het ontbreken van de definitie voor "perceel". Aangezien in het Bor (Besluit omgevingsrecht) een definitie voor "perceel" ontbreekt moet dat in de inleidende regels van het Ontwerp Bestemmingsplan Buurtschap Crailo worden opgenomen. Volgens algemeen recht is een perceel een stuk grond waarvoor één rechtsorde geldt, d.w.z. eenzelfde eigenaar met hetzelfde eigendomsrecht en met een unieke kadastrale aanduiding.

Ja In de regels van het bestemmingsplan is onder artikel 1.23 een definitie van het begrip ‘bouwperceel’ opgenomen, het in aanvulling daar op opnemen van een definitie van ‘perceel’ is niet noodzakelijk. Wel wordt in een aantal regels gesproken over ‘perceel’ terwijl de term ‘bouwperceel’ bedoeld is, dit zal worden gecorrigeerd. Naar aanleiding van deze reactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. In de volgende artikel(led)en wordt het woord ‘perceel’ gewijzigd in ‘bouwperceel’: -

artikel 1.6 artikel 1.35 (2 maal) artikel 2.2 (‘perceelsgrenzen’ wordt ‘bouwperceelgrenzen’) artikel 3.2.1 lid d (‘perceelsgrens’ wordt ‘bouwperceelgrens’) artikel 3.3 lid a (‘perceelgrens’ wordt ‘bouwperceelgrens’) artikel 3.3.1. lid a onder 2 (‘perceelgrens’ wordt ‘bouwperceelgrens’) artikel 4.3.2 lid b artikel 5.3.2 lid b artikel 10.4.2 lid b artikel 14.3.2 lid b artikel 14.4.1. lid d (‘perceelsgrens’ wordt ‘bouwperceelgrens’)

in de artikelen 10.2.1, 10.2.2. en 10.6 wordt de term 'erfgrens van het bouwperceel’ vervangen door het gedefinieerde begrip ‘bouwperceelgrens’. GM21/ L14/ H30c.

Onze referentie:

Mogelijkheid bed&breakfast

- Datum: 12 april 2021

m.b.t. het hoofdstuk 2 Bestemmingsregels hebben wij de volgende punten die wij onder uw aandacht willen brengen:1. Art. 4.3.1 Afwijken ten behoeve van recreatief verblijf GD-1 (blz. 18), GD-2 ( blz. 20) en art. 10.4.2 Groen-Wonen (blz. 30). Met name maakt de stichting bezwaar tegen de mogelijkheid het, weliswaar krachtens art. 4.3.2 beperkt, inrichten van wooneenheden tot gedeeltelijk gebruik als bed & breakfast.Gelet op de oppervlakte van de totaal 12 bestemmingsvlekken GD-1 en GD-2 (Kazernekwartier), dat van de 4 percelen GW (Op de Hei) en de 2 percelen G-W (Op Zuid) en het toegestane maximum aantal van 6 personen per perceel zou dat kunnen neerkomen op ruim 100 personen in het hoogseizoen. (Opgemerkt dient te worden dat Koninklijke Horeca Nederland hooguit 4 personen per wooneenheid adviseert).Refererend aan het, onder b. vermelde ontbreken van een definiëring van het begrip "perceel", wijst de stichting erop dat er verschillen zijn tussen het perceel dat een bestaand gebouw betreft (G-D 1, 2 en 3) en de nog uit te geven percelen in de bouwvlekken G-W.Krachtens het bepaalde in art. 10.4.2 Afwijken t.b.v. recreatief verblijf, zouden er dan per uit te geven perceel, waarop een woning wordt opgericht, bed & breakfast voorzieningen ingericht kunnen worden.

Dat kan toch niet de bedoeling zijn, gelet op de uitgangspunten in het Beeldkwaliteitplan (versie 12/2020).De stichting vindt dat een onevenredige toename van niet woon- gebonden verkeersdruk en onrust door wisselende bezoekers in dit, gelet op zowel het Beeldkwaliteitplan Buurtschap Crailo (versie 12/2020) als wel het, in de toelichting zo nadrukkelijk beschreven, behoud van het karakter van de bestaande en nog in te richten natuurlijke woonomgeving, zo dicht tegen het natuurgebied Gooise Heide, de natuurbrug Laarder Hoogt en de rustige woonwijk van de Anne Franklaan en de Roodborstlaan. Daar komt nog bij dat de toegankelijkheid voor auto's vanaf de Al veel beter is dan de bereikbaarheid d.m.v. het openbaar vervoer.Daarbij kan er dan ook nog strijd ontstaan met art. 21.2. Algemeen, waarin nadrukkelijk word gestreefd naar parkeerplaatsen uit het zicht, dus niet aan de openbare weg. De consequentie daarvan kan zijn dat er verstening van de tuinen geschiedt door het creëren van die parkeerplaatsen voor bed & breakfast klanten.En ook die verstening is in strijd met het algemeen principe "natuurlijke woonomgeving" als boven bedoeld in het Beeldkwaliteitplan.Ook het verbod van parkeren "buitenpandig zichtbaar vanaf openbaar

Wij onderschrijven uw zorg dat het toestaan van bed and breakfasts niet mag leiden tot het creëren van extra parkeerplaatsen in het gebied, verstening van tuinen en het extra aantrekken van recreatief verkeer. Het plangebied biedt vooral een natuurlijke woonomgeving. In de regels is nu geborgd dat een bed and breakfast slechts bij uitzondering op basis van een binnenplanse afwijking mogelijk. Het opgenomen afwegingskader in de artikelen 4.3.2, 5.3.2, 10.4.2 en 14.3.2 van de regels van het bestemmingsplan is juist ingestoken op het kunnen voorkomen van de negatieve effecten die u in uw zienswijze naar voren brengt. Met name lid f. dat voor een binnenplanse afwijking vereist dat “van tevoren in voldoende mate is verzekerd dat het beoogde gebruik geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat van de omliggende woningen of voor de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven” maakt dat de door u gevreesde situatie als gevolg van een groot aantal bed and breakfasts niet kan ontstaan.

Nee

67 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz

toegankelijk gebied" (art. 21.2.3 Strijdig gebruik) versterkt nog eens de problematiek van het parkeren van bezoekers, m.n. de bed & breakfast klanten. GM21/ L14/ H30d.

Mogelijkheid horeca

Art. 5.1 m.b.t horeca-activiteiten cat. 2 in de bouwvlek GD-2, gesitueerd aan de westzijde van het plangebied tegen de achtertuinen van de percelen aan de Anne Franklaan. De stichting dringt er bij u op aan uitsluitend horeca-activiteiten toe te staan aan de wegzijde van de bouwvlek GD-2 gesitueerd in het zuidwestelijk deel van het Kazernekwartier.

Het bestemmingsplan voorziet in een nieuw toe te voegen groene buffer van 15 meter ten oosten van de achtertuinen van de percelen aan de Anne Franklaan (bestemming Groen-1). Er is ons inziens daarom geen aanleiding om op voorhand verdere beperkingen van horeca-activiteiten binnen de bouwvlek GD-2 in het bestemmingsplan te verwerken.

Nee

GM21/ L14/ H30e.

Zwembaden

Art. 10.5.1 Afwijken voor zwembaden in bestemming Groen-Wonen. De stichting maakt ernstig bezwaar tegen de mogelijkheden een deel van de tuinen in te richten als zwembad. En wel: - In strijd art. 10.6 Strijdig gebruik onder b. "half verhard of verhard oppervlak van gezamenlijk 40 % van het oppervlak van het bouwperceel". De stichting gaat ervan uit dat het aanleggen van een in de grond verzonken of op het maaiveld gebouwd zwembad van 0,4 meter hoogte en het verharde oppervlak t.b.v. parkeervoorzieningen onder één noemer vallen, i.c. het genoemde percentage van totaal 40% van het bouwperceel. De aanleg van een zwembad minimaliseert de aanleg van opgaand groen in de tuin. Wij vragen ons af of het aantal (gestapelde) bouweenheden strookt met de mogelijkheid tot aanleg van zwembaden in de bouwvlekken G-W in het deel Op de Hei. Eén en ander zal moeten blijken met de stedenbouwkundige uitwerking van de vlekken; - in strijd met de Sturende principes uit het Beeldkwaliteitplan (versie 12/2020) waar het gaat om watergebruik (drinkwater) en energie neutrale voorzieningen; - een in de grond verzonken zwembad minimaliseert de aanleg van opgaand groen in de tuin.

De zorg van indiener inzake van verharden het gebied wordt onderschreven. De oppervlakte van een zwembad wordt begrepen onder het half verhard of verhard oppervlak. Om hierover geen onduidelijkheid te laten bestaan wordt in de definitie van verhard oppervlak de functie zwembad toegevoegd. Ook wordt toegevoegd dat een afwijking er niet toe mag leiden dat het toegestane percentage half verhard en verhard oppervlak wordt overschreden. Tevens wordt in de bestemmingen ‘Gemengd-1’, ‘Gemengd-2’, ‘Wonen’ en GroenWonen’ expliciet aangegeven dat een zwembad niet als een bouwwerk ten dienste van de bestemming en aanduidingen wordt beschouwd. Binnen de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Groen-Wonen’ is daar dan wel de afwijkingsmogelijkheid aan verbonden.

Ja

Naar aanleiding van deze reactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Aan onderstaande definitie van ‘verhard oppervlak’ in artikel 1 van de regels wordt in het bestemmingsplan het onderstreepte gedeelte toegevoegd: “verharding als gevolg waarvan neerslag niet of zeer beperkt in de bodem kan infiltreren, zoals bebouwing, wegen, (tuin)bestrating, zwembaden en overige verhardingen” Aan artikel 4.2.3 als lid d., aan artikel 5.2.3 als lid c, aan artikel 10.2.3 als lid c. en aan artikel 14.2.3 als lid c de volgende bepaling wordt toegevoegd: “een zwembad niet als een bouwwerk ten dienste van de bestemming wordt beschouwd” Artikel 10.5.1 en 14.4.1 worden vernummerd omdat in het ontwerpbestemmingsplan foutief twee leden a. zijn opgenomen. Als artikel 10.5.1 lid h. wordt toegevoegd: “het zwembad niet mag leiden tot strijd met artikel 10.6” Als artikel 14.4.1 lid h. wordt toegevoegd: “het zwembad niet mag leiden tot strijd met artikel 14.5.”

GM21/ L14/ H30f.

Onze referentie:

bouwhoogte/hoogteaccenten

- Datum: 12 april 2021

Art. 10.2.1 onder c. biedt de mogelijkheid binnen de vier bestemmingsvlakken G-W in het gebied Op de Hei met de aanduiding "sba-ba", wat dat ook moge zijn, tot 18 meter de maximale bouwhoogte van 12 meter te overschrijden.Dit "bouwaccent" wordt ook genoemd in het Beeldkwaliteitplan (versie 12/2020) op blz. 35 onder Bebouwingsvelden en wel met name op het bouwveld Op de Hei.De stichting maakt hier ernstig bezwaar tegen en wel omdat:- niet gedefinieerd is wat "specifieke bouwaanduidingen/bebouwingsaccenten "(ofwel sba-ba) zijn;- de hoogteoverschrijding van 6 meter bovenop de maximale bouwhoogte van 12 meter, dan wel 4,20 m als er van de 10% bouwhoogte overschrijding gebruik wordt gemaakt, exorbitant is en boven de boomgrens uitkomt.

Verwezen wordt naar de reactie onder punt ‘GM25/ L13/ H17i’.

Ja

68 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz

GM21/ L14/ H30g.

Illusielandschap

De stichting wil er met nadruk op wijzen dat de bestaande bebouwing op de huidige locaties niet zichtbaar is vanaf de Bussummerheide en Westerheide en dat dat ook zou moeten gelden voor nieuwe bebouwing op alle drie de deelgebieden van het Buurtschap Crailo. Zij acht het van groot belang dit zo benoemde "illusielandschap" in stand te houden, zowel wat betreft het visuele aspect als dat van de verkeersdrukte in de licht-hinder 's avonds.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10309239/1