CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20210622Rvs28 Vaststelling bestemmingsplan met MER en beeldkwaliteitplan ‘Buurtschap Crailo’ BIJLAGE reactienota

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente larenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan met MER en beeldkwaliteitplan ‘Buurtschap Crailo’63.688 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

Op de verbeelding is ter plaatse van vier bestemmingsvlakken de specifieke bouwaanduiding - bebouwingsaccent aangeven. Dit betreft 3 bestemmingsvlakken Groen-wonen en één bestemmingsvlak Gemengd-3 in het entreegebied. In de regels is aangegeven dat maximaal drie bebouwingsaccenten in het plangebied zijn toegestaan. De omvang van het bebouwingsaccent was niet bepaald. Toegevoegd zal worden dat een bebouwingsaccent maximaal 10% in het gebied Op de Hei, binnen ‘Groen- wonen’ en maximaal 50% in het entreegebied binnen de bestemming ‘Gemengd-3’ mag beslaan van het aanduidingsvlak van het hoogteaccent waarmee de omvang van de bebouwingsaccenten wordt ingeperkt. De drie bebouwingsaccenten zijn daarmee verdeeld over het middengebied van het plangebied. De maximale bouwhoogte van 18 meter blijft daarmee onder de boomgrens. In en rondom het plangebied zijn "bosvakken" gelegen met bomen van ten minste 18 meter. De gebouwen worden hiermee vanaf de hei aan het oog onttrokken, waarbij het effect in de zomer groter zal zijn dan in de winter. Tevens wordt geregeld dat maximaal twee van de drie hoogteaccenten in het deelgebied Op de Hei mogelijk zijn en het andere in het entreegebied. Op basis van het ontwerpbestemmingsplan waren er nog maximaal drie hoogteaccenten in deelgebied Op de Hei mogelijk. Tevens wordt verwezen naar de behandeling van dit onderwerp in paragraaf 3.2 van de reactienota.

Wijz

Ja

Mede naar aanleiding van deze reactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd. Voor de wijze waarop wordt verwezen naar de reactie bij punt H11g. GM25/ L13/ H17j.

Streekplan PNH 1998

3.1.2.3. Uit beleid in streekplan 1998 volgt dat stedenbouwkundige ontwikkeling op het "Middenterrein" niet toegestaan wordt door de provincie, dit zou leiden tot niet-positieve effecten op natuur en landschap. Indiener acht dit een goede visie van de provincie in Noord-Holland en acht niet te begrijpen waarom dit nu in 2020 en 2021 anders zou zijn. (p22 en 23)

Zoals eerder aangegeven is in het kader van de planontwikkeling voor Crailo rekening gehouden met het actuele vigerende beleid van de Provincie Noord-Holland. Het is aan de provincie om elementen aan voorgaand beleid wel of niet in nieuw vast te stellen beleid ter zake op te nemen.

Nee

GM25/ L13/ H17k.

Realiteit heischaalgrasland

3.1.2.4. Het rapport van Heil en Smidt is interessant in verband met de in het ontwerpbestemmingsplan vervatte plannen van de GEM tot de ontwikkeling van heidevegetatie en van heischrale graslanden in Crailo. Volgens indiener is de bodem in het plangebied niet geschikt, zoals het MER rapport ook stelt, dat er een voldoende groot onaangetast oppervlak resteert om met kans op succes heide en heischrale graslanden op Crailo te realiseren nog los van de problematiek van stikstofmestgift uit de lucht (atmosferische depositie). (p23)

Heide is nergens benoemd als doel. De natuurtypen heischraal grasland en bos zijn gekozen als streefbeeld vanuit de ambitie van de GEM om gebiedseigen natuur te realiseren binnen het openbare groen. Het is mogelijk dat door te intensieve betreding, te hoge stikstofdepositie of een andere oorzaak het streefnatuurtype uiteindelijk niet de hoogst mogelijke kwaliteit behaald. Het blijft echter steeds het streven een zoveel mogelijk gebiedseigen natuurtype te realiseren door middel van langjarig consequent beheer. De achterliggende gedachte bij deze keuze is dat ook een mindere kwaliteit gebiedseigen natuur nog altijd meer waarde heeft voor de lokale soorten, en duurzamer is, dan een gebiedsvreemde groeninrichting (zoals grote gazons, gebiedsvreemde vaste planten en/of een parkachtige inrichting).

Nee

GM25/ L13/ H17l.

stikstof in het plangebied

3.1.2.4. In het ontwerpbestemmingsplan is geen adequate aandacht voor de stikstofmestgift via de lucht op het plangebied zelf. In het plan wordt gesuggereerd alsof het daarbij gaat om het effect van de aanleg en de eenmaal voltooide wijk Crailo voor Natura-2000 gebieden die nota bene ver van Crailo zijn gelegen zoals Naardermeer en Gooimeer Zuidoever. Verzuimd is om in het ontwerpbestemmingsplan te kijken naar de stikstofbelasting vanuit de lucht op het plangebied zelf en naar de stikstofmestgift vanuit Crailo zelf door de nieuwkomers met hun huisdieren en de daarmee samenhangende effecten van die lokale terrestrische mestgift en verstoring op en binnen het projectgebied Crailo zelf en op de natuurrestanten in dit gebied, en op de kansen voor natuurrecreatie in dit gebied. In dit verband heeft ARCADIS ten onrechte geen aandacht besteed bij het geformuleerde streven tot de, aanleg (=natuurbouw) van heidevegetatie en de aanleg (=natuurbouw) van ,,heischraal grasland” in Crailo aan de invloed op deze natuurbouw van de stikstofverrijking door de bewoners en hun huisdieren op het plangebied, nog los van de problemen van betreding door de bevolking en hun kinderen, honden en andere huisdieren op deze natuurbouw.(p24).

De AERIUS-berekening van Arcadis gaat alleen over Natura 2000-gebieden omdat de toetsing is uitgevoerd vanuit wettelijk oogpunt. Er is geen wettelijke noodzaak om te toetsen aan een (verhoogde) stikstofdepositie op natuur buiten Natura 2000-gebieden. Dit geldt voor de nabijgelegen natuurgebieden, gebieden van het Natuurnetwerk Nederland en de (beoogde) natuur binnen het plangebied. De eventuele effecten van stikstofdepositie op de haalbaarheid van beoogde natuurtypen wordt onder punt 'GM25/L13/H17be' behandeld.

Nee

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

49 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz

GM25/ L13/ H17m.

Realiteit heischaalgrasland

3.1.2.4. Op basis van de laatste beschikbare rapportage van het RIVM over stikstofdepositie (Stikstofdepositie, 1990-2018 | Compendium voor de Leefomgeving (clo.nl)) meent indiener dat het ontstaan dan wel handhaven van een heischaal grasland in Crailo niet te verwachten is. (p38)

De natuurtypen heischraal grasland en bos zijn gekozen als streefbeeld vanuit de ambitie van de GEM om gebiedseigen natuur te realiseren binnen het openbare groen. Het is mogelijk dat door te intensieve betreding, te hoge stikstofdepositie of een andere oorzaak het streefnatuurtype uiteindelijk niet de hoogst mogelijke kwaliteit behaald. Het blijft echter steeds het streven een zoveel mogelijk gebiedseigen natuurtype te realiseren door middel van langjarig consequent beheer. De achterliggende gedachte bij deze keuze is dat ook een mindere kwaliteit gebiedseigen natuur nog altijd meer waarde heeft voor de lokale soorten, en duurzamer is, dan een gebiedsvreemde groeninrichting (zoals grote gazons, gebiedsvreemde vaste planten en/of een parkachtige inrichting).

Nee

GM25/ L13/ H17n.

Realiteit heischaalgrasland

3.1.2.4. Indiener stelt dat heischrale graslanden op Crailo een illusie zijn vanwege het ontbreken van voorwaarden van rust, geen betreding en/of verstoring door mensen en/of honden, terwijl de bewoners voor recreatie en speelruimte juist wel substantieel op de gebieden hiervoor zijn aangewezen. (p39)

Verwezen wordt naar de reactie bij het vorige punt onder “GM25/ L13/ H17m”

Nee

GM25/ L13/ H17o.

Rapport Natuurbrug Laarderhoogt

3.1.2.5. Indiener meent dat het MER-rapport ernstig te kort schiet omdat de belangrijkste bevindingen uit het rapport "Natuurbrug Laarderhoogt en woningbouw op Crailo-Zuid, programma van eisen voor woningbouw nabij de natuurbrug vanuit ecologisch perspectief, E.A. van der Grift & D.R. Lammertsma, Wageningen University & Research , maart 2017" niet zijn genoemd. Het betreft de op pagina 16 van dit rapport opgenomen minimale afstandseis tot de natuurbrug en de op pagina 23 in tabel 4.4. van het rapport opgenomen afspraak tussen het GNR en de GEM om een robuuste bescherming van de functionaliteit van het ecoduct te beschermen. 1. Met betrekking tot de eerste afspraak zou de GEM zich onttrekken aan de afspraak met GNR om 150m afstand tot aan de teen van het viaduct in acht te nemen. Het MER rapport vertoont hier een ernstig hiaat en daarmee een tegenstrijdigheid op het niveau van de relevante bijzonderheden.2. De met GNR overeengekomen hoge, begroeide grondwal die is overeengekomen met de GEM is ten onrechte niet vermeld in het MER rapport. Ook de afspraak zelf wordt door de GEM geschonden. De in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen ecowal komt volstrekt niet overeen met de met GNR afgesproken, te realiseren, robuuste hoge, begroeide grondwal. (p40-41)

Uit de als bijlage 9 bij de toelichting opgenomen uitgangspuntennotitie blijkt dat de 150m afstandseis in de uitgangspuntenkaart is opgenomen (pagina 17), vervolgens is dit op pagina 18 nog eens beschreven. Uit de verbeelding blijkt dat deze ook is gehanteerd. In het als bijlage 6 bij de toelichting opgenomen rapport 'Biodiversiteit op Crailo' is in paragraaf 2.2 onder 'Randvoorwaarden Ecoduct' aangegeven dat in het betreffende rapport van Wageningen Universiteit wordt ingegaan op het programma van eisen voor Crailo Zuid. Ook is aangegeven dat ten behoeve van het hanteren van de juiste uitgangspunten voor de planvorming en het toetsen van een juiste verwerking van de inpassing van de Natuurbrug Laarderhoogt afstemming is gezocht met GNR en de auteur van het rapport Natuurbrug Laarderhoogt. Dit heeft ertoe geleid dat de minimaal in acht te nemen afstandseisen uit het rapport in acht worden genomen. Dit wordt ook door GNR erkent.

Nee

De functie van de ecowal als robuuste afscherming tussen de natuurverbinding en het wonen en werken komt meermaals in het MER-rapport aan de orde (bijv. in paragraaf 4.3.2 onder 'Onderbouwing ecowal: combinatie van aantal gewenste maatregelen en functies' en in paragraaf 4.4.2. onder 'ecologie/biodiversiteit'.) Uit het als bijlage 27 bij de toelichting opgenomen adviesrapport blijkt dat een ecowal van 3,6m voldoende in staat is om verstoring van kunstlicht en geluid te mitigeren. Door GNR wordt niet gesteld dat dit in strijd is met gemaakte afspraken, wel heeft GNR zorgen geuit of dit voldoende hoog is en verzocht om een hoogte van 5 meter expliciet te borgen.In de regels van het bestemmingsplan is in art 7.4.2. echter een voorwaardelijke verplichting opgenomen die borgt dat er pas gebouwen en bouwwerken mogen worden gerealiseerd indien er ter plekke een afscherming aanwezig is die negatieve effecten op natuur en natuurbrug afschermt. Zolang de bouwwerken en gebouwen binnen de kaders van het onderzoek van bijlage 27 zijn, is 3,6m dus voldoende.

GM25/ L13/ H17p.

Algemeen oordeel

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

3.1.2.5. Op basis van info van GNR stelt indiener dat de nieuwe stadswijk naadloos over gaat in de aanliggende wijk Oostereng van Bussum bij de Anne Franklaan. De natuur en het landschap zijn de verliezer. Er is geen win-win situatie. Daar is in het MER-rapport geen oog voor. Er bestaat geen enkele rechtszekerheid ter zake van de bescherming van natuur en landschap door dit Ontwerpbestemmingsplan, nu zelfs het GNR, dat nauw betrokken is vanaf het begin bij de ontwikkeling van Crailo, er geen vertrouwen in heeft, dat dit Ontwerpbestemmingsplan de instandhoudingsdoelen van natuur en landschap binnen en buiten dit plangebied dient. (p41 en 42)

Dank voor het geven van uw reactie, deze nemen wij voor kennisgeving aan. Op de concrete onderbouwingen van deze mening elders in uw zienswijze, reageren wij inhoudelijk. Tevens willen wij opmerken dat GNR ook haar zienswijzen met betrekking tot het plan kenbaar heeft gemaakt en dat wij deze bij de besluitvorming betrekken,

Nee

50 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz

GM25/ L13/ H17q.

Term 'Buurtschap'

3.2.2. Indiener geeft aan de aan het bestemmingsplan verbonden naam 'Buurtschap' niet te vinden beantwoorden aan definiëring van die term in diverse edities van Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse taal. "het gaat om een substantiële nieuwbouwwijk van 590 (bijna 600) woningen volgens het ,,uitgebreide” voorkeursmodel C." Mede onder verwijzing naar enkele vragen en antwoorden in het vraag en antwoordoverzicht van GEM Crailo naar aanleiding van het webinar van 4 februari 2021, stelt indiener dat de naam ,,Buurtschap Crailo” een verhullende term is voor een wijk die op basis van de vrije markt tot stand zal worden gebracht: Geen buurtschap, maar een stadswijk" Daarbij komt volgens indiener dat de bewoners van stadswijk Crailo voor scholen en winkels en andere voorzieningen op Gooise Meren zijn aangewezen (P43-47)

Het plan hebben we de naam 'Buurtschap Crailo' gegeven. Daarmee refereren we aan de typologie van nederzettingen in ’t Gooi: er zijn dorpen, steden en buurtschappen. De gedachte achter deze naam is dat Crailo moet worden gezien als een eenheid. De ontwikkeling is dus geen opsplitsing in een wijk van Bussum, een wijk van Hilversum en een wijk van Laren. Een buurtschap wordt op Wikipedia beschreven als een kleine bewoonde plaats met een eigen naam. Buurtschap Crailo wordt een nieuwe leefplek in het ’t Gooi met een zelfstandige identiteit en eigen naam en is met 590 woningen geen dorp of stad.

Nee

GM25/ L13/ H17r.

doorsteek naar Anne Franklaan

3.2.2. Indiener meent dat het realiseren van een uitweg via de "Groene buffer" van 15 meter voor de nieuwe wijk naar Bussum, welke in het vraag en antwoordoverzicht n.a.v. het webinar als 'informele ontsluiting' wordt aangeduid contra-wettelijk en contra het Ontwerpbestemmingsplan is. Allerlei plannen om de groene buffer tussen plangebied Crailo en Bussum te doorbreken zou ook reden zijn voor de ontsteltenis bij GNR over het project. (p47)

De 'groene buffer' waarover in het webinar van 4 februari 2021 gesproken is, betreft de in paragraaf 2.1 van het MER onder het kopje 'Afspraken die gemaakt zijn met omwonenden in deze periode' bedoelde groene bufferzone tussen de bestaande bebouwing en de nieuwe ontwikkeling in verband met een voldoende afscherming van hun woningen. Het betreft dus juist een nieuw toe te voegen groene afscherming achter de achtertuinen van deze woningen in een gebied waar nu onder andere nog oude parkeergelegenheid en verharding van de Kolonel Palmkazerne aanwezig is. Niet valt in te zien waarom deze contra-wettelijk is. In de Uitgangspuntennotitie voor het bestemmingsplan (bijlage 9) bij de toelichting is deze ontsluiting al op figuur 6 'Kaders en aandachtspunten bestemmingsplan' opgenomen. Op de verbeelding van het bestemmingsplan is deze ook aangegeven middels een functieaanduiding binnen de bestemming Groen-1. Onduidelijk is waarom dit in strijd met het ontwerpbestemmingsplan zou zijn.

Nee

GM25/ L13/ H17s.

Algemeen oordeel

3.2.2. Onder het ,,mom van buurtschap” betreft het een commercieel bestemmingsplan, dat over de rug van de nieuwkomers moet worden bekostigd uit de huren en prijzen van de te verhuren en te verkopen woningen en appartementen. De hoge kosten voor het saneren van het door het ministerie van Defensie volledig vervuilde terrein met metaal, beton, bouwmaterialen en ammunitie worden ten onrechte niet verhaald op het ministerie van Defensie, maar verhaald op de nieuwkomers. Met een sociaal huisvestingsplan, laat staan met het creëren van een buurtschap heeft dit niets te maken. (p47)

Dank voor het geven van uw reactie, deze nemen wij voor kennisgeving aan.

Nee

GM25/ L13/ H17t.

Gebed zonder End

3.2.2. Indiener vreest op basis van het antwoord op vraag 89 van de vragenlijst n.a.v. het webinar dat het Gebed zonder End in de spitsuren een enorme toestroom te verwerken krijgt uit de stadswijk Crailo en uit de wijk Tergooi en dat het ca. 8m. brede zandpad direct moet worden aangepast voor het steeds snellere (elektrische) fietsverkeer uit en naar Crailo en de wijk Tergooi. Indiener schat dat het wellicht om een bevolking van ca. 2000 personen (wijken Crailo en Tergooi), plus fietsers uit de dorpen Blaricum, Huizen en Laren naar en van Hilversum Mediapark. Hij verwacht dat dit samen gaat met straatverlichting en wellicht asfaltering van een verbreed fietspad, en wellicht fietspaden aan beide zijden van het Gebed zonder End, wat afbreuk doet aan dit nu nog karakteristieke zandpad (p47 en 48).

In reactie op vraag 89 van de vragenlijst naar aanleiding van het webinar van 4 februari 2021 is aangegeven dat, naast opties per bus, het Gebed zonder End ook een snelle fietsverbinding per fiets naar station Hilversum Mediapark biedt. Voor fietsers uit Blaricum, Huizen en Laren en voor de werknemers en bezoekers van het Tergooi ziekenhuis (dat straks ontwikkeld wordt) is dat nu niet anders. De ontwikkeling van Buurtschap Crailo is een relatief beperkte ontwikkeling met maximaal 590 woningen en circa 5 hectare bedrijvigheid. De toestroom vanuit Crailo per fiets richting station Hilversum Mediapark is daarom niet zodanig te achten dat dit noopt tot aanpassingen aan het Gebed zonder End, verharding/asfaltering is dan ook niet aan de orde

Nee

GM25/ L13/ H17u.

Gebed zonder End

3.2.2. Indiener stelt dat de telkenmale gebruikte aanduiding in het Ontwerpbestemmingsplan Crailo ca 2021 van het Gebed zonder End als ,,een bomenlaan” misleidend en volledig onjuist is. Het MER-rapport van 1 december 2020 van ARCADIS heeft dit ten onrechte niet gesignaleerd, een ernstige onzorgvuldigheid. (p.48)

Wij vinden het jammer dat u zich aan deze in uw ogen onjuiste kwalificatie stoort. Zoals echter uit de toelichting bij het bestemmingsplan en de diverse daarbij opgenomen bijlagen blijkt, wordt het door u in uw zienswijze onderstreepte unieke karakter van het Gebed zonder End zondermeer onderkent. (zie bijv. pagina 6 en 18 van de als bijlage 9 bij de toelichting opgenomen Uitgangspuntennotitie bij het bestemmingsplan).

Nee

GM25/ L13/ H17v.

Algemeen oordeel

3.2.2. Indiener stelt onder verwijzing naar diverse vragen en antwoorden opgenomen op de lijst die is opgesteld n.a.v. het webinar, dat duidelijk is dat het woningbouwprogramma in de wijk (dat niet te maken heeft met een sociaal huisvestingsprogramma) geen oplossing biedt aan starters op de woningmarkt en evenmin voor bevolkingsgroepen die zich in een lage sociale economische situatie (lage ses) bevinden. Omdat alles wordt overgelaten aan de projectontwikkelaars wordt alles dus bepaald door de macht van het geld: de vrije markt (voor wie alleen de opbrengsten tellen). Indiener meent dat een nieuwe villawijk komt met diverse villakenmerken (zoals zwembaden) en dat dat niet past in de in 1925 getrokken conclusies om dit niet te doen van de Centrale

Dank voor het geven van uw reactie, deze nemen wij voor kennisgeving aan.

Nee

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

51 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz

Schoonheidscommissie van het Gooi. Indiener meent dat hier een decentrale dure wijk gecreëerd ten koste van natuur en landschap en van de ,,non-haves” ten behoeve van de happy few, die ook niet uit het Gooi hoeft te komen (vraag 14 webinar). Indiener vindt dat de term 'buurtschap' dient om dit te verhullen. (p.48 en 49) GM25/ L13/ H17w.

Regels: definities

3.2.4.1 Indiener stelt dat in artikel 1 van de regels een definitiebepaling van 'bebouwingsaccent(en)' moet worden opgenomen en brengt daar de volgende definitie bij naar voren: "een gebouw/gebouwen (zie 1.33), waarvan de nokhoogte met 3 meter uitstijgt boven de elders in het plangebied toegestane maximale bouwhoogte van 15 meter.Een bebouwingsaccent is een ,,landmark” , een gebouw, dat beeldbepalend is voor de overige bebouwing/gebouwen en daarmee voor het landschap en dat qua maat en schaal afwijkt van de gangbare bebouwing in een gebied." Indiener wijst in zijn toelichting hierop dat er in het Gooi de regel geldt dat er niet boven de gemiddelde boomhoogte in het Gooi wordt gebouwd ten einde het landelijk karakter en het typerende coulisselandschap niet aan te tasten. Onder verwijzing naar een proefschrift geeft indiener aan dat aan de randen van de bebouwing zeker niet hoger dan de bomen gebouwd moet worden vanwege de horizonvervuiling en dat het dan om max 15m = boonhoogte gaat. (p.49 en 50)

Het voorstel van indiener om in artikel 1 van de regels een definitiebepaling van 'bebouwingsaccent' op te nemen en daarmee de omvang van de bebouwingsaccenten in te perken wordt overgenomen. De in dit verband door te voeren wijziging in het bestemmingsplan is in de reactie onder punt GM25/ L13/ H15f. opgenomen.

Ja

GM25/ L13/ H17x.

Regels: definities

3.2.4.1. Indiener stelt dat in artikel 1 van de regels een definitiebepaling van het vaak in het bestemmingsplan gehanteerde begrip 'Coulisselandschap' ontbreekt en komt met het volgende tekstvoorstel: "Een coulisselandschap is een halfopen landschap dat door de beplanting en bebouwing het karakter van een toneel met coulissen heeft. De beplantingen bestaan vooral uit afschermende en omsluitende bosstroken, houtsingels en houtwallen en hoge heggen waardoor de daarbinnen gelegen percelen zoals akkers, sportvelden, bedrijfsterreinen, parkeerterreinen e.d., maar ook woonwijken, kazerneterreinen, gebouwen en bouwwerken niet zichtbaar zijn vanuit de omgeving. Door de afscherming met een qua maat en schaal robuuste, ondoorzichtige en hoge vegetatie heeft de bezoeker het idee in een oneindig groen landschap te zijn." (p. 50)

Dank voor uw suggestie, wij nemen het echter niet over. In artikel 1 van de regels van het bestemmingsplan worden namelijk de begripsomschrijvingen gegeven van belangrijke begrippen die in deze regels zelf gebruikt worden. Het woord 'coulisselandschap' komt daarin niet voor en behoeft daarom geen definitie in artikel 1.

Nee

GM25/ L13/ H17y.

Bomenkap najaar 2020

3.2.4.1. Indiener wijst onder verwijzing naar het veel in het bestemmingsplan gehanteerde begrip 'coulisselandschap' op het feit dat de Groene mantel om het gebied ten zuidoosten van het Gebed zonder End in het najaar van 2020 zo kaal is geslagen door grootschalige houtkap en velling van bomen en struiken van het eikenhakhout, dat daar niets meer van resteert als ondoorzichtige natuur en dat nu o.a. de kazernegebouwen van honderden meters afstand goed zichtbaar zijn. Hij wijst er op dat dit voorafgaand aan een vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan is en voorafgaand aan een advies van de Commissie m.e.r. (p50-51)

De betreffende houtkap heeft plaatsgevonden op gronden die weliswaar (deels) onderdeel uitmaken van het (bestemmings)plangebied van Buurtschap Crailo, maar die geen eigendom zijn van de gemeenten en/of de GEM Crailo. De gronden worden dan ook niet door de gemeenten en/of GEM Crailo ontwikkeld. De gemeenten en GEM Crailo hebben dan ook niets met deze bomenkap te maken gehad. De bomen zijn gekapt in het kader van het provinciale project HOV in 't Gooi. Vanuit de provincie is hierover het volgende gecommuniceerd: "Aan de zuidoostzijde van Crailo richten we 3ha grond opnieuw in. Dit wordt NNN-gebied worden en is een compensatiedoelstelling vanuit het PIP. Een deel van de grond valt binnen de bebouwde kom en is grondgebied van de gemeente Laren. Dit bos wordt opgeruimd en schoongemaakt waarbij we zoveel mogelijk inheemse loofbomen en grove dennen sparen. In totaal worden ca. 500 bomen gekapt, dit zijn voornamelijk exoten. We hebben een omgevingsvergunning aangevraagd om hier op korte termijn aan de slag te kunnen gaan.

Nee

Als het gebied schoon is, planten we nieuwe bomen aan. Het gebied waar nieuwe bomen komen is groter dan het gebied waar gekapt wordt. De totale oppervlakte aan bomen en bos neemt met 0,2 ha toe. De nieuwe bomen zijn zo gekozen dat er een natuurlijk gevarieerd inheems loofbos ontstaat met diverse boom- en struiksoorten. Er is geen ontheffing nodig op de wet Natuurbeheer. In plaats daarvan moet wel een aantal maatregelen worden genomen, zoals onder meer het sparen van bomen met nesten van eekhoorns en grote vogels, het met de hand verwijderen van takken- en bladhopen, zorgen dat konijnen tijdens de werkzaamheden niet ingesloten raken in hun holen en kappen buiten het broedseizoen om broedende vogels niet te storen. Als het gebied straks is ingericht als NNN-gebied wordt het overgedragen aan stichting Goois Natuurreservaat die het bos zal gaan beheren. Het streven is dit gebied op 1

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

52 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz

januari 2021 over te dragen." (zie: https://www.noordholland.nl/Actueel/Archief/2020/Oktober_2020/HOV_in_t_Gooi_aan_de_slag_in_Crailo) GM25/ L13/ H17z.

Begripsbepalingen

3.2.4.1. Indiener heeft ernstige kritiek op de in artikel 1.29 van de regels opgenomen definitie van 'ecowal'. Volgens hem gaat het niet om een ,,lage muur van materiaal, dat is aangetroffen in het plangebied bij sloop van gebouwen en bouwwerken etc. met een uitkijkpost op de natuurbrug, voorzien van zonnepanelen“, zoals in het ,,Webinar” van 4 februari 2021 door mevrouw E. Vlaswinkel van het GEM Crailo werd toegelicht. Volgens indiener dient het bij de Ecowal, ongeacht een combinatie van functies, te gaan om een robuuste hoge, begroeide grondwal die beschermt tegen verstoring door kunstlicht, door zichtbeperking, door geluid, door aanwezigheid van mensen/huisdieren, door beweging van voertuigen.Indiener verwijst er onder verwijzing naar een gesprek met dhr [anoniem gemaakt] van GNR op dat tussen GEM en GNR een hoge, begroeide grondwal is overeengekomen. Indiener stelt dat die afspraak ten onrechte niet is vermeld in het MERrapport van 1 december 2020. (p51)

In artikel 1.29 is ecowal gedefinieerd als 'een wal gevormd door een combinatie van aangelegde en gebouwde delen die elk op zich verschillende gebruiksfuncties kunnen dienen en als geheel een afschermende functie heeft voor de aanliggende bestemming Natuur.' Met de regels in het bestemmingsplan is geborgd dat deze maximaal 5 meter mag zijn en dat in het naastgelegen gebied gebouwen en bouwwerken pas gerealiseerd mogen worden als er een voldoende hoge afscherming is. E.e.a. komt overeen met de afspraken met GNR hierover.

Nee

GM25/ L13/ H17aa.

ecowal

3.2.4.1. Indiener stelt dat de GEM zich onttrekt aan de afspraak met GNR over de aanleg van een robuuste ecowal naast de niet nagekomen afspraak over de aan te houden afspraak over de minimaal aan te houden afstand van 150 meter tussen de bebouwing van Crailo en de teen van de natuurbrug. De zogenaamde ,,ecowal”, die in het Ontwerpbestemmingsplan aan de orde komt, komt volgens indiener volstrekt niet overeen met de afgesproken, te realiseren ,,robuuste hoge, begroeide grondwal”. Deze grondwal moet zoals de heer D. [anoniem gemaakt] meedeelde ca. vijf meter hoog worden, zoals ook de oude grondwal langs de schietbaan in het midden gebied langs de erfscheiding van het plangebied. Dit wordt door de SNLG onderschreven! (p.51)

Dit verzoek wordt niet overgenomen. Uit het als bijlage 27 bij de toelichting opgenomen adviesrapport blijkt dat een ecowal van 3,6m voldoende in staat is om verstoring van kunstlicht en geluid te mitigeren. In de regels van het bestemmingsplan is in art 7.4.2. een voorwaardelijke verplichting opgenomen die borgt dat er pas gebouwen en bouwwerken mogen worden gerealiseerd indien er ter plekke een afscherming aanwezig is die negatieve effecten op natuur en natuurbrug afschermt. Zolang de bouwwerken en gebouwen binnen de kaders van het onderzoek van bijlage 27 zijn, is 3,6m voldoende. Aanvullend hierop worden eisen gesteld aan de bedrijven die zich vestigen op het bedrijventerrein. Zowel ten aanzien van geluid als licht worden in artikel 3.4.2 van de bestemming bedrijven maxima gesteld waarmee verstoring van natuur wordt ingeperkt.

Nee

GM25/ L13/ H17ab.

Begripsbepalingen

3.2.4.1. Indiener mist in artikel 1 begripsbepalingen voor de begrippen 'houtsingel' en 'laan'. Indiener brengt de volgende definitie van houtsingel naar voren: ,,Een houtsingel , boomsingel of kortweg singel (in Nederland) of een houtkant (in Vlaanderen) is een brede strook met bomen en struiken als afscheiding tussen weilanden en akkers en ook wel langs beken en waterlopen, en langs wegkanten (PB). Een houtsingel is een lijnvormig landschapselement van 4 tot 20 meter breed en minimaal 25 meter lang. Houtsingels lijken veel op houtwallen. Bij een houtwal is er sprake van een opgeworpen wal, waar de beplanting op staat.”. Daar staat volgens indiener tegenover het in de toelichting en andere teksten van het Ontwerpbestemmingsplan Crailo ca gebruikte begrip ,,Laan’’ of ,,Laan met bomen”, waarvoor indiener de volgende definitie naar voren brengt: ,,Een laan is een weg die aan beide zijden geflankeerd wordt door bomen. De bomen worden aangeplant voor schoonheid, prestige of nut. Ze bieden schaduw en verkoeling, bescherming tegen weer en wind en hun hout wordt nuttig gemaakt. Lanen met loofbomen hebben tevens een brandvertragende functie in droge gebieden of in productiebossen van licht brandbaar naaldhout.” (p.52)

Dank voor uw suggestie, wij nemen het echter niet over. In artikel 1 van de regels van het bestemmingsplan worden namelijk de begripsomschrijvingen gegeven van belangrijke begrippen die in deze regels zelf gebruikt worden. De woorden 'houtsingel' en 'laan' of 'laan met bomen' komen niet in de planregels voor en behoeven daarom geen definitie in artikel 1.

Nee

GM25/ L13/ H17ac.

Gebed zonder End

3.2.4.1 Indiener stelt, onder verwijzing naar enkele teksten uit de toelichting bij het bestemmingsplan, dat GEM Crailo en Arcadis het onderscheid tussen 'houtsingel' en 'laan' niet maken en het Gebed zonder End en de 'Nieuwe Laan van Crailo' beide aanduiden als 'een bomenlaan'. Volgens indiener gaat het bij het Gebed zonder End uitdrukkelijk niet om een ,, laan”, gekenmerkt door aan weerszijden van een weg in één rij geplaatste bomen (zoals wel de bedoeling is bij de aan te leggen ,,Laan van Crailo”). Het Gebed zonder End is een natuurlijke vegetatie, ontstaan uit eikenhakhout, te herkennen aan uitgelopen stobben. Het betreft houtsingels die in de loop van 180 jaar een eiken-berkenbos zijn gaan vormen met hier en daar een beuk en met een ondergroei van struiken en grassen, kruiden en mossen (o.a. Kussentjesmos, Leucobryum glaucum). Het gebruik van het woord ,,laan” voor het Gebed zonder End is volgens indiener bezwaarlijk omdat een ,, laan” gemakkelijker aanleiding geeft om het unieke karakter van het Gebed zonder End te verdoezelen, waardoor bestuurders des te sneller geneigd

Verwezen wordt naar de reactie onder punt GM25/ L13/ H17u

Nee

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

53 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz

kunnen zijn, zulk een laan op de schop te willen nemen en op te offeren, als deze ,,laan” hen in de weg zit. (p52-54) GM25/ L13/ H17ad.

Gebed zonder End

3.2.4.1. Indiener verwijst naar een tekst in paragraaf 1.1 van de toelichting waarin het Gebed zonder End als een 'belangrijke recreatieve route voor langzaam verkeer' wordt omschreven. Indiener stelt dat voor zover de mededeling over het Gebed zonder End ,, een belangrijke recreatieve route voor langzaam verkeer “ ziet op de recreatieve belevingswaarde van het Gebed zonder End voor wandelaars en fietsers, het gebruik van het woord 'belangrijk' correct is.Indiener stelt dat als het begrip 'belangrijk' evenwel stoelt op de gedachte, dat het Gebed zonder End belangrijk is als doorgaande route voor fietsers van en naar Hilversum Noord/ NS-station Hilversum Mediapark, die gedachte kwantitatief gesproken nu nog onjuist is. Volgens indieners maken fietsers en wandelaars nu nog sporadisch gebruik van het smalle fietspad van ca 1,5m breed. Indiener stelt dat door de aanleg van stadswijk Crailo en van de stadswijk in Blaricum aan de overzijde van de A1 op het terrein van het huidige Tergooi ziekenhuis (van ook zo’n 500 woningen) leiden tot inderdaad een kwantitatief belangrijke route voor het fietsverkeer van en naar Hilversum. En op termijn: tot een volledige asfaltering en van straatverlichting voorziene weg (wat in dit verband te denken van de noodzakelijke bescherming van vrouwen en meisjes tegen aanvallen op hun integriteit).

De algemene verkeersveiligheid zal ook tot straatverlichting nopen..Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid leidt de komst van de stadswijk Crailo tot een weg voor autoverkeer van Hilversum naar Crailo en de A1 vice versa. De garantie tegen een dergelijke verkeersader voor auto’s kan geen enkele wethouder of bestuurder van de drie gemeenten geven.Het plan leidt tot ecologische en landschapsschade voor het ook cultuurhistorische belangrijke Gebed zonder End. (p54 en 55)

Het Gebed zonder End heeft nu en houdt ook na vaststelling van bestemmingsplan Buurtschap Crailo een Natuurbestemming. De bestemming ‘Natuur’ staat het maken van een weg voor autoverkeer niet toe. In relatie tot de besluitvorming die nu voorligt is de door u geuite vrees dus niet reëel. Ook het feit dat GNR eigenaar is van het Gebed zonder End biedt de nodige waarborgen.

Nee

GM25/ L13/ H17ae.

Geur i.r.t. manege

3.2.4.1. Indiener verwijst naar de regels over geur in art. 3.4.2 onder sub c. die gelden voor de bestemming 'Bedrijventerrein' en stelt dat in par 6.7 van de toelichting een redenering wordt gevolgd die hiermee en met het wettelijk systeem in strijd is. In paragraaf 6.7 wordt volgens indiener ten onrechte niet van de perceelsgrenzen uitgegaan als punt van waaraf een geurafstand in acht moet worden genomen tot woningbouw op Crailo, maar een afstand te rekenen vanaf het dierenverblijf, in dit geval de paardenstal van de Manege Gooi- en Eemland. Onder verwijzing naar tabel 2 onder artikel 3.4.2. onder sub c. stelt indiener dat afstanden 'vanaf de grens van de inrichting' gelden. indiener stelt dat het in de regels opgenomen 'vanaf de grens van de inrichting' in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan in par. 6.7.1.1. veranderd is in afstanden, vertaald als 'geurcontour'', 'rond het dierenverblijf' van de manege. Volgens indiener is dit een tegenstrijdigheid die tot grote rechtsonzekerheid en schade bij de eigenaar van de Manege Gooi en Eemland leidt. De verschillen van meten zorgen voor tientallen meters verschil ten nadele van de manege. Indiener stelt dat dit in hoge mate een onrechtmatige en daarnaast ongewenste uitkomst is, die afbreuk doet aan ,,het sociale karakter”, waarvan de GEM Crailo zegt, dat dat een hoofdkenmerk is van het ,,Buurtschap Crailo”.

Het bedrijf van de manege-eigenaren wordt onaanvaardbaar benadeeld.(p. 55-57)

Indiener maakt een onjuiste vergelijking door de geurbepalingen die in de regels behorend bij de bestemming ‘Bedrijventerrein’ zijn gesteld t.a.v. het bedrijventerrein toe te passen op de situatie bij de manege Gooi en Eemland, waarvoor deze bestemming niet van toepassing is. In de toelichting wordt onder verwijzing naar de specifieke regelgeving en het hiervoor als bijlage 15 opgenomen onderzoek een toelichting gegeven die specifiek van toepassing is voor de manege en waarvoor ook een geurverordening is vastgesteld. Opgemerkt kan worden dat in verband daarmee geen zienswijzen kenbaar zijn gemaakt en dat deze geurverordening inmiddels onherroepelijk is.

Nee

GM25/ L13/ H17af.

Geur i.r.t. manege

3.2.4.1. Indiener wijst op de volgende tekst in par 6.7.1.1. van de toelichting "dat volgens onderzoek een afstand van 60 meter als geurcontour rond het dierenverblijf passend is voor de manege voor de geurhinder ,,in het geval op de manege maximaal 40 paarden worden gehouden”. In verband hiermee stelt indiener dat het feitelijk veel minder paarden zijn, zo'n 27. Tevens stelt indiener dat er wel degelijk woningen of andere geurgevoelige objecten binnen de aldus bepaalde geurcontour van 60 meter van het dierenverblijf zijn voorzien en dat de eigenaren vrezen voor gebouwen op 13 meter vanaf de perceelgrens. (p. 57)

Wat indiener stelt ten aanzien van het huidige feitelijke aantal paarden is correct. In het als bijlage 15 bij de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen geuronderzoek wordt, zoals o.a. in paragraaf 2.2. van dit onderzoek is aangegeven, uitgegaan van 28 paarden in de huidige situatie. Een blik op de verbeelding van het bestemmingsplan leert dat de vrees voor gebouwen binnen de geurcontour onterecht is. De 60 meter zone is op de verbeelding namelijk aangeduid met de gebiedsaanduiding 'milieuzone-geurzone' en heeft de bestemming Groen-1. Binnen deze bestemming zijn geen geurgevoelige functies mogelijk. Bovendien is middels artikel 22.1 van de planregels een verbod opgenomen tot oprichting van geurgevoelige functies ter bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in verband met de manege.

Nee

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

54 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz

GM25/ L13/ H17ag.

bouwhoogte/hoogteaccenten

3.2.4.1. Indiener stelt niet akkoord te kunnen gaan met artikel 6.3 van de planregels waarin impliciet zou zijn bepaald dat er maximaal drie hoge gebouwen van 18 meter hoog zijn toegestaan binnen het plangebied. Volgens indiener werd op 18 februari 2021 op het perceel van de manege Gooi- en Eemland geconstateerd, dat er geen sprake is van bomen die , hoewel circa 18 meter hoog, (Zwarte den/Grove den) geenszins dergelijke hoge gebouwen met ook hun lichtuitstraling tot 18 meter hoog kunnen afschermen. Deze bomen vormen geen dicht en gesloten, afdoende scherm. Aan de rand van het plangebied is 12 meter hoogte het maximum. Over boomhoogte wordt in de Regels niet geschreven/ (p. 57)

Verwezen wordt naar de reactie onder punt ‘GM25/ L13/ H17i’.

Ja

GM25/ L13/ H17ah.

ecowal

3.2.4.1. Indiener stelt dat strijdig met de afschermende functie van de ecowal van maximaal 5 meter in artikel 7.2.3. sub c een uitkijkpunt van 15 meter hoog mogelijk wordt gemaakt. indiener vindt dit een grote tegenstrijdigheid op het niveau van de relevante bijzonderheden. Het adagium geldt: òf bescherming, òf geen bescherming. Er is geen ,,win-win”-situatie. (p. 58)

Verwezen wordt naar de reactie onder punt ‘GM19/ L28/ H5h’

Ja

GM25/ L13/ H17ai.

Samenwerking gemeenten

3.2.4.1. Ter zake van artikel 24, Algemene Wijzigingsregels (pg. 53) is het de vraag van de SNLG: Wie voorkomt er ruzie tussen de drie deelnemende gemeenten? Wie lost dergelijke conflicten op? (p. 58)

De drie gemeenten werken alweer geruime tijd op goede wijze samen aan de voorbereidingen voor de ontwikkeling van Buurtschap Crailo, waarbij het vertrouwen er is in een goede voortzetting daarvan om de gezamenlijke ambities te kunnen verwezenlijken. Deze samenwerking gebeurt o.a. middels de gezamenlijk opgerichte GEM Crailo. Ten aanzien van de algemene wijzigingsbevoegdheden is het zo dat die een relatief beperkte reikwijdte hebben en per bestemmingsplan gelden, wat betekent dat elk college bevoegd is een wijzigingsbevoegdheid toe te passen voor het eigen grondgebied. Gelet op het in artikel 24.1.2. bepaalde gaat een wijziging niet zomaar en dient een uitgebreid afwegingskader bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van de wijziging betrokken te worden. De wettelijk vastgestelde procedure voor het vaststellen van een wijzigingsplan borgt overleg met de buurgemeenten en biedt hen de mogelijkheid eventuele zienswijzen vooraf kenbaar te maken.

Nee

GM25/ L13/ H17aj.

Brandveiligheid

3.2.4.1. Indiener stelt dat ten onrechte regels ontbreken over veiligheid en bescherming tegen bosbrand, terwijl dit vanwege o.a. steeds drogere zomers, een gebied met een grondwaterpeil van -10m onder maaiveld, de wijze van bosbeheer door GNR waar dood hout niet wordt verwijderd volgens indiener wel relevant is. Ook in de toelichting is hier volgens indiener niets over geschreven. Bosbranden van Zuideuropese aard (Portugal, Spanje, Frankrijk) zijn de komende jaren ook hier in het Gooi te verwachten. Zoals ook GNR weet ( de heer [anoniem gemaakt], senior beleidsmedewerker) is er sprake van een groot waterdeficit op de heidevelden en in de bossen van het Gooi.

Dank voor het attenderen op het risico van bosbranden. Er is afstemming met de brandweer geweest. Door de brandweer zijn voor wat betreft de inrichting van het plangebied eisen meegegeven die in acht dienen te worden genomen voor wat betreft de bluswatervoorziening. Daarbij is aangegeven dat het uitgangspunt voor woonwijken is dat een aanvoer van minimaal 30 m3/uur bluswater noodzakelijk is en voor het bedrijventerrein en bij de 3 parkeerhubs minimaal 60 m3/uur. Ten slotte is er nog een extra voorziening van 90 m3/uur noodzakelijk als centrale bluswatervoorziening voor het geval er een escalatie plaatsvindt. Bij het uitwerken van de inrichtingsplannen zal in een later stadium de brandweer worden geconsulteerd.

Nee

GM25/ L13/ H17ak.

Datum en paginanr. Toelichting

3.3.1. Indiener stelt dat de toelichting niet voorzien is van een datum en niet doorzoekbaar is vanwege het ontbreken van een paginanummering. In dit opzicht beantwoordt de toelichting niet aan artikel 3:2 Awb en niet aan artikelen 3:46 en 3:47 Awb. Van een burger kan niet worden verlangd dat deze zo’n tekst kan controleren en begrijpen. (p. 59)

Vanwege de verplichting tot digitale publicatie van bestemmingsplannen op ruimtelijkeplannnen.nl wordt de toelichting niet op verschillende pagina's weergegeven maar als webpagina met daarin diverse directe digitale verwijzingen naar bijlagen, hoofdstukken en paragrafen van het bestemmingsplan. Het opnemen van paginanummers is daarbij niet aan de orde. Wel is een duidelijke structuur met genummerde kopjes opgenomen die goed bruikbaar zijn voor verwijzing. De datum van het ontwerpbestemmingsplan is niet weergegeven op de webpagina van de toelichting maar is wel (rechtsboven) direct zichtbaar bij het opzoeken van het plan op ruimtelijkeplannen.nl,

Nee

GM25/ L13/ H17al.

Term 'Buurtschap'

3.3.2. Indiener geeft onder verwijzing naar het eerdere punt in de zienswijze aan de voortdurend gebruikte term 'Buurtschap' in de toelichting niet-adequent en belemmerend voor nauwkeurige analyse te vinden. (p.60)

Verwezen wordt naar de reactie onder punt GM25/ L13/ H17q.

Nee

GM25/ L13/ H17am.

Gebed zonder End

3.3.2. Indiener wijst op een aantal plekken in de toelichting waar het Gebed zonder End een 'bomenlaan' wordt genoemd en verwijst in verband daarmee naar het eerdere punt in de zienswijze hierover. (p.60)

Verwezen wordt naar de reactie onder punt GM25/ L13/ H17u

Nee

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

55 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz

GM25/ L13/ H17an.

beschrijving wezenlijke kenmerken en waarden plangebied

3.3.2. Indiener stelt nergens in de toelichting een nauwkeurige en correcte beschrijving van de wezenlijke kenmerken en waarden van de onderdelen van het plangebied Crailo te vinden is. (p. 60)

Als bijlage 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan is het Stedenbouwkundig- en landschapsplan Buurtschap Crailo opgenomen. In paragraaf 1.2 daarvan is een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de locatie opgenomen. In paragraaf 2.1 is een uitgebreide analyse van het landschap en de historie opgenomen. In hoofdstuk 3 van de toelichting bij het bestemmingsplan wordt ook ingegaan op de karakteristieken van het plangebied. Voor het overige worden de belangrijkste karakteristieken op de milieuaspecten, zoals bijvoorbeeld cultuurhistorie, in hoofdstuk 6 beschreven.

Nee

GM25/ L13/ H17ao.

Samenwerking gemeenten

3.3.2. Indiener stelt onder verwijzing naar de tekst in paragraaf 1.2 van te toelichting waarin is aangegeven dat het bij het bestemmingsplan voor Buurtschap Crailo in feite gaat om drie integraal met elkaar afgestemde bestemmingsplannen, voor elke gemeente één, hoe conflicten tussen de drie gemeenten in de toekomst worden opgelost. Daarbij vraagt indiener zich ook af hoe rechtszekerheid en rechtsgelijkheid gewaarborgd worden voor de toekomstige bewoners van elk van de drie deelgebieden en geeft hij aan dat zij allen aangewezen zijn op de Gemeente Gooise Meren waarvan de kern Bussum naadloos op de ontwikkeling aansluit. Volgens indiener hebben de colleges zich ten onrechte niet over deze vraag in de toelichting uitgesproken. Ook ontbreekt de visie hierover van Blaricum en Huizen. Indiener wijst erop dat deze gemeente in 2000 wel gevraagd waren deel te nemen aan de ontwikkelingen via het Masterplan Crailo van 22 februari 2001 (dat door Arcadis niet genoemd wordt). (p 60-61)

Tot op heden werken de drie gemeenten vanuit een gezamenlijke ambitie en gezamenlijke uitgangspunten goed samen aan de ontwikkeling van Buurtschap Crailo, de gemeenten hebben er vertrouwen in dat dit ook in de toekomst goed zal gaan. Het vaststellen van drie onderling goed op elkaar afgestemde bestemmingsplannen draagt juist bij aan gelijkheid tussen de drie gemeenten, dit sluit goed aan bij de gedachte van één buurtschap die één van de vijf pijlers uit het Ambitiedocument betreft (bijlage 1 bij de toelichting). De opmerking dat zij allen zijn aangewezen op Gooise Meren en of dat dan als een kwalijk iets wordt beschouwd is onduidelijk. Met de gemeenten Blaricum en Huizen is in het kader van het wettelijk vooroverleg ter voorbereiding van het bestemmingsplan afstemming geweest. Vanuit de gemeente Blaricum zijn daarbij enkele specifieke aandachtspunten op het gebied van verkeer en parkeren meegegeven.

Nee

GM25/ L13/ H17ap.

Samenwerking gemeenten

3.3.2. Volgens indiener is de bestuurlijke haalbaarheid die centraal stond in het Masterplan Crailo van 22 februari 2001 nog steeds van belang ook met betrekking tot de gemeenten Blaricum en Huizen. Indiener stelt dat er in de vragen en antwoorden n.a.v. het webinar van 4 februari 2021 wel is aangegeven dat er overleg met deze gemeenten plaatsvindt, maar dat dat nog niets zegt over de zienswijzen van deze twee andere gemeenten op, het te realiseren programma op beide locaties [Crailo en Tergooi, PB] en op het optimaliseren van de verbinding tussen beide locaties”. Volgens indiener bestaat er nog veel conflictstof tussen de totaal 5 gemeenten. (p61. en 62)

In het kader van dit bestemmingsplan is er de benodigde afstemming tussen de verschillende gemeenten geweest en die zal er ook in de toekomst blijven. Het al dan niet bestaan van veel conflictstof tussen de gemeenten in zijn algemeenheid doet er niets aan af dat er tot op heden sprake is van een goede en prettige samenwerking op dit dossier.

Nee

GM25/ L13/ H17aq.

Beschouwen Masterplan 2001

3.3.2. Ten onrechte heeft ARCADIS, volgens indiener, met dat Masterplan 2001 geen rekening gehouden bij het uitbrengen van het MER-rapport van 1 december 2020. Het is volgens indiener ten onrechte niet genoemd in de bijlagen bij de toelichting. Het is uit het collectief geheugen verbannen. Zulks ten onrechte. (p.62)

Het Masterplan 2001 had eventueel ter zijde genoemd kunnen worden in de toelichting van het bestemmingsplan bij de beschrijving van de voorgeschiedenis rondom de planvorming voor Crailo. Er is echter voor gekozen om in paragraaf 2.1 de aanleiding en voorgeschiedenis slechts beknopt te benoemen naarmate deze verder in het verleden is. Bij de huidige planvorming heeft het Masterplan 2001 geen rol gehad, afstemming tussen de verschillende gemeenten heeft puur plaatsgevonden in het kader van het huidige planvormingsproces door de gemeenten dat in 2017 gestart is en waarvoor al een ambitiedocument en stedenbouwkundig- en landschapsplan zijn opgesteld die de basis vormden voor de besluitvorming door de drie gemeenten over de ontwikkeling van Crailo

Nee

GM25/ L13/ H17ar.

Prioriteren onderwerpen Verbrede reikwijdte

3.3.2. Indiener geeft aan dat het in paragraaf 1.2 van de toelichting opgenomen staatje met zeven onderwerpen waarover onder verbrede reikwijdte regels in een bestemmingsplan kunnen worden opgenomen, geen blijk geeft van een correcte prioritering, die recht doet aan het primaire belang van de fysieke leefomgeving van het totaal. Indiener komt met een gewijzigde prioritering die meer ingestoken is op het centraal stellen van het beschermen van het abiotisch milieu en minder gestoeld is op een antropocentrische benadering. (p62 en 63)

Dit staatje is ontleend aan de 'Inspiratiegids Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte’ van juni 2017 van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en houdt de daarin in paragraaf 3.2. van pagina 27 gehanteerde volgorde aan. De opsomming is puur overgenomen ter verduidelijking van het 'bestemmingsplan met verbrede reikwijdte', niet beoogd is om daarmee al impliciet een prioritering tussen de zeven genoemde onderwerpen kenbaar te maken. De inspiratiegids is digitaal raadpleegbaar via de volgende url: https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/regelgeving/stelselomgevingswet/omgevingswet-in-ontwikkeling/crisis-herstelwet/inspiratiegidsbestemmingsplan-verbrede-reikwijdte/

Nee

GM25/ L13/ H17as.

prioritering milieubelang

3.3.2. Indiener stelt op basis van het antwoord op vraag 57 n.a.v. het webinar van 4 februari 2021 waarin wordt aangegeven dat er een stedenbouwkundig supervisor voor de ontwikkeling van Crailo komt, dat die er tot nu toe niet is geweest en dat als gevolg van het gevolg van het ontbreken van een ecologisch doordacht kompas in paragraaf 1.5 (Leeswijzer) van de toelichting de hoofdstukken 3 tot en met 5 ,, de kern van de toelichting”

Wij zijn het met u eens dat hoofdstuk 6 ook tot de kern van de toelichting behoort. Tijdens het opstellen van de toelichting is na het verwerken van diverse wijzigingen nagelaten om de leeswijzer op dit onderdeel correct aan te passen.

ja

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

56 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

worden genoemd, en dat daar buiten valt en niet tot de kern behoort: hoofdstuk 6 (ingaande op ,,alle milieuaspecten”). (p. 63)

Naar aanleiding van deze reactie wordt de toelichting bij het bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.

Wijz

In paragraaf 1.5, 2e regel van de toelichting wordt aangeven dat niet de hoofdstukken 3 tot en met 5 de kern van de toelichting vormen maar de hoofdstukken 3 tot en met 6. GM25/ L13/ H17at.

Opmerkingen m.b.t. figuren

3.3.2. De tekst van de legenda bij figuur 2.3 van de toelichting is in een zo kleine letter afgedrukt, dat deze kaartafbeelding niet leesbaar is. (p. 63)

Wij zijn het met u eens dat deze vanwege de lettergrootte niet goed leesbaar is en hebben dit naar aanleiding van uw reactie aangepast.

ja

Naar aanleiding van deze reactie wordt de toelichting bij het bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. De tekst van de legenda bij figuur 2.3 wordt zodanig weergegeven dat deze goed leesbaar is. GM25/ L13/ H17au.

Opmerkingen m.b.t. figuren

3.3.2. De legenda bij figuur 2.4 van de toelichting correspondeert niet met het afgebeelde kaartgedeelte. (p. 63)

Figuur 2.4 betreft een uitsnede uit de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Hilversum Buitengebied’ op ruimtelijkeplannen.nl. De in de figuur weergegeven bestemmingen zijn de bestemmingen zoals gelden ter plekke van de rode prikker in de kaart. Omdat uit uw zienswijze blijkt dat dit tot verwarring kan leiden, wordt bij de figuur expliciet aangegeven dat de links van de figuur weergegeven bestemmingen en aanduiding, de situatie ter plekke van de rode prikker op de kaart betreffen.

ja

Naar aanleiding van deze reactie wordt de toelichting bij het bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. De cursieve tekst onder figuur 2.4 van de toelichting wordt aangevuld met het hierna onderstreept weergegeven gedeelte. “Figuur 2.4 Vigerend bestemmingsplan Hilversum Buitengebied, met aan de linkerzijde de bestemmingen die van toepassing zijn ter plekke van de rode prikker op de kaart. GM25/ L13/ H17av.

Gebed zonder End

3.3.2. Indiener geeft onder verwijzing naar de eerdere punten in de zienswijze aan niet akkoord te gaan met de aanduiding in paragraaf 3.4 van het Gebed zonder End als 'een bomenlaan.

Verwezen wordt naar de reactie onder punt GM25/ L13/ H17u

Nee

GM25/ L13/ H17aw.

prioritering milieubelang

3.3.2. Indiener wijst op de in paragraaf 4.1.1. van de toelichting onder het kopje 'Doorwerking Buurtschap Crailo” opgenomen tekst: ,,In de planontwikkeling voor Buurtschap Crailo wordt gestuurd op Behoud van unieke landschappelijke (natuur) en cultuurhistorische waarden. Ten aanzien van de landschappelijke waarden mag de groenstructuur zo min mogelijk wijken voor de planontwikkeling.”(…) en stelt in verband daarmee de volgende vragen:1. Hoe is de vernietiging in het najaar van 2020 door de GEM - al dan niet in samenwerking met het GNR en de provincie Noord-Holland - van dekarakteristieke ,,Groene mantelstructuur” om het deelgebied ,,Op Zuid”, te rijmen met dit uitgangspunt van de toelichting?2. Hoe is het gesteld met de te verwachten gevolgen van deze nu openlijk zichtbaar geworden, toekomstige stedelijke structuren voor het dierenleven in dit gebied en in de omringende NNN-gebieden?3. Waarom gaan de verantwoordelijke bestuurders voor deze natuurvernietiging uit van ,, een voldongen feiten politiek”, die niet meer kanworden teruggedraaid?Indiener stelt dat het een voor de SNLG niet te accepteren ,, ongerijmde wending en tegenstrijdigheid op het niveau van de relevantebijzonderheden” is.Volgens indiener is het hele Ontwerpbestemmingsplan met deze politiek van ,, un fait accompli” , een voldongen feit, ongeloofwaardig en bestuurlijk onaanvaardbaar geworden. (p.63-65)

Verwezen wordt naar de reactie onder punt GM25/ L13/ H17y

Nee

GM25/ L13/ H17ax.

Term 'Buurtschap'

3.3.2. In paragraaf 4.1.4.1. is aangegeven dat het plan betrekking heeft op een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit terwijl volgens aanvrager van meet af aan de term 'buurtschap' wordt gebruikt en deze stedelijke ontwikkeling werd weggestopt en 'gedownplayed'. (p. 65)

De term 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' is in artikel 3.1.6.2. lid 2 van het Bro. opgenomen en is een term die van belang is voor de Laddertoets. Het gaat hier om 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' in de zin van die laddertoets en daar is in beginsel al

Nee

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

57 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz

sprake van bij een plan met meer dan elf woningen, zoals in paragraaf 4.1.4.1. van de toelichting bij het bestemmingsplan is aangegeven. GM25/ L13/ H17ay.

Algemeen oordeel

3.3.2. Indiener verwijst naar enkele teksten in paragraaf 5.1 van de toelichting: ,,De opgave voor Buurtschap Crailo is om van het terrein een unieke leefplek te maken met een eigen identiteit. Er moet een evenwichtige verdeling komen tussen wonen, werken, voorzieningen en natuur. Het landschap is hierin leidend(...)” ,, (…) Op deze manier wordt Buurtschap Crailo een plek om naar toe te gaan en wordt een nieuwe , recreatieve “knoop” in het netwerk van het Gooi gevormd.” Indiener vindt deze teksten, mede gelet op wat hij als natuur- en landschapsvernietiging in het zuidoosten noemt door het weghalen van de Groene Mantel aldaar in het najaar 2020, propaganda en juridisch en maatschappelijk niet passend binnen een toelichting van een ontwerp bestemmingsplan. Het is volgens indiener in strijd met artikel 3:46 en 3:47 Awb ,,om de tuin” te worden geleid door de overheid. (p. 65)

Zoals eerder is aangegeven (zie de reactie onder punt GM25/ L13/ H17y) heeft de betreffende bomenkap plaatsgevonden buiten het eigendom van de GEM/gemeenten in het kader van het provinciale project HOV in 't Gooi. Voor het overige zien wij ook niet in, in welke zin er sprake zou zijn van 'om de tuin leiden' met de door uw aangehaalde teksten. Ons inziens is er nu sprake van een groot niet toegankelijk terrein met daarop veel verharding en bebouwing ten behoeve van het voormalig gebruik van dit terrein o.a. als oefenterrein voor veiligheidsdiensten, defensie en asielzoekerscentra dat met oog op de toekomst ontwikkeld wordt om enkele gezamenlijke ambities van de gemeenten te verwezenlijken.

Nee

GM25/ L13/ H17az.

Gebed zonder End

3.3.2. Indiener verwijst, in vervolg op de eerdere punten hierover, naar de aanduiding van het Gebed zonder End als 'een laan' in paragraaf 5.2.6. (p65 en 66)

Verwezen wordt naar de reactie onder punt GM25/ L13/ H17u

Nee

GM25/ L13/ H17ba.

Optie onderdoorgang A1

3.3.2. Indiener wijst er n.a.v. paragraaf 5.3.1.2. waarin een onderdoorgang onder de A1 voor voetgangers en fietsers aan de orde komt, op dat dat een verdere druk betekent op het landschap en de natuur in Crailo en een nog grotere druk op het Gebed zonder End, en wellicht tot totale ondertunneling van wegen, waaronder de Amersfoortse Straatweg in Bussum ook voor autoverkeer en daarmee een nieuw verkeersknooppunt in het Gooi bij Crailo. (p.66)

Dank voor het geven van uw mening, deze nemen wij voor kennisgeving aan. Een onderdoorgang onder de A1 is nu geen onderdeel van de planvorming, het gebied met de A1 is niet eens onderdeel van het plangebied. De door uw aangegeven zorgen kunnen een rol hebben in de onderzoeken en afwegingen die ten grondslag liggen aan een concreet plan om een dergelijke onderdoorgang daadwerkelijk mogelijk te maken.

Nee

GM25/ L13/ H17bb.

Gebed zonder End

3.3.2. Indiener stelt onder verwijzing naar paragraaf 5.3.3. dat de enkele centrale entree zal gaan via het Gebed zonder End. Het eerste deel van het Gebed zonder End zal volgens indiener ter wille van het autoverkeer en van fietsers en voetgangers onherroepelijk worden geasfalteerd en van straatverlichting worden voorzien. Dat kan volgens indiener niet anders uit oogpunt van verkeersveiligheid en uit oogpunt van sociale veiligheid. Dat betekent volgens indiener het einde van Het Gebed zonder End. Echter: het Gooi en zijn bestuurders kunnen zo stelt indiener niet eten van twee walletjes. Het gaat volgens indiener om twee fundamenteel met elkaar in strijd zijnde aanspraken op onze omgeving, milieu, landschap en natuur. Deze conflicterende belangen worden in de toelichting op het Ontwerpbestemmingsplan volgens indiener niet opgelost, maar onzichtbaar gemaakt en verhuld onder een deken van propaganda. (p. 66)

De gezamenlijke verbeeldingen (opgenomen als bijlage 1 bij de regels) tonen met de bestemming 'Verkeer' de met het bestemming beoogde centrale entree. Deze toont dat de Crailoseweg een stuk verder in zuidwestelijke richting doorloopt en uitkomt om een splitsing waarbij 1 tak in noordwestelijke richting gaat en de andere tak in zuidoostelijke richting. Net als in de huidige situatie wordt het Gebed zonder End daarbij (op de huidige locatie) doorsneden om deelgebied Op Zuid te ontsluiten. Anders dan indiener aanneemt wordt dus niet het noordelijke deel van het Gebed zonder End voor de ontsluiting gebruikt.

Nee

GM25/ L13/ H17bc.

Algemeen oordeel

3.3.2. Op basis van de naar voren gebrachte zaken over de toelichting concludeert indiener dat er sprake is van hiaten, vaagheden, ongerijmde wendingen en tegenstrijdigheden op het niveau van de relevante bijzonderheden. De toelichting voldoet niet aan de bestuursrechtelijke eis van positieve overtuigingskracht. De natuur is niet leidend, maar lijdend! Dit alles wordt volgens indiener weggemasseerd in de vervolgparagrafen met niet te realiseren verlangens over ,,meer biodiversiteit”. (p. 66)

Wij kunnen ons niet vinden in uw oordeel, zoals blijkt uit onze inhoudelijke reacties op de door u ingebrachte inhoudelijke punten

Nee

GM25/ L13/ H17bd.

biodiversiteit

3.3.2. Indiener verwijst naar de volgende tekst in bijlage 1, regel 26 kolom 3 bij het MER over 'biodiversiteit; : ,,Toevoegen eetbaar bos (bramenstruiken, appelbomen, enz.) (voedseltuinen op de rand van dorp en landschap)”. Naar aanleiding daarvan stelt indiener de vraag wie de overheid nu voor de gek probeert te houden en stelt dat het openbaar bestuur kennis moet nemen van de door indiener in de zienswijze opgenomen definitie van het begrip biologische diversiteit” in artikel 2 van het door Nederland geratificeerde Verdrag van Rio de Janeiro. Op basis daarvan stelt indiener dat het gaat om het behoud van ecosystemen en de daarbij horende organismen, en niet op zich: om het behoud van plant- en diersoorten, en al helemaal niet om de aanleg van voedselbossen en het planten van appelbomen e.d. en braamstruiken. Het begrip ,,biodiversiteit” is in de Toelichting teruggebracht tot een

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10379403/1