20210622Cvs Ontwerpbestemmingsplan en conceptbeeldkwaliteitsplan Ligweide BIJLAGE toelicht Ontwerpbestem pl
Tekst van het document
Bovendien brengt dit extra kosten met zich mee. Het vastgestelde stedenbouwkundige plan is opgesteld met het geluidscherm in de huidige omvang. Een verhoging van het geluidscherm zorgt in dat kader voor een stedenbouwkundig onwenselijke situatie. Conclusie Op grond van bovenstaande motivering kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, mits de maatregelen in acht genomen worden. Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan. Ter plaatse is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
4.9
Verkeer & Parkeren
4.9.1
Verkeer
Voor het berekenen van de verkeersgeneratie als gevolg van de realisatie van de acht woningen is gebruikgemaakt cijfers van CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig Parkeren’. In deze gids worden verschillende functies onderscheiden en wordt per functie een onderscheid gemaakt tussen en de ligging van het project (centrum of juist buitengebied) en de mate van stedelijkheid. Voor het planvoornemen geldt dat deze valt te typeren als weinig stedelijk gebied en als de rest van de bebouwde kom. De CROW-publicatie maakt een onderscheid in type woningen. Voor het planvoornemen betekent dat sprake is van tussenwoningen en vrijstaande woningen, beide in het koopsegment, met de bijbehorende verkeersgeneratie. Op basis van publicatie 381 voorziet een hofwoning (tussenwoning) maximaal in 7,8 voertuigbewegingen per dag. Een vrijstaand huis voorziet in 8,6 voertuigbewegingen per dag Totaal voorziet het project daarmee in 95 voertuigbewegingen per dag. Dit aantal autoverkeersbewegingen kan ter plaatse goed worden afgewikkeld. Aanvullend onderzoek of maatregelen zijn niet noodzakelijk. 4.9.2
Parkeren
Ten aanzien van parkeren geldt dat de parkeerbehoefte van het projectvoornemen eveneens met de cijfers van CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig Parkeren' kan worden berekend. De CROW-publicatie leert dat bij kooptussenwoningen in het dure segment in matig stedelijk gebied in een centrum een parkeerbehoefte ontstaat van 1,6 tot 2,4, gemiddeld 2,0 parkeerplaatsen per woning. Dat vertaalt zich naar gemideld 20 parkeerplaatsen voor de geplande hofwoningen. Ter plaatse van het initiatief wordt voorzien in 20 parkeerplaatsen. Er wordt hiermee voorzien in de gemiddelde parkeerbehoefte van de hofwoningen.
30
bestemmingsplan Ligweide
Voor de vrijstaande woningen is sprake van 1,9 tot 2,7, gemiddeld 2,3 parkeerplaatsen per woning. Deze parkeerplaatsen worden op eigen terrein van de vrijstaande woningen gerealiseerd.
4.10 Water 4.10.1
Beleidskaders
Rijksbeleid Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes(drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen.
Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de Waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet wordt elke zes jaar een Nationaal Waterplan vastgesteld. Het Nationaal Waterplan is het rijksplan voor het waterbeleid in Nederland. Op 22 december 2015 wordt het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. Dit nieuwe Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050.
Met dit Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Waterschapsbeleid Beleid Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vechtstreek Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) heeft de zorg voor het regionale watersysteem. Het waterschap streeft op een duurzame en kosteneffectieve wijze naar optimale bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van schoon water en efficiënte zuivering van afvalwater. Daarnaast draagt het waterschap op het gebied van recreatie, landschap en cultuurhistorie bij aan verbetering. Het Waterbeheerplan 2016-2021, vastgesteld op 8 oktober 2015, bouwt voort op het plan voor de periode 2010-2015 en houdt tegelijk rekening met nieuwe ontwikkelingen. Voor de komende periode heeft het AGV per thema een aantal wensbeelden voor 2030
31
bestemmingsplan Ligweide
genoemd, te weten: 1.
2.
3.
4.
5.
Waterveiligheid: Bij waterveiligheid gaat het over bescherming tegen overstroming vanuit buitenwater of boezemstelsels. Insteek van het AGV is een waterrobuuste inrichting van de omgeving. Wanneer de veiligheid in het gedrang dreigt te komen houdt het AGV rekening met economische, landschappelijke en natuurwaarden. Voor de primaire waterkeringen heeft het Rijk het vereiste veiligheidsniveau opnieuw bepaald. In 2050 moeten alle primaire keringen aan de normen voldoen. Voldoende water: Voldoende water gaat over de inrichting en het beheer van het watersysteem, zodanig dat het optimaal functioneert. Doel voor 2021 is dat er sprake is van een robuust watersysteem die de functies van gebieden faciliteren, en wateroverlast en watertekort voorkomen. Er is voldoende water beschikbaar voor vitale functies, nu en in de toekomst. Schoon water: Schoon water betekent voor het waterschap een goede waterkwaliteit, zowel chemisch als ecologisch. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn hierbij leidend. Maatregelen liggen op waterzuivering, samenwerking met de agrarische sector en het toekennen van een extra beschermde status aan innamepunten voor drinkwater. Het AGV wil zorgen dat al het water in het beheergebied geschikt is voor de vastgestelde gebruiksfunctie: voor veeteelt en akkerbouw, als grondstof voor drinkwater, voor recreatie en visserij, als proceswater en voor de natuur.
Het doel is dat inwoners en bezoekers het water in het gebied ervaren als een verrijking van de omgeving. Waterketen: Binnen de waterketen zorgt het waterschap voor het transporteren en zuiveren van stedelijk afvalwater. Om te zorgen dat het gezuiverde water blijft voldoen aan de lozingseisen werkt het waterschap in de planperiode aan het onderhouden, vernieuwen en optimaliseren van de zuiveringsinstallaties en -processen. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is de microverontreinigingen zoals microplastics en medicijnresten. Het waterschap richt zich ook op het terugwinnen van grondstoffen en energie uit afvalwater. Tevens wil het waterschap innoveren en nieuwe technologische mogelijkheden doelmatig toepassen in de praktijk. Verder heeft het AGV als doel om in 2020 klimaatneutraal te zijn. Hiervoor worden extra maatregelen genomen. Op en om het water: Het waterschap vindt het belangrijk dat inwoners en bezoekers van het gebied volop kunnen genieten van water, als onlosmakelijk onderdeel van het landschap. Het AGV heeft als doel voor 2030 in een groot deel van het beheersgebied de integrale uitvoerder te zijn van alle watertaken. In de komende planperiode wordt nagegaan of het wenselijk en haalbaar is om vaarwegbeheer en nautisch beheer tot zelfstandige taken van het waterschap te maken.
Keur en uitvoeringsregels Op grond van de Waterwet is AGV als waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. De Keur kent een flink aantal bepalingen die bedoeld zijn om het goed functioneren van de waterkeringen te beschermen. Ook de bepalingen die betrekking hebben op het beschermen van de aan- en afvoer van water zijn van belang om droge voeten te houden én van betekenis in tijden van waterschaarste. Maar ook de bescherming van de ecologische toestand van het watersysteem neemt een belangrijke plaats in. Het hoogheemraadschap streeft een goede ecologische toestand na van de watersystemen in zijn beheergebied, conform de Europese Kaderrichtlijn Water en conform nationaal en provinciaal beleid. Een goede ecologische toestand betekent dat water, oever en waterbodem voldoende leefmogelijkheden bieden aan de daar van nature thuis horende planten en dieren. De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. Wie bijvoorbeeld water wil lozen, moet een watervergunning aanvragen bij AGV. Vergunningaanvragen worden getoetst aan beleidsregels. In de uitvoeringsregels die bij de Keur horen is dit nader uitgewerkt.
Gemeentelijk beleid Masterplan Laren Regenklaar Bij de extreme buien in 2014, 2016 en 2019 is gebleken dat het regenwater in Laren, door de relatief grote hoogteverschillen, weinig open water en het te kleine rioolsysteem, moeilijk weg kan. De verandering van het klimaat leidt ertoe dat de hoeveelheid en hevigheid van hoosbuien toeneemt. De kans dat rioolwater op
32
bestemmingsplan Ligweide
straat komt te staan en daardoor mogelijk woningen binnendringt, is op sommige plekken in Laren té groot. De gemeente Laren vindt dit maatschappelijk onaanvaardbaar en wil Laren regenklaar maken. In het masterplan worden de maatregelen voor Laren beschreven per gebied en vanuit het perspectief van het openbare- en particuliere domein. De openbare ruimte vervult op veel plekken een rol als ruggengraat waarlangs overtollig regenwater zonder overlast of schade naar een berging of voorziening wordt geleid. Uiteindelijk moet het regenwateropvangsysteem ervoor zorgen dat Laren vanaf 2025 toekomstbestendig is Het masterplan kent de volgende uitgangspunten: Circulariteit, zoveel mogelijk hemelwater in de bodem brengen; Optimaal gebruik maken van bestaande infrastructuur (maximaal gebruik van het riool); Minimale milieubelasting (minimaal overstorten van rioolwater op Gooyergracht; doelmatig / kosteneffectief). 4.10.2
Watertoets
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet bij ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Het is verplicht plannen te toetsen op wateraspecten. Het doel van de watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Behalve landelijke wetgeving hanteert de gemeente Laren ook het 'Beleids- en actieplan wateroverlast Laren'. De volgende uitgangspunten zijn in het beleids- en actieplan benoemd: De gemeente accepteert tijdelijk water op straat en ziet kritisch toe op het ontwerp en inrichting van de bebouwde omgeving, zodat berging op straat met beperkte overlast mogelijk is. Schade aan eigendommen en/of het uitvallen van essentiële (gebruiks-) functies vindt de gemeente Laren niet acceptabel. Om in te spelen op klimaatveranderingen wordt de neerslaggebeurtenis van 28 juli 2014 als referentie toegepast bij het uitwerken van verbetermaatregelen. Particulieren verwerken het hemelwater op eigen terrein, tenzij ze aantonen dat dit niet haalbaar en redelijk is. De gemeente hanteert in de openbare ruimte de voorkeursvolgorde voor de afvoer van afstromend hemelwater: 1. Afvoer naar de bodem, indien nodig via een zuiverende voorziening, zoals bodemverrijking; 2.
Afvoer via het riool naar de rioolwaterzuivering (als verontreinigingen worden verwacht). De gemeente koppelt het hemelwater afkomstig van verhard openbaar oppervlak af van het gemengde riool als dit doelmatig is: gelijktijdig met een voorgenomen rioolvervanging en als de voordelen opwegen tegen de kosten. Afweging De herontwikkeling voorziet in de realisatie van tien rijwoningen en twee vrijstaande woningen. Het project voorziet in een realisatie van circa 1.200 m2 verhard oppervlak. In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet direct op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar separaat binnen het plangebied worden verwerkt. Dit betekent dat bij de verdere planuitwerking water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen en dat hemelwater op een duurzame wijze wordt verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrologisch neutraal zijn. Conform het beleid van waterschap Amstel, Gooi en Vecht en de gemeente Laren is ten aanzien van de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak geen specifieke compenserende waterberging benodigd. Bij herontwikkeling of nieuwbouw mag het hemelwater afkomstig van het dak echter niet zonder meer worden aangesloten op het riool. Afstromend hemelwater mag eveneens niet worden afgewenteld op omliggende percelen of de openbare ruimte.
Om dit te voorkomen, is het aanleggen van een bergingsvoorziening aan te raden. De gemeente Laren kent geen minimale of specifieke bergingseis. De initiatiefnemer is hierdoor vrij om te bepalen hoeveel waterberging wordt aangelegd. In een situatie waarbij in een korte tijd meer regen valt dan de ontwerpuitgangspunten kan tijdelijk water op het perceel blijven staan (water-op-straat situatie).
33
bestemmingsplan Ligweide
Om inzicht te krijgen in het ruimtebeslag dat bij een potentiële voorziening hoort, is een situatie uitgewerkt waarbij ervoor is gekozen de norm van waterschap Amstel, Gooi en Vecht aan te houden (70 m3 / 1.000 m3 ). Ten aanzien van de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak bedraagt de waterbergingsopgave in een dergelijke situatie circa 84 m3 (1.20 m2 x 0,07 m). Om de wateropgave te kunnen verwerken is in het ontwerp rekening gehouden met de inpassing van waterbergingen in het plangebied. Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan. Conclusie Het milieuaspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavig projectvoornemen.
4.11 Milieueffectrapportage 4.11.1
Wettelijk kader
De wet- en regelgeving voor milieueffectrapportage (m.e.r.) is vastgelegd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in de AMvB Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de Wet milieubeheer zijn vooral de procedurele verplichtingen opgenomen. In Besluit m.e.r. is opgenomen wanneer een m.e.r. verplicht is. Globaal zijn er 3 soorten m.e.r.. 1.
Een plan-m.e.r. is wettelijk verplicht wanneer: a. Het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor een (project-)m.e.r. noodzakelijk is, dan wel waarvoor beoordeeld moet worden of een (project-)m.e.r. noodzakelijk is. Dit zijn de activiteiten die genoemd zijn in kolom 1 van Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Voor een activiteiten uit Bijlage D geldt de plan-m.e.r. plicht direct als ze groter is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2. Als ze kleiner is dan die drempelwaarden, wordt de plan-m.e.r. plicht bepaald door de vormvrije m.e.r.-beoordeling. b. De activiteiten in het bestemmingsplan leiden tot mogelijk significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden (passende beoordeling noodzakelijk).
Bij een plan-m.e.r. gaat het om besluiten uit kolom 3 van Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. 2.
Een project- of besluit-m.e.r. is wettelijk verplicht wanneer: a. De activiteit genoemd is in Bijlage C van het Besluit m.e.r. b. De initiatiefnemer of het bevoegd gezag besloten hebben dat voor een activiteit uit Bijlage D van het Besluit m.e.r. een milieueffectrapport opgesteld wordt, cq. moet worden.
Bij een project- of besluit-m.e.r. gaat het om besluiten uit kolom 4 van Bijlage C of D va het Besluit m.e.r. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een bestemmingsplan dat in directe zin woningbouw mogelijk maakt waarvoor een m.e.r.-plicht geldt, of om een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een bedrijf (met aanzienlijke milieugevolgen). 3.
Een m.e.r.-beoordeling is wettelijk verplicht voor de activiteiten in kolom 1 van Bijlage D van het Besluit m.e.r.
Indien de activiteit groter is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2 van Bijlage D dient de in de wet milieubeheer beschreven m.e.r.-beoordelingsprocedure beschreven te worden. Indien de activiteit kleiner is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2 van Bijlage D dient beoordeeld te worden of de in de Wet milieubeheer beschreven m.e.r.-beoordelingsprocedure al dan niet nodig is. Dit noemt men vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling gaat het om besluiten uit kolom 4 van Bijlage 4 van het Besluit m.e.r.
34
bestemmingsplan Ligweide
4.11.2
Onderzoek
Onderzocht is of het bestemmingsplan het ruimtelijk kader biedt voor activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel C of D van het Besluit MER. Daarbij is alleen naar de ontwikkeling van dit plan gekeken. Voor de beoordeling of een project m.e.r plichtig is relevant of de activiteit is opgenomen in de in Bijlage II van het besluit m.e.r. Er moet, in dit geval, getoetst worden aan Onderdeel D11.2. De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Dit plan betreft het realiseren van een locatie naar maximaal 12 woningen in een stedelijk gebied. Om een inschatting te kunnen maken van de nadelige gevolgen op het milieu ten gevolge van deze ontwikkeling wordt getoetst aan de selectiecriteria uit de Europese richtlijn, Bijlage III (Richtlijn 2001/42/EG). In onderstaande tabel is de vormvrije mer-beoordeling opgenomen. Tabel: Vormvrije mer-beoordeling 1 kenmerken van het project Omvang van het project (relatie met Dit project maakt de ontwikkeling mogelijk van maximaal drempel D lijst) 12 woningen mogelijk. Dit is een stedelijke ontwikkelingsproject als vermeld in bijlage D van het besluit m.e.r (Nr D11.2). De omvang van dit project is klein. De milieueffecten op de omgeving van de huidige bestemming en de woningen is weinig verschillend.
In Hoofdstuk 4 is onderbouwd dat de verschillende milieuaspecten niet negatief beïnvloed worden, of dat maatregelen getroffen worden om deze effecten te compenseren. Cumulatie met andere projecten
Geen
Gebruik natuurlijke hulpbronnen
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen is in dit geval niet aan de orde. De nieuwe inrichting van het gebied heeft geen effect op natuurlijke hulpbronnen, zoals mineralen, ertsen, fossiele brandstoffen.
Productie van afvalstoffen
Huishoudelijk afval, afvalwater.
Verontreiniging en hinder
De woningen veroorzaken verontreiniging door verkeer.
CO2
uitstoot
en
lucht
2 Plaats van het project Bestaand grondgebruik
Huidige grond gebruik is een leegstaand stuk grond. Grond wordt niet expliciet gebruikt voor een functie.
Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratieve Geen vermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Opnamevermogen milieu met aandacht In het plangebied liggen geen beschermde voor wetlands, kustgebieden, berg- en natuurgebieden. Aan de noordzijde is een deel NNN bosgebieden, reservaten en natuurparken, gelegen. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed HA/ Richtlijnengebied, gebieden waar daarop. milieunormen worden overschreden, Cultuurhistorische waarden komen niet voor in het gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, plangebied. landschappelijk historische cultureel of Archeologische waarden worden beschermd. archeologische gebieden van belang Geen overschrijding normen luchtkwaliteit in en rond plangebied. 3) kenmerken van potentieel effecten
35
bestemmingsplan Ligweide
Bereik van het effect (Geografisch en Dit project leidt niet tot veranderingen van de effecten op grootte getroffen bevolking) de omgeving. Grensoverschrijdend karakter
Nee
Orde van grootte en complexiteit effect
De effecten zijn niet groot en niet complex
Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect Verbruik van bouwmaterialen is beperkt. Conclusie De realisatie van de woningen leidt niet tot significante omgevingseffecten. 4.11.3
Resultaten
Het bestemmingsplan biedt geen ruimtelijk kader voor activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Milieugevolgen ten gevolgen van deze activiteit kunnen derhalve worden uitgesloten. 4.11.4
Conclusie
Op dit bestemmingsplan rust geen plicht tot het uitvoeren van een MER. De transformatie van de locatie veroorzaakt geen nadelige gevolgen voor het milieu. 4.11.5
M.e.r.-beoordelingsbeslissing
Op pm heeft het college van Laren op basis van voorgaande vormvrije m.e.r.-beoordeling besloten dat een project-m.e.r. in dit geval niet noodzakelijk is.
36
bestemmingsplan Ligweide
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische vormgeving
Algemeen
Voor dit bestemmingsplan is gebruikgemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen moeten in onderlinge samenhang worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.
5.2
Opzet van de regels
De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels voor het hele plangebied. Hoofdstuk 2 geeft de bestemmingsregels. Hoofdstuk 3 geeft vervolgens de algemene regels waaronder (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. In dit derde hoofdstuk kunnen belangrijke algemene bepalingen zijn opgenomen die van invloed zijn op het bepaalde in Hoofdstuk 2. Ten slotte regelt Hoofdstuk 4 de overgangs- en slotbepalingen. Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: Bestemmingsomschrijving (in elk bestemmingsplan); Bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); Nadere eisen (bestemmingsplanafhankelijk); Afwijken van de bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); Specifieke gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); Afwijken van de gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (bestemmingsplanafhankelijk).
5.3
Beschrijving van de regels
Artikel 3 Groen De groenfuncties zijn voorzien van de bestemming 'Groen'. Binnen deze bestemming zijn tevens voet- en fietspaden en in- en uitritten ten behoeve van aangrenzende percelen toegestaan. Artikel 4 Sport De ligweide die behoort bij het naastgelegen zwembad heeft de bestemming Sport gekregen. De daar aanwezige functies (Speelvoorzieningen, spraypark, glijbaan en volleybalveld) zijn alleen op de huidige locatie. Hiermee wordt eventuele verschuiving richting de woning en daarmee gepaard gaand een toename van de geluidbelasting op woningen voorkomen. Artikel 5 Tuin De bestemming ‘Tuin’ is gelegd op alle tuinen aan de voorzijden van de woningen tot 5 maximaal meter achter de voorgevel van de woningen. Artikel 6 Verkeer - Verblijfsgebied De wegen in het plangebied, met hoofdzakelijk een functie voor het af- en aanrijdende verkeer, zijn
37
bestemmingsplan Ligweide
bestemd tot ‘Verkeer - Verblijfsgebied’. Binnen deze bestemming zijn naast wegen onder meer parkeervoorzieningen en bermen toegestaan. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Artikel 7 Wonen De nieuw te bouwen woningen zijn bestemd tot ‘Wonen’, waarbij per woning of blok van woningen een bouwvlak op de verbeelding is weergegeven. Hierbinnen mogen de woningen op de middels een aanduiding weergegeven bouwwijze worden gebouwd (vrijstaand of aaneengebouwd). Goot- en bouwhoogtes van de woningen en aantallen woningen per bouwvlak zijn op de verbeelding weergegeven. De beoogde bergingen zijn specifiek aangeduid. De bouwregels komen overeen met het ter plaatse geldende bestemmingsplan Laren -Noord Artikel 8 Waarde - Archeologie 3 Ter bescherming en veiligstelling van mogelijke archeologische waarden in het plangebied is de dubbelbestemming archeologie opgenomen. Afhankelijk van de verwachtingswaarde voorziet het plan in een tweedeling. Voorgaande heeft tot gevolg dat de omvang van de bodemverstoring bepaald of nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is.
5.4
Verbeelding
Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken et cetera. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart Nederland en kadastrale kaart).
38
bestemmingsplan Ligweide
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeente verplicht bij een procedure waarin bouwplannen zijn opgenomen als aangewezen in artikel 6.12 Wro juncto artikel 6.12 Besluit ruimtelijke ordening, een exploitatieplan vast te stellen. Geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld als het verhalen van kosten anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld doordat een anterieure overeenkomst is gesloten met de initiatiefnemer. In artikel 3.1.6 sub i van het Besluit ruimtelijke ordening is vastgesteld dat inzicht gegeven moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt met het bouwplan moet (economisch) uitvoerbaar zijn en kunnen worden gerealiseerd. De gronden zijn eigendom van de gemeente Laren. Voor de ontwikkeling van het plangebied heeft de gemeente een grondexploitatie geopend. Op basis van deze exploitatie kan worden geconcludeerd dat de verkoop van de gronden voor de bouw van de woningen rendabel is voor de gemeente. Dit plan is economisch uitvoerbaar.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De gemeente heeft in samenwerking met omwonenden een stedenbouwkundige verkaveling gemaakt. De stedenbouwkundige verkaveling vormt de basis voor dit bestemmingsplan. Het ontwerp bestemmingsplan wordt voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode heeft een ieder de gelegenheid een zienswijze op het plan in te dienen. Tevens wordt het plan toegezonden aan de overlegpartners waaronder de provincie en het waterschap. De resultaten van het vooroverleg worden verwerkt in deze paragraaf.
39