20210428Rvs17 Vaststelling bestemmingsplan Onderstation Crailo BIJLAGE regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan Onderstation Crailo Laren Gemeente Laren
NL.IMRO.0417.LRNOnderstationCra-on01 ONTWERP 27 november 2020
Contactpersoon S. Bos Juridisch adviseur T +31611491208 M E simone.bos@arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Arnhem
bestemmingsplan Onderstation Crailo Laren (ontwerp)
Inhoudsopgave
Regels Hoofdstuk 1
5 Inleidende regels
6
Artikel 1
Begrippen
6
Artikel 2
Wijze van meten
7
Bestemmingsregels
8
Artikel 3
Bedrijf - Nutsvoorziening
8
Artikel 4
Waarde - Archeologie 3
9
Algemene regels
12
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
12
Artikel 6
Algemene bouwregels
13
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
14
Artikel 8
Algemene aanduidingsregels
15
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
16
Overgangs- en slotregels
17
Artikel 10
Overgangsrecht
17
Artikel 11
slotregel
18
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
3
bestemmingsplan Onderstation Crailo Laren (ontwerp)
4
bestemmingsplan Onderstation Crailo Laren (ontwerp)
Regels
5
bestemmingsplan Onderstation Crailo Laren (ontwerp)
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Onderstation Crailo Laren met identificatienummer NL.IMRO.0417.LRNOnderstationCra-on01 van de gemeente Laren 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.6 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.7 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.8 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.9 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.10 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.11 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 1.12 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld
om ter plaatse te functioneren; 1.13 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.14 maaiveld de gemiddelde hoogte van het terrein ten tijde van het rechtskracht verkrijgen van het bestemmingsplan; 1.15 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie;
6
bestemmingsplan Onderstation Crailo Laren (ontwerp)
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.2 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 peil: voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg, langzaamverkeersroute of voetpad grenst: de hoogte van die weg, langzaamverkeersroute of voetpad ter plaatse van de hoofdtoegang. In alle andere gevallen en bij bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aangrenzende maaiveld.
7
bestemmingsplan Onderstation Crailo Laren (ontwerp)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Bedrijf - Nutsvoorziening
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten ten behoeve van het openbaar nut; met de daarbij behorende voorzieningen. 3.2
Bouwregels
Op de in artikel 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat. 3.2.1
ten aanzien van gebouwen
a. een gebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. het bouwvlak volledig mag worden bebouwd; c. de bouwhoogte niet meer dan 12 meter bedraagt. 3.2.2
ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. deze deze zowel binnen als buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer dan 2,00 meter bedraagt; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 10,00 meter bedraagt.
8
bestemmingsplan Onderstation Crailo Laren (ontwerp)
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Omgevingsvergunning - activiteit bouwen
a. De aanvrager van een Omgevingsvergunning - activiteit bouwen als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die betrekking heeft op de voor 'Waarde Archeologie 3' aangewezen gronden legt een KNA conform archeologisch onderzoeksrapport over waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld. b. Het bevoegd gezag verleent de vergunning indien naar hun oordeel uit het KNA conform archeologisch onderzoeksrapport als bedoeld in sub a genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; 2. schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de Omgevingsvergunning - activiteit bouwen verbonden voorwaarden. 4.2.2
Voorwaarden
In de situatie als bedoeld in artikel 4.2.1 sub b, kan het bevoegd gezag de volgende voorwaarden aan de Omgevingsvergunning - activiteit bouwen verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. Indien sub c van toepassing is, wordt in de voorwaarden bij de Omgevingsvergunning - activiteit bouwen geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. 4.2.3
Uitzonderingen
artikel 4.2.1 en artikel 4.2.2 zijn niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering, of; b. een bouwwerk met een oppervlakte kleiner dan 200 m², of; c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 0,3 m en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1
Vergunningplichtige werken en werkzaamheden
Het is verboden om op of in de voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag (Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage
9
bestemmingsplan Onderstation Crailo Laren (ontwerp)
op een grotere diepte dan 30 cm; heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; verlagen of verhogen van het waterpeil; aanleggen of rooien van bos of boomgaard; aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen. g. landbouwactiviteiten die jaarlijks een deel van de grond afplaggen. b. c. d. e.
4.3.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in artikel 4.3.1 is niet van toepassing, indien de werkzaamheden of werken: a. b. c. d.
worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop artikel 10 lid 2 van toepassing is; een oppervlakte beslaan van ten hoogste 200 m²; reeds legaal in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden of een ontgrondingvergunning; e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 4.3.3
Onderzoeksplicht
a. De aanvrager van een Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.3.1 die betrekking heeft op de voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden legt een KNA conform archeologisch onderzoeksrapport over waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord is vastgesteld. b. Het bevoegd gezag verleent de Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden indien naar hun oordeel uit het KNA conform archeologisch onderzoeksrapport als bedoeld in sub a genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; 2. schade door de werkzaamheden of werken kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden verbonden voorwaarden. 4.3.4
Voorwaarden
In de situatie als bedoeld in artikel 4.3.3 sub a, kan het bevoegd gezag de volgende voorwaarden aan de Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. Indien sub c van toepassing is, wordt in de voorwaarden bij de Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werken of werkzaamheden.
10
bestemmingsplan Onderstation Crailo Laren (ontwerp)
4.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden, die, bij wijze van dubbelbestemming, bestemd zijn voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden te wijzigen of geheel of gedeeltelijk van de verbeelding te verwijderen, indien: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn op zich op een andere plaats bevinden; b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.
11
bestemmingsplan Onderstation Crailo Laren (ontwerp)
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
12
bestemmingsplan Onderstation Crailo Laren (ontwerp)
Artikel 6 6.1
Algemene bouwregels
Ondergeschikte bouwdelen
a. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, glazenwasinstallatie en overstekende daken buiten beschouwing gelaten.
13
bestemmingsplan Onderstation Crailo Laren (ontwerp)
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
7.1
Algemeen
7.1.1
Strijdig gebruik
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval begrepen het gebruiken van gronden of bouwwerken: a. als opslagplaats voor bagger en grondspecie, tenzij in de regels anders bepaald is; b. als opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, voor oude en nieuwe (bouw)materialen, afval, puin, grond- en brandstoffen, tenzij in de regels anders bepaald is; c. als uitstallings- of opslagplaats voor al dan niet voor gebruik geschikte voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan, tenzij in de regels anders bepaald is; d. als uitstallings-, opslag-, stand-, of ligplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen, tenzij in de regels anders bepaald; e. als motorcrossterrein of paardenbak, tenzij in de regels anders bepaald is. 7.1.2
Uitzonderingen strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.1.1 wordt in ieder geval niet verstaan: a. het tijdelijk opslaan van bouwmaterialen, puin en specie in verband met normaal onderhoud, dan wel ter verwezenlijking van de bestemming.
7.2
Parkeren
7.2.1
Algemeen
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen moet ten behoeve van het parkeren en het stallen van auto's vaststaan dat in de juiste mate ruimte wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden in, op of onder een gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort, met dien verstande dat: a. de juiste mate van ruimte wordt bepaald met behulp van de parkeernormen overeenkomstig het geldende parkeerbeleid van de gemeente Laren of de daarvoor in de plaats komende regeling, en bij gebreke van parkeerbeleid van de gemeente Laren aan de ASVV (2012) en CROW (2018) (2012) of de daarvoor in de plaats komende regeling. b. de in lid a bedoelde ruimten voor het parkeren van auto's hebben die moeten zijn afgestemd op gangbare personenauto's. c. indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor laden en lossen van goederen, in deze behoefte in voldoende mate moet zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort.
7.2.2
Afwijken
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.1 voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien.
14
bestemmingsplan Onderstation Crailo Laren (ontwerp)
Artikel 8 8.1
Algemene aanduidingsregels
Milieuzone-grondwaterbeschermingsgebied
Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone-grondwaterbeschermingsgebied' mogen, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, enkel bouwwerken worden gebouwd indien de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening gewaarborgd blijft en de regels van de Provinciale Milieuverordening Noord-Holland dienaangaande in acht worden genomen.
15
bestemmingsplan Onderstation Crailo Laren (ontwerp)
Artikel 9 9.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit bestemmingsplan voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%, met dien verstande dat hoogtematen met niet meer dan 2,00 meter mogen worden overschreden; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, tot maximaal 2,00 meter, voor zover zulks van belang is voor een technisch of stedenbouwkundig betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de totale hoeveelheid (volgens de betreffende regel) toegestane m2 brutovloeroppervlak gelijk blijft; c. de bouw van bouwwerken die ten behoeve van waterstaatkundige of verkeerstechnische redenen noodzakelijk zijn, zoals duikers en verkeerssluizen, mits de inhoud niet groter is dan 60 m3, de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3,00 meter en de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4,50 meter; d. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van straatmeubilair, kunstobjecten, informatievoorzieningen en/of reclame, mits de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5,00 meter.
16
bestemmingsplan Onderstation Crailo Laren (ontwerp)
Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
10.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
17
bestemmingsplan Onderstation Crailo Laren (ontwerp)
Artikel 11
slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Onderstation Crailo Laren'.
18
Arcadis Nederland B.V. www.arcadis.com C05024.419524