Voorstel Raad 16432
Tekst van het document
Onderwerp
Handelingsperspectief biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingerland
Portefeuillehouder
Jan-Willen van den Beukel
Registratienummer
BR2100010
Datum Raad
22 april 2021
Gevraagde beslissing: Het ‘Handelingsperspectief biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingerland’ vast te stellen. 0. Samenvatting We hebben afgesproken dat we in 2050 een CO2-neutrale gemeente zijn. Dat hebben we onder andere vastgelegd in 2019 in de visie ‘Lansingerland Duurzaam’. Een CO 2-neutrale gemeente wil zeggen dat de energie die wordt gebruikt, volledig wordt opgewekt uit hernieuwbare bronnen. Biomassa is een hernieuwbare bron. We zien echter het maatschappelijke debat over biomassa toenemen. Dit ondanks het feit dat het verbranden van biomassa aan de huidige diverse wettelijke vereisten voldoet. De bouw van nieuwe installaties voor de verbranding van houtige biomassa vinden wij onwenselijk. Biomassa is volgens ons een transitiebrandstof die tijdelijk een bijdrage levert aan de verduurzaming van de energievoorziening voor de glastuinbouw in Lansingerland. Tegelijkertijd zetten we in samenwerking met de glastuinbouw in op alternatieve, duurzame, betrouwbare en betaalbare warmtebronnen voor de glastuinbouw. In samenhang met de ontwikkeling van deze alternatieven, zien wij een afbouwpad voor de inzet van biomassaverbranding. Wij verwachten geen, of een zeer beperkte, rol voor biomassaverbranding in de uiteindelijke duurzame energiemix.
Daarmee sluiten wij aan bij het advies van de Sociaal Economische Raad (SER); ‘Biomassa in balans, een duurzaamheidskader voor hoogwaardige inzet van biomassa’ (SER, 2020). Als lokale overheid hebben wij niet de wettelijke bevoegdheden om te sturen op (het realiseren of verbieden van) biomassa verbrandingsinstallaties. We doen wel een moreel appèl op de glastuinbouwsector om terughoudend om te gaan met de bouw van nieuwe biomassacentrales. Dit omdat we voorzien dat er voor de langere termijn haalbare en betaalbare alternatieven voor duurzame warmtevoorziening zijn. Aan deze alternatieven werken wij nu al, bijvoorbeeld als het gaat om de realisatie van de versnelling van regionale warmtetransportnetten en realisatie van geothermiebronnen. Dit handelingsperspectief geeft dus wel als eindbeeld dat er geen verbranding van houtige biomassa meer plaats zal vinden. De stappen daar naartoe zullen telkens, naar gelang de ontwikkelingen, veranderen. Als gemeente zullen wij proactief en in goed overleg met de sector, Wageningen Universiteit, Warmte
1
Samenwerking Oostland en alle andere partners in de energietransitie blijven werken aan de alternatieven en de afbouw van het gebruik van biomassa. 1. Aanleiding/ context met tijdlijn In de visie ‘Lansingerland Duurzaam’ (2019) is afgesproken dat we in 2050 een CO2-neutrale gemeente zijn. In deze visie is aangegeven te onderzoeken op welke wijze de mogelijke bronnen zoals biomassa zijn in te zetten in de energietransitie. 2. Maatschappelijk effect In het Klimaatakkoord (2019) zijn met het Rijk en vele andere maatschappelijk partners afspraken gemaakt over de reductie van de uitstoot van CO 2 in 2030 (49%) en 2050 (CO2neutraal). Biomassa is aangemerkt als een hernieuwbare bron van energie. Het verbranden van biomassa stuit echter ook steeds meer op maatschappelijk verzet. Het handelingsperspectief geeft richting aan deze discussie. 3. Argumenten 3.1 Biomassaverbranding is (met name op langere termijn) onwenselijk: Moreel appèl om biomassacentrales af te bouwen en de uitstoot te reduceren Als lokale overheid kunnen we niet sturen op biomassa verbrandingsinstallaties. Als we al zouden willen sturen, schieten onze wettelijke bevoegdheden daarvoor tekort. We doen daarom een moreel appèl op de glastuinbouwsector om terughoudend om te gaan met de bouw van nieuwe biomassacentrales en om gebruik te maken van de best mogelijke technieken (endof-the-pipe maatregelen).
Door extra maatregelen te nemen, is de uitstoot in grote mate terug te dringen. We willen hierover in overleg met de glastuinbouwsector in Lansingerland en afspraken maken. We zien het namelijk als onze taak om te blijven zoeken naar een gedragen maatschappelijke oplossing. 3.2 Het Rijk kondigt een afbouwpad voor biomassaverbranding aan. Vooralsnog is het aangemerkt als een hernieuwbare energiebron Op dit moment heeft het Rijk het verbranden van biomassa aangemerkt als duurzame bron om energie te produceren. Het Rijk heeft echter ook aangegeven op korte termijn een afbouwpad voor biomassacentrales te presenteren. In de glastuinbouwgebieden zijn biomassacentrales planologisch mogelijk gemaakt. In Lansingerland leveren meerdere van dergelijke installaties een bijdrage aan de energietransitie: Op dit moment zijn er 2 installaties gerealiseerd in Lansingerland. Daarnaast zijn er 4 vergund maar (nog) niet gerealiseerd. Daarnaast zetten wij ons in voor energiebesparing en alternatieve duurzame warmtebronnen, zoals het verder uitbouwen van (rest- en geothermie) warmtenetten.
2
4. Kanttekeningen 4.1 Maatschappelijk debat over duurzaamheid van biomassa neemt toe Het maatschappelijk debat over de duurzaamheid van biomassa is in de afgelopen jaren toegenomen. Daarbij zijn kanttekeningen gezet bij met name de lokale beschikbaarheid van biomassa en de uitstoot van vervuilende stoffen. In het document worden deze kanttekeningen behandeld. 4.2 Duurzame alternatieven van biomassa zijn aanwezig Wij zien diverse alternatieve energiebronnen om (op termijn) de energievraag duurzaam mee in te vullen. Zo zijn wij al aangesloten op een restwarmtenet (Roca-leiding) en zijn er drie geothermiebronnen in bedrijf en enkele in ontwikkeling. Wij zetten ons in voor verdere ontwikkeling van deze bronnen en bijbehorende transportleidingen. De ontwikkeling daarvan zal echter nog jaren in beslag nemen. 5. Financiële consequenties met dekkingsvoorstel Door ervoor te kiezen om de landelijke lijn te volgen, zijn er geen financiële gevolgen. 6. Juridische aspecten Het handelingsperspectief laat de bestaande (planologische) rechten van tuinders ongemoeid. De gemeente roept de glastuinbouwsector en de eigenaren wel op om terughoudend te zijn met nieuwe installaties en te kijken naar mogelijkheden om de uitstoot te beperken. Als lokale overheid hebben wij niet de wettelijke bevoegdheden om te sturen op (het realiseren of verbieden) biomassa-installaties. 7.
Duurzaamheid Zie ‘argumenten’. 8. Extern draagvlak / burgerparticipatie Het Handelingsperspectief biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingerland is tot stand gekomen na gesprekken met Glastuinbouw Nederland, de eigenaren van de vergunningen, de provincie, Greenport West-Holland, omliggende gemeenten, het Rijk en de DCMR. 9. Verdere procedure n.v.t. Bijlagen 1. Handelingsperspectief biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingerland voor de glastuinbouw in Lansingerland (T21.00997)
3
Datum Raad
22 april 2021
Registratienummer
BR2100010
Onderwerp
Handelingsperspectief biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingerland
De raad van de gemeente Lansingerland; Na het voorstel gelezen te hebben Op basis van de argumenten; - Biomassaverbranding is (met name op langere termijn) onwenselijk: Moreel appèl om biomassacentrales af te bouwen en de uitstoot te reduceren - Het Rijk kondigt een afbouwpad voor biomassaverbranding aan. Vooralsnog is het aangemerkt als een hernieuwbare energiebron. Rekening te houden met - het internationale klimaatverdrag van Parijs (2015); - de Klimaatwet; - het Klimaatakkoord (juni 2019); - Visie ‘Lansingerland Duurzaam’ (juli 2019). Besluit(en) Het ‘Handelingsperspectief biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingerland’ vast te stellen.
Dit Raadsbesluit is vastgesteld door de raad van de gemeente Lansingerland in zijn openbare vergadering van 22 april 2021,
de griffier,
drs. Marijke Walhout
4