Voorstel Raad 16368
Tekst van het document
Onderwerp
Regionale Energie Strategie (RES 1.0)
Portefeuillehouder
Jan-Willem van den Beukel
Registratienummer
BR2100007
Datum Raad
3 juni 2021
Gevraagde beslissing: De Regionale Energie Strategie (RES 1.0) voor de regio Rotterdam-Den Haag vast te stellen. 0. Samenvatting De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 is gereed en ligt voor ter vaststelling. Op 18 maart 2021 is door regiobestuurders geconcludeerd dat ze achter de inhoud van de RES 1.0 staan en dat deze doorgeleid kan worden naar alle deelnemende partijen ter besluitvorming. Eerder is in de opmaat naar de RES 1.0 de concept RES op 22 april 2020 gepubliceerd. In juni van dat jaar is vervolgens gestart met de Wensen en Bedenkingenprocedure, waar ook uw raad input voor heeft geleverd. Met de RES 1.0 bepalen we de regionale ambities en doelstellingen op een drietal hoofdonderwerpen (zogenoemde Uitvoeringslijnen): warmte, elektriciteit en brandstoffen. De doelstellingen per hoofdonderwerp zijn nog relatief abstract; uitwerking volgt in de fase na besluitvorming over de RES 1.0. Concreet betekent dit dat iedere regiopartij, zoals onze gemeente, concrete lokale (beleids)inzet formuleert gericht op het bereiken van die ambities. Een periodiek evaluatie- en monitoringsysteem vormt de basis voor het eveneens periodieke bestuurlijke gesprek over vorderingen richting doelbereik, en over de noodzaak om bij te sturen of regionale ondersteuning aan lokale partijen te bieden.
De RES 1.0 beschouwen we als ondersteunend aan onze eigen duurzaamheidsambities zoals neergelegd in de visie Lansingerland Duurzaam, en de daarbij behorende Uitvoeringsagenda. Onze Lansingerlandse concrete (beleids)inzet, zoals bijvoorbeeld de uitvoering van de duurzaamheidslening of het stimuleren van zon op bedrijfsdaken, draagt bij aan het halen van zowel de RES-ambities als onze eigen ambities. 1. Aanleiding/ context met tijdlijn Sinds begin 2018 wordt er in de regio Rotterdam-Den Haag gewerkt aan een gezamenlijke energiestrategie. Dit regionale proces leidde in augustus 2019 tot het Energieperspectief 2050, dat toen door de betrokken regiopartijen en ook door ons college is vastgesteld. Het Energieperspectief is een vrij abstract eindbeeld van hoe we de energiehuishouding in onze regio voor ons zien op de lange termijn en heeft in verdere RES-proces als een bouwsteen voor de concept-RES en de nu voorliggende RES 1.0 gefungeerd.
1
De RES-tijdlijn kan als volgt grafisch worden weergegeven:
De RES 1.0 kent drie inhoudelijke hoofdlijnen: Warmte (infrastructuur, regionale afstemming vraag en aanbod), Elektriciteit (regionale grootschalige opwek middels zon en wind) en Brandstoffen (positiebepaling waterstof en groengas). Langs deze lijnen wordt beschreven hoe we een regionale invulling willen geven aan de (inter)nationale CO 2-reductie- en energiedoelstellingen. Gemeenteraden in de regio hebben op verschillende momenten en manieren input kunnen leveren in de voorbereiding van de RES 1.0, zoals met de gevoerde wensen en bedenkingenprocedure. Alhoewel de RES voor een belangrijk deel een ‘regionaal verplicht nummer’ is, zien wij het primair als een instrument dat bij kan dragen aan de realisatie van onze duurzaamheidsdoelstellingen. In onze duurzaamheidsvisie en bijbehorende uitvoeringsagenda hebben we ambitieuze keuzes gemaakt over onder andere de toekomstige energiehuishouding in onze gemeente. De keuzes die nu in regionaal verband worden gemaakt, helpen ons die lokale doelstellingen te kunnen bereiken. Op 18 maart jl. is de RES 1.0 bestuurlijk vrijgegeven voor lokale besluitvorming. Van de betrokken regiopartijen, waaronder gemeente Lansingerland, wordt gevraagd de RES 1.0 vast te stellen, op basis van beslispunten die eerder in RES-verband zijn geformuleerd en overeengekomen. 2.
Maatschappelijk effect Met de RES en de daaruit volgende concrete activiteiten en projecten beogen we uiteindelijk een betaalbare, betrouwbare, veilige en schone energievoorziening voor iedereen in de regio te creëren.
2
3. Argumenten 1.1 Met de RES 1.0 dragen wij aantoonbaar bij aan onze Duurzaamheidsvisie en Uitvoeringsagenda, alsmede aan nationale klimaatdoelstellingen. Nederland heeft als doel om in 2050 95% minder CO2 uit te stoten (en al 49% in 2030) ten opzichte van 1990. Op Europees niveau is recent het doel van 55% reductie in 2030 geformuleerd. In Nederland zijn er politieke voornemens de reductiedoelstelling eveneens op te hogen naar 55%. De huidige doelen zijn vastgelegd in de Klimaatwet. In het Klimaatakkoord staan afspraken en maatregelen om de uitstoot van broeikassen tegen te gaan en de CO2 –reductiedoelstelling van minimaal 49% in 2030 te behalen. Belangrijk in dat kader is de ambitie om in 2030 35 Terawattuur (TWh) grootschalige hernieuwbare elektriciteit op land gerealiseerd te hebben. Deze opgave dient in en door de regio’s opgepakt worden, middels de RES-en. Met de RES dragen wij dus bij aan landelijke doelstellingen, maar wij zien de RES primair als een instrument dat bij kan dragen aan de realisatie van onze eigen duurzaamheidsdoelstellingen zoals neergelegd in de in juli 2019 vastgestelde visie Lansingerland Duurzaam en bijbehorende Uitvoeringsagenda. Meer specifiek benoemen wij dat wij in 2040 25% van de in onze gemeente gebruikte energie lokaal willen opwekken.
De in de RES genoemde hoofdlijnen voor de zoektocht naar mogelijkheden voor grootschalige opwek van energie in Lansingerland, sluiten hierbij aan. Het gaat dan onder andere om het voornemen om naar ruimte voor de opwek van zonne-energie te zoeken in het glastuinbouwgebied (met name waterbassins) en de potentie voor zon en wind in het gebied langs de A12. Ten aanzien van het hoofdonderwerp warmte zien we mogelijkheden van efficiëntieverbetering die de regionale aanpak van het warmtevraagstuk ons biedt. Tegelijkertijd gebruiken we de RES ook als ‘podium’ om het belang van een toekomstbestendige warmtevoorziening –voor ons glastuinbouwgebied én onze gebouwde omgeving richting het Rijk te blijven benadrukken. 1.2
De energietransitie is een opgave die een regionale aanpak –complementair aan onze lokale inzet- rechtvaardigt. Met het aangaan van de regionale samenwerking en deelname aan de RES in 2017, is er door alle betrokken partijen afgesproken dat zij achter de RES staan en zich inzetten om de regionale doelen te realiseren. Wanneer alle 28 partijen zich eenduidig achter de RES scharen is de kans groter dat deze regionale en daarmee ook de landelijke doelstellingen uit het Klimaatakkoord worden behaald. Eensgezindheid over de RES en daarmee realisatie van de doelen versterkt de lobby richting het Rijk bij het stellen van randvoorwaarden over financiële middelen en passende wetgeving. Ook kunnen die processen die evident gemeentegrensoverstijgend zijn vanuit een gedeelde basis worden opgepakt. In de RES 1.0 is er meer duidelijkheid verstrekt over de opgave (stip op de horizon) en welke stappen partijen kunnen zetten op de korte, middellange en lange termijn (handelingsperspectief). Daarmee dient het als uitgangspunt voor de lokale (beleids)activiteiten die hierop kunnen worden ingericht. Lokale acties en beleid kennen elk hun eigen invulling, waarvoor de
3
RES 1.0 een stevige basis geeft om op voort te bouwen en de vertaling naar de eigen context te kunnen maken. 1.3
Met de RES maken we gerichte keuzes over de toekomstige energiehuishouding in onze regio. Binnen de drie genoemde uitvoeringslijnen (warmte, elektriciteit en brandstoffen) worden een aantal concrete keuzes gemaakt, veelal verwoord als ambities en doelstellingen. De omvang van de integrale tekst kan het lastig maken de essentie van het document te vatten en daaruit de implicaties voor Lansingerland te destilleren. Per uitvoeringslijn zijn de volgende belangrijkste keuzes te onderscheiden: Warmte: inzetten op besparing, inzetten op beschikbare warmte, samenwerken, regie bij gemeenten, uitwerken toekomstbeeld en inzetten op passende wet- en regelgeving en financiële instrumenten. Daarnaast is het belangrijk om te beseffen dat er al veel plaatsvindt op het gebied van bijvoorbeeld warmtenetten en geothermie. Analyse gebaseerd op bijeen brengen vraag en aanbod naar warmte binnen de randvoorwaarden. Scenario ‘Samenland’ heeft de voorkeur. Hoe wordt dit bereikt? Door: borgen randvoorwaarden, afstemmen lokale en regionale warmteontwikkelingen. Belangrijke input vanuit Lansingerland dat ook zijn beslag heeft gekregen in zowel proces als inhoud van de RES is de positie van de glastuinbouwsector. Regionaal zien we glastuinbouw niet (langer) als ‘meekoppelkans’ bij de verduurzaming van de warmtevoorziening, maar als een minimaal gelijkwaardig aandachtsgebied.
Elektriciteit: inzetten op bandbreedte 2.8-3.2 TWh duurzame opwek op land, behoud of versterking ruimtelijke kwaliteit, inzet zonne-energie daken en parkeerplaatsen (40% van geschikt dakoppervlakte en waterbassins (347 bassins), 350.000 drijvende panelen, aanvullend 27 windmolens tot 2030 (bovenop de bestaande convenantsafspraken), geen opwekking in (beschermde) natuur, uitwerken grootschalige opwek in integrale gebiedsgerichte aanpak en binnen overeengekomen afwegingskaders. Brandstoffen: eerst inzetten op vraagreductie, duidelijkheid bieden aan initiatiefnemers. Focus op groengas en waterstof omdat andere grondstoffen vooral voor industriële toepassingen zijn en als transportbrandstof dienen. Belangrijke kanttekening is dat de beschikbaarheid van zowel groengas als waterstof tot in ieder geval 2030 zeer beperkt is, en de bruikbaarheid daarvan in de komende fase van de energietransitie dus ook. Er wordt aangesloten bij het duurzaamheidskader biogrondstoffen van het Rijk. Inzet van duurzame brandstoffen is het sluitstuk in de warmtetransitie. Actieprogramma om te inventariseren welke acties er richting RES 2.0 nodig zijn om komst duurzame brandstoffen te versnellen. 1.4 De RES is een ‘vrijwillig verplichte’ samenwerking Zowel internationaal als nationaal staan we voor een forse opgave om klimaatdoelstellingen te realiseren.
Ook lokale overheden dienen hier, middels betrokkenheid bij de RES, aan bij te dragen. Niet betrokken zijn bij een RES is in politiek-bestuurlijk opzicht moeilijk
4
verdedigbaar. Uit de regionale dynamiek van het RES-proces volgt soms ook dat het moeilijk is om lokale belangen direct door te laten werken in het proces of in de inhoud van de RES. Afwegingen worden namelijk in regionaal verband gemaakt. Het blijft dan ook van belang om met een realistische insteek en met oog voor de regionale dynamiek lokale Lansingerlandse belangen naar voren te brengen. 4. Kanttekeningen 1.1
De precieze financiële en ruimtelijke implicaties voor Lansingerland zijn nog niet volledig duidelijk. De RES 1.0 is niet het eindstation in het regionale deel van de energietransitie. Na besluitvorming over de RES 1.0 werken we (ook via een RES 2.0, 3.0 etc.) toe naar verdere uitwerking en concretisering om uiteindelijk tot concrete projecten te kunnen komen. De precieze ruimtelijke en financiële gevolgen van de RES 1.0 zijn op dit moment dus ook nog niet duidelijk. Dit betekent ook dat de precieze gevolgen voor betaalbaarheid voor eindgebruikers op basis van de RES 1.0 nog niet inzichtelijk gemaakt kunnen worden. De RES 1.0 houdt wel nadrukkelijk rekening met die betaalbaarheid, en schetst op welke wijze dit belangrijke aspect geborgd dient te worden in het vervolgtraject. 5. Financiële consequenties met dekkingsvoorstel Aan dit raadsvoorstel zijn geen directe financiële consequenties verbonden. Zie ook Juridische aspecten. 6. Juridische aspecten Vaststelling van de RES 1.0 heeft geen directe juridische consequenties. In de vorm van een visiedocument leggen we op regionaal niveau ambities neer, en spreken we op hoofdlijnen af wat nodig is om deze te kunnen realiseren. Uit het stuk volgen geen juridisch bindende afspraken, maar wel degelijk bestuurlijke inspanningsverplichtingen.
Met de RES 1.0 worden er bijvoorbeeld geen beslissingen genomen over specifieke locaties waar een zonneweide of een windturbine gerealiseerd moet worden. De eindbeslissing over het al dan niet mogelijk maken van concrete projecten op specifieke locaties is geen regionale maar een lokale aangelegenheid, die later genomen wordt als uitwerking van de RES 1.0. 7. Duurzaamheid Zie Argumenten. 8. Extern draagvlak / burgerparticipatie Algemeen Communicatie en participatie richten wij in voor de bredere energietransitie. De RES beschouwen wij als een waardevol instrument in die transitie, dat in de 1.0 versie nog relatief abstract is. Tegen die achtergrond zijn gerichte keuzes gemaakt over de inzet van
5
communicatie- en participatiemiddelen binnen het RES-traject, die gevolgen hebben voor de wijze waarop wij in de aanloop naar de RES 1.0 bewoners, ondernemers en raadsleden informeren over of betrekken bij het proces. Belangrijke overweging in die keuzes, is het relatief hoge abstractieniveau van de RES en het daaruit volgende ontbreken van een goede aansluiting bij de belevingswereld van de doelgroepen die we willen bereiken. Anders geformuleerd: communicatie en participatie wordt gerichter en intensiever, naarmate de RES concreter wordt, bijvoorbeeld wanneer uitwerking van regionale ambities leidt tot lokale beleidsplannen en fysieke projecten. Specifieke communicatie, via de social media van de wethouder Duurzaamheid, over de RES 1.0 vond bijvoorbeeld ook plaats ten tijde van de publicatie van de integrale tekst daarvan, op 31 maart jl. Langs dezelfde weg zullen wij aandacht besteden aan het moment waarop de RES 1.0 wordt verzonden aan het NPRES, op 1 juli aanstaande. Regionale stakeholders Naast ambtelijke vertegenwoordigers van regionale gemeenten en waterschappen, waren een veelheid aan stakeholders betrokken bij de inhoudelijke vormgeving van de RES 1.0.
Zo zorgen onder andere partijen als Stedin, de Natuur & Milieu Federatie, EnergieSamen en Glastuinbouw Nederland voor waardevolle inbreng om een RES tot stand te brengen waarin eveneens een veelheid aan belangen zijn geborgd. Bewoners en ondernemers Lansingerland In de aanloop naar de RES 1.0 hebben wij in de periode december 2020 – januari 2021 langs digitale weg bewoners en ondernemers geïnformeerd over het bredere onderwerp van de energietransitie, de keuzes die daarvoor op ons af komen en welke gevolgen die keuzes kunnen hebben voor ons landschap. Hiervoor hebben hiervoor twee instrumenten ingezet: met de online app Swipocratie beoogden met name het jonge gedeelte van de Lansingerlandse inwoners te bereiken. Daarnaast hebben we het burgerpanel Lansingerland Peilt ingezet, om de diverse samenstelling van de doelgroep te vergroten. In totaal hebben wij langs deze weg 858 respondenten bereikt. Wij hebben met deze middelen tevens gevraagd naar voorkeuren ten aanzien van de wijze waarop duurzame energie opwekt kan worden in Lansingerland. Voor de integrale opbrengst van deze inzet verwijzen wij naar bijlagen 4 en 5. Deze input gebruiken wij bij de verdere vormgeving van lokaal beleid en instrumentarium als uitwerking van de RES 1.0.
Volksvertegenwoordiging Vanaf de totstandkoming van de concept RES (medio april 2020) tot nu zijn er meerdere regionale bijeenkomsten georganiseerd die bedoeld waren om raadsleden uit de regio te informeren over proces en inhoud. In februari van dit jaar werd een drietal informatiebijeenkomsten georganiseerd voor raadsleden om kennis te nemen van de vorderingen op de uitvoeringslijnen elektriciteit en warmte. Ook werd er eind januari een beeldvormende avond georganiseerd en in februari vond een regionale bijeenkomst plaats waarin raadsleden vragen konden stellen over de voorgenomen beantwoording van de wensen en bedenkingen die raden
6
kenbaar maakten naar aanleiding van de concept RES. Met uw raad hebben wij tweemaal het gesprek gevoerd over de inhoudelijke vormgeving van de wensen en bedenkingen. Laatstelijk spraken wij hierover tijdens de raadsvergadering van 18 februari, naar aanleiding waarvan de voorgenomen beantwoording van de wensen en bedenkingen inhoudelijk is aangescherpt. Daarnaast werden er in april –eveneens voor volksvertegenwoordigers- zogenoemde vragenuurtjes belegd, om raadsleden in staat te stellen technische vragen over de inhoud van de RES 1.0 te stellen en beantwoord te krijgen. 9. Verdere procedure Algemeen Zodra de RES 1.0 door alle partijen is vastgesteld, wordt deze naar het Nationaal Programma RES gestuurd. Conform Klimaatakkoord is dat op 1 juli 2021. Daaropvolgend zal er een beoordeling van de 30 RES’en plaatsvinden door het Nationaal Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Nationaal Programma RES. Daaruit komt ook naar voren of de landelijke doelstellingen binnen bereik zijn met de ingediende RES’en. Indien dat niet het geval is kan dat leiden tot herverdeling van een restopgave. Dat proces zal dan plaatsvinden onder aansturing van de koepels van decentrale overheden (Vereniging Nederlandse Gemeenten, Interprovinciaal Overleg en Unie van Waterschappen).
Actieprogramma en monitoring Voor de RES is een monitoringssystematiek ontwikkeld om te evalueren, signaleren en waar nodig ondersteunende acties op te kunnen formuleren. Kort gesteld voorziet deze regionale monitoringssystematiek in een halfjaarlijkse blik op vorderingen, zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin. De uitkomsten van deze periodieke evaluatie vormt de basis voor het terugkerende bestuurlijke gesprek op regionaal niveau over de mate waarin ambities worden gerealiseerd. Daarnaast is er een zogenoemd Actieprogramma in ontwikkeling. Dit Actieprogramma biedt aanknopingspunten voor gemeenten om de ambities uit de RES 1.0 tijdig om te zetten in concrete projecten. Het actieprogramma bepaalt de regionale maatlat waarlangs we lokaal handelen willen leggen. Uitgangspunt is en blijft dat we op regionaal niveau de ambities neerzetten, maar dat de eindbeslissing over het al dan niet mogelijk maken van concrete projecten op specifieke locaties een lokale aangelegenheid is. Anders geformuleerd: lokale acties werken aanvullend op het regionale actieprogramma, en andersom. Lokale context Uit het voorgaande volgt voor iedere betrokken gemeente in ieder geval dat de RES zijn beslag krijgt in lokaal instrumentarium. Voor Lansingerland geldt in dat verband onder meer dat we de RES-ambities breder zullen afwegen tegenover andere opgaven, zoals bijvoorbeeld de woningbouwopgave.
Deze integrale weging geven we op een nog te bepalen wijze een plek in de
7
Omgevingsvisie. Op beleidsniveau zal de RES ook zijn beslag moeten krijgen in nog andere (nog in ontwikkeling zijnde) kaders, zoals het ruimtelijk beleidskader voor zonne-energie. Het uiteindelijke doel is om een gewogen en breed gedragen lokale bijdrage te leveren aan realisatie van de regionale ambities, door concrete duurzame energieprojecten mogelijk te maken. Bijlagen 1. Regionale Energie Strategie regio Rotterdam – Den Haag, RES 1.0 (T21.02664) 2. Samenvatting RES 1.0 (T21.03149) 3. Nota van beantwoording Wensen & Bedenkingen (T21.02665) 4. Resultaten inzet BurgerPanel Lansingerland Peilt december 2020-januari 2021 (T21.02662) 5. Resultaten inzet Swipocratie december 2020-januari 2021 (T21.02661)
8
Datum Raad
3 juni 2021
Registratienummer
BR2100007
Onderwerp
Regionale Energie Strategie (RES 1.0)
De raad van de gemeente Lansingerland; Na het voorstel gelezen te hebben Op basis van de argumenten - de RES 1.0 ondersteunend werkt en bijdraagt aan het realiseren van de gemeentelijke duurzaamheidsambities en doelstellingen zoals beschreven in de visie Lansingerland Duurzaam; - de brede energietransitie meerdere vraagstukken omvat waarvoor het noodzakelijk is die in regionaal verband op te pakken, in aanvulling op lokale inzet; - de raad op meerdere momenten betrokken is geweest bij de voorbereiding van de RES, zoals door het kenbaar maken van inhoudelijke wensen en bedenkingen; - de RES een aantal keuzes maakt binnen de hoofdonderwerpen warmte, elektriciteit en brandstoffen, die aansluiten bij of in ieder geval niet haaks staan op de gemeentelijke standpunten op deze onderwerpen. Rekening te houden met - het internationale klimaatverdrag van Parijs 2015, de Klimaatwet en het Klimaatakkoord (versie 28 juni 2019); - de voorname positie die de energieregio’s hebben in de uitvoering van het Klimaatakkoord. Besluit(en) De Regionale Energie Strategie (RES 1.0) voor de regio Rotterdam-Den Haag vast te stellen. Dit Raadsbesluit is vastgesteld door de raad van de gemeente Lansingerland in zijn openbare vergadering van 3 juni 2021. de griffier,
drs. Marijke Walhout
9